START NL START ENG JAZZ BLUES-ROOTS PICTURE THIS ! GALLERY JAZZCD BLUES-ROOTSCD AGENDA LINKS GASTEN/GUESTS CONTACT
SLIDESHOW JAZZ SLIDESHOW BLUES - ROOTS SLIDESHOW DIVERSE or click the  HOME - JASSEPOES index homecat to go back home !


ARCHIEF JAZZ

artikelindex



 
JaZZZolderconcerten
 
Mechelen for life JAZZ : Strange Fruit & Swell Rhythm Combo - concertverslag
Vijay IYer : 'Solo' (ACT 9497-2) : CD-recensie 
JASON MORAN, TEN (BLUE NOTE) CD-recensie 
Appeltuinjazz, te Leuven +  CD-voorstelling 
Chad McCullough-Bram Weijters Quartet : 'Imaginary Sketches' - concertverslag  29 Januari,
Anne Wolf Trio + Voices : 'Moon at Noon' (Mogno Music) - CD recensie
RUDRESH MAHANTHAPPA & STEVE LEHMAN : 'Dual Identity' (CD, clean feed) - cd recensie

TRIO HOT in de Singer op 5 februari 2010 - concertverslag

Hnita Jazzhoeve, zaterdag 12 Februari : Tutu Puoane Sextet ‘It began in Africa’ - concertverslag

FLAT EARTH SOCIETY :'HEARSEE' in de Singel 24-02-2011 - concertverslag
Hnita JaZZhoeve, zondag 27 februari : Gregory Porter - concertverslag
Hnita JaZZhoeve, maandag 28 februari : Dave Pike, Benjamin Herman & Rein De Graaff Trio - concertverslag
Lee Konitz/Dave Liebman/Richie Beirach : Knowing Lee' - CD recensie 
JOËLLE LEANDRE en WILBERT DE JOODE op contrabassen in De Singer, 4-3-‘11 - concertverslag
Nieuwe W.E.R.F. productie : Hamster Axis of the one click Panther - CD recensie
Hnita Jazzhoeve, maandag 21 Maart : Eldar Djangirov - concertverslag
GIANNI MIMMO  Sopranosax &  HARRI SJÖSTRÖM  Sopranosax - voorstelling + concertverslag
ROBIN VERHEYEN NEW YORK QUARTET in de Singer, Rijkevorsel, 27 maart 2011 - concertverslag

Mark Alban Lotz, muzikant, componist, improvisator - een voorstelling

RAPHAËL IMBERT PROJECT :  'LIVE AU TRACTEUR'  CD recensie 

Jazz Orchestra of the Concertgebouw met Tom Harrell - concertverslag

BRICK QUARTET, 6 april in Togenblik, Beveren-Waas - concertverslag
MICHAEL MOORE FRAGILE QUARTET, 15 april in de Singer, Rijkevorsel - concertverslag

Vijay Iyer, piano + Craig Taborn, piano @ Brussels, Bozar 19 april 2011 - concertverslag

JAZZ & BEYOND DELUXE: THOMAS SMETRYNS – CHICAGO SONGBOOK / PETER BRÖTZMANN CHICAGO TENTET in De Vooruit, Gent, donderdag 28-04-2011 - concertverslag
RUDRESH MAHANTHAPPA’S CODEBOOK (SAMDHI) 1 Mei, de Singer, Rijkevorsel - concertverslag
OVERTONE QUARTET in De Roma, 4 mei, De Roma - concertverslag

Jef Neve solo  - Privé concert ten voordele van 'Broederlijk Delen' - een verslag

Tricycle presenteert nieuwe CD 'Queskia? ' - CD recensie

JAMES FARM in De Roma, 1 juni 2011 - concertverslag

Trio Grande & Matthew Bourne : "Hold the line!"[W.E.R.F.093] - CD recensie
JON IRABAGON FOXY TRIO 14 juni 2011 in de Hnita-Hoeve, Heist o/d Berg - concertverslag

 

CO Sint-Andries, vrijdag 17 juni  : Fred Van Hove Gezelschap - concertverslag  

Tom Van Dyck t-Unit4 : 'Little man, big world  - CD recensie

 
PETER EVANS QUINTET : 'GHOSTS', CD uit bij More Is More Records  - cd recensie  

“Jazz op Scène” in Mechelen op zaterdag 18 juni - een avondverslag 

 
JAZZ op de DIJLEFEESTEN 2011: een impressie  
DINANT JAZZ NIGHTS 16 juli 2011 - concertimpressies  
PAUL VAN GYSEGEM SEXTET:  'AORTA', CD - voorstelling  
persbericht : Jazz in ’t Park zorgt opnieuw voor jazzy nazomer in Zuidpark Gent  
IG HENNEMAN SEXTET, CUT A CAPER, CD WIG 19 - CD recensie  
Jazz at Home Mechelen, 7e editie - persbericht  
NARCISSUS n°2, CD, De W.E.R.F. 087 - CD recensie  
SARA SERPA :  'MOBILE' -  CD recensie  
Lifescape : ' Therapy' - CD-recensie  
'High Definition 'wint Jazz Hoeilaart International Competition 2011 - perstekst  
7e editie van Jazz@Home een onverdeeld succes ! - nabeschouwing   
International Trio : 'Donkere Golven', CD-recensie  
POLAR BEAR & JYAGER : 'COMMON GROUND', minialbum - CD voorstelling  
Hnita hoeve , 5 Oktober :   REBIRTH::COLLECTIVE - concertverslag  
Outnote Records : releases September/Oktober - persteksten  
Appeltuinjazz Leuven, zaterdag 14 Oktober - concertverslagen  
ANDREAS METZLER, BASSOLUTIONS, Newsolutions - CD recensie  

VIJAY IYER TRIO, 13 okt 2011 in de Roma, Borgerhout - concertverslag

 
Jazz & Sounds:  Gent - perstekst + programma  
HENRY THREADGILL – ZOOID gezien op JAZZ & SOUNDS FESTIVAL in Gent, VOORUIT 17 nov  
Tuur Florizoone : 'Mixtuur', CD-Release - Perstekst + recensie  

SAMUEL BLASER QUARTET in de Hnita-Hoeve, Heist-op-den-Berg, 6 november 2011 - concertverslag

 
SAMUEL BLASER QUARTET, BOUNDLESS, CD, hatOLOGY 706, CD-voorstelling  
Ab Baars Trio : Invisible Blow', europese Tournee 10-26 November - perstekst  
Semique Jazz Orchestra, live in de Hnita Jazz Club ,  zaterdag 12 nov 2011 - concertverslag  
FRED HERSCH TRIO, de Roma, 15 november 2011 - concertverslag  
JOHN ESCREET in de HNITA HOEVE, 24 NOV 2011 - concertverslag  

HET EINDE VAN DE WERELD, bijgewoond in 't Arsenaal, 26 november 2011

 
Jonathan Kreisberg in Hnita  zo 4 dec 2011 - concertverslag  
ENDANGERED BLOOD, Skirl Records, CD-recensie  
JOZEF DUMOULIN TRIO with Trevor Dunn (USA) and Eric Thielemans (BE) : 'Rainbow Body'-CD-recensie  
an Australian Christmas, Stadsschouwburg Mechelen - concertverslag  
FLASH ! Willy's nieuwe gitaar - Luque bericht  
   
Gent Jazz 2011 - alle nieuws + onze concertverslagen  
JaZZ Middelheim 2011 - alle nieuws  + concertverslagen  

AB BAARS TRIO - 20 YEARS 1991 - 2011 5CD-BOX -CD-recensie

 
Arne Van Coillie Unit : ' De Hipste - CD-recensie  
   









14 Januari

basily gipsy band



 © Kris Vanderstraeten 

 

De gipsy-jazz formatie Basily laat de tijden van Django Reinhardt en Stephane Grapelli herleven.

In Nederland heeft Basily op bijna alle podia gestaan waaronder diverse malen op het North Sea Jazz Festival. Ook heeft Basily veel uitnodigingen om te spelen in het buitenland, o.a. Jakk Jazz Festival in Indonesia, het grootste Django Reinhardt Festival in Samois Frankrijk, de wereldberoemde New Yorkse jazzclub Birdland, en vele jazz festivals in Italië en Scandinavië, enz. Hoogtepunt was een gezamenlijk optreden met Stephane Grapelli, en uitnodigingen voor privé feesten van The Rolling Stones en Jeff Beck in Londen.

Met de orginele Hot Club de France bezetting wordt The Basily Gipsy Band gezien als een van de beste en orgineelste gipsy formaties van deze tijd.

 

 

Popy Basily: solo gitaar
Tucsi Basily: violine - Gino Basily: gitaar
Antal Steixner: cajon - Marc Giordano: bass

 

Meer info op:


Basily Gipsy Band website


- RECENSIE(S) -

 

 

-uitzonderlijk geen recensie(s)-

 



28 Januari

No Angry Young Man



 © Kris Vanderstraeten 

 

De jazzzolder kleurt af en toe eens "buiten de lijntjes"

No Angry Young Man heeft een nieuwe plaat uit met Bai Kamara jr. (Vaya Con Dios) als producer. Met een basis van piano, cello en gitaar -live vaak begeleid door een blazerssectie- brengen deze heren iets nieuws: een gezonde mix van Belgische wereldmuziek/folk in "sextet" bezetting.

 

 


Jeroen Van Ham: lead vocal, acoustic & electric guitar
Johan Loeckx: keyboard, piano, claps & backing vocal
Pieter Hulst: cello, piano, percussion & backing vocal
Winne Spooren: percussion & brushes
Peter Van Driessche: hobo
François Laurent: clarinet.

Info vind je op hun Myspace

 

- slideshow  -



- RECENSIE(S) -

 
No Angry Young Man' deed bij ons geen lichtje branden en de myspace van deze jongens beloofde alsnog noppes van jazz. Daarom wellicht dat de jazz diehards het vanavond voor bekeken hielden en wij ons alsnog afvroegen wat deze band hier op het podium bracht... niet dat deze jongens in hun genre niet goed waren, dát willen wij zeker niet gezegd hebben maar je vraagt je toch maar af waarom een jazzclub, weliswaar met brede feeling voor diverse stijlen rondom, dit soort van 'chamber' folkpop  op het programma heeft staan?? Afin, niet écht minder volk dan gewoonlijk kwam hier op af, en vooral het vrouwvolk voelde zich erg aangesproken door deze enthousiastelingen. De  goeie CD verkoop na het concert ging dan ook vooral bij hun in de sacoche. Wij echter zagen het langs onze kant allemaal welwillend aan maar werden niet echt getroffen  door het voornamelijk eigen werk van Jeroen Van Ham (frontman), Johan Loeckx (Keys)& Pieter Hulst (Cello), de basis van dit sextet. We houden dus voor één keer  een oogje dicht bij deze misprogrammatie maar laat het niet weer gebeuren... De ongeveer 26 concertjes op jaarbasis zien we liever  gaan naar de muziek die ons écht begeestert.
 
Winus
 

“Is een jazzmuzikant niet per definitie een "angry young man"???? Zijn jazz spruit voort uit the blues, zijnde de muziek van de zwarte katoenslaaf, die in zijn schaarse vrije tijd bij zonsondergang frustraties wegzong met blauwe noten?? Vrijdagavond zagen we echt het omgekeerde met de groep No angry young men.... Geen Blue Note te bespeuren hier, alles baadde in een uiterst optimistische sfeer met, op de koop toe, zeer gedegen muzikanten, die hun "folk" tot in de puntjes en met veel motivatie brachten. Bravo , folkridders, jullie hebben de zaal ingepalmd. Zelf heb ik het moeilijk met jullie muziek, al dat positivisme, al die vrolijkheid, om moe van te worden. Diversiteit op de Jazzzolder blijf ik aanmoedigen hoor, maar dan toch muziek waar ietwat zwarte ziel inzit en die wat dichter aanleunt bij jazz zoals soul, funk, blues en zelfs rock and roll. Genoeg keus dus...”


(Kris)

 



11 Februari

Phynt + Erwin Vann



 © Kris Vanderstraeten 

 

Phynt probeert zich voornamelijk als trio te uiten, op een eerder collectief improviserende manier. De vaak melancholische en open composities van gitarist Ruben Machtelinckx zijn daar het perfecte kader voor. De stukken bieden ook ruimte voor de verschillende muzikale achtergronden van de leden, wat een interessante mix oplevert van jazz, pop, rock, electronica, Afrikaanse muziek,...

Momenteel treden ze op met Erwin Vann als gastmuzikant.

 

 

Erwin Vann: sax
Ruben Machtelincia : gitaar
Dries Laheye : elektrische bas - Jakob Warmenbol : drums

Info vind je op hun Myspace

 

- slideshow  -


- RECENSIE(S) -

Wanneer overdadige melancholie uitbleef na een eerste set, werd het toch nog boeiend na de pauze waarbij niet alleen (vaste) guest  tenorist Erwin Vann schitterde naast gitarist Ruben Machtelinckx, die eveneens voor alle composities tekende, maar ook de heel degelijke ritmesectie méér deed dan bekoren met drummer Jakob Warmenbol (hou die maar in de gaten !) en bassist Nathan Wouters (die inviel voor Dries Laheye) Deze laatste bleek meer dan een toevallige vervanger en ging naadloos in het geheel op en legde zelfs heel eigen accenten. Heel sterk en zoals gezegd konden de stukken van Ruben best boeien buiten de té donkere, wat zwartmoedige nummers... alleen spijtig dat dit  vooral weer na de break gebeurde, toen er al wat toehoorders hadden afgehaakt...


Winus

 

“Drie ambitieuze jonge muzikanten met een routinier op sax, Erwin Vann, krijgen we op onze boterham deze avond. De meeste eigen nummers zijn van de hand van de gitarist Ruben Machtelinckx. Hij volgde lessen bij Pierre van Dormael, Fabien Degryse, Marc Lelangue en studeert op dit moment aan het conservatorium van Antwerpen waar hij les krijgt van Hendrik Braeckman, Kurt van Herck, Erwin Vann. En zo komt het dat de leraar meespeelt. Erwin geeft wel een grote meerwaarde aan het concert. Warme tenorsax en toch een van de betere in België. Ook geef ik graag een eer aan Jakob Warmenbol (°1988): energieke drummer, erg geraffineerd en hij luistert goed naar zijn medemuzikanten. Hij volgt nog les bij Dré Pallemaerts in het Lemmens. De invaller Nathan Wouters (die we al kennen van andere jazzzolder optredens) brengt hier met veel brio zijn bas aan het spreken. Als opener horen we een ‘Danish Funeral’ en daarna een lang nummer in twee delen met Indische inslag waarin de bassist mag schitteren (ook met strijkstok) en waarin het tweede deel naar een climax gaat en ritmischer wordt. In het voortkabbelende nummer ’Heron 27’ mag Erwin Vann melodisch saxen en mooi samenspelen met de gitarist. We krijgen haast meditatieve muziek maar toch ook rocken in ‘Rwanda’. Het eigen nummer ‘simple song’ heeft een aanstekelige melodie.

Ja het is weer een aparte avond in de jazzzolder. Je moet er echt voor zitten en de muziek tot je door laten dringen. De tweede set is veel ritmischer en ook beter. Het nummer ‘Karrelige cake’ doet me denken aan een rockende John Scofield.

We vieren dit jaar trouwens 5 jaar in de jazzkapel en in totaal 13 jaar Jazzzolder verklapt Lejo ons. Hou de programmatie dus maar in de gaten want dit moet gevierd worden.”

 

(michel p)

 

 


 



LUQUE'S ONVERKORT KORT !
  

Khaos, ofte,  ‘het’ Chaos, de grote Griekse mythologische leegte, wordt als begrip graag in verband gebracht met jazz & geïmproviseerde muziek. Het is uiteindelijk ‘de grote leegte' waaruit alle nieuwe structuren ontstaan zouden zijn, maar elke minimale afspraak is structuur, dus is zuiver menselijk gezien alles wat chaotisch lijkt, niet meer dan een iriële benadering van ‘het’ chaotische idee op zichzelf. Chaos is dus niet menselijk, men kan dus alleen een illusie van ’het’ chaos zelf, zuiver menselijk gezien, trachten te benaderen, men kan dus alleen ‘het’ Chaos interpreteren, nooit bevatten, ‘het’ chaos is buitenmenselijk.

Jazz & geïmproviseerde muziek zijn nooit vrij van regels, tijd & structuren, hoe minimaal ook en dus kan ‘het’ chaos binnen deze muziek alleen een illusie zijn. Indisch geïnspireerde jazz lijkt ons westerlingen een ietsepietsie chaotisch en zou men normaalgesproken verwachten dat men tracht gebruik te maken van de typische Ragga’s, repetitieve zinnen, woordelijk ofte muzikaal. Bij Phint & Erwin  Vann @ te Jazzzolder liep het enigszins anders, alhoewel Erwin wel steeds in die richting stuurde, lag de leiding bij Ruben Machtelinckx ( gitaar ) en die jongen was niet echt overtuigend. De gemaakte referenties naar India waren in de geleverde muziek nauwelijks waar te nemen, buiten enkele nummers waar Erwin Vann duidelijk initiatief nam. Als men de gemaakte referenties naar India en folk terzijde laat & men dit optreden als een geheel beschouwt, blijft het geheel alleen overeind bij de gratie Erwin Vann.

Er moet steeds opnieuw jong geweld zijn, er moet steeds opnieuw vernieuwing zijn, niets staat stil, laat Ruben Machtelinckx dus zijn ding doen, laat hem groeien naar morgen, wij zijn in blijde verwachting, als overjaarse moeders.
 

 

(Luqu-qu-quuuuu ! )



25 Februari

open source



 © Kris Vanderstraeten 

 

"Open source" is software waarvan de broncode bekend is gemaakt en toegankelijk voor het publiek, zodat iedereen het vrij kan copiëren, veranderen en verspreiden. "Open source evolueert dus door de medewerking van de gemeen­schap.

Dit gegeven staat model voor deze groep muzikanten; de muziek is vrije improvisatie die elk lid van de groep toelaat een evenwaardige persoonlijke inbreng toe te voegen; zoals bij open broncodes kan de input van elke muzikant vrijelijk geïnterpreteerd, gebruikt of veranderd worden door de anderen, waardoor (hopelijk) mooi samenklinkende muziek ontstaat.

Sommigen beschouwen "open source" als een filosofie, anderen zien het als een pragmatische werkmethode...

 

 

Joe Higham : sax/klarinet - Augusto Pirodda : piano
Hugo Antunez : bas - Antonio Pisano :  drums

- slideshow



- RECENSIE(S) -

 

“Het Open Source quartet zorgde vrijdag voor een zowel verrassende als boeiende concertavond. De rustgevende uitstraling van tenorsaxofonist en klarinettist Joe Higham, die we nog kennen van een vorig succesvol optreden hier, stelde de zaal onmiddellijk paraat om mee in zee te gaan met het creatieve proces van zijn groep. Met bedaarde, volle tenorklank werd de eerste set geopend en direkt werden we geconfronteerd met het "natuurlijk” samenspel van deze vier muzikanten. De creatieve inbreng van ieder stuurde de muziek naar onverwachte kleuren en ritmeveranderingen.
Opmerkelijk helder en vernieuwend pianospel van pianist Augusto Pirodda (ook ooit te gast hier), de drijvende en dragende bas van Hugo Antunes en het hoogst creatief percussief drumspel van Joào Lobo. Het resultaat was krachtige melodische jazz vol spelende improvisaties met veel emotie en spanning voor de aandachtige luisteraar. Zowel de eerste als de tweede set werden met overweldigend applaus beloond door het aanwezige publiek.

Open Source is hedendaagse jazz in zijn beste vorm door een quartet van het hoogste kaliber!” (Kris)

 

 


 © Kris Vanderstraeten 

 Lander Van den Noortgate: altsax
Alban Sarens: tenorsax
Tim Finoulst: gitaar
Wout Gooris: piano
Nathan Wouters: contrabas
Steven Cassiers: drums

 

"'The Circle' gaat op zoek naar een combinatie van schoonheid en vrijheid. Elk concert is een nieuwe uitdaging, en daarbij kleuren de muzikanten graag buiten de lijntjes van de soms strikte passages. De muziek is geworteld in de modale jazz, maar wordt sterk beïnvloed door pop en rock. Het nieuwe repertoire van eigen hand brengt in vervoering, vanuit de intimiteit tot in het uitbundige.
In 2009 opende The Circle Jazz Middelheim met gastsolist Mark Turner, die hen ook coachete. In 2010 toerde de groep door Italië met o.a. een optreden op het Jazz's Cool Festival te Rome.

 


Info vind je op de Myspace van the Circle.


- slideshow 



- RECENSIE(S) -

The Circle mocht in 2009 op Jazz Middelheim het podium op met Mark Turner als mentor voor die gelegenheid. Hen anderhalf jaar later bezig kunnen zien in de jazzzolder wekte dan ook de nieuwsgierigheid van een talrijk opgekomen publiek.

De eerste set kregen we vooral strakke uitvoeringen zo leek het, van eigen composities van Tim Finoulst, Wout Gooris en Steven Cassiers. De saxen stonden vooral sterk melodisch op het voorplan. Hard gaan deden zij vooral in volume. Het buiten de lijntjes kleuren kwam meer van Steven Cassiers die zorgde voor boeiende polyritmiek en stevig meppen uitdeelde. Tim Finoulst kon ook enkele keren het vuur doen oplaaien, de volgorde van de nummers zat snor, de muziek ging van ok naar beter. Met Lander Van den Noortgate en Janos Bruneel in de groep en een vergelijkbare bezetting als Hamster Axis of the One Click Panther klonken ze verwant met maar niet als een uitgebreide variant van deze band. Ik ging hen eerder associëren met The Story, hoewel het laatste nummer van de eerste set deze vergelijking dan weer afdeed als voorbarig. Zo overtuigend was The Circle nog niet.

Toen DJ Kris in de pauze 'Lonely Woman oplegde', Ornette Coleman op vynil, hoorde Michel P. een verband tussen deze muziek en die van The Circle. Zijn analyse was raker dan ik eerst wou toegeven. In de tweede set kregen we er composities van Lander Van den Noortgate bij en knapper uitgewerkte spanningsbogen. Met passages in duo en trio kwam er meer ruimte voor speelse en rake accenten van verschillende kanten. We kregen pakkende melodieën in een fascinerender dualiteit met bijzondere zowel stevige als gevoelige ritmiek. De krachtige ritmesectie en rockinvloeden die in de eerste set ook wel aanwezig waren zaten in knapper uitgewerkte kleedjes. Ik dacht weer aan The Story en begon meer te zien in de vergelijking met 'Lonely Woman' – in de stukken dan waar de rockinvloeden achterwege bleven. De tweede set kwam The Circle maw overtuigender uit de hoek en dus wilden wij van hen een bis. En wat denkt u? Daarvoor kozen zij een nummer dat zij graag zelf hadden geschreven, maar het was van Ornette: 'Lonely Woman'. In een eigen sterke versie, zoals getalenteerde muzikanten dat kunnen. Al iets eerder een eigen aanpak van een standard in de zaal gooien ware welkom geweest, maar goed, dit terzijde, bij deze dankbaar nog een bos denkbeeldige bloemen voor The Circle!

 

Danny De Bock

 



25 Maart

Shanna Waterstown



 © Kris Vanderstraeten 

Shanna Waterstown: zang -
 - Martial Henzelin: piano
Thierry Jasmin B.: bas - Christophe Gaillot drums


 

Shanna werd geboren in een klein stadje in centraal Florida. Op de radio hoorde ze vooral Gospels en Country, en algauw zong ze als leadzangeres in het schoolkoor en ook elke zondag in de kerk. Via de muziek die haar ouders beluisterden kwam ze eveneens in contact met Rythm and Blues, Motown en 70'Soul.

Op haar 11de vormt ze met een paar buurtjongens een groepje en begint ze zelf te componeren en te experimenteren met thuisopnames.

Als tiener verhuist ze naar New York, waar ze al snel in contact komt met Jazz. Door theater en Broadway ontdekt ze bij zichzelf haar passie voor het podium.

Uiteindelijk beland ze in Parijs, waar ze zich definitief vestigt, en waar ze in vele cabarets en jazzclubs optreedt. Van haar eerste CD single worden maar liefst 75.000 exemplaren ver­kocht. Weldra volgen optredens op tv, Jazz en Bluesfestivals, en neemt ze nog meerdere singles op.. Haar eerste album "Inside my Blues" bevat 12 originele composities en laat ons op meeslepende wijze genieten van haar warme mooie stem.

 

 

 

Info vind je op de Myspace van Shanna Waterstown


- slideshow -


- RECENSIE(S) -

Blues op/in de JaZZZolderkapel ! Al diende het concert zich maar eerst heel lauwtjes aan met slappe covers van standards als  'Route 66' als inleiding op haar presence en vervolgde ze in eenzelfde aard met nummertjes als 'Blueberry' Hill' van Fats en nét als ik er dan genoeg begon van te krijgen (dáárvoor hoefde ze echt niet uit Parijs over te komen !) werd het toch nog leuk, als ze uit eigen werk begon te kiezen. Sterke stem, geroutineerde zangeres maar helaas ging het allemaal wat te  onopvallend voorbij. Chicago Blues was het opzet maar de entourage door slechts een (weliswaar goeie) pianist en een ritmesectie die in de beginne nogal ongeïnspireerd  musiceerde (en dan doel ik vooral op de drummer !), wel, die vlag dekte de lading niet. Géén aangekondigde sax of ! gitarist ... en gelukkig dreven Shanna's zang en songwriterskwaliteiten dan naar boven en werd het musiceren van de begeleiding daarbij best nog te genieten tot goed. Zij tastte breed uit haar meegebrachte 'Inside my Blues' en daarbij vroeg je je terecht af waarom ze dat meteen van bij de start al niet deed ? Ze heeft goeie eigen nummers en een voice die de klankversterking in de JaZZZolder kapel helaas niet aankon. Vooral middentonen en hoge tonen  konden véél beter guys ! Al bij al verzorgde Shanna dan toch een  gesmaakt optreden al  werd het  een té lange tweede set (eat your heart out, Chris Joris ..) Een concert dat mét de juiste entourage én een goeie P.A. er héél anders had uitgezien !


 

Winus

 




8 April

douBt



 © Kris Vanderstraeten 

Alex Maguire (UK): rhodes, hammond, mellotron
Michel Delville (B): gitaar, gitaar-synth.
Tony Bianco (US): drums.


Info vind je op de Myspace van douBt,
op de Myspace van Alex Maguire,
op de Myspace van Tony Bianco

 

Met moods en registers, variërend van zware-jazz riffs tot kosmische grooves en meer lyrische en zachte klanken, klinkt het debuut van douBt's als niets minder dan de missing link tussen Sun Ra, John Zorn's Masada, Pink Floyd, Sonic Youth en Ennio Morricone.
Op hun eerste album, "never pet a burning dog", kan je genieten van de gastbijdrage van Canterbury legende Richard Sinclair op zang en bas.

"douBt has been voted 3rd best instrumental jazz band of 2010 by Arnaldo DeSouteiro Annual Jazz Station Poll (Brazil). Alex Maguire (2nd best electric pianist of the year), Tony Bianco (5th best drummer of the year) and Michel Delville (8th best electric guitarist of the year) are also featured in the Top Tens in their respective categories."

 

 



- RECENSIE(S) -

 

 

"Dit kort verslag is een weergave van impressies na de pauze en dit omdat ik naar de inauguratie ben geweest van Frank Vaganée in de noNa als tweede stadsartiest en dit voor twee jaar in Mechelen. We hopen zo op nog meer jazz in Mechelen.

We zien mensen de jazzzolder verlaten? en er blijven maar zo'n 25 man over in de tweede helft.

Het is eerder rock dan jazz onder een stuwende kracht van de drummer Tony Bianco. Hij trekt er een krampachtig gezicht bij. Hij heeft ook een aantal knopjes bij maar het is vooral de gitarist (en soms bassist) die niet van de knopjes en laptop kan afblijven. We horen soms scherpe noises, eerder getjilp zoals vogels en andere rare samples. Kosmisch is het zeker en ik waan mij dan ook in de tardis (teletijdmachine) van dr Who van de jaren '70. Het heeft ook wat weg van Maurice Béjar uit einde jaren '60. Deze choreograaf gebruikt ook electronische composities.

Onze luidsprekers krijgen het hard te verduren en ik hoor soms clipping, amai de conussen. Soms is de muziek haast meditatief met lang aangehouden tonen die gaan resoneren. Is de groep zijn tijd vooruit of gaan ze terug in de tijd? Op een gegeven moment begint ook de giatrist in onverstaanbaar Frans te zingen en te fluiten, maar toch wel uit de pas. Alex Maguire op Fender rhodes /synts geeft ook een draai aan de knopjes en blijft er heel rustig bij. Het is bij momenten een sacrale verhevenheid met snerpende gitaar riffs met snel drumwerk. Het is te moeilijk voor het gewone jazzzolderpubliek.

Het loont de moeite om deze groep nog verder te exploreren met Google. Maar toch graag de volgende keer meer jazz dan rock. In de bar ging het er vrolijk lachend aan toe voor de achterblijvers met o.a. kiwi capriolen."

 

Michel Proesmans

 




22 April

Leonardas Pilkauskas Ensemble- Dependant Quartet


 © Kris Vanderstraeten 

Leonardas Pilkauskas (Litouwen): sax
Paulius Volkovas (Litouwen): piano
Steven Willem Zwanink (Canada): contrabas
Jelle van Giel (België): drums

 
Saxofonist en componist Leonardas Pilkauskas werd in 1984 geboren in Litouwen. Zijn ouders stuurden hem al op jonge leeftijd naar het kunstonderwijs (M.K.Ciurlionis school of arts). Vrij snel behaalde hij diploma's in de Litouwse Muziek en Theater Academie.
Daarna verhuisde hij naar Nederland om zijn studies te vervolmaken aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, en nu studeert hij verder in Amsterdam.
In de jazzzolder brengt hij voornamelijk eigen composities.

 

 

 

Info vind je op de Myspace van Leonardas.


- RECENSIE(S) -

 



LUQUE'S ONVERKORT KORT !
  

'Subculture-contradiction', een titel van één van de eigen nummers van het Dependant Quartet, kan als titel een instinker en/of een doordenker lijken, maar is zeker een mooie vraagstelling omtrent jazz. En niet alleen omtrent jazz, ook klassieke muziek is in hetzelfde bedje ziek & bij nader inzien, zijn de meeste culturele uitingen van enig niveau op een gelijke contradictorische manier veroordeeld tot dezelfde vraagstelling. Leonardus Pilkauskas ( aan de sax ) verwoorde zijn vraagstelling in vrij rudimentair Engels: in hoe ver is een muzikant/artiest, die zich begeeft op de rand van het algemeen culturele gebeuren, in staat om zichzelf waar te maken, zichzelf te bevestigen, hoe kan hij zich gespiegeld zien in een zee van oppervlakkigheid? De contradictie binnen het subculturele zelf, als metafoor voor het drenkelingenbeeld van het individu in de massa.

Het leuke aan dit soort van vraagstellingen, is dat een eenduidig antwoord alleen de pret kan bederven, een sluitend antwoord is het laatste wat men wil, de vraag op zich is belangrijker dan enig antwoord ooit kan worden.

Dependant Quartet dus, jonge snaken, een paar nog studerend in Amsterdam, brachten postbob, in een mengvorm van Hard & Cool, met enige Fusion accenten, het geijkte recept onderwezen in de betere conservatoria. Leider Pilkauskas op tenorsax schreef de meeste nummers in samenwerking met de ander leden. Paulius Volkovas aan gitaar speelde rustig en best goed, alleen stond de versterker iets te stil. Steven Willem Zwanink op bas  speelde erg krachtig en inventief & Jelle Van Giel ronde de zaak speels af op drums. Er werd weinig  vrije improvisatie gefreakt & de partituren werden nooit uit het oog verloren. Allemaal mooi gedaan maar wat schools, een beetje vlak. Bij de tweede set was de zaal erg uitgedund & een bisnummer kwam er niet. Al bij al, best leuk en het doordenkertje was leuk meegenomen .

 

(Luqu-qu-quuuuu ! )




13 Mei

Winchovski Trio + guest



 © Kris Vanderstraeten 


Gregor Siedl: tenorsax
Lucien Fraipont: gitaar
Lennart Heyndels: contrabas
Jens Bouttery: drums

 

Het Winchovski trio ontstond toen 3 leerlingen van het Brussels Koninklijk Conservatorium in 2008 besloten om samen op te treden.
Ze spelen hoofdzakelijk composities van gitarist Lucien Fraipont, winnaar van de door Jazz Olive georganiseerde "Jazz Cat Rally 2007" in Brussel.
In hun muziekstijl hoor je invloeden van moderne jazz, Afrikaanse grooves, vrije improvisatie, klassieke muziek en rock klanken.
En recentelijk wonnen ze de "20km of Jazz" wedstrijd, georganiseerd door het Ritscafé in Brussel. Ondertussen vervoegde Lennart Heyndels het trio en spelen ze vanavond met gastsaxofonist Gregor Siedl.

 


 

info winchovski-trio



- RECENSIE(S) -



Een avondje jazzzolder levert soms allesbehalve verrassingen op, andere keren draait het onverwacht of zelfs verbluffend goed uit. Dan zijn er ook nog concerten dat het niet wordt wat je had gehoopt, afgaande op de flyer. Of omgekeerd, je durfde er niet veel van te verwachten en het valt echt nog goed mee.

Voor de meeste aanwezigen werd deze vrijdag de 13de een boeiende concertavond. De meestal sterke composities die uiteenlopende invloeden combineerden kwamen voornamelijk uit de koker van gitarist Fraipont. Dat hoefde geen garantie te zijn dat elk nummer of elke set als een behoorlijk samenhangend geheel zou klinken, maar zo was het dus wel. Niet elk nummer kwam even overtuigend over, maar boeiend was het telkens wel.  Bouttery toonde zich een levendige drummer die met vinnige variatie mee de ritmes kleurde. Heyndels wist zijn gelukshormonen weer eens heerlijk aan te sturen door met veel gevoel en steeds de gepaste timing vooral warme basklanken te plaatsen. Met strijkstok wist hij ook intrigerende killere sferen uit te diepen. Fraiponts gitaarspel  was functioneel spaarzaam dan wel vlot tot rijkelijk variërend in snelle solo’s. Siedl gaf zich niet over aan overvloedig nootjes strooien, maar verrijkte het trio met zijn tenorsaxklanken. Tijdens de eerste set zei al iemand die maar tot de pauze kon blijven dat dit wel één van de sterkste concerten van het jaar was in onze zolderkapel.

Sommige composities leken andere toehoorders evenwel een stuk sterker dan andere. Laten we zeggen dat we sommige stukken van bij de eerste kennismaking heel goed konden smaken. Andere die een beetje leken te gaan verzanden kregen een onverwachte en prikkelende draai zodat het er weer beter op werd en je je zou kunnen afvragen of je ze beter zou moeten leren kennen om ze ten volle te waarderen. Misschien zou een tweede en een derde beluistering kunnen helpen, maar we hebben het hier niet over een CD, dus daar hebben we nog het raden naar. Hoe dan ook is dit een groep om in het oog te houden. Winchovski Trio werd al een paar keer gelauwerd in wedstrijden en weet uit te pakken met lekkere tempowisselingen. Daarbij is elk lid van de groep telkens heel alert en Heyndels ongemeen sterk aanwezig. Mijn aandacht werd automatisch en continu naar de  contrabas gezogen. Was hij voor mij de uitblinker, hij kon het maar zijn omdat de groep als geheel sterk staat. De combinatie van deze talenten levert resultaten op. Of het nu een nummer met een zekere latin inslag was of een stempel van stevige rock of blues of een Oosteuropese sfeer de boventoon voerde, steeds hoorden we een compacte en hechte groep die zo te horen nog aan het groeien is. Wordt vervolgd...

Danny De Bock






27 Mei

Fernando Neris Trio



 © Kris Vanderstraeten  


De Ferre: zang, hawaïaanse gitaar, bottleneck dobro en fingerpicking guitar
Manu: contrabas
Bello: percussie.

 

De Ferre is een Spaanse “Bluesman” die sinds 2000 in België woont. Na het leiden van verschillende groepen in Malaga en daarna in Leuven, begon hij vanaf 2009 meestal solo op te treden, of met Manu en Bello als trio.
Het nieuwe acoustische project van de Ferre grasduint in het vooroorlogse repertoire: Blind Lemon Jefferson, Robert Johnson, Blind Willie Johnson of Skip James en vele anderen…

 

 



Info vind je op hun blogspot
en op hun Myspace.



- RECENSIE(S) -



 

Die frank wou maar niet vallen tot Fernando me uiteindelijk zelf aansprak na het concert, maar wat wil je dan ook als het trio aangekondigd stond als het ‘De Ferre trio’ ? Niets schopte m’n arme brein eerder in gang maar natuurlijk ken ik Fernando, de vroegere sympa gitarist van het ter ziele gegane’ The Hoodoogang, nog wel ! De JaZZZolder is dan wel de laatste plaats waar ik Fernando zou verwachten en eerlijk gezegd had ik de jongen, die eerder met ernstige gezondheidsproblemen kampte, niet meer op een podium verwacht… Gelukkig  gaat het intussen beter met ‘m, en dus kregen we deze keer een flinke schep blues op onze jazzteljoor.

Tot m’n spijt ben ik eerlijk gezegd nogal verdeeld over dit optreden. Enerzijds is daar dus die sympathie maar enige kritiek mag ook wel. Zo zijn daar om te beginnen de ontoereikende zangkwaliteiten van ‘de Ferre’, speelt ie goed maar misschien een tikkeltje slordig z’n verschillende( akoestische) resonatorgitaren maar wringt vooral de setup nogal met een percussionist (Bello) die hoofdzakelijk begeleidt op bongo’s . Delta en eerder traditionele blues van Robert Johnson, Big Bill Broonzy en  Blind Willie Johnson vraagt om een ietwat authentiekere aanpak naar mijn smaak. De staande bas van Manu d’er bij, dat konden we nog wél hebben want dat zat goed maar liever hierbij dus geen percussie op tamtams… Twee sets met een bloemlezing uit werk van eerder genoemde artiesten, best wat eigen werk ook en heel wat stukken met de slide want da's Ferenando's stokpaardje, maar de tweede set duurde naar mijn gevoel toch wat te lang, doseren, Fernando …

Achteraf zijn we dus wat bijgepraat, deze Ferre heeft nog heel wat plannen en wil best ook terug elektrisch aan de slag. We horen het wel op tijd en stond en wensen hem hierbij alvast veel succes.



Winus






10 Juni

The unexpected 4




 © Kris Vanderstraeten  


Jeremy Dumont: piano - Vincent Thekal: tenor sax
Vincent Cuper: electric bass - Armando Luongo: drums


 

Een toevallige ontmoeting tussen Belgïe, Frankrijk en Italië resulteerde in "The Unexpected 4".

Op 19 juli 2010 werd "The Unexpected 4" door de beroepsjury van de "Jong talent wedstrijd" van het "Dinant Jazz Nights Festival" unaniem als winnaar gekozen.

De jury motiveerde haar keuze als volgt: "Voor het groepsgeluid getekend door een mooi evenwicht tussen de verschillende muzikanten, de energieke en beheerste speelkracht waarmee ze zowel standards als eigen werk brengen, alsook voor hun podiumuitstraling."

 

 



- RECENSIE(S) -



 

“Deze groep won in 2010 de Jong Talent Wedstrijd van het Dinant Jazz Festival. De hele jury was overtuigd door “het groepsgeluid, getekend door een mooi evenwicht tussen de verschillende muzikanten, de energieke en beheerste speelkracht waarmee ze zowel standards als eigen werk brengen, alsook voor hun podiumuitstraling.” Als een energieke jonge groep die al een behoorlijk niveau haalt zowel eigen stukken als standards speelt en daarmee lof oogst, dan zijn wij heel nieuwsgierig. Dat niet meer mensen uit Mechelen en omgeving waren opgedaagd, had wellicht te maken met het verlengde weekend en plannen die meerdere dagen beslaan. De afwezigen misten een levendig en degelijk concert.

The Unexpected 4 openden met 'Birk’s Works' van Dizzy Gillespie, compositie van een jazzlegende die ons vaag bekend voorkwam en die wij niet meteen als ‘n Gillespie-tune herkenden. Maar oa Red Garland speelde het en Oscar Peterson en Kenny Burrell met Art Blakey... Het leek een opwarmer voor de groep, eentje om de plankenkoorts te overwinnen. Het volume van de elektrische bas stond nog niet optimaal afgesteld, het was een beetje zoeken om elkaar te vinden, het vrolijk zangerige van 'Birk’s Works' kwam er niet helemaal goed uit. Maar toen waren ze vertrokken en de toon was gezet. In de lijn van bop en vertakkingen blijken deze vier hun gading te vinden en zowel de standards als de eigen composities die volgden hadden een sterke hard bop inslag. Daarbij was het meestal aan Thekal om de melodie te blazen en open te trekken waarop meer gesoleer volgde. In de eerste set volgden vnl snelle en vloeiende solo’s aan de piano van kleine virtuoos Dumont en de behendig plukkende Cuper. Luongo in een opvallend strakke houding luisterde aandachtig en begeleidde krachtig.

Een intro kon al eens wat trager zijn, echt gas terugnemen deden ze weinig. Het voorlaatste nummer in de eerste set was een trage eigen composite, één van een drietal nummers dat Thekal op sopraan blies. Met 'Voyage' van Kenny Barron ging het tempo weer omhoog en sloten zij de eerste set af. De tweede begonnen ze met twee standards. 'Misterioso' van Thelonious Monk begonnen ze vrij getrouw, of liever, Thekal speelde Monkgetrouw en liet de anderen dan andere paden inslaan. Met onmonkiaans vloeiende piano, eerder als een Oscar Peterson snel en lyrisch, met elektrische bas naar de seventies verwijzend. Om dan met sax er opnieuw bij terug te keren naar een hoekigere Monk. Een gemoderniseerde versie ahw van die beroemde met Sonny Rollins op diens Vol.  2 uit 1957 waarop Monk zelf het trage, geheimzinnige pianospel leverde en Horace Silver dat even herhaalde om er dan swingend mee aan de haal te gaan... Daarop volgde 'Inner Urge' van Joe Henderson, vandaag nog altijd een inspirerende sixties tussenfiguur tussen vlotte, melodieuze jazz en wilde free jazz uitspattingen. En ook de eigen composities waren weer boeiend, alsook de solo’s. Luogo pakte met een paar stomende solo’s uit en om af te sluiten kozen ze voor een ietwat hectische compositie van Michel Herr.

Twee energieke, behoorlijk geslaagde sets dus en met luid applaus vroegen wij om een bis. Daarvoor hadden zij een mooie ballad in gedachten, met warme tenor die toch droef klinkend doorwoog. En andermaal betrapten we onszelf op een vage herkenning van een oude parel uit het American Songbook. Het moet 'Darn That Dream' geweest zijn, dichtbij de wijze waarop Dexter Gordon het graag bracht, met een diep besef van de tekst van het lied.”



Danny De Bock







24 Juni

The Sidewinders



 © Kris Vanderstraeten  

Thomas Champagne: sax
Michel Paré: trompet
Eve Beuvens: piano
Nicolas Yates: bas
Toon Van Dionant: drums 


 

De Sidewinders spelen hardbop uit de jaren 50-60. Hun repertoire bevat nummers van Wayne Shorter, Lee Morgan, Hank Mobley, de Jazz Messengers en vele anderen.
Het wordt een gezellige avond met veel swingende muziek!

 

 

- slideshow  -



- RECENSIE(S) -



 

Thomas Champagne en Nicolas Yates vierden onlangs nog dat hun trio met Didier Van Uytvanck al tien jaar in dezelfde bezetting bestaat. Michel Paré speelde tot zo’n vijf jaar terug vaak met het BJO en heeft een eigen groep, MP4. Eve Beuvens stond in de lente nog op verschillende podia ihkv een jazzlabtour en speelde met Toon Van Dionant al samen in Schickentanz New Quintet... Deze  beperkte opsomming van referenties moge al duidelijk maken dat deze dame en heren wel wat kunnen spelen en dat mochten wij horen in hun samenspel onder de vlag van The Sidewinders.

De naam van de groep verwijst naar een lekkere hard bop klassieker van stertrompetspeler Lee Morgan. Zonder ferme trompetspeler zou deze groep haar naam dus moeilijk ongestraft kunnen aanwenden, maar geen nood. Michel Paré is toonvast en herinnert aan het zoeken naar nieuwe heerlijke talenten op trompet na het verlies in de fifties van de plots verongelukte Clifford Brown. Toen kwamen bvb Louis Smith, Dave Burns, Thad Jones, Donald Byrd, Lee Morgan en Freddie Hubbard in de kijker en met Paré in de groep kunnen ze het aan om stevige versies te spelen van oude hard bop stukken als 'Open Sesame', 'Hub’s Nub' en 'TotemPole' die rechtstreeks verwijzen naar Morgan en Hubbard. Typisch voor die hard bop stijl en jaren is ook die bezetting met trompet, sax, piano, bas en drums. Met vijf talenten klinken als een kleine big band en gààn!!! En Thomas Champagne speelt zo soepel en lyrisch dat hij, zij het dan wel op op altsax waar Hank Mobley en Wayne Shorter tenor speelden, bijzonder mooi en eerder clean mee hommage kan brengen aan de Wayne Shorter en Hank Mobley van bij The Jazz Messengers met Art Blakey, en Mobley ook nog daarna. Zo’n explosief en expressief drummer is Toon Van Dionant dan wel niet, hij legt in deze groep heel efficiënt mee de ritmes neer in de lijn en de geest van ware hard bop drummers. Nicolas Yates is dan ook geen Paul Chambers, maar als je er op lette hoe soepel en veelvuldig zijn vingers de passende noten speelden, kreeg je toch mooi een idee van wat een Paul Chambers in die jaren wel afspeelde. Goed, ja, de zuivere ritmetandem speelde geen lange verrukkelijke solo’s, maar wel heel passende, goed gedoseerde lekkere solo’s zodat de twee sets van hard bop nummers die zij brachten die heerlijke vaart meekregen en behielden die zo’n levendige ode aan hard bop moet hebben. Eve Beuvens aan de piano vervulde bijzonder goed de dubbele rol van ritmisch begeleiden en dan weer solerend de melodieën versieren, wat doen wegglijden naar nieuwe, maar ook weer terug brengen. Grooven als een Horace Silver deed zij niet vaak, maar als dat voor iemand een gemis was, is dat jammer. Dat is voorbijgaan aan haar prachtige eigen invulling van de lijn en de geest van de hard bop waarbij zij wel aan een andere ongelooflijke pianist van toen herinnerde, nl. Sonny Clark die in de fifties al onvergetelijke platen opnam, maar vooral bekend is van zijn klassieke LP 'Cool Struttin’ en ook de pianist van dienst was op 'Go!' Van Dexter Gordon.

Kortom: het was genieten van deze Sidewinders. Ze weten hard bop stukken uit te kiezen die zij heerlijk kunnen neerzetten en een eigen jasje meegeven terwijl zij niet ver afwijken van de oude versies. En zo eren zij op bewonderenswaardige wijze klassiekers van toen. Dank u, zeggen wij dan!



Danny De Bock





08 Juli

Branko Galoic & Skakavac Orkestar



 © Kris Vanderstraeten  


branko galoic: zang, acoustic guitar
raya hadzieva: trumpet, effects, bagpipe
marian masikve : trombone
Nicolas Yates: bas
merel schoutendorp: tuba 

igor plzak: drums

 

In 2008 heeft Branko Galoic het "Skakavac Orkestar" (sprinkhaan orkest) opgericht. Dit orkest bestaat uit muzikanten met een oorsprong in verschillende landen die elk hun eigen bijdrage leveren aan de muziek.

Trouw aan zijn Balkan achtergrond is de muziek voorname­lijk geënt op traditionele gipsy muziek uit ex-Joegoslavië. Tegelijkertijd, mede door de invloed van de vele gastmuzi­kanten van over de hele wereld, is Branko's muziek in staat te communiceren met verschillende stijlen.

Hij smelt Balkan met Klezmer, Rap met Jazz, Rock met Latin en South American. Deze smeltkroes aan stijlen maakt Branko's muziek op zijn beurt weer uniek.

Het wordt een feestelijke avond, we vieren de 13de verjaardag van de jazzzolder, en dit met meeslepende, intrigerende en ook uitbundige Balkanmuziek!

 

 



- RECENSIE(S) -



 

Die avond klonk het alsof we Goran Bregovic op het podium hadden in de jazzzolder, maar dan was de meester in een 20 jaar jonger lichaam getransporteerd en had hij een kleiner orkest mee – goed om incognito met een kleine bezetting een nieuw project uit te proberen. In werkelijkheid zagen en hoorden we dus Branco Galoic en zijn sprinkhanenorkest. De jongeman lijkt wel wat op Goran Bregovic, qua kapsel en gezicht, qua houding: gezeten op een stoel, getalenteerd gitaarspeler en componist, de spil van de groep, de leider die als basis voor zijn composities Balkanmuziek gebruikt. Die basis wordt vermengd met invloeden uit ska, latin en jazz wat resulteert in een boeiende mix die voorbeeldig homogeniteit en diversiteit vermengt.

Merel Schoutendorp stak de lont aan het vuur dat de vuurpijlen van de hele band aanstak. Een heerlijk schouwspel werd het, ook voor wie eigenlijk vooral aan jazz is. De composities in de eerste set bleven dichter bij de Balkan, in de tweede set werden de invloeden van latin en jazz sterker uitgespeeld. In die tweede set wist Branco Galoic ook beter zang en gitaar te combineren. Tijdens de eerste nummers viel op dat de micro waarin hij zong niet de meest geschikte was voor iemand die tegelijk gitaar speelt en dus de micro niet kan vasthouden. Gaandeweg wist hij daar beter mee om te gaan en klonk zijn stem een stuk beter. Die handicap eenmaal onder controle was het genieten van de hele band. De jonge Merel Schoutendorp speelt al een ferm stukje tuba, Marian Masik speelt degelijk trombone, Raya Hadzieva uitmuntend trompet en Igor Plzak energiek en efficiënt drums. De beperkte soloruimte die Plzak kreeg, benutte hij om een band met jazzdrummen in de verf te zetten. Tijdens haar solo’s nam Raya voorwaar houdingen aan van schitterende jazztrompetspelers en zij blies er ook naar. Sommigen onder ons zagen haar al uitblinken bij The Problems, anderen waren blij verrast en niet lichtjes onder de indruk van haar zuivere klanken, schitterende intonatie en krachtig geluid. Voor wie af en toe thuis wel wat Balkanmuziek in de lijn van Goran Bregovic wil opleggen, maar dan met een ander eigen geluid is het uitkijken naar de nieuwe CD van Branko Galoic & Skakavac Orkestar! Een aanrader, te ontdekken, dames en heren!

 



Danny De Bock





22 Juli

Bass and Voice




 © Kris Vanderstraeten  


Natashia Kelly: zang
Yannick Peeters: contrabas
Special guest: Lucien Fraipont: gitaar


 

Vanuit de lessen in de jazz-afdeling van het conservatorium van Brussel ontstond dit project Bass and Voice.
De bas het fundament van de ritme-sectie.
Stem en bas: de meest pure vorm.
We brengen standards en muziek van Paul Simon, Tom Waits, The Jacksons Five maar met een jazz-benadering. Natashia Kelly en Yannick Peeters werden in dit project gecoacht door David Linx (docent jazz zang Conservatorium Brussel).
Voor deze gelegenheid werd Lucien Fraipont als gast uitgenodigd. Natashia Kelly en Lucien Fraipont wonnen in 2007 de Jazz-Cat Rally editie Brussel en behaalden beiden dit jaar hun Master aan het conservatorium van Brussel.

 

 




- RECENSIE(S) -



 

 

Les gekregen van David Linx en pas afgestudeerd aan het Conservatorium Brussel. Vorig jaar op jazzathome in trio met Yannick Peeters en Pascal Mohy, soms optredend in kwartet met drummer Lander Gyselinck plus pianist Christian Mendoza en op deze avond in de jazzzolder voor het eerst met dit duo-project op een podium: dames en heren, Natashia Kelly toont zich een talent dat hoog mikt. Zij heeft er de gave voor, zij heeft een prachtige stem met een enorm bereik en zij doet er wat mee. Of beter: zij doet er heel wat mee.

Een concert in duo zorgt altijd voor een bijzondere intensiteit, want er is enkel de interactie tussen en samenwerking met twee. Voor de muzikanten is er geen kans om zich te verstoppen, een moment van te weinig bij de zaak zijn komt overeen met plat op je gezicht gaan. Maar dat overkwam Natashia Kelly en Yannick Peeters niet. Deze twee jonge vrouwen creëerden samen een unieke intensiteit die enigszins kon herinneren aan de plaat 'The Newest Sound Around' van Jeanne Lee (zang) & Ran Blake (piano) uit 1962, maar de aanpak van deze twee is heel anders. Vergelijken gaat gewoon niet op, want Natashia Kelly heeft een ander stemgeluid en gebruikt haar stem heel anders. Bovendien speelt Yannick Peeters bas, geen piano en de bas is normaal het warme hart van de ritmesectie... Er is wel nog de overeenkomst dat dit project ook vrij poëtisch aandoet in haar verschijningsvorm van muziek met zang die tot de essentie wordt herleid. Timing, frasering, techniek, samenspel... het moet allemaal goed zitten of het gaat helemaal fout.

Je hoeft niet heel vertrouwd te zijn met de zang van David Linx om de invloed van zijn scholing op te merken; voor deze zangeres lijken de lessen van Linx uitstekende richtingwijzers te zijn geweest. Zij weet in duo met Yannick Peeters songs van anderen zo te benaderen en naar haar hand te zetten dat het helemaal hun eigen magische ding wordt. 'Black Coffee' zong zij zo expressief dat aan de geloofwaardigheid van de tekst niet te tornen viel, terwijl die klaagzang anders vooral betreurenswaardig ouderwets kan klinken. 'Jockey full of Bourbon' van Tom Waits was zo heerlijk speels...

Of de toevoeging van gitaar voor enkele nummers echt nodig is om een hele set goed over te komen, daar kwamen wij niet achter. Het fijne en verzorgde gitaarspel van Lucien Fraipont zorgde alleszins voor een andere klemtoon. De rol van de bas werd er kleiner bij, het lyrische gehalte werd groter. Het was even wennen dat de spanning en de uitwerking dan zo sterk veranderde en tegelijk was er weer ander moois dat de liedjes die aan bod kwamen mee inkleurde, ja, het instrumentale kleurenpallet verbreedde. Maar mét of zonder gitarist, de dames schitterden. Yannick Peeters legde bij de vaak dramatische woorden warme, relativerende ondertonen; zij zorgde er voor dat het bloed wou blijven stromen, ondanks de pijnen van hart en hersens. Samen maken zij hun eigen heerlijk knappe versies van andermans schrijfsels.

Bij 'Never Can Say Goodbye' dachten wij in de verste verte niet aan de Jackson Five, maar hoorden we een fascinerend gezongen relaas van een vreselijk ambetante, verschroeiende tweestrijd. '50 Ways To Leave Your Lover' klonk zoveel pittiger dan uit de mond van Paul Simon. Van hogere naar lagere registers en terug (of omgekeerd) en van woorden naar scatklanken en terug (of omgekeerd), Natashia Kelly draait er haar hand niet voor om. Vrolijk en intriest gecombineerd in één liedje, zij zingt het overtuigend. Een concert met dit duo is er echt één om niet te missen!!

 

Danny De Bock




- slideshow -



12 Augustus

Marcelo Moncada Space Quartet



 © Kris Vanderstraeten  

Marcelo Moncada: tenor sax en EWI
Koenraad Ecker: gitaar en electronica
Dries Laheye: bas
Frederik Meulyzer: drums


Marcelo Moncada werd geboren in Chili waar hij ook zijn muzikale opleiding kreeg. Sinds 2002 woont hij in België. De voorbije jaren speelde hij o.a. op Mano Mundo, Polé Polé, Sfinks, Jazz Montreux (Zwitserland), en Jazz festivals in Chili. In 2003 won hij op het Jazz festival van Montreux de prijs in de categorie 'World Music', met de groep Proyeccion Latino.

In 2004 bracht hij met zijn groep 'Trio Cachai' zijn eerste EP uit. In mei 2007 bracht hij zijn eerste CD 'Tikitan' uit, opgenomen in studio Champ d'action in Antwerpen. In de Thelonious Jazz Club in Santiago de Chile, nam hij in februari 2008 zijn 2de CD (live) op. In juli 2008 bracht hij zijn laatste CD 'Colores' uit, opgenomen in de blauwe zaal van De Singel in Antwerpen.

In de wedstrijd Jazz Cat Rally werd Marcelo Moncada verkozen tot 'beste Jazz componist van 2008'. Hij won de wedstrijd met het nummer 'Cielo Celeste', uit de CD 'Colores'.

 

 


Je vindt meer info op www.marcelomoncada.com,
www.myspace.com/marcelomoncadaspacequartet
en op www.myspace.com/marcelomoncada



- RECENSIE(S) -



 

 

Een blij weerzien van het Marcelo Moncada Quartet ! Ditmaal met het woordje 'Space' erbij wat een ander aspect van dit quartet ten berde bracht. Twee goed uitgebalanceerde sets vermengt met
speelse percussie en electronica kregen we vrijdag op onze boterham...Drummer Frederik Meulyzer kan zowel mooi heavy als soft drummen en door zijn perfect aangeboren gevoel voor ruimte komt hij , bij mij alleszins, nooit storend over ,eerder glansrijk ! Met de vettige ronde funky bas van Dries Laheye vormen ze samen de ideale ritmesectie voor dit quartet dat vele kraters bewandelde in het maanlandschap.Opmerkelijk ook,het aandeel van gitarist Koenraad Ecker ,die eens géén Bill Frissell invloeden tentoonspreidde zoals vele gitaristen van zijn generatie, maar wel een eigen stijl bracht,een mengeling van melodie en abstraktie door een minutieus gebruik van effecten en creatief gitaarspel. Marcelo Moncada , met zijn immer uniek rauw tabascogekruid tenorsaxgeluid, speelde weer de pannen van dak, deep emotion en heavy soul komen altijd samen in iedere noot die hij blies. We kregen hier ook een andere Marcelo te zien ,als percussionist en EWI-stick speler. De laatste keer dat ik dat instrument zag, was in de kundige handen van wijlen saxofonist Randy Brecker ergens in de jaren tachtig en dacht dat het allang verdwenen was en kijk , daar is het weer ! De EWI blaasstick ziet er niet
uit, het lijkt een beetje op een mega-alcoholcontrole-apparaat ! Marcelo blies er wel 0,20 promille grave psychedelische sounds uit die iedere politieagent onmiddellijk tot zwaar drankorgel zou omtoveren !!! De zachte percussie van belletjes en rateltjes bracht de sterren in het heelal en het killen van een houten kikvors voor de micro met repeat-pedaal,voor de goede zaak weliswaar, bracht een onbeschrijfelijk kawtschoefunky geluid teweeg, om van te smullen  gewoon ! Alles klopte en viel dus wonderwel samen, de abstrakte sounds vermengden zich logisch in de eigen melodieuse jazzcomposities van dit quartet. Mooie persoonlijke jazz met funky inslag en veel emotie. Bravo, en nu al een blij weerzien in de toekomst.

 

DJ Kris





24 Augustus

Narcissus



 © Kris Vanderstraeten  

Robin Verheyen: saxen
Jozef Dumoulin: piano
Clemens van der Feen: contrabas
Flin van Hemmen: drums

Deze groep jonge muzikanten bestaat uit enkele van de grootste talenten van de nieuwe generatie jazzmusici.
De band onderscheidt zich door zijn intensiteit en de creatieve en spontane manier waarop zowel originele nummers als vrije improvisaties worden gespeeld. De vrije improvisaties lijken wel gecomponeerde muziek net zoals hun composities soms naar improvisatie neigen.
Ze speelden met bands en muzikanten zoals Michael Brecker, Branford Marsalis, het Koninklijk Concertgebouw Orkest, Toots Thielemans en Roy Hargrove.

 


De website van Robin Verheyen.



- RECENSIE(S) -



 

 

Is de muziek van Narcissus op CD al geen hapklare brok voor elk moment van de dag, live is het ook niet evident om als jazzverkenner voluit door de muziek te worden meegezogen. Dat leken nogal wat mensen al te weten, te oordelen aan de matige opkomst voor de hoogstaande kwaliteiten van deze muzikanten.

Van deze jazz durven wij te beweren dat dit uitgepuurde jazz is die past bij abstracte schilderijen, of schilderijen van de zee als van Jean Brusselmans en Leon Spilliaert. Vooral bij het lange eerste stuk van de eerste set hadden projecties uit genoemde schilderkunst en ook een reeks  portretten van of à la Modigliani niet misstaan. (Het gelaat van Clemens van der Feen lijkt bij Modigliani's befaanmde schilderwijze te passen.) Zulke projecties hadden de aandacht van een deel van het publiek misschien helpen leiden. Soms leken we immers maar fragmenten te horen van bewegingen en spanningsbogen die we zelf moesten raden. Het was spannend, maar soms ook zoeken waar de spanningsboog zat. Narcissus kan traag spelen zonder dat er van een ballade sprake lijkt. De fellere momenten waren dan ook welkom bij zoveel ruimte en zoveel ernst en kunstzinnigheid.

Dat de muzikanten hun instrumenten beheersen leed geen twijfel. Verheyen speelde mooie ronde noten alsook fijnzinnige zachte en luide klanken uit. Dumoulin die zich beperkte tot de pianoklanken van de kleine elektrische vleugel bespeelde mee het pallet van modern klassiek tot moderne vrije muziek waaruit fijne jazz ontstaat. Van Hemmen met zijn minimalistische drumkit varieerde met vingers en stokken tussen sober, uiterst subtiel en bijzonder krachtig slagwerk. En zo speelde ook Van der Feen met zijn strijkstok en vingers. De concentratie was bewonderenswaardig. Het is ronduit knap hoe de vier elkaar ruimte geven, voor elkaars inbreng uit de weg gaan, weer op de voorgrond treden en soleren, samenkomen en variëren.

Dat de tweede set uit afgelijnde nummers was opgebouwd, kwam de toegankelijkheid van deze uitgepuurde jazz ten goede. Het levendige 'A Shout' was één van de heerlijke hoogtepunten. De rust, de kracht en de sporen van jazz die swingt wisselden elkaar nog overtuigender af.



Danny De Bock




- slideshow -


9 September

Bart Defoort Trio



 © Kris Vanderstraeten

 

Bart Defoort: Tenorsax
Jos Machtel: contrabas
Toni Vitacolonna: drums

 

 

Bart groeide op in een muzikale familie.

Hij studeerde 2 jaar op het "Conservatoire de Bruxelles" bij Steve Houben en volgde zomerstages en lessen bij Joe Lovano, John Ruocco, Jerry Bergonzi en Walt Weiskopf.

Tussen 1986 en 1992 speelt hij in verschillende muziektheater- producties en in avant-gardistische formaties (Simpletones, Blindman Sax Quartet).

Eind jaren '80 begin jaren '90 was hij nauw betrokken bij de "Kaai" in Brussel, waar muzikanten veel experimenteerden en eigen projecten opzetten.

Hij maakt deel uit van het 6tet "KD's Basement Party" ('90-`93) van zijn broer Kris, en sticht samen met Bo Vanderwerf de groep "Octurn". Hij speelt op vele internationale festivals en podia en met vele verschillende muzikanten en groepen. Vanaf de oprichting van het Brussels Jazz Orchestra speelt hij ook hier mee.

Naast het spelen in al deze formaties heeft hij altijd eigen groepen ("Bart Defoort Quartet") geleid waarvoor hij componeert en waarmee hij optreedt en 4 CD's opneemt.

De CD "Sharing Stories On Our Journey" krijgt de "Django d'Or" voor beste Belgische Jazz CD 2009, en wordt tevens genomineerd voor de "Klara Muziekprijzen 2009".

 

 


 

Meer info vind je op de Myspace van Bart



- RECENSIE(S) -



 

 

In de aanloop naar het jazzathome festival kregen we in de jazzzolder een drietal uit het Brussels Jazz Orchestra. Bart Defoort en Jos Machtel zijn bij het BJO al langer sterkhouders, Toni Vitacolonna zagen we op Jazz Middelheim aan de drums verschijnen in het gerenommeerde orkest olv Frank Vaganée.

Bart Defoort toonde op deze avond zijn voorliefde voor bebop en hardbop in een kleine bezetting. De eerste set werd ingezet met Big Foot, een nummer van Charlie Parker. Meteen een back to the roots van de moderne jazz en een stevig begin. Voor het vervolg van de avond werd geplukt uit eigen composities, werden drie stukken van Thelonious Monk gebracht en een nummer van Jerry Bergonzi – naar verluidt fenomenaal muzikant en onbekend bij het grote publiek,  zo ook voor sommigen onder de vaste bezoekers.

Bij de eigen nummers vielen Alma La Diva en Keys to the Kingdom op: sterke composities die ook in deze trioformule prachtig klonken. En er was een wereldpremière weggelegd voor het publiek in de jazzzolder, met de eerste uitvoering van Know How Now – al zou die titel nog kunnen veranderen. De eigen nummers sluiten aan bij de hard bop traditie, maar klinken niet als een  loutere terugkeer naar de periode van eind jaren 1950 en eerste helft sixties. Ze komen over als het resultaat van inzicht in wat de essentie is van hard bop composities, verfraaid met een moderne bril op. Defoort haalt niet uit met vreemde geluidjes, maar speelt met mooie ronde klank heel knap en degelijk, zowel in snellere als trage stukken meeslepend en overtuigend. Helaas had Defoort zijn neus voor zaken doen thuis gelaten en geen cd’s mee om te verkopen. Dat kunnen we natuurlijk bij De Werf nog doen.

De vertolkingen van de Monk nummers waren bijzonder geslaagd. Ronduit heerlijke originele uitvoeringen kregen we, van Ask Me Now en van Pannonica en het derde stuk, was het Bye-Ya? zo’n levendiger Monkske werd met vuur en branie gespeeld. Zowel in de eerste als in de tweede set viel dan ook de overeenkomst op met die neiging van Monk om de bassist geregeld op de voorgrond zijn gang te laten gaan. En daarvoor is Jos Machtel met zijn contrabas uit het juiste hout gesneden. Met een droge klank, veel zin voor harmonie en een onwaarschijnlijke techniek was hij een blikvanger op zich. Hoe zijn vingers de snaren beroeren en zijn logge instrument doen zingen, het dwingt bewondering af. Ook het jonge bloed liet zich niet onbetuigd. De tweede figuur in de ritmetandem mag dan een pak jonger zijn, hij nestelt zich bij de top van de drummers in dit land! Zijn soepele spel versterkte de krachten van het duo Defoort / Machtel en gaandeweg was er ook voor hem ruimte om te soleren, wat hij naar het eind van de tweede set uitvoerig deed. Zijn langste solo was een ferme uitstap, als een nummer in het nummer, waarnaar hij geïnspireerd wist terug te keren. Voorwaar een zalige avond: heerlijke jazz die zonder brokken te maken toch behoorlijk wat zin voor avontuur inhield en waarbij ruim ruimte was voor invullingen van het moment.

 

Danny De Bock




- slideshow   -




23 September

 World Trio



 © Kris Vanderstraeten

 

Evgeny Lebedev (USSR): piano
Haggai Cohen (Israël) : bas
Lee Fish (VS) : drums

 

 

Het World trio is een groep van muzikanten uit verschillende landen, met elk hun eigen culturele en muzikale achtergrond. Elk lid voegt zijn muzikale "bagage" en ervaring toe aan de "klank" van de groep.

Hun repertoire is gebaseerd op de muziek gecomponeerd door pianist Evgeny Lebedev, wiens muzikale achtergrond beïnvloed werd door Europese klassieke tradities, volksmuziek uit het Midden-Oosten en jazz.

Evgeny maakte reeds opnames met Jack DeJohnette, Joe Lovano, Marcus Miller,....

Zij spelen jazz met folk invloeden, maar behouden de vrijheid van het improviseren. Met een basspeler uit Israel, een drummer uit de Verenigde Staten en een Russische pianist is hun muziek méér dan de optelsom van hun verschillende achtergronden.

Hun internationale optredens krijgen lovende kritieken zowel van het publiek als in gerenommeerde jazztijdschriften.

In 2010 winnen ze hoofdprijs op Jazz Hoeilaart.


- De website van Evgeny Lebedev -

 

 

 



- RECENSIE(S) -



 

 

Met hun heel verscheiden afkomst, te situeren in Rusland, Israel en de V.S. kan je bezwaarlijk beweren dat dit trio de hele wereld als invloedssfeer kan doen gelden, maar ze bestrijken wel al heel uiteenlopende gebieden van het noordelijk halfrond. Misschien zegt de naam World Trio wel meer over hun ambities... De groep won in 2010 zowel de 1ste Prijs Jazz Hoeilaart, de Prijs Beste Solist (piano) en de prijs Beste Vertolking van het Opgelegde Werk. De bassist gooide eerder in Hoeilaart ook al hoge ogen met The Duet en kreeg al een Downbeat Music Award. De pianist stond al op het podium met Joe Lovano, de drummer toerde al met oa Esperanza Spalding... en toch ligt de wereld nog niet aan hun voeten.

De jazzzolder en het opgedaagde publiek mocht zich verheugen in de komst van een internationaal vermaard trio dat gelukkig ook nog geldt als een groepje van jonge, veelbelovende talenten die voor velen nog Te Ontdekken muzikanten zijn. Ze gingen in hun eerste set van start met een thema dat sommigen bekend voorkwam – herkenbaar van bij bassist Avishai Cohen die niet meer als jong talent opgang maakt, maar als een gevestigde waarde zijn weg gaat. Zijn reputatie heeft Avishai voor een stuk te danken aan de rol die hij mocht spelen in het Chick Corea New Trio, wat voor hem vooral een springplank was naar een eigen carrière op grote podia. World Trio moet het voorlopig op eigen kracht doen om door te groeien en komt dus alsnog ook langs op een klein podium als het onze.

Met invloeden van regelrecht Amerikaanse jazz plus folk uit het Midden-Oosten en uit Rusland weten de drie bruggen te slaan tussen verschillende werelden en krijgen we boeiende, evenwichtige stukken die zowel kunnen dansen als ingetogen beschouwen. Ondanks een indrukwekkend technisch kunnen en een hoog energiepeil laat het drietal na om nummer na nummer het publiek te overrompelen. Elk kan uithalen als een virtuoos en daar kiezen ze met smaak hun momenten voor. De bassist kan klinken en houdingen aannemen als een tovenaar die opgaat in zijn donkere kunsten die hij aanwendt om mee te slepen en te vervoeren. De pianist kan zijn handen laten bewegen als een klassiek pianist van hoog niveau en met een lyriek uitpakken die je misschien niet inpakt, maar onmiskenbaar knap is. De drummer bespeelt heel gericht troms en cymbalen om ritmisch de dans of de overwegingen te begeleiden of te sturen. Alledrie kunnen zij soleren als Grote Meneren, maar bovenal weten zij geweldige composities uit te werken die getuigen van schoonheid en de zin om te beroeren. Heel fijn internationaal gezelschap dus en weer zo’n avond om blij te zijn dat je er bij was.

 

 

 

Danny De Bock





14 Oktober

Noi Trio


 

 © Kris Vanderstraeten

 

Daniele Martini: sax
Hugo Antunes: bas
Joao Lobo: drums

Dit trio ontstond toen drie veelbelovende muzikanten van de nieuwe jazzgeneratie (een Italiaan en twee Portugezen) mekaar ontmoetten in de Brusselse jazzwereld. De muziek van het Noi trio is een fijne mix van zowel vrije als meer gestructureerde jazz. Volledige vrijheid, eigen composities en zorgvuldig gekozen standards worden samengevoegd tot levendige en opwindende live-sets. Naast het spelen met dit trio hebben zowel Martini, Lobo als Antunes al samengespeeld met topmuzikanten uit de internationale jazzscène zoals Enrico Rava, Jozef Dumolin, Manu Hermia, Toine Thys, Carlos Bica en vele anderen.


Info op hun Myspace

 

 

 


 



- RECENSIE(S) -



 

 

But this is Art…” repliceerde Hugo Antunes, toen iemand uit de zaal riep dat beide Portugezen van het trio wat moesten nablijven omdat er een wet gestemd is dat de Portugezen langer moeten werken (in tegenstelling tot de Italiaan). En gelijk had hij!

Dit was kunst. Zelden een concertje gezien/gehoord dat voornamelijk intimistisch werd beleefd en toch voornamelijk vrije Jazz betrof. Weinig aandacht voor harmonie maar des te meer voor boeiend individueel buiten de lijntjes kleuren en toch steeds weer samen op de pootjes vallen. 

Hoogtepunt ‘Blues in F’ van Ornette Coleman werd in opperste concentratie van een haast academisch ingewikkeld stuk vertaald naar een toegankelijke en opwindende uitvoering.

Grote klasse. Gedurfd en zeer geslaagd concert. De drie vielen mekaar na afloop in de armen.

Net als het grootste deel van het publiek hadden ze duidelijk genoten.” 

 

 

Gi Leoni




- slideshow -



28 Oktober

Blues Syndicate


 

 © Kris Vanderstraeten

 

François Peremans: gitaar en zang
Sjarel Van den Berg: mondharmonica, gitaar en zang
Daniel Lenders: gitaar en zang
Jan d' Hoine: piano
Roland Van den Berghe: bas
Pierre Thielemans: drums



Om nog eens blues te laten klinken in onze club kozen we voor een groep waarvan enkele muzikanten afkomstig zijn uit de contreien van onze voorzitter.
Blues Syndicate brengen stevige blues, dat is het minste wat men kan zeggen van deze mannen, waarvan enkelen samen met blueslegende Roland, ter gelegenheid van de Caputsteenfeesten in 2010, optraden in de Mechelse gevangenis.
Gelukkiglijk werden ze er terug buitengelaten, zodat we deze avond kunnen genieten van hun aanstekelijke muziek


Info op hun Myspace

 

 

 




- RECENSIE(S) -



 

 

Dat de mannen van 'The Shakos' eerder dit jaar Roland mochten begeleiden bij een gelegenheidsoptreden in de Mechelse gevangenis deed hen meteen verleiden tot een naamswijziging. 'The Blues Syndicate' werd het en onder deze noemer brachten zij in de Mechelse Zolder, deze keer zonder Roland maar wel met Mechelse levende legende Sjarel Van Den Berg wat traditionals, rock 'n roll en wat blues gearrangeerde songs (van o.a. Dave Edmunds) Allemaal heel voorspelbaar en eerder van amateuristisch niveau. Sjarel zagen we onlangs nog op de 12.12.12. benefiet en die kon ons toen nog verleiden met een intimistisch nachtconcertje, puur akoestisch en in duo (met een ons onbekend accordeonist). Nu deed ie het allemaal nogal 'overdone' en met de smoelschuiver in steeds dezelfde toonaard. De andere kompanen zaten er al es naast  ook , kwamen puur voor wat ambiance en dus schuiven we dit concertje, dat weliswaar voor volle bak zorgde, in onze bak met het 'sympathiek' label. Wij vinden het vooral spijtig dat dit 'blues'concertje, één van de weinigen in deze soort in de  JaZZZolderkapel, deze keer niet beter ingevuld werd... 'Gewoon sympathiek' dus en afsluiter 'Need your love so bad' van Mertis John Jr. , ooit eerst uitgebracht door Little Willie John maar vooral bekend door de hit die Fleetwood Mac er mee scoorde werd meteen ook voor ons het enige om te onthouen...

 

 

Winus



 


11 November

Scindapsus



 © Kris Vanderstraeten

 

Andy Declerck: saxen, fluit
Edmund Lauret: gitaar
Stijn Engels: piano
Dries Geusens: el. bas
Laurens Van Bouwelen: drums.

Meer info op hun facebook of
op Reverbnation.


Scindapsus Quintet brengt eigentijdse jazz, waarbij hun repertoire bestaat uit eigen composities. In hun muziek komen verschillende stijlen aan bod: van swing, bop en modale jazz tot latin, funky grooves en elektronisch geïnspireerde muziek. Tot hun invloeden behoren jazzgrootheden zoals o.m. John Coltrane, Wayne Shorter, McCoy Tyner, Sonny Rollins,... maar ook elementen uit de rock, hedendaagse klassiek of elektronische muziek.
De persoonlijke speelstijl van de muzikanten vormt de basis voor een uitdagend en verrassend spel tussen solist(en) en ritmesectie.
De groep ontstond in 2009 aan het conservatorium van Gent, waarna zij besloten om met het quintet verder te spelen en een eigen repertoire uit te werken. In 2010 werd hun eerste demo ‘Toxic Turtle’ opgenomen. Ter voorbereiding van opnames van hun eerste CD, wordt hun repertoire steeds vernieuwd en uitgebreid met nieuwe composities.

 




- RECENSIE(S) -



 

 

De voorzitter van de jazzzolder hield een kort, maar vurig pleidooi om ook andere concertzaaltjes en zalen dan de zolder te helpen goed gevuld te geraken bij optredens alvorens de groep van de avond voor te stellen. Dat de volgende avond de opkomst in de Singel voor Follow The Sound de verwachtingen overtrof had waarschijnlijk weinig te maken met de woorden van onze man in Mechelen, maar meer met het feit dat live jazz enigszins in de lift zit. De jazzzolder wil vooral een podium bieden aan opkomende talenten van eigen bodem, maar laat die graag ook nog eens terugkomen als ze met  rasse schreden vooruitgang hebben geboekt. Zo komen wij al eens een wat oudere muzikant tegen, bvb deze avond Andy Declerck – en omdat wij zelf geen muzikanten zijn zetten we zijn leeftijd niet af tegen de gemiddelde leeftijd van de harde kern trouwe jazzzolderratten. Bij Scindapsus is Declerck de leider van de band, de man met de meeste ervaring, de muzikant die het meeste gewicht in de schaal kan leggen.

De eerste compositie van een bloemlezing uit composities van de verschillende bandleden was van de hand van Declerck en die zoog ons meteen krachtig mee. Wereldschokkend was het niet, maar het zat meteen erg lekker: na vurige woorden een vurig stuk muziek, een sterk stuk dat meteen de band liet horen als een hechte groep, dat beloofde. Het viel dan ook niet tegen dat het tweede nummer een traag stuk was en deed denken aan veel jazzplaten die energiek beginnen om dan verder te gaan met een ballad. Helaas was er wel een duidelijk verschil in de kwaliteit van de compositie vergeleken met het openingsnummer en dat werd het meest kenmerkende aan de eerste set: niet alleen het tempo varieerde, maar ook het niveau van de creaties. Het bleef bij sterke stukken genieten van de inbreng van de muzikanten op de verschillende instrumenten, maar er hing voortdurend een schaduw, een donkere dreigende wolk en kans op terugval in de lucht.

Gelukkig en zoals wel vaker met optredens in de zolder maakte ook deze groep tijdens de tweede set een veel consistentere indruk. De kwaliteit was constanter en het was genieten van de krachtige elektrische bas, de fijne gitaarlijnen, de heerlijke gevoelige en gevleugelde saxen, de treffende drumpartijen en dito toetsenspel. Klonk de elektrische piano uit de kleine vleugel in de eerste set niet onaardig, op de rode elektrische piano kwam Engels veel sterker uit de verf. (Met de akoestische kant van de kleine piano van het huis wist hij de hele tijd weg...) Hadden we in de eerste set de indruk dat een leraar een groepje had gevormd met de betere leerlingen uit de recente schooljaren om hen aan live ervaring te helpen, dan wisten we in de tweede set wel beter. Declerck met zijn ervaring van bij BJO, Tuesday Night Orchestra en Kari Antila Group heeft een nieuwe groep met jongens die overtuigend uit de hoek kunnen komen met stukken die aansluiten bij de betere modale jazz  en elektronische invloeden van rond de seventies. We zijn al benieuwd om hen over een jaar of wat eens in een andere zaal aan het werk te zien! Met een stevige band als basis, groeiend zelfvertrouwen en iets meer zin voor avontuur... dat zal me daar klinken !

 

 

 

Danny De Bock




- slideshow volgt nog -



LUQUE'S ONVERKORT KORT !
  

Er is natuurlijk het gezegde, met nen enorme grijze langen baard, dat zegt, al zij het niet eigenmondig, dat de tweede set altijd beter is en vlotter loopt dan de openingsset. En gatverdamme nog aan toe, dit klopte toch wederom aan honderd procent met ‘Scindapsus’ op/in de Jazz-zolder/kapel op 11/11/11, met het bisnummer dat stipt eindigde om elf uur, alsof de duivel en z’n moe’r het hadden uitgekiend. De eerste set, bij aanvang, lichtelijk hortend tot stroef, in schril contrast met de tweede set die gedreven, vlot en met ongelofelijke ‘schwung’, de zaal deed meedansen op hun stoel, de solo’s zwierden zichzelf de zaal in als dolle farandolles, van bopperig tot funk, met als bisnummer zelfs een ouderwetse uptempo blues, een oplopend optreden, met een mooi crescendo en climax, een belevenis waarop gedronken moest worden. Schol!

Andy Declerck op saxen leidde het team virtuoos zonder dominantie, met Edmund Lauret schitterend op gitaar

(klanken en kleuren mengend op een rijp palet ), Stijn Engels aan de keyboards, een beetje verdoken in z’n hoekje, maar sterk aanwezig, Dries Geusens aan de elektrische bas met diverse solo’s in diverse stijlen, Laurens Van Bouwelen op drums de ruggegraat met uiterst fijnzinnige interventies. En dit alles met alleen eigen nummers van alle groepsleden.

En aldus wij zeiden altegaar verenigd in het licht, zoals na de zevendaagse schepping god tot zichzelf sprak: t ’is goed, t ‘is al goed, laat het licht ( Scindapsus n. v. D Red. ) voor eeuwig schijnen. Amen

 


 

(Luqu-qu-quuuuu ! )



25 November

Multitude



CD release 'Dog of Teahan'

stefan bracaval: dwarsfluit
peter verhelst: gitaar
chris mentens: contrabas
nico manssens: drums.


 

Multitude is een collectief van vier musici die sinds 2010 hun amalgaan aan muzikale bagage samensmelten tot een geheel eigen sound.
Het was drummer Nico Manssens die zijn "compagnons de route" van vroegere muzikale projecten samenbracht. Vaagweg geïnspireerd door enkele vroege ECM platen was de toon snel gezet en bleek de groep ook compositorisch een groot potentieel te hebben.
Ze vonden elkaar in een mix van solo en collectief spel waar "open" en "groovability" hand in hand gaan. Een muzikale speeltuin waar elke solist én begeleider, componist én uitvoerder is.
Het resultaat hiervan is te beluisteren op hun gloednieuwe eerste CD "Dog of Teahan" die ze vanavond graag aan u voorstellen.

 

 


- slideshow  volgt nog -



- RECENSIE(S) -



 

 

“Dit kwartet begint met experimentele klanken met loops en soundeffecten waarna het ritmisch en lyrisch sterker staat. In het volgende nummer ‘Maria’s locker’ van de hand van bassist Chris Mentens (met nieuwe bas) doet de groep me een beetje denken aan Focus van de jaren stillekes met Thijs van Leer en Jan Akkerman. Het is een speciale combinatie van de basfluit van Stefan Bracaval met de rauwe gitaarklanken van Peter Verhelst. Deze Peter speelde onder andere met mensen als Nicolas Kummert en Yves Peeters en is tegenwoordig actief bij Luz de Luna en het Midden-oosters geïnspireerde Dame Jeanne. In ‘the spell of the dancing toad’ krijgen we dus een oosterse sfeer mee met buikdanseres. Ook de fluit van Stefan worstelt met de vervormingen. De bassist kan dat al lang en doet dat goed en niet overdreven. De drummer Nico Manssens (bekend van o.a. Quatre ,Fables of Fungus en Lady Linn)  is de enigste van dit collectief die zich zonder electronica mag verklanken.

We krijgen ook rustige nummers maar ik verkies toch een spannender thema van Chris Mentens in het nummertje ‘loveline keys’. Ze spelen ook de titeltrack van hun nieuwe cd ‘dog of Teahan’ hier vandaag vers van de pers zoals ze zelf zeggen.

Bon, de eerste set was ok doch de tweede set is meestal beter. De muziek rolt lekkerder en vlotter in de tweede set. Ze vliegen er swingender in met ‘afromat’ van de fluitist. In het nummer ‘departure’ is een mooi rustig tussenstuk met bas met strijkstok in duo met gitaar. In de tweede set begint eindelijk het publiek te klappen na de solo’s. Zoals steeds beweegt Stefan sierlijk solerend en geeft alles uit zichzelf via de fluiten. We krijgen opzwepender drumwerk en complexere melodie. We krijgen bruter geweld op gitaar in ‘magnitude’ aan de hand van Peter. Dus iedereen brengt zelf zijn eigen stukken en dat is tof in zo’n band met alleen maar eigen nummers. Ook van Peter is het dromerige nummer ‘home’ met beheerst spel. Het doet me soms aan John Abercrombie denken die ook platen maakte met Hein van de Geyn. 

We krijgen nog een rockige uitsmijter waarna ze verder cd’s kunnen verkopen en signeren aan de bar.”

 

 

 

Michel Proesmans





09 December

The Valerie Solanas



Michael Brijs: zang, fluit
Tom Tiest: gitaar
Filip Vandebril: bas
Dmonkeyjazz: drums

 

De muziek van The Valerie Solanas laat zich het beste omschrijven als een barokke mix van pop, jazz, rock, country enz... Ze zijn fervente aanhangers van een absoluut eclecticisme, en willen zich niet toespitsen op één genre. Naast covers spelen ze ook hun eigen nummers. De geest van Sinatra dwaalt door hun repertoire - maar let wel: dit is een Sinatra on acid!
Na twee jaar flirten met crooners, surfrock en pop besloten de heren van The Valerie Solanas het resultaat van hun experimenten in de opnamestudio te vereeuwigen. Elevator Girl werd een avontuurlijke plaat met swingende songs en licht gestoorde teksten. Zanger Michaël Brijs is niet alleen een crooner on acid maar zorgt ook voor een revival van de dwarsfluit in de popmuziek

 

 



- RECENSIE(S) -



 

 

 Niettegenstaande de ontegensprekelijke muzikale kwaliteiten van dit gezelschap bleek uit de commentaren achteraf (nee, ik was er niet bij deze keer...) dat het allemaal wat verloren ging door o.a. een slecht klankbeeld dat wij toewijzen aan het (onvoldoende) bijsturen van de P.A. tijdens het concert. Ook in het verleden hadden hier wat concertjes onder te lijden, ook het vorige optreden met Multitude had daar bvb. last van wegens overstuurde gitaareffecten...

Jammer maar helaas vertaalde zich dat deze keer ook weer in een mager restpubliek na de pauze...

Volgende keer beter...

 

 

Winus

 



23 December

belch quartet


 

 © Kris Vanderstraeten

 

Pascale Delagnes: zang
Mathieu De Wit: piano
Damien Campion: contrabas
Jonathan Taylor: drums

 

De muzikanten van deze groep ontmoetten mekaar tijdens hun studies en achteraf ook op verschillende Brusselse jazzpodia; ze vormden het “Belch Quartet” en willen vooral de Belgische muziek op een jazzy manier in de kijker zetten.
Tijdens een trip in Thailand kregen ze de gelegenheid om met studenten van de "Suksasongkraw Maechan School" een grote multiculturele show op te voeren in het royal theatre in Bangkok. Sindsdien trekken ze regelmatig naar Thailand voor optredens en workshops.
Hun repertoire bevat vooral nummers van Belgische artiesten en componisten zoals Brel, Adamo, César Franck, Vaya con Dios, Arno enz..., weliswaar overgoten met een specifiek “jazzsausje”!

 

 

Info op hun Myspace.



- RECENSIE(S) -



 

 

 

"We sluiten het muzikaal jaar af met een Belch Quartet van eigen bodem, meer bepaald met vier muzikanten uit het Brusselse (Saint Gilles). Ze komen de eerste keer in Vlaanderen hier voor ons spelen in de Jazzzolder. Ze brengen een ode aan België door covers te brengen van bekende componisten op een eigen jazzy wijze. Stevig swingend zetten ze in met indrukwekkend pianospel van Mathieu De Wit in het nummer ‘Coeur de Loup’ van Philippe Lafontaine. De zangeres Pascale Delagnes met zwart wit tulpenkleed is in Antwerpen geboren (langs moeders kant) maar verder opgegroeid met haar franse vader. Ze exploreren verder de Belgische composities en we horen een geheel eigen vertolking van Brel’s ‘Vesoul’. Het nummer begint zachtjes en bij elk couplet stijgt het tempo. Het is een nummer uit de sixties. Daarna volgt ‘tombe la neige’ bekend geworden door Adamo. Je hoort al parelend de sneeuw vallen door de akoestische inzet. Het nummer  ‘comme à Ostende’ van J.R. Caussimon (eigenlijk uit Frankrijk) volgt en is bekend geworden door Léo Ferré en later door Arno. Daarna verdwalen we in de straten van Antwerpen met Wannes Van de Velde in zijn eigen ‘ik wil deze nacht…’.  Ze zingt hier in het NL doch wat moeilijk te verstaan. Het is een nummer van de seventies. Het werd gebruikt in de film ‘home sweet home’. Daarna brengen ze een internationale hit ‘day dream’ van de Belgsiche rockband Wallace Collection. Dat is lang geleden dat we dit gehoord hebben. Na de pauze volgt een jazzy Brabançonne weliswaar. Het mooie intieme ontroerende lied ‘dans les yeux de ma mère’ van Arno volgt. Daarna wat vrolijkers in het bekende ‘ne nah nah nah’ van Vaya Con Dios. Een hoogtepunt is het mooie ‘liefde van later ‘van Herman Van Veen met een fantastische bas solo bij de intro. Ze zingt het nummer gedeeltelijk in het Nederlands en in het originele Frans want het nummer van Brel noemt ‘la chanson des vieux amants’. De hit ‘mad about you’ van Hooverphonic brengt ons naar een climax einde met tussenin de gestreken bas van Damien Campion. Mooi gedaan. Een bis volgt met een ode aan ‘Bruxelles’. 

We worden na afloop getrakteerd door de Jazzzolder op mooi gesneden boterhammen met bubbels of fruitsap.

Proost op 2012!" 

 

 

Michel Proesmans

 



-slideshow  -






Mechelen for life JAZZ : Strange Fruit & Swell Rhythm Combo - concertverslag



 

Maandag, 20 december, nog geen 19 uur is het en ik sta al in de mooie spiegeltent  die geplaceerd is op de Grote Markt van Mechelen voor een zesdaagse ten voordele van de  Music for Life actie van Studio Brussel en het Rode Kruis. Vandaag staat de Mechelen for Life actie, want zo heet het heel toepasselijk hier, in het teken van de Jazz, bezie het maar als een noemer die breed genomen is want heel strikt jazz gaat het hier vandaag niet. Op aanbevelen van Lejo van de JaZZZolder, die het dan weer van mij heeft,  is de eerste groep die vandaag zal aantreden  Strange Fruit, en dat lijkt hier vandaag mooi op z'n plaats al staan de fruitigen er voorlopig nog wat klam bevroren bij. De verwarming hier heeft het immers laten afweten (er wordt intussen aan gewerkt, heet het...) en het inderhaast aangesleurde warmtekanon krijgt wellicht dit ijspaleis niet gans warm. De zangeresjes hebben d'er anders flink zin in, dus heren van de techniek , zet jullie beste warme beentje maar voor om dat hier in orde te krijgen... Met een winterse toestand op de toegangswegen is het ook wat afwachten hoeveel volk hier vandaag, op een maandagavond ! zal komen afzakken want da's niet evident in dit Belgische Winter Wonderland. We zijn al blij als we horen dat er ook nog tickets aan de ingang kunnen verkregen worden en hey, vijf euro, da's toch peanuts voor 2 bands in een avondvullend programma? Afin, op een bepaald moment geraakt de 'centrale verwarming' hier toch nog op dreef, al zal het de ganse avond, en dan vooral voor diegenen die neerzitten aan de tafeltjes, wat killig blijven. Beter is het als je rechtstaat, dan vang je makkelijker de warme, hoger gelegen luchtlagen... Zover wat betreft het binnen klimaat van deze wel erg mooie spiegeltent. Alleen al  voor het interieur zou je geld geven voor een bezoekje ( wel niet roken en op de mooie banken  staan - ben benieuwd hoe dat hier gaat aflopen binnen 2 dagen met het vele volk dat op Buscemi zal afkomen...). Strange Fruit begint voor een wat onderbemand tentpubliek aan een set van Jazz, blues, wat funk en gospel, volledig in het hun vertrouwde eigen concept, daar kan je meer over lezen in onze CD-recensies.  George Johnston mag van wal steken met 'Moondance' van Van Morrison en daarna komen onze sterretjes, Emilie en Nathalie d'er bij, heel enthousiast, haast kinderlijk blij maar met stemmetjes die de ijspengels buiten doen afbreken, heel erg mooi vantijds en wees maar zeker dat we van deze dametjes in de toekomst nog gaan horen. Toch ook nu wat veel intimistische dingetjes die niet steeds op de juiste moment opduiken . Zo krijgen we een blues als bisnummer die ik daar niet zou gezet hebben en het eigen softjazz met een rocky popjasje is ook niet zo gediend met de Andrew Sisters medley die er bijgeplakt wordt maar dat werkt natuurlijk aanstekelijk en op een avond als vandaag mag dat natuurlijk, laat ons voor een goed doel vanavond niet teveel muggen ziften, 't is toch te koud voor die rotbeesten ! Er komt steeds volk bij in de tent, niet echt een toeloop maar genoeg om het toch nog flink gezellig te maken. Een meer dan behoorlijk optreden is het en bovendien staat de band  een deel van de inkomsten uit de CD-verkoop hier af aan het goede doel, that's the good spirit !

 

Tweede band vanavond is het Swell Rhythm Combo, uit Brussel en die hebben duidelijk ook wat eigen publiek meegebracht. Pat Louis, Druss Lecomte en Jack Fire (ex Seatsniffers) brengen in den beginne een, wat mij betreft, wat makke set van 30' en 40' hot jazz en het is wachten tot de nieuwe frontman Bruce Ellison (an American from Brussels) de zaak wat komt begeesteren met zijn wat Louis Armstrong aandoende black voice. Nu zitten we wel goed maar Bruce is dan ook niet de eerste de beste. Als mime acteur/zanger/performer/producer kent die z'n stiel. Mooi hoor want muzikaal zat het met het combo wel goed, maar veel dynamiet zat er verder écht niet in , en dat hadden wij nu wel verwacht, zie. Dat Steven Troch van Fried Bourbon, waar we net ook nog even  een babbel mee hadden, wat later ook nog het podium betreedt voor een erg mooie bluesharp begeleiding, da's nog een opsteker te meer. Dat zijn hier de kersen op de taart en om terug van fruit te spreken denken wij nu al even terug aan  Strange Fruit van daarstraks dat , zo wat later op de avond, hier zeker nog meer bijval had geoogst !

Intussen is het voor mij wat op de klok kijken want ook ik laat me vandaag voeren door De Lijn en  die mannen (en vrouwen) rijen  niet gans de nacht door. Dus wordt het nog een 20 minuutjes doorstappen naar de statie want stilstaan ergens aan een halte, da's wat kouwelijk nu.... zelfs met dat warme hartje van toch ook ietsje gedaan te hebben voor het goede doel (van de verkochte drankbonnen gaat een stuk van de opbrengst naar de actie).

 Vóór het  vertrek toch nog even gauw een shot van de feestelijke Grote Markt en het mooie stadhuis,zóooo kerstelijk...

 

Winus

 







  clicketick for  slideshow !



Vijay Iyer : 'Solo' (ACT 9497-2): -CD recensie  

 

 



CD VIJAY IYER SOLO  over prachtige structuren en disruptieve elementen






Daags na zijn concert, solo in de Hnita-Hoeve vonden we zijn CD 'Solo' minder aangrijpend dan een week later het geval was. We hadden dan ook de neiging om alsnog kond te doen dat van deze CD erg te genieten valt. Nu vinden we daar bijkomende goede redenen voor: op 16 februari treedt Vijay Iyer op in de Singel met het Hermes Ensemble en op 19 april concerteert hij in het Paleis voor Schone Kunsten met Craig Taborn, nog een grote pianist van nu. Laat deze CD u dus maar nieuwsgierig maken.

Sprankel en fris klinken de eerste noten. Donkere toetsen komen erbij, het tegengewicht van de duistere kant. 'Human Nature'. Miles Davis speelde de Michael Jackson hit ook. Met piano solo trekt Vijay Iyer het een eigen kleed aan. The Bad Plus is al langer niet de enige om liedjes uit de popcultuur in stevige jazzuitvoeringen te gieten. Vijay Iyer behoudt de soepelheid en accentueert instrumentaal licht en duister, zwaar en licht.

Zijn uitbenen en gezwind ontspinnen van de Thelonious Monkklassieker 'Epistrophy' volgt er met glans op. Een hoop energie komt vrij. Deze pianist beseft ten volle hoe de fysische kant van het piano spelen de klank bepaalt en hoe de klanken het resultaat en de impact bepalen.

Lyrisch vertellend zich verliezen bij herinneringen aan een vervloekte droom hoor je in 'Darn That Dream', niet gauw zo poëtisch verklankt als hier. Een 21ste eeuwse benadering van de stride piano en Duke Ellingtons 'Black & Tan Fantasy' lijken ons dan dichter bij oude tijdvakken jazz te brengen zoals die van 'Darn That Dream'.

Prelude: 'Heartpiece' vormt dan een donkere brug. (Een herinnering kan opdoemen: aan zijn versie van 'Stable Mates' die je misschien eerder Unstable Mates zou willen noemen, dixit Iyer in de Hnita-Hoeve.) Het is de overgang naar een reeksje van eigen composities waarin donker en licht, sneller en trager in haast modern klassieke muziek vertellen van bespiegelingen. Terwijl de mogelijkheid tot herkenning kleiner wordt, stijgt de intensiteit. Vijay Iyer vervolgt echter zijn eigen logische weg en weet te blijven meeslepen. Hij kan boeiend observeren en ook zo vertellen over indrukken en gevoelens. Hij doet dat met heerlijke patronen in 'Patterns'. Het gevoelige 'Desiring' herinnert ons aan 'Blood Sutra'. Een zachte uitzondering bijna bij de voorliefde voor het disruptieve die deze pianist in zekere zin gemeen heeft met Jason Moran die ook de geschiedenis kent en geschiedenis maakt. 'Games' speelt dan weer meer met het ontsporen…

Of je zijn versie van 'Fleurette Africaine' nodig hebt om dit nummer van Ellington te (her)ontdekken (zie de geweldige 'Money Jungle' van 1962 met Max Roach en Charlie Mingus die in de fifties een eigen label runden en elkaar daarna moeilijk luchten konden) bekijk je zelf maar. Dit is wel een bijzondere herneming van een prachtig nummer.

Afsluiter 'One for Blount' voor Sun Ra besluit daarop geestrijk. Vrolijk begeesterd, geen pompeus slot of zo. Ideaal om een eigen stempel te drukken in de geschiedenis van solo jazzpiano. Als de autodidact die hij naar verluidt is. Spaarzaam en doeltreffend met de pedalen. Met heel gevarieerde vingerzettingen zijn eigen hedendaagse weg zoekend en zijn inspiratiebronnen erend terwijl hij hen ook eer aan doet. Meesterlijk.


Danny De Bock

 








JASON MORAN, TEN (BLUE NOTE) CD-recensie 


Schitteren en schijnen binnen en buiten de lijnen


Jason Moran, piano + Tarus Mateen, bass + Nasheet Waits, drums



 

Op woensdag 12 januari in De Tuin van Eden waren 'Feedback Pt. 2' en 'Fleurette Africaine' van Duke Ellington door Vijay Iyer te horen op Klara radio. Beide pianisten hebben een diep respect en grote bewondering voor Andrew Hill en Thelonious Monk. Hun belangstellingssferen strekken zich breed uit. Ze gaan ook over klassieke muziek, Iyer leent daarnaast uit pop en Indische muziek, Moran doet dat uit blues en hiphop. Beide zijn al enkele jaren prijsbeesten. Moran trad ook al aan met oa Sam Rivers, Bunky Green, Andrew Lloyd, Iyer met Steve Coleman, Wadada Leo Smith, Roscoe Mitchell en beiden met Rudresh Mahanthappa die zo’n beetje een bloedbroeder is van Iyer.

De CD 'Ten' die Moran in 2010 onder eigen naam uitbracht klinkt bijzonder evenwichtig. Zowel wat de stukken op zich betreft als de CD in zijn geheel, de opbouw is fantastisch sterk. Een bluesy trio trekt met 'Blue Blocks' de CD op gang en stapt in hedendaagse jazz die in een zotte Bandwagonvaart belandt, waarbij de pianist met onwaarschijnlijke klaterende reeksen klanken nog maar eens zijn visitekaartje afgeeft. De chemie in de samenwerking met bassist en drummer werpt na tien jaren van banden aanhalen en loslaten prachtige vruchten af. Donkere spanning wordt opgebouwd met 'RFK in the Land of Apartheid'. Jason Moran speelt zowel live als in de studio al langer met samples, maar zoals hij op 'Feedback Pt. 2' ijle elektronica bovenhaalt is enigszins verrassend. Overtuigend ook, de dramatische kracht en poëtische spanning van het stille nummer kan na een flink aantal beluisteringen blijven verbazen.

Levendig wordt het opnieuw met een wandeling in en een dansende mijmering op 'Crespuscule with Nellie' (van Monk) met die inventieve Nasheet Waits die ervoor zorgt dat je de aandacht ook bij de drums en de bas houdt. Ook op de vrolijke versie van 'Study No. 6' valt de drummer op en altijd is Tarus Mateen er om heel economisch het geheel te versterken. Het lijkt geen toeval dat de CD ook ’n compositie bevat van de bassist getiteld 'The Subtle One'. Er is ook een uitvoering van 'Big Stuff' van Leonard Bernstein dat toegankelijk opent en overgaat in een schitterend labyrint. Met 'Gangsterism over 10 Years' wordt de eigen Gangsterismtraditie verder gezet. Op vorige CD’s waren die niet altijd even overtuigend; van deze is het zwaar genieten. Met kracht en zacht gaat het (ook hier) verschillende kanten uit. Zoals op de rest van de CD komt de groep (nog) weinig gewaagd over, eerder als een heerlijke wijn die na jaren zijn volle toetsen laat proeven in een uitermate gebalanceerd geheel.

Vloeiend volgen de nummers elkaar op. In ontwapenende schoonheid, verstilling en eenvoud, in ouderwets jazzplezier, in uitwijdingen bij en uitbreidingen van schema’s, in oefeningen in uit de bocht gaan en toch niet over de kop gaan en crashen... 'Ten' werd in Amerika oa door Jazz Times uitgeroepen tot beste jazzalbum van 2010. Daar kunnen wij alleen maar blij om zijn.

 
Danny De Bock
 
 



RUDRESH MAHANTHAPPA & STEVE LEHMAN : 'Dual Identity' (CD, clean feed)   

                                                                                                                                                                          

                                                                      

Rudresh Mahanthappa, alto saxophone + Steve Lehman, alto saxophone + Liberty Ellman, guitar + Matt Brewer, double bass + Damion Reid, drums


copyright : photographer unknown ... 

 


In de Overd(h)onderd ! update van januari 2011 vond / vindt U het stukje van DJ Kris over On Steve Lehman Quintet 'On Meaning'. Daarin vernoemt hij ook Tyshawn Sorey en Vijay Iyer met wie Steve Lehman het trio Fieldwork vormt. Vijay Iyer die o.a. ook in duo speelt met Rudresh Mahanthappa.

Wie al wat kent van Mahanthappa en van Lehman zal niet verbaasd zijn dat het er soms nerveus aan toegaat bij hun samenwerking. De jachtigheid van een grootstad, de rat race van het leven begin 21ste eeuw is hen niet vreemd. Beiden zijn virtuozen op altsax, snelheid en spelen op het scherp van de snee, zijn part of the game. Alle twee zijn zij dan ook nog eens heren die wat kunnen componeren, dus als zij hun krachten bundelen kan er iets groots van komen. Dat was het geval live op het Braga Jazz Festival maart 2009, bij de opname voor deze CD.

Als twee titanen samen op een podium aantreden, is het niet ongepast dat eerst en vooral zij zich in de kijker spelen. Al spelen zij met zijn vijven en valt heel snel op dat Liberty Ellman met zijn gitaar een pianist in dit gezelschap overbodig maakt, het is vooral het krachtige en vurige spel in het samen uitwerken van de eigen composities van de heren blazers dat de aandacht opeist. Met zijn tweeën laten de protagonisten 'The General' aanzwellen, met zijn vijven zetten zij de toon voor een handvol spannende jazznummers. Al in de eerste track wijken de saxen na een tijdje voor de ritmesectie en komt Ellman op het voorplan, maar pas vanaf nummer 6, 'Katchu', gaan de dominante blazers wat vaker in de schaduw staan. Niet dat Mahanthappa en Lehman zich tijdens de eerste vijf nummers de longen uit het lijf hebben geblazen door continu supersnel spel, maar het was wel intens. Hun lijnen variërend van in harmonie over een beetje schuin tot haaks over elkaar. Zoals de lijnen op het cover artwork. Het is evenwel veel meer genieten van de muziek. Ook in de tragere spanningsbogen op 'SMS' dat vnl met gitaar en sax de ether begint in te stralen.

De intensitieit buigt om vanaf 'Katchu' en de groep boort een ander vaatje inspiratie aan voor een rustige compositie. Net deze is de enige niet van Mahanthappa of Lehman, maar van Liberty Ellman. Met kronkelende lijnen zetten Mahanthappa en Lehman daarna in 'Circus' weer meer de bakens uit en blinkt een groep contemplatief uit met een hechte eigen sound. Matt Brewer legt een mooie warme basweg. Gaandeweg krijgen behalve de gitaar ook de bas en de drums meer ruimte voor heerlijke improvisatie. Met Indische invloeden en als langs meditatie en drukke conversaties en fantastische ideeënspuierij, ach, gelijk een krullende bloem gaat deze CD verder open. Te koop bij Instant Jazz.

 

 

http://instantjazz.com/shop.php

http://www.myspace.com/stevelehman

 http://www.myspace.com/rudreshm

 

 

Danny De Bock

 




    

Chad McCullough-Bram Weijters Quartet: 'Imaginary Sketches' (W.E.R.F. 088)

 

Chad McCullough  Bram Weijters  Chuck Deardorf John Bishop


-perstekst-

 

 

We stellen u graag het nieuwe album voor op ons W.E.R.F.-label : "Imaginary Sketches" van Chad McCullough — Bram Weijters Quartet (W.E.R.F. 088).

Pianist Bram Weijters behoort tot die nieuwe generatie beloftevolle jazztalenten die ons land rijk is. Hij is terug te vinden in diverse uiteenlopende projecten als Dez Mona, Hamster Axis of the one-click Panther, Koen Nys Quintet, Fables of Fungus en zijn eigen Bram Weijters Trio. In dit kwartet laat hij zich omringen door een schare topmuzikanten uit de West Coast scene van de Verenigde Staten.

Co-leader van dit project, trompettist Chad McCullough is één van de meest veelzijdige en creatieve zielen uit Seattle. Hij was reeds terug te vinden aan de zijde van o.a. the Glenn Miller Orchestra, Lee Konitz, Don Byron, ... Als componist schreef hij bovendien muziek voor film, dans, brass ensembles,

Samen met drummer John Bishop is hij tevens de drijvende kracht achter Origin Records, een Amerikaans label voor hedendaagse jazz met meer dan 300 titels en in 2009 nog tot 'Label of the Year' verkozen door het JazzWeek Magazine.

Drummer John Bishop heeft ondertussen vele muzikale waters doorzwommen en speelde samen met grootheden als o.a. Slide Hampton, Lee Konitz, Kenny Werner, Bobby Hutcherson, Carla Bley, Larry Coryell, Dr. Lonnie Smith, ...

Het kwartet wordt vervolledigd door de Amerikaanse contrabassist Chuck Deardorf. Hij is ondertussen meer dan 20 jaar actief in de Noord-West scene van de Verenigde Staten en speelde o.a. bij Bud Shank, George Cables, Kenny Barron, Charlie Byrd,...

Hun debuut "Imaginary Sketches" is een lyrische plaat geworden met eigentijdse composities van de hand van beide leaders.

 

 

 


 


Chad McCullough – Bram Weijters Quartet, 29 januari Appeltuin Jazz, Leuven

 

Chad McCullough, trompet en bugel + Bram Weijters, elektrische piano, Piet Verbist, contrabas + Lionel Beuvens, drums

 

screenshot youtube video


 
Flink wat mensen weten de weg te vinden naar Appeltuin Jazz, dat nu al een paar jaar en met groeiende regelmaat jazzconcerten aanbiedt in de turnzaal van een Freinetschool in Leuven. Met de naam van Bram Weijters (Dez Mona, Hamster Axis of the One Click Panther) op de affiche van een Belgo-Amerikaanse groep, sprak Appeltuin Jazz ook op deze vrieskoude avond tot de verbeelding. Terecht natuurlijk. En als je ziet dat bassist Piet Verbist (Jef Neve Trio, Bart Defoort Quartet eva) ook meedoet, weet je: je mag je aan degelijke jazz verwachten. Hij was er ook al bij toen Weijters en McCullough voor ’t eerst samen wat podia aandeden. Met een bewerking van Verbist van de standard 'I Love You' halverwege de eerste set kwam zijn kunnen goed op het voorplan. Met ronde warme klanken van behendige vingers op gevoelige snaren, trefzeker en met fijne timing zowel in opwindend snelle als trage, gevoelige stukken. 

De avond paste in een concertreeks van Chad McCullough – Bram Weiters om hun recente CD te promoten waarop de verhouding omgekeerd is : drie Amerikanen en een Belg maken op 'Imaginary Sketches' de dienst uit. Drie Belgen en een Amerikaan klonken niet minder sterk. Bram Weijters ging aan de elektrische piano wat meer richting soepele grooves - wat maakte dat de muziek vlot door het oor naar hersenen en bloedbanen vloeide van toehoorders’ hoofden en benen. Weijters en McCullough hebben een neus voor fijne melodieën en lyrische lijnen waar zij evenwichtig uitgewerkte klanktapijten mee weven. Bügel en elektrische toetsen zorgden voor een zacht fluwelen tekstuur, maar ook frisse oplichtende klankkleuren. Waarbij je niet aan experimentele jazz denkt, maar aan instrumentale nummers als songs.

 

Lionel Beuvens vulde ritmisch eerst gedienstig en toch opvallend efficiënt aan. Gaandeweg zorgde hij met eigen accenten en stijl mee voor extra vuur, opjuttende spelletjes met Weijters en co. Toen in de tweede set Verbist aan het soleren mocht gaan, ondersteunde Beuvens hem om dan zichzelf uit te nodigen voor een heen en weer doorgeven van de in te vullen ruimte. Het werd een ongemeen boeiende passage langs onverwachte plaatsen. Een speels hoogtepunt!


Danny De Bock

 

 


screenshot youtube video

 



Chad McCullough – Bram Weijters Quartet : 'Imaginary Sketches'

 

Chad McCullough, trompet + Bram Weijters, piano + Chuck Deardorf, bass + John Bishop, drums


« Dat kan niet anders dan mooi zijn, » zei een vrouw toen Bram Weijters er in de Appeltuin aan herinnerde dat aan de kassa de CD te koop was voor 15 luttele euro’s. Hij had het woord genomen o.m. om het laatste nummer van de eerste set aan te kondigen, maar niet minder om de organisator, het opgedaagde publiek en Lionel Beuvens te bedanken. Lionel viel in voor John Bishop die met griep in Antwerpen zat en de topdrummer droeg meer dan zijn steentje bij aan het speelplezier en de kwaliteit van de muziek. En ja, de cd is mooi.

 

De CD klinkt meermaals als een soundtrack bij een verhaal met een grote Amerikaanse inslag. Weloverdachte schetsen worden uitgewisseld en aangevuld tot hele mooie tekeningen. Deze nieuwe uitgave van De WERF laat zich associëren met de lyrische kwaliteiten die je bij Bert Joris en BJO ook vindt. Het blijft wel een kwartetformule, met zijn  vieren weven ze een volle sound. Muziek die bij trage stukken bezwangerd vol aandoet, uitdeinend in onverholen logische gevolgen. Je kan zeggen dat het allemaal netjes blijft, het kan je desalniettemin meeslepen.

Op de CD nemen Weijters en McCullough de tijd om er in te vliegen. Na een boeiende opener waarin de pianist zonder gevaarlijk te doen de song toch verder vooruitduwt dan je zou verwachten zakt het tempo. In 'Free As Poetry' vindt de lyriek weer de vleugels om snellere bewegingen te maken, waarna het tempo weer zakt in 'Another Dark Ballad'. Met 'Restless', 'Speeding' en 'Late Night, Long Drive' krijgen we dan de snelheid, de spanning en een ontknoping zoals die perfect passen bij de soundtrack van een Amerikaans avontuur van Bram Weijters. Of ‘t voor hem ook zwaar gevoeld heeft als speelde hij mee in een film toen dit kwartet hun opnames maakte – toegegeven, ik had ’t hem moeten vragen in Leuven.

 
Danny De Bock
 


 Jazz?.. welaan dan was het  met 'Speeding'





Anne Wolf Trio + Voices : 'Moon @ Noon' (Mogno Music)




Moderne hedendaagse jazz hoeft niet steeds 'moeilijk' te zijn. Het mag en kan ook gewoon melodieus mooi zijn zoals bijvoorbeeld op deze schijf van pianiste Anne Wolf (Django d'or jong talent 2002). Die omringt  zich voor de gelegenheid  buiten haar deels nieuwe trio met de 'voices' van  Ben Ngabo (uit de entourage van percussionist Chris Joris), Marcia Maria,(de Braziliaanse zangeres uit Frankrijk), Christa Jérôme (bekend van haar samenwerking met Marc Moulin) en Mizzy (ons onbekend...)Dat schept een warme, hartelijke atmosfeer die somtijds erg naar Afrika smaakt zoals opener 'Babu, Buba & Seedy'. Dat daarbij de bas (akoestische 5 snaren basgitaar) steeds erg aanwezig is, stoort geenszins, die gaat mooi mee in harmonie en dat heeft volgens bassist Theo De Jong vooral toch ook te maken met die uitbreiding van de bas met  een hogere 5e snaar. Luister maar eens hoe mooi die kan klinken zoals op z'n  solo in 'Caravan', welbekend van Duke Ellington. Anne schrijft verder vooral zelf de songs en zal slechts enkele nummers coveren op deze 'Moon at Noon'. 'Eigen D'aout' vind ik anders zelf heel mooi en ook daar krijgen we een heel zangerige, bevlogen bassolo naast haar sprankelende pianospel. Nieuwkomer Janco van der Kaaden weet dat overigens mooi te omringen met allerlei percussie. Met 'The Dolphin' vindt de CD daarna al gauw een eerste rustpunt, het is even bezinnen bij een stuk van Luiz Eça met verder weer een bas die liefdevol volgt, zalft en streelt... Met de combinatie van  Braziliaanse zangeres Marcia Maria en het pianospel van Anne daarna  is onze herinnering nooit ver weg van Tania Maria met het ritme van 'Misterios de coraçáo', een stuk van de pianiste, voorzien van de tekst van Maria. Halverwege de plaat dan komt titelnummer 'Moon at noon', berustend in een middagsiesta als het ware, drijvend in een wolkenhemel met flarden cimbaaltjes en percussiedingetjes, het speelterrein van Janco. 'Bernie"s Tune' (Bernie Miller), mooi ingezet door Theo's bas, is dan de tweede van de slechts drie covers en schept een warm muzikaal kader voor de  soli. Warmer kan echter ook nog met '12 to 14' een compositie van het paar de Jong-Wolf, een love song van verwante spirits en daar ergens doorheen dwalen zowaar de geesten van Serge Gainsbourg en Jane Birkin.
' Renouveau' is dan weer terug korter bij de grond, heeft (w)(m)eer kleren aan en hobbelt heel rielekst voort. Heel anders dan de pianoles van 'Choro para náo chorar' waar je aan het andere eind van de kamer een spitsvoetige ballerina vermoedt te staan trappelen. Theo is daarbij even scherp in z'n soleren, draagt voorwaar ook al zo'n nauwe panty (zou je denken). ' Le chemin de Pierre'  gaat daarna de CD uit met een etnische noot, de laatste 'voice' horen we vandaag, en da's die van Ben Ngabo. Dit nummer is er ééntje van Anne, opgedragen aan  haar Theo en aan de liner notes te merken brandt Cupido's lampje daar ten huize van de Jong-Wolf nog hevig ! Voor ons, luisteraars, heeft dit alvast een mooie warme plaat voortgebracht, zelfs de cover pics en het artwork mogen d' er wezen,...fijn zo, je vergeet er haast bij dat het buiten wintert ... 

 

Winus

 

 

 


Een mooi, eigen, pianostuk, je luisterde hier voorheen naar 'D août'...






TRIO HOT in de Singer op 5 februari 2011 - concertverslag


© Guy Van de Poel

© Guy Van de Poel

Theo Jörgensmann, klarinet + Albrecht Maurer, viool + Peter Jacquemyn, contrabas


© Guy Van de Poel
© Guy Van de Poel

 

 

De club in Rijkevorsel programmeert heel breed doorheen het clubseizoen met o.a. rock, stand up comedy en jazz. Binnen het jazzaanbod gaat het er heel verscheiden aan toe met zowel publiekstrekkers als groepen die een klein publiek aanspreken. Trio Hot mag je bij die laatste rekenen, maar dat wil niet zeggen dat dit trio geen grotere opkomst verdiende.

Trio Hot verwijst op een heel eigen, moderne wijze naar het befaamde Quintette du Hot Club de France van de jaren 30, vorige eeuw. De link zit ‘m vooral in de dominantie van snaren plus een klarinet – het blaasinstrument dat een belangrijke rol kreeg in het Quintette zonder Stephane Grappelli. De oude instrumenten worden aangewend om avontuurlijk te improviseren en samen creëren deze drie muzikanten een hecht groepsgeluid.

De eerste stukken voelden als een opwarmen en op dreef komen. Met viool en contrabas trokken Maurer en Jacquemyn de boel aan en de zittende klarinettist Jörgensmann vulde kringelend aan. Zijn zigzaggen over en door het snarenspel maakte mee de uitdaging waar van in klein verband heel leuk variaties te ontwikkelen voor een klein modern ensemble. Behalve bij jazz sluit Trio Hot vooral aan bij moderne vrije muziek.

Maurer had ’t logisch gevonden als Jacquemyn het publiek een beetje had willen toespreken, maar die hield ’t liever bij het uitroepen van de groepsnaam en ging meteen weer in positie staan om verder te plukken aan zijn snaren. Maurer verklaarde toen de groepsnaam en had het ook nog over de titel van hun CD van vorig jaar, 'JINK'. Die heeft alles te maken met snelle bewegingen, niet heel lange, zoals een kip die goed kan maken met d’r kop. Van chicken naar jinks… en vandaar ook de foto op de CD-hoes. Behalve nerveuze bewegingen waren er evenwel ook repetitieve en zowel snelle als trage begeesterd vertellende verhaallijnen. Voor instrumentale kortverhalen vinden zij inspiratie in de klassieke aanpak van hun instrumenten en daarenboven halen zij uit met minder orthodoxe technieken plus het gebruik van hun stem. Heel diep klonk de stem van Jacquemyn als een mediterende Tibetaanse monnik, in hogere registers in menselijk gekakel liet Maurer zich in en verzuchtend, blazend roepend liet Jörgensmann zijn stem horen.

In de tweede helft van de eerste en de hele tweede set vonden de drie helemaal hun draai en bedacht ik dat misschien toch iets te snel mijn budget van euro’s voor deze maand al had besteed. En al die tijd, of Jacquemyn met de vingers of de strijkstok speelde, op gespannen en/of losse snaren, of Maurer klassiek streek of cirkelend of tokkelde, of Jörgensmann heel geschoold of heel vrij zijn noten en klanken koos, het hele concert door wisten zij te klinken als gedecideerd schone muziek zonder ergerlijk valse noot.

De concentratie droop er af en warm applaus was dik verdiend voor dit enthousiaste TRIO HOT!


Danny De Bock

 

 

 





 

Hnita Jazzhoeve, zaterdag 12 Februari : Tutu Puoane Sextet ‘It began in Africa’ - concertverslag

 


 

Na haar hommage verleden jaar aan Miriam Makeba, Mama Africa (met het BJO !) staat  de eveneens Zuid Afrikaanse Tutu Puoane nu alweer op de scene met een programma vanuit haar roots en één waarbij ze graag die scene deelt met musici die voor haar héél veel betekenen. Deels zijn dat haar trouwe Belgische begeleiders waaronder haar man, de voortreffelijke pianist Ewout Pierreux, bassist Nic Thys, ook al een internationale topper van bij ons en drummer Lieven Venken, onze Limburger in New York,  voorwaar geen kattepis ! ‘It began in Africa’ betekent dan ook de start van  een reeks programma’s  waarbij Tutu de ambitie heeft om Zuid-Afrikaanse muzikanten naar hier te halen en hen een plek op de Europese podia te bieden . Daarbij heeft  ze, om te beginnen, al   een heel dierbare brother en mentor uit haar jeugd  hiertoe gebracht en da’s ook niet de eerste de beste :

Trompettist Marcus Wyatt werkte reeds samen met de grootste Zuid Afrikaanse muzikanten waaronder gitarist  Jimmy Dludlu, nam vroeger Tutu ‘under his wings’ en Tutu is nu terecht apetrots om hem voor deze reeks hier bij zich op het toneel te hebben, nu es eindelijk under haar wings !

 

 

 

Niks teveel gezegd blijkt want Marcus ontpopt zich tot een heerlijk lyrische omfloerste blazer en de bugel  geniet niet enkel onze voorkeur, blijkt  al gauw, maar ook de zijne. Rechts op de scène dan, gezeten aan de conga’s en zich bedienend van een breed divers instrumentarium van percussiespulletjes waarvan ik meende dat Chris Joris , ook al aanwezig vanavond, er zijn jaloerse blikken op afvuurde, zit rthythm kunstenaar Tony Paco, uit Mozambique. Allemaal fijne muzikanten van een hoog niveau en dat ten dienste van een programma  dat een heerlijke melange wordt  van jazz en wereldmuziek met zelfs warme Afro-Cubaanse toetsen en samba tussenin. Gestart wordt er met ‘Hymn’, een grootse song waarbij  Ewout al heel direct, geen opwarming nodig,  zich heel bevlogen aan de Fender kan laten gaan en je kan geen oren of ogen genoeg hebben om alle soli en muzikaliteit te vatten tijdens de twee aanstekelijke sets die volgen. Zo is Nic groovy  duimbassend  op de rhytmtandem met een Lieven Venken aan drums die niet alleen de cimbalen streelt  maar ook  vreugdevol kan uitbarsten waar vereist. Tutu zelf , in lang zwart gewaad en very Africa herself, ‘draagt’ de  show  en neemt het publiek hier alras in met haar warme vriendelijke persoonlijkheid. Ze  zingt groots  maar maakt ook  graag en ruim plaats voor haar solerende begeleiders. Natuurlijk krijgen we voor de gelegenheid dan ook wat nummers van Marcus  te horen (‘Madame bliss’, ‘Mr. Baloi’ naast eigen werk en wat nummers van Nic (‘Lucky loser’, Daily six tenth’),  en van Tutu’s  lievelingscomponist, Bert Joris krijgen we nog het nieuwe’ Sundown’, dat Marcus prachtig invult, ere wie ere toekomt ! Ook zijn hommage aan het jongetje Kosin, geboren met HIV en eerder hét gezicht van de anti-AIDS campagne in ZuiD Africa mocht er wezen.  Een warm applaus besluit dan ook de voorstelling maar Tutu komt  graag nog es terug en brengt , als bis en uitsmijter, samen met Ewout aan de piano nog heel intimistisch ‘(song for) Mpho’,méér dan zomaar een liedje voor hun beider dochtertje, nu drie jaar oud.  Een mooi besluit van deze show die Tutu en de haren in een volgende stop  op 18 Februari naar een podium in Bazel, Zwitserland,  brengt . Als je met haar praat blijkt nog steeds  haar jeugdige onbevangenheid  maar wees daar maar van overtuigd :  deze jonge zangeres (geboren  31 mei  1979 in Mamelodi, Pretoria) is een groot talent en op korte tijd sterk gegroeid. Ze is  rijp nu  voor de grotere wereldse podia maar onze  kleine Vlaamse (en Nederlandse) vloeren  zal ze niet zo  gauw vergeten of achter zich laten. Daar heeft ze intussen, sinds Jack van Poll haar ‘ontdekte’ in Zuid- Afrika,al teveel aan te danken . Ze heeft  hier een vaste schare fans opgebouwd die haar, net als wij, een  warm hart toedragen.


 


 Jawel,    ‘It began in Africa’ maar waar zal het Tutu ooit nog brengen? …

 

Winus (met dank aan Michel Proesmans voor zijn bijdragen)

 

 

 

 

   clicketick for slideshow !






 Peter Vermeersch,2009 Jazz Middelheim © JASSEPOES

FLAT EARTH SOCIETY :'HEARSEE' in de Singel 24-02-2011 - concertverslag


VAKMANSCHAP EN MEESTERSCHAP ALSOF HET KINDERSPEL WAS



 

Je zou van de nieuwe show van Flat Earth Society kunnen zeggen dat die gebaseerd is op delven in en spelen met historiciteit.  Meer bepaald duikt deze voorstelling in ontwikkelingen van de geschiedenis van de film, in héél vroege met bvb wat Peter Vermeersch betreft de eerste split screen,  maar de belangstelling van de bandleider lijkt niet zozeer uit te gaan naar filmtechnische aspecten zoals geëvolueerde beeld- en montagetechnieken, het gaat vooral om spelen met spelletjes rond vorm en inhoud. In een schijnwetenschappelijke documentaire wordt een Frankensteinachtige manier van weer tot leven wekken van organismen getoond, in hilarische slapstick een aan coke verslaafde detective die zgn op wetenschappelijk verantwoorde wijze en met succes een drugsbende oprolt... Hoe wetenschap en techniek de tijdsgeest mixt is natuurlijk erg fascinerend en je kan je erover verbazen, het is soms te zot voor woorden en dus kan er ook mee gelachen worden – ook als het oorspronkelijk niet zo bedoeld was. Uit meer dan honderd jaar beeldmateriaal valt vanuit deze invalshoek heel wat te plukken. Dat een Peter Vermeersch daarin inspiratie vindt om muziek bij te componeren verwondert natuurlijk niet. Technieken verfijnen en spelen met absurditeit en andere humor, geluiden van instrumenten laten versmelten of afzonderlijk doen schitteren in een groter geheel... de man doet het al jaren. Hij is zelf al een historisch gegeven in de geschiedenis van de Belgische jazz die ook over de landsgrenzen heenreist en delft en speelt in de verdergaande geschiedenis van de jazz in het algemeen.

De individuele kwaliteiten van de muzikanten en de gezamenlijke bundeling van krachten leidt ook hier weer tot een sterk resultaat. Deze groep speelt het graag zot en is zoals BJO dat ook is,  een sterk merk. Dat is intussen zo’n evidentie dat je het in deze HEARSEE voorstelling bijna niet meer ten volle op waarde zou schatten. Bij deze opeenvolging van vnl ouwe filmkes, in z/w dus o zoveel grijs, die fascineren in simpele technieken staat de muziek wel voorop, fysiek op het podium, maar visueel zuigen de beeldverhalen in grote mate de aandacht van het publiek op. Het contact met het podium zit ‘m vooral in de oren en voor de ogen in de aankondigingen van Vermeersch tussen de filmpjes in. Zoals het knappe filmmuziek betaamt is die door accenten bvb afwisselend sterk opvallend tot ahw geruisloos, want zo vanzelfsprekend, zo passend bij wat je met de ogen volgt. De muziek is helemaal FES met klarinet, trompet, een hele brass band, bas, piano, gitaar, accordeon, drums en vibes. Plus bij enkele filmpjes in kleur: zang en stem.

Op het eind wordt de audiovisuele mix het meest van deze tijd, met een kleurrijke en flitsende beeldcollage van woorden,, letters, filmfragmenten, 50-ies science fiction monsters en ruimtetuigen, amoureuze spanning bij de vreselijkste Actie, met een dynamiek van alles uit de kast halen voor het meest scheppende Slot.

De première kreeg nog een naspel, een loting als een tombolatrekking. Peter Vermeersch kondigde het al aan tijdens de voorstelling zonder pauze, maar wel met verpozing en ook kort op de huid zittende pure schoonheid (die als witte wormen door poriën in beeld kwam) :  In oktober komt er een voorstelling die 'R.I.P.' zal heten en de hele groep zogezegd uitsterft. Afzonderlijk of met een paar of enkelen zullen de bandleden omkomen tot de laatste en zoals de loting wil ook effectief de oudste van ouderdom sterft... grappig, toch, lachen met tragiek?

 

Danny De Bock

 

 

http://www.youtube.com/watch?v=XS6xk_aqkow

 

 



 


Hnita JaZZhoeve, zondag 27 Februari : Gregory Porter - concertverslag


Gregory Porter (zang)
Chip Crawford (piano)
Stefan Lievestro (contrabas)
Mark Schilders (drums)


© Guy Van De Poel

© Guy Van De Poel

Gregory Porter begint zijn set , voldaan van het lekkere eten in Hnita , aan zijn titelstuk 'Water' van de gelijknamige CD. Hij brengt het nummer met brio en helemaal anders dan op de plaat: relaxed en blij met het publiek in de volle kleine club. Het werkt stimulerend en met tempowisselingen is de toon gezet en we zijn allemaal gewonnen voor zijn warme stem en présence. Hij ziet er wat vreemd uit in het strakke pak gecombineerd met een zwarte muts die alleen zijn ringbaard en gezicht laat zien en heeft een petje op. Hij heeft recent een immers huidoperatie ondergaan,  hebben we achteraf horen zeggen, vandaar dus een muts om dat wat te verdoezelen.

Hij heeft zijn vaste pianist Chip Crawford meegebracht samen met twee Nederlandse muzikanten te weten de contrabassist Stefan Lievestro en zijn leerling drummer Mark Schilders. Vooral die Chip Crawford is me er eentje die kan spelen en helemaal uit zijn bol gaat op de gehuurde en perfect afgestemde Yamaha piano. 'It was  a magical moment this evening' zei hij ons achteraf aan de toog met een hoop Belgisch bier erbij. Hij begeleidde o.a. The Four Tops, zanger Billy Eckstine en trompettist Donald Byrd. De groep heeft de afgelopen dagen gespeeld in Amsterdam en Rotterdam en nu zakten ze dus af naar onze Hnita hoeve waar het gezelliger vertoeven is. 'I see some smiley good looking people' zegt Gregory nog. We krijgen een jazzy avond met een beetje soul inslag , veel standards maar ook eigen nummers.

In het snelle nummer 'Black Nile' van Wayne Shorter kunnen de bandleden voluit gaan in de solo's : super swingend en wat een stem ! Het is een sterk nummer van Wayne waarmee je kan stoeien. Daarna om wat af te koelen zijn favoriete ballad 'Skylark' van H Carmichael dat ook terug te vinden is op zijn eerste recente cd . Hij brengt het nummer zeer intiem, warm met natrillende lippen. Daarna volgt een nummer voor zijn dierbare moeder die hem altijd steunt  'Mother song'. Dit is groovy en lots of soul.  In het volgende 'Be good' van eigen hand gaat het over vrouwen die rond zijn kooi komen dansen. (?? nvdr). Gregory geeft er een fluitend einde aan. Om de eerste set af te sluiten volgt het bekende 'Chain gang,' een erg meeslepend nummer.

In de tweede set speelt Lievestro sterker en krijgen we meer swing in 'Brown eyed girl ' en 'Bye bye blackbird' met wat scatting en sterke bassolo. Het lijkt wel of Lievestro op drie snaren speelt. Een mooi rustpunt is het prachtige eigen nummer 'Illusions' in duo met de pianist. Kijk vooral naar een videoclip http://www.youtube.com/watch?v=QE0RwZDyRaw, om dit nummer nog beter te kunnen appreciëren. Ook een tof nummer is 'Wisdom'  en een ode aan zijn goeroe Nat King Cole in het a capella gezongen 'Mona Lisa' : ontroerend mooi gebracht, kort en goed. Genoeg liefdesliedjes want het latinachtige '1961 what' brengt ons de rassenrellen van de autostad Detroit in herinnering. Het heeft wat met gospel te maken en het is een protest song. Gregory en Chip brengen het nummer klappend op gang en zo eindigen ze ook met tussenin een hoop vuurwerk met de meest fantastische solo's. Een verdiende staande ovatie volgt en als bis krijgen we de gevoelige ballad 'You're nearer'. We kunnen zeer tevreden terugdenken aan het eerste optreden van Gregory Porter in België.


© Guy Van De Poel

© Guy Van De Poel


Michel Proesmans

 

 
 






-perstekst-



Hamster Axis of the one-click Panther : 'Small Zoo' [W.E.R.F. 089]





Lander Van den Noortgate Andrew Claes Bram Weijters Janos Bruneel Frederik MeulYzer

 

 

 

Hamster Axis of the one-click Panther is een jonge garde Antwerpse muzikanten die zich sinds 2007 na hun winst op de Motives for Jazz-wedstrijd steeds prominenter op het Belgische jazztoneel profileren.

Na een geslaagde JazzLab-tournee leverden ze een sterk onthaalde eerste demo af. Na een jaar intensief crëeren, repeteren en opnemen, stellen ze vandaag met trots hun kersverse debuutalbum "Small Zoo" (W.E.R.F.089) voor.

Saxofonist Lander Van den Noortgate ging in de leer bij saxofonisten Ben Sluijs en Kurt Van Herck en tekende voor het gros van de composities op dit album. De andere composities zijn van de hand van pianist Bram Weijters.

Op tenorsax vinden we Andrew Claes terug, die naast Hamster Axis ook te zien is in groepen als Brazzaville, Go Tell, Cunning Trio, ...

Contrabassist Janos Bruneel mocht vorig jaar nog de prestigieuze Django D'Or in ontvangst nemen binnen de categorie 'Jong Talent' en is terug te vinden in tal van projecten als DelVitaGroup, Mathilde Renault Trio, Soo Cho Quartet, ...

Ook drummer Frederik Meulyzer behoort tot die jonge leeuwen die in ontelbare projecten actief zijn. Naast muzikale projecten als Stray Dogs, The Cumrats, Marcelo Moncada Quartet kan je hem ook aan het werk zien in diverse theaterproducties.

De muziek van dit bonte gezelschap klinkt hedendaags, maar is ontegensprekelijk geworteld in de traditie en — zoals de groepsnaam al verraadt — doorspekt met de nodige portie humor !

 

 




HAMSTER AXIS OF THE ONE CLICK PANTHER, SMALL ZOO, (W.E.R.F.089) CD-recensie

 

Lander Van den Noortgate, alto saxophone + Andrew Claes, tenor saxophone + Bram Weijters, piano + Janos Bruneel, double bass + Frederik Meulyzer, drums


© Michel Verlinden
hier, in 2008 al, op het JaZZ@Home Festival © Michel Verlinden

 

 

There’s no such thing as… een wilde zin voor avontuur. There’s no such thing as… zachtjes tintelend, pauserend en elegant openen om er dan als een vrolijke bende in te vliegen. 'Small Zoo' is één van twee CD’s die De Werf in één adem uitbracht met Bram Weijters. Hier gaat de pianist mee in heel aanstekelijke avontuurlijke jazz. Met zijn vijven gaan zij wild veel wegen op tussen drukke en kalme, bloedhete en koele verklankingen. De hoes toont weinig kleuren, maar op de CD vind je een ruim pallet aan klankkleuren. In composities van Weijters en Van den Noortgate.

De titel “Small Zoo” laat zich makkelijk associëren met vrij bewegen in de beperkte ruimte van een gevangenschap. Het titelnummer opent trouwens met het nabootsen van dierengeluiden, krijsende apen en tropische vogels, terwijl opvallend droog slagwerk en donkere pianotimbres de dramatiek vergroten. Waarop de beschaving haar intrede doet…

Vrolijk, hevig, avontuurlijk en niet eens vergezocht, alsook bedachtzaam traag, met diepwarme en frisse klanken, zurige en brandende voeren zij ons mee. Deze jongens hebben de ervaring van samen live optreden en dat hoor je, dat voel je.

Na drie nummers nemen zij gas terug om een eerste Weijterse compositie te onderzoeken, “What’s Wrong?” en warme empathie en de nodige (?) pathetiek aan de dag te leggen. Daarop volgt het rustige, klassiek aandoende “A New Balance” van Van den Noortgate perfect, de rust en het evenwicht zijn onmiskenbaar echt en in balans. Drang en dringendheid krijgen een passende titel met 'Emergency' – onlangs ook te horen in Marc van den Hoof's uurtje Jazz op een avond die op Belgische jazz was gericht. Ieder zijn voorkeur natuurlijk, smaken verschillen, zelf kick ik meer op de Weijters die in deze bezetting meespeelt, de dans leidt, dan wel begeleidt. Spannender lyrisch dan ism Chad McCullough op 'Imaginary Sketches'. Ráák met deze compositie 'Emergency' en de erop volgende 'War For  Peace'.

Na een aantal beluisteringen dreig je door groeiende herkenning de grote mate van variatie binnen en tussen de nummers minder te gaan horen. De invloeden van verschillende stijlen zitten hier ook niet als knip- en plakwerk naast elkaar maar in een vloeiend geheel. Als je dan wat vertrouwd raakt met deze CD blijkt des ter meer dat het ook een troef is dat hier twee componisten elk hun stempel drukken.

Elk lid van dit kwintet verdient hier trouwens lof. De ritmetandem die deze architectuur stut van vele kamers, zalen, trappen en (tussen)verdiepingen is uitmuntend ! Sturend ook soms, eigen gangen creërend in het geheel. Soms valt Bruneel op, soms Meulyzer. De blazers zetten met een geweldig gevoel voor timing de toon dan wel een stap opzij… Soms valt de alt op, soms de tenor. En het is dus altsaxofonist Van den Noortgate die mee sterk opvalt als componist, tussen klassiek evenwichtig en druk free laverend. Met hun hecht samenspel en zeer genietbare solo’s tonen deze muzikanten behalve hun afzonderlijke en gezamenlijke kwaliteiten ook hoe sterk de composities wel zijn. Of hoe een band zijn gelauwerde live-reputatie bevestigt met superstevig studiowerk.


Danny De Bock

 

 

 



openingstrack There's no such thing as.. liet zowel de delicate als de zwierige kant van deze jongens horen in een compositie van Van den Noortgate en met sterke stempel v de piano v Weijters :-)






Hnita JaZZ Hoeve, maandag 28 Februari : DAVE PIKE, BENJAMIN HERMAN & REIN DE GRAAFF TRIO  - concertverslag

 

Dave Pike (vibrafoon)
Benjamin Herman (altsax)
Rein de Graaff (piano)
Marius Beets (contrabas)
Eric Ineke (drums)

 

© Guy Van De Poel
© Guy Van De Poel

Aangekondigd als "Boppin' & Burnin' " doet de band deze titel alle eer aan.  Dave Pike , de master on the vibes, weet zich omringd door een schare top Nederlandse muzikanten.  Het wordt weer een topavond om te genieten in de gezellige Hnita hoeve. We zien een goed gevulde zaalmet veel dezelfde jazzcats als gisteravond.

Dave Pike van Detroit VS is toch al ruim 70 jaar oud en staat centraal op de scene aan de vibrafoon en is omringd door goed op mekaar ingespeelde muzikanten waaronder bebopper van het zuiverste water Rein de Graaff aan piano,  zijn buddie Eric Ineke aan drums en verder nog sterbassist Marius Beets.  Hij is de broer van de bekende pianist Peter Beets en voert ook een eigen platenlabel. Extra toegevoegd is nog de Nederlandse Frank Vaganée, nl. Benjamin Herman aan de sax als tweede solist naast Dave Pike.

Het was al geleden van 1987 dat hij nog eens in de Hnita kwam spelen die Pike. Rond die tijd woonde hij een tijdje in Gent en had daar zijn eigen jazzclubje. Nu woont hij in San Diego. Je ziet wel dat hij zich somsniet goed concentreert in de solo en vaak de anderen laat soleren.

Het spel van Ineke en de Graaff is in al die jaren onveranderd gebleven, degelijke bebop en goede begeleiders voor de Amerikanen die in Europa op tournee gaan. Ik vind dat Marius aan de bas sterker speelt dan Lievestro gisteren. Ook Pike klapt mee in de handen ter goedkeuring.

 

Ze beginnen erg swingend met een bebop nummer van Charlie Parker nl. 'Scrapple from the apple' en daarna een Monkje in 'Blue Monk' wat een rustige bekende blues is met mooie saxsolo en een mompelende Pike tijdens het viben. In de volgende klassieker 'All the things you are' doet Pike er nog een schepje bovenop: swingender en sneller handwerk met zijn twee stokjes in een rijke melodie.  Daarna wat afkoelen in de zwoele ballads 'Polkadots and Moonbeams' waarna ze de bebop draad terug opnemen in 'Ornithology' op een thema van 'how high the moon', dat bekend is gemaakt door Charlie Parker. Iedereen kan weer voluit gaan soleren en de stukken vliegen eraf zoals bij  een mooi opgebouwde sax solo van Benjamin Herman.

In de pauze kan Pike wat gaan roken en cola drinken en enkele CD's gaan signeren.  Na de pauze spelen de bebop kalebassen weer op routine. het valt me op dat Pike net een fractie te laat invalt met zijn solo, maar wat wil je, voor zo'n oude muzikant. We horen twee klassiekers : 'I remember April' en ‘Solar' van Miles. Een bittersweet ballade volgt in 'You've changed' met weer een overtuigende saxsolo. Naar het einde toe stijgt het tempo weer in 'Confirmation' van Charlie Parker. Op het einde krijgen we als toemaat naar de blues. Het valt op dat Pike liefst in het hoge register speelt op zijn vibrafoon en in de tweede set ook meer laat zien van zijn kunnen door o.a. noten aan te houden. Zoiets dergelijks doet de bassist soms ook. Het was een geweldige avond want huidige groepjes spelen deze oude bebop niet meer. Het was weer genieten.


© Guy Van De Poel  © Guy Van De Poel

© Guy Van De Poel

Michel Proesmans

 
 






Lee Konitz, Dave Liebman, Richie Beirach : 'KnowingLee' - CD-Recensie


 Lee Konitz, alto & soprano saxophone + Dave Liebman, tenor & soprano saxophone + Richie Beirach, piano




 



Richie Beirach (1947) speelde oa met Stan Getz, Freddie Hubbard, Chet Baker en ook al met Lee Konitz en Dave Liebman’s Lookout Farm. Dave Liebman (1946) speelde oa met John Scofield, Dave Holland, Billy Hart en Lee Konitz. De twee jongere muzikanten van het trio op deze CD kennen Lee dus al langer. Lee Konitz (1927) valt te verbinden met oa Lennie Tristano en Miles Davis lang geleden en gaat al lang zijn eigen weg. Deze CD is het resultaat van twee saxofonisten en een pianist, samen drie heren van stand die de studio introkken om te gaan improviseren. Het ging hen héél goed af. In twee woorden samengevat krijgt de luisteraar Soepele Grandeur.

Dit is zo’n CD zonder opvallend gevaarlijk bochtenwerk waarop wel heel beweeglijk wordt gespeeld. Dialogen worden al eens elkaar aanvullende, elkaar versterkende, soms in de rede vallende notenreeksen van geconcentreerde muzikanten die elkaar aanscherpen zonder overhaast of anderszins kort door de bocht te scheuren. Vaak nemen ze hun tijd en doen ze het rustig aan, groeien de lange melodieën. Geen mainstream easy listening voor de luisteraar, edoch.

De CD opent met 'In Your Own Sweet Way' van Dave Brubeck. De propere, sobere intro gaat  vlotjes over in steeds meer tintelende klasse en mondt uit in heerlijke pracht. Waarop het eigen 'Don’t Tell Me What Key' volgt, op een heel andere manier beweeglijk: wringend kringelend en met de duistere kracht van mensen die monsters kunnen worden. Dat wordt dan gevolgd door een naar binnen plooien in de verstillende diepgang van 'Universal Lament' - naar verluidt volledig ter plekke geïmproviseerd. Als jazz voor u poëtisch mag zijn, hier is de poëzie dwingend logisch opgebouwd. Deze dichterlijke muzikanten weten wat uitpuren en uitbenen is, zij kunnen hartstochtelijk verdichten zonder snoeverig te worden. Maar het blijft niet bij poëzie ook al worden verschillende klassiekers gedeconstrueerd en heropgebouwd.

Van 'Solar' van Miles Davis brengen zij met twee saxen zingend met piano een lange, ongehoorde versie. Hier en elders wordt naar oude waarden teruggegrepen en wordt er modern en vrij bij verzonnen en geïmproviseerd. Het typeert de hele CD die een uitgebalanceerde afwisseling biedt van vlotte warme songs (zoals de opener, zoals ook 'Thingin’ / All The Things That'…) en schone stukken van trage dwingende lijnen. Eigen al dan niet ter plekke ontstane composities maken ongeveer de helft van het repertoire uit. De versies van standards getuigen van oude swing en bop die wordt geüpgraded naar de 21ste eeuw.

De saxen en de piano vertellen vloeiend, dan bedachtzaam, soms voor elkaar naar de achtergrond wijkend, soms solo, soms in duo, zowel traag als snel steeds weer boeiend. In 'Body And Soul' kiezen de saxen elk andere lijnen om elkaar aan te vullen. Maw, verlang niet dat deze CD vooral de pan uitswingt en een overtuigende opeenvolging van klanken wordt uw deel. Met als slotstuk een versie met scherpe randen van 'What Is This Thing Called Love' dat klinkt als de kroon op het werk.

 

Danny De Bock

 


Wij kozen eerder voor het improvisatorische karakter van de driemanscompositie 'Don't Tell Me What Key '

 

als begeleidend sample bij de recensie ...
 



JOËLLE LEANDRE en WILBERT DE JOODE op contrabassen in De Singer, 4-3-‘11

- concertverslag -

 

© unknown, correctie JASSEPOES


Ik beken: ik ben geen groot kenner van geïmproviseerde muziek en over Joëlle Léandre had ik alleen nog maar wat gelezen en horen vertellen, ik had haar nog niet horen spelen. Wilbert De Joode had ik wel al horen spelen op CD’s met Ig Henneman en beide bassisten had ik in andere bezettingen wel al willen zien, maar het kwam er nog niet van. In De Singer zag ik hen dan samen. Het was hun eerste keer samen. “Een wereldpremière,” zei Wilbert De Joode voor ze begonnen. “Exactly,” bevestigde Joëlle Léandre en zij klopte met een hand op de kast van haar contrabas om het publiek tot een applaus uit te nodigen. “We gaan volledig akoestisch spelen,” kondigde De Joode ook aan en dat bleek gaandeweg geen loze uitspraak.

Het duurde niet lang voor ik deze muziek op louter twee contrabassen gebracht met twee paar handen en elk een strijkstok associeerde met noise rock die een groep als Sonic Youth intussen al enkele decennia terug bracht. Geluid en klankkleur spelen heel eigen rollen in een geheel waar net zo goed mooi gevormde ronde noten voorbij rollen. Toen de eerste set al een eind vorderde was het ook even ongelooflijk dat er niets elektrisch versterkt werd, het klonk niet puur akoestisch, het leek even of we er bij waren toen de elektriciteit werd uitgevonden – maar niet dus. Deze twee improvisatorische krachten zijn gewoon niet te onderschatten.

Het had ook iets erotiserend hoe deze twee muzikanten samen speelden. Léandre liet een tijdlang graag het initiatief aan De Joode. De weg die hij insloeg, volgde zij om die samen te bewandelen en er dan nog een schepje bovenop te doen. Waar zijn handen gingen, gingen ook de hare. De snaren leken gewillig mee te geven, gewoon omdat ze voelden dat het goed was. En beter werd. Meeslepender. Soms hield zij even in en verkende hij weer iets hogere of lagere, meer zichtbare  of verscholen regionen. En Léandre ging mee. Léandre nam naderhand over en tijdens het spelen met vingers en strijkstok begon zij te neuriën en te zingen alsof zij in een trance geraakte. De  erotische blik moest plots plaats maken voor een heel ander tafereel, want het leek of zij in contact kwam met oude gebruiken van indianenstammen en dmv houten instrumenten de eenheid met de natuur werd bezongen en verheerlijkt.

Met de klankenreeksen die volgden maakten zij samen duidelijk dat Léandre dan wel een monument is in de geschiedenis van de geïmproviseerde muziek, maar De Joode ook meer is dan een heel sterke speler. Léandre is fenomenaal en De Joode weinig minder.

In de pauze hoorde ik iemand het woord ‘indringend’ gebruiken om de eerste set te omschrijven. Ik kan dat alleen maar beamen. Omdat ik voelde dat ik binnenin tegen infectie aan het vechten was, kocht ik een dubbel-CD van Léandre en vertrok. Een duo-CD met Anthony Braxton opgenomen in Heidelberg Loppem. Zo voorzag ik mezelf van een boeiend vervolg op een meesterlijke set met een man en een vrouw elk met hun contrabas, hun kennis en ervaring ongemeen boeiend bijeengebracht in verblijdend samenspel. Werkelijk muzikanten om vaker te horen en te zien, zoveel is mij wel duidelijk.


Danny De Bock


 


 

 

©unknown

Hnita Jazzhoeve, maandag 21 Maart : Eldar Djangirov - concertverslag

Voor een halfvolle Hnita jazzclub treedt voor de eerste keer in België de jonge pianist Eldar aan. Voluit heet hij Eldar Djangirov en hij is een Soviet uit Kirgizië. Als tiener woont hij al in de VS en op zijn zestiende tekent hij een platencontract met Sony. Hij is nu dus even in België om zijn nieuwste CD 'three stories' te promoten. Deze vijfde CD is een piano solo CD geworden en we zijn benieuwd hoe hij dit brengt in de intieme Hnita hoeve.  De Steinway piano staat in het midden op het podium en is perfect afgesteld. Zonder klankversterking en zonder geklik van fotografen kunnen we optimaal genieten van zijn technisch spel. Al van bij het eerste nummer 'I should care' , een standard zijn we onder de indruk. We merken direct dat hij zelfverzekerd speelt. In feite is hij nog jong en hij stelt zich puur Amerikaans voor om te laten zien zo van 'kijk eens wat ik kan'. We missen daardoor de emotie bij de uitvoering. Het is sec maar uiterst technisch en indrukwekkend.

Hij speelt uiteraard ook muzikaal en kan diverse stijlen spelen zoals klassiek , wat toch zijn eerste liefde is. We horen ondermeer  van Brahms  de 'cappricio in B minor'  en 'Prelude In C sharp Major' dat enorm snel is gespeeld met veel souplesse. Hij heeft duidelijk geluisterd naar de grote meesters van de jazz waaronder Art Tatum. Hij speelt diverse jazzstijlen zoals blues en stride zoals in het overbekende 'Moanin'. Hij speelt vingervlug à la Oscar Peterson in het nummer 'Place Saint Henri'  of van Monk het bekende stuk 'Ask me now'. Een mengeling van jazz en klassiek horen we in 'Somebody loves me' van Gershwin gelinkt aan een klassieker van Bill Evans. Ook krijgen we een speciale versie van 'Darn that dream' van Jimmy Van Heusen.

Eldar brengt naast de bekende meesters ook enkele eigen nummers zoals 'Exposition'  en het ingetogen 'Insentitive' en dat zou hij meer moeten gaan doen. Op het einde krijgen we de 'Rhapsody in Blue' van Gershwin in wat hij een perfecte symbiose vindt van jazz en klassiek.

Michel Proesmans

 




ORATORIËNHOF, 24 MAART

 


Het begon alsof twee sopraanvogels samen een lied aanvatten, een verhaal met twee stemmen die heel complementair met melodieën en gekwetter uitpakten.

Met korte draaibewegingen van hun lange snavels verspreidden zij hun noten, sommige leken door middelpuntvliegende kracht uit de notenbalken te vliegen - zoals wanneer Mimmo  met lange zwiepende bewegingen vertelde hoe grote boten wijde wateren doorkliefden.

In werkelijkheid zagen wij twee gedreven en bedreven muzikanten met een eigen identiteit en een eigen stijl. De ene muzikant kwam uit Finland en de andere uit Italië, elk met een eigen cultuur en pupillen van dezelfde meester, genaamd Steve Lacy. De Fin in jeans en T-shirt, aan de wijn, de Italiaan klassiek hemd, pak en fijnlederen schoenen, sober. Elk hadden ze een eigen bevlogen spel dat paste bij hun uiterlijk. Sjöström wat groezelig en soms met hulpstukken (bvb plastic beker) gedempt, Mimmo meer met fijne klanken spelend, meermaals voluit opgewekt. Hun verschillende aanpak vervlochten zij tot een heerlijk geheel. Virtuoos en met humor.  Mimmo zingt ook in zijn omgekeerde sopraan. Het enige andere duo dat in mijn gedachten opkwam is Aki Takase / Louis Sclavis, om maar te zeggen dat het niveau hoog lag.

Zij hielden hun sets kort. In de pauze deden ze zonder het te plannen nog wat aan improvisatorische stand up comedy rond de Amerikaanse zegswijze om iets “some serious shit” te noemen. Je hebt er volgens Sjöstrom dan het raden naar of serious dan wel shit belangrijker is. En daar moest nog iets achter, volgens Mimmo, “some serious shit, man”...

Voor en na de korte break speelden ze alsof ze wisten vanwaar ze zouden beginnen om dan ter plekke te zien waar ze er mee heen gingen.  De intensiteit werd er niet echt heviger om in de tweede set, er was wel enige teleurstelling dat hun cd ‘Live In Berlin’  de volgende dag zou uitkomen. Want twee sopraansaxen, twee improvisatietalenten en dan zo goed, dat is uniek. De live cd is is te bestellen via  de website van Mimmo die als hersteller van blaasinstrumenten actief is, per e-mail: gianni@amiraniwoodwind.com

Danny De Bock


 

BIOS


 

HARRI SJÖSTRÖM

Born February 29 1952 in Turku, Finland. Played piano and guitar in his childhood. Studied music with Harry Mann, (saxophone, flute, piano), later saxophone with Leo Wright and Steve Lacy as well as photography and film at the Lone Mountain College and San Francisco Art Institute from 1974 - 1978. Also attended the special class for improvisation at the L.M.C. led by trombonist Johannes Mager.

This joyful, creative and intensive experience with improvisation (musical and theatrical) captivated him so much that since then he has nearly always worked with improvised music and in numerous mixed media projects including film, photography, visual arts and dance. Has also participated in workshops held by John Cage, Georg Russell, Steve Lacy and Bill Dixon among others.

After leaving the u.S., Harri moved to vienna, Austria, which became his doorway to the European improvised music scene. Formed his first improvising groups and organized numerous projects in Finland and elsewhere. Brought many of the most notable innovators on the international improvisation scene to Finland. One of his early

projects included a tour with Derek Bailey's "Company" which was their first in Finland. Moved to Berlin in 1985.

Founded the international "QUINTET MODERNE" and co-founded the "THE PLAYER IS" trio with Teppo Hauta-aho and Philipp wachsmann. There's also the Bernhard Arndt / Harri SjostrOm duo, which goes back to 1986. His newely formed group is called "THREE METER DOG" with, among others, drummer and percussionist Tony Buck and pianist Bernhard Arndt. The very latest formation "wait" is formed in 2005.

In 1990, Harri met Cecil Taylor in Berlin and has been involved in a large number of projects with the legendary pianist and composer since.

Most notable of these were the "CECIL TAYLOR QUINTET- DESPERADOS", also featuring P. Lovens, T. Hauta-aho, and T. Honsinger, and the "CECIL TAYLOR QUARTET- QUA" (Cadence Records) with Dominic Duval and Jackson Krall, as well as various large ensembles. Some are documented on FMP-Records (Free Music Production).

Has collaborated with a large number of the notable leading improvisors in the international scene since the late 70s and performed at numerous international jazz and contemporary music festivals. occasionally performs solo and is involved with making film-music. Harri SjOstrom has been a saxophone teacher since 1980 and is a vital member of the European improvised music scene.

GIANNI MIMMO


soprano sax and composer in the fields of jazz and experimentation for over 25 years in his own original projects with highly disparate groups working on relationship between music-text and music-image.

The treatment of musical timbre and of advanced techniques on the soprano sax, to which he has monastically dedicated himself, have become the distinguishing features of his style.

His work mainly focuses in relationships among distances, essentiality, sincerity and his productions have been excellently reviewed by international magazines and webzines.

His current projects include collaboration with musicians as John Russell, Jean-Michel van Schouwburg, Hannah Marshall, Lawrence Casserley, Martin Mayes, Gino Robair, Damon Smith, Scott,R.Looney, Kjell Nordeson, Gerard Uebele, Chino Shuichi, Nicola Guazzaloca, xabier Iriondo, Gianni Lenoci, Enzo Rocco, Angelo Contini, Stefano Pastor, Stefano Giust, Cristiano Calcagnile, Harry Sjostroem, Marcello Magliocchi and with dancer Marcella Fanzaga, video artists, and poets as well.

He extensively tours in Europe and USA invited at International festivals and venues and runs the indie label Amirani records.

 

 

 



 

 

 

ROBIN VERHEYEN NEW YORK QUARTET in de Singer, Rijkevorsel, 27 maart 2011

 

Robin Verheyen, tenor- en sopraansax + Ralph Alessi, trompet + Thomas Morgan, contrabas + Jeff Davis, drums

 
 © Guy Van De Poel   © Guy Van De Poel
© foto's Guy Van De Poel

Het was niet de eerste keer dat Kempenaar Robin Verheyen even langs België kwam met enkele muzikanten die in New York resideren. Deze keer was het met zijn NY Quartet met Ralph Alessi die al een tijdje met groten speelt, denk bvb aan Steve Coleman, Fred Hersch, Scott Colley. Met Thomas Morgan die ook al met Steve Coleman speelde, met John Abercrombie ook. Bij Jeff Davis kunnen we verwijzen naar samenwerking met Michael Bates of Jon Irabagon.

Een stevige groepsbezetting dus om met ruimte en timing in de muziek te spelen. Een inventieve ritmetandem die voortdurend voor beweging kan zorgen – in eenvoud en complex. Een tweede blazer met een beheerste en bewonderde techniek. Het zal in de jazz altijd een uitdaging blijven om met zo’n kwartet te overtuigen. Van de kleinste cafés tot de grootste podia. Robin Verheyen Quartet deed dat in de Singer.

De helft van de nummers had nog werktitels als NY1 en NY9, maar er was maar één enkele keer een duidelijk misverstand en dat was dan bij het slot van een stuk dat de drummer iets later wou plaatsen dan Robin. Dat leverde dan nog een evenwichtiger einde op. Robin koos opvallend veel voor de sopraansaxofoon en benutte daarvan de finesses en de krachtige mogelijkheden. Hij had een aantal mooie lijnen uitgestippeld, voor zichzelf en om samen met Alessi te spelen en om op in te spelen. Hij had soleerruimte voorzien voor de anderen en ergens in een nummer ook plaats voor een stukje in duo met contrabas en drums. Repetitiviteit en polyritmiek, weloverwogen constructies, intelligentie en schoonheid kregen we. Het klonk sterk en deed verlangen naar een CD van dit kwartet. Die zou voorzien zijn voor release over een jaar…



Danny De Bock

 
 





Mark Alban Lotz, muzikant, componist - een voorstelling

Verleden jaar stuurde Mark ons een paar CeeDeetjes toe van ouder werk (2002 2008) en misschien net daarom bleef het hier wat uit the picture. Zoals we echter zijn wordt alle toegestuurd werk wel es voorgesteld en dan doen we dit nu graag bij deze. Soundtrack-music, dromerig en bijwijlen flirtend met wereldmuziek maar er is  nog méér. Te ontdekken voor jou op 's mans myspace of Lotzofmusic site.



 

© Mark Alban Lotz


 

 

Flutist, Improvisor, Composer  Born: June 12, 1963

 

 

Mark Lotz is more than just a big voice in the European jazz scene. He is at the forefront of jazz, classical and World Music and is obviously enjoying every minute of it! (Tomas Pena, Jazz.com & Latin Jazz Network)

In his music Mark Alban Lotz  builds a bridge between jazz and contemporary music - often crossing boundaries with other musics of the world. Some facts:

Grew up in Thailand and Uganda as son of jazz researcher Dr. Rainer Lotz. Started playing flute at age of seventeen and ended up studying both jazz and classical music at the School of Arts Amsterdam, The Netherlands. Private tuition in the US. Price winner of the Karlovy Vary and Middlesea Jazz competions. Now student of Indian Bansuri Flute at the Rotterdam Conservatory.

Mark has performed in concert and recorded with many of the world's greatest improvisers like Chris Potter, Wolter Wierbos , Michael Moore, Luc Houtkamp, David Tronzo, Jason Robinson & Cosmologic, Artdirectors, Harry Sparnay, David Haney, Achim Kaufman, Michael Dessen , Michael Vatcher , Scott Walton, Nathan Hubbard, Ernst Reisegger, Han Bennik, Theo Lovendie, Michiel Borstlap , Luigi Archetti, Mathew Ostrowski, Vitold Rek, Alan Laurillard, Ramon Valle, Anatol Stefanet, Korhan Erel, Umut Caglar, etc.

Through the years Mark has performed and recorded with masters of diverse folkore and world music music over the whole globe. Literally from A(rmenia) too Z(ambia). A.o. with members of the Conjunto Folklorico Nacional de Cuba, Conjunto Folklorico de Oriente, Yoruba Anabo, Lucumi, members of the Clave y Guaguanco, Miguel “Anga” Diaz, Najma Akthar, Kamil Erdem, Eddy Martinez, Molla Sylla, Martha Gallarraga, Sandip Battacharya, Alexei Levin, Lilian Vierra, Nicky Marrero, Frankie Rodriguez, Latif Saad, Raj Mohan, Estrella Acosta, Omar Ka, Petar Ralchev, Joe Santiago, Miguel “Anga Diaz”, Amelia Pedroso, Zuco 103, etc

Toured Festivals all over Europe as well as Canada, USA, Moldavia, Ukraine, Russia, Cuba, Egypt, Suriname, Bulgaria and Turkey.

Lotz has composed in commision for Theater play, Experimental String quartet, Three Piano trio, Big band and other diverse ensembles and worked together with actors, artists, dansers and Vj. His work as composer is supported by the 'Fonds voor de Sheppende Toonkunst'.

Mark is part of the “Music: World Series” concert organisation and is initiator of the free improvised music concert series “u-ex(perimental)”.

His music was rated no’s.1 - 10 at lots of music charts, top ten's, tipsheets, published on Compilation CD’s and chosen as editor pick and special feature in diverse international publications.

Mark has released 11 Cd's (US&Europe) as a leader/co-leader and recorded many CD's as sideman for diverse Jazz, Cuban, Pop and World Music ensembles.

First Mark gained international acclaim with his European interpretations on Afro-Cuban Religious folklore quickly followed by his creations of “Pyg-mee-bop”, Whisper music” and “Corny Water Music”.

 

 

Mark Lotz is more than just a big voice in the European jazz scene. He is at the forefront of jazz, classical and World Music and is obviously enjoying every minute of it! (Tomas Pena, Jazz.com & Latin Jazz Network)

 

 

www.lotzofmusic.com

 


 


Luque, onze all music fanaat, van klassiek tot zwaar geïmproviseerd, nam de Ceedeekes mee naar huis en schreef, naar gewoonte wat korts :


 

Lotz of music

Pum’kin Diaries

LopLop productions

LLr 008  2002

 

Mark Alban Lotz of music

Bite!

LopLop productions

Lc 13310   2008

 

 

Gelijktijdig twee Cd’s voorstellen is een lastig ding, zeker als het opzet zo verschillend is. De ‘Pum’kin Diaries’ een gecomprimeerd verslag van een aantal optredens in het Pompoen Theater te Amsterdam en ‘Bite!’ als eerbetoon aan de overleden zeeonderzoeker Jacques Piccard, appelen en citroenen dus.

Als staalkaart, kan de ‘Pum’kin Diaries’ wel tellen, een variatie aan stijlen, van erg melodieus tot zuiver improvisatie, maar steeds erg toegankelijk, to the point en erg onderhoudend. Na 4 dagen theater  was er natuurlijk genoeg materiaal om alleen de allerbeste stukken te kiezen en  het resultaat is navenant, leuk dus!

Bite! vertrekt van de onderwaterwereld van Piccard en probeert deze te evoceren, of toch een muzikale illusie er van, met o.a. PVC contrabas, fluiten en meer van dat fraais. Typisch geschikt voor Lies Steppe’s 'Laika' op zondagavond bij Klara. Er wordt gespeeld met allerlei vervormingen met geprepareerde instrumenten en dat geeft best een mooie soundtrack waar men zonder veel moeite, blauwgetinte zeebeelden kan bij fantaseren, maar dan moet je wel de hint meekrijgen, anders gaat de boot niet te water. Aangepast aan het onderwerp loopt de zaak traag en gestaag, als eb & vloed. Erg leuk, erg goed, maar geef mij dat sterker gepeperde pompoensoepje maar !

 

Luque

 

 






Energiek, dynamisch, bezield






LIVE AU TRACTEUR, RAPHAËL IMBERT PROJECT (ZigZag-Territoires / OutHere, CD-recensie)

 

Raphaël Imbert, saxes + Stéphan Caracci, vibes + Gerald Cleaver, drums + Joe Martin, bass

 



Met een motor als Gerald Cleaver op het podium kon Raphaël Imbert met veel vuur zijn gang gaan die avond 'live au Tracteur'. De drummer en de troms ademden plechtstatigheid om met 'Shared Temples' in te zetten. De zangerige aanbidding van Imbert op sax werd scherp en hevig. Cleaver verzoende devotie met heftige emoties en een flinke dosis verbetenheid. Zonder verpozen stuwden Imbert en Cleaver 'Ecosystem of citybirds' uptempo vooruit, in een ode aan Charlie Parker en andere groten…

 

Als Imbert en Cleaver samen hard gaan is het genieten, in dit Ecosystem rond een mooi thema. De rietblazer en de man van het slagwerk inspireren elkaar. Imbert met felle sax wendbaar draaiend zo’n beetje als Jon Irabagon met Barry Altschul op 'Foxy' en Cleaver krachtig met stuwende ritmes zorgen ervoor dat het hard knettert terwijl het swingt. Het blijft swingen als de vibrafonist mag soleren, maar dan laait het vuur toch even minder hoog op. De clevere Cleaver ontwikkelt dan een boeiende lijn naast die van Caracci. En er is nog het mooie thema.

Joe Martin en zijn basspel vallen pas op vanaf nummer drie, op het innemende 'Po Boy' waarbij de vibes ons wel meenemen. Voor een traag nummer, voor een rustgevend nummer, vertederend, maar neem dit met een korrel zout. Je zou er vertakkingen op Dixilieland en aanverwanten in kunnen horen, geënt op op een wals culminerend in een krachtig slot.

 

Volgen nog 'Omax at Lomax' en 'Jamin’ with Jamin' - vijf nummers maken deze CD uit, waarvan vier langer dan tien minuten. 'Omax at Lomax' verwijst zoals de naam doet vermoeden naar de opnamen door Alan Lomax. Daarop speelt Imbert met geluiden voordat ze samen een melancholische toon aanslaan. Het verhaal gaat verschillende kanten uit. De muzikanten improviseren een huwelijk tussen avantgardistisch vrij spel en traditionele ritmes.

Op 'Jamin’ with Jamin' blaast Imbert de zaak weer harder aan en ontwikkelen de vier muzikanten opnieuw de opzwepende, meeslepende kracht zoals eerder in het optreden. Terwijl in 'Ecosystem' de bas niet opviel, komt die hier heel goed tot zijn recht. In 'Omax at Lomax' kreeg Martin de ruimte voor een fijne solo, op 'Jamin’ with Jamin' neemt Cleaver de gelegenheid te baat om ons met een meeslepend slot in te palmen…

 

Ja, die avond 'live au Tracteur' kon deze band heerlijk loos gaan met een geweldige Cleaver en geïnspireerde Imbert.


Danny de Bock

 


Wij kozen voor de kracht en het mooie thema van 'Ecosystem of Citybirds'

slechts een 'extended uitreksel keeg je hier want origineel ruim 12' lang 



zondag 3 april 2011



Porgy and Bess, Terneuzen


Stichting Porgy & Jazz presenteert :


Jazz Orchestra of the Concertgebouw met Tom Harrell - concertverslag

(De Amerikaanse trompettist Tom Harrell speelde voor het eerst in Porgy en Bess tijdens het Schelde Jazz Festival)

 

Bandleider: Henk Meutgeert; Saxofoons: Joris Roelofs, lead alt; Jorg Kaaij, alt; Simon Rigter, Sjoerd Dijkhuizen, tenor; Juan Martinez, bariton.; Trompetten: Jelle Schouten, Wim Both, Rini Swinkels, Ruud Breuls, Jan van Duikeren.; Trombones: Martijn Sohier, Jeroen Rol, Bert Boeren, Martien de Kam. ; Ritmesectie: drums: Martijn Vink, Marcel Serierse. ; Gitaar: Martijn van Iterson. ; Bas: Frans van Geest. ; Piano: Peter Beets

 
 © Jos Knaepen

© Jos Knaepen

Wat is het leuk om eens op een zondagnamiddag rond 15u in een gezellige jazzclub te genieten van een bigband. Het Jazz Orchestra of the Concertgebouw (JOC) bestaat sinds 1996. Via een grote wereldtoernee in LA, Azië en komende uit Zuid-Amerika strijken ze voor de derde keer neer in de redelijk gevulde Porgy and Bess in Terneuzen. In de band zitten de crème de la crème van de Nederlandse jazzmuzikanten. Van bij het eerste nummer vliegen ze er direct in. We steken een propje watten in onze oren voor de stevige blazers want als je redelijk vooraan zit komt er een geluidsmuur op je af. De pianist van dienst is de geweldige Peter Beets die vrolijk en zonder moeilijk doenerij straight jazz speelt met een vleugje ouderwetse stride piano. Wat kan die man goed spelen zeg. In dat eerste nummer ‘Two brothers’ sterk gelijkend op het bekende ‘Four brothers’ mogen de rietblazers Simon Rigter (hier de componist) en Sjoerd Dijkhuizen tekeer gaan als de "Two Brothers". Het eerste nummer is zo goed gespeeld dat de sympathieke dirigent Henk Meutgeert , die alles vakkundig aan mekaar praat, aan de geluidsman vraagt of alles wel opgenomen is want hij wil eens een live plaat opnemen in deze club. We kunnen wat afkoelen in de ballad ‘How deep is the ocean’ van Irving Berlin. In dat nummer schittert Bert Boeren als trombone solist. En na het eerste couplet zet de band weer swingend in. Nu komt eindelijk stertrompetist Tom Harrell erbij en brengt zijn nummer ‘Entrance' met de gehele band. Hij speelt nog wat aarzelend vind ik en laat veel solo’s over aan de band. In het bekende ‘Come rain or come shine’ van Harold Arlen komt Tom weer meer aan bod. Hij moet wel zien dat hij niet van het podium valt want het is krap bewegen. Het podium is iets groter gemaakt voor deze grote band maar het is toch moeilijk rond de paal bewegen voor de solisten om bij de microfoon te komen. Tom schittert uiteindelijk en weet de dirigent te ontroeren in zijn specialiteit, de ballad, en dit in zijn eigen sterk nummer ‘Time’s mirror’ gespeeld op flugelhorn. In dat nummer soleert ook de gitarist Martijn van Iterson. Daarna horen we nog  een uitgekiend werkstuk in verschillende tempo’s aan de hand van Tom in zijn eigen werkstuk ‘Shapes’. Je kan haast niet geloven dat de band begin dit jaar bestaansonzeker is , maar toch mits subsidies weer verder kan tot einde 2012.

 

De Amerikaanse trompettist Tom Harrell is by the way toch één van de beste trompettisten ter wereld. Tom lijdt erg aan schizofrenie en moet een kilo pillen per maand slikken. Hij speelt al vanaf zijn acht jaar en studeerde af aan de Stanford Universiteit op het onderdeel Compositie. Hij kon na zijn studies meteen aan de slag bij het orkest van Stan Kenton en in de jaren zeventig speelde hij bij Woody Herman en Horace Silver. Daarna speelde hij bij Phil Woods. Zijn harmonieuze spel heeft iets weg van dat van Clifford Brown.

 

Na de pauze speelt Tom Harrell veel sterker en hij brengt samen met de big band schitterende arrangementen  zoals zijn ballad ‘ Portrait of Jenny’. Na het nummer geeft Henk aan Tom een innige knuffel omdat de muziek hem als fan zo ontroert. In het nummer  ‘Moon Alley’ brengt Martijn van Iterson een mooie solo op gitaar) en in  ‘Latifa’ brengt  Simon Rigter op tenor een geweldige solo. Tom maakte indruk met de Charlie Parker compositie Chasin' The Bird', dat hij bewerkte voor big band. Tom’s nummer ‘Humility’ is helemaal vanuit zijn hoofd geschreven en dat is opmerkelijk.

Op het einde brengen ze allemaal het nummer ‘Blues for the date’ van Peter Beets met arrangement van Henk Meutgeert. Hiervoor heeft het JOC orkest een heuse edison award ontvangen voor het gelijknamige album.. Rodolfo Neves, Jan van Duikeren en Ruud Breuls zijn hier de solisten.

We hopen de band zeker nog eens te treffen in de Porgy and Bess want ze zijn heel tevreden met de ontvangst. Het aanwezige publiek gaat met een tevreden gevoel naar huiswaarts met nog wat nasuizen van de melodiëen.


Michel Proesmans

 

 


 


 

BRICK QUARTET, 6 april in Togenblik, Beveren-Waas


© Mafi


Mathias Van de Wiele, gitaar + Ben Sluijs, alto sax + Lode Vercampt, cello + Dimitri Simoen, drums


Het kan een goed idee zijn om de optredens te gaan zien van de combo’s van een plaatselijke muziekacademie. In Beveren kreeg je er van de jazzacademie een concert bij van Brick Quartet.

Het viertal speelde een geïnspireerde eigenzinnige set. Mathias Van de Wiele die zelf lesgeeft in Beveren stelde de groep voor en daar gingen ze. Om te beginnen met ‘Snake Skin Velvet’. De slang in kwestie leek een woestijn als habitat te hebben; aan de lentewarmte van die dag werden schetsen toegevoegd van verzengende hitte, contrasten tussen bruintinten van zand en schittering van fel licht. Het had iets van een zacht beginnen in een weinig Bevers aandoende sfeer. Met titels als ‘Opgedoekt’ en ‘Overstroomd’ kwamen we al dichter bij Vlaanderenland. Meer bepaald bij een generatie muzikanten die, net als heel wat internationaal talent, de invloed van de muziek van Ornette Coleman hebben meegekregen en die adoreren. Sommige mensen zullen die warse Coleman nooit als muzikant willen appreciëren, maar daardoor laat Brick Quartet zich niet van de wijs brengen. Deze groep doet gewoon zijn ding en speelde van Ornette ‘Happy Hour’.

In dit kwartet hoeft Ben Sluijs niet de meest fluwelen klanken uit zijn altsax te halen. Klanken kunnen hier wat feller glanzen en eerder aan katoen doen denken. Dat brengt ons dichter bij de associatie met katoenvelden, zo je wil en dat is niet zo ongepast want Van de Wiele verwijst geregeld naar bluesstijlen, oa ook naar elektrische blues zoals bij Jimi Hendrix.

Primitief aandoende zowel als delicate of heldere melodieën en tintelende lijnen van gitaar en sax worden gesteund door een meer dan boeiende ritmetandem. De cello in de rol van bas zo goed als die van strijkinstrument, over walking bass en swingende viool tot poten vanonder tafels en stoelen zagende gestreken contrabas, Vercampt weet zijn kunnen te plaatsen in het geheel. De drummer heeft nog het meest van een primitieve slagwerker die niettemin met groot gevoel voor timing de nodige finesse introduceert, maar dan weer uithaalt als een fan van Animal uit de Muppet Show.

De combinatie van deze muzikanten en hun instrumenten is gewoon zo goed dat kruisbestuivingen tussen hedendaagse kamermuziek, jazz, blues en rock schitterende vruchten oplevert.

Danny De Bock

 






MICHAEL MOORE FRAGILE QUARTET, 15 april in de Singer, Rijkevorsel


 © Guy Van De Poel 

© Guy Van de Poel


Michael Moore, altsax, klarinet + Harmen Fraanje, piano + Clemens van der Feen, contrabas + Michael Vatcher, drums



 

Beginnen met de standard 'It Might As Well Be Spring' en op het eind een bewerking ten beste geven van Bob Dylans 'One Too Many Mornings', het zegt veel over de zangerigheid die Michael Moore met het Fragile Quartet voor ogen heeft.  De rest eigen nummers, veel premières en ook enkele 'oude', zoals Moore het noemde. Dat zegt veel over de stand van zaken: van deze vaste groep zit een nieuwe CD aan te komen. De muzikant settelde zich ruim 25 jaar terug in Amsterdam en spreekt bijna perfect als een Nederlander zijn veramerikaanste variant op de taal.

Prachtig op altsax en wondermooi op klarinet zong hij 'It Might As Well Be Spring'. Drummer Vatcher speelde intens met zijn van ritmiek doordrongen lijf mee. Zoals hij soepel zacht tot geweldig krachtig drumt vormt hij met Moore a.h.w. de as van zang en ritme. Pianist Harmen Fraanje mag dan een rijzende ster zijn, in dit kwartet speelt hij vnl. spaarzaam en welgemikt. Eén en al oor voor de gang van zaken kiest hij zijn vingerzettingen. Als hij aan het soleren gaat, kan hij naar het supersonische neigen en toch blijft hij het grotere geheel dienen, past hij zijn technisch sterke solo superb gedoseerd in het nummer in. Opvallend naturel geconcentreerd en trefzeker vervolledigt Clemens van der Feen op contrabas de ritmesectie. Meestal is hij de tweede adem van de ritmetandem met Vatcher, niet in de zin dat hij nakomt, maar als een tweede paar longen dat beheerst het ritme van zuurstof voorziet. Hij benut de snaren en de klankkast met zijn handen, met zijn vingers heel efficiënt. Soms met een strijkstok die er uitziet als de Saab onder de strijkstokken. Al is dat dan misschien een bordeaux oldtimer Saab... Vatcher speelt zonder gêne met zijn hele lichaam heel delicaat. Droge troms, fijne tikken, scherpe randen, harde meppen. Drums en percussie op fijnzinnige wijze. Moore blaast op sax en klarinet met veel gevoel oude songs en nieuwe, tussen compositie en impro, van traag lieflijk lyrisch en fragiel tot krachtig of zurig, medium of up tempo. Prachtig gewoon. Altijd wel met een verrassing in petto – wie had in dit concert een nummer verwacht dat gegroeid leek in Thailand?

De jonge Nederlanders waren samen niet lang geleden ook de helft van het Narcissus kwartet (met Robin Verheyen), hier spelen zij in vloeiende en anders boeiende tempowisselingen mee met oude rotten Moore en Vatcher, inwijkelingen van overzee die al jaren en met klasse op het Europese continent de jazz hier mee kleur geven. De jongere kijken op naar de oudere, met respect, en zoals zij dit sterke kwartet vervolledigen, zijn zij niet zomaar de helft.

 
Danny De Bock
 


 © Guy Van De Poel

© Guy Van de Poel




Vijay Iyer, piano + Craig Taborn, piano @ Brussels, Bozar 19 april 2011




 



Vijay Iyer bracht met zijn trio in 2009 'Historicity' uit dat werd uitgeroepen tot een van de beste CD’s van dat jaar. Zijn Solo album van vorig jaar ving ook heel lovende reacties. Begin 2011 kwam 'Tirtha' uit, een andere trioplaat, niet met zijn kompanen Marcus Gilmore (drums) en Stephan Crump (bas), maar met een sterk Indische inslag ism Prasanna (gitaar) en Nitin Mitta (tablas).  Terwijl Tirtha in Europa in een aantal zalen werd voorgesteld, vond Iyer de gelegenheid om op andere podia ook een aantal concerten in duo te spelen met Craig Taborn. Die combineerde deze duo’s dan weer met live concerten met de groep van Michael Formanek.

Craig Taborn is zowel into piano als elektrisch toetsenwerk, hij wordt een veelzijdig improvisator genoemd en speelde de voorbije tien jaar naar verluidt op meer dan 50 uitgaven mee (oa met Tim Berne, Drew Gress, Dave Douglas). Hij is ook te horen op de nieuwe CD van David Binney in een uitgebreid, maar select gezelschap. Eerder deed hij ook al dingen met Carl Craig, een naam die je met de Detroitse technoscene verbindt. Solo gaat hij binnenkort zijn CD 'Avenging Angel' voorstellen (bvb in Bimhuis, 1 vd concerttips trouwens van trompettist Peter Evans..)

Duo’s zijn sowieso intense belevenissen en het wordt er alleen maar spannender op als de twee muzikanten ook nog eens hetzelfde instrument bespelen. Als zij dan ook beide op dat instrument tot de top worden gerekend zijn de verwachtingen hooggespannen. Deze avond werd een artistiek hoogstaand concert gespeeld, met ook moeilijke stukken die soms moeilijk te bevatten waren.

In de prachtige Henry Le Boeufzaal van de Bozar kunsttempel stonden twee piano’s zij aan zij, namen de pianospelers tegenover elkaar plaats en Vijay Iyer gaf de start. Craig Taborn vulde aan, zijn spel doorkruiste en verzoende zich met dat van Iyer. Andere keren begon Taborn het volgende stuk. Tijdens hun spel keken zij elkaar niet aan. Tussen de nummers wel, dan hadden ze oogcontact of zeiden zij iets tot elkaar. Titels van nummers werden niet meegegeven. Er werd niet van het blad gespeeld, maar je kan vermoeden dat ze een aantal lijnen in het achterhoofd hadden en daarmee aan de slag gingen. De eerste stukken deden aan als weldoordachte composites in moderne klassieke muziek. Autodidact Iyer speelt meer breedvoerig, meer noten, maar combineert ook onvervaard avontuurlijk de linker-en rechterhand, van de laagste tonen tot de hoogste. Taborn zoekt wat minder de uitersten van het klavier en pakt het vaak minimaal aan vergeleken bij Iyer. Als Taborn snel gaat spelen kijk je in bewondering hoe snel en trefzeker zijn vingers combinaties maken. Hij wil wel eens ritme maken door repetitief met noten te kringelen. Iyer is ook niet vies van het herhalen van simpele noten om een eenvoudig ritmisch element in de complexe gehelen te stoppen. Als zijn vingers snel gaan lijkt zijn hand een snel dansende spin te worden en kun je zijn vingers niet meer tellen. En je kon ook beider handen volgen als je een beetje schuin voor het podium zat, want halverwege wisselden zij ook van zitje.

De virtuositeit van beide pianisten werd niet aangewend om herkenbare jazzstandards te vernieuwen. Lyriek werd met toevoeging van harde contrasten en vreemde melodieën op- en afgebouwd. Het ging van traag naar snel in ongehoorde overgangen. Er werd wel verwezen naar oude harmonisch vlotte jazz en zeker ook naar free jazz, maar het geheel was één en al 21ste eeuws vrije muziek. Gaandeweg leek het soms ideale muziek voor een moderne danschoreagrafie met bewegingen, gaande van soepel tot onnatuurlijk aandoend. Goed voor een diepgaande reflectie over diversiteit en samenhorigheid. Altijd een spanningsveld, aldoor naar elkaar luisterend en soms elkaars tegengestelde, maar over de hele lijn één artistiek knap duo.

We vroegen om een bis. Dat werd geen coda, maar het langste stuk van de avond. Dat was verdraaid nog even doorbijten, het leek of ze geen idee hadden of wilden hebben waar ze het in schoonheid wilden laten eindigen. De energie die zij overbrachten, namen we graag mee naar buiten!

Danny De Bock

 




JAZZ & BEYOND DELUXE: THOMAS SMETRYNS – CHICAGO SONGBOOK / PETER BRÖTZMANN CHICAGO TENTET in De Vooruit, Gent, donderdag 28-04-2011


Wim Konink (vibrafoon), Jakob Ampe (zang), Daan Vandewalle (piano), Thomas Smetryns (gitaar & 78-toerenspelers), Kristof Roseeuw (contrabas) & Bart Maris (trompet) / Peter Brötzmann (reeds), Johannes Bauer (trombone), Jeb Bishop (trombone), Mats Gustafsson (sax), Per-Åke Holmlander (tuba), Kent Kessler (bas), Fred Lonberg-Holm (cello), Joe McPhee, (trompet) & Paal Nilssen-Love (drums), Ken Vandermark (reeds) & Michael Zerang (drums)



 

   © Guy Van De Poel  © Guy Van De Poel

foto's © Guy Van De Poel
 

 

 
 

Dit Thomas Smetryns project gaat uit van ’s mans fascinatie voor vroege jazz, vandaar de link met Chicago. Vandaar ook de aanwezigheid van een zanger, iemand die de stem en de looks heeft voor een collage van regels uit teksten uit het Amerikaanse Songbook en met eigen bindtekst op muziek die verwijst naar de populaire tunes van toen. Veel over liefde dus, onvermijdelijke liefde, alsook reflectie, pijn en emotioneel exhibitionisme. De zanger van de rockgroep The Germans zong à la vroege Mark Murphy en dito Chet Baker met een verdraaide tederheid, teksten met een  gevoeligheid die voor sommigen ongetwijfeld overkomt als overgevoelig en melodramatisch.

De bundel composities die werd gebracht en live opgenomen speelde met echo’s en restanten van vroege jazz, fysiek ook aanwezig in het al dan niet vervormd, gemanipuleerd afspelen van 78-toerenplaten. De muzikanten hadden zich te houden aan / schikken naar het blad voor hun neus, de uitgeschreven muziek met beperkte ruimte voor improvisatie. De strakke aanpak van Smetryns liet niet erg veel verrassingen toe, maar bouwde een boeiende spanningsboog op. Met klassiek pianist Daan Vandewalle, die zowel door Europa als Amerika toert, functioneel en vindingrijk aan de geprepareerde piano. Wim Konink geconcentreerd en precies op vibrafoon en met oude platendraaier. Jazzmuzikanten Bart Maris en Kristof Roseeuw vindingrijk en functioneel,  Maris ingetogen met een resem dempers, Roseeuw met duimen, vingers en strijkstok. Rockzanger Ampe verrassend goed passend in deze trage zanglijnen. Smetryns op gitaar, handmatig platen ronddraaiend onder de naald en in de rol van dirigent getuigend van een hoekerige en toch soepele emotionaliteit die ook doet terugdenken aan oud beeldmateriaal (Buster Keaton, de eerste Mickey Mouse tekenfilms...)

Een hoogtepunt om niet te vergeten zat in de eigenzinnige verwijzing naar ‘Round Midnight van Monk, als een je-hoort-mij-wel-maar-je-ziet-mij-niet-spelletje op de tippen van de tenen. Tekenend ook voor de algehele spanningslijnen tussen intro- en extravertie in dit project... Het was duidelijk dat het contrast met de bende van Brötzmann groot zou zijn.


 © Guy Van De Poel
foto © Guy Van De Poel                                   


Zoveel als vastlag en vooraf gepland bij Smetryns, zo weinig bij de bende van Brötzmann. De 70-jarige grootmeester van de free wordt wanneer het hem past met veel plezier omringd door tien fenomenale muzikanten die intussen ook al een tijdje meewerken aan de geschiedenis en de ontwikkeling van de verregaande improvisatie in de jazz. Brötzmann is van Duitse afkomst en zo ongeveer sinds Machine Gun  (1968) een van de grote Europese pioniers van de free met o.a. Fred Van Hove en Han Bennink. Zijn invloed is niet beperkt gebleven tot het Europese continent. Hij heeft een zware band met de Chicago impro scene waarin bvb Ken Vandermark een opvallende naam is, vooral omdat hij in 1999 op 35 jarige leefdtijd de MacArthur Fellowship prijs kreeg. Daaraan is een flink bedrag verbonden en toen was het wel heel uitzonderlijk om een vrij jong talent al zo te belonen en te steunen voor volgende projecten. Maar Vandermark heeft zich een jazz genie getoond en sindsdien ging de prijs ook al naar o.a. Jason Moran.

Brötzmann en zijn tentet vlogen er in de balzaal van de Vooruit meteen in. Eén al uiting van kracht en daarin gingen sommige klanken zich fantastisch verweven terwijl andere opgeslokt werden en dienden als onherkenbaar cement. De eruptie van klanken- en notenstromen bleef evenwel niet aanhouden en terwijl de ene drummer uitblies kon de andere zich meer manifesteren, terwijl sommige blazers zich even koest hielden konden andere zich beter laten herkennen en kregen cellist en bassist de kans om op de voorgrond te spelen. De oude meester liet begaan en kwam zich mengen met de solerende muzikanten, de muur werd weer opgetrokken en neergehaald om over te gaan naar een volgend huzarenstuk in improvistie. Een feest was het voor oog en oor.

Mats Gustaffson stond als een krijger te blazen, Vandermark als een superintelligent wonderkind, de trombonisten Bauer en Bishop elk met hun heel eigen aanpak bliezen krachtig en zwierig verschillende kanten uit, Love mepte zich bijna het hart uit zijn lijf, zodat Zerang af en toe met iets gematigder snelheid kon overnemen. McPhee die eerst vooral dreigend oogde met donkere zonnebril en weinig spelen kwam verder in het stuk sterk opzetten op pocket trompet en altsax... De lange stukken bleven boeien en Vandermark ging na het derde of zo even bij Brötzmann voorstellen om de tijd niet uit het oog te verliezen. Dus werd het publiek bedankt voor de wederkerigheid van  enthousiasme en was het tijd voor bisnummers. Een eerste werd knap kort gehouden door Vandermark, een tweede liet weer meer de tienkoppige band en de meester aan zet. Prachtig een krachtig concert uitgeleid dus. Om het in een enkel woord samen te vatten : Geweldig!

 © Guy Van De Poel

foto © Guy Van De Poel            

 

Danny De Bock

 

 

 



 

 

RUDRESH MAHANTHAPPA’S CODEBOOK (SAMDHI) 1 Mei, de Singer, Rijkevorsel


Rudresh Mahanthappa,altsax en electronica + David Gilmore, el. gitaar + Rich Brown el. basgitaar + Damion Reed, drums


 © Guy Van De Poel

© Guy Van De Poel


 © Guy Van De Poel
© Guy Van De Poel


In zijn korte aankondiging vermeldde Tom van de Singer dat Mahanthappa vorig jaar nog in duo in deze zaal aantrad met Vijay Iyer en nu met een nieuwe groep kwam, aangekondigd als 'Codebook', maar dat de groepsnaam waarschijnlijk nog zou veranderen. Om reclame te maken voor opnames die al wel uit zijn had hij er bij kunnen vertellen dat de drummer op deze avond dezelfde was als op de meeste nummers op de APEX CD van Mahanthappa & Bunky Green - één van de beste CD’s van 2010. Deze info werd mogelijks na het concert nog uitgewisseld, nadat het aanwezige publiek mocht zeggen dat ze een supergroep aan het werk hadden gezien. Wie geen uur rijden voor de boeg had plus een werkdag de volgende morgen kon natuurlijk graag nog eventjes nakaarten.
Mahanthappa leidde met samples en sax het concert in, de Apple schuin voor zich, de altsax op de borst, electronische effectenpedalen aan de voet om samples, loops en drum- en percussiepatronen te manipuleren terwijl hij blies. De rest van de band viel na enkele minuten in. Het was als een openingsritueel, de boel sereen op gang trekken en dan gestaag verlevendigen en versnellen.  Alle vier zouden zij gaandeweg in gesofistikeerder en complexere stukken hun vindingrijkheid tonen.
Met het volume van een stevig rockconcert en heerlijke tot onwaarschijnlijke tempowisselingen deden ze mij even terugdenken aan optredens gaan zien van Primus, Helmet, etc jaren geleden. De overgangen die Rich Brown verzon waren soms verrassend en steeds sterk, die van Mahanthappa en Gilmore behalve dát ook ’n paar keer op het gewaagde af tot quasi geschift.  In het duwen aan de grenzen van het toegankelijke en melodieuze kan het soms vergezocht gaan klinken, maar de muziek van dit viertal vermengde meestal heel overtuigend eigen(zinnige) ideeën met invloeden uit Indische muziek, rock, funk en dance. Rich Brown met zessnarige elektrische bas en Damion Reed op drums zorgden voor een stevige ritmische begeleiding die de klemtoon op het melodieuze hield. Brown begon 'Playing With Stones' (van de Apex CD) met een originele uitgesponnen intro die krachtig en geïnspireerd weghuppelde van het thema om er dan naar terug te keren, een prachtig begin van een sterke uitvoering van dit stuk. David Gilmore trad met zijn gitaarlijnen in de sporen van de pianopartij die Jason Moran op Apex speelde, maar deed er ook zijn eigen ding mee, zoals in andere stukken, in en naast de maat (of in grillig aandoende maten die we niet gewend zijn).
Mahanthappa, met zijn voorliefde voor medium tempo kringelende en ontzettend snel razende bewegingen, heeft met deze groep de ideale begeleiding om met elektronica dingen uit te proberen. Na een organische energieke eerste set ging hij in de tweede nog enige stappen verder met zijn elektro stuff. Toen kregen we een opeenvolging van groepsvertoon en individuele uitstapjes van de supersaxofonist op alto met repetitieve samples en loops. In zijn vurig zoeken naar nieuwe wegen probeerde hij nieuwe recepten te verzinnen voor zijn hoogsteigen cookbook. Daarbij leek de logica een paar keer ver zoek, maar Mahanthappa wist dan snel weer bij te sturen. De gezamenlijke stukken sloten er perfect bij aan om ook van de tweede set een fantastisch geslaagde afwisseling te maken van samenspel en verbluffend soleren.  Toen Mahanthappa op het eind de namen van de muzikanten nog eens uitriep, gaf hij lachend bij de drummer met zijn souplesse, vlotte ritmiek en kracht nog mee: “for all the ladies! : Damion Reid!”.


Danny De Bock



 


OVERTONE QUARTET in De Roma, 4 mei 2011


Jason Moran, piano, keyboards, Mac -  Chris Potter, tenorsax, sopraansax - Larry Grenadier, contrabas - Eric Harland, drums


 

Overtone Quartet mét Dave Holland © fotograaf onbekend

Larry Grenadier verving Dave Holland die om privé redenen concerten schrapte. Anders was dit kwartet ¾  van de groep die in  2007 'The Monterey Quartet' vormde op het Monterey Jazz Festival. Met Dave Holland erbij was het  de voltallige groep geweest die na het festival nog een aantal concerten verzorgde met Jason Moran ipv Gonzalo  Rubalcaba aan de piano. Overtone Quartet is dus een vervolg op wat in 2007 een gelegenheidsgroep was, maar toen  speelde alsof al veel langer een hechte band tussen de leden bestond. Wie wil, kan dat horen op de live CD van The Monterey Quartet: 'Live' ...

In de bezetting die De Roma aandeed is de groep ook weer uit topjazzmuzikanten samengesteld en wat het onverwacht en extra spannend maakte, was de avontuurlijke inbreng die Moran er instopte. Het duurde niet lang eer hij met samples en scherpe vervormingen de elektronica liet meespelen. Soms als een stoorzender of als toevoeging van een dj die een nieuwe laag aanbrengt. Gaandeweg wist hij de scherpe elektronische klanken die hij als derde instrument aanwendde heel sterk in de muziek te verweven, pal erop en erin. Zijn afwisselen met vleugelpiano en keyboards haperde geen enkele keer, dat sloot telkens nauw of alleszins logisch bij elkaar aan – fascinerend hoe vlot en organisch hij van het ene klavier op het andere overgaat, zowel sober stukken begeleidend als mee op het voorplan tot in solo’s toe.

Het was Moran die toen de groep opkwam de micro ter hand nam, de band kort voorstelde en de titel meegaf van het eerste nummer, 'Treachery' van de hand van Eric Harland, ook openingstrack  op de live CD van 2007. Het werd duidelijk een andere versie. Met een andere pianist en een andere bassist, maar ook: vier jaar later en we hebben het hier over jazzmuzikanten die sterke structuren gebruiken om er zich vrijelijk in uit te leven. 'Treachery' ging meteen in vlot tempo vooruit.

Tweede nummer was er één van de CD 'Ten' van het trio van Moran. Het bracht een bluesy feeling in de set en zette Potter aan tot meer lyrisch, warmer spel dan hij in andere settings soms verkiest. Hij wisselde tenorsax af met sopraan en kon zo op zijn eentje de gang van twee op elkaar volgende blazers gaan.  Aan vier, vijf nummers had Overtone Quartet de handen vol om een set te vullen, maar wat voor handen waren hier ook aan zet! Zalig afwisselen deed Moran aan vleugel en keyboards , maar hij was niet alleen om voor afwisseling in het geheel te zorgen. Het enthousiame vonkte er bij Larry Grenadier van af in zowel trager als snellere composities . Ergens, toen piano en sax stil bleven wou hij graag nog de drumsolo inleiden of zelfs begeleiden, maar Harlands blik liet duidelijk verstaan dat hij de ruimte voor hem alleen wou. Voor een opmerkelijk stukje solo drummen, met minimalistische en droge slagen, maar ook met opzwepende rijkdom.

Een lang uitgewerkt stuk klonk als de meeslepende soundtrack bij een ingewikkelde bankoverval die net niet goed afliep en uitdraaide op een spannende achtervolging... Ook zonder je fantasie in gang te voelen schieten was er genoeg te beleven, een bisnummer was dan ook gewenst. Dat was de kroon op het werk, een heerlijk danserig stuk dat zelfs perspectieven zou kunnen openen voor geweldige technojazz. Traditie en mainstream werden allesbehalve belachelijk gemaakt, we hoorden smaakvol grenzen aftasten en verleggen, uit de bocht gaan en weer vaste voet krijgen, (sub)genres vermengen: het was weer zwaar de moeite!


Danny De Bock






Jef Neve solo  - Privé concert ten voordele van 'Broederlijk Delen' - een verslag

 



Jef Neve aan een vleugelpiano op zijn eentje, en dat voor de eerste keer in de nieuwe locatie van de Jazzzolder. Da’s genieten want je kan hem niet zo vaak solo zien spelen. Dat hebben Lejo en enkele sponsors gewonnen in het kader van Broederlijk Delen. In feite 'winnen' is betrekkelijk want we geven alles weg voor het goede doel inclusief de drankomzet vandaag. Naar het schijnt doet Jef dat regelmatig.

Het is leuk om hem nog eens te zien spelen in de Jazzzolder al waar het voor hem allemaal begonnen is, nu meer dan 10 jaar geleden.

Hij begint met een rustig ingetogen nummer ‘Inner peace’ van zijn eerst CD ‘Blue Saga’. Daarmee is de toon gezet voor een prachtig concert  in één set van ruim een uur. Het volgende nummer is een blues standard van Monk ‘I mean you’ waarmee hij het ganse klavier overloopt. In ‘Sofia’s dream’ beschrijft hij zijn indrukken van de stad Sofia in Bulgarije op weg in het vliegtuig. Jef uit zijn bewondering in het geweldige ‘Lush life’ van Billy Strayhorn die altijd in de schaduw van Duke Ellington heeft gewerkt. Billy is zwart en gay en het nummer geeft de frustaties weer van een jonge tiener in NYC. Jef geeft er hier een apart begin aan. Daarna het nummer met de vreemde lange titel ‘Nothing But A Casablanca Turtle Slideshow Dinner’ met snelle, repetitieve patroontjes aaneen geweven totdat er teveel opgehoopte druk is. We missen de drums en bas niet. De nummers blijven overeind staan. In het nummer 'Endless Dc'  gaat het over herkenbare situaties uit het leven. Hij koppelt dit aan de muziekterm 'Da Capo'  waarin je iets herhaalt tot het einde. Opvallend is dat Jef meer begint mee te neuriën zoals ook Keith Jarrett dat  doet

Jef Neve spreekt met anecdotes en bondige uitleg de nummers aan mekaar zoals ook het volgende verhaal met zijn compaan Pascal Schumacher , de bejubelde Luxemburgse vibrafonist. We horen van Pascal het nummer ‘Wonderword’ naar een gelijknamige casino in Luxemburg waar ze een slechte gage hadden ontvangen en dan maar (vruchteloos) hun geluk wilden beproeven met het gokken. Op het einde brengt Jef neve nog de verdiende bis ‘One for the road’ en dat doen we dan ook in de bar.

 

 (michel p)

 

 

 clicketick for slideshow !

 


 

- Persbericht  -




Tricycle presenteert nieuwe CD Queskia?





 

Met 'Queskia?' brengt Tricycle zijn 3de CD uit, voor het eerst op 'Aventura Musica', het eigen platenlabel van muzikant-componist Tuur Florizoone. Vier jaar na King Size waarop enkele gastmuzikanten het trio versterkten, keert Tricycle terug naar de bron en naar de eenvoud. De eigen composities tasten de grenzen van wereldmuziek en jazz af. Het is een pure akoestische plaat geworden, live ingespeeld, met zowel pittige als sobere melodieën, mooie harmonieën en heel veel speelgenot. De originele composities van accordeonist/pianist Tuur Florizoone (o.a. algemeen bejubeld voor zijn filmscore van de internationaal gelauwerde ‘Aanrijding in Moscou’) roepen spontaan filmscènes op. Het is muziek die houdt van de oude clichés, die subtiel worden aangekaart, vermomd, vernieuwd en net op tijd worden vermeden. Kortom, muziek voor een avontuurlijk publiek dat graag reist, nieuwsgierig en een beetje nostalgisch is. ‘Café Terminal’ en ‘Valse des Frimeurs’, twee nummers uit de filmscore van ‘Aanrijding in Moscou’ (in 2008 genomineerd voor de World Soundtrack Awards) werden voor Queskia? door Tuur in een nieuw arrangement gestoken, ditmaal uitgevoerd met de instrumenten van het trio.

De samenstelling van TRICYCLE (www.tricycle.be) is een puur ‘Belgisch’ verhaal, met een Vlaming, een Brusselaar, en een Waal, die elk meertalig zijn, alsook de universele taal van de muziek spreken en spelen. Na 12 jaar heeft het trio zijn eigen muzikale wereld gecreëerd en zijn de muzikanten sterk naar elkaar gegroeid zonder hun identiteit te verliezen..

Tuur Florizoone, accordeon, piano & composities. O.a. bekend van filmscore ‘Aanrijding in Moscou’, Carte Blanche (Festival d'Art de Huy), samenwerkingen met Philip Catherine, Jean-Louis Matinier, Carlos Nunez, Alfredo Marcucci, Zahava Seewald, Chris Joris... Nieuw project: ‘Mixtuur’ met o.a. Aly Keita, Tutu Puoane en Chris Joris (CD komt uit in september 2011).

Philippe Laloy, alt/sopraan sax, basfluit/dwarsfluit. O.a. samenwerking met Karim Bagilli, Ô monde aveugle…

Vincent Noiret, contrabas. O.a. soloproject ‘Facing the ghost’ en project met Ghalia Benali…

 

Queskia? is uitgebracht op 'Aventura Musica', het gloednieuwe platenlabel van Tuur Florizoone. Te koop in de FNAC of via www.tricycle.be en www.tuurflorizoone.be.

 

 


Concertagenda Tricycle 


Brussels Jazz Marathon op 27 & 28 mei: vrijdag 27 mei, 22u30, Petit Théâtre Mercelis, Mercelisstraat 3, 1050 Brussel & zaterdag 28 mei, 20u30, Maison des Arts de Schaerbeek, Haachtsesteenweg 147, 1030 Brussel. Info: www.brusselsjazzmarathon.be.

 



TRICYCLE :  Queskia?


Tuur Florizoone, chromatic & bass accordion, piano, glockenspiel + Philippe Laloy, soprano & alto saxophones, flute & bass flute + Vincent Noiret, double bass


Vier jaar na de CD 'King Size' brengt Tricycle een nieuwe uit,  ditmaal zonder gastmuzikanten. Opnieuw vinden zij hun eigen muzikale wereld uit aan de grenzen van wereldmuziek en jazz. Muziek van Tuur Florizoone kan U ook kennen van de veelgeprezen soundtrack bij de internationaal geprezen film 'Aanrijding in Moscou'. Philippe Laloy speelde oa met gitarist en oudspeler Karim Bagilli, Vincent Noiret met de zangeres Ghalia Benali.

De CD opent met het titelstuk 'Queskia?' Een toegankelijk nummer dat de luisteraar met zoet betoverende meleodie meevoert en zich na enkele luisterbeurten vlot in het geheugen blijkt te nestelen. Het tempo vertraagt in 'To autumn' dat er op volgt. Zoals de herfst nodigt het uit tot melancholie, overpeinzing en verstilling. Met 'Positiv' wordt de muziek weer levendiger en ligt de nadruk weer op positieve vibes. Met fjngevoelige, maar krachtige sopraansax, warme basnoten en vibrerende accordeon wordt de stemming vrij danserig. 'Les enfants rouges' leidt dan weer een trager hoofdstuk in dat speels begint, alsof het met een kinderlijke blik kijkt naar en wil vertellen over de uiteenlopende levensvormen die een woud rijk is. Daar is ook plaats voor gefantaseerde wezentjes... en als dan enige vermoeidheid optreedt, is de tijd rijp voor 'Siesta', soezen en dromerig indommelen.

Het mag intussen duidelijk zijn: net als het artwork op de voor-en achterkant van de hoes maakt de muziek een betover(en)de  indruk. Soms komt een  gevoel van herkenning op en telkens blijkt dat niet helemaal terecht. Deze CD kan herinneren aan de muziek van Yann Tiersen bij 'Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain' of aan 'Die Anarchistische Abendunterhaltung', maar is anders. Er komen stukken in voor die lijken te verwijzen naar fado of muziek voor Bulgaarse stemmen, maar hier komen nauwelijks menselijke stemmen aan te pas. Oude voorbeelden worden geëerd zonder ze klakkeloos na te spelen, ideeën van al dan niet volkse muziekjes uit verschillende windrichtingen worden niet zomaar overgenomen, maar opnieuw uitgewerkt. We horen hier  voorbeelden van heerlijke vruchten die door globalisering en kruisbestuivingen kunnen rijpen.

'Cafe terminal' en 'Valse des frimeurs' zijn vernieuwde hernemingen van twee composities uit de filmscore bij 'Aanrijding in Moscou'. Het is met 'Cafe terminal' dat het tragere drieluik dat speels was ingezet weer afloopt, het is met 'Valse des frimeurs' dat opnieuw een danserige stemming wordt opgenomen. Opnieuw zijn we vertrokken voor drie nummers lang een wat sneller tempo. Met 'Un, deux' steekt de groep nog een tandje bij, zou je als luisteraar spontaan in de handen kunnen klappen, “hoppa” roepen... De afwisseling tussen verschillende tempi, het samenspel van deze drie fijne muzikanten met hun  verschillende instrumenten, hoe zij met warme en frisse klankleuren een eigen homogene  sound weten te kneden: het kan alleen maar aanslaan op komende festiviteiten zoals (28 mei) Brussels Jazz Marathon en (8 aug.) Esperanzah! Check’em out!


Danny De Bock

 


Queskia ? We kozen dus eerder voor track 'Queskia' als teasing sample !





JAMES FARM in De Roma, 1 juni 2011


© Guy Van De Poel

Joshua Redman, tenor- en sopraansaxofoon + Aaron Parks, piano + Matt Penmann, contrabas + Eric Harland, drums


De eerste letters van JAMES FARM komen van de voornamen Joshua, Aaron, Matt en Eric. De volgende letters zouden kunnen staan voor 'Sing Fine And Rich Melodies'. Maar in de naam zit dus 'FARM'. Zoals van een Westerse boerderij die traditie belichaamt, maar mee evolueert met zijn tijd? En daarom met elektronische middelen werkt, dicht bij de natuur, dezer dagen vanuit een ecologische noodzaak meer dan vroeger op zoek naar harmonie met natuurlijke kringlopen... Was Eric Harland in dezelfde zaal een maand eerder bij Overtone Quartet opgevallen met vaak subtiel drumspel, met James Farm was de ritmetandem met Matt Penmann zo elektrisch versterkt dat ze zich haast een rocksound aanmaten. Penmann stevig op lage bastonen en Harland sterk op de troms gericht en weer heel zuinig met de basdrum. Deze ritmesectie speelde op Aaron Parks’ debuut-CD bij Blue Note, 'Invisible Cinema'. Redman, Harland en Penmann kennen elkaar van bij SF Jazz Collective. En met het groepsgevoel dat ze hier delen kunnen ze hun troeven uitspelen.

Joshua Redman is een blazer die van hard swingend tot in ballades gedecideerd kracht en zachtheid in zijn sound combineert. In deze groep die een voorliefde voor songs lijkt te delen is hij vooraan op het podium de eerste zanger. De composities van de vier groepsleden worden live uitgewerkt in de geest van het geschrevene, dwingend in hun woordenloze denken en voelen. James Farm openden met '1981' van Penmann en speelden het concert in één lange set vooral nog meer nummers van hun CD. 'Polliwog' van Redman en 'Unravel' van Parks bvb hoefde je nog maar eens op de radio gehoord te hebben en ze riepen al een vertrouwdheid op met hun rijke melodieën. 'Rijke Melodiën' lijken wel hun handelsmerk. Unravel combineerde weer spannend geduld, ongeduld en zoeken. Een hoogtepunt werd opgebouwd na de aankondiging van een wereldpremière van een nieuw stuk van Harland.  Een bijzonder moment lag in het opdragen van een nummer aan Marc Van den Hoof, een korte, fijne song. 'I-10' en 'Star Crossed' klonken geweldig...

De bijdragen van de vier aan de geweldige melodieuze song en hun solo’s leken inzicht van de chemie onderliggend aan emoties te doorgronden. Energiek en kien deden zij hun ding. Parks' meeslepende lyrische solo’s met kleine onderbrekingen, pauzes van inhouden tussen de welgespeelde heerlijke opeenvolgingen van noten waren memorabel.  En  we zagen en aanhoorden met even goed ontzag Joshua, Penmann en Harlmand soleren.  De lange set eindigde zodanig swingend dat stoppen niet gepast was en een bisnummer zich opdrong. We kregen nog iets zachts, om met een blije glimlach de concertzaal te verlaten.


© Guy Van De Poel

Danny De Bock








 


 

We stellen u graag het nieuwe album voor op ons W.E.R.F.-label: "Hold the line!" van Trio Grande & Matthew Bourne (W.E.R.F. 093).

Na hun zeer geslaagde en enthousiast onthaalde album "Un matin plein de promesses" (W.E.R.F.069), besloot het Belgisch-Franse collectief Trio Grande en de Britse pianist Matthew Bourne opnieuw de handen in elkaar te slaan.

Het trio, bestaande uit de Belgische drummer/percussionist Michel Debrulle, trombonist/tubaspeler Michel Massot en de Franse klarinettist/saxofonist Laurent Dehors, gaat ondertussen al een kleine twintig jaar door het leven en heeft in pianist Matthew Bourne een ideale bondgenoot gevonden om hun eigenzinnige muzikale universum mee te versterken. Er wordt gestoeid met klankkleuren, de grenzen van de instrumenten worden afgetast en dit al flirtend met harmonie en ritmiek. En daar bovenop wordt heerlijk geïmproviseerd!

Dit alles resulteert in verrassende, spannende en bovenal nieuwe muziek, die van de beginnoot tot de laatste weet te boeien!

 

 




TRIO GRANDE  & Matthew Bourne “Hold the line!”


Matthew Bourne, piano, voice + Michel Debrulle, drums, percussion + Laurent Dehors, clarinets, saxophones + Michel Massot, tubas, trombone


 

Trio Grande en Matthew Bourne nemen de luisteraar mee in een kleine vertelling 'D’une autre époque'. De opener laat een vreemde Brit aan het woord in een traag vertelsel dat abrupt eindigt als de drommel zich wat te ver over de rand rekt om iets te bekijken dat moeilijk te zien is. Als in een variant op Alice in Wonderland zijn we dan in een aparte fantasiewereld beland. Daar huppelen muzikale thema’s rond terwijl andere zich voortslepen of dansen. 'BDK theme' is daar meteen een prima voorbeeld van. Met een vrolijk ritme bloeit een mooi liedje open, maar na een minuut komt een ander liedje, een dramatisch liedje voorbij, volledig met zichzelf bezig en het gaat gauw weer weg. Het vrolijke liedje kan weer verder spelen en schoon afronden.

Wie van Zappa-esk houdt of van FES e..a 'Peter Vermeersch'en kan met de kapriolen van dit kwartet aardig aan zijn trekken komen. Grillige bewegingen, vlotte dansritmes en sensuele lijnen volgen elkaar op. Sommige stukken beginnen als een vingeroefening die herhaald wordt en waar dan creatief bij wordt geborduurd (vb '2666' - ook de titel van de dikke roman '2666' van de Chileens-Spaanse schrijver Roberto Bolaño). Invloeden uit oude en hedendaagse klassieke muziek en jazz,  vnl van de piano van Bourne, mengen zich met de folk, de filmische spankracht en warme aardekleuren van het trio. Als je er voor open staat, zetten de muziekjes van dit trio plus één graag je verbeelding aan het werk. Je kan je er moeiteloos korte scetches of komische filmpjes bij voorstellen rond grappige, kleine uitvinders bvb in sprookjesachtige of surrealistische decors. Belangrijker dan ontdekkingen die de wereld veranderen zijn hier vindingrijke ideeën en bijzondere mechaniekjes die iemands persoonlijke bestaan zin geven. Als Dehors dan gevoelig en lyrisch sax speelt, krijg je een Charlie Haden Quartet West gevoel en toch weer niet, in tedere muziek voor een gepijnigde ballerina die blijft doorgaan ('Roche Colombe') of deel je in het pakkende, edoch voorbijgaande verdriet ('Triste') van iemand die je tegenkomt in de bonte verzameling figuren wiens habitat en maniertjes Trio Grande & Matthew Bourne verklanken. Sommige zijn vastbesloten doordrammertjes (oa 'Wendy en Clafoutis'), andere zijn behoedzaam en toch niet te stuiten nieuwsgierig op zoek naar verborgen deurtjes en trapjes om geheime schatten te vinden ('Les petits escaliers').

De meesterlijke Massot verzorgt met zijn tubas meestal de rol van basspeler, maar een enkele keer neemt Dehors die taak waar met basklarinet terwijl Massot een fijn stukje op trombone blaast. 'Valse des p’tits pépés' dat begint als een wake voor gesneuvelde speelgoedsoldaatjes doet dat deels en laat de rol van uitgesproken basspel dan weer varen. In het eigen universum van deze vier muzikanten kunnen klankkleuren plotsklaps veranderen en is er geen eenduidige constante. Drummer/percussionist Debrulle die bijna de hele tijd sterk maar zonder overdaad aanwezig is en tussen speels en ernstig de ritmiek steunt en schraagt, zorgt voor een opmerkelijk logische continue binding van de vele kleuren en tinten. Het is uitkijken naar Jazz Middelheim waar deze vier als eersten het podium zullen innemen. In het prille begin van de 30ste editie van het festival moeten hun muziekjes heel wat harten en hersens kunnen plezieren!

Danny De Bock



'Clafoutis' is een levendig kortverhaal op zich, daar kon je hier naar luisteren...


 



JON IRABAGON FOXY TRIO 14 juni 2011 in de Hnita-Hoeve, Heist o/d Berg


Jon Irabagon, tenorsax + Peter Brendler, contrabas + Barry Altschul, drums





© Guy Van De Poel

“Yeah,” riep Jon Irabagon Barry Altschul toe toen ze met z’n drieën na elkaar het podium opkwamen. De drummer had op weg naar zijn drumstel gevraagd of hij alvast zou beginnen. Irabagon had zijn tenorsax nog niet uit zijn koffer gehaald. Hij was ‘m nog aan het omgespen toen hij hoorde dat hij verwacht werd al in te vallen. Met korte ademstoten in de sax kondigde  hij zijn komst aan. Peter Brendler zocht nog een beetje het juiste volume om zijn krachtige kompanen bij te staan met creatief basspel en daar gingen ze! Heviger dan een achtbaan kronkelend en vooruit stomend.

We kregen het Jon Irabagon Trio zoals op de Foxy CD met de geinige hoes die verwijst naar 'Way Out West' van Sonny Rollins in 1957 waarop Rollins poseert als een Old Cowhand, maar Foxy nu plus een vetgeile knipoog naar sexy seventies platenhoezen. Dat Foxy Trio speelt alsof zij inpikken op een solo bij pakweg 'Striver’s Row' of zo van Rollins in 1957 live  in de Village Vanguard met een zelfde kleine bezetting zoals Rollins in dat gezegende jaar glansrijk uitprobeerde en daarmee een nieuwe trioformule leven inblies... maar Irabagon begint te soleren en blijft improviseren, meer dan de helft van de tijd met een rotvaart. Terwijl op de opnamen van die 'live at the Village Vanguard' songs staan waarop vrijelijk werd geïmproviseerd, maar de songs ook songs bleven, speelt 'Foxy' zich af rond de improvisatievermogens van Irabagon en co. In het vrije spel van deze moderne tenorgigant duikt geregeld verwantschap op met solo’s en thema’s van lekkere oude opnamen en dat blijft dan niet beperkt tot composities die Rollins bracht (of nog kan brengen, wij zijn benieuwd naar zijn verschijning op Gent Jazz 2011), net zo goed kan een stuk van bvb Thelonious Monk langskomen.



© Guy Van De Poel

De snelheid waarmee Irabagon kan spelen en improviseren is van zo’n hoog niveau als Rudresh Mahanthappa’s, veelgeprezen altsaxofonist die nu hoge toppen scheert of als het spel van trompettist Peter Evans  met wie Irabagon de blazerssectie uitmaakt bij 'Mostly Other People Do The Killing'. Met Evans heeft hij in die groep die drang gemeen om inspiratie te halen uit (delen van) oude standards gecombineerd met uiteenlopende technieken en stijlen uit een eeuw of wat jazzgeschiedenis. Zijn enorme begaafdheid en voorliefde voor snelheid toont hij met een overweldigende vurigheid, bij 'Foxy' voortdurend opgezweept door de stuwende drums van Altschul. Die speelde in de sixties al met Paul Bley, in de seventies met oa Anthony Braxton, Chick Corea, Dave Holland, Sam Rivers en behoorde toen al tot de top van musici die de jazz vooruit hielpen. Met 'Ullman / Swell 4' zagen we hem afgelopen herfst nog in de Hnita in grote vorm. Brendler (oa bij John Abercrombie te horen) toonde zich bij 'Foxy' een aandachtig bassist die volgt en vooruitvoelt. Met uitmuntend spel zorgde hij continu voor de meest toepasselijke bouwstenen in de sound en avontuurlijke opstoten van dit trio.

Maakten zij in de eerste set de indruk van een wervelwind waar geen ontsnappen aan was, in de tweede brachten zij echte composities. Het adembenemende was er dan wel af, maar het bleef genieten met 'Irina' en 'Beyond School' van Altschul, 'Four Winds' van Dave Holland plus nog twee eigen nummers, één van Brendler ('Half a dozen for the other') en één voor Wayne Shorter ( The Statement's Song, thanks Michel Proesmans vor die titels) van Irabagon. Het was dan nog geestig uitbollen bij het bisnummer, Irabagons favoriete Frank Sinatra zoals hij ’t aankondigde, “In Our Way,” zoals Altschul toevoegde: 'I’m A Fool To Want You'. Opgeladen en blij werden we de nacht ingestuurd, echt niet in de stemming om meteen te gaan slapen.



© Guy Van De Poel

Danny De Bock


 




FRED VAN HOVE, piano + ELS VANDEWEYER, vibrafoon + PAUL LOVENS, drums + MARTIN BLUME, drums

 

 CO Sint-Andries, vrijdag 17 juni



Jonge leeuwen moeten de kans grijpen als ze zich voordoet, dus gelijk hadden de drie jongelingen Gerard Herman (saxen en meer), Gino Coomans (cello’s en muziekdoos) en Erik Heestermans (drums) van Sheldon Siegel dat zij zich in de kijker probeerden te spelen als voorprogramma. Dat het mij voorkwam als een weinig betekenend heruitvinden van eerder primitieve vrije improvisatiemuziek en mij nauwelijks raakte, mag hen geen zorg wezen. Free jazz is voor mij geen  dagelijkse kost en als ik er niet voor in de stemming ben, moet het al meesterlijk knap gebracht worden om mijn aandacht vast te houden.  Daarin slaagde de hoofdact op deze avond wél. Ik had mij staan afvragen  of ik er nog voor in de mood was, maar het gezelschap met Fred Van Hove speelde fe-no-me-naal.



© Christel (correcties JASSEPOES

 

 

Pianist Fred Van Hove is een grootmeester van de free, éminence grise die in 1968 met Peter Brötzmann meespeelde op oa de legendarische lp 'Machine Gun' en sindsdien nog vele andere allianties aanging en ook solo werk afleverde. Met zowel geweldige techniek als treffend emotionele diepgang bevestigde hij in de coStA voor de kenners en verklaarde hij spelenderwijs zijn faam voor de verkenners. Bij die laatste mag u mij dus rekenen. Ik zag een concert waar ik vol ontzag naar keek en luisterde. Wat ik ken van de avantgarde jazz van voor de free, van de free jazz an sich en van de improvisatie en vrije muziek sindsdien deed mij bij deze belevenis ervan overtuigd geraken dat pianist Andrew Hill en vibrafonist Bobby Hutcherson blij zouden zijn als zij hier aanwezig waren geweest. Even dacht ik ook aan Jason Moran, plots was er een bezwerende passage waarvan ik dacht dat ook hij er duimen en vingers bij zou aflikken.

De bezetting van een pianist, een vibrafonist en twee drummers is weinig alledaags, maar was met deze vier muzikanten ideaal. Paul Lovens, ook een grote meneer die al sinds 1969 meedraait en bekend is van bij Alexander von Schlippenbach en Global Unity Orchestra speelde gretig in op wat zich afspeelde. Martin Blume, de andere drummer viel iets minder op, maar vulde met luisterend oor en treffend spel het geheel mee op. Nog meer slagwerk kwam van de dame in het gezelschap en die speelde geconcrentreerd en verbluffend op vibrafoon. Vaak leek het of de drummers patronen tekenden die de prachtigste tekeningen versierden die Van Hove en Vandeweyer uitwerkten. Soms leken zij de grote Kunstenaars die zich door jongere getalenteerde leerlingen lieten begeleiden terwijl Els Vandeweyer de jongste van het viertal is: een jonge vrouw is die qua leeftijd kleindochter zou kunnen zijn van Van Hove. Zij woont en werkt in Berlijn, heeft ook al performances gedaan in Chicago en gespeeld met oa Ken Vandermark, Paal Nilssen-Love en Tim Daisy. Zij bedient zich van oa stokjes, zelfgeprepareerde handschoenen,  metalen schoteltjes en zij schijnt perfect te weten welke klanken zij er mee wil maken om de meest wonderlijke en overheerlijke muziek te creëen in het gezelschap van het moment. Zij leek tijdens dit concert een tijdlang in een platonisch liefdesspel verwikkeld met de pianist, maar elders ook een vrouwelijke onverschrokken krijger die nadat ze zegevierend slag had geleverd serene en treurende gedachten en emoties kwijt moest.

Het was een betoverend concert dat voor mij naar het eind zijn magie wat kwijtraakte toen in het publiek een leeg glas omviel terwijl Van Hove  heel traag accordion was beginnen te spelen waarop enkelen naast en voor mij begonnen te praten, overleggen blijkbaar of ze zouden opstappen en dat deden. Dat Van Hove  terugkeerde naar de piano en het geheel weer op dreef kwam en vaart kreeg, hielp mij weer even in het zadel  om nog een stukje mee te rijden op de vreemdschone geluidsgolven van dit kwartet. Maar het beste, het meest verrukkelijke hadden we daarvoor gehad. Hoogst gedenkwaardig!! Dit koop ik graag als er een CD van komt en vanaf nu is het ook extra uitkijken naar Jazz Middelheim met Van Hove in octet en Follow The Sound met Van Hove en Ikue Mori.


© Christel (correcties JASSEPOES


Danny De Bock


 






- perstekst -


Tom Van Dyck t-Unit4 : 'Little man, big world




 

Een tijd terug ontvingen we hier een exemplaar van de nieuwste CD van saxofonist/componist Tom Van Dyck (initiatiefnemer van oa. Saxkartel, t-unit7, Odds On, ... ). Hij draagt de naam "lttle man — big world". Dit is een productie in eigen beheer en draagt catalogusnr. DiffRec 003.


Een jazzkwartet met dezelfde ritmesectie als die van t-unit7 met 'The Wind's Caress', DiffRec 002. Dat zijn dus Ewout Pierreux op piano en Fender rhodes, Mark Haanstra op akoestische basgitaar en Herman Pardon op drums.


Tom Van Dyck schreef voor dit album 9 'songs', de compositie 'Blow!' is van Ewout Pierreux.

Op de  Jazzgigs vond/ vindt U ook de (voorlopige) lijst van de release-concerten. Dat tourneetje valt in 2 periodes uit elkaar, een eerste in april-mei, een tweede in november-december. Uiteraard heeft dit project ook zijn plek op het internet,  op www.tomvandyck.eu

 

 

 




Zo zonder uitgebreide blazerssectie zoals voorheen met 't-unit7' komt Tom Van Dyck , weliswaar dus wat anders , nu met een  wel erg  leuk  bopkwartet dat uit die t-unit7 gedistilleerd werd, naar buiten . Erg toegankelijk  is het allemaal  en very jazzy bovendien, d'er zullen d'er veel zijn die hier vandaag de dag, in dit erg complexe jazzlandschap  erg blij gaan mee zijn !  Ikzelf alleszins al wel, al kan je misschien het geheel wat verwijten van wat té braaf te zijn.  Vergeet echter deze laatste opmerking en draai deze schijf vrij van complexen want genieten  mag, kan en moet je hierbij doen !

Bijgestaan door dezelfde fijne ritmesectie van t-unit7, dus met Herman Pardon op drums, Mark Haanstra aan de bas en Ewout Pierreux aan piano leidt Tom ons weer door 10 composities waarvan 9 van eigen hand weerom, je hebt er die het componeren in zich hebben, Tom is erg talentvol, dat blijkt eens te meer...Wat te denken anders van bvb. starter 'Unserious business' waar d'ie de altsax tot de zijne maakt, alsof ie nooit een ander instrument had bespeeld... ('k dacht dat ie eerder voor de bariton of de tenor koos...) Meeslepend melodieus met genoeg ruimte voor improvisatie...Herman accentueert gepast  terwijl Mark daar doorheen danst, sterke start, voel je't ook ?

 

Even een smaakje  van Ellington's 'Caravan' bij het beginnen van 'The Power of Emptiness' maar dat ben je gauw kwijt met de dartele ontwikkeling van het nummer. Ewout houdt zich voorlopig aan de Fender Rhodes maar dat laat zich in deze stijl bijzonder goed smaken !


 'Go down clean'een romantische ballad doorspekt met veel dramatiek ?...Ewout ingetogen en doortastend aan de piano vertellend, Tom  stelt de vragen, is hier de onzekere partij en de instrumenten vertalen dat meesterlijk om uiteindelijk zonder discussie te eindigen (ach, vergeef me, ik ben een fantast...)Van Ewout krijgen we dan 'Blow', lekker bopnummer met een ferm doorstappende Mark Haanstra aan de bas en een Tom Van Dyck, nu volledig losgegooid.Ewout volgt op zijn beurt daarna , eerst wat beheerster aan de start in de solo ( hier ook weer aan piano) om even later ook alle registers open te zetten. Fijn veel cymbalenwerk daarbij  van Herman Pardon die bij deze wat ruimte krijgt voor zijn soli. 'Blow' , genoeg dynamiek om je publiek terug aandachtig te maken na de pauze , stel ik me voor !

Track 5 is dan sommetjes maken met hier ook weer de opgemerkte zangerige bass van Mark Haanstra die ook na de solo blijft intrigeren.'Lee's waltz' noemt deze en da's er ééntje voor Lee Konitz, die andere grote altsaxofonist...

En heb je de vingerknip intussen nog niet in je hand zitten dan zorgt 'Bud, not weiser' daar wel voor en laat de Budweisser dan maar voor wat-ie is,nl. een  minder lekker American beer. Hier gaat het wel over die andere 'Bud', nl. Bud Powell, groot Bebop-pianist uit vorige eeuw en mooi gedaan weer van Tom met een heel percussief arrangement voor de sax . Mooie melodie trouwens ook...

En eigenlijk  volgt er nu dan pas de eerste rustpauze  met 'Force Majeure', ook wat een walsje, zo je wil, al ga ik het niet met jou dansen...Nee, lekker op de stoel liever dan, genieten van de poësie van Tom en Ewout, summier omkadert door  de intimistische ritmetandem van bas en drums, een 'cocktailmoment' is het, tijd om es te 'nippen' nu...

' I wanna be bob' refereert naar de periode halverwege de jaren negentig  en dus naar Bob Brookmeyer  waar  Tom toen onder speelde bij het Rotterdamse Conservatorium  waar Bob toen de leiding over had. Dit stuk is heel wat frivoler dan het vorige maar sluit gepast aan en breekt   de zaak hier gelukkig weer open want voor een cocktailuurtje bedank ik toch maar liever.

 'A dance to find balance' begint daarna speels en kinderlijk en heeft twinkelende lichtjes in onschuldige oogjes .Lichtvoetig  met een Tom geduldig uitleggend en ja,vermelden we hier ook weer de mooie bassolo van Mark en een Ewout Pierreux, zo sprankelend als het lichtste bronwater , nu terug aan de Fender.

'Big Tree' waar deze CD mee afsluit is daarna wellicht de sterkste compositie op deze fijne schijf die , jawel, dan wel erg toegankelijk mag genoemd worden maar nooit komt te vervallen onder de noemer 'easy listening'. Daar is deze 'Little man Big World' veel te veel échte jazz voor met sterke improvisaties en heerlijk musiceren van vier vaklui. Ik zou zeggen , smaak het zelf ook in het tweede deel van de tournee die Tom wellicht ook in jou buurt brengt, later dit najaar. Dat is wat  alvast ík ook van plan ben ! Aanbevolen straight jazz !

 

Winus

 

 


Wij gaan ook steeds voor een grapje, dus daarom kreeg je hier eerder deze 'Bud, not weiser'



- Perstekst -

 

PETER EVANS QUINTET, 'GHOSTS', CD uit bij More Is More Records



te koop bij http://www.instantjazz.com/


Peter Evans, trumpets + Carlos Homs, piano + Tom Blancarte, bass + Jim Black, drums + Sam Pluta, live processing






Peter Evans is een man van vele samenwerkingen. De groep 'Mostly Other People Do The Killing', de terrorist bebop band van Moppa Elliott, is wel hét project dat in jazzmiddens de meeste aandacht vangt, maar daarnaast leidt hij een trio, kwartet en kwintet, werkt hij ook graag samen met Evan Parker, gaat hij allianties aan met o.a. Nate Wooley (als twee trompetspelers in duo), met Mats Gustafsson en Agusti Fernandez enz. Hij speelt ook moderne klassieke muziek  met het 'International Contemporary Ensemble' en brengt net zo goed solo CD’s uit met improvisatie. In hetkader van het coaching project begeleidde hij op Jazz Middelheim 2010 'Le Pragmatisme du Barman'.

Zoals op de vorig jaar verschenen CD van Peter Evans Quartet wordt ook op “Ghosts” soms vertrokken van oud materiaal uit de grote jazzgeschiedenis en is er weer volop ruimte voor improvisatie. Met het kwintet haalt Evans de banden nauwer aan met oude mainstream en swingende jazz. Tegelijk doet dit kwintet er een schepje bovenop qua vooruitstrevend musiceren door er live processing in te betrekken: elektronisch spel dat met klanken en samples uithaalt, ook van fragmenten die tijdens de opnamen werden gespeeld en dan licht tot sterk vervormd terugkeren. De elektronica wordt live mee als improvisatiemiddel ingezet, de mix gebeurt al tijdens de eigenlijke creatie.

Deze CD opent feestelijk swingend met 'One to Ninety Two' dat teruggaat op 'Christmas Song' van Mel Tormé en meteen hangt er elektriciteit in de lucht. Trompetklanken worden al gauw uitgerokken zoals verbeeld op de hoesfoto’s waarbij gespeeld is met de sluitertijd op de lens. Muzikale lijnen worden herhaald en beïnvloeden de ritmiek en de verdere opbouw terwijl een serie versierselen bij de melodie worden gespeeld. De wonderbaarlijke vermenigvuldiging met de live processing gaat tot de rand van overdaad in ’n geweldige mix, danslustig, voluptueus en vurig. Daarna is het met '323' meteen hard gààn. Als nog niet was opgevallen dat hier niet zomaar een drummer meedoet, dan hier wél. Jim Black speelt met een power die de hele groep dwingt om behalve veelzijdig ook krachtig als vliegtuigmotoren uit de hoek te komen. En samen nemen zij een hoge vlucht !

Met titelnummer 'Ghosts' komt een ballad gebaseerd op 'I Don’t Stand a Ghost of a Chance With You'. Mooi zacht, ook weer getekend door Evans’ fascinatie voor hoe het verleden het heden bezwangeren kan en zo mee de toekomst bepalen. 'The Big Crunch' wil een ‘reverse Big Bang’ verklanken, schijnbaar één die vlug verslindend alles opslokt - in drie minuten is de hele boel geïmplodeerd. Met 'Chorales' belanden we post bop in de free. Het felle, melodieuze beginstuk van 'Chorales' wordt afgebouwd en de stukken worden her- en opnieuw bekeken. Er valt wat voor te zeggen dat de term avantgarde niet meer kan betekenen wat het betekend heeft, omdat het aan een bepaalde periode kleeft. In de zin dat er een conservatieve component is, maar de muzikanten vooral een vernieuwende taaluiting zoeken en vinden, is dit dan weer wél avantgarde te noemen.  Dat wordt verder onderstreept in 'Articulation'. Waarna een schone versie volgt van 'Stardust' van Hoagy Carmichael.

De aanpak voor deze CD met deze muzikanten is uitgemond in een verpletterend schijfje, dat eindigt als met het neerdalende stof en de laatste glinsters van groots vuurwerk.

Danny De Bock





 

Persbericht:

 

“Jazz op Scène” in Mechelen op zaterdag 18 juni


Jazzliefhebbers ontdekken knusse theaterzaaltjes, en theaterliefhebbers maken kennis met boeiende jazzmuziek.

 

Jazzathome organiseert samen met enkele Mechelse theatergezelschappen -als aanloop naar de zevende editie van haar festival op 18 september 2011- een avondje live jazz op 4 Mechelse podia.

Theater “De Moedertaal”, theater “Korenmarkt”, theater “De Peoene” en voormalig theater “De Komeet” openen hun deuren voor live optredens door 4 verschillende jazzgroepen.

 

Stel zelf uw “jazz op scène-avond” samen en kies 2 optredens uit volgende 4 mogelijkheden:

Sam Stuyck Quintet in theater “De Peoene” met swing en bop standards.

The Tributes in theater “Korenmarkt” met bebop standards.

Ruby in theater “De Moedertaal” met songs en nummers tussen pop en jazz.

Maria Fernandez Alvarez Quartet in voormalig theater “De Komeet” met R&B, jazz en latin.

 

Tickets: 10 euro, liefst via www.jazzathome.be, bij de deelnemende theaters of via 015/33 63 14.

Kies daarna uw 1ste theater met optreden van 20u tot 21u en uw 2de theater met optreden van 22u tot 23u via www.jazzathome.be of via 015/33 63 14. Tussen 21u en 22u wandelt of fietst u naar uw tweede optreden.

 

Theater “De Peoene”: Lange Schipstraat 71-73 te Mechelen.

Theater “Korenmarkt”: Korenmarkt 14 te Mechelen.

Theater “De Moedertaal”: Hoveniersstraat 54 te Mechelen.

Voormalig theater “De Komeet”: Sint Romboutskerkhof 2 te Mechelen (nu Contour/jazzzolder).

 

Alle info: jazzathome@jazzzolder.bewww.jazzathome.be

 

 


 - alle info over de bands vond je eerder bij de jazzgigs ! -

 

 

 

JOS (Jazz on scene-Jazz op de scène) Mechelen , 18 Juni

een avondverslag




Vorig jaar zaten we met een hoop ingeschrevenen in traiteurzaak Gybels te Mechelen voor ‘Jazz a la Carte’ , nog zo’n initiatief van Jazz@ Home, dat na een eerste start in 2003 of was het 2004?, verder ging in samenwerking en eigenlijk onder de hoede van JaZZZolder Mechelen, de  gesmaakte jazzclub van voorzitter Lejo Vanhaelen uit Mechelen, waar ook jonge ensembles en aan jazz verwante muziekjes sindsdien hun ‘thuis’ gevonden hebben. Nu dus met eenzelfde impuls JOS , effe uitproberen of dat ook werkt, jazz brengen bij meestal jazzonervaren theaterliefhebbers, alhoewel zulks evenement natuurlijk ook de muziekliefhebbers tout court aantrekt. Niets vanzelfsprekend blijkt echter want, hoewel het er bij ‘De Peoene’ en in ‘De Komeet (nu homeplace van de hedendaagse jazzzolder) vrij geanimeerd aan toe gaat; blijkt het  (in de eerste sets dan toch) vrij statisch te wezen in theater De Moedertaal en bij theater  ‘De Korenmarkt’.




Aanvankelijk is dat niet zo verwonderlijk in ‘de Moedertaal’ alwaar ‘Ruby geprogrammeerd stond met de toegankelijke vocale jazz die wat naar pop smaakt van Ingrid Weetjens, maar die bleek jammer genoeg een paar dagen voorheen al geveld door een pijnlijke hernia.


 

 

 

 ‘Het’Beuvens-Estièvenart quartet’, eigenlijk de band rond Ingrid,ontfermt zich dan maar alleen over de twee optredentjes en dat zal ongetwijfeld gesmaakt hebben met Lionel Beuvens op drums en Lara Rosseel aan de staande bas als ritmesectie en Eve Beuvens aan keys en Jean-Paul Estièvenart aan trompet en bugel als fijne solisten, alleen krijg je nu wel een heel ander opzet voor de niet-jazz liefhebbers.

 

 

 De tijd ontbrak me om dat allemaal in het juiste licht te kaderen en te evalueren want ik raasde doorheen een van allerhande straatwerken geplaagd Mechelen ,en dat bovendien grotendeels te voet, dus van het ene theater naar het andere om het gebeuren allemaal wat in beeldjes te schieten . In 3 theatertjes ben ik dan ook  slechts een kwartiertje aanwezig, wat wellicht, achteraf gezien, wat weinig was om naar veel reacties te peilen… Alleszins bleek het publiek ook in de Korenmarkt niet echt jazzbewust.


 

    


 

 Daar speelden ‘The Tributes’ een keuze uit wat bekende en minder bekende standards en eigenlijk een programma rond jazzlegende  en destijds vernieuwend gitarist Wes Montgomery meen ik toch begrepen te hebben uit de presentatie van saxofonist Jean-Paul Jublou, één van die wat mindere goden in ons Vlaamse muzieklandschap die wel steeds weer méér dan de moeite blijkt om aan te horen. Dries Verhulst aan gitaar, Jens Simolox aan contrabas en ouwe rot Frans Pelgrims op drums, intussen zijn  het samen wat vertrouwde gezichten in de brede Mechelse jazzscène en staan zij steeds garant voor quality music. Alleen moet je het theaterpubliek hier wat in gang zetten. Weten zij veel dat ‘shouts’ mogen en applaus na de soli ook al mag en dat dat eigenlijk zo hoort bij jazz !Maar eigenlijk is dat laatste gevoelsmatig en wat persoonlijk ook  en bestaan daar eigenlijk weinige regels rond. Alleen hoort applaus niet in de ballads, vind ik en leg dat dan  maar eens uit...



 Een 25 man gedurende de eerste set bij het ‘Beuvens-Estièvenart Quartet’ en misschien een 40-tal bij The Tributes ? Meer volk manifesteerde zich dan in het populaire ‘De Peoene’ theater, alwaar men, theatergetrouw, zoals we het graag overal gezien hadden, het concert inleidde met een act, eigenlijk letterlijk ‘onderbroekenlol’ maar van ons mocht het wel !


 

   

 

 Sam Stuyck, die ik voorheen eigenlijk alleen maar kende van het ‘Jokke Schreurs trio’ blijkt eveneens een warme vocalist zoals ook sideman bassist Jean Van Lint(o.a. bij de Swing Dealers met Dirk Van Der Linden) dat zo lekker kan,  en in de weinige theaterconcert-tijd dat ik er ben kan de tenor van Paul van Laere ook best bekoren.

 

   

 

 Sommigen wisten achteraf te vertellen dat toetsenist Nathan Kerstens eveneens in de prijzen viel, ik zou het echter niet weten, heb dat niet meer gehoord want wijlie weeral spoorslags naar de laatste tent : theater’ de Komeet’, zeg maar ‘JaZZZolderkapel’ nu vandaag de dag, maar ik ben vroeger wél een fan en vaste klant geweest van het ‘Komeet’-gezelschap.

 

 

 

Ik heb er in de periode 1996-2000 diverse leuke stukken gezien in ( zucht) die goeie ouwe tijd met bvb. een Tessy Moerenhout, goeie actrice,vakvrouw en fijne mens. Helaas kan zij het hier vandaag niet meer beleven, zij is er intussen niet meer,  overleed  eerder dit jaar aan het venijn van deze tijd, kanker…   

Nu dus zo goed als twee keer ‘vollen bak’ hier,  in de ouwe Komeet voor Maria Fernandez Alvarez, een Nederlandse met Zuiderse oorsprong en temperament. Een 'voice' met een  ferme backingband en zijzelf bulkend van enthousiasme.

 

     

 

Voor mij is dit alleszins de topper van de avond maar ‘k heb de ogen dan ook niet in me zakken steken. Een mooie vrouw met sterke stem,  rhythm, meeslepende, uit passie ontsprongen liedjes en zuiderse warmte ! Ja, zij komt graag later nog eens terug , klinkt het achteraf in de bar alwaar na het concert ook medewerkers vanuit de andere theaters toestromen. Lang blijf ik hier echter niet meer hangen, heb weer heel wat fotookes te verwerken waaronder wat leuke beeldjes , hoop ik dan toch, van deze schone, die ‘k op deze manier dan toch ook mee naar huis kan nemen... En wijlie dus voor vanavond finaal weg ! (zucht)…


 

Winus

 
 


 

.. en Hier een link naar Youtube waar de cineast zijn reportage geplaats heeft; ook is ze te zien op "Onze TV";

deze zender biedt steden en gemeenten een digitaal televisiekanaal op Belgacom TV (kanaal 350) en Telenet Digital TV (kanaal 408) waar inwoners en besturen hun buurt, activiteiten en gebeurtenissen kunnen delen.

 

http://youtu.be/P-tiJb3rZ1A

 

Onze TV

 

 


  clicketick for slideshow !





JAZZ op de DIJLEFEESTEN 2011: een impressie

Onder een feller brandend zonnetje dan we op basis van de weersvoorspellingen hadden verwacht traden op zondag om 15:00 DEL FERRO – VAGANEE GROUP aan met Mike Del Ferro aan de piano, huidig stadsartiest Frank Vaganée op altsax, Jos Machtel op contrabas en Hans Oosterhout op drums. Even voorstellen, dacht de voorzitter van de Mechelse jazzzolder en toen mocht de groep aan de blijde boodschap vorm geven: voor het eerst stond er jazz op het programma van de Dijlefeesten. Niet zomaar wat vrijblijvende jazz, maar meteen een kwartet met een frontman van wereldformaat, vorig jaar bij Kenny Wheeler nog te gast in New York met het BJO, gerenommeerd orkest waarbij hij al jaren voortrekker is, toptalent en altijd een sympathieke mens gebleven: Frank Vaganée.

De groep met Del Ferro bestond al eens eerder, begin jaren ’90 tot zo’n 15 jaar terug. En nu blazen ze deze band nieuw leven in. Met eigen stukken die ze updaten. Eigen stukken die vrijelijk verwijzen naar oude stromingen in de jazz en die ze qua geest en uitvoering eren. De set beginnend met sterk aan bebop verwante lijnen en snelheid klonk het meteen als een statement: traditie is belangrijk en vernieuwing moet niet om de haverklap klinken als een gewaagd uit de bocht gaan om ondanks de helling en het losse zand spectaculair weer vaste baan te vinden. Geleidelijk kwam er wel geflirt met dergelijk gevaarlijk spel aan te pas, maar Vaganée en vrienden zorgden eerst voor genoeg schwung en melodieuze lijnen alvorens de ervarener luisteraar zijn zin te geven en de minder geoefende luisteraar te laten proeven van fijn gedoseerde schijnbaar valse klanken die gewild en gepast voor een heerlijke contrastwerking zorgden. Zoetzuur zonder Oosterse invloed of scherpzacht als haar en dan weer melodieus en vlot toegankelijk speelde Vaganée zich in de kijker, maar hij liet ook graag de ruimte aan zijn Nederlandse metgezellen! Straight en to the point de ritmetandem, als een sierlijke tovenaar solerend en groovend of fijntjes ondersteunend tot achterwege blijvend, stil glunderend genietend pianist Del Ferro! Het is uitkijken naar hun nieuwe CD, jaja!

RHONNY VENTAT FUNKY JAZZBAND met Rhonny Ventat op saxen, fluit en keyboards, David Guttierez op gitaar, Cedric Waterschoot op elektrische bas en Michel Moliterno op drums kwamen iets later dan gepland tot het spelen van hun set toe. Zij tapten uit een ander vaatje en maakten hun naam waar. Ventat is de voorman, de spil en minstens zo belangrijk als de jazz is de funk. Bij momenten klonken de groovy stuff als een eerbetoon aan James Brown, we kregen lekkere en soms wel héél aanstekelijke funky jazz.

Van meet af aan gaven de muzikanten de indruk dat ’t hen vooral om lekkere en dansbare muziek te doen is. Dat de band rond Ventat niet dezelfde was als vorig jaar op jazzathome of in de jazzzolder – op Ventat en de drummer na – bleek ook geen enkel probleem. Cedric Waterschoot wist perfect aan te sluiten bij Ventat en gitarist David Guttierez scheen niet te moeten onderdoen voor Mao Blanc. Op een stuk van Pat Metheny en in heerlijke solo’s was het jammer dat zij op het kleine podium stonden op de Vismarkt en hij achter de volumineuze speakers. Maar vooral waren we blij dat gedegen funky jazz voor de ambiance mocht zorgen.

De opkomst was behoorlijk, de terrasjes alsook de rijen stoeltjes goed gevuld en voor benen die wilden bewegen was er eigenlijk ook nog plaats om’n stukje te shaken. I-de-aal  op een zomerse vooravond ! Wordt vervolgd, hopen wij dan.



Danny De Bock


 



DINANT JAZZ NIGHTS 16 juli 2011 - concertimpressies

 



Elk jaar is er op de 'Dinant Jazz Nights' een peetvader die elke dag zal optreden in een andere bezetting. Dit jaar is het de beurt aan Joe Lovano op deze 14de uitgave van dit sympathieke en beste Jazzfestival van België... en ik ben niet de enige die dit meent...

De andere peetvaders zijn geweest : Toots Thielemans, Eric Legnini, David Linx, Manfred Eicher, Philip Catherine, Paolo Fresu, Stephane Belmondo, Steve Houben en Manu Katche. Het zijn artiesten die er regelmatig terugkomen.

 

 





© foto Michel Proesmans, artwork JASSEPOES



Ik heb zaterdag 16 juli uitgekozen. Op die dag worden de Sabam Jazz Awards uitgereikt tijdens het festival. Meer hierover straks. Maar dat is natuurlijk niet de enige reden want ik hou wel van Kenny Werner en de BJO en dan nog het duo Toots en Kenny Werner om af te sluiten...

Het festival gaat dit jaar door in de tuinen van het Collège Notre-Dame de Bellevue. Het is daar om de twee jaar omdat de abdij niet elk jaar het wil doen in zijn tuinen. Het gras moet kunnen bekomen... We hebben inderdaad een bellevue over de citadell van Dinant maar de regen is wel de spelbreker...


JANOS BRUNEEL "LINGO" QUARTET


Janos Bruneel (bas), Nicola Andrioli (piano), Bert Cools (gitaar), Stijn Cools (drums), Daniel Mester (sax)

 

In 2010 heeft de jury van de Sabam Jazz Awards unaniem besloten om de prijs voor ‘jong talent’, de Jeugd & Muziek Jazz Award, aan bassist Janos Bruneel toe te kennen. Daarom staat Janos ook hier op het grote podium en mag hij deze zaterdag 16 juli openen. Janos Bruneel (°1983, Antwerpen) is een bassist die in elk gezelschap een rol van betekenis speelt.  Met verschillende formaties behaalde hij al tal van onderscheidingen, zoals in 2004 de 'Octave de la Musique'-prijs met het Casimir Liberski Trio en in 2008 de eerste prijs van de wedstrijd van jong jazztalenten van Dinant met de groep Hamster Axis of the One Click Panther. 

De groep speelt vandaag een gevarieerde set met eigen nummers met een sterk swingende afsluiter. Tussendoor krijgen we composities met een licht repetitief karakter dat je meevoert en laat meevoelen. Vooral de gitarist en Hongaarse saxofonist komen sterk uit de verf.  Het is geen doordeweeks jong bandje zoals er al zoveel zijn. Neen,  de prijs is zeker verdiend en we zullen hier nog veel van horen.

 

FRED VAN HOVE "Ode à Sax" QUARTET


Fred Van Hove (piano, accordeon), Fabrizio Cassol (sax), Jean-Luc Cappozzo (trompet), Paul Lytton (percussie/drums)

 

Pianist Fred Van Hove, toch al 74 jaar, brengt met zijn groep een ode aan Adolf Sax, de instrumentenbouwer uit Dinant. Onderweg naar hier merk je het wel : overal saxen-standbeelden op de brug en ook in de avondverlichting. Voor de saxpartij valt de eer te beurt aan Aka Moon oprichter Fabrizio Cassol.  Hij wordt bijgestaan door de Franse trompettist Jean-Luc Cappozzo en de Engelse drummer Paul Lytton. Bon,  een duidelijke lijn hoor je niet, je moet je ‘mind’ open stellen om dit te appreciëren. Heel af en toe merk ik wel een melodie die je dan tracht te volgen.

 

Pianist Fred Van Hove ontving vorig jaar de SABAM Jazz Award binnen de categorie 'Gevestigde Waarde'. We haken toch af voor een hapje lekker gebakken saucissen op de BBQ met een stevige pint Leffe.  We herkennen ook Mark Sound met zijn fantastische CD’s. Hij verkoopt nu ook vinyl jazzplaten (DMM -direct Metal mastering – en  180 gr LP’s) voor de jonge liefhebbers. Ondertussen runt hij al vier winkels in België. Jazz is alive and kicking, ook bij een jong publiek, blijkt nu ! Het is weer cool om naar jazz te luisteren en hier te komen kijken (ondanks het kwakkelweer).

 

KENNY WERNER & BRUSSELS JAZZ ORCHESTRA



Kenny Werner (p) & The Brussels Jazz Orchestra: Frank Vaganée, Dieter Limbourg, Kurt Van Herck, Bart Defoort, Kurt Van Herck (s), Serge Plume, Nico Schepers, Pierre Drevet, Jeroen Van Malderen (tp), Frederik Heirman, Lode Mertens, Ben Fleerakkers, Laurent Hendrick (tb), Peter Hertmans (g), Jos Machtel (b), Martijn Vink (dm)

 

Pianist Kenny Werner (°1951 Brooklyn,NYC) voorstellen hoeft bijna niet meer. Hij heeft een band met deze big band opgebouwd die al begon tijdens de jam sessies van Jazz Middelheim waarin hij Frank Vaganée opmerkte toen hij de internationale muzikanten wegblies met zijn geweldig saxspel. Dat resulteerde in een eerste CD met Kenny Werner en het BJO in 2003 (Naked in the cosmos’.   Binnen enkele weken volgt er nu een gloednieuwe schijf ‘Institute of Higher Learning’ en weer met kenny Werner. Het concert in Dinant kan dus gezien worden als een exclusieve avant-première van deze nieuwe CD.

Ze starten natuurlijk met het titelnummer waarbij de registers worden opengetrokken : indrukwekkend. De BJO is in topvorm. Ze spelen een ode aan Bob Brookmeyer in ‘Second love song’ en Kenny uit zijn lof voor de beste bigband ‘de BJO’. Ieder individu schrijft hier muziek en zij maken het aldus makkelijker voor Kenny om te componeren voor big band. Kenny brengt een speciale versie van het sixties ‘House of the rising sun’ met hierin stevig stuwende drums van Martijn Vink en saxpartij van Bo van de Werf. Joe Lovano komt het podium op en speelt mee met ‘Portrait for Jenny’ (bekend van ‘Naked in the cosmos’) eerst als een ballad en daarna zet het orkest in waarna een luid applaus volgt. Voor Kenny is Joe Lovano de godfather maar Joe zegt dat Kenny voor hem zijn goeroe is. Het volgende nummer ‘Compensation’ is ook te vinden op de nieuwe CD. Joe speelt hier ook mee na een mooie piano intro. Op het einde maken ze nog een grapje noten tussendoor (?) met ‘Singing in the rain’ omdat het buiten zo enorm regent. ‘Compensation’ is het eerste nummer dat Kenny schreef voor bigband destijds met het Mel Lewis Orkest. Daarna volgt nog de suite 'Cantabile' in 3 delen geschreven voor een universiteit.  Hierin zijn de solisten Peter Hertmans en Bart Defoort. Ballads en uptempo stukken volgen en bereiken pieken van raffinement en timing. Een verdiende toegift volgt met het bluesy nummer ‘Use me’ ook al van de CDNaked in the cosmos’.

 

Voor dat Toots kan beginnen spelen volgt eerst de Sabam Jazz Awards uitreiking.

 

Auteursrechtenorganisatie Sabam zorgt voor leven in de brouwerij. Is het niet met discussies over uitbetalingen van artiesten, dan wordt er wel geopperd dat internetproviders ook een Sabam-bijdrage horen te betalen vanwege de vele (illegale) muziekdownloads die ze mogelijk maken. Maar het is niet alleen kommer en kwel bij Sabam. Want met bekroningen als de Sabam Jazz Awards zorgt de organisatie ook voor een belangrijke financiële steun aan gevestigde en jonge muzikanten die dat volgens de vakjury verdienen. 

 

De genomineerden voor de Sabam Jazz Award 2011 voor gevestigde waarde zijn:


  • Gino Latucca, trompettist
  • Jacques Pirotton, gitarist
  • Fabrice Alleman, saxofonist = WINNAAR
  • Sal La Rocca, bassist
  • Michel Hatzigeorgiou, bassist

De genomineerden voor de Sabam Jeugd & Muziek Jazz Award 2011 zijn:

  • Lorenzo Di Maio, gitarist
  • Igor Géhénot, pianist = WINNAAR
  • Antoine Pierre, drummer
  • Casimir Liberski, pianist
  • Thibault Dille, accordeonist

 

Fabrice Alleman speelde al met zoveel verschillende muzikanten en hij gaat nu naar huis met 10000 euro’s die zullen gebruikt worden voor zijn muzikale carrière.

De Luikse pianist Igor Géhénot mag op zijn beurt 5000 euro opstrijken. Hij speelt al piano vanaf zijn zesde. Hij houdt van de Bill Evans’ pianostijl en musiceert  in trio. Naast zijn studies aan het conservatorium van Brussel volgt hij nog extra training bij Eric Legnini en Jean-Louis Rassinfosse. Hijzelf geeft nu jazz piano lessen in Waremme (tegen Luik) en speelt regelmatig in Jacques Pelzer’s Club, Music Village, Sounds enz. Maar we willen hem graag wel eens zien spelen in Vlaanderen ook...

 

Zo, dan is het nu eindelijk de beurt aan de hekkensluiter: Toots in duo met zijn geliefde pianist Kenny Werner. Het is al bijna 23u.

 

TOOTS THIELEMANS & KENNY WERNER


Toots Thielemans (mondharmonica), Kenny Werner (piano, synthesizer)

 

 Kenny Werner is Toots zijn lievelingspianist. Ze brengen samen nu toch ook weer de bekende nummers als ‘I love you Porgy’ en ‘Summertime’ van de musical West Side Story; of ook nog  ‘All the things you are’ en natuurlijk ‘Windows’ van Chick Corea. Een Bill Evanske mag niet ontbreken of het Braziliaans repetoire zoals ‘The dolphin’ met hierin een riedeltje van ‘the pink panther’. Grappig gedaan en natuurlijk direct herkenbaar.  Joe Lovano kijkt goedkeurend mee vanuit het publiek. Toots vertelt hoe hij Kenny Werner heeft ontmoet toen hij producer was voor Judie Niemack en toen ook Joe Lovano meespeelde.

Kenny geeft vooraf telkens enkele noten  zodat Toots moet raden welk liedje ze gaan spelen. Het Charlie Chaplin nummer ‘Smile’ is ontroerend met de key changes van Kenny, net zoals ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel. Toots eert zijn vrouwtje weer eens in ‘For my lady’ met kusjes tussendoor. Zeer goed gebracht is ‘Windmills of your mind’ van Michel Legrand, die een voorbeeld is voor Kenny Werner en met wie hij nog op het festival tijdens de repetities quatre mains heeft kunnen spelen. Op het einde volgen nog ‘Imagine’ van John lennon en ‘Wonderful World’. Ja het is echt een mooie muzikale dag geweest.

Opvallend is dat iedereen na het optreden tegen 00u15 snel naar huis wil. De temperatuur zakt en de regen houdt maar niet op. Onderweg door de straten valt me de mooie saxofoon verlichting op. Toch nog even gestopt om een kiekje te maken ...



Michel Proesmans

 

 




PAUL VAN GYSEGEM SEXTET:  'AORTA', CD - voorstelling




 FUTURA GER 27


Patrick De Groote, trompet, bugel + Nolle Neels, tenorsaxofoon + Ronald Lecourt, vibrafoon + Jasper Van ’t Hof, piano + Paul Van Gysegem, contrabas + Pierre Courbois, slagwerk


De bekendste naam in dit gezelschap kan voor de jazz(ver)kenner anno 2011 Jasper Van ’t Hof zijn, maar bij sommigen in het Gentse is de herinnering aan dit sextet en aan Van Gysegem in het bijzonder levendig gebleven. Vorige zomer stond de groepsnaam daar nog op de affiche van Jazz in’t Park  voor de 75ste verjaardag van de bassist en beeldend kunstenaar. De bezetting toen, naast de autodidact bassist: saxofonist Steve Potts, tenorsaxofonist Cel Overberghe, trompet- en bugelspeler Patrick De Groote, vibrafonist Ronald Lecourt en drummer Noel McGhie. De aanwezigheid van Potts die les kreeg van Eric Dolphy en oa speelde met John Coltrane en Wayne Sorter mag een indicatie zijn van het belang van Van Gysegem voor de Europese jazz. Kenners en loslopende levende encyclopedieën associëren andere namen in de groep dan weer met oa Mal Waldron, Enrico Rava, Gato Barbieri, Steve Lacy...

Dit jaar kwam dan de uitgave op CD van deze langspeler uit 1971. In platenwinkel 'Vynilla' in Gent hoorden we dat de originele uitgave op vynil veel geld waard is; voor minder verwoede liefhebbers is het een goede zaak om nu op CD via AORTA kennis te maken met of herinneringen op te halen aan Europese free jazz van rond 1970!! Jawel, het is free jazz en het is muziek die het Franse Jazz Magazine toen prees om haar vermengen en verrijken van Europese wortels en orchestratie met de Afro-Amerikaanse new thing van toen. Het is Improvisatie met de hoofdletter in een genre waarin sommigen geen geweldige muziek willen vermoeden of ontdekken. Wie er zich wel open voor wilt stellen kan zich hier verbazen hoe juist de gehelen op deze plaat wel in elkaar passen. Titel “Aorta” en ets op de hoes “Niet zo gevaarlijk als je denkt” geven het passend aan: de onderliggende systemen van deze muziekuitingen zoeken en vinden, ja, bevoorraden cellen en organen langs bloedbanen om energiestromen te onderhouden. En die energie is niet per definitie van agressieve destructieve aard. Wars van conventies zoals die al decennia bestonden en evolueerden kwamen er nieuwe wegen op het voorplan, wegen die dichter bij onze natuur liggen dan we meestal in de verf wilden zetten.

Thelonious Monk ging niet mee in de free jazz, maar gebruikte in 1967 wel de titel “Ugly Beauty” en – smaken verschillen - al dan niet lelijke schoonheid is er ook te vinden op 'Aorta'. Met de nodige kennis van hun instrument en elkaars opvattingen konden deze zes muzikanten live begeester(en)de resultaten neerzetten die (nog altijd) echt àf klinken. Zoals “Nummer 86, een kerrygerecht” dat begint met gestreken bas en waarop geleidelijk de andere muzikanten met extra ingrediënten komen aanzetten. Grilligs en schoons na en door elkaar spelend, lang niet de hele tijd een chaotische geluidsmuur optrekkend, energiek en dan weer bedachtzamer, steeds welgemikt gaat de LP over drie nummers opgenomen in de Gentse universteit naar het lange titelstuk dat werd geregistreerd in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent. Eens de intro getikt op cymbalen en gesputterd op sax, komt als een coole fan van Don Cherry Patrick De Groote aanzetten, dient Nolle Neels ergens tussen Albert Ayler en Louis Sclavis hem van antwoord en dan zitten we tot over onze hals in een werkstuk voor free jazz orkest dat, zij het niet als een Basie, swingt als de besten en met speelse momenten van ingehouden verlangen en op een laag pitje verder werken weer aanzwengelt... tot pruttelend en stomend ‘n echt lekker nieuw gerecht in een potje gaat overkoken, even toch, terwijl wat later weer iets aanbrandt en toch telkens net op tijd weet dit gezelschap de boel zo te sturen dat ’t zijn alternatieve sterren voor topkeuken grandioos verdiende.


Danny De Bock

 

 




Persbericht

 

Jazz in ’t Park zorgt opnieuw voor jazzy nazomer in Zuidpark Gent



In een organisatie van de stad Gent wordt het gezellige Zuidpark van Jazz in ’t Park opnieuw de gedroomde festivallocatie voor een jazzy nazomer. Deze 18e editie biedt 16 gratis concerten ‘tussen de bomen’, tijdens het laatste weekend van augustus (27 & 28.08) en het eerste weekend van september (03 & 04.09). Jazz in ’t Park wil een zo breed mogelijk publiek laten kennis maken met de hedendaagse Belgische jazz, door gratis maar hoogstaande concerten te programmeren. Tegelijk biedt het festival jaarlijks een gevarieerd overzicht van wat leeft in de brede, moderne Belgische mainstream jazz, geworteld in bebop en postbop. Aan de succesformule wordt dan ook niet geraakt: zowel gevestigde waarden als talent van eigen bodem kunnen er ontdekt worden, dit zowel met licht verteerbare jazz als met het moeilijkere genre. Rond middernacht worden authentieke jazzdocumentaires en unieke concertopnames geprojecteerd onder de noemer ‘Jazz on Film’.

 

Jazzhappening

 

De vroegere vrijdagconcerten vallen dit jaar weg, maar net zoals vorig jaar zorgen namiddagconcerten om 16 uur en 18 uur voor een nauwere aansluiting bij de avondconcerten van 20 uur en 22 uur. Daardoor wordt een optimale festivalsfeer gecreëerd in het Zuidpark. Dit Zuidpark -officieel het Koning Albert I park- achter de stadsbibliotheek en het stedelijk administratief centrum, werd vier jaar terug harmonieus heraangelegd met o.a. wandelpaden, graspartijen, fonteinen, langgerekte zitbanken en een speeltuin voor de kids. Tijdens het festival vormen podium, zitjes, drank- en eetstandjes en infochaletjes één groot openluchtdorp tussen de hoge bomen. Er heerst een aangename, relaxte sfeer. Veel mensen ontdekken hier een genre dat ze nog niet kenden of waarvoor ze nooit eerder ‘open’ stonden. Zelfs voor Gentenaars is het park telkens een ontdekking van een stuk groene long, die ze vergeten waren of niet kenden. Bij minder goed weer blijft het publiek beschut tegen mogelijke regen door sierlijke tentzeilen die één worden met de bomen. En voor wie van buiten de stad komt, is er op 200 meter van het Zuidpark een ondergrondse parking.

 

Programma 2011

 

Met de vinger aan de pols programmeerde Jan Schiettekatte opnieuw een gevarieerd overzicht van de Belgische jazzscene anno 2011. Zie programma onderaan en artiesteninfo in bijlage. Voor de keuze van 5 festivalgroepen liet hij zich bijstaan door JazzLab Series die het Quentin Dujardin Quartet, aNoo, 1000, Manu Hermia Trio, Ivan Paduart Quartet voorstelden. Blikvangers en headliners dit jaar zijn Narcissus, het kwartet van saxofonist Robin Verheyen; het Nathalie Loriers New Trio, met Rick Hollander, een van de meest swingende drummers van de USA; Radio Chopstick, een uniek project in 2 delen van Chopstick Records, met diverse jazzmusici; en het kwartet Mâäk, voor de gelegenheid uitgebreid met 4 buitenlandse topmusici, dat het festival op 4 september feestelijk afsluit. Onder de noemer ‘Jazz on Film’ (zie programma in bijlage) worden rond middernacht authentieke jazzdocumenten uit de rijke collectie van Steve Wante geprojecteerd, ditmaal niet met filmspoelen maar via DVD. De dubbele live CD ‘Jazz in ’t Park Live’, met opnames van de feestelijke 15e editie in 2008, een samenwerking met de producersopleiding van Hogeschool Gent, is nog steeds te koop aan 10 euro in de Stadswinkel van het Administratief Centrum, W. Wilsonplein, op een steenworp van het Zuidpark.

 

Urgent.fm

 

De muzikale omkadering voor, tussen en na de concerten alsook de presentatie zal voor het eerst door Urgent.fm verzorgd worden. De Gentse jongerenradio Urgent.fm brengt al jarenlang jongeren en muziekliefhebbers in contact met jazz door pure jazzprogramma’s en door programma’s met crossover muziek die schatplichtig is aan de jazz. Urgent.fm maakt live radio op het festivalterrein gedurende de festivaldagen vanuit hun festivalcaravan en een presentator zal ook telkens de groepen inleiden op het podium. Daarnaast treedt de radio ook op als mediapartner waarbij radiospots en een voorbeschouwend programma in het zendschema zijn opgenomen. Urgent.fm (te beluisteren op 105.3 FM en digitaal via www.urgent.fm) is reeds drie keer verkozen tot ‘Beste radiostation van de provincie Oost-Vlaanderen’ en was ook nog laureaat voor de Gentse Cultuurprijs in 2008. Als moderne radiozender werkt Urgent.fm crossmediaal, met een uitbouw in web, social media, video en live studio.  Het radiostation biedt ook een leerplatform voor Gentse jongeren die willen proeven van het medium radio. Met resultaat, want nationale radiozenders strikken regelmatig Urgent.fm-talenten voor hun eigen programma’s.

 

Praktisch

 

Jazz in ’t Park 2011: 16 GRATIS concerten op 27 & 28 augustus en op 3 & 4 september in het Zuidpark Gent, telkens om 16u, 18u, 20u en 22u. Rond middernacht gratis projectie van ‘Jazz on film’. Ondergrondse parking aan Zuidpark.  

 

Organisatie: Dienst Feestelijkheden en Evenementenbeleid van de Stad Gent.

Info: www.gent.be/jazzintpark, feestelijkheden@gent.be of gentinfo@gent.be.

Telefonische info: 09/210.10.10 (Gentinfo) en 09/224.25.26 (tijdens de Gentse Feesten).

 




IG HENNEMAN SEXTET, CUT A CAPER, CD WIG 19 - CD recensie







IG HENNEMAN, VIOLA/COMPOSITIONS + AB BAARS, TENORSAX/CLARINET/SHAKUHACHI + AXEL DÖRNER, TRUMPET + LORI FREEDMAN, BASS CLARINET/CLARINET + WILBERT DE JOODE, BASS + MARILYN LERNER, PIANO


© Francesca Patella




Ergens voorbij de werelden van jazz en klassieke muziek kun je die vinden van Ig Henneman. In 1985 besliste zij om haar volstrekt eigen weg in te slaan als componerend en improviserend muzikante en de popmuziek vaarwel te zeggen. Eind 2010 vierde zij zowel haar 65ste verjaardag als 25 jaar van eigen projecten met de 5 CD’s rijke verzamelbox Collected plus een tournee met o.a. trompettovenaar Axel Dörner in een sextet. Deze zomer pakt Stichting Wig uit met de CD die dat sextet opnam in december 2010.

Zoals een kappertjesstruik draagt deze CD vruchten die als capriolen én als delicate lekkernij aandoen. Cdbaby catalogeert dit als avantgarde free impro en voegt er gelukkig ook de liner notes aan toe van Brian Morton. In de tien stukken op deze CD kom je immers raakvlakken tegen met jazz en klassieke muziek, maar vooral getuigt de CD van ontmoetingen tussen zes muzikanten en nog meer instrumenten die in gelijkende en van elkaar wegdansende bewegingen oude tradities eren en (ver)nieuwe(nde) richtingen inslaan. Met oude blaas- en snaarinstrumenten plus piano creëren de zes inventieve leden ahw nieuwe hotjazz waarbij filmpjes zouden passen die oude collagetechnieken in een gedigitaliseerde omgeving doen bewegen en dansen. De CD begint uiterst levendig met 'Moot' dat meteen het ingenieuze karakter onderstreept van dit sextet alsook verwijst naar kinderlijk speelse lijntjes. Hoe doelgericht het samenspel ook is, net zo goed zijn er schijnbaar weinig doordachte, sterk doorleefde kronkels en kronkeltjes. Met de openingstrack wordt een statement gemaakt en de volgende composities/stukken diepen zaken verder uit. De viola van Henneman neemt een centrale rol in terwijl zij allesbehalve schreeuwerig dominant wil zijn. Met kunde en meesterschap zet zij met de collegamuzikanten schetsen in beweging die zij samen bezielen en uitwerken tot fijne eigenzinnige meesterwerkjes. Zoals bij een orkest verschuift de inbreng van de verschillende instrumenten, maar wordt een gemeenschappelijk doel bereikt.

Het kan wat wennen zijn aan deze muziek/kunstvorm, maar meerdere luisterbeurten helpen alleen maar om het genot te doen toenemen bij zoveel moois. Hoor klarinetten, trompet en tenorsax vervlogen tijden oproepen en terug- en ver vooruitblazen, uitmonden in nieuwe structuren, vrije muziek, alles onder impuls van Ig en haar viola ! Geniet zonder drums, maar met bas en piano van nieuwe heerlijkheden, ja, stel u open, laat u meevoeren als was u zelf een zaadje of een blad dat door wonderlijke windvlagen en zuchtjes, luchtverplaatsingen allerhande naar onwaarschijnlijke hoeken, kanten, fijne en grofkorrellige beelden wordt gebracht. Onvermoede invalshoeken en sensaties worden uw deel!

Danny De Bock

 


Eerder kozen wij als begeleidende sample voor opener 'Moot', dat liet je fantasie verder aanvullen...




PERSBERICHT

 

Jazzathome 2011 Mechelen, zevende editie.




Stel op zondag 18 september 2011 zélf je eigen jazznamiddag samen en ontdek (historische) huiskamers, binnentuinen en andere toffe plekjes in de Mechelse binnenstad.

 

Voor 2011 is als thema “lyrische jazz” gekozen. De groepen brengen dan jazz die gemakkelijk in het oor ligt en melodieus klinkt. Jazz hoeft zeker niet moeilijk te zijn en zo verlagen de muzikanten de (jazz)drempel.

 

Start- en eindpunt is de Stadsschouwburg. Tussen 13u00 en 13u45 stel je zelf je "Jazzathome" middagprogramma samen; je kiest uit 20 groepen en locaties 3 optredens, die elk zowat 45 minuten duren.

Uw 3 namiddagkeuzes kan je ook online maken op www.jazzathome.be na aankoop van uw tickets via het Cultuurcentrum of UiT in Mechelen.

 

Een stadsplan gidst je naar de locaties, waar de bewoners niet alleen hun deur openzetten, maar ook een drankje aanbieden zodat je optimaal van het optreden kunt genieten. Alle locaties liggen op wandelafstand in de binnenstad.

 

Elke groep speelt drie sessies. Er is voldoende tijd om tussen twee sessies van locatie te veranderen.

Optreden 1: 14u15 - Optreden 2: 15u45 - Optreden 3: 17u15.

 

Vanaf 18u is er eten en drank voorzien aan de Stadsschouwburg.

 

Naar goede traditie wordt Jazzathome afgesloten met een spetterende hoofdact in de Stadsschouwburg.

We serveren u dan om 20u de energieke groep “Rhonny Ventat Funky Jazz Band”.

De presentatie van het avondgebeuren is in handen van Martine De Raedemaeker.

 

Alle artiesten en locaties zijn te vinden op www.jazzathome.be.

 

Tickets zijn online te bestellen via de website van het CultuurcentrumMechelen

(www.ccmechelen.be/index.cfm), via telefoon (015/29 40 00), via e-mail (cultuurcentrum@mechelen.be) of aan de balie van het Cultuurcentrum, (Minderbroedersgang 5, 2800 Mechelen). 

Eveneens via Uit in Mechelen, e-mail: uit@mechelen.be en website: www.uitinmechelen.be

of aan de balie: Hallestraat 2-4-6, 2800 Mechelen, (Grote Markt) tel: 070/22 28 00 - fax: 015/29 76 53.

 

 

 

Winus stelt als coördinator fotografie weer een fijne ploeg fotografen samen voor beeldverslag !

20 locaties, verdeeld over 7 fotografen, zijnde de dezen (in willekeurige volgorde):

 

·         Bart Schelkens (info@photos-b-art.com) - www.photos-b-art.com

·         Dirk Van Lombergen dirk.van.lombergen@telenet.be

·         Eric Kesenne eric.kesenne@pandora.be http://rikkysphotography.smugmug.com/

·         Gert Van Gelder gertvangelder@skynet.be - http://www.gertvangelder.com/

·         Jos Knaepen thejazzman@pandora.be - http://www.jazzmasters.nl/josknaepen/

·         Michel Verlinden  micver@telenet.be - http://www.pbase.com/sjel

·         Erwin Van Rillaer winus@jassepoes.bewww.jassepoes.be

 

Een organisatie van de Jazzzolder vzw i.s.m. Cultuurcentrum Mechelen en JCI Mechelen,

met de steun van de Stad Mechelen.






NARCISSUS n°2, CD, De W.E.R.F. 087 - CD recensie

 

Robin Verheyen, saxen + Clemens van der Feen, contrabas + Flin van Hemmen, drums + Jozef Dumoulin, piano & Fender Rhodes + gast: Guilleremo Celano, gitaar

 

Op hun tweede CD springt in de samenstelling van het kwartet de personeelswissel in het oog met Jozef Dumoulin ipv Harmen Fraanje. Op openingstrack 'Pling Pling' dat op een listig laag volume begint en dat heel langzaam aanzwelt (zodat je de volumeknop misschien al gauw twee keer nodig hebt) horen we de gitaar van Guillermo Celano die ook op het afsluitende 'The Mediator' meespeelt. De gitaarklanken kunnen voor een verrassingseffect zorgen, zelfs enige verwarring veroorzaken als je de hoes niet bekeek (en geen recensie las). De extra snaren zetten mee de toon en introduceren meteen ook toetsenist Dumoulin die zich graag inlaat met elektronische spielerei en die hij hier mee inpast in een 'Streven naar Schoonheid en Perfectie'. Wilde stukken zijn schaars op deze CD, slechts zelden wil het kwartet prachtige schreeuwen slaken. Of zonder zang toch luidkeels vrolijk zangerig worden zoals in 'A Shout'.

Al verwijzen enkel 'Harlem Meer' en' A Day in the Life of Turtle' naar waterwerelden, deze jazz lijkt muziek die opstijgt uit het oppervlak van een blauwe, glinsterende zee van logisch en wiskundig abstraheren. De hoes die met minimalistisch design een bloeiende narcis bevat, past dan ook perfect bij het zoeken naar de essentie die schoonheid uitmaakt. Herhaaldelijk valt in de opbouw van de stukken een proces op van stilletjesaan groeien, in knop schieten en geleidelijk openbloeien. Of om terug te keren naar het water: denk aan bewegingen die bijna onopgemerkt ontstaan vanonder een stil, vlak oppervlak. Was de bewegingloosheid wellicht schijn en was er een zacht wiegen,  dat versnelt en dat gaat over in klotsen en golven, in eb en vloed. Hiermee willen we niet gezegd hebben dat de muziek over de zee gaat. Titels als 'Entre les Etoiles', 'To Norah' en 'Colors in Orval' wijzen er wel op dat voor de groep de afzonderlijke stukken aan concrete personen en zaken gekoppeld zijn.

Van overdaad is in deze muziek geen spoor te vinden. Hier wordt gestreefd naar schitterende pracht zonder de praalzucht die tot kitsch kan leiden. Puur en zuiver willen de klanken niet altijd zijn, maar wel zijn de ideeën van het uitgepuurde soort en de resultaten knap tot heel knap. De kwaliteit van de composities en improvisaties overstijgt de loutere optelsom van de individuele kwaliteiten van deze stuk voor stuk begaafde muzikanten.



Danny de Bock
 
 


Wij kozen eerder als begeleidende sample voor ' A Shout'






 SARA SERPA :  MOBILE, CD INCM022 -  CD recensie





Sara Serpa, voice + André Matos, el and acc guitar + Kris Davis, piano, Fender Rhodes + Ben Street, bass + Ted Poor, drums


Wie het reisgevoel dit jaar moet missen, er verknocht aan is of het nog wel eens wil oproepen, kan hier een tip vinden!

Sara Serpa werkte al samen met Greg Osby, Danilo Perez en Ran Blake. Toen in 1962 van Jeanne Lee & Ran Blake de plaat “The Newest Sound Around” uitkwam, kreeg die woorden van lof mee van Gunther Schuller. De naam van Schuller geldt nog altijd als één van de groten van de “third stream” (jazz combineren met klassiek). Hij had het over een sfeerplaat van een bijzondere orde. Dat is precies wat 'Mobile' ook is.

Met haar zang verklankt Sara Serpa haar herinneringen aan karakters, plaatsen en momenten in een aantal boeken die zij las. Boeken waarin reizen een belangrijk gegeven zijn. Van schrijvers als Herodotus, Naipaul, Steinbeck, Kapuscinski. Over karakters die de zekerheid en het comfort van hun vertrouwde omgeving al dan niet tijdelijk verlaten. Mensen die in beweging kwamen en vertrokken. Deze zangeres is zelf ook zo iemand : zij is een Portugese die naar New York is getrokken. De ontmoetingen die zo’n stap oplevert en die tussen jazz spelende en improviserende muzikanten samen met haar belangstelling voor genoemde voorbeelden uit de wereldliteratuur vormden de leiddraden voor deze CD. Het inspireerde haar om muziekstukken met titels te maken als 'Ulysses’s Costume', 'Gold Digging Ants', 'Traveling With Kapuszinsky'. Haar stem is haar instrument om te klankdichten.

De kunst van het scatten legde sinds de bebop lange wegen af, maakte evoluties door, nam nieuwe vormen aan. Sara Serpa heeft zich op korte tijd ontwikkeld tot een vooraanstaande stem die nieuwe vocale jazz brengt. Meer dan woorden en teksten wendt zij klanken aan om herinneringen te vertolken, in te zoomen op fragmenten en details uit verhalen. Zinnen gebruikt zij ook, eigen bewoordingen en van E.E. Cummings het gedicht “If”.

De muziek met dit kwintet kan een beetje doen denken aan Henry Threadgill Zooid. De verschillende muzikale lijnen blijven wel dichter bij elkaar, al kronkelen zij soms uiteen. Het heeft iets van opstijgende, cirkelende, uitrafelende sigarettenrook. Onrust en het risico van uit balans geraken doemen her en der op, maar met merkwaardige samenhorigheid creëren de vijf muzikanten gehelen die uitblinken in een aparte schoonheid. Sprankelende ideeën en vertolkingen zorgen voor boeiende kleurschakeringen en meeslepende sferen, vermengen invloeden uit het land van de fado met jazz. Een solide ritmesectie, sierlijke bewegingen met gitaar, piano en elektrische toetsen... je kan je er live door laten meevoeren in De Singer in Rijkevorsel op vrijdag 9 september 2011.  


Danny De Bock


Wij kozen eerder voor 'Corto' als begeleidende sample



 

OTN 008

 

Lifescape : 'Therapy'

Released on June 20th 2011


 

THERAPY: the words...

 

 

 

(My) Doctor(s) say(s) I’m crazy

That therapy is good for me

I’m dangerous to other people

A disturbed cripple

Electroshock therapy

Hello! Hello! Sanity!

With all these pills, all these meds racing through my veins,

No doubt something’s weird in my brain

(But / See) I am happy this way

Even if I feel rejected / neglected

I know God’s got a purpose

A use for everyone and me

I’ve been in jail for awhile,

Mental home more than once,

My mom and dad think that it’s too late

I should resign to my fate

I’m a wacko; I’m a loon

No one listens to my tunes

Doctors say that someday I’ll be free

But deep inside it won’t be me

 

 



 

Voor het publiek van de Parijse jazzclubs is Lifescape geen onbekende. De groep werd finalist op het concours Tremplin Jeunes Talents in St Germain in 2007 en kaapte het jaar daarop de speciale prijs van de jury op de Trophées du Sunside. Hun stijl ? Een zeer aantrekkelijke mix van jazz met hier en daar tintjes pop, rock of electro.

 

U kan hier hun EPK bekijken

 

 

 


Olivier Régin vocals | Renaud de Lacvivier Piano & Fendher Rhodes | Pierre-Yves Le Jeune Bass & cello | Arnaud Girard Drums & percussion


 

For those customary of Parisian clubs, Lifescape is not really a revelation any more. From the very start, this quartet with its classic set-up for vocal-jazz - a trio piano-bass-drums and a singer- had proved intriguing and compelling. Specialist juries made no mistake: finalist of the Tremplin des jeunes talents at the St Germain Jazz Festival in 2007, Special Prize of the jury at the Sunside Trophies in 2008, with a special mention for boldness for the singer Olivier Régin. This virtue is amply shared with his three young companions, Renaud de Lacvivier, piano and Fender Rhodes, Pierre-Yves Le Jeune, double bass and cello, Arnaud Girard, drums and percussion. These four also have in common that they came to jazz at a later stage. Thanks to their diverse backgrounds – the classical conservatory of music for some, the practice of contemporary music for others - Arnaud, Olivier, Pierre-Yves and Renaud developed an identity. Their compositions- the major part of this very first album alongside two revivals (Lou Reed and The Doors) - are worked out together. They are very written pieces in which truly contemporary jazz is spiced with pop, rock and electro overtones. The overall aesthetics are very European, close for example to the Swedish group EST, whilst Olivier Régin sings in the tradition of American crooners Kurt Elling or Mark Murphy with all the virtuosity of scat singing. Lifescape, a neologism coined from life and landscape, contributes an authentic and vivifying color of sound to the present-day jazz landscape.

 


 

SNAPSHOTS OF LIFE


There are, broadly speaking, two classic approaches to jazz singing. One is to follow a well­trodden path harmoniously leaning on masterpieces of the past which, while serving as inspiration, also remain inaccessible references, because they are marked by the extraordinary talents of a particular singer, or steeped in the atmosphere of irretrievable bygone days. Going down this path can be highly instructive but following it step by step often results in the comfort of a repertoire of tried and tested standards. This can also lead to dangerously lofty comparisons and lead artists to play the role of amateur painters who reproduce paintings by the grand masters in museums without shedding light on their secrets. The other path involves using the resources of a more personal route made up of discoveries, encounters and love at first sight, without worrying too much about labels or being confined to any particular genre. The risk is that one might, by randomly cherrypicking a musical path, end up with a sterile collage of musical souvenirs with no links or strengths. Borrowing from tradition in order to attain real artistic success demands the rigour of meticulous reasoning married to an artistic imagination. This means having the courage to expose your own personality and the talent to achieve that.

This is the path that Olivier Régin with his group Lifescape have chosen to go down. It suits the journey he is after. As a child, he studied the flute and went to conservatoires in Abidjan, Geneva, London and Paris. At the age of 17, he tried singing and the guitar and played in a number of rock/ pop groups. Around 1996, he discovered Jeff Buckley: he instantly admired him for his voice, his freedom of expression and his refusal to deliver a pedantic message. Buckley would remain a major influence on him. Olivier Régin then decided to devote himself entirely to music and study jazz at the American School of Modern Music in Paris, where it all snowballed. One of his teachers took him to the Sunset Club to listen to Kurt Elling who was on his way to becoming a singing star. It was a revelation. He listened to Bobby McFerrin, Mark Murphy and Chet Baker and at the same time worked on the counter tenor register in order to increase his vocal range. It was, however, his meeting with the pianist Renaud de Lacvivier which resulted in the band Lifescape coming together in 2006, with the drummer Arnaud Girard and double bass player Pierre-Yves Le Jeune.

They all refuse to slot into any particular musical genre and keep their ears wide open to jazz, which they discovered fairly late on and whose American roots and European developments they appreciate in the form of the band EST. They are all keen on rock and electro music which they play in all sorts of different guises. They all set store by the quality of their shared message. “Our repertoire is essentially made up of original compositions,” explains Oliver Régin. “Often Renaud comes up with ideas for tunes and we work on them with Arnaud and Pierre-Yves. I write the lyrics by tapping into personal experience, passing impressions, or events that have moved me. 'Norway', 'Not Over You' and 'Confession', for example, remind me of falling in love, falling out of love and stories that were part of my life, 'Heaven' and 'Secret Little Sin' are linked to fleeting moments, while 'Therapy' and 'Nothing to You' stemmed straight from my imagination. Our way of working is not centred on a single individual. Lifescape is not Olivier Régin’s quartet, but a friendly ensemble to which everyone contributes.”

 

This approach clearly works. The group has been awarded many jazz prizes in France (Crest Jazz Vocal, Trophées du Sunside, Versailles Jazz festival) and has performed in Parisian clubs like le Café Universel and Sunside/Sunset. Making the most of their experience performing in public, the musicians take the time to hone their performances and cope calmly with the inherent risks of live gigs. The repertoire is coherently presented. It includes inspirational lyrics which tell stories that generate rich, diverse atmospheres and lively, colourful melodies – a far cry from fashion and well-trodden paths. All this can be found on this album, which promises to be the first of many. An achievement already far greater than a promising first stab.

 

 

 




Eens temeer een ontdekking, blijkt dit modern ensemble rond vocalist Olivier Régin. Gezongen jazz, ja, maar niet in 'a crooner way' zoals dat vaak nogal durft te lopen en wanneer  je verwijst naar voorbeelden als Kurt Elling of Mark Murphy. Veeleer brengt Lifescape hier piano georiënteerde jazz met vocalen maar de groep is duidelijk méér dan de begeleidingsband rond een zanger. Individueel sterke musici zijn het die allen het beeld van Lifescape inkleuren en ja, mij ligt het resultaat wel. De elf titels van deze schijf heten dan wel eigen composities te zijn met weliswaar hoesverwijzingen naar Lou Reed ('On the wild sidewalk'), The Doors ('Light my Fire') of Chick Corea (geen titel genoemd, maar 'Niobe' refereert heel duidelijk naar 'Spain') maar d'er is er nog eentje tussen verder heel aardig, eigen werk en dat is het mooie 'Not over you', heel breekbaar gezongen, gevoelig aangebast en geborsteld aan een zalig, rustig tempo maar toch ook duidelijk een herwerking van 'Sympathy' van Steve Rowland & the Family Dog (uit 1970 weeral...) Dat mocht toch ook vermeld worden, dachten wij maar het is wél een heerlijk nummer zo, in deze Lifescape versie. Componeren en arrangeren ligt Olivier en de zijnen anders wel want zo gaan die 'covers' toch wel een heel eigen leven leiden. En eigenlijk gaat het hier maar over énkele covers  want 'Niobe' start dan wel met de duidelijke 'Spain' melodie maar gaat verder wel een heel eigen pad op met een Oosterse feel en dito percussie, is gezongen in wat waarschijnlijk het Nouchi zou kunnen zijn, een populair Frans dialect uit Côte d'Ivoire alwaar Olivier al als kind al fluit studeerde aan het Conservatorium van Abidjan. Een buitenbeentje is het op deze schijf die verder in voortreffelijk Engels wordt gezongen, iets wat niet vanzelfsprekend is voor de Fransen maar Olivier is dan wel meer een wereldburger die o.a. ook studeerde te Londen...

 Ook het heel sensuele eigen arrangement van Lou Reed's 'On the wild side' mag er wezen en de invullingen van de ritmesectie zijn daarbij  erg mooi .Renaud de Lacvivier geeft er door de Fender solo nog wat extra kinky feel aan maar vooral het scatten van het 'coloured girls loopje' door Renaud is onverwacht sterk. De derde cover dan, zo je wil, is het overbekende 'Light my Fire' van The Doors dat door Pierre-Yves Le Jeune een mooie baslijn meekrijgt alvorens de piano 'explodeert', het tempo voor even losbreekt, om dan vingerknippend en scattend terug op de pootjes terecht te komen. Nu, dat vind ik buitengewoon zie, als je met zulke eigen versies, wereldbekende deunen nieuw leven inblaast !  Daar staat natuurlijk ook fijn eigen werk tegenover met niet in het minst het van een rake tekst voorziene titelnummer 'Therapy', een imaginair nummer dat een perfecte illustratie van 'One flew over the cuckoo's nest' zou kunnen geweest zijn. De sopraansax van guest Sébastien Jarrousse maakt het  totaalbeeld extra jazzy en absoluut luchtiger want de aangestreken cello en dramatische piano maakten het anders wat 'zwaar'. Erg lichtvoetig is dan weer het walsje 'Secret Little Sin',een luisternummer met niet enkel het fragiele masculine zingen van Oliver maar ook het dartele,vlinderige pianospel van Renaud met daarond de aangestreken bas van Pierre-Yves en weer (voor een laatste keer) de sopraansax van Sébastien Jarrousse maken het een bezinningsmoment waard. Persoonlijk vind ik echter 'Heaven is within reach' beter, muzikaal weer rijk met gevoelige bassen en  cymbaaltjes .Gevoelig is anders ook het door liefdesverdriet verscheurde 'Not over you', waar ook de bas in tranen zit. Olivier Régin heeft een mooie geschoolde tenor en klinkt steeds mannelijk, ook als d'ie hoog gaat. Meer liefdesperikelen in het (Why have you left for) 'Norway', mét koortje en 'Confession' waar Olivier heel sterk met woorden scat. De muzikale invulling door het combo maakt dit 'Norway' absoluut tot één van de beste nummers van de CD. Blijft er nog het meer uptempo, wat waanzinnige 'Nothing to You' waarvoor therapie wel aangewezen lijkt en dit alweer met sterke vocale uitspattingen van Olivier. Heel erg jazz, dat ook wel, maar dat vind je in al die  andere nummers ook ontegensprekelijk terug.' The Farewell Song' heeft dat in mindere mate, mag de CD wat dramatisch afsluiten, wat ingeluid wordt door de aangestreken bass van Pierre-Yves Le Jeune en verkennende piano van Renaud De Lacvivier  om dan uit te sterven in dreigende aangestreken bas, de liefdesverzuchtingen van Olivier, de oorlogstroms van Arnaud Girard en een finale E.S.T. waardig, kreten uitdeinend in elektronica en wegstervende pianonoten ...

Zoals eerder gezegd, voor mij een ontdekking en misschien voor U ook  wel het ontdekken waard? Voor als je eens wat anders wil dat toch in de jazzsfeer zit zou ik zeggen : uitproberen maar !

 

Winus



Wij kozen eerder voor het mooie 'Heaven is within reach' als begeleidende smaakmaker







- volgt in het najaar -



- perstekst -

 



High Definition, de Poolse groep rond Piotr Orzechowski, heeft de Jazz Hoeilaart International Competition 2011 gewonnen. Ze werden door de jury geloofd om de frisheid en vitaliteit die de band uitstraalde. Hun arrangementen zitten vol verrassingen. Zo brachten ze een opmerkelijke vertolking van de standard Ana Maria. Bovendien werd hun contrabassist Alan Wykpisz als beste bassist onderscheiden.


Op de slotdag, zaterdag 24 september, kwamen eerst nog de laatste twee finalisten aan bod: het Duitse duo Leppinski 2 met Agnes Lepp (stem) en Filip Wisniewski (gitaar) die de zaal stil kregen met delicate vocalise en intimistische gitaarklanken. Daarop volgde de Amerikaanse groep Sean Hutchinson’ Still Life die een soort cd-voorstelling brachten, want de set bestond uit nummers van het pas verschenen debuutalbum Still Life. Daarop staat ook Planet Telex van Radiohead dat ze als standard naar voren brachten. Op de inmiddels tot sterstatus verheven pianist Omer Klein na, van Israel afkomstig, is het een Amerikaanse band rond drummer Sean Hutchinson uit Seattle. Ze konden de jury niet overtuigen.

 Voor een uitverkochte zaal mocht dan het Jef Neve Trio afsluiten. En dat was opnieuw een grandioos concert waarbij het opvalt hoe sterk deze groep met de sublieme contrabassist Ruben Samama en avontuurlijke topdrummer Teun Verbruggen is gegroeid en altijd nieuwe wegen bewandelt en telkens weet te verrassen.

Bij deze editie 2011 kwam nog een woord van dank door Peter Heyndrickx, Voorzitter van de stuurgroep van Jazz Hoeilaart, aan de juryvoorzitter Erik Moseholm, die na zovele jaren voor de laatste keer die taak vervulde. Ook Guy Dossche, die in de preselectiejury zetelt, werd om zijn trouw beloond. Nathalie Loriers ontving uit handen van Sabam bestuurder Marc Hermant een cheque van 2000 euro als winnares van de Sabam cultuur componistenwedstrijd en dit voor haar compositie Canzoncina, die als opgelegd werk door de groepen werd vertolkt.

Alle groepen nemen als herinnering een videoclip van het optreden mee naar huis.

 

 




7e editie van JazzatHome een onverdeeld succes !




Wanneer je voor een namiddagprogramma op 20 uit mekaar gelegen locaties zo'n aandachtige 500 luisteraars kan vinden en daar bovenop nog es goed 230 man pakt voor een funky  avondprogramma, dan mag je terecht van een succes spreken ! Goed 50 vrijwilligers zorgden dat  alles naar best vermogen liep en dát met een gezonde dosis enthousiasme, bravo dus voor deze puike organisatie ! Hier en daar waren er weliswaar kleine vervangingen in het aangeboden programma want muzikanten zijn natuurlijk ook maar mensen en ziektes, ongevalletjes of onvoorziene dingetjes kunnen (en zullen dan ook) altijd en overal. Zulks werd professioneel opgevangen en zo werd op zondagmorgen bij de  groep Glop bij Mahieu-Stes ( locatie 7) in laatste instantie de pianist nog vervangen door Karel Cuelenaere en de bassist werd daar Bas Gommeren. Bij Timescape (locatie 20, in het Vé Café kwam Kris Duerinckx drummen ipv Alain Pierre en het Alex Koo Trio bij Vanderhoeven-De Cleyn moest wat van het oorspronkelijk programma afwijken wegens vervanging van zowel drummer als bassist. Wij geven mee dat nergens aan kwaliteit ingeboet werd wat wel degelijk wat zegt over de vaardigheid van de invallende musici !

 

Door de uitstekende organisatie en de goede samenwerking met vrijwilligers en locatiehouders slaagde de 7de editie van Jazzathome er ook weer in om te zorgen voor vele blije gezichten. De muzikanten waren blij omdat het geheel in de namiddag zo gesmeerd liep dankzij de toewijding van gastvrouwen en –heren en de locatieverantwoordelijken. Blij waren de muzikanten met het hen toegewezen interieur en het aandachtige publiek. Ook toehoorders waren her en der aangenaam verrast door de inkleding van de locatie die zij bezochten en blij waren zij als zij uit 20 groepen (weer) één hadden uitgekozen van wie de muziek hen meeviel of zelfs bijzonder goed lag. Menig muzikant  ging doorheen de verschillende sets dan ook enthousiaster en geïnspireerder spelen. Wat de vreugde bij het publiek ook weer ten goede kwam.

Tegen de weersvoorspellingen in genoten we van een voornamelijk zonnige namiddag en de regendruppels die toch vielen waren te klein in aantal om een domper op de sfeer te zetten.

Het was dan ook een gezellige bedoening onder de mensen die om te eten en te drinken naar de 'Jazzvillage' afzakten. Voor vele muzikanten en vrijwilligers was het er een fijn weerzien en leuk ervaringen uitwisselen.

En ook het avondprogramma met Rhonny Ventat (intussen al een bekend gezicht te Mechelen) viel goed in de smaak. DJ Kris stookte in de foyer eerst met funky jazz het vuur aan en het daaropvolgende optreden in datzelfde genre  dat daar in de Stadsschouwburg doorging werd bijzonder goed gesmaakt. Daarna was het wel genoeg geweest, want voordat een nakende werkdag ging aanbreken was ophouden bij genoeg altijd gezonder dan pas naar huis keren na teveel... Velen kijken dan ook nu al uit naar de editie van volgend jaar!


Danny De Bock en Winus

 

 



 


Winus stelde als coördinator fotografie weer een fijne ploeg fotografen samen voor beeldverslag !

20 locaties, verdeeld over 7 fotografen, zijnde de dezen (in willekeurige volgorde):

 

·         Bart Schelkens (info@photos-b-art.com) - www.photos-b-art.com

·         Dirk Van Lombergen dirk.van.lombergen@telenet.be

·         Eric Kesenne eric.kesenne@pandora.be http://rikkysphotography.smugmug.com/

·         Gert Van Gelder gertvangelder@skynet.be -

·         Jos Knaepen thejazzman@pandora.be - http://www.jazz-photography.com/

·         Michel Verlinden  micver@telenet.be - http://www.pbase.com/sjel

·         Erwin Van Rillaer winus@jassepoes.bewww.jassepoes.be

 

hier de link naar youtube van de jazzathome namiddag.


http://www.youtube.com/watch?v=I-ql2ZQAvQ0






International Trio : "Donkere Golven" [W.E.R.F.095]

 

Graag stellen we u ons nieuwste album voor op het W.E.R.F.-label, "Donkere Golven" van het International Trio.

De groepsnaam dekt volledig de lading. Dit eigenzinnige trio bundelt de krachten van drie gedreven zoekers uit drie verschillende continenten: de New Yorkse trombonist Steve Swell, de Israëlische drummer Ziv Ravitz en last but not least, onze eigen Joachim Badenhorst op klarinet.

Joachim Badenhorst is ongetwijfeld één van de meest veelbelovende jonge artiesten uit de Belgische jazzstal. Dat bewees hij nogmaals met zijn schitterende en enthousiast onthaalde solo performance op de Belgian Jazz Meeting, die op 2, 3 en 4 september plaatsvond in De Werf. Hij is een muzikale duivel-doet-al die terug te vinden is in de meest uiteenlopende projecten in binnen-en buitenland, maar toch telkens zijn eigen stempel op de muziek weet te drukken.

Trombonist Steve Swell is sinds 1975 vergroeid met de New Yorkse hedendaagse jazzscene. Hij was er sindsdien o.a. te zien aan de zijde van een uiteenlopende schare aan klinkende jazznamen als Lionel Hampton, Buddy Rich, Anthony Braxton, Cecil Taylor en William Parker.

Drummer Ziv Ravitz is een rijzende ster in jazzland. Hij ruilde thuisland Israël om te gaan studeren aan het befaamde Berklee College of Music in Boston. Daarna ging hij zich vestigen in New York, waar hij de twee andere leden van het International Trio leerde kennen. Verder is hij ook vast lid van het Lee Konitz New Quartet, Minsarah Trio en speelde hij o.a. bij Thomasz Stanko, Joe Lovano, Avishai Cohen, Esperanza Spalding,

 



Het begint al bij de hoes.Niets is gewoon.De raadselachtige foto's intrigeren : nergens staan de muzikanten er duidelijk op,je moet goed kijken.Als je de hoes omdraait is er een muur waar iemand tegen leunt,waarvan je slechts een arm ziet,haarscherp.Nu ga ik ze zien denk je, door de hoeskaft om te draaien,maar noppes,de haarscherpe foto is afgesneden! De binnenhoes geeft een beeld van een trapgang met heel beneden kleine portretfoto's doch ook versneden in collage...Een geweldige hoes, want past helemaal bij de muziek die ze verpakt.Zoals je goed moet kijken naar de hoes,moet je ook zeer goed luisteren naar de muziek , anders hoor je niets.Geen muziek dus om de krant bij te lezen,daarvoor is ze te veeleisend,te waardevol !
De muziek kan omschreven worden als een mix van Amerikaanse freejazz en Europese improjazz met af en toe een subtiele verwijzing naar de LP Tangents in Jazz (1955), het meesterwerk van een van de pioniers van de avantgarde jazz,Jimmy Giuffre (US,comp.clt,ts,bars) , die als eerste twee blazers met enkel drumbegeleiding liet horen.De abstrakte muziek hier is voor het merendeel melodisch met een omni-present ritmische drumbegeleiding van de Israëlische drummer,percussionist Ziv Ravitz , die zich uitstrekt over de twee luidsprekers.
De titel "Donkere golven" verwijst o.a. naar de klankgolven van de Amerikaanse trombonist Steve Swell en de Antwerps-Zuidafrikaanse saxofonist/clarinetist Joachim Badenhorst, die van bezwerende unisoli overgaan naar kleurrijke abstrakties vol met microtoontjes en nootjes in creatieve dialoog met de meer rechtlijnige drumlijnen op de achtergrond.Hier wordt spelenderwijs gëimproviseerd en geschilderd met uitgebreid kleurenpalet.Nummer per nummer bespreken kan natuurlijk maar hier zie ik vooral een geheel, een krachtig abstrakt schilderij waar je van ver de compositorische lijnen ontwaart en door alsmaar dichterbij te komen te kunnen genieten van de gedurfde penseeltrekken die donkere sferen doen omslaan in fluoriserende kleurenpracht en omgekeerd.Zoals de blaasinstrumenten helemaal elastisch worden uitgevlooid op klankkleur,zo ook soms de drumpartij.Drummer Ziv Ravitz speelt met wollen mallets en brushes,heel af en toe sticks en soms lijkt het hele drumstel overdekt met een deken wat een broeierige doffe klank doet onstaan die de blazers dan weer extra uitsnijdt.De ontbrekende baslijn wordt door de drie muzikanten om beurt ingevuld door de bassdrum,trombone en basclarinet.Het hechte samenspel verraadt duidelijk cameraderie , hier wordt intens gespeeld door verwante zielen met geweldig resultaat.
Hoe beter je luistert,hoe meer je intreedt in deze wonderbaarlijke wereld die telkens bij iedere beluistering weer anders klinkt en andere aspecten toont van zijn rijkdom.Een kostbare cd om te koesteren zoals een dure wijn. Een absolute aanrader dus !

 

Kris Vanderstraeten



( bij deze :  absolute aanrader is ook : 'Parken' van het Han Bennink trio met eveneens Joachim Badenhorst op rieten ! )





POLAR BEAR & JYAGER : 'COMMON GROUND', minialbum,  30 september in Antwerpen op 'But is it Jazz?' - CD-voorstelling




Polar Bear is meestal de groep rond de Schotse drummer Sebastian Rochford die graag wat grensgebieden opzoekt voor jazz in de 21ste eeuw. Sinds enkele jaren hoort bij Polar Bear een portie elektronica en dat wil zowel vruchtbaar en knap uitpakken als soms leiden tot weinig meer dan piep en knor-rare bijdragen. Met 'Peepers', de vorige plaat van Polar Bear maakte Rochford nog een bijkomend project. Met zijn drumstel, een draaitafel en Peepers op vinyl maakte hij nieuwe collages die vooral door drums en/of scratches en loops gedreven worden. Alleen de opener, 'recording in secret', wijkt hiervan af met een voor deze tijd ouderwetse industriële sfeerschepping. Op ruim de helft van de tracks die verschenen op 'Common Ground' drukt MC Jyager met raps zijn stempel.  Zijn soms repetitieve uithalen met woorden die bvb  verwijzen naar vooruit- en terugspoelen ('the role I choose'), controle houden ('stay in control') accentueren het samenspel van mens en machinale manipulatietechnieken.  Deze vrij donkere vocale triphopachtige bijdragen, soms knap, maar soms ook niet zo geslaagd, zorgen sowieso voor een extra laag in de recyclage van 'Peepers'.

Klinkt 'Peepers' op zich als een grootstedelijke jazzexcursie die doordrenkt is van ontmoetingen met  oude tradities uit verschillende culturen en nieuwe interculturele mengvormen, dan wijkt 'Common Ground' ver van de verwachtingen af die Polar Bear zonder MC doet ontstaan. Dit blijkt meer een duo-project dan een groepsproject met een rapper. Denk hier bij rapper niet aan supermacho Amerikanen en agressieve ego’s, Jyager uit zich een pak empathischer. Teksten willen nadenken over zingeving in een stedelijke omgeving die tot vervreemding lijkt uit te nodigen. Over hoe sterk zijn raps zijn lopen de meningen uit elkaar, maar omdat hij onmiskenbaar een aantal goeie ideeën heeft én dit project ook louter instrumentale stukken behelst die enorm hypnotiserend ('new love') of danslustig ('flowerpot remix') klinken, maakt dit schijfje indruk. En mag u ongetwijfeld iets boeiends verwachten van een uitstapje naast de meer reguliere jazzpaden...

 
Danny De Bock
 
- Nu live in Antwerpen, vrijdag 30 september in de Arenbergschouwburg -
 









Hnita hoeve , 5 Oktober :   REBIRTH::COLLECTIVE - concertverslag

 

Dree Peremans (trombone)
Jo Hermans (trompet)
Jan Eggermont (altsax, klarinet)
Wietse Meys (tenorsax)
Joppe Bestevaar (baritonsax)
Ewout Pierreux (piano)
Jos Machtel (contrabas)
Toni Vitacolonna (drums)


© Guy Van De Poel 

© Guy Van De Poel 

 
 

We krijgen een mix van standards en eigen werk van trombonist Dree Peremans (°1983). De leider van deze jonge band haalt de mosterd bij zijn mentoren Lode Mertens en Marc Godfroid. De 'post-bop' formatie 'REBIRTH COLLECTIVE' heeft hij uit de grond gestampt. Ze spelen onder zijn leiding onversneden jazz zoals die in de jaren '50 klonk, bij wijze van revalorisering van het swing-idioom.

 

We starten dus swingend met ‘How about you’ met een feature van Jan Eggermont op altsax. De toon is gezet en ze spelen feilloos goed. Het eigen nummer ‘liner notes’ van Dree is een echte groovy nummer met op het einde een grappig Count Basie riedeltje op piano. In dit nummer kan Joppe Bestevaar tekeer gaan met zijn baritonsax. Puik werk voor Dree die de arrangementen maakt en nummers schrijft voor iedere muzikant.

Ze brengen een ode aan Bob Mintzer met een eigen downsized arrangement voor deze achtkoppige band op het nummer ‘March majestic’. Het voelt aan als een BJO in het klein met weliswaar al twee leden zijnde Toni Vitacolonna drums en Jos Machtel aan de bas.

Dree presenteert vakkundig de nummers aan mekaar. Normaal gezien staan ze in het voorprogramma van Nicolas Payton maar die heeft recent zijn Europese toernee afgezegd. Dus ze treden op voor de fun in de helaas niet zo volle Hnita hoeve. Maar wie er bij is deze vaond vindt de groep steengoed en vraagt zich af waar een CD blijft.

Ze voeren een bossa ritme op ‘Blue Jean’ van Dave Holland en een eigen walsje ‘couplers’ met hierin een mooi duelerend duo blazers.

Na de pauze vliegen ze er nog swingender in met ‘who cares’ met schitterende trompet solo van Jo Hermans. Die mag volgens mij direct solliciteren bij de BJO. Grote klasse ! Het eigen nummer ‘Knuckles down’ is een Blue Note nummer zoals op die klasse platen: groovy piano en geweldige drumsolo. Wat zijn de muzikanten in hun element. Pianist Ewout Pierreux speelt in een Fats Waller stijl de intro bij een volgend nummer ‘little rock getaway’ van Les Paul en de ganse band barst los en speelt super snel met tempowisselingen en al. Alle registers worden opengetrokken. Daarna is het afkoelen geblazen met de ballad ‘a nightingale sang in Berkeley Square’. Hierbij spelen de blazers eerst zonder ritmebegeleiding en gedirigeerd door Ewout. Ze ronden af met een classic ‘take the A train’.  Het publiek wil meer en ze doen nog twee bisnummers. Eerst een acapella versie van de musical song ‘over the rainbow’ en een stevige uitsmijter om finaal af te ronden.

Iedere muzikant mag schitteren en zijn eigen solo ten beste geven. Het niveau is hoog , spannend en goed bij iedereen. Ik vind het een hechte groep waarvan de vrolijkheid afstraalt en wie er niet genoeg van krijgt kan ze nog twee keer gratis zien : in de Hopper op maandag 10 oktober en maandag 24 oktober in de Blauwe Kater te Leuven.

Michel Proesmans

 
 

 



 

Nieuwe releases September - Oktober


 

OTN 010

 

Eric Watson, piano; Christof Lauer, saxophones

 

As bizarre as this may seem, Eric Watson and Christof Lauer had never recorded solo before even

though the Paris-based American pianist and German saxophonist had already met. Christof lent his

voice to “Road Movies”, an album Eric recorded in a quartet with Mark Dresser on bass and Eg

Thigpen on drums. The two share a sense of discipline and a passion for liberty. Eric has a solid

background in classical music and has shown he is capable of lyricism and rigor in his interpretations

of works such as those of US composer Charles Ive. Christof has long been immersed in the free jazz

movement, which is in Germany spearheaded by trombone player Albert Mangelsdorff. Their thirty

years of practice and experience(s) has allowed them to position themselves as players of a jazz of the

most authentic kind. Though they are demanding with themselves, Christof and Eric have been kind

with each other in “Out of Print”, treating the other not as a rival but as a companion. The material for

this album was composed by Eric who has taken little glory for this work. The exchanges with

Christof are nervous, vigorous, fiery even. They are a dialog of equals. Together they cut to the

essential in a language that is uncompromising, exploiting to the full the riches of their instruments

and - for good measure - their travels together through faraway lands. Amateurs of sweet-sounding,

consensual melodies: be on your way. Lovers of raspy dialogues and heartrending surges, this “Out of

Print” is especially for you!


 


 

OTN 011

 

Dave Liebman, Tenor & soprano saxophone, wooden flute; Richie Beirach, piano

 

 

Dave Liebman and Richie Beirach have known each other for forty years. They don’t need to talk to

understand one another, notes suffice. They get along harmoniously. Their bond dates back to the

sixties when they played together in the group “Lookout Farm” led by Dave Liebman. It became

stronger still when they set up “Quest”, an almost legendary formation composed of Ron McClure

and Billy Hart, as well as Dave and Richie. The electricity between the two was such that they decided

to record three duos together (“Double Edge”, “The duo live” & “Omerta”). Fascinated by the art of

working together as a team - with each person contributing his part towards achieving a common goal

- they decided to attempt the exercise of the duo with others: Dave with drummer Wolfgang

Reisinger, percussionist Ravy Magnifique and the pianists Marc Copland and Phil Markovitz; Richie

with trombone player Conrad Herwig and guitarist John Abercrombie. It goes without saying that

both enjoy listening to the other which is the golden rule of playing in a duo. Their complicity is such

that it does not require words; it is tacit which totally justifies the album’s name: “Unspoken”. In this

album, Dave Liebman and Richie Beirach let go of all constraints to create a harmony that pleasures

the ears. They give time to time and take turns playing their music, Richie on the piano and Dave on

tenor and soprano saxophone or traditional wooden flute. Whatever repertoire they choose – be it a

personal theme, a jazz standard or even a piece by Armenian classical music composer Aram

Khatchatourian - their symbiosis is as plain as day. Dave Liebman and Richie Beirach’s “Unspoken” is

a message of serenity and humanity.


 


 

OTN 012 | Collection : Jazz and the City

 

Joachim Kühn: piano

 

German pianist Joachim Kühn could have had a career in classical music had he not early on

developed an enthusiasm for jazz under the influence of his older brother, clarinettist Rolf Kühn. After

leaving his natal Leipzig, then still under communist yoke, the young Bach fan arrived in Paris in 1968

in the midst of the free jazz movement. His meetings with Don Cherry, Aldo Romano, Gato Barbieri,

Archie Shepp and Roswell Rudd were determining. “The spirit of jazz”, he confided, “is rebellious

and free”. This became the leitmotiv of his entire career. In every configuration he played in,

preferably small ones, Joachim Kühn made his independent voice heard. Transcending boarders, the

interpret and composer alternated between duos with Ornette Coleman, encounters with the young

classical music pianist Michael Wollny and the Mediterranean sounding trio he formed with Ramon

Lopez and Majid Bekkas. Though undeniably open-minded, he was uncompromising on one essential

point: sound. This obsession led him to develop his own musical model “The Diminished Augmented

System” which from then on became his musical trademark. His style became marked by a powerful

lyricism that is nowhere more evident than on his solo recordings.

In Free Ibiza, this key figure of the European jazz scene lays bare the qualities that were already

obvious on his first solo recording in 1971. Romantic, passionate, introspective and sometimes

demonstrative, Joachim Kühn manages to attain a kind of serenity. “His” Ibiza is not that of DJ’s and

high level decibels. When he settled in the Balearic Islands, home to many loud parties, the Leipzigborn

artist kept his demanding artistic standards intact. It is therefore not surprising that he should

make an allusion to the island’s local music scene on “Moment of Happiness”, the last track of this

album. This title reveals a lot about the extreme satisfaction he felt recording Free Ibiza.


 

 
 
 
- volgt later - 
 




Appeltuinjazz Leuven, zaterdag 14 Oktober - concertverslagen



 



Agostini en Wauters speelden mooi standards in het festivalcafé, een duo van piano en contrabas, sober en toegankelijk. Geen DJ-gedoe, maar de standing van akoestisch live.



© Jos Knaepen

© Jos Knaepen 



LABtrio

 

Bram De Looze, piano + Anneleen Boehme, contrabas + Lander Gyselynck, drums


© Jos Knaepen 

© Jos Knaepen 


In de grote zaal zorgde Bram De Looze voor de eerste tonen. Hij leidde aan de vleugelpiano zijn compositie 'Sunday' spaarzaam in met schone klanken en stopte noten af om het stuk  dan weer met veel gevoel voor  lyriek te laten vervolgen. Met  fijne timing voegden  drummer en bassiste zich bij de pianist en al gauw was duidelijk dat dit geen  ritmesectie is die denkt voortdurend te moeten meedraaien, maar één die creatief wil zijn met ruimte: ruim plaats laten aan de andere(n) en dan weer zelf ruimte heerlijk invullen. Zo spelen zij dus alledrie en zij gaan voor moderne, evenwichtige jazz die enkele stappen verder gaat dan het vlotte spel dat verder borduurt op de hard bop revival die intussen (vaak tot onze vreugde) al enkele decennia aanhoudt. Op de internationale scène heb je zo ook een John Escreet, pianist die met een klassieke achtergrond de jazzwereld is binnengestapt en als een wonderkind prachtige nummers componeert. Ambitie en complexiteit zijn dergelijke talenten en hun muziek niet vreemd, maar daarom is wat zij spelen niet te moeilijk voor wie geen bal kent van de technische kant van muziek. Schoonheid en kunst hoeft een mens niet te begrijpen en te doorgronden om er van te genieten.

Van de spannende set van LABtrio was het genieten van begin tot eind. 'Nardis' van Miles Davis kreeg een eigen bewerking door dit trio waarbij het spelen met herkenning en verrassing voor een prikkelende luisterervaring zorgde. Met 'Errato' van Andrew Hill maakten deze talenten duidelijk dat zij als voorbeelden groten kiezen die hun eigen weg zochten en uitdiepten, muziek maakten die  mettertijd nog aan belang won. Behalve  spelen met ruimte, stilte en overvloed typeerden vindingrijkheid en variatie de set. Zij wikken en wegen hun bijdragen en als het moment daar is gaan zij er elk en samen voor. Met 'Plan B' van de hand van Lander Gyselynck als laatste stuk kon de drummer nog even uitpakken met zijn talenten als componist zowel als drummer. De drie dwongen moeiteloos de vraag om de eerste bis van de avond af.

 

Witchunt


Olivier Wery, drums + Pascal Mohy, piano + Nicolas Kummert, tenorsax + Garif Telzhanov, contrabas




© Jos Knaepen

© Jos Knaepen 

Met Witchunt kiest dit viertal niet voor het grote avontuur. Pascal Mohy staat er om bekend heel degelijk binnen de lijntjes te kleuren en hij past perfect in deze groep als pianist die schijnbaar zuinig omspringt met zijn energie. In feite is het ongetwijfeld kwestie van heel  juist de krachten te doseren om met die vingerzettingen het heldere en fijne resultaat te krijgen dat Mohy neerzet. Een vergelijkbare omschrijving typeert het spel van elk van de leden van Witchunt die heel geraffineerd hun instrument bespeelden en fijne versies brachten van nummers ('Speak No Evil', 'Dance Cadaverous', 'Mahjong') van Wayne Shorter plus aansluitend enkele eigen composities die perfect bij die van Shorter pasten. We hebben het hier dan over werk van Shorter die heel economisch heel sterk kon uitpakken in de sixties, niet de Shorter die met zijn hoofd op een andere planeet lijkt te verblijven, ver van gewone stervelingen – wat ook prachtige muziek oplevert, maar die is soms wat moeilijk te bevatten. Op deze avond in de Appeltuin zorgde deze groep voor een gepast tweede concert om de affiche van de dag voor een ruim publiek aantrekkelijk te maken. Delicaat en subtiel, melodisch niet simpel, wel heel mooi. Met gevoelig spel op de tenorsax maakte Nicolas Kummert op een andere manier indruk dan in projecten waarbij hij blazen combineert met zingen. Drummer Wery en bassist Garif Telzhanov toonden zich de hele tijd uiterst geconcentreerd en attent. Nergens kreeg je de indruk dat één en dezelfde formule de structuur van alle gespeelde nummers uitmaakte. Dit was dus genieten van fijnzinnige jazz.

 

Carlo Nardozza Quartet


Carlo Nardozza, trompet + Alano Gruarin, piano + Piet Verbist, contrabass + Mimi Verderame, drums


© Jos Knaepen

© Jos Knaepen 


Als Carlo Nardozza spreekt, hangen vaak een kwinkslag en een lach in de lucht. Zijn droge humor, op het simpele af, staat in schel contrast met zijn fantastische trompetspel. Wat een heerlijke articulatie, hoe schoon zijn klanken, indrukwekkend zijn ideeën en zijn technisch sterke uitvoering. Met opener 'Freedom' dachten we aan de grote Freddie Hubbard en verder in de set aan Amerikaanse, Afrikaanse, Arabische en latin thema’s zoals bij groten als Lee Morgan, Louis Armstrong, Kenny Dorham of met zijn invloeden uit het Midden-Oosten Ibrahim Maalouf... We kregen eigen nummers van Nardozza te horen die de voorbije jaren rijpten in zijn brein of er onlangs aan ontsproten, bvb onder invloed van live ervaringen in Noord-Afrika (Tunesia), een enkele keer één met een grappige titel (éLittle Man With The Big Fatheré). In sommige nummers lag de klemtoon op een lekker ouderwetse inslag en swing, andere klonken moderner en in het verlengde van de hard bop. Vooral hoorden we een eclectische aanpak om invloeden en ideeën samen te brengen in een logisch geheel.  De nummers volgden vaak eenzelfde structuur met voorop Nardozza, de frontman die het thema afvuurde en uitwerkte, Gruarin die de ruimte innam die Nardozza openliet als hij (na ferme inspanningen van lippen en longen)een stap opzij zette en de ritmesectie die het zaakje aldoor ondersteunde, de terugkeer van Nardozza... het had wat veel van een formule, maar als de uitwerking knap is, het speelplezier er afspringt bij de muzikanten, dan moet je een kniesoor zijn om te klagen. En toch. Ondanks de melodieuze rijkdom, de warmte en de vlotte opeenvolging van geweldige lijnen van Nardozza en de energiek opwippende Gruarin, vond deze jong iets te weinig prikkels in dit heerlijk concert dat volledig terecht als topper van de avond was geprogrammeerd. De ritmesectie speelde alles vol, maar haalde weinig bijzonders uit de kast, speelde geen avontuurlijk spel. En de heerlijke muzikanten die de dans leidden voelden blijkbaar niets van adembenemende tempowisseling of een rauwe uithaal om het geheel een extra twist te geven. Eén intro op contrabas was misschien bedoeld als de verrassend gewaagde passage in de set, toen Verbist het wel erg ver dreef met valse klanken? Laten wij dan maar vooral het fantastische spel van Nardozza en Gruarin onthouden en de prachtige sierlijke bogen in dit concert.

 
 
 
Danny De Bock






VIJAY IYER TRIO, 13 okt 2011 in de Roma, Borgerhout

 

VIJAY IYER, PIANO + MARCUS GILMORE, DRUMS + STEPHAN CRUMP, CONTRABAS



© Guy Van De Poel

© Guy Van De Poel 


 
 
© Guy Van De Poel

© Guy Van De Poel 

 
 

Vijay iyer speelde zich de voorbije 10 jaren in de kijker in samenwerkingsverbanden met  altsaxofonist Rudresh Mahanthappa, met dichter/performer Mike Ladd, in het trio Fieldwork, in een groep met Wadada Leo Smith, bij Roscoe Mitchell... En hij heeft ook dit trio onder zijn naam met Marcus Gilmore aan de drums en Stephan Crump op contrabas. Ze werken intussen al jaren verder aan deze band en Vijay Iyer stelde met gepaste trots zijn trio in de Roma voor.  Om dan van start te gaan met 'Optimism', een compositie met een compacte basis waarop geleidelijk wordt verder gebouwd. Meteen kregen we te maken met een zekere krachtdadigheid en vastberadenheid, zonder patserij stevig en overtuig(en)d lijnen uitzetten en vandaar verder uitstralen...

Gauw was duidelijk dat de geluidsmix niet was afgesteld op een zo breed en subtiel mogelijk in de verf zetten van de verschillende klankkleuren. Ook de sound was compact. Hoewel wat vlak kwam de contrabas toch warm en donker over, als met een retrojasje, terwijl de drums scherper en machinaler klonken, wat sowieso de drumstijl is van Marcus Gilmore in dit trio. Van de toetsen van de piano die vaak percussief werden aangeslagen en dan weer gevoeliger ingedrukt ging in de groepssound soms wat glans en gevoel verloren, maar het sterke spel met repetitie en variatie boette niet bepaald in aan overtuigingskracht. Omdat Vijay Iyer met deze groep de jazz- en popgeschiedenis induikt, daaruit heel verscheiden zaken plukt en die met een eigenzinnige en vrij homogene jazzaanpak in de buurt brengt van rock en pop mag bij een concert een deel van de subtiliteit verloren gaan, het blijft boeien en verbazen. Ten andere weet de getalenteerde en veelzijdige pianist in zijn sets een meeslepende ontwikkeling te steken. Deze avond was het tweede stuk een bewerking van iets van de internationale disco/funkband Heatwave uit de seventies, het derde 'Little Pocket Size Demons' van Henry Threadgill en het vierde iets uit 'The River Suite' van Duke Ellington en je kon makkelijk misleid de idee overhouden dat pas bij het vierde nummer leentje buur werd gespeeld in de populaire muziek van de sixties of seventies.

Vijay speelt met dit trio niet echt opvallend zijn Indische roots uit, maar het hypnotiserende en bezwerende karakter dat er meermaals in opduikt, lijkt iets over zijn genetische afkomst te zeggen. Hoe hij afwisselt met lyrische lijnen rond en bij kringelende patronen is elke keer weer knap tot verbluffend. De groep als groep brengt niet de meest taaie jazz, maar door soms dwars hun ritmiek in elkaars spel te schuiven krijg je evenmin de meest hapklare jazz. Dit trio is tegelijk toegankelijk en spannend. Drie verdomd sterke muzikanten, maar uithalen met hoogstandjes en ijdel virtuozenspel, ho maar, daar hoeden zij zich voor. Met zo’n houding slaagden zij er in 'Smoke Stack' van Andrew Hill een versie te geven zoals we ze nooit hadden gedroomd, haalden zij Michael Jacksons 'Human Nature' uit de popsfeer into jazz en brachten zij het weer terug naar pop, deden zij met 'Wild Flower' van Herbie Nichols denken aan heerlijke Nederlandse muzikanten, bezwoeren zij de song 'Darn That Dream'... naast een bescheiden aantal eigen nummers die niet minder sterk waren en het repertoire prachtig aanvulden. Dat de verscheidenheid in de keuze van de gebrachte stukken niets heeft van een al te breedwaaierig pallet, heeft vast ook te maken met de geest van deze groep, die als een drie-eenheid opereert en zoals Thelonious Monk dat kon bijna elk stuk zo graag iets meegeeft van een wat bizarre, wat hoekig danserige draai. Wat een band!

 
© Guy Van De Poel 

© Guy Van De Poel 


 

Danny De Bock

 
 

 






ANDREAS METZLER, BASSOLUTIONS, Newsolutions - CD recensie



Andreas Metzler, contrabas, loops, percussie, stem en geluiden





Deze CD met een foto uit 1939 op de hoes van een (onderbroken) kring van dansende mensen heeft zo zijn eigen artistieke aspiraties. Het pakt niet altijd even overtuigend uit hoe Andreas Metzler zichzelf begeleidt met oa percussie en loops, maar het resultaat is als geheel intrigerend en bij momenten staat de spanningsboog knap strak.

Het verbaast enigszins dat deze man die toch in verschillende bands speelt (met New Solutions op 15 november en met Thelonious 4 in januari in Gent in de Hot Club de Gand) zich voor een CD helemaal solo uit de slag wou trekken. Contrabas is duidelijk zijn ding, percussie iets minder. Dit gezegd zijnde is het boeiend om mee te gaan in de solo uitvoeringen van composites van zijn keuze: stukken uit verschillende hoeken, met name van John Coltrane 'After The rain', verschillende van Erik Satie, een stuk van rond 1500 van Diego Ortiz, 'Blackbird' van The Beatles plus een eigen compositie.

De CD opent als met een meditatie ('After The Rain') en geleidelijk gaat het zaakje aan het dansen en dromen. De invloedssferen van jazz, klassiek, folk en pop wisselen elkaar af op een excursie met akoestische en elektronische klanken en hulpmiddelen. En de maker weet af te klokken op een 33-tal minuten, wat maakt dat dit eigenzinnig schijfje niet onverantwoord lang duurt. Een basssist zo te horen om beter te leren kennen, maar voorlopig geen geweldige hoogvlieger op zijn solovlucht.

Danny De Bock

 


geen begeleidende sample deze keer, eerder een YouTube die alles al zegt




 - Persbericht, 3 november 2011 -




Jazz & Sounds: een momentum voor de creatieve muziek in Gent


Met o.a. Henry Threadgill, Hermeto Pascoal en Egberto Gismonti.


De tweede editie van Jazz&Sounds Festival vindt plaats van 17 tot en met 19 november 2011 in Kunstencentrum Vooruit, Conservatorium Gent en Muziekcentrum De Bijloke Gent. Jazz&Sounds Festival is een organisatie van Muziekcentrum De Bijloke, Conservatorium (Hogeschool Gent), Gent Jazz Festival (vzw Jazz en Muziek) en Kunstencentrum Vooruit.

Jazz&Sounds Festival is een momentum voor de creatieve muziek in Gent. Het biedt een podium aan muzikanten en componisten die buiten de lijntjes kleuren en zelf -ook al plaatst de organisatie hen onder die noemer- niet altijd onder het label jazz willen worden gecatalogeerd. Het is een uitnodiging aan wegbereiders en baanbrekers, zowel iconen (Henry Threadgill, Hermeto Pascoal, Egberto Gismonti) als een nieuwe generatie (Robin Verheyen, Lisa Cay Miller, Jazz plays Europe).

Een belangrijke drijfveer voor het festival is de synergie tussen opleiding en podium, tussen leren en bevestigen. De rol van het Conservatorium (Hogeschool Gent) is daarin bepalend. Dit jaar presenteert het Conservatorium een Europees project, 'Jazz plays Europe’, dat jonge muzikanten (o.a. Christian Mendoza) uit 7 landen bij elkaar brengt.

Evenzeer belangrijk is Jazz&Sounds Festival een platform voor de samenwerking en uitwisseling tussen een aantal hoofdspelers in het domein van de jazz (en breder) in Gent: Kunstencentrum Vooruit, Gent Jazz Festival, Muziekcentrum De Bijloke en Conservatorium Gent. Die partners leggen hun expertise samen en bepalen ieder vanuit hun eigenheid wat het festival voor de stad en voor de muziek kan betekenen.

De ambitie die bij de aankondiging van de eerste editie werd geuit, om van dit festival een project te maken waarin verschillende Europese partners betrokken zijn, blijft onverminderd. Deze editie resulteert dit in twee projecten binnen Europalia.Brazil en het Europees project Jazz Plays Europe (i.s.m. JazzLab Series) in het Conservatorium. De Europese samenwerking geeft een internationale dimensie aan Jazz&Sounds Festival en kadert binnen Gent Unesco Creative City of Music.

 

 



Programma

Het programma van Jazz&Sounds 2011 beslaat 3 avonden. De festivallocaties (Vooruit, Conservatorium en Muziekcentrum De Bijloke) bieden per avond een dagticket aan: een uitnodiging aan het publiek om niet enkel de voortrekkers maar ook de jonge garde te ontdekken!
Dit zijn enkele uitschieters van deze editie:
Grootmeester en pionier van de hedendaagse jazz Henry Threadgill staat garant voor verrassende en beklijvende concerten. Zijn project Zooid is slechts zelden in Europa te zien, een niet te missen kans dus. (17 november in Vooruit)
De Braziliaan Egberto Gismonti breng met zijn Orquestra Corações Futuristas een groep jonge getalenteerde muzikanten mee voor een uniek concert in België, het eerste concert in hun Europese tournee binnen Europalia.Brazil. (18 november in Conservatorium Gent)
Robin Verheyen is een Belg die in het buitenland hoge ogen gooit. Na een duoconcert met Rissanen brengt hij een unieke creatie voor dit festival samen met sopraan Katrien Baerts en het Kryptos Kwartet. (19 november in De Bijloke). Op 3 november stelt Gent Jazz Festival hem in New York voor als een van de meest veelbelovende talenten uit ons land, in een showcase voor de International Jazz Festival Organisation, een samenwerking van de 16 voornaamste jazzfestivals ter wereld.

 

17 november

 in Kunstencentrum Vooruit

Jazz&Sounds DAG 1

     

 

20.00u

Satoko Fujii     Ma Do Quartet

 

( Balzaal)

 

20.00u

Esa Pietela - Sax Solo

in het kader van Europalia.Brazil

 

(Domzaal)

21.00u

Henry Threadgill - Zooid

(Theaterzaal)

22.15u

Hermeto Pascoal Sextet

(Theaterzaal)

     

23.30u

 

Electric Barbarian

(Balzaal)

18 november  in het Conservatorium Jazz&Sounds DAG 2
20.00u
Jazz Plays Europe  (zaal Miry)
22.00u
Egberto Gismonti e Orquestra Corações Futuristas

zaal Miry)
19 november in Muziekcentrum De Bijloke  Jazz&Sounds DAG 3

 

16.00u

 

Lisa Cay Miller Solo

 

(Concertzaal)

18.00u

 

Lisa Cay Miller Duo met Audrey Chen

(Concertzaal)

20.00u

 

Robin Verheyen, Aki Rissanen, Katrien Baerts, Kryptos Kwartet

 

(Concertzaal)

 

 

22.00u

 

 

Lisa Cay Miller Project

met Jean-Yves Evrard, Joachim Badenhorst, Audrey Chen

(Concertzaal)

     

 

Voorafgaand organiseert Cassette vzw een workshop met Hermeto Pascoal

Hermeto Pascoal zal op 14 en 16 november (10:00-17:00) in Vooruit een workshop begeleiden van de muziekwerkplaats Cassette: een unieke kans om samen te spelen met deze goeroe van de Braziliaanse muziek. Doelgroep: alle muzikanten met een zeker niveau welkom! Eigen instrument meebrengen. Onder meer Mauro Pawloski toonde al interesse...

 

 

Tickets

 

De prijzen zijn afhankelijk van de locatie en telkens geldig voor alle concerten van Jazz&Sounds Festival op die dag.

Tickets DAG 1 in Vooruit

Standaardtarief: 20 euro Vooruitprijs: 18 euro. Enkel voor Vooruitkaarthouders. Reductietarief: 16 euro. Voor 65+, -26 en andersvaliden.

Tickets DAG 2 in Conservatorium

Standaardtarief: 18 euro Reductietarief: 14 euro. Enkel voor +65 en -19. Studententarief: 5 euro.

Tickets DAG 3 in De Bijloke

Standaardtarief: 22 euro Reductietarief: 18 euro. Enkel voor 60+, -26, werkzoekenden, rolstoelgebruikers, houders van een lerarenkaart of Bijlokekaart. Vermeld bij reserveringen dat je geniet van een reductietarief, na reservatie is een tariefreductie niet meer mogelijk.

Verkooppunten


Online: www.debijloke.be

Telefonisch: +32 (0)9 296 92 92

Kassa: Kluyskensstraat 2, 900 Gent

Openingsuren: van dinsdag tot vrijdag van 10u00 tot 12u00 en van 13u00 tot 17u00. Op zaterdag van 13u00 tot 17u00.

Online: www.vooruit.be

Mail: info(at)vooruit(dot)be

Telefonisch: +32 (0)9 267 28 28

Kassa: Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent

Openingsuren: dinsdag t/m vrijdag van 11u00 tot 18u00 en ‘s zaterdags van 15u00 tot 18u00. De avondkassa opent 1 uur voor aanvang van een concert of voorstelling.

Online: Uitbureau Gent

Telefonisch: +32 (0)9 233 77 88

Kassa: Uitbureau Gent, Kammerstraat 19, 9000 Gent

Openingsuren: maandag tot en met vrijdag van 10u00 tot 12u30 en van 13u30 tot 17u30, telefonisch blijft de ticketbalie open tot 18u00. Op zaterdagen sluit de ticketbalie op 16u30

 

Publieksinfo: www.jazzandsounds.be

 
 




HENRY THREADGILL – ZOOID gezien op JAZZ & SOUNDS FESTIVAL in Gent, VOORUIT



Henry Threadgill, sax en fluiten + Christopher Hoffman, cello + Jose Davila, trombone en tuba + Liberty Ellman, gitaar + Stomu Takeishi, akoestische bas + Elliot Kavee, drums






 

© Guy Van De Poel 


Liberty Ellman kreeg van bij de aanvang van een zalig onconventioneel concert een prominente rol in het vertolken van ideeën en composities van Threadgill. Zoals hij deftig gekleed op een vierkante barkruk warse lijnen begon te spelen was van meteen af aan de toon gezet van 'This Brings Us To'... Stukken van Threadgill volgen op het eerste gehoor een onaardse logica, durven te klinken als  achterwaarts afgespeelde jazzplaten die resulteren in nummers die verbijsterend melodieus openbloeien. Hoewel allesbehalve makkelijke muziek heeft dit een aantrekkingskracht en absorberend vermogen waardoor de aandacht van de luisteraar op een raadselachtige manier gegrepen wordt en menigeen bekoord raakt. Het klinkt als muziek van standing en toch danst het hoogst ondeugend. Op moeilijk te bevatten wijze is deze muziek erg toegankelijk. Als je dan ook nog de muzikanten live bezig ziet, wordt het helemaal te mooi voor woorden.

 

Stomu Takeishi is blijkbaar een mannetje dat graag spring en danst terwijl hij donkere klanken uit zijn grote akoestische basgitaar haalt. Hij doet dat soms wild, maar vooral beheerst en met een treffend gevoel voor timing. Met een cellist erbij klonk Zooid nog spannender dan met enkel die akoestische bas. Als ook Hoffman tokkelde, kon je je wel eens afvragen welke basspeler wat speelde. Samen legden zij zwevende fundamenten voor erg ongewone constructies die heel hoog naar de hemel reikten en ahw zonder rationeel verklaarbare houvast stand hielden. Met tegendraadse lijnen en bewegingen werd een evenwichtige architectuur gecreëerd waarbij de meester die Threadgill is vooral de stille denkende kracht was. Ook hij deed zijn duit in het zakje in het spelen van bijzondere melodieën en verklanken van grootse bouwplannen, maar vaak was hij de centrale figuur die goedkeurend knikte terwijl de jongere muzikanten hun energie stopten in het ten hore brengen van zijn magische scheppingen. Met trombone en tuba bracht Davila een heerlijk ongewone, bijna vloeibaar soepele brass sfeer aan in de eclectische composities. Ellman liet op gitaar hoekige lijnen zacht, maar stevig in elkaar passen, rondde de gevaarlijkste hoeken en randen af. Met denkbeeldig cement en klinknagels timmerden en kleefden drummer en bassisten de elementen aan elkaar vast. En met heerlijke ornamenten en bizarre motieven blies Threadgill een adem vol muziekgeschiedenis in de gangen, kamers en zalen van zijn eigenste muziektempel.

 

In de theaterzaal van de Vooruit kwam dit universum uitermate mooi tot leven.

 

Danny De Bock

 



 
Henry Threadgill and Zooid






 

 
 

Met trots stellen we u ons nieuwste album voor op ons W.E.R.F.-label, het prestigiueuze project "MixTuur" van muzikale duizendpoot en accordeonist Tuur Florizoone.

Tuur Florizoone is bekend o.a. van de trio's Tricycle en Massot-Florizoone-Horbaczewski, de bekroonde filmscore voor 'Aanrijding in Moscou', Carte Blanche (Festival d'Art de Huy), samenwerkingen met Philip Catherine, Jean-Louis Matinier, Carlos Nunez, Alfredo Marcucci, Zahava Seewald, Chris Joris, ...

'Mixtuur' is Tuurs meest ambitieuze en meest persoonlijke project totnogtoe. Samen met een indrukwekkende alstar-bezetting presenteert hij een verleidelijke melange van culturen, stijlen en instrumenten uit het beste dat Afrika en Europa te bieden hebben.

'MixTuur' bezingt het verhaal van de metissen, de vergeten bastaardkinderen van koloniaal Congo.

Met nationale en internationale topmuzikanten als de Zuid-Afrikaanse zangeres Tutu Puoane, percussionist Chris Joris, bassist Nicolas Thys, trombonist/tubaïst Michel Massot, trompettist Laurent Blondiau, celliste Marine Horbaczewski, het Congolese koor Nabindibo, de Burkinese drummer Wendlavim Zabsonre en de legendarische Malinese balafoonspeler Aly Keita...





 Mixtuur' mag dan al een indrukwekkend 'multicultureel', meeslepend project van Tuur zijn, vrolijk kan je het niet altijd noemen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het pijnlijke onderwerp dat hier aangesneden wordt, met name de métis, zijnde niet meer of minder dan de bastaardkinderen uit het (ons) koloniale verleden.De pijn en het verdriet van die kinderen die ook bij ons in pleeggezinnen terecht kwamen, dat verwoorden, musicaliseren, dat heeft Tuur groots aangepakt en hij putte daarvoor niet alleen uit zijn eigen rijke muzikale ervaring maar wist zich daarbij tevens gesteund door het beste van twee werelden. Muzikanten , hetzij zwart, hetzij blank maar allen met een Afrikaanse ziel. Ook  hebben ze haast allemaal  een rijk verleden, al betekent dat nog niet  dat het hier steeds om ouwere mensen gaat. Oude getrouwen, dat wel, vrienden zijn het  die samen dit 12 koppige Mixtuur naar mooie hoogtes dragen. Zo klinkt 'Kwa Heri' als een beschuldigende vinger. Een stuk is het waaraan allen hun bijdrage leveren met sterke individuele accenten, maar absoluut eclecticisme  ten dienste van het project in z'n geheel. En meteen legt dit nummer ook de vinger op de wonde, de toon is gezet. Dat het daarbij echter  niet allemaal kommer en kwel  hoeft te zijn bewijst o.a. 'Once you go black, you never come back', een heerlijk voortdodderend stukje muziek, ingezet door de tuba van Michel Massot die, het lijkt wel vanuit een roes, zijn kompanen meesleept in iets dat Europees vertrekt maar algauw ook Afrikaanse licks bijkrijgt. Tuur spint zich daar met de accordeon handig tussendoor en met 'Queskia', het stuk dat Tuur dan weer schreef voor zijn Tricycle project  bevinden we ons algauw op een inheemse markt, in een smeltkroes van warme menselijkheid.'Las tres Brujas' heeft wat later dan ook nog wel wat van dat  Queskia' maar gaat wél weer dieper in de wonde boren. Tutu (Puoane), ons zeer goed bekend en vervangster van Sabine Kabongo, de eerste zangeres van Mixtuur,  voelt en vult dat erg goed aan en we vermelden daarbij ook graag de melancholie van de blazers (waaronder een steeds schitterende Laurent Blondiau aan trompet) en de accordeon van Tuur die Tutu bijstaat. Zet daarbij de 'zwaarte' van de cello (Marine Horbaczewski) en je moet het allemaal maar aan mekaar zien te  lijmen !Tuur heeft dat echter meesterlijk gedaan ! Al heb je (nogmaals) natuurlijk ook de verdiensten van de meewerkende musici en op 'Je m'n fous (je ments) zijn dat zowel Nabindibo, het polyfonische Congolese koor (met o.a.Bernadette Aningi, de mama van Marie Daulne, de oprichtster van Zap Mama), als Michel Massot met z'n mooie solo op trombone, als de diverse ritmesectie (een duidelijk herkenbare Chris Joris op de djembé, de meester Aly Keita op de balafoon en de jonge Stephane Galland leerling Wendlavim Zabsonre (zeg maar Wim) aan de drums. Plechtstatig gaat het dan in een optocht door de straat, bevragend door de blazers, mijmerend zowel  door de cello als de accordeon, ingetogen woordeloos door Tutu... 'Change' was dat, zoals een wens, klonk het, zonder veel hoop...En mag het dan terug wat uptempo ? Jawel, en haast extatisch  ook nog raast 'Hunt' je door de Savanne, gejaagd door een wervelwind, belaagd en achtervolgd door een horde prairiehonden ...een .. breakout als het ware, verbreek het stilzwijgen (denken wij dan) ! Een topper, deze 'Hunt', gedreven door drums en de baslijnen van Nic Thys, zweterig bezwangerd door accordeon en vocals.... En ja, in finale 'Mulume' van Bernadette Aningi en gearrangeerd door Tuur zwijgen de vrouwentongen tenslotte niet langer meer. Een stortvloed van woorden begeleid door percussie,  de likembe van Chris Joris en de accordeon van Tuur worden even ten spits gedreven om tenslotte sloganesk te eindigen. Mooi ! , en wat tenslotte over blijft is een uitstekende CD van iemand die het voor ons al langer niet meer hoeft te bewijzen. Het Mixtuur project dat Tuur in 2010 in opdracht van vzw Trefpunt van de Gentse Feesten schreef nav de herdenking van 50 jaar Congolese Onafhankelijkheid mag gerust een succes genoemd worden, een voorbeeld in z'n soort is het van hoe jazz en wereldmuziek zich naadloos kunnen laten mixen zonder ooit 'goedkoop' te zijn. Zie, dat noemen ze nu es 'Mixtuur' !

 
Winus
 



Wij kozen eerder voor het zweterige van 'Hunt', geweldig nummer !





SAMUEL BLASER QUARTET in de Hnita-Hoeve, Heist-op-den-Berg, 6 november 2011 - concertverslag


© Juan Carlos Hernandez 

© Juan Carlos Hernandez 


WEBSITE

Samuel Blaser, trombone + Marc Ducret, gitaar + Bänz Oester, contrabas + Gerald Cleaver, drums


Twee avonden na elkaar trad het kwartet op in de Hnita en de concerten werden opgenomen om er een live CD mee samen te stellen – reden waarom fotograferen verboden was. De opkomst was heel matig, helaas, maar de kwaliteit was van die mate dat de aanwezigen zich niets bekloegen. Samuel Blaser heeft aan dit kwartet sinds enkele jaren een vaste working band en de band die de vier na verschillende toernees ontwikkelden stelt hen in staat om zich als een hechte unit steeds dieper in te werken in lange epische en elegische verhaallijnen. Daarin stopt Blaser veel ambitie en verwerken de vier hun heel persoonlijke ideeën en aanpak. En alles klikt heel vast in elkaar. De grilligheid van de eigenzinnige Ducret voor wie vloeiend vlot gitaarspel maar een onderdeeltje kan zijn van het grotere geheel, die vooral weinig voor de hand liggende mogelijkheden opzoekt en in zijn spel graag met gemene uithalen voor de dag komt, die sluit op een eigenwijze manier perfect aan bij het brede pallet van virtuoos kunnen van trombonist Blaser en de geconcentreerd spelende creatief steunende, stuwende of als duo an sich improviserende ritmetandem Oester / Cleaver.

Ducret was nogal dominant aanwezig, hij opende ook het eerste stuk, waarop de anderen rustig en aandachtig invielen, de compositie volgend op hun blad, behalve Cleaver die de ogen sloot – he knows by heart. Zoals, maar anders dan bij Henry Threadgill Zooid (17 november op Jazz & Sounds in Gent) spelen de composities met moeilijke ritmes en lijnen, maar levert dat fascinerende muziek op. Is die bij Threadgill verbazend toegankelijk, bij Blaser klinken de lange stukken ambitieuzer, hooggegrepen en wonderwel continu meeslepend – moeilijk te vatten en toch duidelijk een eigen en logisch vocabulaire hanterend. Er waren lyrische passages die deden denken aan klassieke muziek, er waren in de compositie verwerkte invloeden uit en verwijzingen naar free jazz, er waren heel vrije passages in de momenten van improvisatie die de imposante composities toch blijken toe te laten, er was blues, ruwe, donkere blues, er was funk met een heel aparte draai... uit een heel gala aan stijlen en periodes uit de muziekgeschiedenis werd geput en geplukt, tot in een atonale compositie toe lieten de vier muzikanten zich bewonderen. Ducret werkte zich graag op het voorplan, maar hoorde ook graag de delen zonder gitaar aan – zijn expressieve gelaatsuitdrukkingen kennen ook de krampachtige van diepe waardering. Alle vier kennen ze wat van ruimte invullen en ruimtes open laten. Blaser en Oester amuseerden zich duidelijk, Cleaver was de ernstige rustige concentratie zelve – ook als hij hard ging.

Voorwaar, ik zeg u: van deze vier hebben we het laatste nog niet gehoord. Zij schieten nog sterren uit de hemel!

 
Danny de Bock
 
 

 







SAMUEL BLASER QUARTET : 'BOUNDLESS', CD, hatOLOGY 706, CD-voorstelling






Samuel Blaser, Trombone + Marc Ducret, guitar + Bänz Oester, double bass + Gerald Cleaver, drums




       







'Boundless Suite, Part 1' opent alsof de brand al even woedde toen de opname begon te lopen. Met een opmerkelijke vurigheid en gedeelde 'gedrevenheid springt het kwartet in een levendig begin van het eerste van vier suite-delen. Als luisteraar kan je je meteen geconfrontreerd voelen met een kwartet dat op hoog niveau wil meespelen, zoals 'This Brings Us To'... Henry Threadgill – in recente jaren zwaar aangeprezen door oa het Amerikaanse magazine Downbeat. Dat hoeft niet erg te verbazen, want Samuel Blaser is een trombonist die al enkele jaren op hoog niveau meedraait in verschillende formaties. Hij vindt zijn draai zowel in gerenommeerde orkesten als in duo’s met andere talenten. Dat betekent niet dat in een kwartet dat zijn naam draagt Blaser voor de grote ster moet doorgaan en zijn gezellen vooral begeleiden. De namen van gitarist Decret en drummer Cleaver zullen voor velen ook wel een belletje doen rinkelen. Oester mag wat minder bekend zijn, in deze ritmesectie komt hij meermaals heel sterk naar voor. De ritmesectie is in deze contect ook niet zomaar een ritmetandem die de boel van ritmische steun voorziet, maar een creatief tweespan dat op zichzelf kan staan creatief te wezen. Of in samenspel met de anderen warse lijnen uittekent in logische verbindingen en evoluties.

De vier stukken staan van de Boundless Suite staan op zichzelf, maar horen duidelijk samen, passen onder een gemeenschappelijke noemer waarin vanuit een raamwerk wordt vertrokken en verder gezocht en geïmproviseerd zonder ver af te dwalen of het Noorden te verliezen; de samenhang blijft het volle uur gewaarborgd. Op intrigerende wijze wordt lyrisch en elegisch afgewisseld, krijgen we opeenvolgingen van trage en versnellende, van snelle en vertragende passages. Vergelijken met Threagill gaat maar ten dele op - er is een bijzondere gitarist in het spel en er zit een brass band blazer mee op de voorgrond - de invloedssferen en waaruit eclectisch wordt gesprokkeld hebben soms vaag verwantschap met noise rock, ambient, industrial music. En dan is er de invloed van de blues waarbij Ducret doet denken aan de gitarist van Moker en Brick Quartet: Mathias Van de Wiele of aan de ongelooflijke Marc Ribot. Als een uiterst combattief duo klinken dan ruw de bas en ten mars de drums.  Op andere momenten ligt de klemtoon meer bij de trombone en zou je bijna willen associaties maken met het brass project van Dave Douglas met een andere Amerikaanse drummer, de geniale Nasheet Waits.

De verscheidenheid is kortom groot binnen de vier delen en toch blijft alles passen binnen het grotere geheel dat klinkt als een coherent project. Deze CD werd live opgenomen tijdens een toer in Zwitserland, het eerste weekend van november doet Samuel Blaser Quartet ons landje aan. Vrijdag in de Singer in Rijkevorsel en zaterdag en zondag in de Hnita Hoeve in Heist op den Berg. Wat ons betreft zijn dit weekend deze twee jazzclubs de places to be!

Danny De Bock


       
         

 

Nu volgend WE, startend op vrijdag, 4 November in de Singer en op 5 en 6 November in de Hnita hoeve voor live CD-opname !




Semique Jazz Orchestra, live big band in de Hnita Jazz Club ,  zaterdag 12 nov 2011

onder leiding van Koen Tobback






Koen Tobback (trombone, bastrompet)
Bert Peeters (altsax, sopraansax, fluit), Tessa Van Herck (altsax, sopraansax), Jean-Paul Jublou (tenorsax, sopraansax, fluit), Willy Wellens (tenorsax), Nele De Bakker (baritonsax, basklarinet)
Wim Van Opstal (Franse hoorn, mellophonium)
Werry Dockx (trombone), Erwin Sterckx (trombone)
Johny Jacobs (trompet, bugel), Walter De Ryck (trompet, bugel), Kristof Helsen (trompet, bugel), Bart Derboven (trompet, bugel), Gerrit Van Rompuy (trompet, bugel)
Jan Derboven (piano)
Douglas Jillings (gitaar)
Lies Merckx (bas)
Frans Pelgrims (drums)



© Guy Van De Poel 

© Guy Van De Poel 

 

Om hun vijfjarig bestaan te vieren keert het SJO terug naar de Hnita Hoeve alwaar ze in 2006 voor het eerst optraden. Ze brengen werken van oude meesters zoals Count Basie en Thad Jones.

Het is niet de eerste keer dat er big bands zijn in de Hnita. Menigeen herinnert zich o.a. het orkest van Maynard Ferguson in 1992. Ze vliegen er in met ‘a warm breeze’ van Sammy Nestico en dit in Count Basie stijl met piano intro, tussenin de volledige band en op het einde de 3 noten op piano. Dit herhalen ze nog eens in andere ritmes want aan de figuur van Count Basie kan je als big band niet voorbij gaan. Die drie noten op het einde is de handtekening van de Duke. De leider en dirigent Koen Tobback is een beetje nerveus want op dit podium in de Hnita stonden reeds vele grote artiesten. Leuk is de Bob Mintzer remake van Lester Leaps in maar dan onder de titel ‘Lester jumps out’.

Een classic ‘In a mellow tone’ ontbreekt niet, evenmin als 'Happy birthday' in enkele korte versies om het geheel feestelijker te maken. We koelen af met het prachtige en vaak gecoverde ‘my funny Valentine’ en In het nummer ‘Honk’ speelt o.a. Nele De Bakker op de grote eend (baritonsax). We vervolgen swingend met ‘A Band Blues and the Abscessed Tooth’. Het is een funky kantje met die elektrische bas, gespeeld door de zwangere Lies Merckx.

Na de pauze volgt o.a. ‘the groove merchant’ van Thad Jones met een sterke feature voor de saxen op de eerste rij. Vooral Jean-Paul Jublou valt daarbij op sax. Koen Tobback, de niet onaardige trombonist ,weet ons eveneens te vertellen dat de drummer in een big band de zaak bepaalt voor 95%, daartegenover de trompetten slechts 2% . Helemaal leuk is een Rodgers & Hart klassieker in halve en dubbele tijd gespeeld en dat wisselt zo heel het nummer door. Dit stuwt lekker door. We kunnen niet meer stil zitten. Ook Maynard Ferguson wordt herdacht en daarna volgt een samba met ‘your sister’s samba’ in een arrangement van Frank Mantooth. Op het einde komt Count Basie nog eens terug met ‘Basically blues’ Dat begint rustig op piano en de band doet de rest van het werk. Ze brengen ook nog het bekende ‘Chinese stockings ‘ van Frank Foster. Ze ronden af met een bis ‘yesterday’s’ en hier mag het publiek meeklappen. Het is en blijft een plezante band om te zien spelen en we wensen ze nog vele jaren.

 
 
Michel Proesmans
 

 

 

youtube link  (enkele korte stukjes) http://www.youtube.com/watch?v=WV4swnAcKek

 





FRED HERSCH TRIO, de Roma, 15 november 2011

 

Fred Hersch, piano + John Hébert, contrabas + Eric McPherson, drums


Fred Hersch © JASSEPOES
Fred Hersch, Middelheim 2005


WEBSITE
 

Het trio begon in de Roma zwierig met het nieuwe aan Eric opgedragen nummer 'Opener' waarbij de drummer naar het eind de ruimte kreeg voor een eerste solo. Hij liet het tempo dat vrij hoog lag even zakken om er geleidelijk weer en spitsvondig meer snelheid in te brengen. Met een korte herneming van het thema werd het vlotte stuk afgesloten. Volgde 'Sad Poet', van de CD 'Whirl' van vorig jaar, opgedragen aan Antonio Carlos Jobim, traag en zonder opvallende verwijzing naar Brazilië of bossa nova. Met eerst een sneller en dan een trager stuk gaven de drie ahw hun visitekaartje af. Hersch als componist zoekt het niet in erg complexe verhaallijnen, maar kiest voor vrij vlotte lyrische creaties die vragen om muzikanten die met veel gevoel en hoogstaande techniek zowel traag als snel fijne ideeën kunnen uitwerken en versieren. Inspiratie haalt Hersch meestal uit zijn bewondering voor andere muzikanten of kunstenaars, zoals voor een ballerina en haar draaibewegingen in 'Whirl', dat werd het derde nummer – of voor bestaande songs. Zo kreeg standard 'I Fall In Love Too Easily' een delicate bewerking en verbond het trio in een soort van medley 'Lonely Woman' van Ornette Coleman en 'Nardis' van Miles Davis en Bill Evans. Door die composities uit te benen kregen we uitgepuurde geraamtes die de fijn knedende handen van het trio weer van vlees en bloed voorzagen. Zonder ingewikkeld te gaan klinken toonden de drie hun meesterschap, resultaat van talent en hard werken, in beheerst en inventief spel.

De tweede set begon met 'You’re My Everything' in een versie om liefdevol bij weg te dromen – of toch maar liever niet: het komt er op aan te genieten van het moment als je zo’n toptrio dit nummer hoort brengen. Met 'Skipping' staken zij een tandje bij in het tempo dat in de volgende nummers weer zakte bij mijmeringen over wind en zand (met 'The Wind' van Russ Freeman verwerkt in een medley). Fijnzinnigheid en tederheid kregen zo een tijdje de overhand in dit tweede deel van het concert. Hersch twijfelde even, maar "You seem friendly," zei hij en zette dan toch nog een nieuwe compositie in, 'Havana', een sprankelend stuk. Om een optreden af te ronden kiest Hersch steevast voor een nummer van Thelonious Monk, deze avond was dat 'Work' in een opmerkelijk vloeiende versie. Hersch kan als geen ander het typische hoekig dansende spel van Monk laten reïncarneren, maar net zo goed kan hij een Monknummer ongewoon vloeiend en niet minder overtuigend laten klinken.

Vlot en vloeiend spel zoals Hersch graag brengt, houdt ruimte in voor solo’s voor elk lid van het trio, gaat samen met subtiele begeleiding en is vooral heerlijk samenspel op een hoog niveau. Daarbij hoorde in de Roma ook een moment van pure improvisatie, maar vooral zangerige lijnen domineerden. Je voelt in deze muziek meer dan een warm hart vol liefde en mededogen, je krijgt er het bewustzijn bij van donkere kantjes, het besef van de aanwezigheid van gevaar. Maar optimisme en geloof blijven de drijvende kracht. Het kleine bisnummer V'alentine' duwde ons nog even met de neus op de werkelijkheid en de tristesse die onvermijdelijk ook opduikt bij verliefdheid en liefde. Met meeslepende romantiek waarin een trieste noot ging doorklinken en doorwegen sloot de meesterlijke pianist solo af. Wij waren blij en vol van de meeslepende muziek op deze avond en raakten op het eind heel even tot tranen bewogen.

 

Danny De Bock

 
 






JOHN ESCREET in de HNITA HOEVE, 24 NOV 2011

PIANO SOLO


WEBSITE



 

Sommige platen klinken alsof ze zo moesten klinken en niet anders, alsof de muziek zo uit de  lucht moest geplukt worden, zo en niet anders opnieuw en opnieuw moest kunnen afgespeeld (en nagespeeld) worden. Omdat massa's mensen er voor moesten vallen, zich mee konden en kunnen uitleven. Zoals het 'Black' album van Metallica, we noemen maar wat. 

Er is ook muziek die moet kunnen klinken in de versie van de dag, die vandaag op deze plek met deze mensen anders moet uitgewerkt worden dan morgen. Dat verschijnsel vind je terug in de werelden van de jazz.  Soms blijft het improvisatiegehalte beperkt, soms ligt het heel hoog.

Bij John Escreet solo in de Hnita was het meermaals raden of de pianist van een bestaand stuk uitging, variaties op thema's creëerde of met de inspiratie van het moment improviseerde en verwees naar bestaande thema's en composities of naar manieren van componeren. Heel even was er (in de tweede set) een sterk gevoel van herkenning, maar wat was dat liedje ook weer of was het een medley van oude populaire songs?

Het leek of Escreet deze avond een denkbeeldige score in elkaar stak bij een nog uit te werken documentaire over zijn leven in de muziekwereld en de muziek in zijn leefwereld. Over zijn opleiding in de klassieke muziek en hoe ingrijpend de kennismaking is geweest met de muziek van Cecil Taylor. De inleiding met tonen die lang mochten uitdeinen leken een begingeneriek te kunnen begeleiden en beelden van een Britse tuin en smog. Het had weg van een prelude, waarna hamerende vingers overnamen, maar de invloed van de klassieke muziek nam vrij plots weer over. Niettemin werd de structuur van het stuk er één van een geboeide ontmoeting tussen werelden van verschil en respectvolle uitwisseling van ruimte.

De kennis van het klassieke repertoire scheen Escreet van pas te komen om van  een solo concert na enkele weken touren met het kwartet van Antonio Sanchez een verademing te maken, een moment om te herbronnen en zelf gauw weer te gaan creëren. Zelf componeren en opnemen lukt hem de laatste tijd opvallend goed, onlangs verscheen weer een nieuwe CD. Het jazzelement zat 'm meer in de vrijelijke aanpak dan in de melodieën en leverde fijne tot verregaande spanningsbogen op.

Het was in de tweede set dat er meer jazz aan te pas kwam, nadrukkelijker de scholing van bij Jason Moran te horen was, de invloed van zwarten, de historiek van jazz van weleer tot nu, tot in pop, enigszins refererend schijnbaar aan Vijay Iyer en diens spel en popkeuze. in tegenstelling tot Iyer hier geen entertaining talks, Escreet wou de muziek voor zichzelf laten spreken. Klassieke schoonheid en brute schoonheid vervlochten zich in knappe gehelen. Bij momenten leek viscerale horror op de loer te liggen, maar Escreet weet overtuigend zijn geluk af te dwingen in een wereld die niet zonder gevaar is en evenmin zonder pracht. Alsof we een niet exhaustief verhaal hoorden van hoe Escreet zijn eigen stem vond en verder uitvindt.

 
Danny De Bock
 
 




- perstekst -

AB BAARS TRIO & NY GUESTS - Invisible Blow


Europese tournee  10-26 november






In november viert het Ab Baars Trio zijn 20-jarig bestaan met de Europese tournee Invisible Blow. Het Ab Baars Trio zal samen met de New Yorkse gastmusici Vincent Chancey en Fay Victor concerten geven in Nederland, Polen, Duitsland, Oostenrijk, Slovenië en Roemenie.

 

Invisible Blow is een term uit de bokssport die kan worden opgevat als een metafoor voor het leven. Iedere bokser houdt rekening met het feit dat een invisible blow hem of haar ooit te pakken zal krijgen.

 

Het programma bevat nieuwe composities van Ab Baars die zijn geïnspireerd op gedichten en teksten van een  groot aantal schrijvers (*) waaronder Charles Bukowski, Seamus Heaney en Anneke Brassinga.

Het programma is samengesteld door Ab Baars samen met  dichter Anneke Brassinga die bij enkele concerten, zoals in het Bimhuis op 26 november, gedichten zal voordragen.

 

Baars: “de muziek voor Invisible Blow wordt open, eenvoudig en kleurrijk van karakter. De improvisaties worden een belangrijk onderdeel van de composities en het gecomponeerde materiaal zal door middel van improvisatie verder worden ontwikkeld. De diversiteit aan blaasinstrumenten, tenorsax, klarinet, shakuhachi (Japanse bamboefluit) en hoorn, is belangrijk en bepalend. Evenals de stem die een indrukwekkend arsenaal aan mogelijkheden en kleuren bezit; spreken, zingen, klanken en geluiden. Behalve het slagwerk zullen ook een aantal kleine percussie instrumenten worden gebruikt.”

(*) Schrijvers waarop de composities zijn gebaseerd:

William Carlos Williams, Charles Bukowski, Hans Faverey, Anneke Brassinga, Aischylos, Joyce Carol Oates, Emily Dickinson, William Butler Yeats, Weldon Kees, Robert Creeley, Seamus Heaney. 

 

 

 

Ab Baars Trio


Ab Baars (NL)  Tenorsax, klarinet, shakuhachi
Wilbert de Joode (NL)  bas
Martin van Duynhoven (NL) drums

NY guests

Fay Victor (USA)  stem 
Vincent Chancey (USA)  hoorn

 

CD-Box 20 years Ab Baars Trio (Wig 20)

 

 

Gelijktijdig met de Invisible Blow tournee zal een jubileum cd-box  in gelimiteerde oplage worden uitgebracht met een selectie van bestaande cd’s uit het oeuvre van het Ab Baars Trio van de afgelopen twintig jaar en een nieuwe cd met nieuwe composities van Baars. Ook zal een bijbehorend boekje verschijnen dat tevens los te verkrijgen zal zijn met teksten door Kevin Whitehead over de geschiedenis van het Ab Baars Trio. 

Prijs: € 35,- | Verkoop bij de concerten en te bestellen via www.stichtingwig.com

 

Het slotconcert van Invisible Blow in het Bimhuis op 26 november zal worden opgenomen en in 2012 op cd verschijnen (Wig 21).

 

Het Ab Baars Trio is opgericht in november 1990 en speelt nog altijd in dezelfde samenstelling: Ab Baars tenorsax, klarinet en shakuhachi, Wilbert de Joode contrabas en Martin van Duijnhoven drums. Ze debuteerden maart 1991 in het Bimhuis te Amsterdam. Sinds die tijd heeft het trio een enorme ontwikkeling doorgemaakt.

De vele projecten, de verschillende muzikale onderwerpen en de samenwerking met gastmusici - variërend van trombonist Roswell Rudd tot en met avant punks The Ex - maar ook dichters en dansers zijn van belang geweest voor de ontwikkeling van het trio. 

Mede hierdoor is de improvisatie-taal van het trio beïnvloed; die is karakteristieker, hechter en eigenzinniger geworden.

 

(...) the net effect, touching and garish, painfully intimate, raw and rude and beautiful, is pure Ab Baars. -Kevin Whitehead

 

Updates en informatie op: www.stichtingwig.com | www.myspace.com/abbaars en via facebook: Ab Baars

Invisible Blow wordt georganiseerd door Stichting WIG met steun van Fonds Podium Kunsten en het Nederlands Letteren Fonds.

 

 

 

 

 

Ab Baars Trio & NY guests


Invisible Blow

Europese tournee: 10 - 26 November 2011

 

Tourdata:

 

do 10/11 Leiden (NL)            Hot House, Tuinzaal-De Burcht            www.hothousejazz.nl             met Anneke Brassinga

vr 11/11 Oostum (NL)           kerkje van Oostum                               www.oostum.nl

za 12/11 Baarle Nassau (NL) Plus Etage                                              www.plusetage.nl

zo 13/11 Zaandam (NL)         Serah Artisan                                         www.newdutchswing.nl

ma 14/11 Enschede(NL)        Jazzpodium Drienerlo                            ovb

Europa tour                           15/11- 24/11                                          zie www.stichtingwig.com

vr 25/11 Den Haag (NL)        De Regentenkamer                                 www.regentenkamer.nl          met Anneke Brassinga

za 26/11 Amsterdam (NL)     Bimhuis*                                                               www.bimhuis.nl                    met Anneke Brassinga

 

 

Tourdata onder voorbehoud. Updates op www.stichtingwig.com

 

 





HET EINDE VAN DE WERELD, bijgewoond in 't Arsenaal, 26 november 2011


Muziek: Del Ferro-Vaganée Group
met Frank Vaganée (sax), Mike Del Ferro (piano),
Jos Machtel (contrabas) en Toni Vitacolonna (drums)
zang: Lynn Cassiers

Alice Toen, Mieke De Groote, Sophie Derijcke speelden en vertelden.
Gerda Dendooven illustreerde op de scène. 
Regie: Michael De Cock.




In zijn hoedanigheid van Mechels stadsartiest bokste Frank Vaganée samen met Michael De Cock een tweede theatervoorstelling in elkaar met veel muziek.

'Het Einde van de Wereld' bleek een knap totaalspektakel met een beperkte bezetting: een jazzkwintet, drie actrices en een illustratrice zorgden voor een belevenis waarbij ogen en oren meer kregen dan ze konden bevatten. Zoals dat gaat met mythische figuren en verhalen uit de Oudheid: het gaat ons, gewone stervelingen een beetje het verstand te boven, het is niet allemaal helemaal te begrijpen.

De illustratrice projecteerde eerst cirkels om dan met tekeningen uit te pakken. In grove lijnen verbeeldde zij scènes uit de verhalen die de actrices vertelden; bomen verschenen en werden weg gegomd, veranderd in andere figuren. Gezichten. Een vrouw die ging bevallen. Een hert. Een gezicht dat doodging... De vertellingen verhaalden thema's als liefde en dood, ongewilde noodlottige gebeurtenissen, dramatische wendingen en uiteenlopende verlangens. Wat blinde lust aanrichten kan, van wat wraak kan inluiden en hoe wreed het er aan toe kan gaan tussen mensen onderling en tussen mensen en goden. De jazz erbij was aanstekelijk en enthousiasmerend waar dat passend was. De jazz vergrootte de spanning en de dramatische reikwijdte als tragische handelingen in het verhaal wreedaardig werden. Soms zong Lynn Cassiers en al dan niet met haar elektronische stemvervormingen verklankte en verwoordde zij diepgaande emoties, soms zong Alice Toen mee. De zang was niet zomaar mooi of treffend, het was bij momenten vertederend en ook echt pakkend.

De oude verhalen gingen van grappig over tragikomisch tot ronduit gruwelijk. Het was nog lachen bij het gegeven van dwangmatig verliefd worden, elke dag tweemaal, een keer in de voormiddag, een keer in de namiddag tegenover de onmogelijkheid om verliefd te worden – allemaal door pijlen van Cupido. Het werd pijnlijker bij de vriendschap tussen een speerwerper en een hert met het mooiste gewei ooit. De ongewilde fatale afloop van een worp naar een boomstam die doel mist. Het werd verscheurend bij de liefde tussen twee zussen die lijdt onder het huwelijk van de ene. Volgde een vreselijke verkrachting, de wraak van de zus die haar man, de verkrachter, zijn eigen kind dat zo sprekend op hem leek laat opeten – haar zus was tenslotte ook onschuldig...

Het soort tragedies dat in andere vormen tot vandaag de dag terugkeert dus. Begeleid met muziek en zang – even oude oervormen van expressie die zijn blijven evolueren. Met een heerlijke timing Toni Vitacolonna op drums, met zijn eigenzinnige techniek Jos Machtel, met prachtige spanningsbogen de heren del Ferro en Vaganée die net zo goed met kleine kleurtoetsen kunnen aanvullen en de overtuigende stemmen van Lynn Cassiers, Alice Toen,  Mieke De Groote en Sophie Derijcke. Een combinatie die overweldigend knap kracht werd bijgezet met de donkere tekeningen van Gerda Dendooven. Waaaw!

 
Danny De Bock
 
 




Jonathan Kreisberg in Hnita  zo 4 dec 2011


WEBSITE


Jonathan Kreisberg (gitaar)
Will Vinson (altsax, piano)
Orlando le Fleming (contrabas)
Colin Stranahan (drums)


© Guy Van De Poel 

© Guy Van De Poel 


De verwachtingen zijn groot om deze rijzende ster op de gitaar na twee jaar weer terug te zien in onze vertrouwde Hnita hoeve. Great, de verwachtingen zijn met glans overtroffen. Ik vond het nog beter dan in 2009. Twee op vier bezoekers bij een volle zaal heeft zijn nieuwe CD ‘ Shadowless’ gekocht en laten tekenen.

De communicatie over en weer tussen de muzikanten is optimaal. New Yorker Jonathan trekt een big smile tijdens het spelen. We horen invloeden van Pat Metheny maar ook van Wayne Shorter. Hij laat zich begeleiden door erg goede muzikanten zoals Will Vinson op sax en die kennen we nog van de Hnita in 2010 bij een andere goede gitarist, Lage Lund. Het is met die Lage Lund dat de britse bassist Orlando le Fleming ook meespeelt. Orlando speelt tegenwoordig bij het Branford Marsalis Quartet en nu hier in de Hnita hoeve. Aan de drums hebben we nog de Amerikaan Colin Stranahan. Hij speelt hier de eerste keer mee en dat is echt niet te horen. Wat een soepelheid en meeleven met de leider Jonathan Kreisberg. Will Vinson speelt naast de sax ook af en toe wat pianobegeleiding.

Ze spelen allemaal nummers van de hand van Jonathan Kreisberg. Hij studeerde jazz studies aan de New World School of the Art en de Universiteit van Miami. Vanaf 1997 werkte hij met tal van bekenden als Lee Konitz, Joe Locke, Jane Monheit, Joel Frahm en Lenny White.  De set is afwisselend en veelzijdig. Hij speelt op een Gibson gitaar van de jaren ‘60. Hij tovert er de meest fantastische klanken uit.

Ze beginnen met ‘Microcosm for Two’ een ouder nummer van 2005. Op het einde een cosmische gitaarsolo en andere onaardse klanken. Daarna volgt van zijn nieuwste CD  een Grieks getint nummer ‘Zembekiko’ met veel harmonie en melodie. Will Vinson kruipt hier even achter de piano met zijn sax rond zijn nek. Tijdens het nummer schiet het tempo omhoog en ze breien er weer een zeer verzorgd einde aan. Ook ‘Twenty one’ kan het publiek bekoren met tussenin een mooi duo tussen sax en gitaar waarna laagje na laagje een climax wordt opgebouwd. We koelen af met een ballad ‘When lights are low’ met brushes aan de drums en een schitterende bas van Orlando. In ‘The common climb’ ook van de nieuwe CD krijgt we poppy drums met tamboerijn. De sax en gitaar spelen knap unisolo onder stevig drumwerk dat erg free eindigt. Na de pauze tovert Jonathan weer andere klanken uit zijn gitaar, het doet haast synthesizer aan. Het ritme barst los en we zijn weer vertrokken voor een goede tweede helft. Tussenin overtreft de drummer zichtzelf in een schitterende solo. Will Vinson vangt aan met piano in ‘Stir the stars’. Het is een spannend nummer met snelle drums en we merken wat gitaarwerk op van Scofield en Will Vinson komt helemaal op dreef aan de sax. Daarna volgt een ballad met voorlopige werktitel ‘Remember what will happen’. Orlando leidt het nummer solo in aan de bas. Jonathan presenteert nog eens zijn medemuzikanten en samen brengen ze een ouder nummer ‘Minor leaps’ van de plaat ‘Unearth’. Hier ook weer een mooie spannende opbouw met opzwepende drums en een geraffineerd einde. Een encore volgt uiteraard na luid geklap met het nummer ‘Peace’.

 

 

Michel Proesmans

 





ENDANGERED BLOOD, Skirl Records, CD-recensie



Jim Black, drums + Trevor Dunn, bass + Oscar Noriega, alto saxophone / bass clarinet + Chris Speed, tenor saxophone


 

Endangered Blood is een recent kwartet dat vooral composities van Chris Speed speelt, maar dan op een manier alsof de groepsleden elkaar door en door kennen, elkaar blindelings aanvoelen en samen de nummers maken tot wat ze zijn. De CD klinkt als van een groep die al zoveel jaren live optreedt dat het hoog tijd werd om ’s met opnamen op de proppen te komen.

De logge bastonen van Trevor Dunn die de CD openen en het stevig invallen met de drums van Jim Black gewagen via de intro al van een rockgehalte. Met 'Plunge' is het meteen een duik nemen in een way of life die weinig heeft met stilstand. Het is een mooie opener voor een CD die vol beweging zit. Het zijn vaak trekkende bewegingen, de geest van zich steeds weer verplaatsende nomaden klinkt meermaals door. Deze vier zijn natuurlijk geen woestijnbewoners, maar getalenteerde Westerse jazzmuzikanten die de stad en de wereld als habitat hebben. Vaak klinkt hun muziek wat exotisch en zowel in up tempo stukken met Black stevig en strak meppend alsook in slepende stukken krijg je geregeld die geest van een (rondtrekkende) rockgroep.

Nogal wat titels verwijzen naar personen en het lijkt er sterk op dat Chris Speed de inspiratie voor deze muziek vooral vindt bij vrienden en kennissen, van wie hij een portret schetst, of hij componeerde nagenietend van een bezoekje, een voorval beschrijvend... Als muzikant heeft hij dan nog zijn life on the road om hem van ideeën en indrukken te voorzien. De muziek gaat ook over niewe wegen inslaan, oude wegen terug opzoeken, vage paden en afgelijnde stroken bewandelen en afrijden. De beweeglijkheid van hard boppende kwartetten wordt gecombineerd met moderne ideeën en grenzen aftastende handen en voeten. Deze bezetting van twee blazers vol ideëen in de frontlijn en een sterke, creatieve ritmetandem zit zo’n aanpak als gegoten. Al gaat het soms hard, de vier putten zich niet uit in het afrazen van de grilligste achtbanen. Deze CD biedt een fijn geheel dat de oude ideeën van schoonheid en evenwicht combineert met nieuwere en avantgardistischere.

Behalve erg beweeglijke stukken zijn er ook rustpuntjes. Die kunnen een meditatieve kant opgaan zoals in 'Valya'. 'K' is dan weer een traag vertellend zacht stuk dat van stille vreugde en warme weemoed spreekt. En tussen de composites van Speed is er 'Epistrophy' van Thelonious Monk / Kenny Clarke. Wat een intro krijgt deze cover, wat een heerlijke, donkere versie is dat! krijgt een wat theatrale kant mee en met theater lijkt ook 'Iris' wat te hebben...

Om kort te gaan: deze CD is een aanrader voor wie houdt van beweeglijke moderne jazz met soms een scherpe uithaal, zonder ambities tot een Suite, maar vooral helder en eerder compact. Zorg dat uw auto klaarstaat of u met iemand mee kan rijden om deze groep te gaan ontdekken, want zij zijn live op 3 december mee te maken in de Singer in Rijkevorsel.

 

Danny De Bock


 
 

 


Wij kozen eerder voor 'Elvin Lisbon' als smaakmaker  wegens ' Levendig, bijna om  mee te fluiten en daarbij de drummer strak en stevig meppend +pulserende bas'.. enjoy ...




JOZEF DUMOULIN TRIO with Trevor Dunn (USA) and Eric Thielemans (BE) : 'Rainbow Body'


BEEJAZZ BEE048 - released in France on october 26'2011  


JOZEF DUMOULIN: fender rhodes and other keyboards

TREVOR DUNN: electric bass

ERIC THIELEMANS: drums


Considering his birthplace, Belgium, the place where he now lives and works, France, and Germany, where he has studied, one can say that Jozef Dumoulin is part of these young generations of European artists used to cross the frontiers. His ability to mix different musical genres is not voluntary, but perfectly natural. John Taylor's student, he ended up doing jazz passing through the pop and jazz roundabouts of the 60ies and 70ies — among other musical styles.

Despite his exceptional talent as a piano player, he voluntarily swaps his piano over a Fender Rhodes that he fits out with a number of pedal effects. Noticed for his abilities as a composer and his research on sound, he collaborated with different bands and artists: Octurn, Magic Malik, Franck Vaillant Benzine, Dre Pallemaerts, Reggie Washington Trio Tree, Othin Spake, Narcissus Quartet, Maak's Spirit, Aka Moon or Christophe Wallemme.

After his first album 'Trees are always right' s release in 2009, Jozef Dumoulin takes the plunge and embarks on a trio adventure with Trevor Dunn (Mr Bungle, Fantomas, John Zorn, Andrew D'Angelo) on bass and Eric Thielemans (Lidlboj, EARR, A Snare is a Bell, Maak's Spirit) on drums, which gave birth to his second album:  'Rainbow Body'.

In the latter, Jozef Dumoulin carries on his search for the right balance at the borders of electronic sounds, experimental music, pop and jazz. Presenting mainly Jozef Dumoulin's compositions, 'Rainbow Body' is a fascinating and unclassifiable album which reveals the universe of this unequalled, infinitely multifaceted musician.

www.jozefdumoulin.com

 

 



...Caleidoscopische motieven leiden je door virtuele werelden als in een LSD-trip. Je denkt daarbij aan beelden uit video-art en de muziek  gaat van thematisch grootsteeds langs metalen poëzie tot elekronisch religieus ... Geen wonder dat we d'er onze jazz goeroe bijhalen, Kris Vanderstraeten,  die dit CeeDeetje verder bespreekt...
 




Hedendaagse jazz met kosmisch psychedelische inslag...Dit trio maakt intense schetsen,creatief improviserend in de ruimte.Gestuwd door een zéér drijvende jazzybeat van drummer Erik Thielemans en bassist Trevor Dunn speelt Jozef Dumoulin de sterren uit de hemel op Fender Rhodes en andere electro-toetsen.De eerste nummers van de CD klinken eerder rustig kabbelend met zelfs een snuifje Bach in het derde nummer "Fuga X".Nummer vijf 'Shinji' heeft weer iets grimmiger toon met sterk free-drumwerk.En zo gaat het de hele CD , verkenning van stijlen,soms sterk melodisch,soms zeer vrij waarin het trio zich plots ontbindt in drie solisten. Alles baadt in een neo-psychedelische vorm, met de nodige afwisseling weliswaar,doch ook een zekere monotonie in de klankkleur van de electronica valt op, eigen aan psychedelica denk ik dan.Het maakt dat, als je de CD als achtergrond beluistert, alle nummers samensmelten tot een groot geheel.Om daar helemaal achter te komen,zou ik eigenlijk eens een ferme stick Bengaals gras moeten roken,de soms dromerige zwevende klanken doen mij er wel naar verlangen ! Rainblowing !! Zelf jong in de seventies herinnert mij deze muziek aan menig vrolijke en andere toestanden van die geweldige periode. Okee,ik ben aan het afwijken , terug naar de CD. Zijn er dan invloeden als seventies psychedelica,een snuifje Bach, zelfs een snuifje Sun Ra, deze drie knappe gerenommeerde muzikanten hebben er duidelijk hun eigen stempel op gedrukt en een originele hedendaagse CD afgeleverd die, zeg ik erbij, wel wat tijd nodig heeft.

 

Kris Vanderstraeten

 

 



Wij kozen eerder voor 'Fuga X' to bring you in the mood, yeah !..






an Australian Christmas, Stadsschouwburg Mechelen - concertverslag


                   
Dikke sneeuwvlokken zijn m'n gepaste begeleiders onderweg naar het zoveelste kerstconcert van de harmonie 'Mannen Van Goede Wil' van Muizen die, zoals naar vaste gewoonte, concerteren in de Stadsschouwburg van het nabijgelegen provincienest Mechelen. Graag zijn we d'er steeds weer bij want d'er valt altijd wel wat te ontdekken en in de concertbak treffen we vantijds hele goeie solisten. Verder staat deze harmonie natuurlijk ook al jaren onder de muzikale leiding van René Jonckeer, fijne (jazz)pianist en steeds één der voortrekkers geweest van o.m. jazz in Mechelen, denken we maar even terug aan de 'dag-Jazz-dag' Festivals uit de jaren 90' ! Vandaag dus in een gepaste kerstsfeer en met de intussen bekende mix van kerstsongs, filmmuziek, jazzpicks en croonerstandards. 'an Australian Christmas wordt het zelfs want centrale gaste is de zeer gesmaakte Kristen Cornwell , grote diva uit Australië, die intussen in Vlaanderen haar tweede stek heeft gevonden ! Natuurlijk zagen we haar hier al eerder maar toen was dat als special guest, nu is ze zowaar de centrale figuur, al blijft er in het avondprogramma best veel ruimte voor meer ook. Zo mag de jeugdsectie naar gewoonte weer beginnen en dat gebeurt met het bekende 'Stop the Cavalry' van Jona Lewie, gearrangeerd door Koen v/d Bergh.Ach, natuurlijk was daar eerst de kerstman maar dat uitdelen van geschenkjes had  wel met best wat meer animo gemogen, de schwung van de Duitsers of de showfeel van de Amerikanen, nee, het is ons, Vlamingen , niet echt gegeven... Terug naar de muziek dan maar en met 'Alfie' van Burt Bacharach gaat de harmonie dan van start. In de eerste set lukt het allemaal niet zo goed, het zit me wat stroef, de klank is ronduit slecht, micro's doen het niet en je denkt voorwaar een repetitie mee te maken, en géén generale ! Gelukkig vangt Paul Stok, de crooner, dat handig en met de knipoog op, ik zou er eerder de pest aan krijgen maar 't is bijna Kerstmis , weet je, laat ons  dus wat vergevender zijn... 'Get Happy', zingt Kristen en meteen wordt alles beter. Zonet, met de a capella groep 'Zoet Gevoiced' kon het me nog niet echt bekoren en het geklungel met uitvallende micro's , een stadsschouwburg onwaardig , deed me de haren in m'n nek rijzen maar nu, zie, is alles vergeven. Kristen zingt sterk en haar postieve uitstraling en professionaliteit doet het 'm ! De harmonie geeft het beste van zichzelf  en we beginnen er al terug in te geloven, de tweede set zal alles wel goed maken ! ... Dat  is ook zo ! Ondanks nog een paar kleine technische storingen werd het programma alsmaar beter. We hoorden Paul nog nooit zo goed zingen,'Night and Day' ging vlot en niet gestresseerd, 'Zoet Gevoiced'  zat lekker, al klinkt de close harmony van een paar stemmen meer mij toch nog  mooier  en Kristen was echt top of the bill met 'You came a long way from St. Louis' en 'Hello' van Lionel Ritchie. Daarbij trok ze de harmonie naar hoogtes die zijzelf niet eens vermoed hadden te bestaan ! Zó wou ik het horen en deze gelukkige momenten maakten mijn avond dan weer goed. Alleen had ik graag op het end Kristen nog es graag in the spotlights gezien want het duet 'White Christmas'  werd nu voornamelijk door Paul gebracht met Kristen zelf in de back... Op Kristen Cornwell komen we trouwens spoedig nog terug wanneer in de komende lente haar 'Kristen Cornwell sings Ellington' verschijnt.
 
 
De verdienste van de harmonie MVGWM staat buiten kijf met telkens weer inspanningen om een bijzonder avondprogramma aan te bieden met voor de muziekliefhebber steeds wat lekkers. Iedereen is trouwens steeds zeer welkom al wordt nu meegegeven dat ene mijnheer Murphy zich een volgende keer met aandrang gelieve te onhouden !
 
Winus
 


clicketick for slideshow !






FLASH ! Willy's nieuwe gitaar - Luque bericht ...


© Toni Gooijer


In mijn parate kennis schittert de volledige en systematische onwetendheid omtrent “gitaren”. Wél weet ik voor zeker dat Mel Gibson, de acteur, al van in de jaren dertig van vorige eeuw gitaren bouwt en ze de familienaam geeft van zijn respectievelijke echtgenotes, zoals het model “Stratocaster”, fijnder kan men het niet bedenken. En dàt weet ik héél zeker!

Dus als ik een fraaie gitaar zie, denk ik ‘fraaie gitaar…   en wat eten we vanavond?’

Niet zo voor de gitaarbaron Willy Donni, Mechelse peetvader van alle jongere (nou ja!) Mechelse gitaristen, zoals bvb Eric Melaerts en Sjarel Van den Bergh en vele anderen.

Stel nu dat ene Willy Donni zonder gitaar valt en stel nu dat ene Sjarel Van Den Bergh dat godgeklaagd vindt en stel nu dat deze laatste facebook bestormt met de vraag om donaties om Willy’s ongemak op te lossen en stel nu dat de reactie fenomenaal en op slag voldoende is en stel nu dat er een nieuwe gitaar aangekocht wordt en stel nu dat Willy daar zot content van is en dat dit toch om een feestje vraagt, awel ‘t is er geweest, da feestje!

Zondag 11 december om 16 uur hebbe we da gevierd, de nieuwe gitaar van de Mechelse gitaarbaron Willy Donni, met op het podium de Willy en zijn zoon André, Sjarel Van Den Bergh, Eric Melaerts, Chris Joris, Chris Mentens…

Z’is dus gedoopt, Willy’s gitaar, met de nodige toespraken, met een massa ouwe koeien die uit de gracht werden gehaald, mooie herinneringen noemt men dat, geloof ik? Toch?

En nàtuurlijk met een massa muziek én 'Caravan' van the Duke, zéker niet te vergeten.

En mogen we toch ook eventjes niet vergeten te vermelden, dat dit feestje het gevolg is en blijft van de onbaatzuchtige facebookactie van Sjarel Van Den Bergh.

Niet alle ouwe ratten van de ‘Begijnenzolder’ konden aanwezig zijn, ook de korte termijn waarop alles werd georganiseerd beknotte de opkomst, maar daarover zat niemand te kniezen.

Ik stel voor dat Willy’s gitaar kortelings wéér verdwijnt, want dat geeft best aardige feestjes.



Luqu-qu-quuuuu !

 
 




AB BAARS TRIO - 20 YEARS 1991 - 2011 5CD-BOX



AB BAARS, clarinet, tenor saxophone + WILBERT DE JOODE, double bass + MARTIN VAN DUYNHOVEN, drums





 

Deze 5 CD box komt als een eigenzinnige bloemlezing uit 20 jaar Ab Baars Trio, een trio dat nooit van bezetting is veranderd, wel soms uitgebreid met gastmuzikanten, zoals op de live CD in de box 'Party At The Bimhuis' met als gasten oa Misha Mengelberg en Ig Henneman. Opnames met Roswell Rudd (1998) en met Ken Vandermark (2008) vind je niet in de box. Wel de recente CD 'Gawky Stride' van 2011 als 5de album. De box geeft een overzicht van de vroege jaren tot… nu zou je willen zeggen, maar dit trio blijft evolueren en vierde intussen het 20-jarig bestaan met een live tour in Europa (niet in België). We verwijzen voor een enthousiast concertverslag graag naar goddeau
Begin je met deze box aan een chronologische kennismaking, dan hoor je op '3900 Carol Court' uit 1992 muziek die bijna verbazend recent klinkt. De zo goed als 20 jaar oude nummers sluiten aan bij vooruitstrevende Europese en Amerikaanse vrije muziek van nu. Makkelijke muziek kun je dit niet noemen, maar het heeft zo zijn eigen swing in grooves en stoterige, soms stoeterige uitwerking. '3900 Carol Court' was het adres in Los Angeles van John Carter bij wie Ab Baars les volgde in 1989. Op muziek van de befaamde klarinet en sax spelende Carter gaat de CD 'A Free Step' in (1999). Het is een doorleefde hommage en ook hier legt het trio er markant veel eigenheid in. Met deze twee CD's uit de jaren '90 krijgt de luisteraar een overtuigende indruk van hoe deze drie zich een eigen plaats wisten te creëren in de wereld van improvisatie en (instant) componeren. Dit is krachtige muziek die familie is van waar bvb die van pakweg Atomic of van Ken Vandermark nu ook voor staat: getuigend van belangstelling voor zowel oude traditie als voor Amerikaanse free jazz en de Europese impro-tegenhanger en van daaruit met een persoonlijke aanpak in nieuwe verhalen gegoten. We horen muzikanten die eigen vormen uitdenken en nummers maken als sculpturen, met dwarse thema's, broze evenwichten, vreemde spelletjes met licht en vormen. Het mag duidelijk zijn dat de drie een beetje vreemde vogels zijn voor wie zweert bij mainstream jazz. Ook daar vind je muzikanten met een achtergrond die boogt op invloeden uit klassieke muziek, jazz, hiphop en muziek uit verschillende culturen, maar Baars, De Joode en Van Duynhoven kwetteren, slaan en duwen als vogels die net zo goed ter paring kunnen dansen als porren, duwen en dringen, springen en vliegen.
Vanuit de interesse voor oude Indianenmuziek kwam de CD 'Songs' (2000) tot stand, geïnspireerd op transcripties in The Indian's Book uit 1907. Met hun bewerkingen van oude indianenliedjes verbreedden zij nog hun pallet van invloeden en interesses. De trioformule van sax, drums en bas zoals Sonny Rollins die in 1957 op het voorplan had gebracht en al gauw een klassieke formule is geworden sloeg oa met Albert Ayler, Gary Peacock en Sunny Murray nieuwe paden en wegen in. Die neiging om vanuit een standaardbezetting nieuwe richtingen op te zoeken typeert het Ab Baards trio. Vinden zij voorbeelden in oa Beethoven, Schubert, Stravinsky en Xenakis om op originele manieren duidelijkheid, eenvoud, luciditeit en vrijheid van denken in nieuwe vormen te gieten, daarnaast telt voor hen ook de invloed van zoekende stemmen als Ayler en Threadgill en het technische meesterschap van een Carter op klarinet, een Joelle Léandre op contrabas, een Connie Kay op drums. Aldus zijn de drie zich gaan specialiseren in merkwaardige, opmerkelijke muziek van een bijzondere rijkdom. Dynamiek en rust, vloeiende melodie en hakerige beweging, speelsheid en rigiditeit wisselen elkaar daarbij af. Steeds is de muziek het resultaat van een dan weer meeslepende, dan weer onrustwekkende of begeesterende energie die zowel traag als snel kan vloeien, maar continu intens is. De energie die vanuit drie personen komt is gaandeweg via een gezamenlijk en uniek taalgebruik gaan leiden tot meer uitgepuurde vormen. We zouden haast zeggen: hermetisch poëtische uitingen.
De CD 'Party At The Bimhuis' toont dan weer aan dat hun steeds hechtere band samenwerkingen met dit triumviraat niet in de weg hoeft te staan. Andere geweldige muzikanten kunnen met hen tot prachtige improvisatie komen en nieuwe uitwerkingen van composities verwezenlijken. Van eigen nummers van Baars zoals bvb '3900 Carol Court' of 'Indiaan', maar ook en uitermate sterk, ja pakkend, van 'Reflections' van Thelonious Monk met Mengelberg op piano. Het moge u nieuwsgierig maken naar hun samenwerkingen met Roswell Rudd en Ken Vandermark.
Op de vijfde CD in de box, 'Gawky Stride' zijn zij nog verder gegaan dan voorheen in vrijelijk en on the spot componeren, de vrije muziek is nu helemaal hun terrein. De nood aan formele afspraken lijkt tot een minimum te zijn herleid of in een telepathisch aanvoelen uitgemond. Speels zijn ze gebleven en de band is intussen zo hecht dat speels de connotatie krijgt van ter plekke improviseren en zich als vissen in het water weten bij het bedenken van nog meer eigen uitdrukkingsvormen. Met de afwisselend tedere, volwarme, scherpe, snerpende sax van Baars hebben de Lage Landen een bijzonder krachtige speler die internationaal tot de zwaargewichten mag worden gerekend. Hij heeft in dit trio ook partners die op het hoogste niveau meespelen. Van Duynhoven en De Joode meppen en tikken, strijken en plukken met chirurgische precisie mee op en aan de kunstzinnige sculpturen die zij samen tot stand brengen of beter nog, tot leven laten komen.

'20 Years' is een box vol krachtige uitingen van gloeiende creativiteit !

 
Danny De Bock
 








Arne Van Coillie Unit : ' De Hipste - CD-recensie



     
     
 

Arne Van Coillie Unit : ' De hipste'

 

 

Om die intrigerende albumtitel te doorgronden moet je eerst effe door de liner notes gaan in het uitstekende bijblad van de CD. Dan verneem je dat de 15 jarige jongen die  Arne eens was niet zo viel voor Madonna of The Cure, zoals z'n leeftijdsgenoten, maar dat-ie het vooral had voor the Duke, Monk en Mingus, niet zo voor de hand liggend op die leeftijd. Dat maakte hém tot de hipste, vond ie zelf, al stond hij wel alleen toen, met dat idee... Arne, met eerder een klassieke piano opleiding, had in die tijd geen echte jazzmentor en zocht het zelf dan maar uit. Dat zulks (weliswaar na latere opleiding aan het Lemmens) zich uiteindelijk vertaalt  nu naar een heel aardige eerste CD betekent dat je je mag verwachten aan een warm muziekliefhebber en dat hoor je ook aan deze plaat. Potten worden er echter niet op gebroken, geen nieuwe paden worden er betreden maar waarom zou de weg van klassieke jazz in een postboptraditie niet goed genoeg zijn ? Arne versmelt z'n vertrouwde trio waar ie al 10 jaar mee samen is tot een 'unit' want een quartet, da's toch meer de som van 4 eenheden daar waar 1 eenheid van 4 zoveel hechter is ? Dat eerder trio bestond al uit Flor Van Leughenhaeghe, bassist die ons vooral bekend is van z'n samenwerking met Jan Muës, én van Luc Vanden Bosch, drummer en ook al Jan Muës gelinkt maar ook aan nog zoveel meer en da's iemand die'k graag op hetzelfde  hoge niveau plaats als Tony Gyselinck, één van m'n favoriete drummers... Daar voegt zich nu dan saxofonist Andy Declerck bij en da's ook al een naam die meer en meer valt,'t is een man die de laatste tijd meer  in the spotlights komt te staan, een carrièrebouwer. Een viermanschap is dit met duidelijke kwaliteiten in 1 Unit, dat klinkt veelbelovend, al is het tenslotte Arne zelf nog die het, wat ons betreft, nog moet bewijzen. Hij is voor ons de enige onbekende eend in de bijt, maar dat zou nu gauw kunnen gaan veranderen...

 Die unit klinkt  meteen wél gesmeerd met titelsong 'de Hipste' waar het samenspel meteen de 'click' bevestigt tussen deze mannen. Smooth jazz van een fijn combo waar ieder ruim z'n zegje krijgt, mooie compositie ook meteen, want het grote deel  van de songs op deze schijf zijn composities van Arne. 'Vertical composition with Blues and White', is er één voor na't ontbijt, als de rush naar de werkplek begint, absoluut met een Monk feel en hier krigt ieder mooi z'n eigen soloplekje. Later vervolgen we met meer van dát maar Arne heeft voor ons nu eerst de mooie ballade 'Seen the Light' voorzien, een eerste rustpauze die meteen wel een goeie 9' uitloopt. Niet dat het stoort hoor, de soli kunnen boeien en de ritmesectie loopt mooi mee, drums en cimbalen tekenen mooie kantlijntjes en de bassolo van Flor voelt goed, mooi zo ! 'Silverfish' swingt daar voor de verandering achteraan, uptempo voortstappend, in een Horace Silver mood, ja, zo hebben we het ook graag want...

... met 'A Ballad in Between' krijgen we exact wat de titel zegt, een ballade, echter van het salon type nu, met vork op de snaredrum, mooi voor de liefhebbers van zulke zoetigheid maar echter té glad wat mij betreft...'All of You', van Cole Porter zet daar passend een gans ongevaarlijk salondansje achteraan , maar toch !...hier wel je aandacht voor de mooie pianosolo die tot op de puntjes van de tenen gaat...

Voor mij echter toch liever 'Too much' dan, wat gevaarlijk bassend aanslaat en je vingerknippend verder brengt, de blazerskwaliteiten van Andy Declerck staan bij deze  als de spreekwoordelijke paal boven water en de  vingervlugge pianosolo van Arne sluit mooi aan bij diens solo...abrupt einde en applaus....In kontrast daarachter start 'Fleeting' , eerst balladegewijs, daarna ontwikkelend als een walsje dat op kousevoetjes wordt gedanst, schoon in onschuld...de sopraansax bevestigt...'Upper Manhattan Medical Group' van Billy Strayhorn is dan naar het einde toe  een tweede en laatste cover, vriendelijk en vrolijk voortboppend, beschaafd weer ruimte latend aan de soli, het geheel ritselend van Luc's zalvende cimbaaltjes en drumdingetjes...

Finaal gaan Arne en Andy dan beiden in 'Favourite Saints'aan de start, inderdaad een eerder nogal hilarisch gegeven, om very up tempo deze eerste CD  te beëindigen met een knipoog naar Parker toe...

'De Hipste' van de Arne Van Coillie Unit laat je dus wel een beetje in tweestrijd achter...héél toegankelijk is die met genoeg karakter en vakmanschap om dit onder de noemer 'kwaliteit' te klasseren maar gelijk is het ook wat té gladjes om weerbaar te zijn en stand te kunnen houden in het 'nieuwe Belgische' of bij uitbreiding 'nieuwe Internationale' jazzlandschap met al z'n grilligheden, maar voor velen kan dit mogelijks ook net daarom de sterkste troef wezen ...

 

Alleszins een aardige melodische schijf en écht iets om voor de eindejaarsdagen kadoo te geven of te krijgen !



Winus

   
       
       
       

Eerder kozen we voor 'De Hipste' dus ...




up again !


HOME - JASSEPOES index