![]()
or click the
homecat to go back home !
MAANDAG 15 augustus
|
De
verscheidenheid die dag vier kleurde, gaf aanleiding om te mijmeren en
beschouwend terug- en vooruit te blikken. Het aanbod op de 30ste
editie was zo ruim, in de breedte en
in de geschiedenis over de hele tijdspanne reikend van het prille ontstaan
tot waar de vooruitstrevende stromingen toe leiden, dat de vraag rijst wat
volgend jaar in petto zal hebben. Dit jaar speelde alles zich af rond België
(dag 1) en (gespreid over volgende) drie continenten: Europa, Amerika en
Afrika. Daarbij kwam dan wel de invloed van Joodse historiek en muzikale
tradities, maar dan wel vanuit Amerika. Misschien is het volgend jaar tijd om
onder meer nog een keer de invloed van India en meer bepaald de rijzende
sterren met roots in het Oosten te belichten? Denken we maar aan Vijay Iyer,
Rudresh Mahanthappa, Rez Abassi of Jon Irabagon, Amerikanen die niet louter
verder breien op hun wortels of de nalatenschap van de spiritueel gedreven
John Coltrane. De opkomst bij deze editie kan programmator Bertand Flamang
alleen maar een hart onder de riem steken om ook volgende keer in een breed
gamma aan muziek te voorzien die strictu senso onder de term jazz valt en
andere die losjes bij jazz aansluit. Zoals blijkt uit de publieksopkomst,
het opdiepen van oude waarden al dan niet gecombineerd met de blik vooruit
zowel als de fun van entertainment werden dit jaar duidelijk op prijs
gesteld.
|
OMAR SOSA, Solo Piano
![]() |
| Deze Cubaanse pianist richt zijn
blik al een tijd op Afrika en ’s mans recentste CD is de naar binnen
gekeerde Calma die hij opnam in de overtuiging dat niet alleen hij nood
heeft aan meer rust, maar dat wel meer mensen behoefte hebben aan een
rustiger levensstijl en minder gejaagdheid. De eerste klank die hij neer
liet komen kwam uit een synthesiser. Hij begon traag op de vleugelpiano
te spelen en in de eerste sample met woorden dook het woord 'Afrika' al
liefdevol op. De indruk drong zich op dat de man vandaag weinig anders
wou overbrengen dan zijn innerlijke wensen voor de buitenwereld toen in
de volgende vocale sample bij het openingsnummer de woorden “Justice,
freedom an’ peace” weerklonken. Het soort idealisme dat de oprechte
menselijke aard kenmerkt, al beschikt de realiteit ook wel es anders. Dat hij
te vroeg op ’t knopje drukte en de laatste herneming van deze woorden
eindigde op “pee” was dan ook vast geen toeval, maar een beschikking van
de cosmos. Dat bracht hem niet van zijn stuk. Het merendeel van de
nummers die Omar Sosa bracht, klonken als meditatieoefeningen om rust te
vinden en de wereld te nemen zoals die is, in het bijzonder de ogen en
oren open voor het schone dat mensen doen weerklinken op straat in
Afrika. Daar had hij samples opgenomen van stemmen, percussie en andere
geluiden uit het leven van alledag. In zijn trance bij mooie
herinneringen en zijn eigen gevoelige pianospel verweefde hij een
heel persoonlijk bidden voor een betere wereld. |
![]() |
| Wie hoopte dat de meditatie ook zou resulteren in de
kracht om halverwege voor een ommeslag te zorgen en in een levendig
dansende tweede helft van de set te voorzien, kwam bedrogen uit.
Energiekere stukken maakten wel deel uit van zijn concert en daarbij
haalde hij uit met Cubaanse patronen en de heerlijkheid van prachtige
klassieke muziek. Maar langer dan twee nummers na elkaar speelde hij
niet medium of uptempo. Dan koos hij liever voor de ijlere sferen, alsof
de term 'New Age' in ons op moest komen en zwart op wit gedrukt. Van deze
man kan niemand zeggen dat hij zijn Talenten begraaft, hij draagt zijn
religiositeit uit zonder anderen hun keuzevrijheid te ontzeggen.
May not be your cup of tea, but you better respect
that, folks! |
![]() |
FRED VAN HOVE OCHGOT OCTET
![]() |
| De volgorde van aantreden van de
acht muzikanten duidde erop dat enkele afspraken waren gemaakt over de
structuur van waaruit vertrokken zou worden om dit free jazz concert op
te bouwen. Aan Els Vandewijer had de oude meesterpianist de intro
toevertrouwd en die speelde zij met veel zwier, zij zorgde voor een
krachtig, melodisch aanwakkeren waarin na enkele minuten drummer Ivo
Vander Borght haar bijviel en Fred Van Hove eerst met enkele spaarzame,
al gauw kronkelende toetsen nog meer vrije bewegingen aan toe begon te
voegen. |
![]() |
| Toen zij een tiental minuten als trio aan het spelen waren, kwam Evan
Parker op sopraansax kalme lijnen aandragen bij de onrustige van de drie.
Ook Van Hove koos dan even voor rustiger spel, maar er zat meer wind aan
te komen. Brötzman kwam meespelen en we kregen een onbegeleid duo
Parker/Brötzman, waarop Ken Vandermark kwam plaatsnemen om in te vallen met
klarinet. Toen werd ’t hectisch, bijna supersonisch snel en op ’t scherp
van de snede herinnerden drie buitenlandse blazers aan de Free van de
tweede helft van de jaren ’60, de samenwerking van Amerikaanse en
Europese beeldenstormers en hun vlucht vooruit in abstractie en
schijnbaar dolle chaos. Toen deze drie gas terugnamen begon Bart Maris
op trompet mee te blazen en kreeg hij van de drie de ruimte voor een
geďmproviseerde felle solo. Vandewijer bespeelde daarna opnieuw de
vibrafoon, met handschoenen met balletjes en toen was het de beurt aan
André Goudbeek om zich op altsax te laten gelden en hij ging op in een
duo met Vandewijer. Als in een suite waarin geen
stilte viel bleven de kleinere coalities aanhouden en werd een vrije
lyriek uitgewerkt die zich ahw dichter bij het klotsen van golven van
een woeste zee op scherpe rotsen begaf dan doorsnee stervelingen
aandurven. Ongemeen overweldigend of chaotisch klonk het niet, hier
speelden natuurelementen hun rol in grotere gehelen. Zo werden met een
merkwaardige sereniteit structuren gebracht die zo evident zijn als de
logica van aloude chemische verbindingen – natuurlijke materie waarin
lang niet iedereen zich verdiept. De focus verschoof nogmaals naar Van
Hove en Vandewijer, de oude Meester lijkt in eigen land wel geneigd aan
haar de fakkel door te willen geven, maar bevestigt ook de krachten van
Maris, Goudbeek en Vander Borght. Helemaal solo kon Van Hove niet gaan,
want de linie van saxofonisten kwamen weer aanzetten. Na de suite van
ruim een uur en luid applaus van het publiek begon de oude Belgische
meesterlijk pianist solo, gaf Vandewijer de boodschap door dat hij graag een
duo wou met Brötzmann – remember hun samenwerking bij Machine Gun en
iets minder beroemde geweldige platen. En vandaar ging het geleidelijk,
maar snel naar de tweede collectieve uitbarsting , als een ode aan die
big bang van die jaren ’60. |
![]() |
RANDY WESTON’S AFRICAN
RHYTMS TRIBUTE TO JAMES REESE EUROPE
![]() |
| Het derde optreden speelde ook in de kaart van de contrastwerking
tussen de verschillende concerten van de dag. Hierbij ging de aandacht
naar de prille ontstaansgeschiedenis van de jazz, met de aandacht op
bandleider James Reese die zo’n honderd jaar geleden show maakte.
Dansbare muziek, blues en marsritmes, min of meer zoals ‘t toen moet
hebben geklonken. Weston opende solo met 'Take Me Back Home, Baby' en stelde dan de bandleden en hun instrumenten voor. Het tweede nummer, the
Memphis Blues was aan hen, zonder Weston, met sax, tuba, trombone,
banjo, drums, percussie en contrabas. En op oude thema's en tradities
borduurde de show verder. De band zag er uit als een bende piraten of
een bond allegaartje dat geleid werd door een piraat, TK Blue die
hier en daar dirigeerde en zelf lekker sopraansax en fluit speelde.
Weston praatte de voorstelling aan elkaar en die bleef luchtig en
levendig klinken. Die energieke en warme ontspannings- en dansmuziek
voor de uitgebuiten en de onderdrukten van toen blijft iets hebben en
mag nog wel eens opgerakeld worden. De geschiedenis moet niet vergeten
worden, de labeur en de veldslagen, de muzikale basis voor zoveel
boeiende uitlopers, de roots waar ook een Charlie Mingus inspiratie ging
halen. Het hoort erbij en past op zo’n feestelijke editie als deze die
de voorgeschiedenis van het festival echt uitdiepte. Ideaal voor
dixielandliefhebbers, een aangenaam tussenstuk voor anderen. Luchtig en
toch niet te onderschatten. Vrolijk ondanks... Entertainment om de zinnen
te verzetten. Met een blikvanger als Alex Blake op bas die indruk maakte
met zijn veel meer slaan op de snaren dan plukken of liefdevol beroeren,
hij klonk ruw en krachtig. Het moeten sterke handen geweest zijn die ’t
harde leven volhielden. En Blake hoefde niet te vrezen de vergelijking
te moeten doorstaan met pakweg een Charlie Haden. Om af te sluiten
pakte Weston toch nog uit met wat anders: een deugddoende, geďnspireerde
versie van zijn 'Hi Fly'. |
![]() |
LIBERATION MUSIC ORCHESTRA
![]() |
| Van het concert ter afsluiting hadden wij misschien
te veel verwacht. Met dit project, gestart in 1969 onder het
presidentschap van Nixon, hadden Charlie Haden en Carla Bley van meet af
aan een pleidooi voor ogen voor een betere wereld. Prachtige muziek die
de lelijkheid te lijf wil gaan en aanklachten uitspreken tegen oorlogen
en de al te zware ecologische voetafdrukken van Slechte Politiek en
Economie. Met namen noemen bij, zij het enkel die van Republikeien. Je
hoeft er maar bij stil te staan en je verbaast je er niet meer over dat
het met een groot engagement niet op elk moment muzikaal even sterk uit
wil pakken. We durven het aan de dalende temperatuur toeschrijven dat er
niet helemaal uitkwam wat er op papier in zat. Die ene dag dat er wat
stralende zon doorkwam, koelde het ’s avonds snel en meer af dan de
vorige. Haden moest zijn handen warm blazen. Maar het hield hem niet
tegen om de aanwezigen op het hart te drukken dat wij onze
levensomgeving met respect moeten behandelen. Het belette hem niet om
het laatste nummer in te leiden met gestreken bas en heel treffend
walvisgeluiden na te bootsen. 'Song For The Whales' van 'Old and New
Dreams', nog een ander project, één met oa Dewey Redman.
Om maar te zeggen dat het met de ideeën en de techniek wel goed
zat.
|
![]() |
| Een sterke groep van talenten bemande deze bezetting van het
Liberation Music Orchestra. Elk nummer dat ze speelden klonk heel
gedegen en de schoonheid van de composities was overtuigend. De
melodieën, de structuren en de solo’s waren prachtig, de ritmesectie met
Matt Wilson op drums sterk en strak. Het was genieten van 'Not In Our
Name', van 'This Is Not America', van 'Blue Anthem', van 'Els segadors', van
'Amazing Grace'. En toch. Behalve het stijlvolle spel van het orkest en de
fijne solo’s hadden we graag iets meer gehad, dat verrassende van een
geniale ingeving, zo’n ongehoorde ontwikkeling... als die ene die Tony
Malaby dan toch uit zijn sax toverde. Zo’n blijken van genialiteit
hadden we niet verwacht met één of twee vingers te kunnen tellen. |
![]() |
|
|
![]() |
© JASSEPOES