![]()
or click the
homecat to go back home !
artikelindex

14 Januari
basily gipsy band
|
De gipsy-jazz formatie Basily laat de tijden
van Django Reinhardt en Stephane Grapelli herleven.
In Nederland heeft Basily op bijna alle podia
gestaan waaronder diverse malen op het North Sea Jazz Festival.
Ook heeft Basily veel uitnodigingen om te spelen in het buitenland,
o.a. Jakk Jazz Festival in Indonesia, het grootste Django Reinhardt
Festival in Samois Frankrijk, de wereldberoemde New Yorkse jazzclub
Birdland, en vele jazz festivals in Italië en Scandinavië, enz.
Hoogtepunt was een gezamenlijk optreden met Stephane Grapelli,
en uitnodigingen voor privé feesten van The Rolling Stones en
Jeff Beck in Londen.
Met de orginele Hot Club de France bezetting
wordt The Basily Gipsy Band gezien als een van de beste en orgineelste
gipsy formaties van deze tijd. |
|
|
Popy Basily: solo gitaar
Tucsi Basily: violine - Gino Basily: gitaar
Antal Steixner: cajon - Marc Giordano: bass
Meer info op:

- RECENSIE(S) -
|
-uitzonderlijk geen recensie(s)- |
28 Januari
No Angry Young Man
|
De jazzzolder kleurt af en toe eens "buiten de lijntjes" No Angry Young Man heeft een nieuwe plaat uit met Bai Kamara jr. (Vaya Con Dios) als producer. Met een basis van piano, cello en gitaar -live vaak begeleid door een blazerssectie- brengen deze heren iets nieuws: een gezonde mix van Belgische wereldmuziek/folk in "sextet" bezetting. |
|
|
Jeroen Van Ham: lead vocal, acoustic &
electric guitar
Johan Loeckx: keyboard, piano, claps & backing vocal
Pieter Hulst: cello, piano, percussion & backing vocal
Winne Spooren: percussion & brushes
Peter Van Driessche: hobo
François Laurent: clarinet.
Info vind je op hun Myspace
- slideshow -

- RECENSIE(S) -
| No Angry Young Man' deed bij ons geen lichtje branden en de myspace van deze jongens beloofde alsnog noppes van jazz. Daarom wellicht dat de jazz diehards het vanavond voor bekeken hielden en wij ons alsnog afvroegen wat deze band hier op het podium bracht... niet dat deze jongens in hun genre niet goed waren, dát willen wij zeker niet gezegd hebben maar je vraagt je toch maar af waarom een jazzclub, weliswaar met brede feeling voor diverse stijlen rondom, dit soort van 'chamber' folkpop op het programma heeft staan?? Afin, niet écht minder volk dan gewoonlijk kwam hier op af, en vooral het vrouwvolk voelde zich erg aangesproken door deze enthousiastelingen. De goeie CD verkoop na het concert ging dan ook vooral bij hun in de sacoche. Wij echter zagen het langs onze kant allemaal welwillend aan maar werden niet echt getroffen door het voornamelijk eigen werk van Jeroen Van Ham (frontman), Johan Loeckx (Keys)& Pieter Hulst (Cello), de basis van dit sextet. We houden dus voor één keer een oogje dicht bij deze misprogrammatie maar laat het niet weer gebeuren... De ongeveer 26 concertjes op jaarbasis zien we liever gaan naar de muziek die ons écht begeestert. |
| Winus |
|
“Is een jazzmuzikant niet per definitie een "angry young man"???? Zijn jazz spruit voort uit the blues, zijnde de muziek van de zwarte katoenslaaf, die in zijn schaarse vrije tijd bij zonsondergang frustraties wegzong met blauwe noten?? Vrijdagavond zagen we echt het omgekeerde met de groep No angry young men.... Geen Blue Note te bespeuren hier, alles baadde in een uiterst optimistische sfeer met, op de koop toe, zeer gedegen muzikanten, die hun "folk" tot in de puntjes en met veel motivatie brachten. Bravo , folkridders, jullie hebben de zaal ingepalmd. Zelf heb ik het moeilijk met jullie muziek, al dat positivisme, al die vrolijkheid, om moe van te worden. Diversiteit op de Jazzzolder blijf ik aanmoedigen hoor, maar dan toch muziek waar ietwat zwarte ziel inzit en die wat dichter aanleunt bij jazz zoals soul, funk, blues en zelfs rock and roll. Genoeg keus dus...”
(Kris) |
11 Februari
Phynt + Erwin Vann
|
Phynt probeert zich
voornamelijk als trio te uiten, op een eerder collectief
improviserende manier. De vaak melancholische en open composities
van gitarist Ruben Machtelinckx zijn daar het perfecte kader voor.
De stukken bieden ook ruimte voor de Momenteel treden ze op met
Erwin Vann als gastmuzikant. |
|
|
Erwin Vann: sax
Ruben Machtelincia : gitaar
Dries Laheye : elektrische bas - Jakob Warmenbol : drums
Info vind je op hun Myspace
-
slideshow -

- RECENSIE(S) -
|
Winus
“Drie ambitieuze jonge muzikanten
met een routinier op sax, Erwin Vann, krijgen we op onze boterham deze
avond. De meeste eigen nummers zijn van de hand van de gitarist Ruben
Machtelinckx. Hij volgde lessen bij Pierre van Dormael, Fabien Degryse,
Marc Lelangue en studeert op dit moment aan het conservatorium van
Antwerpen waar hij les krijgt van Hendrik Braeckman, Kurt van Herck,
Erwin Vann. En zo komt het dat de leraar meespeelt. Erwin geeft wel een
grote meerwaarde aan het concert. Warme tenorsax en toch een van de
betere in België. Ook geef ik graag een eer aan Jakob Warmenbol (°1988):
energieke drummer, erg geraffineerd en hij luistert goed naar zijn
medemuzikanten. Hij volgt nog les bij Dré Pallemaerts in het Lemmens. De
invaller Nathan Wouters (die we al kennen van andere jazzzolder
optredens) brengt hier met veel brio zijn bas aan het spreken. Als
opener horen we een ‘Danish Funeral’ en daarna een lang nummer in twee
delen met Indische inslag waarin de bassist mag schitteren (ook met
strijkstok) en waarin het tweede deel naar een climax gaat en ritmischer
wordt. In het voortkabbelende nummer ’Heron 27’ mag Erwin Vann melodisch
saxen en mooi samenspelen met de gitarist. We krijgen haast meditatieve
muziek maar toch ook rocken in ‘Rwanda’. Het eigen nummer ‘simple song’
heeft een aanstekelige melodie. Ja het is weer een aparte avond in
de jazzzolder. Je moet er echt voor zitten en de muziek tot je door
laten dringen. De tweede set is veel ritmischer en ook beter. Het nummer
‘Karrelige cake’ doet me denken aan een rockende John Scofield. We vieren dit jaar trouwens 5 jaar in de jazzkapel en in totaal 13 jaar Jazzzolder verklapt Lejo ons. Hou de programmatie dus maar in de gaten want dit moet gevierd worden.”
(michel p) |

LUQUE'S ONVERKORT KORT !
|
Khaos, ofte, ‘het’ Chaos, de grote Griekse mythologische leegte, wordt als begrip graag in verband gebracht met jazz & geïmproviseerde muziek. Het is uiteindelijk ‘de grote leegte' waaruit alle nieuwe structuren ontstaan zouden zijn, maar elke minimale afspraak is structuur, dus is zuiver menselijk gezien alles wat chaotisch lijkt, niet meer dan een iriële benadering van ‘het’ chaotische idee op zichzelf. Chaos is dus niet menselijk, men kan dus alleen een illusie van ’het’ chaos zelf, zuiver menselijk gezien, trachten te benaderen, men kan dus alleen ‘het’ Chaos interpreteren, nooit bevatten, ‘het’ chaos is buitenmenselijk. Jazz & geïmproviseerde muziek zijn nooit vrij van regels, tijd & structuren, hoe minimaal ook en dus kan ‘het’ chaos binnen deze muziek alleen een illusie zijn. Indisch geïnspireerde jazz lijkt ons westerlingen een ietsepietsie chaotisch en zou men normaalgesproken verwachten dat men tracht gebruik te maken van de typische Ragga’s, repetitieve zinnen, woordelijk ofte muzikaal. Bij Phint & Erwin Vann @ te Jazzzolder liep het enigszins anders, alhoewel Erwin wel steeds in die richting stuurde, lag de leiding bij Ruben Machtelinckx ( gitaar ) en die jongen was niet echt overtuigend. De gemaakte referenties naar India waren in de geleverde muziek nauwelijks waar te nemen, buiten enkele nummers waar Erwin Vann duidelijk initiatief nam. Als men de gemaakte referenties naar India en folk terzijde laat & men dit optreden als een geheel beschouwt, blijft het geheel alleen overeind bij de gratie Erwin Vann. Er moet steeds opnieuw jong geweld zijn, er moet steeds opnieuw vernieuwing zijn, niets staat stil, laat Ruben Machtelinckx dus zijn ding doen, laat hem groeien naar morgen, wij zijn in blijde verwachting, als overjaarse moeders. |
(Luqu-qu-quuuuu ! )
25 Februari
open source
![]()
|
"Open source" is software waarvan de broncode
bekend is gemaakt en toegankelijk voor het publiek, zodat iedereen het vrij
kan copiëren, veranderen en verspreiden. "Open source evolueert dus door de
medewerking van de gemeenschap. Dit gegeven staat model voor deze groep
muzikanten; de muziek is vrije improvisatie die elk lid van de groep toelaat
een evenwaardige persoonlijke inbreng toe te voegen; zoals bij open
broncodes kan de input van elke muzikant vrijelijk geïnterpreteerd, gebruikt
of veranderd worden door de anderen, waardoor (hopelijk) mooi samenklinkende
muziek ontstaat. Sommigen beschouwen "open source" als een
filosofie, anderen zien het als een pragmatische werkmethode...
|
Joe
Higham : sax/klarinet - Augusto Pirodda : piano
Hugo Antunez : bas - Antonio Pisano : drums
- slideshow -

- RECENSIE(S) -
|
“Het Open Source quartet zorgde vrijdag voor een
zowel verrassende als boeiende concertavond. De rustgevende uitstraling van
tenorsaxofonist en klarinettist Joe Higham, die we nog kennen van een vorig
succesvol optreden hier, stelde de zaal onmiddellijk paraat om mee in zee te
gaan met het creatieve proces van zijn groep. Met bedaarde, volle tenorklank
werd de eerste set geopend en direkt werden we geconfronteerd met het
"natuurlijk” samenspel van deze vier muzikanten. De creatieve inbreng van
ieder stuurde de muziek naar onverwachte kleuren en ritmeveranderingen. Open Source is hedendaagse jazz in zijn beste
vorm door een quartet van het hoogste kaliber!” (Kris)
|
![]()
|
"'The Circle' gaat op zoek naar een
combinatie van schoonheid en vrijheid. Elk concert is een nieuwe uitdaging,
en daarbij kleuren de muzikanten graag buiten de lijntjes van de soms
strikte passages. De muziek is geworteld in de modale jazz, maar wordt sterk
beïnvloed door pop en rock. Het nieuwe repertoire van eigen hand brengt in
vervoering, vanuit de intimiteit tot in het uitbundige.
|
Info vind je op de
Myspace
van the Circle.
- slideshow
-

- RECENSIE(S) -
|
The Circle mocht in 2009 op Jazz Middelheim het podium op met Mark Turner als mentor voor die gelegenheid. Hen anderhalf jaar later bezig kunnen zien in de jazzzolder wekte dan ook de nieuwsgierigheid van een talrijk opgekomen publiek. De eerste set kregen we vooral strakke uitvoeringen zo leek het, van eigen composities van Tim Finoulst, Wout Gooris en Steven Cassiers. De saxen stonden vooral sterk melodisch op het voorplan. Hard gaan deden zij vooral in volume. Het buiten de lijntjes kleuren kwam meer van Steven Cassiers die zorgde voor boeiende polyritmiek en stevig meppen uitdeelde. Tim Finoulst kon ook enkele keren het vuur doen oplaaien, de volgorde van de nummers zat snor, de muziek ging van ok naar beter. Met Lander Van den Noortgate en Janos Bruneel in de groep en een vergelijkbare bezetting als Hamster Axis of the One Click Panther klonken ze verwant met maar niet als een uitgebreide variant van deze band. Ik ging hen eerder associëren met The Story, hoewel het laatste nummer van de eerste set deze vergelijking dan weer afdeed als voorbarig. Zo overtuigend was The Circle nog niet. Toen DJ Kris in de pauze 'Lonely Woman
oplegde', Ornette Coleman op vynil, hoorde Michel P. een verband tussen
deze muziek en die van The Circle. Zijn analyse was raker dan ik eerst
wou toegeven. In de tweede set kregen we er composities van Lander Van
den Noortgate bij en knapper uitgewerkte spanningsbogen. Met passages in
duo en trio kwam er meer ruimte voor speelse en rake accenten van
verschillende kanten. We kregen pakkende melodieën in een fascinerender
dualiteit met bijzondere zowel stevige als gevoelige ritmiek. De
krachtige ritmesectie en rockinvloeden die in de eerste set ook wel
aanwezig waren zaten in knapper uitgewerkte kleedjes. Ik dacht weer aan
The Story en begon meer te zien in de vergelijking met 'Lonely Woman' –
in de stukken dan waar de rockinvloeden achterwege bleven. De tweede set
kwam The Circle maw overtuigender uit de hoek en dus wilden wij van hen
een bis. En wat denkt u? Daarvoor kozen zij een nummer dat zij graag
zelf hadden geschreven, maar het was van Ornette: 'Lonely Woman'. In een
eigen sterke versie, zoals getalenteerde muzikanten dat kunnen. Al iets
eerder een eigen aanpak van een standard in de zaal gooien ware welkom
geweest, maar goed, dit terzijde, bij deze dankbaar nog een bos
denkbeeldige bloemen voor The Circle!
Danny De Bock |
25 Maart
Shanna Waterstown
![]()
Shanna Waterstown: zang -
- Martial Henzelin: piano
Thierry Jasmin B.: bas - Christophe Gaillot drums
|
Shanna werd geboren
in een klein stadje in centraal Florida. Op de radio hoorde ze vooral
Gospels en Country, en algauw zong ze als leadzangeres in het schoolkoor
en ook elke zondag in de kerk. Via de muziek die haar ouders
beluisterden kwam ze eveneens in contact met Rythm and Blues, Motown en
70'Soul. Op haar 11de vormt ze
met een paar buurtjongens een groepje en begint ze zelf te componeren en te
experimenteren met thuisopnames. Als tiener verhuist ze
naar New York, waar ze al snel in contact komt met Jazz. Door theater en
Broadway ontdekt ze bij zichzelf haar passie voor het podium. Uiteindelijk beland ze
in Parijs, waar ze zich definitief vestigt, en waar ze in vele cabarets en
jazzclubs optreedt. Van haar eerste CD single worden maar liefst 75.000
exemplaren verkocht. Weldra volgen optredens op tv, Jazz en Bluesfestivals,
en neemt ze nog meerdere singles op.. Haar eerste album "Inside my Blues"
bevat 12 originele composities en laat ons op meeslepende wijze genieten van
haar warme mooie stem.
|
Info vind je op de Myspace van Shanna Waterstown
- slideshow
-

- RECENSIE(S) -
|
Blues op/in de JaZZZolderkapel ! Al diende het concert zich maar eerst heel lauwtjes aan met slappe covers van standards als 'Route 66' als inleiding op haar presence en vervolgde ze in eenzelfde aard met nummertjes als 'Blueberry' Hill' van Fats en nét als ik er dan genoeg begon van te krijgen (dáárvoor hoefde ze echt niet uit Parijs over te komen !) werd het toch nog leuk, als ze uit eigen werk begon te kiezen. Sterke stem, geroutineerde zangeres maar helaas ging het allemaal wat te onopvallend voorbij. Chicago Blues was het opzet maar de entourage door slechts een (weliswaar goeie) pianist en een ritmesectie die in de beginne nogal ongeïnspireerd musiceerde (en dan doel ik vooral op de drummer !), wel, die vlag dekte de lading niet. Géén aangekondigde sax of ! gitarist ... en gelukkig dreven Shanna's zang en songwriterskwaliteiten dan naar boven en werd het musiceren van de begeleiding daarbij best nog te genieten tot goed. Zij tastte breed uit haar meegebrachte 'Inside my Blues' en daarbij vroeg je je terecht af waarom ze dat meteen van bij de start al niet deed ? Ze heeft goeie eigen nummers en een voice die de klankversterking in de JaZZZolder kapel helaas niet aankon. Vooral middentonen en hoge tonen konden véél beter guys ! Al bij al verzorgde Shanna dan toch een gesmaakt optreden al werd het een té lange tweede set (eat your heart out, Chris Joris ..) Een concert dat mét de juiste entourage én een goeie P.A. er héél anders had uitgezien !
Winus |
8 April
douBt
Alex Maguire (UK): rhodes, hammond, mellotron
Michel Delville (B): gitaar, gitaar-synth.
Tony Bianco (US): drums.
Info vind je op de
Myspace van
douBt,
op de
Myspace van Alex Maguire,
op de Myspace
van Tony Bianco
|
Met moods en registers, variërend van
zware-jazz riffs tot kosmische grooves en meer lyrische en zachte
klanken, klinkt het debuut van douBt's als niets minder dan de missing
link tussen Sun Ra, John Zorn's Masada, Pink Floyd, Sonic Youth en Ennio
Morricone. "douBt has been voted 3rd best instrumental jazz band of 2010 by Arnaldo DeSouteiro Annual Jazz Station Poll (Brazil). Alex Maguire (2nd best electric pianist of the year), Tony Bianco (5th best drummer of the year) and Michel Delville (8th best electric guitarist of the year) are also featured in the Top Tens in their respective categories."
|

- RECENSIE(S) -
|
"Dit kort verslag is een weergave van impressies na de
pauze en dit omdat ik naar de inauguratie ben geweest van Frank Vaganée
in de noNa als tweede stadsartiest en dit voor twee jaar in Mechelen. We
hopen zo op nog meer jazz in Mechelen. We zien mensen de jazzzolder verlaten? en er blijven
maar zo'n 25 man over in de tweede helft. Het is eerder rock dan jazz onder een stuwende kracht
van de drummer Tony Bianco. Hij trekt er een krampachtig gezicht bij.
Hij heeft ook een aantal knopjes bij maar het is vooral de gitarist (en
soms bassist) die niet van de knopjes en laptop kan afblijven. We horen
soms scherpe noises, eerder getjilp zoals vogels en andere rare samples.
Kosmisch is het zeker en ik waan mij dan ook in de tardis (teletijdmachine)
van dr Who van de jaren '70. Het heeft ook wat weg van Maurice Béjar uit
einde jaren '60. Deze choreograaf gebruikt ook electronische composities. Onze luidsprekers krijgen het hard te verduren en ik
hoor soms clipping, amai de conussen. Soms is de muziek haast meditatief
met lang aangehouden tonen die gaan resoneren. Is de groep zijn tijd
vooruit of gaan ze terug in de tijd? Op een gegeven moment begint ook de
giatrist in onverstaanbaar Frans te zingen en te fluiten, maar toch wel
uit de pas. Alex Maguire op Fender rhodes /synts geeft ook een draai aan
de knopjes en blijft er heel rustig bij. Het is bij momenten een sacrale
verhevenheid met snerpende gitaar riffs met snel drumwerk. Het is te
moeilijk voor het gewone jazzzolderpubliek. Het loont de moeite om deze groep nog verder te exploreren met Google. Maar toch graag de volgende keer meer jazz dan rock. In de bar ging het er vrolijk lachend aan toe voor de achterblijvers met o.a. kiwi capriolen." |
|
Michel Proesmans |
22 April
Leonardas Pilkauskas
Ensemble- Dependant Quartet
Leonardas Pilkauskas (Litouwen): sax
Paulius Volkovas (Litouwen): piano
Steven Willem Zwanink (Canada): contrabas
Jelle van Giel (België): drums
|
Saxofonist en componist Leonardas
Pilkauskas werd in 1984 geboren in Litouwen. Zijn ouders stuurden hem al
op jonge leeftijd naar het kunstonderwijs (M.K.Ciurlionis school of
arts). Vrij snel behaalde hij diploma's in de Litouwse Muziek en Theater
Academie.
Daarna verhuisde hij naar Nederland om zijn studies te vervolmaken aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, en nu studeert hij verder in Amsterdam. In de jazzzolder brengt hij voornamelijk eigen composities.
|
Info vind je op de
Myspace van Leonardas.

- RECENSIE(S) -

LUQUE'S ONVERKORT KORT !
|
'Subculture-contradiction',
een titel van één van de eigen nummers van het Dependant
Quartet, kan als titel een instinker en/of een doordenker lijken, maar
is zeker een mooie vraagstelling omtrent jazz. En niet alleen omtrent
jazz, ook klassieke muziek is in hetzelfde bedje ziek & bij nader inzien,
zijn de meeste culturele uitingen van enig niveau op een gelijke
contradictorische manier veroordeeld tot dezelfde vraagstelling.
Leonardus Pilkauskas ( aan de sax ) verwoorde
zijn vraagstelling in vrij rudimentair Engels: in hoe ver is een
muzikant/artiest, die zich begeeft op de rand van
het algemeen culturele gebeuren, in staat om zichzelf waar te maken,
zichzelf te bevestigen, hoe kan hij zich gespiegeld zien in een zee van
oppervlakkigheid? De contradictie binnen het
subculturele zelf, als metafoor voor het drenkelingenbeeld van het
individu in de massa. Het leuke aan dit soort van
vraagstellingen, is dat een eenduidig antwoord alleen de pret kan
bederven, een sluitend antwoord is het laatste wat men wil, de vraag op
zich is belangrijker dan enig antwoord ooit kan worden. |
(Luqu-qu-quuuuu ! )
13 Mei
Winchovski Trio + guest
![]()
|
Het Winchovski trio ontstond toen 3
leerlingen van het Brussels Koninklijk Conservatorium in 2008 besloten om
samen op te treden. |

- RECENSIE(S) -
|
Een avondje jazzzolder levert soms allesbehalve
verrassingen op, andere keren draait het onverwacht of zelfs verbluffend
goed uit. Dan zijn er ook nog concerten dat het niet wordt wat je had
gehoopt, afgaande op de flyer. Of omgekeerd, je durfde er niet veel van
te verwachten en het valt echt nog goed mee. Voor de meeste aanwezigen werd deze vrijdag de 13de
een boeiende concertavond. De meestal sterke composities die
uiteenlopende invloeden combineerden kwamen voornamelijk uit de koker
van gitarist Fraipont. Dat hoefde geen garantie te zijn dat elk nummer
of elke set als een behoorlijk samenhangend geheel zou klinken, maar zo
was het dus wel. Niet elk nummer kwam even overtuigend over, maar
boeiend was het telkens wel. Bouttery toonde zich een levendige drummer
die met vinnige variatie mee de ritmes kleurde. Heyndels wist zijn
gelukshormonen weer eens heerlijk aan te sturen door met veel gevoel en
steeds de gepaste timing vooral warme basklanken te plaatsen. Met
strijkstok wist hij ook intrigerende killere sferen uit te diepen.
Fraiponts gitaarspel was functioneel spaarzaam dan wel vlot tot
rijkelijk variërend in snelle solo’s. Siedl gaf zich niet over aan
overvloedig nootjes strooien, maar verrijkte het trio met zijn
tenorsaxklanken. Tijdens de eerste set zei al iemand die maar tot de
pauze kon blijven dat dit wel één van de sterkste concerten van het jaar
was in onze zolderkapel. Sommige composities leken andere
toehoorders evenwel een stuk sterker dan andere. Laten we zeggen dat we
sommige stukken van bij de eerste kennismaking heel goed konden smaken.
Andere die een beetje leken te gaan verzanden kregen een onverwachte en
prikkelende draai zodat het er weer beter op werd en je je zou kunnen
afvragen of je ze beter zou moeten leren kennen om ze ten volle te
waarderen. Misschien zou een tweede en een derde beluistering kunnen
helpen, maar we hebben het hier niet over een CD, dus daar hebben we nog
het raden naar. Hoe dan ook is dit een groep om in het oog te houden.
Winchovski Trio werd al een paar keer gelauwerd in wedstrijden en weet
uit te pakken met lekkere tempowisselingen. Daarbij is elk lid van de
groep telkens heel alert en Heyndels ongemeen sterk aanwezig. Mijn
aandacht werd automatisch en continu naar de contrabas gezogen.
Was hij voor mij de uitblinker, hij kon het maar zijn omdat de groep als
geheel sterk staat. De combinatie van deze talenten levert resultaten
op. Of het nu een nummer met een zekere latin inslag was of een stempel
van stevige rock of blues of een Oosteuropese sfeer de boventoon voerde,
steeds hoorden we een compacte en hechte groep die zo te horen nog aan
het groeien is. Wordt vervolgd... Danny De Bock |
27 Mei
Fernando Neris Trio
![]()
De Ferre: zang, hawaïaanse gitaar, bottleneck
dobro en fingerpicking guitar
Manu: contrabas
Bello: percussie.
|
De Ferre is een Spaanse “Bluesman” die
sinds 2000 in België woont. Na het leiden van verschillende groepen in
Malaga en daarna in Leuven, begon hij vanaf 2009 meestal solo op te treden,
of met Manu en Bello als trio.
|

- RECENSIE(S) -
|
Die frank wou maar niet vallen tot Fernando me
uiteindelijk zelf aansprak na het concert, maar wat wil je dan ook als
het trio aangekondigd stond als het ‘De Ferre trio’ ? Niets schopte m’n
arme brein eerder in gang maar natuurlijk ken ik Fernando, de vroegere
sympa gitarist van het ter ziele gegane’ The Hoodoogang, nog wel ! De
JaZZZolder is dan wel de laatste plaats waar ik Fernando zou verwachten
en eerlijk gezegd had ik de jongen, die eerder met ernstige
gezondheidsproblemen kampte, niet meer op een podium verwacht… Gelukkig
gaat het intussen beter met ‘m, en dus kregen we deze keer een flinke
schep blues op onze jazzteljoor. Tot m’n spijt ben ik eerlijk gezegd nogal verdeeld
over dit optreden. Enerzijds is daar dus die sympathie maar enige
kritiek mag ook wel. Zo zijn daar om te beginnen de ontoereikende
zangkwaliteiten van ‘de Ferre’, speelt ie goed maar misschien een
tikkeltje slordig z’n verschillende( akoestische) resonatorgitaren maar
wringt vooral de setup nogal met een percussionist (Bello) die
hoofdzakelijk begeleidt op bongo’s . Delta en eerder traditionele blues
van Robert Johnson, Big Bill Broonzy en Blind Willie Johnson vraagt om
een ietwat authentiekere aanpak naar mijn smaak. De staande bas van Manu
d’er bij, dat konden we nog wél hebben want dat zat goed maar liever
hierbij dus geen percussie op tamtams… Twee sets met een bloemlezing uit
werk van eerder genoemde artiesten, best wat eigen werk ook en heel wat
stukken met de slide want da's Ferenando's stokpaardje, maar de tweede
set duurde naar mijn gevoel toch wat te lang, doseren, Fernando … Achteraf zijn we dus wat bijgepraat, deze Ferre heeft nog heel wat plannen en wil best ook terug elektrisch aan de slag. We horen het wel op tijd en stond en wensen hem hierbij alvast veel succes.
Winus |
10 Juni
The unexpected 4
![]()
Jeremy Dumont: piano - Vincent Thekal:
tenor sax
Vincent Cuper: electric bass - Armando Luongo: drums
|
Een toevallige ontmoeting tussen Belgïe, Frankrijk en Italië
resulteerde in "The Unexpected 4".
Op 19 juli 2010 werd "The Unexpected 4" door de beroepsjury
van de "Jong talent wedstrijd" van het "Dinant Jazz Nights Festival" unaniem
als winnaar gekozen.
De jury motiveerde haar keuze als volgt: "Voor het
groepsgeluid getekend door een mooi evenwicht tussen de verschillende
muzikanten, de energieke en beheerste speelkracht waarmee ze zowel standards
als eigen werk brengen, alsook voor hun podiumuitstraling."
|

- RECENSIE(S) -
|
“Deze groep won in 2010 de Jong Talent
Wedstrijd van het Dinant Jazz Festival. De hele jury was overtuigd door
“het groepsgeluid, getekend door een mooi evenwicht tussen de
verschillende muzikanten, de energieke en beheerste speelkracht waarmee
ze zowel standards als eigen werk brengen, alsook voor hun
podiumuitstraling.” Als een energieke jonge groep die al een behoorlijk
niveau haalt zowel eigen stukken als standards speelt en daarmee lof
oogst, dan zijn wij heel nieuwsgierig. Dat niet meer mensen uit Mechelen
en omgeving waren opgedaagd, had wellicht te maken met het verlengde
weekend en plannen die meerdere dagen beslaan. De afwezigen misten een
levendig en degelijk concert. The Unexpected 4 openden met 'Birk’s Works'
van Dizzy Gillespie, compositie van een jazzlegende die ons vaag bekend
voorkwam en die wij niet meteen als ‘n Gillespie-tune herkenden. Maar oa
Red Garland speelde het en Oscar Peterson en Kenny Burrell met Art
Blakey... Het leek een opwarmer voor de groep, eentje om de
plankenkoorts te overwinnen. Het volume van de elektrische bas stond nog
niet optimaal afgesteld, het was een beetje zoeken om elkaar te vinden,
het vrolijk zangerige van 'Birk’s Works' kwam er niet helemaal goed uit.
Maar toen waren ze vertrokken en de toon was gezet. In de lijn van bop
en vertakkingen blijken deze vier hun gading te vinden en zowel de
standards als de eigen composities die volgden hadden een sterke hard
bop inslag. Daarbij was het meestal aan Thekal om de melodie te blazen
en open te trekken waarop meer gesoleer volgde. In de eerste set volgden
vnl snelle en vloeiende solo’s aan de piano van kleine virtuoos Dumont
en de behendig plukkende Cuper. Luongo in een opvallend strakke houding
luisterde aandachtig en begeleidde krachtig. Een intro kon al eens wat trager zijn, echt
gas terugnemen deden ze weinig. Het voorlaatste nummer in de eerste set
was een trage eigen composite, één van een drietal nummers dat Thekal op
sopraan blies. Met 'Voyage' van Kenny Barron ging het tempo weer omhoog
en sloten zij de eerste set af. De tweede begonnen ze met twee
standards. 'Misterioso' van Thelonious Monk begonnen ze vrij getrouw, of
liever, Thekal speelde Monkgetrouw en liet de anderen dan andere paden
inslaan. Met onmonkiaans vloeiende piano, eerder als een Oscar Peterson
snel en lyrisch, met elektrische bas naar de seventies verwijzend. Om
dan met sax er opnieuw bij terug te keren naar een hoekigere Monk. Een
gemoderniseerde versie ahw van die beroemde met Sonny Rollins op diens
Vol. 2 uit 1957 waarop Monk zelf het trage, geheimzinnige
pianospel leverde en Horace Silver dat even herhaalde om er dan swingend
mee aan de haal te gaan... Daarop volgde 'Inner Urge' van Joe Henderson,
vandaag nog altijd een inspirerende sixties tussenfiguur tussen vlotte,
melodieuze jazz en wilde free jazz uitspattingen. En ook de eigen
composities waren weer boeiend, alsook de solo’s. Luogo pakte met een
paar stomende solo’s uit en om af te sluiten kozen ze voor een ietwat
hectische compositie van Michel Herr. Twee energieke, behoorlijk geslaagde sets dus en met luid applaus vroegen wij om een bis. Daarvoor hadden zij een mooie ballad in gedachten, met warme tenor die toch droef klinkend doorwoog. En andermaal betrapten we onszelf op een vage herkenning van een oude parel uit het American Songbook. Het moet 'Darn That Dream' geweest zijn, dichtbij de wijze waarop Dexter Gordon het graag bracht, met een diep besef van de tekst van het lied.”
Danny De Bock |
24 Juni
The Sidewinders
![]()
|
De Sidewinders spelen hardbop uit de jaren
50-60. Hun repertoire bevat nummers van Wayne Shorter, Lee Morgan, Hank
Mobley, de Jazz Messengers en vele anderen. |
-
slideshow -

- RECENSIE(S) -
|
Thomas Champagne en Nicolas Yates vierden
onlangs nog dat hun trio met Didier Van Uytvanck al tien jaar in
dezelfde bezetting bestaat. Michel Paré speelde tot zo’n vijf jaar terug
vaak met het BJO en heeft een eigen groep, MP4. Eve Beuvens stond in de
lente nog op verschillende podia ihkv een jazzlabtour en speelde met
Toon Van Dionant al samen in Schickentanz New Quintet... Deze beperkte
opsomming van referenties moge al duidelijk maken dat deze dame en heren
wel wat kunnen spelen en dat mochten wij horen in hun samenspel onder de
vlag van The Sidewinders. De naam van de groep verwijst naar een
lekkere hard bop klassieker van stertrompetspeler Lee Morgan. Zonder
ferme trompetspeler zou deze groep haar naam dus moeilijk ongestraft
kunnen aanwenden, maar geen nood. Michel Paré is toonvast en herinnert
aan het zoeken naar nieuwe heerlijke talenten op trompet na het verlies
in de fifties van de plots verongelukte Clifford Brown. Toen kwamen bvb
Louis Smith, Dave Burns, Thad Jones, Donald Byrd, Lee Morgan en Freddie
Hubbard in de kijker en met Paré in de groep kunnen ze het aan om
stevige versies te spelen van oude hard bop stukken als 'Open Sesame',
'Hub’s Nub' en 'TotemPole' die rechtstreeks verwijzen naar Morgan en
Hubbard. Typisch voor die hard bop stijl en jaren is ook die bezetting
met trompet, sax, piano, bas en drums. Met vijf talenten klinken als een
kleine big band en gààn!!! En Thomas Champagne speelt zo soepel en
lyrisch dat hij, zij het dan wel op op altsax waar Hank Mobley en Wayne
Shorter tenor speelden, bijzonder mooi en eerder clean mee hommage kan
brengen aan de Wayne Shorter en Hank Mobley van bij The Jazz Messengers
met Art Blakey, en Mobley ook nog daarna. Zo’n explosief en expressief
drummer is Toon Van Dionant dan wel niet, hij legt in deze groep heel
efficiënt mee de ritmes neer in de lijn en de geest van ware hard bop
drummers. Nicolas Yates is dan ook geen Paul Chambers, maar als je er op
lette hoe soepel en veelvuldig zijn vingers de passende noten speelden,
kreeg je toch mooi een idee van wat een Paul Chambers in die jaren wel
afspeelde. Goed, ja, de zuivere ritmetandem speelde geen lange
verrukkelijke solo’s, maar wel heel passende, goed gedoseerde lekkere
solo’s zodat de twee sets van hard bop nummers die zij brachten die
heerlijke vaart meekregen en behielden die zo’n levendige ode aan hard
bop moet hebben. Eve Beuvens aan de piano vervulde bijzonder goed de
dubbele rol van ritmisch begeleiden en dan weer solerend de melodieën
versieren, wat doen wegglijden naar nieuwe, maar ook weer terug brengen.
Grooven als een Horace Silver deed zij niet vaak, maar als dat voor
iemand een gemis was, is dat jammer. Dat is voorbijgaan aan haar
prachtige eigen invulling van de lijn en de geest van de hard bop
waarbij zij wel aan een andere ongelooflijke pianist van toen herinnerde,
nl. Sonny Clark die in de fifties al onvergetelijke platen opnam, maar
vooral bekend is van zijn klassieke LP 'Cool Struttin’ en ook de pianist
van dienst was op 'Go!' Van Dexter Gordon. Kortom: het was genieten van deze
Sidewinders. Ze weten hard bop stukken uit te kiezen die zij heerlijk
kunnen neerzetten en een eigen jasje meegeven terwijl zij niet ver
afwijken van de oude versies. En zo eren zij op bewonderenswaardige
wijze klassiekers van toen. Dank u, zeggen wij dan!
Danny De Bock |
08 Juli
Branko Galoic & Skakavac Orkestar
igor plzak: drums
|
In 2008 heeft Branko Galoic het
"Skakavac Orkestar" (sprinkhaan orkest) opgericht. Dit orkest bestaat uit
muzikanten met een oorsprong in verschillende landen die elk hun eigen
bijdrage leveren aan de muziek.
Trouw aan zijn Balkan achtergrond is de muziek voornamelijk
geënt op traditionele gipsy muziek uit ex-Joegoslavië. Tegelijkertijd, mede
door de invloed van de vele gastmuzikanten van over de hele wereld, is
Branko's muziek in staat te communiceren met verschillende stijlen.
Hij smelt Balkan met Klezmer, Rap met Jazz, Rock met Latin
en South American. Deze smeltkroes aan stijlen maakt Branko's muziek op zijn
beurt weer uniek.
Het wordt een feestelijke avond, we vieren de 13de
verjaardag van de jazzzolder, en dit met meeslepende, intrigerende en ook
uitbundige Balkanmuziek!
|

- RECENSIE(S) -
|
Die avond klonk het alsof we Goran Bregovic op het podium hadden in de jazzzolder, maar dan was de meester in een 20 jaar jonger lichaam getransporteerd en had hij een kleiner orkest mee – goed om incognito met een kleine bezetting een nieuw project uit te proberen. In werkelijkheid zagen en hoorden we dus Branco Galoic en zijn sprinkhanenorkest. De jongeman lijkt wel wat op Goran Bregovic, qua kapsel en gezicht, qua houding: gezeten op een stoel, getalenteerd gitaarspeler en componist, de spil van de groep, de leider die als basis voor zijn composities Balkanmuziek gebruikt. Die basis wordt vermengd met invloeden uit ska, latin en jazz wat resulteert in een boeiende mix die voorbeeldig homogeniteit en diversiteit vermengt. Merel Schoutendorp stak de lont aan het vuur dat de vuurpijlen van de hele band aanstak. Een heerlijk schouwspel werd het, ook voor wie eigenlijk vooral aan jazz is. De composities in de eerste set bleven dichter bij de Balkan, in de tweede set werden de invloeden van latin en jazz sterker uitgespeeld. In die tweede set wist Branco Galoic ook beter zang en gitaar te combineren. Tijdens de eerste nummers viel op dat de micro waarin hij zong niet de meest geschikte was voor iemand die tegelijk gitaar speelt en dus de micro niet kan vasthouden. Gaandeweg wist hij daar beter mee om te gaan en klonk zijn stem een stuk beter. Die handicap eenmaal onder controle was het genieten van de hele band. De jonge Merel Schoutendorp speelt al een ferm stukje tuba, Marian Masik speelt degelijk trombone, Raya Hadzieva uitmuntend trompet en Igor Plzak energiek en efficiënt drums. De beperkte soloruimte die Plzak kreeg, benutte hij om een band met jazzdrummen in de verf te zetten. Tijdens haar solo’s nam Raya voorwaar houdingen aan van schitterende jazztrompetspelers en zij blies er ook naar. Sommigen onder ons zagen haar al uitblinken bij The Problems, anderen waren blij verrast en niet lichtjes onder de indruk van haar zuivere klanken, schitterende intonatie en krachtig geluid. Voor wie af en toe thuis wel wat Balkanmuziek in de lijn van Goran Bregovic wil opleggen, maar dan met een ander eigen geluid is het uitkijken naar de nieuwe CD van Branko Galoic & Skakavac Orkestar! Een aanrader, te ontdekken, dames en heren!
Danny De Bock |
22 Juli
Bass and Voice
Natashia Kelly:
zang
Yannick Peeters: contrabas
Special guest: Lucien Fraipont: gitaar
|
Vanuit de lessen in de jazz-afdeling van het conservatorium van
Brussel ontstond dit project Bass and Voice.
|

- RECENSIE(S) -
|
Les gekregen van David Linx en pas afgestudeerd aan
het Conservatorium Brussel. Vorig jaar op jazzathome in trio met Yannick
Peeters en Pascal Mohy, soms optredend in kwartet met drummer Lander
Gyselinck plus pianist Christian Mendoza en op deze avond in de
jazzzolder voor het eerst met dit duo-project op een podium: dames en
heren, Natashia Kelly toont zich een talent dat hoog mikt. Zij heeft er
de gave voor, zij heeft een prachtige stem met een enorm bereik en zij
doet er wat mee. Of beter: zij doet er heel wat mee. Een concert in duo zorgt altijd voor een bijzondere
intensiteit, want er is enkel de interactie tussen en samenwerking met
twee. Voor de muzikanten is er geen kans om zich te verstoppen, een
moment van te weinig bij de zaak zijn komt overeen met plat op je
gezicht gaan. Maar dat overkwam Natashia Kelly en Yannick Peeters niet.
Deze twee jonge vrouwen creëerden samen een unieke intensiteit die
enigszins kon herinneren aan de plaat 'The Newest Sound Around' van
Jeanne Lee (zang) & Ran Blake (piano) uit 1962, maar de aanpak van deze
twee is heel anders. Vergelijken gaat gewoon niet op, want Natashia
Kelly heeft een ander stemgeluid en gebruikt haar stem heel anders.
Bovendien speelt Yannick Peeters bas, geen piano en de bas is normaal
het warme hart van de ritmesectie... Er is wel nog de overeenkomst dat
dit project ook vrij poëtisch aandoet in haar verschijningsvorm van
muziek met zang die tot de essentie wordt herleid. Timing, frasering,
techniek, samenspel... het moet allemaal goed zitten of het gaat
helemaal fout. Je hoeft niet heel vertrouwd te zijn met de zang van
David Linx om de invloed van zijn scholing op te merken; voor deze
zangeres lijken de lessen van Linx uitstekende richtingwijzers te zijn
geweest. Zij weet in duo met Yannick Peeters songs van anderen zo te
benaderen en naar haar hand te zetten dat het helemaal hun eigen
magische ding wordt. 'Black Coffee' zong zij zo expressief dat aan de
geloofwaardigheid van de tekst niet te tornen viel, terwijl die
klaagzang anders vooral betreurenswaardig ouderwets kan klinken. 'Jockey
full of Bourbon' van Tom Waits was zo heerlijk speels... Of de toevoeging van gitaar voor enkele nummers echt
nodig is om een hele set goed over te komen, daar kwamen wij niet achter.
Het fijne en verzorgde gitaarspel van Lucien Fraipont zorgde alleszins
voor een andere klemtoon. De rol van de bas werd er kleiner bij, het
lyrische gehalte werd groter. Het was even wennen dat de spanning en de
uitwerking dan zo sterk veranderde en tegelijk was er weer ander moois
dat de liedjes die aan bod kwamen mee inkleurde, ja, het instrumentale
kleurenpallet verbreedde. Maar mét of zonder gitarist, de dames
schitterden. Yannick Peeters legde bij de vaak dramatische woorden warme,
relativerende ondertonen; zij zorgde er voor dat het bloed wou blijven
stromen, ondanks de pijnen van hart en hersens. Samen maken zij hun
eigen heerlijk knappe versies van andermans schrijfsels. Bij 'Never Can Say Goodbye' dachten wij in de verste
verte niet aan de Jackson Five, maar hoorden we een fascinerend gezongen
relaas van een vreselijk ambetante, verschroeiende tweestrijd. '50 Ways
To Leave Your Lover' klonk zoveel pittiger dan uit de mond van Paul
Simon. Van hogere naar lagere registers en terug (of omgekeerd) en van
woorden naar scatklanken en terug (of omgekeerd), Natashia Kelly draait
er haar hand niet voor om. Vrolijk en intriest gecombineerd in één
liedje, zij zingt het overtuigend. Een concert met dit duo is er echt
één om niet te missen!! Danny De Bock |
- slideshow -
12 Augustus
|
Marcelo Moncada werd geboren in Chili waar hij ook zijn
muzikale opleiding kreeg. Sinds 2002 woont hij in België. De voorbije jaren
speelde hij o.a. op Mano Mundo, Polé Polé, Sfinks, Jazz Montreux (Zwitserland),
en Jazz festivals in Chili. In 2003 won hij op het Jazz festival van
Montreux de prijs in de categorie 'World Music', met de groep Proyeccion
Latino.
In 2004 bracht hij met zijn groep 'Trio Cachai' zijn eerste
EP uit. In mei 2007 bracht hij zijn eerste CD 'Tikitan' uit, opgenomen in
studio Champ d'action in Antwerpen. In de Thelonious Jazz Club in Santiago
de Chile, nam hij in februari 2008 zijn 2de CD (live) op. In juli 2008
bracht hij zijn laatste CD 'Colores' uit, opgenomen in de blauwe zaal van De
Singel in Antwerpen.
In de wedstrijd Jazz Cat Rally werd Marcelo Moncada verkozen
tot 'beste Jazz componist van 2008'. Hij won de wedstrijd met het nummer 'Cielo
Celeste', uit de CD 'Colores'.
|
Je vindt meer info op
www.marcelomoncada.com,
www.myspace.com/marcelomoncadaspacequartet
en op
www.myspace.com/marcelomoncada

- RECENSIE(S) -
|
Een blij weerzien van het Marcelo Moncada
Quartet ! Ditmaal met het woordje 'Space' erbij wat een ander aspect van
dit quartet ten berde bracht. Twee goed uitgebalanceerde sets vermengt
met DJ Kris |
24 Augustus
Narcissus
|
Deze groep jonge muzikanten
bestaat uit enkele van de grootste talenten van de nieuwe generatie
jazzmusici. |
De
website van Robin Verheyen.

- RECENSIE(S) -
|
Is de muziek van Narcissus op CD al geen hapklare
brok voor elk moment van de dag, live is het ook niet evident om als
jazzverkenner voluit door de muziek te worden meegezogen. Dat leken
nogal wat mensen al te weten, te oordelen aan de matige opkomst voor de
hoogstaande kwaliteiten van deze muzikanten. Van deze jazz
durven wij te beweren dat dit uitgepuurde jazz is die past bij abstracte
schilderijen, of schilderijen van de zee als van Jean Brusselmans en
Leon Spilliaert. Vooral bij het lange eerste stuk van de eerste set
hadden projecties uit genoemde schilderkunst en ook een reeks
portretten van of à la Modigliani niet misstaan. (Het gelaat van Clemens
van der Feen lijkt bij Modigliani's befaanmde schilderwijze te passen.)
Zulke projecties hadden de aandacht van een deel van het publiek
misschien helpen leiden. Soms leken we immers maar fragmenten te horen
van bewegingen en spanningsbogen die we zelf moesten raden. Het was
spannend, maar soms ook zoeken waar de spanningsboog zat. Narcissus kan
traag spelen zonder dat er van een ballade sprake lijkt. De fellere
momenten waren dan ook welkom bij zoveel ruimte en zoveel ernst en
kunstzinnigheid. Dat de
muzikanten hun instrumenten beheersen leed geen twijfel. Verheyen
speelde mooie ronde noten alsook fijnzinnige zachte en luide klanken uit.
Dumoulin die zich beperkte tot de pianoklanken van de kleine elektrische
vleugel bespeelde mee het pallet van modern klassiek tot moderne vrije
muziek waaruit fijne jazz ontstaat. Van Hemmen met zijn minimalistische
drumkit varieerde met vingers en stokken tussen sober, uiterst subtiel
en bijzonder krachtig slagwerk. En zo speelde ook Van der Feen met zijn
strijkstok en vingers. De concentratie was bewonderenswaardig. Het is
ronduit knap hoe de vier elkaar ruimte geven, voor elkaars inbreng uit
de weg gaan, weer op de voorgrond treden en soleren, samenkomen en
variëren. Dat de tweede
set uit afgelijnde nummers was opgebouwd, kwam de toegankelijkheid van
deze uitgepuurde jazz ten goede. Het levendige 'A Shout' was één van de
heerlijke hoogtepunten. De rust, de kracht en de sporen van jazz die
swingt wisselden elkaar nog overtuigender af.
Danny De Bock |
9 September
Bart Defoort Trio

Bart Defoort: Tenorsax
Jos Machtel: contrabas
Toni Vitacolonna: drums
|
Bart groeide op in een muzikale familie.
Hij studeerde 2 jaar op het "Conservatoire de Bruxelles" bij
Steve Houben en volgde zomerstages en lessen bij Joe Lovano, John Ruocco,
Jerry Bergonzi en Walt Weiskopf.
Tussen 1986 en 1992 speelt hij in verschillende
muziektheater- producties en in avant-gardistische formaties (Simpletones,
Blindman Sax Quartet).
Eind jaren '80 begin jaren '90 was hij nauw betrokken bij de
"Kaai" in Brussel, waar muzikanten veel experimenteerden en eigen projecten
opzetten.
Hij maakt deel uit van het 6tet "KD's Basement Party"
('90-`93) van zijn broer Kris, en sticht samen met Bo Vanderwerf de groep "Octurn".
Hij speelt op vele internationale festivals
Naast het spelen in al deze formaties heeft hij altijd eigen
groepen ("Bart Defoort Quartet") geleid waarvoor hij componeert en waarmee
hij optreedt en 4 CD's opneemt.
De CD "Sharing Stories On Our
Journey" krijgt de "Django d'Or" voor beste Belgische Jazz CD 2009, en wordt
tevens genomineerd voor de "Klara Muziekprijzen 2009".
|
Meer info vind je op de Myspace van Bart

- RECENSIE(S) -
|
In de aanloop naar het jazzathome festival kregen we
in de jazzzolder een drietal uit het Brussels Jazz Orchestra. Bart
Defoort en Jos Machtel zijn bij het BJO al langer sterkhouders, Toni
Vitacolonna zagen we op Jazz Middelheim aan de drums verschijnen in het
gerenommeerde orkest olv Frank Vaganée. Bart Defoort toonde op deze avond zijn voorliefde voor
bebop en hardbop in een kleine bezetting. De eerste set werd ingezet met
Big Foot, een nummer van Charlie Parker. Meteen een back to the roots
van de moderne jazz en een stevig begin. Voor het vervolg van de avond
werd geplukt uit eigen composities, werden drie stukken van Thelonious
Monk gebracht en een nummer van Jerry Bergonzi – naar verluidt
fenomenaal muzikant en onbekend bij het grote publiek, zo ook voor
sommigen onder de vaste bezoekers. Bij de eigen nummers vielen Alma La Diva en Keys to
the Kingdom op: sterke composities die ook in deze trioformule prachtig
klonken. En er was een wereldpremière weggelegd voor het publiek in de
jazzzolder, met de eerste uitvoering van Know How Now – al zou die titel
nog kunnen veranderen. De eigen nummers sluiten aan bij de hard bop
traditie, maar klinken niet als een loutere terugkeer naar de
periode van eind jaren 1950 en eerste helft sixties. Ze komen over als
het resultaat van inzicht in wat de essentie is van hard bop composities,
verfraaid met een moderne bril op. Defoort haalt niet uit met vreemde
geluidjes, maar speelt met mooie ronde klank heel knap en degelijk,
zowel in snellere als trage stukken meeslepend en overtuigend. Helaas
had Defoort zijn neus voor zaken doen thuis gelaten en geen cd’s mee om
te verkopen. Dat kunnen we natuurlijk bij De Werf nog doen. De vertolkingen van de Monk nummers waren bijzonder
geslaagd. Ronduit heerlijke originele uitvoeringen kregen we, van Ask Me
Now en van Pannonica en het derde stuk, was het Bye-Ya? zo’n levendiger
Monkske werd met vuur en branie gespeeld. Zowel in de eerste als in de
tweede set viel dan ook de overeenkomst op met die neiging van Monk om
de bassist geregeld op de voorgrond zijn gang te laten gaan. En daarvoor
is Jos Machtel met zijn contrabas uit het juiste hout gesneden. Met een
droge klank, veel zin voor harmonie en een onwaarschijnlijke techniek
was hij een blikvanger op zich. Hoe zijn vingers de snaren beroeren en
zijn logge instrument doen zingen, het dwingt bewondering af. Ook het
jonge bloed liet zich niet onbetuigd. De tweede figuur in de ritmetandem
mag dan een pak jonger zijn, hij nestelt zich bij de top van de drummers
in dit land! Zijn soepele spel versterkte de krachten van het duo
Defoort / Machtel en gaandeweg was er ook voor hem ruimte om te soleren,
wat hij naar het eind van de tweede set uitvoerig deed. Zijn langste
solo was een ferme uitstap, als een nummer in het nummer, waarnaar hij
geïnspireerd wist terug te keren. Voorwaar een zalige avond: heerlijke
jazz die zonder brokken te maken toch behoorlijk wat zin voor avontuur
inhield en waarbij ruim ruimte was voor invullingen van het moment. Danny De Bock |
-
slideshow -
23 September
World Trio

Evgeny Lebedev (USSR): piano
Haggai Cohen (Israël) : bas
Lee Fish (VS) : drums
|
Het World trio is
een groep van muzikanten uit verschillende landen, met elk hun eigen
culturele en muzikale achtergrond. Elk lid voegt zijn muzikale "bagage"
en ervaring toe aan de "klank" van de groep.
Hun repertoire is gebaseerd op de muziek gecomponeerd
door pianist Evgeny Lebedev, wiens muzikale achtergrond beïnvloed werd
door Europese klassieke tradities, volksmuziek uit het Midden-Oosten en
jazz.
Evgeny maakte reeds opnames met Jack DeJohnette, Joe
Lovano, Marcus Miller,....
Zij spelen jazz met folk invloeden, maar behouden de
vrijheid van het improviseren. Met een basspeler uit Israel, een drummer
uit de Verenigde Staten en een Russische pianist is hun muziek méér dan
de optelsom van hun verschillende achtergronden.
Hun internationale optredens krijgen lovende kritieken
zowel van het publiek als in gerenommeerde jazztijdschriften.
In 2010 winnen ze hoofdprijs op Jazz Hoeilaart.
- De website van Evgeny Lebedev -
|

- RECENSIE(S) -
|
Met hun heel verscheiden afkomst, te situeren in
Rusland, Israel en de V.S. kan je bezwaarlijk beweren dat dit trio de
hele wereld als invloedssfeer kan doen gelden, maar ze bestrijken wel al
heel uiteenlopende gebieden van het noordelijk halfrond. Misschien zegt
de naam World Trio wel meer over hun ambities... De groep won in 2010
zowel de 1ste Prijs Jazz Hoeilaart, de Prijs Beste Solist (piano) en de
prijs Beste Vertolking van het Opgelegde Werk. De bassist gooide eerder
in Hoeilaart ook al hoge ogen met The Duet en kreeg al een Downbeat
Music Award. De pianist stond al op het podium met Joe Lovano, de
drummer toerde al met oa Esperanza Spalding... en toch ligt de wereld
nog niet aan hun voeten. De jazzzolder en het opgedaagde publiek mocht zich
verheugen in de komst van een internationaal vermaard trio dat gelukkig
ook nog geldt als een groepje van jonge, veelbelovende talenten die voor
velen nog Te Ontdekken muzikanten zijn. Ze gingen in hun eerste set van
start met een thema dat sommigen bekend voorkwam – herkenbaar van bij
bassist Avishai Cohen die niet meer als jong talent opgang maakt, maar
als een gevestigde waarde zijn weg gaat. Zijn reputatie heeft Avishai
voor een stuk te danken aan de rol die hij mocht spelen in het Chick
Corea New Trio, wat voor hem vooral een springplank was naar een eigen
carrière op grote podia. World Trio moet het voorlopig op eigen kracht
doen om door te groeien en komt dus alsnog ook langs op een klein podium
als het onze. Met invloeden van regelrecht Amerikaanse jazz plus
folk uit het Midden-Oosten en uit Rusland weten de drie bruggen te slaan
tussen verschillende werelden en krijgen we boeiende, evenwichtige
stukken die zowel kunnen dansen als ingetogen beschouwen. Ondanks een
indrukwekkend technisch kunnen en een hoog energiepeil laat het drietal
na om nummer na nummer het publiek te overrompelen. Elk kan uithalen als
een virtuoos en daar kiezen ze met smaak hun momenten voor. De bassist
kan klinken en houdingen aannemen als een tovenaar die opgaat in zijn
donkere kunsten die hij aanwendt om mee te slepen en te vervoeren. De
pianist kan zijn handen laten bewegen als een klassiek pianist van hoog
niveau en met een lyriek uitpakken die je misschien niet inpakt, maar
onmiskenbaar knap is. De drummer bespeelt heel gericht troms en cymbalen
om ritmisch de dans of de overwegingen te begeleiden of te sturen.
Alledrie kunnen zij soleren als Grote Meneren, maar bovenal weten zij
geweldige composities uit te werken die getuigen van schoonheid en de
zin om te beroeren. Heel fijn internationaal gezelschap dus en weer zo’n
avond om blij te zijn dat je er bij was.
Danny De Bock |
14 Oktober
Noi Trio

Daniele Martini: sax
Hugo Antunes: bas
Joao Lobo: drums
|
Dit trio ontstond toen drie veelbelovende muzikanten van de nieuwe
jazzgeneratie (een Italiaan en twee Portugezen) mekaar ontmoetten in de
Brusselse jazzwereld. De muziek van het Noi trio is een fijne mix van
zowel vrije als meer gestructureerde jazz. Volledige vrijheid, eigen
composities en zorgvuldig gekozen standards worden samengevoegd tot
levendige en opwindende live-sets. Naast het spelen met dit trio hebben
zowel Martini, Lobo als Antunes al samengespeeld met topmuzikanten uit
de internationale jazzscène zoals Enrico Rava, Jozef Dumolin, Manu
Hermia, Toine Thys, Carlos Bica en vele anderen.
Info op hun Myspace
|

- RECENSIE(S) -
|
But this is Art…” repliceerde Hugo Antunes, toen
iemand uit de zaal riep dat beide Portugezen van het trio wat moesten
nablijven omdat er een wet gestemd is dat de Portugezen langer moeten
werken (in tegenstelling tot de Italiaan). En gelijk had hij! Dit was kunst. Zelden een concertje gezien/gehoord dat
voornamelijk intimistisch werd beleefd en toch voornamelijk vrije Jazz
betrof. Weinig aandacht voor harmonie maar des te meer voor boeiend
individueel buiten de lijntjes kleuren en toch steeds weer samen op de
pootjes vallen. Hoogtepunt ‘Blues in F’ van Ornette Coleman werd in
opperste concentratie van een haast academisch ingewikkeld stuk vertaald
naar een toegankelijke en opwindende uitvoering. Grote klasse. Gedurfd en zeer geslaagd concert. De
drie vielen mekaar na afloop in de armen. Net als het grootste deel van het publiek hadden ze
duidelijk genoten.”
Gi Leoni |
-
slideshow -
28 Oktober
Blues Syndicate

François Peremans:
gitaar en zang
Sjarel Van den Berg: mondharmonica, gitaar en zang
Daniel Lenders: gitaar en zang
Jan d' Hoine: piano
Roland Van den Berghe: bas
Pierre Thielemans: drums
|
Om nog eens blues te laten klinken in onze club kozen we voor een
groep waarvan enkele muzikanten afkomstig zijn uit de contreien van onze
voorzitter.
Info op hun Myspace
|
- slideshow -

- RECENSIE(S) -
|
Dat de mannen van 'The Shakos' eerder dit jaar
Roland mochten begeleiden bij een gelegenheidsoptreden in de
Mechelse gevangenis deed hen meteen verleiden tot een naamswijziging.
'The Blues Syndicate' werd het en onder deze noemer brachten zij in
de Mechelse Zolder, deze keer zonder Roland maar wel met Mechelse
levende legende Sjarel Van Den Berg wat traditionals, rock 'n roll
en wat blues gearrangeerde songs (van o.a. Dave Edmunds) Allemaal
heel voorspelbaar en eerder van amateuristisch niveau. Sjarel zagen
we onlangs nog op de 12.12.12. benefiet en die kon ons toen nog
verleiden met een intimistisch nachtconcertje, puur akoestisch en in
duo (met een ons onbekend accordeonist). Nu deed ie het allemaal
nogal 'overdone' en met de smoelschuiver in steeds dezelfde toonaard.
De andere kompanen zaten er al es naast ook , kwamen puur voor
wat ambiance en dus schuiven we dit concertje, dat weliswaar voor
volle bak zorgde, in onze bak met het 'sympathiek' label. Wij vinden
het vooral spijtig dat dit 'blues'concertje, één van de weinigen in
deze soort in de JaZZZolderkapel, deze keer niet beter
ingevuld werd... 'Gewoon sympathiek' dus en afsluiter 'Need your
love so bad' van Mertis John Jr. , ooit eerst uitgebracht door
Little Willie John maar vooral bekend door de hit die Fleetwood Mac
er mee scoorde werd meteen ook voor ons het enige om te onthouen...
Winus |
11 November
Scindapsus

Andy Declerck: saxen,
fluit
Edmund Lauret: gitaar
Stijn Engels: piano
Dries Geusens: el. bas
Laurens Van Bouwelen: drums.
Meer info op hun
facebook of
op
Reverbnation.
|
Scindapsus Quintet brengt eigentijdse jazz,
waarbij hun repertoire bestaat uit eigen composities. In hun muziek komen
verschillende stijlen aan bod: van swing, bop en modale jazz tot latin,
funky grooves en elektronisch geïnspireerde muziek. Tot hun invloeden
behoren jazzgrootheden zoals o.m. John Coltrane, Wayne Shorter, McCoy Tyner,
Sonny Rollins,... maar ook elementen uit de rock, hedendaagse klassiek of
elektronische muziek. |
- slideshow -

- RECENSIE(S) -
|
De voorzitter van de jazzzolder hield een kort, maar
vurig pleidooi om ook andere concertzaaltjes en zalen dan de zolder te
helpen goed gevuld te geraken bij optredens alvorens de groep van de
avond voor te stellen. Dat de volgende avond de opkomst in de Singel
voor Follow The Sound de verwachtingen overtrof had waarschijnlijk
weinig te maken met de woorden van onze man in Mechelen, maar meer met
het feit dat live jazz enigszins in de lift zit. De jazzzolder wil
vooral een podium bieden aan opkomende talenten van eigen bodem, maar
laat die graag ook nog eens terugkomen als ze met rasse schreden
vooruitgang hebben geboekt. Zo komen wij al eens een wat oudere muzikant
tegen, bvb deze avond Andy Declerck – en omdat wij zelf geen muzikanten
zijn zetten we zijn leeftijd niet af tegen de gemiddelde leeftijd van de
harde kern trouwe jazzzolderratten. Bij Scindapsus is Declerck de leider
van de band, de man met de meeste ervaring, de muzikant die het meeste
gewicht in de schaal kan leggen. De eerste compositie van een bloemlezing uit
composities van de verschillende bandleden was van de hand van Declerck
en die zoog ons meteen krachtig mee. Wereldschokkend was het niet, maar
het zat meteen erg lekker: na vurige woorden een vurig stuk muziek, een
sterk stuk dat meteen de band liet horen als een hechte groep, dat
beloofde. Het viel dan ook niet tegen dat het tweede nummer een traag
stuk was en deed denken aan veel jazzplaten die energiek beginnen om dan
verder te gaan met een ballad. Helaas was er wel een duidelijk verschil
in de kwaliteit van de compositie vergeleken met het openingsnummer en
dat werd het meest kenmerkende aan de eerste set: niet alleen het tempo
varieerde, maar ook het niveau van de creaties. Het bleef bij sterke
stukken genieten van de inbreng van de muzikanten op de verschillende
instrumenten, maar er hing voortdurend een schaduw, een donkere
dreigende wolk en kans op terugval in de lucht.
Danny De Bock |
-
slideshow volgt nog -

LUQUE'S ONVERKORT KORT !
|
Er is natuurlijk het gezegde, met nen enorme grijze
langen baard, dat zegt, al zij het niet eigenmondig, dat de tweede set
altijd beter is en vlotter loopt dan de openingsset. En gatverdamme nog
aan toe, dit klopte toch wederom aan honderd procent met ‘Scindapsus’
op/in de Jazz-zolder/kapel op 11/11/11, met het bisnummer dat stipt
eindigde om elf uur, alsof de duivel en z’n moe’r het hadden uitgekiend.
De eerste set, bij aanvang, lichtelijk hortend tot stroef, in schril
contrast met de tweede set die gedreven, vlot en met ongelofelijke ‘schwung’,
de zaal deed meedansen op hun stoel, de solo’s zwierden zichzelf de zaal
in als dolle farandolles, van bopperig tot funk, met als bisnummer zelfs
een ouderwetse uptempo blues, een oplopend optreden, met een mooi
crescendo en climax, een belevenis waarop gedronken moest worden. Schol! Andy Declerck op saxen leidde het team virtuoos zonder dominantie, met Edmund Lauret schitterend op gitaar (klanken en kleuren mengend op een rijp palet ),
Stijn Engels aan de keyboards, een beetje verdoken in z’n hoekje, maar
sterk aanwezig, Dries Geusens aan de elektrische bas met diverse solo’s
in diverse stijlen, Laurens Van Bouwelen op drums de ruggegraat met
uiterst fijnzinnige interventies. En dit alles met alleen eigen nummers
van alle groepsleden. En aldus wij zeiden altegaar verenigd in het licht,
zoals na de zevendaagse schepping god tot zichzelf sprak: t ’is goed, t
‘is al goed, laat het licht ( Scindapsus n. v. D Red. ) voor eeuwig
schijnen. Amen
|
(Luqu-qu-quuuuu ! )
25 November
Multitude

CD release 'Dog of Teahan'
stefan bracaval:
dwarsfluit
peter verhelst: gitaar
chris mentens: contrabas
nico manssens: drums.
|
Multitude is een collectief van vier musici
die sinds 2010 hun amalgaan aan muzikale bagage samensmelten tot een geheel
eigen sound. |
- slideshow volgt nog -

- RECENSIE(S) -
|
“Dit kwartet begint met experimentele klanken
met loops en soundeffecten waarna het ritmisch en lyrisch sterker staat.
In het volgende nummer ‘Maria’s locker’ van de hand van bassist Chris
Mentens (met nieuwe bas) doet de groep me een beetje denken aan Focus
van de jaren stillekes met Thijs van Leer en Jan Akkerman. Het is een
speciale combinatie van de basfluit van Stefan Bracaval met de rauwe
gitaarklanken van Peter Verhelst. Deze Peter speelde onder andere met
mensen als Nicolas Kummert en Yves Peeters en is tegenwoordig actief bij
Luz de Luna en het Midden-oosters geïnspireerde Dame Jeanne. In ‘the
spell of the dancing toad’ krijgen we dus een oosterse sfeer mee met
buikdanseres. Ook de fluit van Stefan worstelt met de vervormingen. De
bassist kan dat al lang en doet dat goed en niet overdreven. De drummer
Nico Manssens (bekend van o.a. Quatre ,Fables of Fungus en Lady Linn)
is de enigste van dit collectief die zich zonder electronica mag
verklanken. We krijgen ook rustige nummers maar ik
verkies toch een spannender thema van Chris Mentens in het nummertje ‘loveline
keys’. Ze spelen ook de titeltrack van hun nieuwe cd ‘dog of Teahan’
hier vandaag vers van de pers zoals ze zelf zeggen. Bon, de eerste set was ok doch de tweede set
is meestal beter. De muziek rolt lekkerder en vlotter in de tweede set.
Ze vliegen er swingender in met ‘afromat’ van de fluitist. In het nummer
‘departure’ is een mooi rustig tussenstuk met bas met strijkstok in duo
met gitaar. In de tweede set begint eindelijk het publiek te klappen na
de solo’s. Zoals steeds beweegt Stefan sierlijk solerend en geeft alles
uit zichzelf via de fluiten. We krijgen opzwepender drumwerk en
complexere melodie. We krijgen bruter geweld op gitaar in ‘magnitude’
aan de hand van Peter. Dus iedereen brengt zelf zijn eigen stukken en
dat is tof in zo’n band met alleen maar eigen nummers. Ook van Peter is
het dromerige nummer ‘home’ met beheerst spel. Het doet me soms aan John
Abercrombie denken die ook platen maakte met Hein van de Geyn. We krijgen nog een rockige uitsmijter waarna ze verder cd’s kunnen verkopen en signeren aan de bar.”
Michel Proesmans |
09 December
The Valerie Solanas
Michael Brijs: zang, fluit
Tom Tiest: gitaar
Filip Vandebril: bas
Dmonkeyjazz: drums
|
De muziek van The Valerie Solanas
laat zich het beste omschrijven als een barokke mix van pop, jazz, rock,
country enz... Ze zijn fervente aanhangers van een absoluut eclecticisme, en
willen zich niet toespitsen op één genre. Naast covers spelen ze ook hun
eigen nummers. De geest van Sinatra dwaalt door hun repertoire - maar let
wel: dit is een Sinatra on acid! |

- RECENSIE(S) -
|
Niettegenstaande de ontegensprekelijke muzikale kwaliteiten van dit gezelschap bleek uit de commentaren achteraf (nee, ik was er niet bij deze keer...) dat het allemaal wat verloren ging door o.a. een slecht klankbeeld dat wij toewijzen aan het (onvoldoende) bijsturen van de P.A. tijdens het concert. Ook in het verleden hadden hier wat concertjes onder te lijden, ook het vorige optreden met Multitude had daar bvb. last van wegens overstuurde gitaareffecten... Jammer maar helaas vertaalde zich dat deze keer ook weer in een mager restpubliek na de pauze... Volgende keer beter...
Winus |
23 December
belch quartet

Pascale Delagnes: zang
Mathieu De Wit: piano
Damien Campion: contrabas
Jonathan Taylor: drums
|
De muzikanten van deze groep
ontmoetten mekaar tijdens hun studies en achteraf ook op verschillende
Brusselse jazzpodia; ze vormden het “Belch Quartet” en willen vooral de
Belgische muziek op een jazzy manier in de kijker zetten. |
Info op hun
Myspace.

- RECENSIE(S) -
|
"We sluiten het muzikaal jaar af met een
Belch Quartet van eigen bodem, meer bepaald met vier muzikanten uit
het Brusselse (Saint Gilles). Ze komen de eerste keer in Vlaanderen
hier voor ons spelen in de Jazzzolder. Ze brengen een ode aan België
door covers te brengen van bekende componisten op een eigen jazzy
wijze. Stevig swingend zetten ze in met indrukwekkend pianospel van
Mathieu De Wit in het nummer ‘Coeur de Loup’ van Philippe
Lafontaine. De zangeres Pascale Delagnes met zwart wit tulpenkleed
is in Antwerpen geboren (langs moeders kant) maar verder opgegroeid
met haar franse vader. Ze exploreren verder de Belgische composities
en we horen een geheel eigen vertolking van Brel’s ‘Vesoul’. Het
nummer begint zachtjes en bij elk couplet stijgt het tempo. Het is
een nummer uit de sixties. Daarna volgt ‘tombe la neige’ bekend
geworden door Adamo. Je hoort al parelend de sneeuw vallen door de
akoestische inzet. Het nummer ‘comme à Ostende’ van J.R.
Caussimon (eigenlijk uit Frankrijk) volgt en is bekend geworden door
Léo Ferré en later door Arno. Daarna verdwalen we in de straten van
Antwerpen met Wannes Van de Velde in zijn eigen ‘ik wil deze
nacht…’. Ze zingt hier in het NL doch wat moeilijk te
verstaan. Het is een nummer van de seventies. Het werd gebruikt in
de film ‘home sweet home’. Daarna brengen ze een internationale hit
‘day dream’ van de Belgsiche rockband Wallace Collection. Dat is
lang geleden dat we dit gehoord hebben. Na de pauze volgt een
jazzy Brabançonne weliswaar. Het mooie intieme ontroerende lied
‘dans les yeux de ma mère’ van Arno volgt. Daarna wat vrolijkers in
het bekende ‘ne nah nah nah’ van Vaya Con Dios. Een hoogtepunt is
het mooie ‘liefde van later ‘van Herman Van Veen met een
fantastische bas solo bij de intro. Ze zingt het nummer gedeeltelijk
in het Nederlands en in het originele Frans want het nummer van Brel
noemt ‘la chanson des vieux amants’. De hit ‘mad about you’ van
Hooverphonic brengt ons naar een climax einde met tussenin de
gestreken bas van Damien Campion. Mooi gedaan. Een bis volgt met een
ode aan ‘Bruxelles’. We worden na afloop getrakteerd door de
Jazzzolder op mooi gesneden boterhammen met bubbels of fruitsap.
Proost op 2012!"
Michel Proesmans |
-slideshow
-
Mechelen for life JAZZ : Strange
Fruit & Swell Rhythm Combo - concertverslag

|
Maandag, 20 december, nog geen 19 uur is het en ik sta al in de mooie spiegeltent die geplaceerd is op de Grote Markt van Mechelen voor een zesdaagse ten voordele van de Music for Life actie van Studio Brussel en het Rode Kruis. Vandaag staat de Mechelen for Life actie, want zo heet het heel toepasselijk hier, in het teken van de Jazz, bezie het maar als een noemer die breed genomen is want heel strikt jazz gaat het hier vandaag niet. Op aanbevelen van Lejo van de JaZZZolder, die het dan weer van mij heeft, is de eerste groep die vandaag zal aantreden Strange Fruit, en dat lijkt hier vandaag mooi op z'n plaats al staan de fruitigen er voorlopig nog wat klam bevroren bij. De verwarming hier heeft het immers laten afweten (er wordt intussen aan gewerkt, heet het...) en het inderhaast aangesleurde warmtekanon krijgt wellicht dit ijspaleis niet gans warm. De zangeresjes hebben d'er anders flink zin in, dus heren van de techniek , zet jullie beste warme beentje maar voor om dat hier in orde te krijgen... Met een winterse toestand op de toegangswegen is het ook wat afwachten hoeveel volk hier vandaag, op een maandagavond ! zal komen afzakken want da's niet evident in dit Belgische Winter Wonderland. We zijn al blij als we horen dat er ook nog tickets aan de ingang kunnen verkregen worden en hey, vijf euro, da's toch peanuts voor 2 bands in een avondvullend programma? Afin, op een bepaald moment geraakt de 'centrale verwarming' hier toch nog op dreef, al zal het de ganse avond, en dan vooral voor diegenen die neerzitten aan de tafeltjes, wat killig blijven. Beter is het als je rechtstaat, dan vang je makkelijker de warme, hoger gelegen luchtlagen... Zover wat betreft het binnen klimaat van deze wel erg mooie spiegeltent. Alleen al voor het interieur zou je geld geven voor een bezoekje ( wel niet roken en op de mooie banken staan - ben benieuwd hoe dat hier gaat aflopen binnen 2 dagen met het vele volk dat op Buscemi zal afkomen...). Strange Fruit begint voor een wat onderbemand tentpubliek aan een set van Jazz, blues, wat funk en gospel, volledig in het hun vertrouwde eigen concept, daar kan je meer over lezen in onze CD-recensies. George Johnston mag van wal steken met 'Moondance' van Van Morrison en daarna komen onze sterretjes, Emilie en Nathalie d'er bij, heel enthousiast, haast kinderlijk blij maar met stemmetjes die de ijspengels buiten doen afbreken, heel erg mooi vantijds en wees maar zeker dat we van deze dametjes in de toekomst nog gaan horen. Toch ook nu wat veel intimistische dingetjes die niet steeds op de juiste moment opduiken . Zo krijgen we een blues als bisnummer die ik daar niet zou gezet hebben en het eigen softjazz met een rocky popjasje is ook niet zo gediend met de Andrew Sisters medley die er bijgeplakt wordt maar dat werkt natuurlijk aanstekelijk en op een avond als vandaag mag dat natuurlijk, laat ons voor een goed doel vanavond niet teveel muggen ziften, 't is toch te koud voor die rotbeesten ! Er komt steeds volk bij in de tent, niet echt een toeloop maar genoeg om het toch nog flink gezellig te maken. Een meer dan behoorlijk optreden is het en bovendien staat de band een deel van de inkomsten uit de CD-verkoop hier af aan het goede doel, that's the good spirit !
Tweede band vanavond is het Swell Rhythm Combo, uit Brussel en die hebben duidelijk ook wat eigen publiek meegebracht. Pat Louis, Druss Lecomte en Jack Fire (ex Seatsniffers) brengen in den beginne een, wat mij betreft, wat makke set van 30' en 40' hot jazz en het is wachten tot de nieuwe frontman Bruce Ellison (an American from Brussels) de zaak wat komt begeesteren met zijn wat Louis Armstrong aandoende black voice. Nu zitten we wel goed maar Bruce is dan ook niet de eerste de beste. Als mime acteur/zanger/performer/producer kent die z'n stiel. Mooi hoor want muzikaal zat het met het combo wel goed, maar veel dynamiet zat er verder écht niet in , en dat hadden wij nu wel verwacht, zie. Dat Steven Troch van Fried Bourbon, waar we net ook nog even een babbel mee hadden, wat later ook nog het podium betreedt voor een erg mooie bluesharp begeleiding, da's nog een opsteker te meer. Dat zijn hier de kersen op de taart en om terug van fruit te spreken denken wij nu al even terug aan Strange Fruit van daarstraks dat , zo wat later op de avond, hier zeker nog meer bijval had geoogst ! Intussen is het voor mij wat op de klok kijken
want ook ik laat me vandaag voeren door De Lijn en die mannen (en
vrouwen) rijen niet gans de nacht door. Dus wordt het nog een 20
minuutjes doorstappen naar de statie want stilstaan ergens aan een halte,
da's wat kouwelijk nu.... zelfs met dat warme hartje van toch ook ietsje
gedaan te hebben voor het goede doel (van de verkochte drankbonnen gaat een
stuk van de opbrengst naar de actie). Vóór het vertrek toch nog even gauw een shot van de feestelijke Grote Markt en het mooie stadhuis,zóooo kerstelijk... |
|
|
|
Winus |

Vijay Iyer : 'Solo' (ACT
9497-2): -CD recensie
![]()

CD VIJAY IYER SOLO
over prachtige structuren en disruptieve elementen
|
Daags na zijn concert, solo in de
Hnita-Hoeve vonden we zijn CD 'Solo' minder aangrijpend dan een week
later het geval was. We hadden dan ook de neiging om alsnog kond te doen
dat van deze CD erg te genieten valt. Nu vinden we daar bijkomende goede
redenen voor: op 16 februari treedt Vijay Iyer op in de Singel met het
Hermes Ensemble en op 19 april concerteert hij in het Paleis voor Schone
Kunsten met Craig Taborn, nog een grote pianist van nu.
Sprankel en fris klinken de eerste
noten. Donkere toetsen komen erbij, het tegengewicht van de duistere
kant. 'Human Nature'. Miles Davis speelde de Michael Jackson hit ook.
Met piano solo trekt Vijay Iyer het een eigen kleed aan. The Bad Plus is
al langer niet de enige om liedjes uit de popcultuur in stevige
jazzuitvoeringen te gieten. Vijay Iyer behoudt de soepelheid en
accentueert instrumentaal licht en duister, zwaar en licht. Zijn uitbenen en gezwind ontspinnen
van de Thelonious Monkklassieker 'Epistrophy' volgt er met glans op. Een
hoop energie komt vrij. Deze pianist beseft ten volle hoe de fysische
kant van het piano spelen de klank bepaalt en hoe de klanken het
resultaat en de impact bepalen. Lyrisch vertellend zich verliezen bij
herinneringen aan een vervloekte droom hoor je in 'Darn That Dream',
niet gauw zo poëtisch verklankt als hier. Een 21ste eeuwse
benadering van de stride piano en Duke Ellingtons 'Black & Tan Fantasy'
lijken ons dan dichter bij oude tijdvakken jazz te brengen zoals die van
'Darn That Dream'. Prelude: 'Heartpiece' vormt dan een
donkere brug. (Een herinnering kan opdoemen: aan zijn versie van 'Stable
Mates' die je misschien eerder Unstable Mates zou willen noemen, dixit
Iyer in de Hnita-Hoeve.) Het is de overgang naar een reeksje van eigen
composities waarin donker en licht, sneller en trager in haast modern
klassieke muziek vertellen van bespiegelingen. Terwijl de mogelijkheid
tot herkenning kleiner wordt, stijgt de intensiteit. Vijay Iyer vervolgt
echter zijn eigen logische weg en weet te blijven meeslepen. Hij kan
boeiend observeren en ook zo vertellen over indrukken en gevoelens. Hij
doet dat met heerlijke patronen in 'Patterns'. Het gevoelige 'Desiring'
herinnert ons aan 'Blood Sutra'. Een zachte uitzondering bijna bij de
voorliefde voor het disruptieve die deze pianist in zekere zin gemeen
heeft met Jason Moran die ook de geschiedenis kent en geschiedenis
maakt. 'Games' speelt dan weer meer met het ontsporen… Of je zijn versie van 'Fleurette
Africaine' nodig hebt om dit nummer van Ellington te (her)ontdekken (zie
de geweldige 'Money Jungle' van 1962 met Max Roach en Charlie Mingus die
in de fifties een eigen label runden en elkaar daarna moeilijk luchten
konden) bekijk je zelf maar. Dit is wel een bijzondere herneming van een
prachtig nummer. Afsluiter 'One for Blount' voor Sun Ra
besluit daarop geestrijk. Vrolijk begeesterd, geen pompeus slot of zo.
Ideaal om een eigen stempel te drukken in de geschiedenis van solo
jazzpiano. Als de autodidact die hij naar verluidt is. Spaarzaam en
doeltreffend met de pedalen. Met heel gevarieerde vingerzettingen zijn
eigen hedendaagse weg zoekend en zijn inspiratiebronnen erend terwijl
hij hen ook eer aan doet. Meesterlijk.
|
JASON MORAN, TEN (BLUE
NOTE)![]()

Schitteren en schijnen binnen en buiten de lijnen
Jason Moran, piano + Tarus Mateen, bass + Nasheet
Waits, drums
|
Op woensdag 12 januari in De Tuin van Eden waren 'Feedback
Pt. 2' en 'Fleurette Africaine' van Duke Ellington door Vijay Iyer te horen
op Klara radio. Beide pianisten hebben een diep respect en grote bewondering
voor Andrew Hill en Thelonious Monk. Hun belangstellingssferen strekken zich
breed uit. Ze gaan ook over klassieke muziek, Iyer leent daarnaast uit pop
en Indische muziek, Moran doet dat uit blues en hiphop. Beide zijn al enkele
jaren prijsbeesten. Moran trad ook al aan met oa Sam Rivers, Bunky Green,
Andrew Lloyd, Iyer met Steve Coleman, Wadada Leo Smith, Roscoe Mitchell en
beiden met Rudresh Mahanthappa die zo’n beetje een bloedbroeder is van Iyer. De CD 'Ten' die Moran in 2010 onder eigen naam uitbracht
klinkt bijzonder evenwichtig. Zowel wat de stukken op zich betreft als de CD
in zijn geheel, de opbouw is fantastisch sterk. Een bluesy trio trekt met
'Blue Blocks' de CD op gang en stapt in hedendaagse jazz die in een zotte
Bandwagonvaart belandt, waarbij de pianist met onwaarschijnlijke klaterende
reeksen klanken nog maar eens zijn visitekaartje afgeeft. De chemie in de
samenwerking met bassist en drummer werpt na tien jaren van banden aanhalen
en loslaten prachtige vruchten af. Donkere spanning wordt opgebouwd met 'RFK
in the Land of Apartheid'. Jason Moran speelt zowel live als in de studio al
langer met samples, maar zoals hij op 'Feedback Pt. 2' ijle elektronica
bovenhaalt is enigszins verrassend. Overtuigend ook, de dramatische kracht
en poëtische spanning van het stille nummer kan na een flink aantal
beluisteringen blijven verbazen. Levendig wordt het opnieuw met een wandeling in en een
dansende mijmering op 'Crespuscule with Nellie' (van Monk) met die
inventieve Nasheet Waits die ervoor zorgt dat je de aandacht ook bij de
drums en de bas houdt. Ook op de vrolijke versie van 'Study No. 6' valt de
drummer op en altijd is Tarus Mateen er om heel economisch het geheel te
versterken. Het lijkt geen toeval dat de CD ook ’n compositie bevat van de
bassist getiteld 'The Subtle One'. Er is ook een uitvoering van 'Big Stuff'
van Leonard Bernstein dat toegankelijk opent en overgaat in een schitterend
labyrint. Met 'Gangsterism over 10 Years' wordt de eigen Gangsterismtraditie
verder gezet. Op vorige CD’s waren die niet altijd even overtuigend; van
deze is het zwaar genieten. Met kracht en zacht gaat het (ook hier)
verschillende kanten uit. Zoals op de rest van de CD komt de groep (nog)
weinig gewaagd over, eerder als een heerlijke wijn die na jaren zijn volle
toetsen laat proeven in een uitermate gebalanceerd geheel. Vloeiend volgen de nummers elkaar op. In ontwapenende
schoonheid, verstilling en eenvoud, in ouderwets jazzplezier, in
uitwijdingen bij en uitbreidingen van schema’s, in oefeningen in uit de
bocht gaan en toch niet over de kop gaan en crashen... 'Ten' werd in Amerika
oa door Jazz Times uitgeroepen tot beste jazzalbum van 2010. Daar kunnen wij
alleen maar blij om zijn. |
|
Danny De Bock |
RUDRESH MAHANTHAPPA &
STEVE LEHMAN : 'Dual Identity' (CD, clean feed)
Rudresh Mahanthappa, alto
saxophone + Steve Lehman, alto saxophone + Liberty Ellman, guitar + Matt
Brewer, double bass + Damion Reid, drums

|
In de Overd(h)onderd !
update van januari 2011
vond / vindt U het stukje van DJ Kris over On Steve Lehman Quintet 'On
Meaning'. Daarin vernoemt hij ook Tyshawn Sorey en Vijay Iyer met wie
Steve Lehman het trio Fieldwork vormt. Vijay Iyer die o.a. ook in duo
speelt met Rudresh Mahanthappa. Wie al wat kent van Mahanthappa en van Lehman zal niet
verbaasd zijn dat het er soms nerveus aan toegaat bij hun samenwerking.
De jachtigheid van een grootstad, de rat race van het leven begin 21ste
eeuw is hen niet vreemd. Beiden zijn virtuozen op altsax, snelheid en
spelen op het scherp van de snee, zijn part of the game. Alle twee zijn
zij dan ook nog eens heren die wat kunnen componeren, dus als zij hun
krachten bundelen kan er iets groots van komen. Dat was het geval live
op het Braga Jazz Festival maart 2009, bij de opname voor deze CD. Als twee titanen samen op een podium aantreden, is het
niet ongepast dat eerst en vooral zij zich in de kijker spelen. Al
spelen zij met zijn vijven en valt heel snel op dat Liberty Ellman met
zijn gitaar een pianist in dit gezelschap overbodig maakt, het is vooral
het krachtige en vurige spel in het samen uitwerken van de eigen
composities van de heren blazers dat de aandacht opeist. Met zijn tweeën
laten de protagonisten 'The General' aanzwellen, met zijn vijven zetten
zij de toon voor een handvol spannende jazznummers. Al in de eerste
track wijken de saxen na een tijdje voor de ritmesectie en komt Ellman
op het voorplan, maar pas vanaf nummer 6, 'Katchu', gaan de dominante
blazers wat vaker in de schaduw staan. Niet dat Mahanthappa en Lehman
zich tijdens de eerste vijf nummers de longen uit het lijf hebben
geblazen door continu supersnel spel, maar het was wel intens. Hun
lijnen variërend van in harmonie over een beetje schuin tot haaks over
elkaar. Zoals de lijnen op het cover artwork. Het is evenwel veel meer
genieten van de muziek. Ook in de tragere spanningsbogen op 'SMS' dat
vnl met gitaar en sax de ether begint in te stralen. De intensitieit buigt om vanaf 'Katchu' en de groep boort een ander vaatje inspiratie aan voor een rustige compositie. Net deze is de enige niet van Mahanthappa of Lehman, maar van Liberty Ellman. Met kronkelende lijnen zetten Mahanthappa en Lehman daarna in 'Circus' weer meer de bakens uit en blinkt een groep contemplatief uit met een hechte eigen sound. Matt Brewer legt een mooie warme basweg. Gaandeweg krijgen behalve de gitaar ook de bas en de drums meer ruimte voor heerlijke improvisatie. Met Indische invloeden en als langs meditatie en drukke conversaties en fantastische ideeënspuierij, ach, gelijk een krullende bloem gaat deze CD verder open. Te koop bij Instant Jazz.
http://instantjazz.com/shop.php
http://www.myspace.com/stevelehman
Danny De Bock |
Chad McCullough Bram Weijters
Chuck Deardorf John Bishop
-perstekst-
|
We stellen u graag het
nieuwe album voor op ons W.E.R.F.-label : "Imaginary Sketches" van Chad
McCullough — Bram Weijters Quartet (W.E.R.F. 088). Pianist Bram Weijters
behoort tot die nieuwe generatie beloftevolle jazztalenten die ons land rijk
is. Hij is terug te vinden in diverse uiteenlopende projecten als Dez Mona,
Hamster Axis of the one-click Panther, Koen Nys Quintet, Fables of Fungus en
zijn eigen Bram Weijters Trio. In dit kwartet laat hij zich omringen door
een schare topmuzikanten uit de West Coast scene van de Verenigde Staten. Co-leader van dit project,
trompettist Chad McCullough is één van de meest veelzijdige en creatieve
zielen uit Seattle. Hij was reeds terug te vinden aan de zijde van o.a. the
Glenn Miller Orchestra, Lee Konitz, Don Byron, ... Als componist schreef hij
bovendien muziek voor film, dans, brass ensembles, Samen met drummer John
Bishop is hij tevens de drijvende kracht achter Origin Records, een
Amerikaans label voor hedendaagse jazz met meer dan 300 titels en in 2009
nog tot 'Label of the Year' verkozen door het JazzWeek Magazine. Drummer John Bishop heeft
ondertussen vele muzikale waters doorzwommen en speelde samen met grootheden
als o.a. Slide Hampton, Lee Konitz, Kenny Werner, Bobby Hutcherson, Carla
Bley, Larry Coryell, Dr. Lonnie Smith, ... Het kwartet wordt
vervolledigd door de Amerikaanse contrabassist Chuck Deardorf. Hij is
ondertussen meer dan 20 jaar actief in de Noord-West scene van de Verenigde
Staten en speelde o.a. bij Bud Shank, George Cables, Kenny Barron, Charlie
Byrd, Hun debuut "Imaginary
Sketches" is een lyrische plaat geworden met eigentijdse composities van de
hand van beide leaders.
|
Chad McCullough – Bram Weijters
Quartet, 29 januari Appeltuin Jazz, Leuven
Chad McCullough, trompet en bugel + Bram
Weijters, elektrische piano, Piet Verbist, contrabas + Lionel Beuvens, drums

|
Flink wat mensen weten de weg te
vinden naar Appeltuin Jazz, dat nu al een paar jaar en met groeiende
regelmaat jazzconcerten aanbiedt in de turnzaal van een Freinetschool in
Leuven. Met de naam van Bram Weijters (Dez Mona, Hamster Axis of the One
Click Panther) op de affiche van een Belgo-Amerikaanse groep, sprak
Appeltuin Jazz ook op deze vrieskoude avond tot de verbeelding. Terecht
natuurlijk. En als je ziet dat bassist Piet Verbist (Jef Neve Trio, Bart
Defoort Quartet eva) ook meedoet, weet je: je mag je aan degelijke jazz
verwachten. Hij was er ook al bij toen Weijters en McCullough voor ’t
eerst samen wat podia aandeden. Met een bewerking van Verbist van de
standard 'I Love You' halverwege de eerste set kwam zijn kunnen goed op
het voorplan. Met ronde warme klanken van behendige vingers op gevoelige
snaren, trefzeker en met fijne timing zowel in opwindend snelle als
trage, gevoelige stukken.
De avond paste in een concertreeks van Chad McCullough –
Bram Weiters om hun recente CD te promoten waarop de verhouding
omgekeerd is : drie Amerikanen en een Belg maken op 'Imaginary Sketches'
de dienst uit. Drie Belgen en een Amerikaan klonken niet minder sterk.
Bram Weijters ging aan de elektrische piano wat meer richting soepele
grooves - wat maakte dat de muziek vlot door het oor naar hersenen en
bloedbanen vloeide van toehoorders’ hoofden en benen. Weijters en
McCullough hebben een neus voor fijne melodieën en lyrische lijnen waar
zij evenwichtig uitgewerkte klanktapijten mee weven. Bügel en
elektrische toetsen zorgden voor een zacht fluwelen tekstuur, maar ook
frisse oplichtende klankkleuren. Waarbij je niet aan experimentele jazz
denkt, maar aan instrumentale nummers als songs. Lionel Beuvens vulde ritmisch eerst
gedienstig en toch opvallend efficiënt aan. Gaandeweg zorgde hij met
eigen accenten en stijl mee voor extra vuur, opjuttende spelletjes met
Weijters en co. Toen in de tweede set Verbist aan het soleren mocht
gaan, ondersteunde Beuvens hem om dan zichzelf uit te nodigen voor een
heen en weer doorgeven van de in te vullen ruimte. Het werd een ongemeen
boeiende passage langs onverwachte plaatsen. Een speels hoogtepunt!
Danny De Bock
|

Chad McCullough, trompet + Bram
Weijters, piano + Chuck Deardorf, bass + John Bishop, drums
|
« Dat kan niet anders dan mooi zijn, »
zei een vrouw toen Bram Weijters er in de Appeltuin aan herinnerde dat
aan de kassa de CD te koop was voor 15 luttele euro’s. Hij had het woord
genomen o.m. om het laatste nummer van de eerste set aan te kondigen,
maar niet minder om de organisator, het opgedaagde publiek en Lionel
Beuvens te bedanken. Lionel viel in voor John Bishop die met griep in
Antwerpen zat en de topdrummer droeg meer dan zijn steentje bij aan het
speelplezier en de kwaliteit van de muziek. En ja, de cd is mooi.
De CD klinkt meermaals als een soundtrack bij een
verhaal met een grote Amerikaanse inslag. Weloverdachte schetsen
worden uitgewisseld en aangevuld tot hele mooie tekeningen. Deze
nieuwe uitgave van De WERF laat zich associëren met de lyrische
kwaliteiten die je bij Bert Joris en BJO ook vindt. Het blijft wel
een kwartetformule, met zijn vieren weven ze een volle sound.
Muziek die bij trage stukken bezwangerd vol aandoet, uitdeinend in
onverholen logische gevolgen. Je kan zeggen dat het allemaal netjes
blijft, het kan je desalniettemin meeslepen.
Op
de CD nemen Weijters en McCullough de tijd om er in te vliegen. Na
een boeiende opener waarin de pianist zonder gevaarlijk te doen de
song toch verder vooruitduwt dan je zou verwachten zakt het tempo.
In 'Free As Poetry' vindt de lyriek weer de vleugels om snellere
bewegingen te maken, waarna het tempo weer zakt in 'Another Dark
Ballad'. Met 'Restless', 'Speeding' en 'Late Night, Long Drive'
krijgen we dan de snelheid, de spanning en een ontknoping zoals die
perfect passen bij de soundtrack van een Amerikaans avontuur van
Bram Weijters. Of ‘t voor hem ook zwaar gevoeld heeft als speelde
hij mee in een film toen dit kwartet hun opnames maakte –
toegegeven, ik had ’t hem moeten vragen in Leuven. |
| Danny De Bock |
Anne Wolf
Trio + Voices : 'Moon @ Noon' (Mogno Music)

|
Moderne hedendaagse jazz hoeft niet steeds
'moeilijk' te zijn. Het mag en kan ook gewoon melodieus mooi zijn zoals
bijvoorbeeld op deze schijf van pianiste Anne Wolf (Django d'or jong
talent 2002). Die omringt zich voor de gelegenheid buiten
haar deels nieuwe trio met de 'voices' van Ben Ngabo (uit de
entourage van percussionist Chris Joris), Marcia Maria,(de Braziliaanse
zangeres uit Frankrijk), Christa Jérôme (bekend van haar samenwerking
met Marc Moulin) en Mizzy (ons onbekend...)Dat schept een warme,
hartelijke atmosfeer die somtijds erg naar Afrika smaakt zoals opener 'Babu,
Buba & Seedy'. Dat daarbij de bas (akoestische 5 snaren basgitaar)
steeds erg aanwezig is, stoort geenszins, die gaat mooi mee in harmonie
en dat heeft volgens bassist Theo De Jong vooral toch ook te maken met
die uitbreiding van de bas met een hogere 5e snaar. Luister maar
eens hoe mooi die kan klinken zoals op z'n solo in 'Caravan',
welbekend van Duke Ellington. Anne schrijft verder vooral zelf de songs
en zal slechts enkele nummers coveren op deze 'Moon at Noon'. 'Eigen
D'aout' vind ik anders zelf heel mooi en ook daar krijgen we een heel
zangerige, bevlogen bassolo naast haar sprankelende pianospel.
Nieuwkomer Janco van der Kaaden weet dat overigens mooi te omringen met
allerlei percussie. Met 'The Dolphin' vindt de CD daarna al gauw een
eerste rustpunt, het is even bezinnen bij een stuk van Luiz Eça met
verder weer een bas die liefdevol volgt, zalft en streelt... Met de
combinatie van Braziliaanse zangeres Marcia Maria en het pianospel
van Anne daarna is onze herinnering nooit ver weg van Tania Maria
met het ritme van 'Misterios de coraçáo', een stuk van de pianiste,
voorzien van de tekst van Maria. Halverwege de plaat dan komt
titelnummer 'Moon at noon', berustend in een middagsiesta als het ware,
drijvend in een wolkenhemel met flarden cimbaaltjes en
percussiedingetjes, het speelterrein van Janco. 'Bernie"s Tune' (Bernie
Miller), mooi ingezet door Theo's bas, is dan de tweede van de slechts
drie covers en schept een warm muzikaal kader voor de soli. Warmer
kan echter ook nog met '12 to 14' een compositie van het paar de
Jong-Wolf, een love song van verwante spirits en daar ergens doorheen
dwalen zowaar de geesten van Serge Gainsbourg en Jane Birkin.
Winus |
Een mooi, eigen, pianostuk, je luisterde
hier voorheen
naar 'D août'...
TRIO HOT in de Singer
op 5 februari 201

Theo Jörgensmann, klarinet + Albrecht Maurer, viool + Peter
Jacquemyn, contrabas

© Guy Van de Poel
|
De club in Rijkevorsel programmeert heel breed doorheen het
clubseizoen met o.a. rock, stand up comedy en jazz. Binnen het jazzaanbod gaat
het er
heel verscheiden aan toe met zowel publiekstrekkers als groepen die een
klein publiek aanspreken. Trio Hot mag je bij die laatste rekenen, maar dat wil
niet zeggen dat dit trio geen grotere opkomst verdiende. Trio Hot verwijst op een heel eigen, moderne wijze naar het
befaamde Quintette du Hot Club de France van de jaren 30, vorige eeuw. De link zit ‘m
vooral in de dominantie van snaren plus een klarinet – het blaasinstrument dat
een belangrijke rol kreeg in het Quintette zonder Stephane Grappelli. De oude
instrumenten worden aangewend om avontuurlijk te improviseren en samen creëren
deze drie muzikanten een hecht groepsgeluid. De eerste stukken voelden als een opwarmen en op dreef komen.
Met viool en contrabas trokken Maurer en Jacquemyn de boel aan en de zittende
klarinettist Jörgensmann vulde kringelend aan. Zijn zigzaggen over en door het
snarenspel maakte mee de uitdaging waar van in klein verband heel leuk variaties
te ontwikkelen voor een klein modern ensemble. Behalve bij jazz sluit Trio Hot
vooral aan bij moderne vrije muziek. Maurer had ’t logisch gevonden als Jacquemyn het publiek een
beetje had willen toespreken, maar die hield ’t liever bij het uitroepen van de
groepsnaam en ging meteen weer in positie staan om verder te plukken aan zijn
snaren. Maurer verklaarde toen de groepsnaam en had het ook nog over de titel
van hun CD van vorig jaar, 'JINK'. Die heeft alles te maken met snelle bewegingen,
niet heel lange, zoals een kip die goed kan maken met d’r kop. Van chicken naar
jinks… en vandaar ook de foto op de CD-hoes. Behalve nerveuze bewegingen waren
er evenwel ook repetitieve en zowel snelle als trage begeesterd vertellende
verhaallijnen. Voor instrumentale kortverhalen vinden zij inspiratie in de
klassieke aanpak van hun instrumenten en daarenboven halen zij uit met minder
orthodoxe technieken plus het gebruik van hun stem. Heel diep klonk de stem van Jacquemyn als een mediterende Tibetaanse monnik, in hogere registers in
menselijk gekakel liet Maurer zich in en verzuchtend, blazend roepend liet
Jörgensmann zijn stem horen. In de tweede helft van de eerste en de hele tweede set vonden de drie helemaal hun draai en bedacht ik dat misschien toch iets te snel mijn budget van euro’s voor deze maand al had besteed. En al die tijd, of Jacquemyn met de vingers of de strijkstok speelde, op gespannen en/of losse snaren, of Maurer klassiek streek of cirkelend of tokkelde, of Jörgensmann heel geschoold of heel vrij zijn noten en klanken koos, het hele concert door wisten zij te klinken als gedecideerd schone muziek zonder ergerlijk valse noot. De concentratie droop er
af en warm applaus was dik verdiend voor dit enthousiaste TRIO HOT!
|

Hnita Jazzhoeve, zaterdag
12 Februari : Tutu Puoane Sextet ‘It began in Africa’ - concertverslag

|
Na haar hommage verleden jaar aan Miriam Makeba, Mama Africa (met het BJO !) staat de eveneens Zuid Afrikaanse Tutu Puoane nu alweer op de scene met een programma vanuit haar roots en één waarbij ze graag die scene deelt met musici die voor haar héél veel betekenen. Deels zijn dat haar trouwe Belgische begeleiders waaronder haar man, de voortreffelijke pianist Ewout Pierreux, bassist Nic Thys, ook al een internationale topper van bij ons en drummer Lieven Venken, onze Limburger in New York, voorwaar geen kattepis ! ‘It began in Africa’ betekent dan ook de start van een reeks programma’s waarbij Tutu de ambitie heeft om Zuid-Afrikaanse muzikanten naar hier te halen en hen een plek op de Europese podia te bieden . Daarbij heeft ze, om te beginnen, al een heel dierbare brother en mentor uit haar jeugd hiertoe gebracht en da’s ook niet de eerste de beste : Trompettist Marcus Wyatt werkte reeds samen met de grootste Zuid Afrikaanse muzikanten waaronder gitarist Jimmy Dludlu, nam vroeger Tutu ‘under his wings’ en Tutu is nu terecht apetrots om hem voor deze reeks hier bij zich op het toneel te hebben, nu es eindelijk under haar wings !
Niks teveel gezegd blijkt want Marcus ontpopt zich tot een heerlijk lyrische omfloerste
blazer en de bugel geniet niet enkel onze voorkeur, blijkt al gauw,
maar ook de zijne. Rechts op de scène dan, gezeten aan de conga’s en
zich bedienend van een breed divers instrumentarium van
percussiespulletjes waarvan ik meende dat Chris Joris , ook al aanwezig
vanavond, er zijn jaloerse blikken op afvuurde, zit rthythm kunstenaar
Tony Paco, uit Mozambique. Allemaal fijne muzikanten van een hoog niveau
en dat ten dienste van een programma dat een heerlijke melange
wordt van jazz en wereldmuziek met zelfs warme Afro-Cubaanse toetsen en
samba tussenin. Gestart wordt er met ‘Hymn’, een grootse song waarbij
Ewout al heel direct, geen opwarming nodig, zich heel bevlogen aan
de Fender kan laten gaan en je kan geen oren of ogen genoeg hebben om
alle soli en muzikaliteit te vatten tijdens de twee aanstekelijke sets
die volgen. Zo is Nic groovy duimbassend op de rhytmtandem met
een Lieven Venken aan drums die niet alleen de cimbalen streelt maar
ook vreugdevol kan uitbarsten waar vereist. Tutu zelf , in lang zwart
gewaad en very Africa herself, ‘draagt’ de show en neemt het
publiek hier alras in met haar warme vriendelijke persoonlijkheid. Ze
zingt groots maar maakt ook graag en ruim plaats voor haar
solerende begeleiders. Natuurlijk krijgen we voor de gelegenheid dan ook
wat nummers van Marcus te horen (‘Madame bliss’, ‘Mr. Baloi’ naast
eigen werk en wat nummers van Nic (‘Lucky loser’, Daily six tenth’),
en van Tutu’s lievelingscomponist, Bert Joris krijgen we nog het
nieuwe’ Sundown’, dat Marcus prachtig invult, ere wie ere toekomt ! Ook
zijn hommage aan het jongetje Kosin, geboren met HIV en eerder hét
gezicht van de anti-AIDS campagne in ZuiD Africa mocht er wezen. Een
warm applaus besluit dan ook de voorstelling maar Tutu komt graag nog
es terug en brengt , als bis en uitsmijter, samen met Ewout aan de piano
nog heel intimistisch ‘(song for) Mpho’,méér dan zomaar een liedje voor
hun beider dochtertje, nu drie jaar oud. Een mooi besluit van deze show
die Tutu en de haren in een volgende stop op 18 Februari naar een
podium in Bazel, Zwitserland, brengt . Als je met haar praat blijkt nog
steeds haar jeugdige onbevangenheid maar wees daar maar van
overtuigd : deze jonge zangeres (geboren 31 mei 1979 in
Mamelodi, Pretoria) is een groot talent en op korte tijd sterk gegroeid.
Ze is rijp nu voor de grotere wereldse podia maar onze kleine
Vlaamse (en Nederlandse) vloeren zal ze niet zo gauw vergeten of
achter zich laten. Daar heeft ze intussen, sinds Jack van Poll haar
‘ontdekte’ in Zuid- Afrika,al teveel aan te danken . Ze heeft hier een
vaste schare fans opgebouwd die haar, net als wij, een warm hart
toedragen.
Jawel,
‘It began in Africa’ maar waar zal het Tutu ooit nog brengen? … Winus (met dank aan
Michel Proesmans voor zijn bijdragen)
|
clicketick for slideshow !
Peter
Vermeersch,2009 Jazz Middelheim © JASSEPOES
FLAT EARTH SOCIETY
VAKMANSCHAP EN MEESTERSCHAP ALSOF HET KINDERSPEL
WAS
|
Je zou van de nieuwe show van Flat Earth Society kunnen zeggen dat die gebaseerd is op delven in en spelen met historiciteit. Meer bepaald duikt deze voorstelling in ontwikkelingen van de geschiedenis van de film, in héél vroege met bvb wat Peter Vermeersch betreft de eerste split screen, maar de belangstelling van de bandleider lijkt niet zozeer uit te gaan naar filmtechnische aspecten zoals geëvolueerde beeld- en montagetechnieken, het gaat vooral om spelen met spelletjes rond vorm en inhoud. In een schijnwetenschappelijke documentaire wordt een Frankensteinachtige manier van weer tot leven wekken van organismen getoond, in hilarische slapstick een aan coke verslaafde detective die zgn op wetenschappelijk verantwoorde wijze en met succes een drugsbende oprolt... Hoe wetenschap en techniek de tijdsgeest mixt is natuurlijk erg fascinerend en je kan je erover verbazen, het is soms te zot voor woorden en dus kan er ook mee gelachen worden – ook als het oorspronkelijk niet zo bedoeld was. Uit meer dan honderd jaar beeldmateriaal valt vanuit deze invalshoek heel wat te plukken. Dat een Peter Vermeersch daarin inspiratie vindt om muziek bij te componeren verwondert natuurlijk niet. Technieken verfijnen en spelen met absurditeit en andere humor, geluiden van instrumenten laten versmelten of afzonderlijk doen schitteren in een groter geheel... de man doet het al jaren. Hij is zelf al een historisch gegeven in de geschiedenis van de Belgische jazz die ook over de landsgrenzen heenreist en delft en speelt in de verdergaande geschiedenis van de jazz in het algemeen. De individuele kwaliteiten van de muzikanten en de gezamenlijke bundeling van krachten leidt ook hier weer tot een sterk resultaat. Deze groep speelt het graag zot en is zoals BJO dat ook is, een sterk merk. Dat is intussen zo’n evidentie dat je het in deze HEARSEE voorstelling bijna niet meer ten volle op waarde zou schatten. Bij deze opeenvolging van vnl ouwe filmkes, in z/w dus o zoveel grijs, die fascineren in simpele technieken staat de muziek wel voorop, fysiek op het podium, maar visueel zuigen de beeldverhalen in grote mate de aandacht van het publiek op. Het contact met het podium zit ‘m vooral in de oren en voor de ogen in de aankondigingen van Vermeersch tussen de filmpjes in. Zoals het knappe filmmuziek betaamt is die door accenten bvb afwisselend sterk opvallend tot ahw geruisloos, want zo vanzelfsprekend, zo passend bij wat je met de ogen volgt. De muziek is helemaal FES met klarinet, trompet, een hele brass band, bas, piano, gitaar, accordeon, drums en vibes. Plus bij enkele filmpjes in kleur: zang en stem. Op het eind wordt de audiovisuele mix het meest van deze tijd, met een kleurrijke en flitsende beeldcollage van woorden,, letters, filmfragmenten, 50-ies science fiction monsters en ruimtetuigen, amoureuze spanning bij de vreselijkste Actie, met een dynamiek van alles uit de kast halen voor het meest scheppende Slot. De première kreeg nog een naspel, een loting als een tombolatrekking. Peter Vermeersch kondigde het al aan tijdens de voorstelling zonder pauze, maar wel met verpozing en ook kort op de huid zittende pure schoonheid (die als witte wormen door poriën in beeld kwam) : In oktober komt er een voorstelling die 'R.I.P.' zal heten en de hele groep zogezegd uitsterft. Afzonderlijk of met een paar of enkelen zullen de bandleden omkomen tot de laatste en zoals de loting wil ook effectief de oudste van ouderdom sterft... grappig, toch, lachen met tragiek?
Danny De Bock
http://www.youtube.com/watch?v=XS6xk_aqkow
|
Hnita JaZZhoeve, zondag 27 Februari : Gregory Porter - concertverslag
Gregory Porter (zang)
Chip Crawford (piano)
Stefan Lievestro (contrabas)
Mark Schilders (drums)
|
Gregory Porter begint zijn set , voldaan van het
lekkere eten in Hnita , aan zijn titelstuk 'Water' van de gelijknamige
CD. Hij brengt het nummer met brio en helemaal anders dan op de plaat:
relaxed en blij met het publiek in de volle kleine club. Het werkt
stimulerend en met tempowisselingen is de toon gezet en we zijn allemaal
gewonnen voor zijn warme stem en présence. Hij ziet er wat vreemd uit in
het strakke pak gecombineerd met een zwarte muts die alleen zijn
ringbaard en gezicht laat zien en heeft een petje op. Hij heeft recent
een immers huidoperatie ondergaan, hebben we achteraf horen zeggen,
vandaar dus een muts om dat wat te verdoezelen. Hij heeft zijn vaste pianist Chip Crawford meegebracht
samen met twee Nederlandse muzikanten te weten de contrabassist Stefan
Lievestro en zijn leerling drummer Mark Schilders. Vooral die Chip
Crawford is me er eentje die kan spelen en helemaal uit zijn bol gaat op
de gehuurde en perfect afgestemde Yamaha piano. 'It was a magical
moment this evening' zei hij ons achteraf aan de toog met een hoop
Belgisch bier erbij. Hij begeleidde o.a. The Four Tops, zanger Billy
Eckstine en trompettist Donald Byrd. De groep heeft de afgelopen dagen
gespeeld in Amsterdam en Rotterdam en nu zakten ze dus af naar onze
Hnita hoeve waar het gezelliger vertoeven is. 'I see some smiley good
looking people' zegt Gregory nog. We krijgen een jazzy avond met een
beetje soul inslag , veel standards maar ook eigen nummers. In het snelle nummer 'Black Nile' van Wayne Shorter
kunnen de bandleden voluit gaan in de solo's : super swingend en wat een
stem ! Het is een sterk nummer van Wayne waarmee je kan stoeien. Daarna
om wat af te koelen zijn favoriete ballad 'Skylark' van H Carmichael dat
ook terug te vinden is op zijn eerste recente cd . Hij brengt het nummer
zeer intiem, warm met natrillende lippen. Daarna volgt een nummer voor
zijn dierbare moeder die hem altijd steunt 'Mother song'. Dit is
groovy en lots of soul. In het volgende 'Be good' van eigen hand
gaat het over vrouwen die rond zijn kooi komen dansen. (?? nvdr).
Gregory geeft er een fluitend einde aan. Om de eerste set af te sluiten
volgt het bekende 'Chain gang,' een erg meeslepend nummer. In de tweede set speelt Lievestro sterker en krijgen
we meer swing in 'Brown eyed girl ' en 'Bye bye blackbird' met wat
scatting en sterke bassolo. Het lijkt wel of Lievestro op drie snaren
speelt. Een mooi rustpunt is het prachtige eigen nummer 'Illusions' in
duo met de pianist. Kijk vooral naar een videoclip
http://www.youtube.com/watch?v=QE0RwZDyRaw, om dit nummer nog beter
te kunnen appreciëren. Ook een tof nummer is 'Wisdom' en een ode
aan zijn goeroe Nat King Cole in het a capella gezongen 'Mona Lisa' :
ontroerend mooi gebracht, kort en goed. Genoeg liefdesliedjes want het
latinachtige '1961 what' brengt ons de rassenrellen van de autostad
Detroit in herinnering. Het heeft wat met gospel te maken en het is een
protest song. Gregory en Chip brengen het nummer klappend op gang en zo
eindigen ze ook met tussenin een hoop vuurwerk met de meest fantastische
solo's. Een verdiende staande ovatie volgt en als bis krijgen we de
gevoelige ballad 'You're nearer'. We kunnen zeer tevreden terugdenken
aan het eerste optreden van Gregory Porter in België.
|
-perstekst-
Hamster Axis of
the one-click
Lander Van den Noortgate Andrew Claes Bram Weijters Janos Bruneel Frederik MeulYzer
|
Hamster Axis of the
one-click Panther is een jonge garde Antwerpse muzikanten die zich sinds
2007 na hun winst op de Motives for Jazz-wedstrijd steeds prominenter op het
Belgische jazztoneel profileren. Na een geslaagde
JazzLab-tournee leverden ze een sterk onthaalde eerste demo af. Na een jaar
intensief crëeren, repeteren en opnemen, stellen ze vandaag met trots hun
kersverse debuutalbum "Small Zoo" (W.E.R.F.089) voor. Saxofonist Lander Van den
Noortgate ging in de leer bij saxofonisten Ben Sluijs en Kurt Van Herck en
tekende voor het gros van de composities op dit album. De andere composities
zijn van de hand van pianist Bram Weijters. Op tenorsax vinden we Andrew
Claes terug, die naast Hamster Axis ook te zien is in groepen als
Brazzaville, Go Tell, Cunning Trio, ... Contrabassist Janos Bruneel
mocht vorig jaar nog de prestigieuze Django D'Or in ontvangst nemen binnen
de categorie 'Jong Talent' en is terug te vinden in tal van projecten als
DelVitaGroup, Mathilde Renault Trio, Soo Cho Quartet, ... Ook drummer Frederik
Meulyzer behoort tot die jonge leeuwen die in ontelbare projecten actief
zijn. Naast muzikale projecten als Stray Dogs, The Cumrats, Marcelo Moncada
Quartet kan je hem ook aan het werk zien in diverse theaterproducties. De muziek van dit bonte
gezelschap klinkt hedendaags, maar is ontegensprekelijk geworteld in de
traditie en — zoals de groepsnaam al verraadt — doorspekt met de nodige
portie humor !
|
HAMSTER AXIS OF THE ONE
CLICK PANTHER, SMALL ZOO, (W.E.R.F.089)
Lander Van den Noortgate, alto
saxophone + Andrew Claes, tenor saxophone + Bram Weijters, piano + Janos
Bruneel, double bass + Frederik Meulyzer, drums

hier, in 2008 al, op het
JaZZ@Home Festival © Michel Verlinden
|
There’s no such thing as… een wilde
zin voor avontuur. There’s no such thing as…
zachtjes tintelend, pauserend en elegant openen om er dan als een
vrolijke bende in te vliegen. 'Small Zoo' is één van twee CD’s die De
Werf in één adem uitbracht met Bram Weijters. Hier gaat de pianist mee
in heel aanstekelijke avontuurlijke jazz. Met zijn vijven gaan zij wild
veel wegen op tussen drukke en kalme, bloedhete en koele verklankingen.
De hoes toont weinig kleuren, maar op de CD vind je een ruim pallet aan
klankkleuren. In composities van Weijters en Van den Noortgate. De titel “Small Zoo” laat zich
makkelijk associëren met vrij bewegen in de beperkte ruimte van een
gevangenschap. Het titelnummer opent trouwens met het nabootsen van
dierengeluiden, krijsende apen en tropische vogels, terwijl opvallend
droog slagwerk en donkere pianotimbres de dramatiek vergroten. Waarop de
beschaving haar intrede doet… Vrolijk, hevig, avontuurlijk en niet
eens vergezocht, alsook bedachtzaam traag, met diepwarme en frisse
klanken, zurige en brandende voeren zij ons mee. Deze jongens hebben de
ervaring van samen live optreden en dat hoor je, dat voel je.
Na drie nummers nemen zij gas terug om
een eerste Weijterse compositie te onderzoeken, “What’s Wrong?” en warme
empathie en de nodige (?) pathetiek aan de dag te leggen. Daarop volgt
het rustige, klassiek aandoende “A New Balance” van Van den Noortgate
perfect, de rust en het evenwicht zijn onmiskenbaar echt en in balans.
Drang en dringendheid krijgen een passende titel met 'Emergency' –
onlangs ook te horen in Marc van den Hoof's uurtje Jazz op een avond die
op Belgische jazz was gericht. Ieder zijn voorkeur natuurlijk, smaken
verschillen, zelf kick ik meer op de Weijters die in deze bezetting
meespeelt, de dans leidt, dan wel begeleidt. Spannender lyrisch dan ism
Chad McCullough op 'Imaginary Sketches'. Ráák met deze compositie 'Emergency'
en de erop volgende 'War For Peace'. Na een aantal beluisteringen dreig je
door groeiende herkenning de grote mate van variatie binnen en tussen de
nummers minder te gaan horen. De invloeden van verschillende stijlen
zitten hier ook niet als knip- en plakwerk naast elkaar maar in een
vloeiend geheel. Als je dan wat vertrouwd raakt met deze CD blijkt des
ter meer dat het ook een troef is dat hier twee componisten elk hun
stempel drukken. Elk lid van dit kwintet verdient hier trouwens lof. De ritmetandem die deze architectuur stut van vele kamers, zalen, trappen en (tussen)verdiepingen is uitmuntend ! Sturend ook soms, eigen gangen creërend in het geheel. Soms valt Bruneel op, soms Meulyzer. De blazers zetten met een geweldig gevoel voor timing de toon dan wel een stap opzij… Soms valt de alt op, soms de tenor. En het is dus altsaxofonist Van den Noortgate die mee sterk opvalt als componist, tussen klassiek evenwichtig en druk free laverend. Met hun hecht samenspel en zeer genietbare solo’s tonen deze muzikanten behalve hun afzonderlijke en gezamenlijke kwaliteiten ook hoe sterk de composities wel zijn. Of hoe een band zijn gelauwerde live-reputatie bevestigt met superstevig studiowerk.
Danny De Bock |
openingstrack There's no such thing
as.. liet zowel de delicate als de zwierige kant van deze jongens horen in
een compositie van Van den Noortgate en met sterke stempel v de piano v
Weijters :-)
Hnita JaZZ Hoeve, maandag 28 Februari :
DAVE PIKE, BENJAMIN HERMAN & REIN DE GRAAFF TRIO
- concertverslag
Dave Pike (vibrafoon)
Benjamin Herman (altsax)
Rein de Graaff (piano)
Marius Beets (contrabas)
Eric Ineke (drums)

|
Aangekondigd als "Boppin' & Burnin' " doet de
band deze titel alle eer aan. Dave Pike , de master on the vibes,
weet zich omringd door een schare top Nederlandse muzikanten. Het wordt
weer een topavond om te genieten in de gezellige Hnita hoeve. We zien
een goed gevulde zaalmet veel dezelfde jazzcats als gisteravond. Dave Pike van Detroit VS is toch al ruim 70
jaar oud en staat centraal op de scene aan de vibrafoon en is omringd
door goed op mekaar ingespeelde muzikanten waaronder bebopper van het
zuiverste water Rein de Graaff aan piano, zijn buddie Eric Ineke
aan drums en verder nog sterbassist Marius Beets. Hij is de broer
van de bekende pianist Peter Beets en voert ook een eigen platenlabel.
Extra toegevoegd is nog de Nederlandse Frank Vaganée, nl. Benjamin
Herman aan de sax als tweede solist naast Dave Pike. Het was al geleden van 1987 dat hij nog eens
in de Hnita kwam spelen die Pike. Rond die tijd woonde hij een tijdje in
Gent en had daar zijn eigen jazzclubje. Nu woont hij in San Diego. Je
ziet wel dat hij zich somsniet goed concentreert in de solo en vaak de
anderen laat soleren. Het spel van Ineke en de Graaff is in al die
jaren onveranderd gebleven, degelijke bebop en goede begeleiders voor de
Amerikanen die in Europa op tournee gaan. Ik vind dat Marius aan de bas
sterker speelt dan Lievestro gisteren. Ook Pike klapt mee in de handen
ter goedkeuring.
Ze beginnen erg swingend met een bebop nummer
van Charlie Parker nl. 'Scrapple from the apple' en daarna een Monkje in
'Blue Monk' wat een rustige bekende blues is met mooie saxsolo en een
mompelende Pike tijdens het viben. In de volgende klassieker 'All the
things you are' doet Pike er nog een schepje bovenop: swingender en
sneller handwerk met zijn twee stokjes in een rijke melodie.
Daarna wat afkoelen in de zwoele ballads 'Polkadots and Moonbeams'
waarna ze de bebop draad terug opnemen in 'Ornithology' op een thema van
'how high the moon', dat bekend is gemaakt door Charlie Parker. Iedereen
kan weer voluit gaan soleren en de stukken vliegen eraf zoals bij een
mooi opgebouwde sax solo van Benjamin Herman. In de pauze kan Pike wat gaan roken en cola
drinken en enkele CD's gaan signeren. Na de pauze spelen de bebop
kalebassen weer op routine. het valt me op dat Pike net een fractie te
laat invalt met zijn solo, maar wat wil je, voor zo'n oude muzikant. We
horen twee klassiekers : 'I remember April' en ‘Solar' van Miles. Een
bittersweet ballade volgt in 'You've changed' met weer een overtuigende
saxsolo. Naar het einde toe stijgt het tempo weer in 'Confirmation' van
Charlie Parker. Op het einde krijgen we als toemaat naar de blues. Het
valt op dat Pike liefst in het hoge register speelt op zijn vibrafoon en
in de tweede set ook meer laat zien van zijn kunnen door o.a. noten aan
te houden. Zoiets dergelijks doet de bassist soms ook. Het was een
geweldige avond want huidige groepjes spelen deze oude bebop niet meer.
Het was weer genieten.
Michel Proesmans
|

Lee Konitz, Dave Liebman, Richie Beirach
: 'KnowingLee
Lee Konitz, alto & soprano
saxophone + Dave Liebman, tenor & soprano saxophone + Richie Beirach,
piano

|
Richie Beirach (1947) speelde oa met Stan Getz, Freddie Hubbard, Chet Baker en ook al met Lee Konitz en Dave Liebman’s Lookout Farm. Dave Liebman (1946) speelde oa met John Scofield, Dave Holland, Billy Hart en Lee Konitz. De twee jongere muzikanten van het trio op deze CD kennen Lee dus al langer. Lee Konitz (1927) valt te verbinden met oa Lennie Tristano en Miles Davis lang geleden en gaat al lang zijn eigen weg. Deze CD is het resultaat van twee saxofonisten en een pianist, samen drie heren van stand die de studio introkken om te gaan improviseren. Het ging hen héél goed af. In twee woorden samengevat krijgt de luisteraar Soepele Grandeur. Dit is zo’n CD zonder opvallend gevaarlijk bochtenwerk waarop wel heel beweeglijk wordt gespeeld. Dialogen worden al eens elkaar aanvullende, elkaar versterkende, soms in de rede vallende notenreeksen van geconcentreerde muzikanten die elkaar aanscherpen zonder overhaast of anderszins kort door de bocht te scheuren. Vaak nemen ze hun tijd en doen ze het rustig aan, groeien de lange melodieën. Geen mainstream easy listening voor de luisteraar, edoch. De CD opent met 'In Your Own Sweet Way' van Dave Brubeck. De propere, sobere intro gaat vlotjes over in steeds meer tintelende klasse en mondt uit in heerlijke pracht. Waarop het eigen 'Don’t Tell Me What Key' volgt, op een heel andere manier beweeglijk: wringend kringelend en met de duistere kracht van mensen die monsters kunnen worden. Dat wordt dan gevolgd door een naar binnen plooien in de verstillende diepgang van 'Universal Lament' - naar verluidt volledig ter plekke geïmproviseerd. Als jazz voor u poëtisch mag zijn, hier is de poëzie dwingend logisch opgebouwd. Deze dichterlijke muzikanten weten wat uitpuren en uitbenen is, zij kunnen hartstochtelijk verdichten zonder snoeverig te worden. Maar het blijft niet bij poëzie ook al worden verschillende klassiekers gedeconstrueerd en heropgebouwd. Van 'Solar' van Miles Davis brengen zij met twee saxen zingend met piano een lange, ongehoorde versie. Hier en elders wordt naar oude waarden teruggegrepen en wordt er modern en vrij bij verzonnen en geïmproviseerd. Het typeert de hele CD die een uitgebalanceerde afwisseling biedt van vlotte warme songs (zoals de opener, zoals ook 'Thingin’ / All The Things That'…) en schone stukken van trage dwingende lijnen. Eigen al dan niet ter plekke ontstane composities maken ongeveer de helft van het repertoire uit. De versies van standards getuigen van oude swing en bop die wordt geüpgraded naar de 21ste eeuw. De saxen en de piano vertellen vloeiend, dan bedachtzaam, soms voor elkaar naar de achtergrond wijkend, soms solo, soms in duo, zowel traag als snel steeds weer boeiend. In 'Body And Soul' kiezen de saxen elk andere lijnen om elkaar aan te vullen. Maw, verlang niet dat deze CD vooral de pan uitswingt en een overtuigende opeenvolging van klanken wordt uw deel. Met als slotstuk een versie met scherpe randen van 'What Is This Thing Called Love' dat klinkt als de kroon op het werk.
Danny De Bock |
Wij kozen eerder voor het
improvisatorische karakter van de driemanscompositie 'Don't Tell Me What Key
'
als begeleidend sample bij de
recensie ...
JOËLLE LEANDRE en WILBERT DE
JOODE op contrabassen in De Singer, 4-3-‘11

© unknown, correctie JASSEPOES
|
Ik beken: ik ben geen groot kenner van geïmproviseerde
muziek en over Joëlle Léandre had ik alleen nog maar wat gelezen en
horen vertellen, ik had haar nog niet horen spelen. Wilbert De Joode had
ik wel al horen spelen op CD’s met Ig Henneman en beide bassisten had ik
in andere bezettingen wel al willen zien, maar het kwam er nog niet van.
In De Singer zag ik hen dan samen. Het was hun eerste keer samen. “Een
wereldpremière,” zei Wilbert De Joode voor ze begonnen. “Exactly,”
bevestigde Joëlle Léandre en zij klopte met een hand op de kast van haar
contrabas om het publiek tot een applaus uit te nodigen. “We gaan
volledig akoestisch spelen,” kondigde De Joode ook aan en dat bleek
gaandeweg geen loze uitspraak. Het duurde niet lang voor ik deze muziek op louter
twee contrabassen gebracht met twee paar handen en elk een strijkstok
associeerde met noise rock die een groep als Sonic Youth intussen al
enkele decennia terug bracht. Geluid en klankkleur spelen heel eigen
rollen in een geheel waar net zo goed mooi gevormde ronde noten voorbij
rollen. Toen de eerste set al een eind vorderde was het ook even
ongelooflijk dat er niets elektrisch versterkt werd, het klonk niet puur
akoestisch, het leek even of we er bij waren toen de elektriciteit werd
uitgevonden – maar niet dus. Deze twee improvisatorische krachten zijn
gewoon niet te onderschatten. Het had ook iets erotiserend hoe deze twee muzikanten
samen speelden. Léandre liet een tijdlang graag het initiatief aan De
Joode. De weg die hij insloeg, volgde zij om die samen te bewandelen en
er dan nog een schepje bovenop te doen. Waar zijn handen gingen, gingen
ook de hare. De snaren leken gewillig mee te geven, gewoon omdat ze
voelden dat het goed was. En beter werd. Meeslepender. Soms hield zij
even in en verkende hij weer iets hogere of lagere, meer zichtbare
of verscholen regionen. En Léandre ging mee. Léandre nam naderhand over
en tijdens het spelen met vingers en strijkstok begon zij te neuriën en
te zingen alsof zij in een trance geraakte. De erotische blik
moest plots plaats maken voor een heel ander tafereel, want het leek of
zij in contact kwam met oude gebruiken van indianenstammen en dmv houten
instrumenten de eenheid met de natuur werd bezongen en verheerlijkt. Met de klankenreeksen die volgden maakten zij samen
duidelijk dat Léandre dan wel een monument is in de geschiedenis van de
geïmproviseerde muziek, maar De Joode ook meer is dan een heel sterke
speler. Léandre is fenomenaal en De Joode weinig minder. In de pauze hoorde ik iemand het woord ‘indringend’
gebruiken om de eerste set te omschrijven. Ik kan dat alleen maar
beamen. Omdat ik voelde dat ik binnenin tegen infectie aan het vechten
was, kocht ik een dubbel-CD van Léandre en vertrok. Een duo-CD met
Anthony Braxton opgenomen in Heidelberg Loppem. Zo voorzag ik mezelf van
een boeiend vervolg op een meesterlijke set met een man en een vrouw elk
met hun contrabas, hun kennis en ervaring ongemeen boeiend
bijeengebracht in verblijdend samenspel. Werkelijk muzikanten om vaker
te horen en te zien, zoveel is mij wel duidelijk.
|
©unknown
Hnita Jazzhoeve, maandag 21 Maart : Eldar Djangirov - concertverslag
|
Voor een halfvolle Hnita jazzclub
treedt voor de eerste keer in België de jonge pianist Eldar aan. Voluit
heet hij Eldar Djangirov en hij is een Soviet uit Kirgizië. Als tiener
woont hij al in de VS en op zijn zestiende tekent hij een platencontract
met Sony. Hij is nu dus even in België om zijn nieuwste CD 'three
stories' te promoten. Deze vijfde CD is een piano solo CD geworden en we
zijn benieuwd hoe hij dit brengt in de intieme Hnita hoeve. De
Steinway piano staat in het midden op het podium en is perfect afgesteld.
Zonder klankversterking en zonder geklik van fotografen kunnen we
optimaal genieten van zijn technisch spel. Al van bij het eerste nummer
'I should care' , een standard zijn we onder de indruk. We merken direct
dat hij zelfverzekerd speelt. In feite is hij nog jong en hij stelt zich
puur Amerikaans voor om te laten zien zo van 'kijk eens wat ik kan'. We
missen daardoor de emotie bij de uitvoering. Het is sec maar uiterst
technisch en indrukwekkend. Hij speelt uiteraard ook muzikaal en
kan diverse stijlen spelen zoals klassiek , wat toch zijn eerste liefde
is. We horen ondermeer van Brahms de 'cappricio in B minor'
en 'Prelude In C sharp Major' dat enorm snel is gespeeld met veel
souplesse. Hij heeft duidelijk geluisterd naar de grote meesters van de
jazz waaronder Art Tatum. Hij speelt diverse jazzstijlen zoals blues en
stride zoals in het overbekende 'Moanin'. Hij speelt vingervlug à la
Oscar Peterson in het nummer 'Place Saint Henri' of van Monk het
bekende stuk 'Ask me now'. Een mengeling van jazz en klassiek horen we
in 'Somebody loves me' van Gershwin gelinkt aan een klassieker van Bill
Evans. Ook krijgen we een speciale versie van 'Darn that dream' van
Jimmy Van Heusen. Eldar brengt naast de bekende meesters
ook enkele eigen nummers zoals 'Exposition' en het ingetogen 'Insentitive'
en dat zou hij meer moeten gaan doen. Op het einde krijgen we de
'Rhapsody in Blue' van Gershwin in wat hij een perfecte symbiose vindt
van jazz en klassiek.
Michel Proesmans |

|
Het begon alsof twee sopraanvogels samen een lied
aanvatten, een verhaal met twee stemmen die heel complementair met
melodieën en gekwetter uitpakten. Met korte draaibewegingen van hun lange snavels
verspreidden zij hun noten, sommige leken door middelpuntvliegende
kracht uit de notenbalken te vliegen - zoals wanneer Mimmo
met lange zwiepende bewegingen vertelde hoe grote boten wijde
wateren doorkliefden.
In werkelijkheid zagen wij twee gedreven en
bedreven muzikanten met een eigen identiteit en een eigen stijl. De ene
muzikant kwam uit Finland en de andere uit Italië, elk met een eigen
cultuur en pupillen van dezelfde meester, genaamd Steve Lacy. De Fin in
jeans en T-shirt, aan de wijn, de Italiaan klassiek hemd, pak en
fijnlederen schoenen, sober. Elk hadden ze een eigen bevlogen spel dat
paste bij hun uiterlijk. Sjöström wat groezelig en soms met hulpstukken
(bvb plastic beker) gedempt, Mimmo meer met fijne klanken spelend,
meermaals voluit opgewekt. Hun verschillende aanpak vervlochten zij tot
een heerlijk geheel. Virtuoos en met humor. Mimmo zingt
ook in zijn omgekeerde sopraan. Het enige andere duo dat in mijn
gedachten opkwam is Aki Takase / Louis Sclavis, om maar te zeggen dat
het niveau hoog lag. Zij hielden hun sets kort. In de pauze deden ze
zonder het te plannen nog wat aan improvisatorische stand up comedy rond
de Amerikaanse zegswijze om iets “some serious shit” te noemen. Je hebt
er volgens Sjöstrom dan het raden naar of serious dan wel shit
belangrijker is. En daar moest nog iets achter, volgens Mimmo, “some
serious shit, man”... Voor en na de korte break speelden ze alsof ze
wisten vanwaar ze zouden beginnen om dan ter plekke te zien waar ze er
mee heen gingen. De intensiteit werd er niet echt
heviger om in de tweede set, er was wel enige teleurstelling dat hun cd
‘Live In Berlin’ de volgende dag zou uitkomen. Want
twee sopraansaxen, twee improvisatietalenten en dan zo goed, dat is
uniek. De live cd is is te bestellen via de website
van Mimmo die als hersteller van blaasinstrumenten actief is, per
e-mail:
gianni@amiraniwoodwind.com
Danny De Bock |
BIOS
|
HARRI
SJÖSTRÖM Born February 29 1952
in Turku, Finland. Played piano and guitar in his childhood. Studied
music with Harry Mann, (saxophone, flute, piano), later saxophone with
Leo Wright and Steve Lacy as well as photography and film at the Lone
Mountain College and San Francisco Art Institute from 1974 - 1978. Also
attended the special class for improvisation at the L.M.C. led by
trombonist Johannes Mager. This joyful, creative
and intensive experience with improvisation (musical and theatrical)
captivated him so much that since then he has nearly always worked with
improvised music and in numerous mixed media projects including film,
photography, visual arts and dance. Has also participated in workshops
held by John Cage, Georg Russell, Steve Lacy and Bill Dixon among
others. After leaving the u.S., Harri moved to vienna, Austria, which became his doorway to the European improvised music scene. Formed his first improvising groups and organized numerous projects in Finland and elsewhere. Brought many of the most notable innovators on the international improvisation scene to Finland. One of his early
projects included a tour with Derek Bailey's "Company" which
was their first in Finland. Moved to Berlin in 1985.
Founded the international "QUINTET MODERNE" and co-founded
the "THE PLAYER IS" trio with Teppo Hauta-aho and Philipp wachsmann. There's
also the Bernhard Arndt / Harri SjostrOm duo, which goes back to 1986. His
newely formed group is called "THREE METER DOG" with, among others, drummer
and percussionist Tony Buck and pianist Bernhard Arndt. The very latest
formation "wait" is formed in 2005.
In 1990, Harri met Cecil Taylor in Berlin and has been
involved in a large number of projects with the legendary pianist and
composer since.
Most notable of these were the "CECIL TAYLOR QUINTET-
DESPERADOS", also featuring P. Lovens, T. Hauta-aho, and T. Honsinger, and
the "CECIL TAYLOR QUARTET- QUA" (Cadence Records) with Dominic Duval and
Jackson Krall, as well as various large ensembles. Some are documented on
FMP-Records (Free Music Production).
Has collaborated with a large number of the notable leading
improvisors in the international scene since the late 70s and performed at
numerous international jazz and contemporary music festivals. occasionally
performs solo and is involved with making film-music. Harri SjOstrom has
been a saxophone teacher since 1980 and is a vital member of the European
improvised music scene.
GIANNI MIMMO
soprano sax and composer in the fields of jazz and
experimentation for over 25 years in his own original projects with highly
disparate groups working on relationship between music-text and music-image.
The treatment of musical timbre and of advanced techniques
on the soprano sax, to which he has monastically dedicated himself, have
become the distinguishing features of his style.
His work mainly focuses in relationships among distances,
essentiality, sincerity and his productions have
been excellently reviewed by international magazines and webzines.
His current projects include collaboration with musicians as
John Russell, Jean-Michel van Schouwburg, Hannah Marshall, Lawrence
Casserley, Martin Mayes, Gino Robair, Damon Smith, Scott,R.Looney, Kjell
Nordeson, Gerard Uebele, Chino Shuichi, Nicola Guazzaloca, xabier Iriondo,
Gianni Lenoci, Enzo Rocco, Angelo Contini, Stefano Pastor, Stefano Giust,
Cristiano Calcagnile, Harry Sjostroem, Marcello Magliocchi and with dancer
Marcella Fanzaga, video artists, and poets as well. He extensively tours in Europe and USA invited at International festivals and venues and runs the indie label Amirani records.
|
ROBIN VERHEYEN NEW YORK QUARTET in
de Singer, Rijkevorsel, 27 maart 2011
Robin Verheyen, tenor- en
sopraansax + Ralph Alessi, trompet + Thomas Morgan, contrabas + Jeff
Davis, drums

© foto's Guy Van De Poel
|
Het was niet de eerste keer dat
Kempenaar Robin Verheyen even langs België kwam met enkele muzikanten
die in New York resideren. Deze keer was het met zijn NY Quartet met
Ralph Alessi die al een tijdje met groten speelt, denk bvb aan Steve
Coleman, Fred Hersch, Scott Colley. Met Thomas Morgan die ook al met
Steve Coleman speelde, met John Abercrombie ook. Bij Jeff Davis kunnen
we verwijzen naar samenwerking met Michael Bates of Jon Irabagon. Een stevige groepsbezetting dus om
met ruimte en timing in de muziek te spelen. Een inventieve ritmetandem
die voortdurend voor beweging kan zorgen – in eenvoud en complex. Een
tweede blazer met een beheerste en bewonderde techniek. Het zal in de
jazz altijd een uitdaging blijven om met zo’n kwartet te overtuigen. Van
de kleinste cafés tot de grootste podia. Robin Verheyen Quartet deed dat
in de Singer. De helft van de nummers had nog
werktitels als NY1 en NY9, maar er was maar één enkele keer een
duidelijk misverstand en dat was dan bij het slot van een stuk dat de
drummer iets later wou plaatsen dan Robin. Dat leverde dan nog een
evenwichtiger einde op. Robin koos opvallend veel voor de
sopraansaxofoon en benutte daarvan de finesses en de krachtige
mogelijkheden. Hij had een aantal mooie lijnen uitgestippeld, voor
zichzelf en om samen met Alessi te spelen en om op in te spelen. Hij had
soleerruimte voorzien voor de anderen en ergens in een nummer ook plaats
voor een stukje in duo met contrabas en drums. Repetitiviteit en
polyritmiek, weloverwogen constructies, intelligentie en schoonheid
kregen we. Het klonk sterk en deed verlangen naar een CD van dit kwartet.
Die zou voorzien zijn voor release over een jaar…
|
Mark Alban
Lotz, muzikant, componist - een voorstelling
Verleden jaar stuurde Mark ons een paar CeeDeetjes toe van ouder werk (2002 2008) en misschien net daarom bleef het hier wat uit the picture. Zoals we echter zijn wordt alle toegestuurd werk wel es voorgesteld en dan doen we dit nu graag bij deze. Soundtrack-music, dromerig en bijwijlen flirtend met wereldmuziek maar er is nog méér. Te ontdekken voor jou op 's mans myspace of Lotzofmusic site.
© Mark Alban Lotz
|
Flutist, Improvisor, Composer Born: June 12, 1963
Mark Lotz is more than just a big voice in the European jazz scene. He is at the forefront of jazz, classical and World Music and is obviously enjoying every minute of it! (Tomas Pena, Jazz.com & Latin Jazz Network) In his music Grew up in Thailand and Uganda as son of jazz researcher Dr. Rainer Lotz. Started playing flute at age of seventeen and ended up studying both jazz and classical music at the School of Arts Amsterdam, The Netherlands. Private tuition in the US. Price winner of the Karlovy Vary and Middlesea Jazz competions. Now student of Indian Bansuri Flute at the Rotterdam Conservatory. Mark has performed in
concert and recorded with many of the world's greatest
improvisers like Chris Potter,
Through the years Mark has performed and recorded with masters of diverse folkore and world music music over the whole globe. Literally from A(rmenia) too Z(ambia). A.o. with members of the Conjunto Folklorico Nacional de Cuba, Conjunto Folklorico de Oriente, Yoruba Anabo, Lucumi, members of the Clave y Guaguanco, Miguel “Anga” Diaz, Najma Akthar, Kamil Erdem, Eddy Martinez, Molla Sylla, Martha Gallarraga, Sandip Battacharya, Alexei Levin, Lilian Vierra, Nicky Marrero, Frankie Rodriguez, Latif Saad, Raj Mohan, Estrella Acosta, Omar Ka, Petar Ralchev, Joe Santiago, Miguel “Anga Diaz”, Amelia Pedroso, Zuco 103, etc Toured Festivals all over Europe as well as Canada, USA, Moldavia, Ukraine, Russia, Cuba, Egypt, Suriname, Bulgaria and Turkey. Lotz has composed in commision for Theater play, Experimental String quartet, Three Piano trio, Big band and other diverse ensembles and worked together with actors, artists, dansers and Vj. His work as composer is supported by the 'Fonds voor de Sheppende Toonkunst'. Mark is part of the “Music: World Series” concert organisation and is initiator of the free improvised music concert series “u-ex(perimental)”. His music was rated no’s.1 - 10 at lots of music charts, top ten's, tipsheets, published on Compilation CD’s and chosen as editor pick and special feature in diverse international publications. Mark has released 11 Cd's (US&Europe) as a leader/co-leader and recorded many CD's as sideman for diverse Jazz, Cuban, Pop and World Music ensembles. First Mark gained international acclaim with his European interpretations on Afro-Cuban Religious folklore quickly followed by his creations of “Pyg-mee-bop”, Whisper music” and “Corny Water Music”.
Mark Lotz is more than just a big voice in the European jazz scene. He is at the forefront of jazz, classical and World Music and is obviously enjoying every minute of it! (Tomas Pena, Jazz.com & Latin Jazz Network)
|

|
Lotz of music Pum’kin Diaries LopLop productions LLr 008 2002
Mark Alban Lotz of music Bite! LopLop productions Lc 13310 2008
Gelijktijdig twee Cd’s voorstellen is een lastig ding, zeker als het opzet zo verschillend is. De ‘Pum’kin Diaries’ een gecomprimeerd verslag van een aantal optredens in het Pompoen Theater te Amsterdam en ‘Bite!’ als eerbetoon aan de overleden zeeonderzoeker Jacques Piccard, appelen en citroenen dus. Als staalkaart, kan de ‘Pum’kin Diaries’ wel tellen, een variatie aan stijlen, van erg melodieus tot zuiver improvisatie, maar steeds erg toegankelijk, to the point en erg onderhoudend. Na 4 dagen theater was er natuurlijk genoeg materiaal om alleen de allerbeste stukken te kiezen en het resultaat is navenant, leuk dus! Bite! vertrekt van de onderwaterwereld van Piccard en probeert deze te evoceren, of toch een muzikale illusie er van, met o.a. PVC contrabas, fluiten en meer van dat fraais. Typisch geschikt voor Lies Steppe’s 'Laika' op zondagavond bij Klara. Er wordt gespeeld met allerlei vervormingen met geprepareerde instrumenten en dat geeft best een mooie soundtrack waar men zonder veel moeite, blauwgetinte zeebeelden kan bij fantaseren, maar dan moet je wel de hint meekrijgen, anders gaat de boot niet te water. Aangepast aan het onderwerp loopt de zaak traag en gestaag, als eb & vloed. Erg leuk, erg goed, maar geef mij dat sterker gepeperde pompoensoepje maar !
Luque
|
Energiek, dynamisch, bezield

LIVE AU TRACTEUR, RAPHAËL IMBERT PROJECT (ZigZag-Territoires / OutHere, CD-recensie)
Raphaël Imbert, saxes + Stéphan
Caracci, vibes + Gerald Cleaver, drums + Joe Martin, bass

|
Met een motor als Gerald Cleaver op
het podium kon Raphaël Imbert met veel vuur zijn gang gaan die avond
'live au Tracteur'. De
drummer en de troms ademden plechtstatigheid om met 'Shared
Temples' in te zetten. De zangerige aanbidding
van Imbert op sax werd scherp en hevig. Cleaver verzoende devotie met
heftige emoties en een flinke dosis verbetenheid. Zonder verpozen
stuwden Imbert en Cleaver 'Ecosystem of citybirds'
uptempo vooruit, in een ode aan Charlie Parker en andere groten… Als Imbert en Cleaver samen hard gaan
is het genieten, in dit Ecosystem rond een mooi thema. De rietblazer en
de man van het slagwerk inspireren elkaar. Imbert met felle sax wendbaar
draaiend zo’n beetje als Jon Irabagon met Barry Altschul op 'Foxy'
en Cleaver krachtig met stuwende ritmes zorgen ervoor dat het hard
knettert terwijl het swingt. Het blijft swingen als de vibrafonist mag
soleren, maar dan laait het vuur toch even minder hoog op. De clevere
Cleaver ontwikkelt dan een boeiende lijn naast die van Caracci. En er is
nog het mooie thema. Joe Martin en zijn basspel vallen pas
op vanaf nummer drie, op het innemende 'Po Boy'
waarbij de vibes ons wel meenemen. Voor een traag nummer, voor een
rustgevend nummer, vertederend, maar neem dit met een korrel zout. Je
zou er vertakkingen op Dixilieland en aanverwanten in kunnen horen,
geënt op op een wals culminerend in een krachtig slot. Volgen nog 'Omax
at Lomax' en 'Jamin’ with
Jamin' - vijf nummers maken deze CD
uit, waarvan vier langer dan tien minuten. 'Omax
at Lomax' verwijst zoals de naam doet vermoeden
naar de opnamen door Alan Lomax. Daarop speelt Imbert met geluiden
voordat ze samen een melancholische toon aanslaan. Het verhaal gaat
verschillende kanten uit. De muzikanten improviseren een huwelijk tussen
avantgardistisch vrij spel en traditionele ritmes. Op 'Jamin’ with
Jamin' blaast Imbert de zaak weer harder aan en
ontwikkelen de vier muzikanten opnieuw de opzwepende, meeslepende kracht
zoals eerder in het optreden. Terwijl in 'Ecosystem'
de bas niet opviel, komt die hier heel goed tot zijn recht. In 'Omax
at Lomax' kreeg Martin de ruimte voor een fijne
solo, op 'Jamin’ with
Jamin' neemt Cleaver de gelegenheid te baat om
ons met een meeslepend slot in te palmen… Ja, die avond 'live
au Tracteur' kon deze band heerlijk loos gaan met
een geweldige Cleaver en geïnspireerde Imbert.
|
Wij kozen voor de kracht en het mooie thema van 'Ecosystem of Citybirds'
slechts een 'extended uitreksel keeg je hier want origineel ruim 12'
lang
zondag 3 april 2011
Porgy and Bess, Terneuzen
Stichting Porgy & Jazz presenteert :
Jazz Orchestra of the Concertgebouw met Tom Harrell
(De Amerikaanse trompettist Tom Harrell speelde voor het eerst in Porgy en Bess tijdens het Schelde Jazz Festival)
Bandleider: Henk Meutgeert;
Saxofoons: Joris Roelofs,
lead alt; Jorg Kaaij,
alt; Simon Rigter, Sjoerd
Dijkhuizen, tenor;
Juan Martinez, bariton.; Trompetten:
Jelle Schouten, Wim Both, Rini
Swinkels, Ruud Breuls, Jan van Duikeren.;
Trombones: Martijn Sohier, Jeroen
Rol, Bert Boeren, Martien de Kam. ; Ritmesectie:
drums: Martijn Vink, Marcel
Serierse. ; Gitaar:
Martijn van Iterson. ; Bas:
Frans van Geest. ; Piano:
Peter Beets

© Jos Knaepen
|
Wat is het leuk om eens op een zondagnamiddag rond
15u in een gezellige jazzclub te genieten van een bigband. Het Jazz
Orchestra of the Concertgebouw (JOC) bestaat sinds 1996. Via een grote
wereldtoernee in LA, Azië en komende uit Zuid-Amerika strijken ze
voor de derde keer neer in de redelijk gevulde Porgy and Bess in Terneuzen.
In de band zitten de crème de la crème van de Nederlandse jazzmuzikanten.
Van bij het eerste nummer vliegen ze er direct in. We steken een propje
watten in onze oren voor de stevige blazers want als je redelijk vooraan
zit komt er een geluidsmuur op je af. De pianist van dienst is de
geweldige Peter Beets die vrolijk en zonder moeilijk doenerij straight
jazz speelt met een vleugje ouderwetse stride piano. Wat kan die man
goed spelen zeg. In dat eerste nummer ‘Two brothers’ sterk gelijkend op
het bekende ‘Four brothers’ mogen de rietblazers Simon Rigter (hier de
componist) en Sjoerd Dijkhuizen tekeer gaan als de "Two Brothers". Het
eerste nummer is zo goed gespeeld dat de sympathieke dirigent Henk
Meutgeert , die alles vakkundig aan mekaar praat, aan de geluidsman
vraagt of alles wel opgenomen is want hij wil eens een live plaat opnemen in
deze club. We kunnen wat afkoelen in de ballad ‘How deep is the ocean’
van Irving Berlin. In dat nummer schittert Bert Boeren als trombone
solist. En na het eerste couplet zet de band weer swingend in. Nu komt
eindelijk stertrompetist Tom Harrell erbij en brengt zijn nummer
‘Entrance' met de gehele band. Hij speelt nog wat aarzelend vind ik en
laat veel solo’s over aan de band. In het bekende ‘Come rain or come
shine’ van Harold Arlen komt Tom weer meer aan bod. Hij moet wel zien
dat hij niet van het podium valt want het is krap bewegen. Het podium is
iets groter gemaakt voor deze grote band maar het is toch moeilijk rond
de paal bewegen voor de solisten om bij de microfoon te komen. Tom
schittert uiteindelijk en weet de dirigent te ontroeren in zijn
specialiteit, de ballad, en dit in zijn eigen sterk nummer ‘Time’s
mirror’ gespeeld op flugelhorn. In dat nummer soleert ook de gitarist
Martijn van Iterson. Daarna horen we nog een
uitgekiend werkstuk in verschillende tempo’s aan de hand van Tom in zijn
eigen werkstuk ‘Shapes’. Je kan haast niet geloven dat de band begin dit
jaar bestaansonzeker is , maar toch mits subsidies weer verder kan tot
einde 2012. De Amerikaanse trompettist Tom Harrell is by the
way toch één van de beste trompettisten ter wereld. Tom lijdt erg aan
schizofrenie en moet een kilo pillen per maand slikken. Hij speelt al
vanaf zijn acht jaar en studeerde af aan de Stanford Universiteit op het
onderdeel Compositie. Hij kon na zijn studies meteen aan de slag bij het
orkest van Stan Kenton en in de jaren zeventig speelde hij bij Woody
Herman en Horace Silver. Daarna speelde hij bij Phil Woods. Zijn
harmonieuze spel heeft iets weg van dat van Clifford Brown. Na de pauze speelt Tom Harrell veel sterker en hij
brengt samen met de big band schitterende arrangementen
zoals zijn ballad ‘ Portrait of Jenny’. Na het nummer geeft Henk
aan Tom een innige knuffel omdat de muziek hem als fan zo ontroert. In
het nummer ‘Moon Alley’ brengt Martijn van Iterson
een mooie solo op gitaar) en in ‘Latifa’ brengt
Simon Rigter op tenor een geweldige solo. Tom maakte indruk met
de Charlie Parker compositie Chasin' The Bird', dat hij bewerkte voor big
band. Tom’s nummer ‘Humility’ is helemaal vanuit zijn hoofd geschreven
en dat is opmerkelijk. Op het einde brengen ze allemaal het nummer ‘Blues
for the date’ van Peter Beets met arrangement van Henk Meutgeert.
Hiervoor heeft het JOC orkest een heuse edison award ontvangen voor het
gelijknamige album.. Rodolfo Neves, Jan van Duikeren en Ruud Breuls zijn
hier de solisten. We hopen de band zeker nog eens te treffen in de
Porgy and Bess want ze zijn heel tevreden met de ontvangst.
Het aanwezige publiek gaat met een tevreden gevoel naar
huiswaarts met nog wat nasuizen van de melodiëen.
|
BRICK QUARTET, 6
april in Togenblik, Beveren-Waas
Mathias Van de Wiele, gitaar + Ben Sluijs, alto
sax + Lode Vercampt, cello + Dimitri Simoen, drums
|
Het kan een goed idee zijn om de
optredens te gaan zien van de combo’s van een plaatselijke
muziekacademie. In Beveren kreeg je er van de jazzacademie een concert
bij van Brick Quartet. Het viertal speelde een
geïnspireerde eigenzinnige set. Mathias Van de Wiele die zelf lesgeeft
in Beveren stelde de groep voor en daar gingen ze. Om te beginnen met
‘Snake Skin Velvet’. De slang in kwestie leek een woestijn als habitat
te hebben; aan de lentewarmte van die dag werden schetsen toegevoegd van
verzengende hitte, contrasten tussen bruintinten van zand en schittering
van fel licht. Het had iets van een zacht beginnen in een weinig Bevers
aandoende sfeer. Met titels als ‘Opgedoekt’ en ‘Overstroomd’ kwamen we
al dichter bij Vlaanderenland. Meer bepaald bij een generatie muzikanten
die, net als heel wat internationaal talent, de invloed van de muziek
van Ornette Coleman hebben meegekregen en die adoreren. Sommige mensen
zullen die warse Coleman nooit als muzikant willen appreciëren, maar
daardoor laat Brick Quartet zich niet van de wijs brengen. Deze groep
doet gewoon zijn ding en speelde van Ornette ‘Happy Hour’. In dit kwartet hoeft Ben Sluijs
niet de meest fluwelen klanken uit zijn altsax te halen. Klanken
kunnen hier wat feller glanzen en eerder aan katoen doen denken. Dat
brengt ons dichter bij de associatie met katoenvelden, zo je wil en dat
is niet zo ongepast want Van de Wiele verwijst geregeld naar
bluesstijlen, oa ook naar elektrische blues zoals bij Jimi Hendrix. Primitief aandoende zowel als
delicate of heldere melodieën en tintelende lijnen van gitaar en sax
worden gesteund door een meer dan boeiende ritmetandem. De cello in de
rol van bas zo goed als die van strijkinstrument, over walking bass en
swingende viool tot poten vanonder tafels en stoelen zagende gestreken
contrabas, Vercampt weet zijn kunnen te plaatsen in het geheel. De
drummer heeft nog het meest van een primitieve slagwerker die niettemin
met groot gevoel voor timing de nodige finesse introduceert, maar dan
weer uithaalt als een fan van Animal uit de Muppet Show. De combinatie van deze muzikanten
en hun instrumenten is gewoon zo goed dat kruisbestuivingen tussen
hedendaagse kamermuziek, jazz, blues en rock schitterende vruchten
oplevert.
|
MICHAEL MOORE FRAGILE QUARTET, 15 april in de Singer, Rijkevorsel
Michael Moore, altsax, klarinet + Harmen Fraanje,
piano + Clemens van der Feen, contrabas + Michael Vatcher, drums
|
Beginnen met de standard 'It Might As
Well Be Spring' en op het eind een bewerking ten beste geven van Bob
Dylans 'One Too Many Mornings', het zegt veel over de zangerigheid die
Michael Moore met het Fragile Quartet voor ogen heeft.
De rest eigen nummers, veel premières en ook enkele 'oude', zoals
Moore het noemde. Dat zegt veel over de stand van zaken: van deze vaste
groep zit een nieuwe CD aan te komen. De muzikant settelde zich ruim 25
jaar terug in Amsterdam en spreekt bijna perfect als een Nederlander
zijn veramerikaanste variant op de taal. Prachtig op altsax en wondermooi op
klarinet zong hij 'It Might As Well Be Spring'. Drummer Vatcher speelde
intens met zijn van ritmiek doordrongen lijf mee. Zoals hij soepel zacht
tot geweldig krachtig drumt vormt hij met Moore a.h.w. de as van zang en
ritme. Pianist Harmen Fraanje mag dan een rijzende ster zijn, in dit
kwartet speelt hij vnl. spaarzaam en welgemikt. Eén en al oor voor de
gang van zaken kiest hij zijn vingerzettingen. Als hij aan het soleren
gaat, kan hij naar het supersonische neigen en toch blijft hij het
grotere geheel dienen, past hij zijn technisch sterke solo superb
gedoseerd in het nummer in. Opvallend naturel geconcentreerd en
trefzeker vervolledigt Clemens van der Feen op contrabas de ritmesectie.
Meestal is hij de tweede adem van de ritmetandem met Vatcher, niet in de
zin dat hij nakomt, maar als een tweede paar longen dat beheerst het
ritme van zuurstof voorziet. Hij benut de snaren en de klankkast met
zijn handen, met zijn vingers heel efficiënt. Soms met een strijkstok
die er uitziet als de Saab onder de strijkstokken. Al is dat dan
misschien een bordeaux oldtimer Saab... Vatcher speelt zonder gêne met
zijn hele lichaam heel delicaat. Droge troms, fijne tikken, scherpe
randen, harde meppen. Drums en percussie op fijnzinnige wijze. Moore
blaast op sax en klarinet met veel gevoel oude songs en nieuwe, tussen
compositie en impro, van traag lieflijk lyrisch en fragiel tot krachtig
of zurig, medium of up tempo. Prachtig gewoon. Altijd wel met een
verrassing in petto – wie had in dit concert een nummer verwacht dat
gegroeid leek in Thailand? De jonge Nederlanders waren samen niet
lang geleden ook de helft van het Narcissus kwartet (met Robin Verheyen),
hier spelen zij in vloeiende en anders boeiende tempowisselingen mee met
oude rotten Moore en Vatcher, inwijkelingen van overzee die al jaren en
met klasse op het Europese continent de jazz hier mee kleur geven. De
jongere kijken op naar de oudere, met respect, en zoals zij dit sterke
kwartet vervolledigen, zijn zij niet zomaar de helft. |
| Danny De Bock |

|
Vijay Iyer bracht met zijn trio in 2009
'Historicity' uit dat werd uitgeroepen tot een van de beste CD’s van dat
jaar. Zijn Solo album van vorig jaar ving ook heel lovende reacties.
Begin 2011 kwam 'Tirtha' uit, een andere trioplaat, niet met zijn kompanen
Marcus Gilmore (drums) en Stephan Crump (bas), maar met een sterk
Indische inslag ism Prasanna (gitaar) en Nitin Mitta (tablas). Terwijl
Tirtha in Europa in een aantal zalen werd voorgesteld, vond Iyer de
gelegenheid om op andere podia ook een aantal concerten in duo te spelen
met Craig Taborn. Die combineerde deze duo’s dan weer met live concerten
met de groep van Michael Formanek. Craig Taborn is zowel into piano als
elektrisch toetsenwerk, hij wordt een veelzijdig improvisator genoemd en
speelde de voorbije tien jaar naar verluidt op meer dan 50 uitgaven mee
(oa met Tim Berne, Drew Gress, Dave Douglas). Hij
is ook te horen op de nieuwe CD van David Binney in een uitgebreid, maar
select gezelschap. Eerder deed hij ook al dingen met Carl Craig, een
naam die je met de Detroitse technoscene verbindt. Solo
gaat hij binnenkort zijn CD 'Avenging Angel' voorstellen (bvb in Bimhuis,
1 vd concerttips trouwens van trompettist Peter Evans..) Duo’s zijn sowieso intense belevenissen en
het wordt er alleen maar spannender op als de twee muzikanten ook nog
eens hetzelfde instrument bespelen. Als zij dan ook beide op dat
instrument tot de top worden gerekend zijn de verwachtingen
hooggespannen. Deze avond werd een artistiek hoogstaand concert gespeeld,
met ook moeilijke stukken die soms moeilijk te bevatten waren. In de prachtige Henry Le Boeufzaal van de
Bozar kunsttempel stonden twee piano’s zij aan zij, namen de
pianospelers tegenover elkaar plaats en Vijay Iyer gaf de start. Craig
Taborn vulde aan, zijn spel doorkruiste en verzoende zich met dat van
Iyer. Andere keren begon Taborn het volgende stuk. Tijdens hun spel
keken zij elkaar niet aan. Tussen de nummers wel, dan hadden ze
oogcontact of zeiden zij iets tot elkaar. Titels van nummers werden niet
meegegeven. Er werd niet van het blad gespeeld, maar je kan vermoeden
dat ze een aantal lijnen in het achterhoofd hadden en daarmee aan de
slag gingen. De eerste stukken deden aan als weldoordachte composites in
moderne klassieke muziek. Autodidact Iyer speelt meer breedvoerig, meer
noten, maar combineert ook onvervaard avontuurlijk de linker-en
rechterhand, van de laagste tonen tot de hoogste. Taborn zoekt wat
minder de uitersten van het klavier en pakt het vaak minimaal aan
vergeleken bij Iyer. Als Taborn snel gaat spelen kijk je in bewondering
hoe snel en trefzeker zijn vingers combinaties maken. Hij wil wel eens
ritme maken door repetitief met noten te kringelen. Iyer is ook niet
vies van het herhalen van simpele noten om een eenvoudig ritmisch
element in de complexe gehelen te stoppen. Als zijn vingers snel gaan
lijkt zijn hand een snel dansende spin te worden en kun je zijn vingers
niet meer tellen. En je kon ook beider handen volgen als je een beetje
schuin voor het podium zat, want halverwege wisselden zij ook van zitje. De virtuositeit van beide pianisten werd niet
aangewend om herkenbare jazzstandards te vernieuwen. Lyriek werd met
toevoeging van harde contrasten en vreemde melodieën op- en afgebouwd.
Het ging van traag naar snel in ongehoorde overgangen. Er werd wel
verwezen naar oude harmonisch vlotte jazz en zeker ook naar free jazz,
maar het geheel was één en al 21ste eeuws vrije muziek.
Gaandeweg leek het soms ideale muziek voor een moderne danschoreagrafie
met bewegingen, gaande van soepel tot onnatuurlijk aandoend. Goed voor een
diepgaande reflectie over diversiteit en samenhorigheid. Altijd een
spanningsveld, aldoor naar elkaar luisterend en soms elkaars
tegengestelde, maar over de hele lijn één artistiek knap duo. We vroegen om een bis. Dat werd geen coda,
maar het langste stuk van de avond. Dat was verdraaid nog even
doorbijten, het leek of ze geen idee hadden of wilden hebben waar ze het
in schoonheid wilden laten eindigen. De energie die zij overbrachten,
namen we graag mee naar buiten!
|
JAZZ & BEYOND DELUXE: THOMAS SMETRYNS
– CHICAGO SONGBOOK / PETER BRÖTZMANN CHICAGO TENTET in De Vooruit, Gent,
donderdag 28-04-2011
Wim Konink (vibrafoon), Jakob Ampe (zang), Daan
Vandewalle (piano), Thomas Smetryns (gitaar & 78-toerenspelers), Kristof
Roseeuw (contrabas) & Bart Maris (trompet) / Peter Brötzmann (reeds),
Johannes Bauer (trombone), Jeb Bishop (trombone), Mats Gustafsson (sax),
Per-Åke Holmlander (tuba), Kent Kessler (bas), Fred Lonberg-Holm (cello),
Joe McPhee, (trompet) & Paal Nilssen-Love (drums), Ken Vandermark (reeds) &
Michael Zerang (drums)
RUDRESH MAHANTHAPPA’S CODEBOOK (SAMDHI) 1 Mei, de Singer, Rijkevorsel
Rudresh Mahanthappa,altsax en electronica + David
Gilmore, el. gitaar + Rich Brown el. basgitaar + Damion Reed, drums

© Guy Van De
Poel
OVERTONE QUARTET in De Roma, 4 mei 2011
Jason Moran, piano, keyboards, Mac
- Chris Potter, tenorsax, sopraansax - Larry Grenadier,
contrabas - Eric Harland, drums
![]()
Overtone Quartet
mét Dave Holland © fotograaf onbekend
|
Larry Grenadier verving Dave Holland die om privé
redenen concerten schrapte. Anders was dit kwartet ¾
van de groep die in 2007 'The Monterey Quartet'
vormde op het Monterey Jazz Festival. Met Dave Holland erbij was het
de voltallige groep geweest die na het festival nog een aantal
concerten verzorgde met Jason Moran ipv Gonzalo
Rubalcaba aan de piano. Overtone Quartet is dus een vervolg op wat in
2007 een gelegenheidsgroep was, maar toen speelde alsof al
veel langer een hechte band tussen de leden bestond. Wie wil, kan dat
horen op de live CD van The Monterey Quartet: 'Live' ... In de bezetting die De Roma aandeed is de groep ook
weer uit topjazzmuzikanten samengesteld en wat het onverwacht en extra
spannend maakte, was de avontuurlijke inbreng die Moran er instopte. Het
duurde niet lang eer hij met samples en scherpe vervormingen de
elektronica liet meespelen. Soms als een stoorzender of als toevoeging
van een dj die een nieuwe laag aanbrengt. Gaandeweg wist hij de scherpe
elektronische klanken die hij als derde instrument aanwendde heel sterk
in de muziek te verweven, pal erop en erin. Zijn afwisselen met
vleugelpiano en keyboards haperde geen enkele keer, dat sloot telkens
nauw of alleszins logisch bij elkaar aan – fascinerend hoe vlot en
organisch hij van het ene klavier op het andere overgaat, zowel sober
stukken begeleidend als mee op het voorplan tot in solo’s toe. Het was Moran die toen de groep opkwam de micro ter
hand nam, de band kort voorstelde en de titel meegaf van het eerste
nummer, 'Treachery' van de hand van Eric Harland, ook openingstrack
op de live CD van 2007. Het werd duidelijk een andere versie. Met
een andere pianist en een andere bassist, maar ook: vier jaar later en
we hebben het hier over jazzmuzikanten die sterke structuren gebruiken
om er zich vrijelijk in uit te leven. 'Treachery' ging meteen in vlot
tempo vooruit. Tweede nummer was er één van de CD 'Ten' van het trio van
Moran. Het bracht een bluesy feeling in de set en zette Potter aan tot
meer lyrisch, warmer spel dan hij in andere settings soms verkiest. Hij
wisselde tenorsax af met sopraan en kon zo op zijn eentje de gang van
twee op elkaar volgende blazers gaan. Aan vier, vijf
nummers had Overtone Quartet de handen vol om een set te vullen, maar
wat voor handen waren hier ook aan zet! Zalig afwisselen deed Moran aan
vleugel en keyboards , maar hij was niet alleen om voor afwisseling in
het geheel te zorgen. Het enthousiame vonkte er bij Larry Grenadier van
af in zowel trager als snellere composities . Ergens, toen piano en sax
stil bleven wou hij graag nog de drumsolo inleiden of zelfs begeleiden,
maar Harlands blik liet duidelijk verstaan dat hij de ruimte voor hem
alleen wou. Voor een opmerkelijk stukje solo drummen, met
minimalistische en droge slagen, maar ook met opzwepende rijkdom. Een lang uitgewerkt stuk klonk als de meeslepende
soundtrack bij een ingewikkelde bankoverval die net niet goed afliep en
uitdraaide op een spannende achtervolging... Ook zonder je fantasie in
gang te voelen schieten was er genoeg te beleven, een bisnummer was dan
ook gewenst. Dat was de kroon op het werk, een heerlijk danserig stuk
dat zelfs perspectieven zou kunnen openen voor geweldige technojazz.
Traditie en mainstream werden allesbehalve belachelijk gemaakt, we
hoorden smaakvol grenzen aftasten en verleggen, uit de bocht gaan en
weer vaste voet krijgen, (sub)genres vermengen: het was weer zwaar de
moeite!
|
Jef Neve solo - Privé concert

|
Jef Neve aan een vleugelpiano op zijn eentje, en
dat voor de eerste keer in de nieuwe locatie van de Jazzzolder. Da’s
genieten want je kan hem niet zo vaak solo zien spelen. Dat hebben Lejo
en enkele sponsors gewonnen in het kader van Broederlijk Delen. In feite
'winnen' is betrekkelijk want we geven alles weg voor het goede doel
inclusief de drankomzet vandaag. Naar het schijnt doet Jef dat
regelmatig. Het is leuk om hem nog eens te zien spelen in de
Jazzzolder al waar het voor hem allemaal begonnen is, nu meer dan 10
jaar geleden. Hij begint met een rustig ingetogen nummer
‘Inner peace’ van zijn eerst CD ‘Blue Saga’. Daarmee is de toon gezet
voor een prachtig concert in één set van ruim een uur. Het
volgende nummer is een blues standard van Monk ‘I mean you’ waarmee hij
het ganse klavier overloopt. In ‘Sofia’s dream’ beschrijft hij zijn
indrukken van de stad Sofia in Bulgarije op weg in het vliegtuig. Jef
uit zijn bewondering in het geweldige ‘Lush life’ van Billy Strayhorn
die altijd in de schaduw van Duke Ellington heeft gewerkt. Billy is
zwart en gay en het nummer geeft de frustaties weer van een jonge tiener
in NYC. Jef geeft er hier een apart begin aan. Daarna het nummer met de
vreemde lange titel ‘Nothing But A Casablanca Turtle Slideshow Dinner’
met snelle, repetitieve patroontjes aaneen geweven totdat er teveel
opgehoopte druk is. We missen de drums en bas niet. De nummers blijven
overeind staan. In het nummer 'Endless Dc' gaat het over
herkenbare situaties uit het leven. Hij koppelt dit aan de muziekterm 'Da
Capo' waarin je iets herhaalt tot het einde. Opvallend is dat Jef meer
begint mee te neuriën zoals ook Keith Jarrett dat doet Jef Neve spreekt met anecdotes en bondige uitleg de nummers aan mekaar zoals ook het volgende verhaal met zijn compaan Pascal Schumacher , de bejubelde Luxemburgse vibrafonist. We horen van Pascal het nummer ‘Wonderword’ naar een gelijknamige casino in Luxemburg waar ze een slechte gage hadden ontvangen en dan maar (vruchteloos) hun geluk wilden beproeven met het gokken. Op het einde brengt Jef neve nog de verdiende bis ‘One for the road’ en dat doen we dan ook in de bar.
(michel p) |
clicketick for slideshow !
- Persbericht
Tricycle presenteert
nieuwe CD Queskia?

|
Met 'Queskia?' brengt Tricycle zijn 3de CD
uit, voor het eerst op 'Aventura Musica', het eigen platenlabel van
muzikant-componist Tuur Florizoone. Vier jaar na King Size waarop enkele
gastmuzikanten het trio versterkten, keert Tricycle terug naar de bron en
naar de eenvoud. De eigen
composities tasten de grenzen van wereldmuziek en jazz af. Het is een pure
akoestische plaat geworden, live ingespeeld, met zowel pittige als sobere
melodieën, mooie harmonieën en heel veel speelgenot. De originele
composities van accordeonist/pianist Tuur Florizoone (o.a. algemeen bejubeld
voor zijn filmscore van de internationaal gelauwerde ‘Aanrijding
in Moscou’) roepen spontaan filmscènes op. Het is muziek die houdt van de
oude clichés, die subtiel worden aangekaart, vermomd, vernieuwd en net op
tijd worden vermeden. Kortom, muziek voor een avontuurlijk publiek dat graag
reist, nieuwsgierig en een beetje nostalgisch is. ‘Café Terminal’ en ‘Valse
des Frimeurs’, twee nummers uit de filmscore van ‘Aanrijding in Moscou’ (in
2008 genomineerd voor de World Soundtrack Awards) werden voor Queskia? door
Tuur in een nieuw arrangement gestoken, ditmaal uitgevoerd met de
instrumenten van het trio. De samenstelling van TRICYCLE (www.tricycle.be)
is een puur ‘Belgisch’ verhaal, met een Vlaming, een Brusselaar, en een
Waal, die elk meertalig zijn, alsook de universele taal van de muziek
spreken en spelen. Na 12 jaar heeft het trio zijn eigen muzikale wereld
gecreëerd en zijn de muzikanten sterk naar elkaar gegroeid zonder hun
identiteit te verliezen.. Tuur
Florizoone, accordeon, piano & composities. O.a. bekend van filmscore ‘Aanrijding
in Moscou’, Carte Blanche (Festival d'Art de Huy), samenwerkingen met Philip
Catherine, Jean-Louis Matinier, Carlos Nunez, Alfredo Marcucci, Zahava
Seewald, Chris Joris... Nieuw project: ‘Mixtuur’ met o.a. Aly Keita, Tutu
Puoane en Chris Joris (CD komt uit in september 2011). Philippe
Laloy, alt/sopraan sax, basfluit/dwarsfluit. O.a. samenwerking met Karim
Bagilli, Ô monde aveugle… Vincent
Noiret, contrabas. O.a. soloproject ‘Facing the ghost’ en project met Ghalia
Benali… Queskia? is
uitgebracht op 'Aventura Musica', het gloednieuwe
platenlabel van Tuur Florizoone. Te koop in de FNAC of via
www.tricycle.be en
www.tuurflorizoone.be.
|
Concertagenda Tricycle
Tuur Florizoone, chromatic &
bass accordion, piano, glockenspiel + Philippe Laloy, soprano & alto
saxophones, flute & bass flute + Vincent Noiret, double bass
|
Vier jaar na de CD 'King Size' brengt Tricycle een
nieuwe uit, ditmaal zonder gastmuzikanten. Opnieuw
vinden zij hun eigen muzikale wereld uit aan de grenzen van wereldmuziek
en jazz. Muziek van Tuur Florizoone kan U ook kennen van de veelgeprezen
soundtrack bij de internationaal geprezen film 'Aanrijding in Moscou'.
Philippe Laloy speelde oa met gitarist en oudspeler Karim Bagilli,
Vincent Noiret met de zangeres Ghalia Benali. De CD opent met het titelstuk 'Queskia?' Een
toegankelijk nummer dat de luisteraar met zoet betoverende meleodie
meevoert en zich na enkele luisterbeurten vlot in het geheugen blijkt te
nestelen. Het tempo vertraagt in 'To autumn' dat er op volgt. Zoals de
herfst nodigt het uit tot melancholie, overpeinzing en verstilling. Met
'Positiv' wordt de muziek weer levendiger en ligt de nadruk weer op
positieve vibes. Met fjngevoelige, maar krachtige sopraansax, warme
basnoten en vibrerende accordeon wordt de stemming vrij danserig. 'Les
enfants rouges' leidt dan weer een trager hoofdstuk in dat speels begint,
alsof het met een kinderlijke blik kijkt naar en wil vertellen over de
uiteenlopende levensvormen die een woud rijk is. Daar is ook plaats voor
gefantaseerde wezentjes... en als dan enige vermoeidheid optreedt, is de
tijd rijp voor 'Siesta', soezen en dromerig indommelen. Het mag intussen duidelijk zijn: net als het artwork
op de voor-en achterkant van de hoes maakt de muziek een betover(en)de
indruk. Soms komt een gevoel van herkenning op
en telkens blijkt dat niet helemaal terecht. Deze CD kan herinneren aan
de muziek van Yann Tiersen bij 'Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain' of
aan 'Die Anarchistische Abendunterhaltung', maar is anders. Er komen
stukken in voor die lijken te verwijzen naar fado of muziek voor
Bulgaarse stemmen, maar hier komen nauwelijks menselijke stemmen aan te
pas. Oude voorbeelden worden geëerd zonder ze klakkeloos na te spelen,
ideeën van al dan niet volkse muziekjes uit verschillende windrichtingen
worden niet zomaar overgenomen, maar opnieuw uitgewerkt. We horen hier
voorbeelden van heerlijke vruchten die door globalisering en
kruisbestuivingen kunnen rijpen. 'Cafe terminal' en 'Valse des frimeurs' zijn
vernieuwde hernemingen van twee composities uit de filmscore bij 'Aanrijding
in Moscou'. Het is met 'Cafe terminal' dat het tragere drieluik dat
speels was ingezet weer afloopt, het is met 'Valse des frimeurs' dat
opnieuw een danserige stemming wordt opgenomen. Opnieuw zijn we
vertrokken voor drie nummers lang een wat sneller tempo. Met 'Un, deux'
steekt de groep nog een tandje bij, zou je als luisteraar spontaan in de
handen kunnen klappen, “hoppa” roepen... De afwisseling tussen
verschillende tempi, het samenspel van deze drie fijne muzikanten met
hun verschillende instrumenten, hoe zij met warme en
frisse klankleuren een eigen homogene sound weten te
kneden: het kan alleen maar aanslaan op komende festiviteiten zoals (28
mei) Brussels Jazz Marathon en (8 aug.) Esperanzah! Check’em out!
|
Queskia ? We kozen dus eerder voor track 'Queskia' als teasing sample !
JAMES FARM in De Roma, 1 juni
2011

© Guy Van De
Poel
Joshua Redman, tenor- en sopraansaxofoon + Aaron
Parks, piano + Matt Penmann, contrabas + Eric Harland, drums
|
De eerste letters van JAMES FARM komen van de
voornamen Joshua, Aaron, Matt en Eric. De volgende letters zouden kunnen
staan voor 'Sing Fine And Rich Melodies'. Maar in de naam zit dus
'FARM'. Zoals van een Westerse boerderij die traditie belichaamt, maar
mee evolueert met zijn tijd? En daarom met elektronische middelen werkt,
dicht bij de natuur, dezer dagen vanuit een ecologische noodzaak meer
dan vroeger op zoek naar harmonie met natuurlijke kringlopen... Was Eric
Harland in dezelfde zaal een maand eerder bij Overtone Quartet
opgevallen met vaak subtiel drumspel, met James Farm was de ritmetandem
met Matt Penmann zo elektrisch versterkt dat ze zich haast een rocksound
aanmaten. Penmann stevig op lage bastonen en Harland sterk op de troms
gericht en weer heel zuinig met de basdrum. Deze ritmesectie speelde op
Aaron Parks’ debuut-CD bij Blue Note, 'Invisible Cinema'. Redman,
Harland en Penmann kennen elkaar van bij SF Jazz Collective. En met het
groepsgevoel dat ze hier delen kunnen ze hun troeven uitspelen. Joshua Redman is een blazer die van hard
swingend tot in ballades gedecideerd kracht en zachtheid in zijn sound
combineert. In deze groep die een voorliefde voor songs lijkt te delen
is hij vooraan op het podium de eerste zanger. De composities van de
vier groepsleden worden live uitgewerkt in de geest van het geschrevene,
dwingend in hun woordenloze denken en voelen. James Farm openden met
'1981' van Penmann en speelden het concert in één lange set vooral nog
meer nummers van hun CD. 'Polliwog' van Redman en 'Unravel' van Parks
bvb hoefde je nog maar eens op de radio gehoord te hebben en ze riepen
al een vertrouwdheid op met hun rijke melodieën. 'Rijke Melodiën' lijken
wel hun handelsmerk. Unravel combineerde weer spannend geduld, ongeduld
en zoeken. Een hoogtepunt werd opgebouwd na de aankondiging van een
wereldpremière van een nieuw stuk van Harland. Een bijzonder
moment lag in het opdragen van een nummer aan Marc Van den Hoof, een
korte, fijne song. 'I-10' en 'Star Crossed' klonken geweldig... De bijdragen van de vier aan de geweldige
melodieuze song en hun solo’s leken inzicht van de chemie onderliggend
aan emoties te doorgronden. Energiek en kien deden zij hun ding. Parks'
meeslepende lyrische solo’s met kleine onderbrekingen, pauzes van
inhouden tussen de welgespeelde heerlijke opeenvolgingen van noten waren
memorabel. En we zagen en aanhoorden met even goed ontzag
Joshua, Penmann en Harlmand soleren. De lange set eindigde zodanig
swingend dat stoppen niet gepast was en een bisnummer zich opdrong. We
kregen nog iets zachts, om met een blije glimlach de concertzaal te
verlaten.
|
|
We stellen u graag het
nieuwe album voor op ons W.E.R.F.-label: "Hold the line!" van Trio Grande &
Matthew Bourne (W.E.R.F. 093). Na hun zeer geslaagde en
enthousiast onthaalde album "Un matin plein de promesses" (W.E.R.F.069),
besloot het Belgisch-Franse collectief Trio Grande en de Britse pianist
Matthew Bourne opnieuw de handen in elkaar te slaan. Het trio, bestaande uit de
Belgische drummer/percussionist Michel Debrulle, trombonist/tubaspeler
Michel Massot en de Franse klarinettist/saxofonist Laurent Dehors, gaat
ondertussen al een kleine twintig jaar door het leven en heeft in pianist
Matthew Bourne een ideale bondgenoot gevonden om hun eigenzinnige muzikale
universum mee te versterken. Er wordt gestoeid met klankkleuren, de grenzen
van de instrumenten worden afgetast en dit al flirtend met harmonie en
ritmiek. En daar bovenop wordt heerlijk geïmproviseerd! Dit alles resulteert in
verrassende, spannende en bovenal nieuwe muziek, die van de beginnoot tot de
laatste weet te boeien!
|
TRIO GRANDE & Matthew Bourne “Hold the line!”
Matthew Bourne, piano, voice +
Michel Debrulle, drums, percussion + Laurent Dehors, clarinets, saxophones +
Michel Massot, tubas, trombone
|
Trio Grande en Matthew Bourne nemen de
luisteraar mee in een kleine vertelling 'D’une autre époque'. De opener
laat een vreemde Brit aan het woord in een traag vertelsel dat abrupt
eindigt als de drommel zich wat te ver over de rand rekt om iets te
bekijken dat moeilijk te zien is. Als in een variant op Alice in
Wonderland zijn we dan in een aparte fantasiewereld beland. Daar
huppelen muzikale thema’s rond terwijl andere zich voortslepen of dansen.
'BDK theme' is daar meteen een prima voorbeeld van. Met een vrolijk
ritme bloeit een mooi liedje open, maar na een minuut komt een ander
liedje, een dramatisch liedje voorbij, volledig met zichzelf bezig en
het gaat gauw weer weg. Het vrolijke liedje kan weer verder spelen en
schoon afronden. Wie van Zappa-esk houdt of van FES e..a 'Peter
Vermeersch'en kan met de kapriolen van dit kwartet aardig aan zijn
trekken komen. Grillige bewegingen, vlotte dansritmes en sensuele lijnen
volgen elkaar op. Sommige stukken beginnen als een vingeroefening die
herhaald wordt en waar dan creatief bij wordt geborduurd (vb '2666' -
ook de titel van de dikke roman
'2666' van de
Chileens-Spaanse schrijver Roberto Bolaño).
Invloeden uit oude en hedendaagse klassieke muziek en jazz, vnl
van de piano van Bourne, mengen zich met de folk, de filmische
spankracht en warme aardekleuren van het trio. Als je er voor open staat,
zetten de muziekjes van dit trio plus één graag je verbeelding aan het
werk. Je kan je er moeiteloos korte scetches of komische filmpjes bij
voorstellen rond grappige, kleine uitvinders bvb in sprookjesachtige of
surrealistische decors. Belangrijker dan ontdekkingen die de wereld
veranderen zijn hier vindingrijke ideeën en bijzondere mechaniekjes die
iemands persoonlijke bestaan zin geven. Als Dehors dan gevoelig en
lyrisch sax speelt, krijg je een Charlie Haden Quartet West gevoel en
toch weer niet, in tedere muziek voor een gepijnigde ballerina die
blijft doorgaan ('Roche Colombe') of deel je in het pakkende, edoch
voorbijgaande verdriet ('Triste') van iemand die je tegenkomt in de
bonte verzameling figuren wiens habitat en maniertjes Trio Grande &
Matthew Bourne verklanken. Sommige zijn vastbesloten doordrammertjes (oa
'Wendy en Clafoutis'), andere zijn behoedzaam en toch niet te stuiten
nieuwsgierig op zoek naar verborgen deurtjes en trapjes om geheime
schatten te vinden ('Les petits escaliers'). De meesterlijke Massot verzorgt met zijn tubas
meestal de rol van basspeler, maar een enkele keer neemt Dehors die taak
waar met basklarinet terwijl Massot een fijn stukje op trombone blaast.
'Valse des p’tits pépés' dat begint als een wake voor gesneuvelde
speelgoedsoldaatjes doet dat deels en laat de rol van uitgesproken
basspel dan weer varen. In het eigen universum van deze vier muzikanten
kunnen klankkleuren plotsklaps veranderen en is er geen eenduidige
constante. Drummer/percussionist Debrulle die bijna de hele tijd sterk
maar zonder overdaad aanwezig is en tussen speels en ernstig de ritmiek
steunt en schraagt, zorgt voor een opmerkelijk logische continue binding
van de vele kleuren en tinten. Het is uitkijken naar Jazz Middelheim
waar deze vier als eersten het podium zullen innemen. In het prille
begin van de 30ste editie van het festival moeten hun
muziekjes heel wat harten en hersens kunnen plezieren!
|
'Clafoutis' is een levendig
kortverhaal op zich,
JON
IRABAGON FOXY TRIO 14 juni 2011 in de Hnita-Hoeve, Heist o/d Berg
Jon Irabagon, tenorsax + Peter
Brendler, contrabas + Barry Altschul, drums
![]() © Guy Van De Poel |
|
“Yeah,” riep Jon Irabagon Barry Altschul toe
toen ze met z’n drieën na elkaar het podium opkwamen. De drummer had op
weg naar zijn drumstel gevraagd of hij alvast zou beginnen. Irabagon had
zijn tenorsax nog niet uit zijn koffer gehaald. Hij was ‘m nog aan het
omgespen toen hij hoorde dat hij verwacht werd al in te vallen. Met
korte ademstoten in de sax kondigde hij zijn komst aan. Peter
Brendler zocht nog een beetje het juiste volume om zijn krachtige
kompanen bij te staan met creatief basspel en daar gingen ze! Heviger
dan een achtbaan kronkelend en vooruit stomend. We kregen het Jon Irabagon Trio zoals op de Foxy
CD met de geinige hoes die verwijst naar 'Way Out West' van Sonny
Rollins in 1957 waarop Rollins poseert als een Old Cowhand, maar Foxy nu
plus een vetgeile knipoog naar sexy seventies platenhoezen. Dat Foxy
Trio speelt alsof zij inpikken op een solo bij pakweg 'Striver’s Row' of
zo van Rollins in 1957 live in de Village Vanguard met een zelfde
kleine bezetting zoals Rollins in dat gezegende jaar glansrijk
uitprobeerde en daarmee een nieuwe trioformule leven inblies... maar
Irabagon begint te soleren en blijft improviseren, meer dan de helft van
de tijd met een rotvaart. Terwijl op de opnamen van die 'live at the
Village Vanguard' songs staan waarop vrijelijk werd geïmproviseerd, maar
de songs ook songs bleven, speelt 'Foxy' zich af rond de
improvisatievermogens van Irabagon en co. In het vrije spel van deze
moderne tenorgigant duikt geregeld verwantschap op met solo’s en thema’s
van lekkere oude opnamen en dat blijft dan niet beperkt tot composities
die Rollins bracht (of nog kan brengen, wij zijn benieuwd naar zijn
verschijning op Gent Jazz 2011), net zo goed kan een stuk van bvb
Thelonious Monk langskomen.
De snelheid waarmee Irabagon kan spelen en
improviseren is van zo’n hoog niveau als Rudresh Mahanthappa’s,
veelgeprezen altsaxofonist die nu hoge toppen scheert of als het spel
van trompettist Peter Evans met wie Irabagon de blazerssectie
uitmaakt bij 'Mostly Other People Do The Killing'. Met Evans heeft hij
in die groep die drang gemeen om inspiratie te halen uit (delen van)
oude standards gecombineerd met uiteenlopende technieken en stijlen uit
een eeuw of wat jazzgeschiedenis. Zijn enorme begaafdheid en voorliefde
voor snelheid toont hij met een overweldigende vurigheid, bij 'Foxy'
voortdurend opgezweept door de stuwende drums van Altschul. Die speelde
in de sixties al met Paul Bley, in de seventies met oa Anthony Braxton,
Chick Corea, Dave Holland, Sam Rivers en behoorde toen al tot de top van
musici die de jazz vooruit hielpen. Met 'Ullman / Swell 4' zagen we hem
afgelopen herfst nog in de Hnita in grote vorm. Brendler (oa bij John
Abercrombie te horen) toonde zich bij 'Foxy' een aandachtig bassist die
volgt en vooruitvoelt. Met uitmuntend spel zorgde hij continu voor de
meest toepasselijke bouwstenen in de sound en avontuurlijke opstoten van
dit trio. Maakten zij in de eerste set de indruk van een
wervelwind waar geen ontsnappen aan was, in de tweede brachten zij echte
composities. Het adembenemende was er dan wel af, maar het bleef
genieten met 'Irina' en 'Beyond School' van Altschul, 'Four Winds' van
Dave Holland plus nog twee eigen nummers, één van Brendler ('Half a
dozen for the other') en één voor Wayne Shorter ( The Statement's Song,
thanks Michel Proesmans vor die titels) van Irabagon. Het was dan nog
geestig uitbollen bij het bisnummer, Irabagons favoriete Frank Sinatra
zoals hij ’t aankondigde, “In Our Way,” zoals Altschul toevoegde: 'I’m A
Fool To Want You'. Opgeladen en blij werden we de nacht ingestuurd, echt
niet in de stemming om meteen te gaan slapen.
|
FRED VAN HOVE, piano + ELS VANDEWEYER,
vibrafoon + PAUL LOVENS, drums + MARTIN BLUME, drums
|
Jonge leeuwen moeten de kans
grijpen als ze zich voordoet, dus gelijk hadden de drie jongelingen
Gerard Herman (saxen en meer), Gino Coomans (cello’s en muziekdoos) en
Erik Heestermans (drums) van Sheldon Siegel dat zij zich in de kijker
probeerden te spelen als voorprogramma. Dat het mij voorkwam als een
weinig betekenend heruitvinden van eerder primitieve vrije
improvisatiemuziek en mij nauwelijks raakte, mag hen geen zorg wezen.
Free jazz is voor mij geen dagelijkse kost en als ik er niet voor in de
stemming ben, moet het al meesterlijk knap gebracht worden om mijn
aandacht vast te houden. Daarin slaagde de hoofdact op deze avond
wél. Ik had mij staan afvragen of ik er nog voor in de mood was,
maar het gezelschap met Fred Van Hove speelde fe-no-me-naal.
Pianist Fred Van Hove is een grootmeester van de free,
éminence grise die in 1968 met Peter Brötzmann meespeelde op oa de
legendarische lp 'Machine Gun' en sindsdien nog vele andere allianties
aanging en ook solo werk afleverde. Met zowel geweldige techniek als
treffend emotionele diepgang bevestigde hij in de coStA voor de kenners
en verklaarde hij spelenderwijs zijn faam voor de verkenners. Bij die
laatste mag u mij dus rekenen. Ik zag een concert waar ik vol ontzag
naar keek en luisterde. Wat ik ken van de avantgarde jazz van voor de
free, van de free jazz an sich en van de improvisatie en vrije muziek
sindsdien deed mij bij deze belevenis ervan overtuigd geraken dat
pianist Andrew Hill en vibrafonist Bobby Hutcherson blij zouden zijn als
zij hier aanwezig waren geweest. Even dacht ik ook aan Jason Moran,
plots was er een bezwerende passage waarvan ik dacht dat ook hij er
duimen en vingers bij zou aflikken. De bezetting van een pianist, een vibrafonist en twee
drummers is weinig alledaags, maar was met deze vier muzikanten ideaal.
Paul Lovens, ook een grote meneer die al sinds 1969 meedraait en bekend
is van bij Alexander von Schlippenbach en Global Unity Orchestra speelde
gretig in op wat zich afspeelde. Martin Blume, de andere drummer viel
iets minder op, maar vulde met luisterend oor en treffend spel het
geheel mee op. Nog meer slagwerk kwam van de dame in het gezelschap en
die speelde geconcrentreerd en verbluffend op vibrafoon. Vaak leek het
of de drummers patronen tekenden die de prachtigste tekeningen
versierden die Van Hove en Vandeweyer uitwerkten. Soms leken zij de
grote Kunstenaars die zich door jongere getalenteerde leerlingen lieten
begeleiden terwijl Els Vandeweyer de jongste van het viertal is: een
jonge vrouw is die qua leeftijd kleindochter zou kunnen zijn van Van
Hove. Zij woont en werkt in Berlijn, heeft ook al performances gedaan in
Chicago en gespeeld met oa Ken Vandermark, Paal Nilssen-Love en Tim
Daisy. Zij bedient zich van oa stokjes, zelfgeprepareerde handschoenen,
metalen schoteltjes en zij schijnt perfect te weten welke klanken
zij er mee wil maken om de meest wonderlijke en overheerlijke muziek te
creëen in het gezelschap van het moment. Zij leek tijdens dit concert
een tijdlang in een platonisch liefdesspel verwikkeld met de pianist,
maar elders ook een vrouwelijke onverschrokken krijger die nadat ze
zegevierend slag had geleverd serene en treurende gedachten en emoties
kwijt moest. Het was een betoverend concert dat voor mij naar het
eind zijn magie wat kwijtraakte toen in het publiek een leeg glas omviel
terwijl Van Hove heel traag accordion was beginnen te
spelen waarop enkelen naast en voor mij begonnen te praten, overleggen
blijkbaar of ze zouden opstappen en dat deden. Dat Van Hove
terugkeerde naar de piano en het geheel weer op dreef kwam en
vaart kreeg, hielp mij weer even in het zadel om nog een stukje
mee te rijden op de vreemdschone geluidsgolven van dit kwartet. Maar het
beste, het meest verrukkelijke hadden we daarvoor gehad. Hoogst
gedenkwaardig!! Dit koop ik graag als er een CD van komt en vanaf nu is
het ook extra uitkijken naar Jazz Middelheim met Van Hove in octet en
Follow The Sound met Van Hove en Ikue Mori.
|
Tom Van Dyck t-Unit4 : 'Little man, big world

|
Een tijd terug ontvingen we hier
een exemplaar van de nieuwste CD van saxofonist/componist
Tom Van Dyck (initiatiefnemer van oa. Saxkartel, t-unit7, Odds On, ... ).
Hij draagt de naam "lttle man — big world". Dit is
een productie in eigen beheer en draagt catalogusnr. DiffRec 003.
Een jazzkwartet met
dezelfde ritmesectie als die van t-unit7 met 'The Wind's Caress', DiffRec
002. Dat zijn dus Ewout Pierreux op piano en Fender
rhodes, Mark Haanstra op akoestische basgitaar en Herman Pardon op drums.
Tom Van Dyck schreef voor
dit album 9 'songs', de compositie 'Blow!' is van Ewout Pierreux. Op de Jazzgigs
vond/ vindt U
ook de (voorlopige) lijst van de release-concerten. Dat tourneetje valt in 2
periodes uit elkaar, een eerste in april-mei, een tweede in
november-december. Uiteraard heeft dit project ook zijn plek op het
internet,
|
|
Zo zonder uitgebreide blazerssectie zoals voorheen met 't-unit7' komt Tom Van Dyck , weliswaar dus wat anders , nu met een wel erg leuk bopkwartet dat uit die t-unit7 gedistilleerd werd, naar buiten . Erg toegankelijk is het allemaal en very jazzy bovendien, d'er zullen d'er veel zijn die hier vandaag de dag, in dit erg complexe jazzlandschap erg blij gaan mee zijn ! Ikzelf alleszins al wel, al kan je misschien het geheel wat verwijten van wat té braaf te zijn. Vergeet echter deze laatste opmerking en draai deze schijf vrij van complexen want genieten mag, kan en moet je hierbij doen ! Bijgestaan door dezelfde fijne ritmesectie van t-unit7, dus met Herman Pardon op drums, Mark Haanstra aan de bas en Ewout Pierreux aan piano leidt Tom ons weer door 10 composities waarvan 9 van eigen hand weerom, je hebt er die het componeren in zich hebben, Tom is erg talentvol, dat blijkt eens te meer...Wat te denken anders van bvb. starter 'Unserious business' waar d'ie de altsax tot de zijne maakt, alsof ie nooit een ander instrument had bespeeld... ('k dacht dat ie eerder voor de bariton of de tenor koos...) Meeslepend melodieus met genoeg ruimte voor improvisatie...Herman accentueert gepast terwijl Mark daar doorheen danst, sterke start, voel je't ook ?
Even een smaakje van Ellington's 'Caravan' bij het beginnen van 'The Power of Emptiness' maar dat ben je gauw kwijt met de dartele ontwikkeling van het nummer. Ewout houdt zich voorlopig aan de Fender Rhodes maar dat laat zich in deze stijl bijzonder goed smaken !
Track 5 is dan sommetjes maken met hier ook weer de opgemerkte zangerige bass van Mark Haanstra die ook na de solo blijft intrigeren.'Lee's waltz' noemt deze en da's er ééntje voor Lee Konitz, die andere grote altsaxofonist... En heb je de vingerknip intussen nog niet in je hand zitten dan zorgt 'Bud, not weiser' daar wel voor en laat de Budweisser dan maar voor wat-ie is,nl. een minder lekker American beer. Hier gaat het wel over die andere 'Bud', nl. Bud Powell, groot Bebop-pianist uit vorige eeuw en mooi gedaan weer van Tom met een heel percussief arrangement voor de sax . Mooie melodie trouwens ook... En eigenlijk volgt er nu dan pas de eerste rustpauze met 'Force Majeure', ook wat een walsje, zo je wil, al ga ik het niet met jou dansen...Nee, lekker op de stoel liever dan, genieten van de poësie van Tom en Ewout, summier omkadert door de intimistische ritmetandem van bas en drums, een 'cocktailmoment' is het, tijd om es te 'nippen' nu... ' I wanna be bob' refereert naar de periode halverwege de jaren negentig en dus naar Bob Brookmeyer waar Tom toen onder speelde bij het Rotterdamse Conservatorium waar Bob toen de leiding over had. Dit stuk is heel wat frivoler dan het vorige maar sluit gepast aan en breekt de zaak hier gelukkig weer open want voor een cocktailuurtje bedank ik toch maar liever. 'A dance to find balance' begint daarna speels en kinderlijk en heeft twinkelende lichtjes in onschuldige oogjes .Lichtvoetig met een Tom geduldig uitleggend en ja,vermelden we hier ook weer de mooie bassolo van Mark en een Ewout Pierreux, zo sprankelend als het lichtste bronwater , nu terug aan de Fender. 'Big Tree' waar deze CD mee afsluit is daarna wellicht de sterkste compositie op deze fijne schijf die , jawel, dan wel erg toegankelijk mag genoemd worden maar nooit komt te vervallen onder de noemer 'easy listening'. Daar is deze 'Little man Big World' veel te veel échte jazz voor met sterke improvisaties en heerlijk musiceren van vier vaklui. Ik zou zeggen , smaak het zelf ook in het tweede deel van de tournee die Tom wellicht ook in jou buurt brengt, later dit najaar. Dat is wat alvast ík ook van plan ben ! Aanbevolen straight jazz !
Winus
|
Wij gaan ook steeds voor een
grapje, dus daarom kreeg je hier eerder deze 'Bud, not weiser'
- Perstekst -
PETER EVANS QUINTET,
'GHOSTS',
CD uit bij
More
Is More Records

![]()
te koop bij
http://www.instantjazz.com/
Peter Evans, trumpets + Carlos
Homs, piano + Tom Blancarte, bass + Jim Black, drums + Sam Pluta, live
processing
|
Peter Evans is een man van vele samenwerkingen.
De groep 'Mostly Other People Do The Killing', de terrorist bebop band
van Moppa Elliott, is wel hét project dat in jazzmiddens de meeste
aandacht vangt, maar daarnaast leidt hij een trio, kwartet en kwintet,
werkt hij ook graag samen met Evan Parker, gaat hij allianties aan met
o.a. Nate Wooley (als twee trompetspelers in duo), met Mats Gustafsson
en Agusti Fernandez enz. Hij speelt ook moderne klassieke muziek
met het 'International Contemporary Ensemble' en brengt net zo goed solo
CD’s uit met improvisatie. In hetkader van het coaching project
begeleidde hij op Jazz Middelheim 2010 'Le Pragmatisme du Barman'. Zoals op de vorig jaar verschenen CD van Peter
Evans Quartet wordt ook op “Ghosts” soms vertrokken van oud materiaal
uit de grote jazzgeschiedenis en is er weer volop ruimte voor
improvisatie. Met het kwintet haalt Evans de banden nauwer aan met oude
mainstream en swingende jazz. Tegelijk doet dit kwintet er een schepje
bovenop qua vooruitstrevend musiceren door er live processing in te
betrekken: elektronisch spel dat met klanken en samples uithaalt, ook
van fragmenten die tijdens de opnamen werden gespeeld en dan licht tot
sterk vervormd terugkeren. De elektronica wordt live mee als
improvisatiemiddel ingezet, de mix gebeurt al tijdens de eigenlijke
creatie. Deze CD opent feestelijk swingend met 'One to
Ninety Two' dat teruggaat op 'Christmas Song' van Mel Tormé en meteen
hangt er elektriciteit in de lucht. Trompetklanken worden al gauw
uitgerokken zoals verbeeld op de hoesfoto’s waarbij gespeeld is met de
sluitertijd op de lens. Muzikale lijnen worden herhaald en beïnvloeden
de ritmiek en de verdere opbouw terwijl een serie versierselen bij de
melodie worden gespeeld. De wonderbaarlijke vermenigvuldiging met de
live processing gaat tot de rand van overdaad in ’n geweldige mix,
danslustig, voluptueus en vurig. Daarna is het met '323' meteen hard
gààn. Als nog niet was opgevallen dat hier niet zomaar een drummer
meedoet, dan hier wél. Jim Black speelt met een power die de hele groep
dwingt om behalve veelzijdig ook krachtig als vliegtuigmotoren uit de
hoek te komen. En samen nemen zij een hoge vlucht ! Met titelnummer 'Ghosts' komt een ballad
gebaseerd op 'I Don’t Stand a Ghost of a Chance With You'. Mooi zacht,
ook weer getekend door Evans’ fascinatie voor hoe het verleden het heden
bezwangeren kan en zo mee de toekomst bepalen. 'The Big Crunch' wil een
‘reverse Big Bang’ verklanken, schijnbaar één die vlug verslindend alles
opslokt - in drie minuten is de hele boel geïmplodeerd. Met 'Chorales'
belanden we post bop in de free. Het felle, melodieuze beginstuk van
'Chorales' wordt afgebouwd en de stukken worden her- en opnieuw bekeken.
Er valt wat voor te zeggen dat de term avantgarde niet meer kan
betekenen wat het betekend heeft, omdat het aan een bepaalde periode
kleeft. In de zin dat er een conservatieve component is, maar de
muzikanten vooral een vernieuwende taaluiting zoeken en vinden, is dit
dan weer wél avantgarde te noemen. Dat wordt verder onderstreept
in 'Articulation'. Waarna een schone versie volgt van 'Stardust' van
Hoagy Carmichael. De aanpak voor deze CD met deze muzikanten is
uitgemond in een verpletterend schijfje, dat eindigt als met het
neerdalende stof en de laatste glinsters van groots vuurwerk.
|

Persbericht:
“Jazz op Scène” in Mechelen op zaterdag 18 juni
|
Jazzliefhebbers ontdekken knusse
theaterzaaltjes, en theaterliefhebbers maken kennis met boeiende jazzmuziek. Jazzathome organiseert samen met enkele
Mechelse theatergezelschappen -als aanloop naar de zevende editie van haar
festival op 18 september 2011- een avondje live jazz op 4 Mechelse podia. Theater “De Moedertaal”, theater “Korenmarkt”,
theater “De Peoene” en voormalig theater “De Komeet” openen hun deuren voor
live optredens door 4 verschillende jazzgroepen. Stel zelf uw “jazz op scène-avond” samen en
kies 2 optredens uit volgende 4 mogelijkheden: Sam Stuyck Quintet in theater “De Peoene”
met swing en bop standards. The Tributes in theater “Korenmarkt” met
bebop standards. Ruby in theater “De Moedertaal” met songs
en nummers tussen pop en jazz. Maria Fernandez Alvarez Quartet in
voormalig theater “De Komeet” met R&B, jazz en latin. Tickets: 10 euro, liefst via
www.jazzathome.be,
bij de deelnemende theaters of via 015/33 63 14. Kies daarna uw 1ste theater met optreden
van 20u tot 21u en uw 2de theater met optreden van 22u tot 23u via
www.jazzathome.be of
via 015/33 63 14. Tussen 21u en 22u wandelt of fietst u naar uw tweede
optreden. Theater “De Peoene”: Lange Schipstraat
71-73 te Mechelen. Theater “Korenmarkt”: Korenmarkt 14 te
Mechelen. Theater “De Moedertaal”: Hoveniersstraat 54
te Mechelen. Voormalig theater “De Komeet”: Sint
Romboutskerkhof 2 te Mechelen (nu Contour/jazzzolder). Alle info:
jazzathome@jazzzolder.be –
www.jazzathome.be
|
- alle info over de bands vond je eerder bij
de jazzgigs ! -
JOS (Jazz on scene-Jazz op de
scène) Mechelen , 18 Juni
een avondverslag

|
Vorig jaar zaten we met een hoop ingeschrevenen in traiteurzaak Gybels te Mechelen voor ‘Jazz a la Carte’ , nog zo’n initiatief van Jazz@ Home, dat na een eerste start in 2003 of was het 2004?, verder ging in samenwerking en eigenlijk onder de hoede van JaZZZolder Mechelen, de gesmaakte jazzclub van voorzitter Lejo Vanhaelen uit Mechelen, waar ook jonge ensembles en aan jazz verwante muziekjes sindsdien hun ‘thuis’ gevonden hebben. Nu dus met eenzelfde impuls JOS , effe uitproberen of dat ook werkt, jazz brengen bij meestal jazzonervaren theaterliefhebbers, alhoewel zulks evenement natuurlijk ook de muziekliefhebbers tout court aantrekt. Niets vanzelfsprekend blijkt echter want, hoewel het er bij ‘De Peoene’ en in ‘De Komeet (nu homeplace van de hedendaagse jazzzolder) vrij geanimeerd aan toe gaat; blijkt het (in de eerste sets dan toch) vrij statisch te wezen in theater De Moedertaal en bij theater ‘De Korenmarkt’.
Aanvankelijk is dat niet zo verwonderlijk in ‘de Moedertaal’ alwaar ‘Ruby geprogrammeerd stond met de toegankelijke vocale jazz die wat naar pop smaakt van Ingrid Weetjens, maar die bleek jammer genoeg een paar dagen voorheen al geveld door een pijnlijke hernia.
‘Het’Beuvens-Estièvenart quartet’, eigenlijk de band rond Ingrid,ontfermt zich dan maar alleen over de twee optredentjes en dat zal ongetwijfeld gesmaakt hebben met Lionel Beuvens op drums en Lara Rosseel aan de staande bas als ritmesectie en Eve Beuvens aan keys en Jean-Paul Estièvenart aan trompet en bugel als fijne solisten, alleen krijg je nu wel een heel ander opzet voor de niet-jazz liefhebbers.
De tijd ontbrak me om dat allemaal in het juiste licht te kaderen en te evalueren want ik raasde doorheen een van allerhande straatwerken geplaagd Mechelen ,en dat bovendien grotendeels te voet, dus van het ene theater naar het andere om het gebeuren allemaal wat in beeldjes te schieten . In 3 theatertjes ben ik dan ook slechts een kwartiertje aanwezig, wat wellicht, achteraf gezien, wat weinig was om naar veel reacties te peilen… Alleszins bleek het publiek ook in de Korenmarkt niet echt jazzbewust.
Daar speelden ‘The Tributes’ een keuze
uit wat bekende en minder bekende standards en eigenlijk een programma
rond jazzlegende en destijds vernieuwend gitarist Wes Montgomery
meen ik toch begrepen te hebben uit de presentatie van saxofonist
Jean-Paul Jublou, één van die wat mindere goden in ons Vlaamse
muzieklandschap die wel steeds weer méér dan de moeite blijkt om aan te
horen. Dries Verhulst aan gitaar, Jens Simolox aan contrabas en ouwe rot
Frans Pelgrims op drums, intussen zijn het samen wat vertrouwde
gezichten in de brede Mechelse jazzscène en staan zij steeds garant voor
quality music. Alleen moet je het theaterpubliek hier wat in gang zetten.
Weten zij veel dat ‘shouts’ mogen en applaus na de soli ook al mag en
dat dat eigenlijk zo hoort bij jazz !Maar eigenlijk is dat laatste
gevoelsmatig en wat persoonlijk ook en bestaan daar eigenlijk weinige
regels rond. Alleen hoort applaus niet in de ballads, vind ik en leg dat
dan maar eens uit...
Een 25 man gedurende de eerste set bij het ‘Beuvens-Estièvenart Quartet’ en misschien een 40-tal bij The Tributes ? Meer volk manifesteerde zich dan in het populaire ‘De Peoene’ theater, alwaar men, theatergetrouw, zoals we het graag overal gezien hadden, het concert inleidde met een act, eigenlijk letterlijk ‘onderbroekenlol’ maar van ons mocht het wel !
Sam Stuyck, die ik voorheen eigenlijk alleen maar kende van het ‘Jokke Schreurs trio’ blijkt eveneens een warme vocalist zoals ook sideman bassist Jean Van Lint(o.a. bij de Swing Dealers met Dirk Van Der Linden) dat zo lekker kan, en in de weinige theaterconcert-tijd dat ik er ben kan de tenor van Paul van Laere ook best bekoren.
Sommigen wisten achteraf te vertellen dat toetsenist Nathan Kerstens eveneens in de prijzen viel, ik zou het echter niet weten, heb dat niet meer gehoord want wijlie weeral spoorslags naar de laatste tent : theater’ de Komeet’, zeg maar ‘JaZZZolderkapel’ nu vandaag de dag, maar ik ben vroeger wél een fan en vaste klant geweest van het ‘Komeet’-gezelschap.
Ik heb er in de periode 1996-2000 diverse
leuke stukken gezien in ( zucht) die goeie ouwe tijd met bvb. een Tessy
Moerenhout, goeie actrice,vakvrouw en fijne mens. Helaas kan zij het
hier vandaag niet meer beleven, zij is er intussen niet meer, overleed
eerder dit jaar aan het venijn van deze tijd, kanker… Nu dus zo goed als twee keer ‘vollen bak’ hier, in de ouwe Komeet voor Maria Fernandez Alvarez, een Nederlandse met Zuiderse oorsprong en temperament. Een 'voice' met een ferme backingband en zijzelf bulkend van enthousiasme.
Voor mij is dit alleszins de topper van de
avond maar ‘k heb de ogen dan ook niet in me zakken steken. Een mooie
vrouw met sterke stem, rhythm, meeslepende, uit passie ontsprongen
liedjes en zuiderse warmte ! Ja, zij komt graag later nog eens terug ,
klinkt het achteraf in de bar alwaar na het concert ook medewerkers
vanuit de andere theaters toestromen. Lang blijf ik hier echter niet
meer hangen, heb weer heel wat fotookes te verwerken waaronder wat leuke
beeldjes , hoop ik dan toch, van deze schone, die ‘k op deze manier dan
toch ook mee naar huis kan nemen... En wijlie dus voor vanavond finaal weg
! (zucht)…
Winus
|
|
.. en Hier een link naar Youtube
waar de cineast zijn reportage geplaats heeft; ook is ze te zien op "Onze
TV"; deze zender biedt steden en
gemeenten een digitaal televisiekanaal op Belgacom TV (kanaal 350) en
Telenet Digital TV (kanaal 408) waar inwoners en besturen hun buurt,
activiteiten en gebeurtenissen kunnen delen.
|
clicketick for slideshow !
JAZZ op de
DIJLEFEESTEN 2011: een impressie
|
Onder een
feller brandend zonnetje dan we op basis van de weersvoorspellingen
hadden verwacht traden op zondag om 15:00 DEL FERRO – VAGANEE GROUP aan
met Mike Del Ferro aan de piano, huidig stadsartiest Frank Vaganée op
altsax, Jos Machtel op contrabas en Hans Oosterhout op drums. Even
voorstellen, dacht de voorzitter van de Mechelse jazzzolder en toen
mocht de groep aan de blijde boodschap vorm geven: voor het eerst stond
er jazz op het programma van de Dijlefeesten. Niet zomaar wat
vrijblijvende jazz, maar meteen een kwartet met een frontman van
wereldformaat, vorig jaar bij Kenny Wheeler nog te gast in New York met
het BJO, gerenommeerd orkest waarbij hij al jaren voortrekker is,
toptalent en altijd een sympathieke mens gebleven: Frank Vaganée. De groep met Del Ferro bestond al
eens eerder, begin jaren ’90 tot zo’n 15 jaar terug. En nu blazen ze
deze band nieuw leven in. Met eigen stukken die ze updaten. Eigen
stukken die vrijelijk verwijzen naar oude stromingen in de jazz en die
ze qua geest en uitvoering eren. De set beginnend met sterk aan bebop
verwante lijnen en snelheid klonk het meteen als een statement: traditie
is belangrijk en vernieuwing moet niet om de haverklap klinken als een
gewaagd uit de bocht gaan om ondanks de helling en het losse zand
spectaculair weer vaste baan te vinden. Geleidelijk kwam er wel geflirt
met dergelijk gevaarlijk spel aan te pas, maar Vaganée en vrienden
zorgden eerst voor genoeg schwung en melodieuze lijnen alvorens de
ervarener luisteraar zijn zin te geven en de minder geoefende luisteraar
te laten proeven van fijn gedoseerde schijnbaar valse klanken die gewild
en gepast voor een heerlijke contrastwerking zorgden. Zoetzuur zonder
Oosterse invloed of scherpzacht als haar en dan weer melodieus en vlot
toegankelijk speelde Vaganée zich in de kijker, maar hij liet ook graag
de ruimte aan zijn Nederlandse metgezellen! Straight en to the point de
ritmetandem, als een sierlijke tovenaar solerend en groovend of fijntjes
ondersteunend tot achterwege blijvend, stil glunderend genietend pianist
Del Ferro! Het is uitkijken naar hun nieuwe CD, jaja! RHONNY VENTAT FUNKY JAZZBAND met
Rhonny Ventat op saxen, fluit en keyboards, David Guttierez op gitaar,
Cedric Waterschoot op elektrische bas en Michel Moliterno op drums
kwamen iets later dan gepland tot het spelen van hun set toe. Zij tapten
uit een ander vaatje en maakten hun naam waar. Ventat is de voorman, de
spil en minstens zo belangrijk als de jazz is de funk. Bij momenten
klonken de groovy stuff als een eerbetoon aan James Brown, we kregen
lekkere en soms wel héél aanstekelijke funky jazz. Van meet af aan gaven de
muzikanten de indruk dat ’t hen vooral om lekkere en dansbare muziek te
doen is. Dat de band rond Ventat niet dezelfde was als vorig jaar op
jazzathome of in de jazzzolder – op Ventat en de drummer na – bleek ook
geen enkel probleem. Cedric Waterschoot wist perfect aan te sluiten bij
Ventat en gitarist David Guttierez scheen niet te moeten onderdoen voor
Mao Blanc. Op een stuk van Pat Metheny en in heerlijke solo’s was het
jammer dat zij op het kleine podium stonden op de Vismarkt en hij achter
de volumineuze speakers. Maar vooral waren we blij dat gedegen funky
jazz voor de ambiance mocht zorgen. De opkomst was behoorlijk, de
terrasjes alsook de rijen stoeltjes goed gevuld en voor benen die wilden
bewegen was er eigenlijk ook nog plaats om’n stukje te shaken.
I-de-aal
op een zomerse vooravond ! Wordt vervolgd, hopen wij dan.
|
DINANT JAZZ NIGHTS 16 juli 2011
|
Elk jaar is er op de
'Dinant Jazz Nights' een peetvader
die elke dag zal optreden in een andere bezetting. Dit jaar is het de beurt
aan Joe Lovano op deze 14de uitgave van dit sympathieke en beste
Jazzfestival van België... en ik ben niet de enige
die dit meent.
De andere peetvaders zijn
geweest : Toots Thielemans, Eric Legnini, David Linx, Manfred Eicher, Philip
Catherine, Paolo Fresu, Stephane Belmondo, Steve Houben en Manu Katche. Het
zijn artiesten die er regelmatig terugkomen.
|
![]() © foto Michel Proesmans, artwork JASSEPOES |
|
Het festival gaat dit jaar door in de tuinen van het Collège Notre-Dame de Bellevue. Het is daar om de twee jaar omdat de abdij niet elk jaar het wil doen in zijn tuinen. Het gras moet kunnen bekomen... We hebben inderdaad een bellevue over de citadell van Dinant maar de regen is wel de spelbreker...
JANOS BRUNEEL "LINGO" QUARTET
Janos Bruneel (bas), Nicola
Andrioli (piano), Bert Cools (gitaar), Stijn Cools (drums), Daniel
Mester (sax)
In 2010 heeft de jury van de Sabam
Jazz Awards unaniem besloten om de prijs voor ‘jong talent’, de Jeugd &
Muziek Jazz Award, aan bassist Janos Bruneel toe te kennen. Daarom staat
Janos ook hier op het grote podium en mag hij deze
zaterdag 16 juli openen. Janos Bruneel (°1983, Antwerpen)
is een bassist die in elk gezelschap een rol van betekenis speelt. Met
verschillende formaties behaalde hij al tal van
onderscheidingen, zoals in 2004 de 'Octave de la Musique'-prijs met het
Casimir Liberski Trio en in 2008 de eerste prijs van de wedstrijd van
jong jazztalenten van Dinant met de groep Hamster Axis of the One Click
Panther. De groep speelt vandaag een
gevarieerde set met eigen nummers met een sterk swingende afsluiter.
Tussendoor krijgen we composities met een licht repetitief karakter dat
je meevoert en laat meevoelen. Vooral de gitarist en Hongaarse
saxofonist komen sterk uit de verf. Het is geen doordeweeks jong bandje
zoals er al zoveel zijn. Neen, de prijs is
zeker verdiend en we zullen hier
nog veel van horen.
FRED VAN HOVE "Ode à Sax" QUARTET
Fred Van Hove (piano, accordeon),
Fabrizio Cassol (sax), Jean-Luc Cappozzo (trompet), Paul Lytton (percussie/drums) Pianist Fred Van Hove,
toch al 74 jaar, brengt
met zijn groep een ode aan Adolf Sax, de instrumentenbouwer uit Dinant.
Onderweg naar hier merk je het wel
: overal saxen-standbeelden op de brug en ook in de avondverlichting.
Voor de saxpartij valt de eer te beurt aan Aka
Moon oprichter Fabrizio Cassol. Hij wordt bijgestaan door
de Franse trompettist Jean-Luc Cappozzo en de Engelse
drummer Paul Lytton. Bon, een duidelijke
lijn hoor je niet, je moet je ‘mind’ open stellen om dit te appreciëren.
Heel af en toe merk ik wel een melodie die je
dan tracht te volgen. Pianist Fred Van Hove ontving vorig
jaar de SABAM Jazz Award binnen de categorie 'Gevestigde Waarde'. We
haken toch af voor een hapje lekker gebakken saucissen op de BBQ met een
stevige pint Leffe. We herkennen ook Mark Sound met zijn
fantastische CD’s. Hij verkoopt nu ook vinyl
jazzplaten (DMM -direct Metal mastering – en 180 gr LP’s) voor de jonge
liefhebbers. Ondertussen runt hij al vier winkels in België. Jazz is
alive and kicking, ook bij een jong publiek, blijkt nu
! Het is weer cool om naar jazz te luisteren en hier te
komen kijken (ondanks het kwakkelweer). KENNY WERNER & BRUSSELS JAZZ
ORCHESTRA
Kenny Werner (p) & The Brussels
Jazz Orchestra: Frank Vaganée, Dieter Limbourg, Kurt Van Herck, Bart
Defoort, Kurt Van Herck (s), Serge Plume, Nico Schepers, Pierre Drevet,
Jeroen Van Malderen (tp), Frederik Heirman, Lode Mertens, Ben
Fleerakkers, Laurent Hendrick (tb), Peter Hertmans (g), Jos Machtel (b),
Martijn Vink (dm)
Pianist Kenny Werner (°1951
Brooklyn,NYC) voorstellen hoeft bijna niet meer. Hij heeft een band met
deze big band opgebouwd die al begon tijdens de
jam sessies van Jazz Middelheim waarin hij Frank Vaganée opmerkte
toen hij de internationale muzikanten wegblies met zijn
geweldig saxspel. Dat resulteerde
in een eerste CD met Kenny Werner en het BJO in
2003 (‘Naked in the
cosmos’. Binnen enkele weken volgt
er nu een gloednieuwe schijf ‘Institute of Higher
Learning’ en weer met kenny Werner. Het concert
in Dinant kan dus gezien worden als een
exclusieve avant-première van deze nieuwe CD. Ze starten natuurlijk met het
titelnummer waarbij de registers worden opengetrokken : indrukwekkend.
De BJO is in topvorm. Ze spelen een ode aan Bob Brookmeyer in ‘Second
love song’ en Kenny uit zijn lof voor de beste bigband ‘de BJO’. Ieder
individu schrijft hier
muziek en zij maken het aldus makkelijker voor
Kenny om te componeren voor big band. Kenny brengt een speciale versie
van het sixties ‘House of the rising sun’ met
hierin stevig stuwende drums van Martijn Vink en saxpartij van Bo van de
Werf. Joe Lovano komt het podium op en speelt mee met ‘Portrait
for Jenny’ (bekend van ‘Naked in the cosmos’)
eerst als een ballad en daarna zet het orkest in waarna een luid applaus
volgt. Voor Kenny is Joe Lovano de godfather maar Joe zegt dat Kenny
voor hem zijn goeroe is. Het volgende nummer ‘Compensation’
is ook te vinden op de nieuwe CD.
Joe speelt hier ook mee na een mooie piano intro.
Op het einde maken ze nog een grapje noten tussendoor (?)
met ‘Singing in the rain’ omdat het buiten
zo enorm regent. ‘Compensation’ is het eerste nummer dat
Kenny schreef voor bigband destijds met het Mel Lewis Orkest. Daarna
volgt nog de suite 'Cantabile'
in 3 delen geschreven voor een universiteit. Hierin zijn de
solisten Peter Hertmans en Bart Defoort. Ballads en uptempo stukken
volgen en bereiken pieken van raffinement en timing. Een verdiende
toegift volgt met het bluesy nummer ‘Use me’ ook
al van de CD ‘Naked
in the cosmos’. Voor dat Toots kan
beginnen spelen volgt eerst de Sabam Jazz Awards
uitreiking.
Auteursrechtenorganisatie Sabam zorgt voor leven in de brouwerij. Is het
niet met discussies over uitbetalingen van artiesten, dan wordt er wel
geopperd dat internetproviders ook een Sabam-bijdrage horen te betalen
vanwege de vele (illegale) muziekdownloads die ze mogelijk maken. Maar
het is niet alleen kommer en kwel bij Sabam. Want met bekroningen als de
Sabam Jazz Awards zorgt de organisatie ook voor een belangrijke
financiële steun aan gevestigde en jonge muzikanten die dat volgens
de vakjury verdienen.
De genomineerden voor
de Sabam Jazz Award 2011 voor gevestigde waarde zijn:
De genomineerden voor de Sabam
Jeugd & Muziek Jazz Award 2011 zijn:
Fabrice Alleman speelde
al met zoveel verschillende muzikanten en hij gaat nu
naar huis met 10000 euro’s die
zullen gebruikt worden voor zijn muzikale
carrière.
De Luikse pianist Igor
Géhénot mag op zijn beurt 5000 euro opstrijken.
Hij speelt al piano vanaf zijn zesde. Hij houdt van de
Bill Evans’ pianostijl en musiceert in
trio. Naast zijn studies aan het conservatorium van Brussel volgt hij
nog extra training bij Eric Legnini en Jean-Louis Rassinfosse. Hijzelf
geeft nu jazz piano lessen in Waremme (tegen Luik)
en speelt regelmatig in Jacques Pelzer’s Club, Music Village, Sounds enz.
Maar we willen hem graag wel eens zien spelen in
Vlaanderen ook. Zo,
dan is het nu eindelijk de beurt aan de hekkensluiter: Toots in duo met
zijn geliefde pianist Kenny Werner. Het is al bijna 23u.
TOOTS THIELEMANS & KENNY WERNER
Toots Thielemans (mondharmonica),
Kenny Werner (piano, synthesizer) Kenny Werner is Toots zijn
lievelingspianist. Ze brengen samen nu toch
ook weer de bekende nummers als ‘I love you
Porgy’ en ‘Summertime’ van de musical West Side Story; of ook nog
‘All the things you are’ en
natuurlijk ‘Windows’ van Chick Corea. Een Bill
Evanske mag niet ontbreken of het Braziliaans repetoire zoals ‘The
dolphin’ met hierin een riedeltje van ‘the pink panther’. Grappig gedaan
en natuurlijk direct herkenbaar. Joe Lovano
kijkt goedkeurend mee vanuit het publiek. Toots vertelt hoe hij Kenny
Werner heeft ontmoet toen hij producer was voor Judie Niemack en
toen ook Joe Lovano meespeelde. Kenny geeft vooraf telkens
enkele noten zodat Toots moet raden welk liedje ze
gaan spelen. Het Charlie Chaplin nummer ‘Smile’
is ontroerend met de key changes van Kenny, net
zoals ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel. Toots
eert zijn vrouwtje weer eens in ‘For my lady’ met
kusjes tussendoor. Zeer goed gebracht is ‘Windmills
of your mind’ van Michel Legrand, die een
voorbeeld is voor Kenny Werner en met wie hij nog op het festival
tijdens de repetities quatre mains heeft kunnen spelen.
Op het einde volgen nog ‘Imagine’ van John lennon
en ‘Wonderful World’. Ja het is echt een mooie
muzikale dag geweest.
Opvallend is dat iedereen na het optreden tegen 00u15 snel naar huis wil. De temperatuur zakt en de regen houdt maar niet op. Onderweg door de straten valt me de mooie saxofoon verlichting op. Toch nog even gestopt om een kiekje te maken ...
|
PAUL VAN GYSEGEM SEXTET: 'AORTA', CD - voorstelling

FUTURA GER 27
Patrick De Groote, trompet, bugel + Nolle Neels,
tenorsaxofoon + Ronald Lecourt, vibrafoon + Jasper Van ’t Hof, piano + Paul
Van Gysegem, contrabas + Pierre Courbois, slagwerk
|
De bekendste
naam in dit gezelschap kan voor de jazz(ver)kenner anno 2011 Jasper Van
’t Hof zijn, maar bij sommigen in het Gentse is de herinnering aan dit
sextet en aan Van Gysegem in het bijzonder levendig gebleven. Vorige
zomer stond de groepsnaam daar nog op de affiche van Jazz in’t Park voor
de 75ste
verjaardag van de bassist en beeldend kunstenaar. De bezetting toen,
naast de autodidact bassist:
saxofonist Steve Potts,
tenorsaxofonist Cel Overberghe, trompet- en bugelspeler Patrick De
Groote, vibrafonist Ronald Lecourt en drummer Noel McGhie. De
aanwezigheid van Potts die les kreeg van Eric Dolphy en oa speelde met
John Coltrane en Wayne Sorter mag een indicatie zijn van het belang van
Van Gysegem voor de Europese jazz. Kenners en loslopende levende
encyclopedieën associëren andere namen in de groep dan weer met oa Mal
Waldron, Enrico Rava, Gato Barbieri, Steve Lacy... Dit jaar kwam dan de
uitgave op CD van deze langspeler uit 1971. In
platenwinkel 'Vynilla' in
Gent hoorden we dat de originele uitgave op vynil veel geld
waard is; voor minder verwoede liefhebbers is het een goede zaak om nu
op CD via AORTA kennis te maken met of herinneringen op te halen aan
Europese free jazz van rond 1970!! Jawel, het is free jazz en het is
muziek die het Franse Jazz Magazine toen prees om haar vermengen en
verrijken van Europese wortels en orchestratie met de Afro-Amerikaanse
new thing van toen. Het is Improvisatie met de hoofdletter in een genre
waarin sommigen geen geweldige muziek willen vermoeden of ontdekken. Wie
er zich wel open voor wilt stellen kan zich hier verbazen hoe juist de
gehelen op deze plaat wel in elkaar passen. Titel “Aorta” en ets op de
hoes “Niet zo gevaarlijk als je denkt” geven het passend aan: de
onderliggende systemen van deze muziekuitingen zoeken en vinden, ja,
bevoorraden cellen en organen langs bloedbanen om energiestromen te
onderhouden. En die energie is niet per definitie van agressieve
destructieve aard. Wars van conventies zoals die al decennia bestonden
en evolueerden kwamen er nieuwe wegen op het voorplan, wegen die dichter
bij onze natuur liggen dan we meestal in de verf wilden zetten. Thelonious Monk ging niet mee in
de free jazz, maar gebruikte in 1967 wel de titel “Ugly Beauty” en –
smaken verschillen - al dan niet lelijke schoonheid is er ook te vinden
op 'Aorta'. Met de nodige kennis van hun instrument en elkaars
opvattingen konden deze zes muzikanten live begeester(en)de resultaten
neerzetten die (nog altijd) echt àf klinken. Zoals “Nummer 86, een
kerrygerecht” dat begint met gestreken bas en waarop geleidelijk de
andere muzikanten met extra ingrediënten komen aanzetten. Grilligs en
schoons na en door elkaar spelend, lang niet de hele tijd een chaotische
geluidsmuur optrekkend, energiek en dan weer bedachtzamer, steeds
welgemikt gaat de LP over drie nummers opgenomen in de Gentse
universteit naar het lange titelstuk dat werd geregistreerd in de
Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent. Eens de intro getikt
op cymbalen en gesputterd op sax, komt als een coole fan van Don Cherry
Patrick De Groote aanzetten, dient Nolle Neels ergens tussen Albert
Ayler en Louis Sclavis hem van antwoord en dan zitten we tot over onze
hals in een werkstuk voor free jazz orkest dat, zij het niet als een
Basie, swingt als de besten en met speelse momenten van ingehouden
verlangen en op een laag pitje verder werken weer aanzwengelt... tot
pruttelend en stomend ‘n echt lekker nieuw gerecht in een potje gaat
overkoken, even toch, terwijl wat later weer iets aanbrandt en toch
telkens net op tijd weet dit gezelschap de boel zo te sturen dat ’t zijn
alternatieve sterren voor topkeuken grandioos verdiende.
|
Persbericht
Jazz in
’t Park zorgt opnieuw voor jazzy nazomer in Zuidpark Gent
|
In een organisatie van de stad Gent wordt
het gezellige Zuidpark van
Jazz in ’t Park
opnieuw de gedroomde festivallocatie voor een jazzy nazomer. Deze 18e editie
biedt 16 gratis concerten ‘tussen de bomen’, tijdens het laatste weekend van
augustus (27 & 28.08) en het eerste weekend van september (03 & 04.09). Jazz
in ’t Park wil een zo breed mogelijk publiek laten kennis maken met de
hedendaagse Belgische jazz, door gratis maar hoogstaande concerten te
programmeren. Tegelijk biedt het festival jaarlijks
een gevarieerd overzicht van wat leeft in de brede,
moderne Belgische mainstream jazz, geworteld in bebop en postbop. Aan de
succesformule wordt dan ook niet geraakt: zowel gevestigde waarden als
talent van eigen bodem kunnen er ontdekt worden, dit zowel met licht
verteerbare jazz als met het moeilijkere genre. Rond middernacht worden
authentieke jazzdocumentaires en unieke concertopnames geprojecteerd onder
de noemer ‘Jazz on Film’. Jazzhappening
De vroegere vrijdagconcerten vallen dit
jaar weg, maar net zoals vorig jaar zorgen namiddagconcerten om 16 uur en 18
uur voor een nauwere aansluiting bij de avondconcerten van 20 uur en 22 uur.
Daardoor wordt een optimale festivalsfeer gecreëerd in het Zuidpark. Dit
Zuidpark -officieel het Koning Albert I park- achter de stadsbibliotheek en
het stedelijk administratief centrum, werd vier jaar terug harmonieus
heraangelegd met o.a. wandelpaden, graspartijen, fonteinen, langgerekte
zitbanken en een speeltuin voor de kids. Tijdens het festival vormen podium,
zitjes, drank- en eetstandjes en infochaletjes één groot openluchtdorp
tussen de hoge bomen. Er heerst een aangename, relaxte sfeer. Veel mensen
ontdekken hier een genre dat ze nog niet kenden of waarvoor ze nooit eerder
‘open’ stonden. Zelfs voor Gentenaars is het park telkens een ontdekking van
een stuk groene long, die ze vergeten waren of niet kenden. Bij minder goed
weer blijft het publiek beschut tegen mogelijke regen door sierlijke
tentzeilen die één worden met de bomen. En voor wie van buiten de stad komt,
is er op 200 meter van het Zuidpark een ondergrondse parking. Programma 2011
Met de vinger aan de pols programmeerde Jan
Schiettekatte opnieuw een gevarieerd overzicht van de Belgische jazzscene
anno 2011. Zie programma onderaan en artiesteninfo in bijlage. Voor de keuze
van 5 festivalgroepen liet hij zich bijstaan door JazzLab Series die het
Quentin Dujardin Quartet, aNoo, 1000, Manu Hermia Trio, Ivan Paduart Quartet
voorstelden. Blikvangers en headliners dit jaar zijn Narcissus, het kwartet
van saxofonist Robin Verheyen; het Nathalie Loriers New Trio, met Rick
Hollander, een van de meest swingende drummers van de USA; Radio Chopstick,
een uniek project in 2 delen van Chopstick Records, met diverse jazzmusici;
en het kwartet Mâäk, voor de gelegenheid uitgebreid met 4 buitenlandse
topmusici, dat het festival op 4 september feestelijk afsluit. Onder de
noemer ‘Jazz on Film’ (zie programma in bijlage) worden rond middernacht
authentieke jazzdocumenten uit de rijke collectie van Steve Wante
geprojecteerd, ditmaal niet met filmspoelen maar via DVD. De dubbele live CD
‘Jazz in ’t Park Live’, met opnames van de feestelijke 15e editie in 2008,
een samenwerking met de producersopleiding van Hogeschool Gent, is nog
steeds te koop aan 10 euro in de Stadswinkel van het Administratief Centrum,
W. Wilsonplein, op een steenworp van het Zuidpark. Urgent.fm
De muzikale omkadering voor, tussen en na
de concerten alsook de presentatie zal voor het eerst door Urgent.fm
verzorgd worden. De Gentse jongerenradio Urgent.fm brengt al jarenlang
jongeren en muziekliefhebbers in contact met jazz door pure jazzprogramma’s
en door programma’s met crossover muziek die schatplichtig is aan de jazz.
Urgent.fm maakt live radio op het festivalterrein gedurende de festivaldagen
vanuit hun festivalcaravan en een presentator zal ook telkens de groepen
inleiden op het podium. Daarnaast treedt de radio ook op als mediapartner
waarbij radiospots en een voorbeschouwend programma in het zendschema zijn
opgenomen. Urgent.fm (te beluisteren op 105.3 FM en digitaal via
www.urgent.fm) is reeds
drie keer verkozen tot ‘Beste radiostation van de provincie Oost-Vlaanderen’
en was ook nog laureaat voor de Gentse Cultuurprijs in 2008. Als moderne
radiozender werkt Urgent.fm crossmediaal, met een uitbouw in web, social
media, video en live studio. Het radiostation biedt ook een
leerplatform voor Gentse jongeren die willen proeven van het medium radio.
Met resultaat, want nationale radiozenders strikken regelmatig Urgent.fm-talenten
voor hun eigen programma’s.
Praktisch
Jazz in ’t Park 2011: 16 GRATIS concerten
op 27 & 28 augustus en op 3 & 4 september in het Zuidpark Gent, telkens om
16u, 18u, 20u en 22u. Rond middernacht gratis projectie van ‘Jazz on film’.
Ondergrondse parking aan Zuidpark. Organisatie: Dienst Feestelijkheden en
Evenementenbeleid van de Stad Gent. Info:
www.gent.be/jazzintpark,
feestelijkheden@gent.be of
gentinfo@gent.be. Telefonische info: 09/210.10.10 (Gentinfo) en
09/224.25.26 (tijdens de Gentse Feesten).
|
IG HENNEMAN SEXTET, CUT A CAPER, CD WIG 19
IG HENNEMAN, VIOLA/COMPOSITIONS +
AB BAARS, TENORSAX/CLARINET/SHAKUHACHI + AXEL DÖRNER, TRUMPET + LORI
FREEDMAN, BASS CLARINET/CLARINET + WILBERT DE JOODE, BASS + MARILYN LERNER,
PIANO

|
Ergens voorbij de werelden van jazz en klassieke
muziek kun je die vinden van Ig Henneman. In 1985 besliste zij om haar
volstrekt eigen weg in te slaan als componerend en improviserend
muzikante en de popmuziek vaarwel te zeggen. Eind 2010 vierde zij zowel
haar 65ste verjaardag als 25 jaar van eigen projecten met de
5 CD’s rijke verzamelbox Collected plus een tournee met o.a.
trompettovenaar Axel Dörner in een sextet. Deze zomer pakt Stichting Wig
uit met de CD die dat sextet opnam in december 2010. Zoals een kappertjesstruik draagt deze CD
vruchten die als capriolen én als delicate lekkernij aandoen.
Cdbaby catalogeert dit als avantgarde free impro en voegt er
gelukkig ook de liner notes aan toe van Brian Morton. In de tien stukken
op deze CD kom je immers raakvlakken tegen met jazz en klassieke muziek,
maar vooral getuigt de CD van ontmoetingen tussen zes muzikanten en nog
meer instrumenten die in gelijkende en van elkaar wegdansende bewegingen
oude tradities eren en (ver)nieuwe(nde) richtingen inslaan. Met oude
blaas- en snaarinstrumenten plus piano creëren de zes inventieve leden
ahw nieuwe hotjazz waarbij filmpjes zouden passen die oude
collagetechnieken in een gedigitaliseerde omgeving doen bewegen en
dansen. De CD begint uiterst levendig met 'Moot' dat meteen het
ingenieuze karakter onderstreept van dit sextet alsook verwijst naar
kinderlijk speelse lijntjes. Hoe doelgericht het samenspel ook is, net
zo goed zijn er schijnbaar weinig doordachte, sterk doorleefde kronkels
en kronkeltjes. Met de openingstrack wordt een statement gemaakt en de
volgende composities/stukken diepen zaken verder uit. De viola van
Henneman neemt een centrale rol in terwijl zij allesbehalve schreeuwerig
dominant wil zijn. Met kunde en meesterschap zet zij met de
collegamuzikanten schetsen in beweging die zij samen bezielen en
uitwerken tot fijne eigenzinnige meesterwerkjes. Zoals bij een orkest
verschuift de inbreng van de verschillende instrumenten, maar wordt een
gemeenschappelijk doel bereikt. Het kan wat wennen zijn aan deze muziek/kunstvorm,
maar meerdere luisterbeurten helpen alleen maar om het genot te doen
toenemen bij zoveel moois. Hoor klarinetten, trompet en tenorsax
vervlogen tijden oproepen en terug- en ver vooruitblazen, uitmonden in
nieuwe structuren, vrije muziek, alles onder impuls van Ig en haar viola
! Geniet zonder drums, maar met bas en piano van nieuwe heerlijkheden,
ja, stel u open, laat u meevoeren als was u zelf een zaadje of een blad
dat door wonderlijke windvlagen en zuchtjes, luchtverplaatsingen
allerhande naar onwaarschijnlijke hoeken, kanten, fijne en
grofkorrellige beelden wordt gebracht. Onvermoede invalshoeken en
sensaties worden uw deel!
|
Eerder kozen wij als begeleidende sample voor
opener 'Moot', dat liet je fantasie verder aanvullen...
PERSBERICHT
Jazzathome 2011 Mechelen,
zevende editie.
|
Stel op zondag 18 september 2011 zélf je
eigen jazznamiddag samen en ontdek (historische) huiskamers, binnentuinen en
andere toffe plekjes in de Mechelse binnenstad. Voor 2011 is als thema “lyrische jazz”
gekozen. De groepen brengen dan jazz die gemakkelijk in het oor ligt en
melodieus klinkt. Jazz hoeft zeker niet moeilijk te zijn en zo verlagen de
muzikanten de (jazz)drempel. Start- en eindpunt is de Stadsschouwburg.
Tussen 13u00 en 13u45 stel je zelf je "Jazzathome" middagprogramma samen; je
kiest uit 20 groepen en locaties 3 optredens, die elk zowat 45 minuten duren. Uw 3 namiddagkeuzes kan je ook online
maken op
www.jazzathome.be na aankoop van uw tickets via het Cultuurcentrum of
UiT in Mechelen. Een stadsplan gidst je naar de locaties,
waar de bewoners niet alleen hun deur openzetten, maar ook een drankje
aanbieden zodat je optimaal van het optreden kunt genieten. Alle locaties
liggen op wandelafstand in de binnenstad. Elke groep speelt drie sessies. Er is
voldoende tijd om tussen twee sessies van locatie te veranderen. Optreden 1: 14u15 - Optreden 2: 15u45 -
Optreden 3: 17u15. Vanaf 18u is er eten en drank voorzien
aan de Stadsschouwburg. Naar goede traditie wordt Jazzathome
afgesloten met een spetterende hoofdact in de Stadsschouwburg. We serveren u dan om 20u de energieke
groep “Rhonny Ventat Funky Jazz Band”. De presentatie van het avondgebeuren is
in handen van Martine De Raedemaeker. Alle artiesten en locaties zijn te vinden
op www.jazzathome.be. Tickets zijn online te bestellen via de
website van het CultuurcentrumMechelen (www.ccmechelen.be/index.cfm),
via telefoon (015/29 40 00), via e-mail (cultuurcentrum@mechelen.be)
of aan de balie van het Cultuurcentrum, (Minderbroedersgang 5, 2800
Mechelen). Eveneens via Uit in Mechelen, e-mail:
uit@mechelen.be en website:
www.uitinmechelen.be
of aan de balie:
Hallestraat 2-4-6, 2800 Mechelen, (Grote Markt) tel: 070/22 28 00 -
fax: 015/29 76 53.
|
![]()
20 locaties, verdeeld over 7 fotografen, zijnde de
dezen (in willekeurige volgorde):
·
Bart Schelkens (info@photos-b-art.com)
- www.photos-b-art.com
·
Dirk Van Lombergen
dirk.van.lombergen@telenet.be
· Eric Kesenne eric.kesenne@pandora.be – http://rikkysphotography.smugmug.com/
·
Gert Van Gelder
gertvangelder@skynet.be -
http://www.gertvangelder.com/
· Jos
Knaepen thejazzman@pandora.be -
http://www.jazzmasters.nl/josknaepen/
·
Michel Verlinden micver@telenet.be
-
http://www.pbase.com/sjel
·
Erwin Van Rillaer winus@jassepoes.be
– www.jassepoes.be
Een organisatie van de Jazzzolder vzw i.s.m.
Cultuurcentrum Mechelen en JCI Mechelen,
met de steun van de Stad Mechelen.

NARCISSUS
n°2, CD, De W.E.R.F. 087
Robin
Verheyen, saxen + Clemens van der Feen, contrabas + Flin van Hemmen, drums +
Jozef Dumoulin, piano & Fender Rhodes + gast: Guilleremo Celano, gitaar
|
Op hun
tweede CD springt in de samenstelling van het kwartet de
personeelswissel in het oog met Jozef Dumoulin ipv Harmen Fraanje. Op
openingstrack 'Pling Pling' dat op een listig laag volume begint en dat
heel langzaam aanzwelt (zodat je de volumeknop misschien al gauw twee
keer nodig hebt) horen we de gitaar van Guillermo Celano die ook op het
afsluitende 'The Mediator' meespeelt. De gitaarklanken kunnen voor een
verrassingseffect zorgen, zelfs enige verwarring veroorzaken als je de
hoes niet bekeek (en geen recensie las). De extra snaren zetten mee de
toon en introduceren meteen ook toetsenist Dumoulin die zich graag
inlaat met elektronische spielerei en die hij hier mee inpast in een 'Streven
naar Schoonheid en Perfectie'. Wilde stukken zijn schaars op deze CD,
slechts zelden wil het kwartet prachtige schreeuwen slaken. Of zonder
zang toch luidkeels vrolijk zangerig worden zoals in 'A Shout'. Al
verwijzen enkel 'Harlem Meer' en' A Day in the Life of Turtle' naar
waterwerelden, deze jazz lijkt muziek die opstijgt uit het oppervlak van
een blauwe, glinsterende zee van logisch en wiskundig abstraheren. De
hoes die met minimalistisch design een bloeiende narcis bevat, past dan
ook perfect bij het zoeken naar de essentie die schoonheid uitmaakt.
Herhaaldelijk valt in de opbouw van de stukken een proces op van
stilletjesaan groeien, in knop schieten en geleidelijk openbloeien. Of
om terug te keren naar het water: denk aan bewegingen die bijna
onopgemerkt ontstaan vanonder een stil, vlak oppervlak. Was de
bewegingloosheid wellicht schijn en was er een zacht wiegen, dat
versnelt en dat gaat over in klotsen en golven, in eb en vloed. Hiermee
willen we niet gezegd hebben dat de muziek over de zee gaat. Titels als
'Entre les Etoiles', 'To Norah' en 'Colors in Orval' wijzen er wel op
dat voor de groep de afzonderlijke stukken aan concrete personen en
zaken gekoppeld zijn. Van
overdaad is in deze muziek geen spoor te vinden. Hier wordt gestreefd
naar schitterende pracht zonder de praalzucht die tot kitsch kan leiden.
Puur en zuiver willen de klanken niet altijd zijn, maar wel zijn de
ideeën van het uitgepuurde soort en de resultaten knap tot heel knap. De
kwaliteit van de composities en improvisaties overstijgt de loutere
optelsom van de individuele kwaliteiten van deze stuk voor stuk begaafde
muzikanten. |
![]() |
| Danny de Bock |
Wij kozen eerder als begeleidende sample voor
' A Shout'

SARA SERPA : MOBILE, CD
INCM022

Sara Serpa, voice + André
Matos, el and acc guitar + Kris Davis, piano, Fender Rhodes + Ben
Street, bass + Ted Poor, drums
|
Wie het reisgevoel dit jaar moet missen, er verknocht
aan is of het nog wel eens wil oproepen, kan hier een tip vinden! Sara Serpa werkte al samen met Greg Osby, Danilo Perez
en Ran Blake. Toen in 1962 van Jeanne Lee & Ran Blake de plaat “The
Newest Sound Around” uitkwam, kreeg die woorden van lof mee van Gunther
Schuller. De naam van Schuller geldt nog altijd als één van de groten
van de “third stream” (jazz combineren met klassiek). Hij had het over
een sfeerplaat van een bijzondere orde. Dat is precies wat 'Mobile' ook
is. Met haar zang verklankt Sara Serpa haar herinneringen
aan karakters, plaatsen en momenten in een aantal boeken die zij las.
Boeken waarin reizen een belangrijk gegeven zijn. Van schrijvers als
Herodotus, Naipaul, Steinbeck, Kapuscinski. Over karakters die de
zekerheid en het comfort van hun vertrouwde omgeving al dan niet
tijdelijk verlaten. Mensen die in beweging kwamen en vertrokken. Deze
zangeres is zelf ook zo iemand : zij is een Portugese die naar New York
is getrokken. De ontmoetingen die zo’n stap oplevert en die tussen jazz
spelende en improviserende muzikanten samen met haar belangstelling voor
genoemde voorbeelden uit de wereldliteratuur vormden de leiddraden voor
deze CD. Het inspireerde haar om muziekstukken met titels te maken als 'Ulysses’s
Costume', 'Gold Digging Ants', 'Traveling With Kapuszinsky'. Haar stem
is haar instrument om te klankdichten. De kunst van het scatten legde sinds de bebop lange
wegen af, maakte evoluties door, nam nieuwe vormen aan. Sara Serpa heeft
zich op korte tijd ontwikkeld tot een vooraanstaande stem die nieuwe
vocale jazz brengt. Meer dan woorden en teksten wendt zij klanken aan om
herinneringen te vertolken, in te zoomen op fragmenten en details uit
verhalen. Zinnen gebruikt zij ook, eigen bewoordingen en van E.E.
Cummings het gedicht “If”. De muziek met dit kwintet kan een beetje doen
denken aan Henry Threadgill Zooid. De verschillende muzikale lijnen
blijven wel dichter bij elkaar, al kronkelen zij soms uiteen. Het heeft
iets van opstijgende, cirkelende, uitrafelende sigarettenrook. Onrust en
het risico van uit balans geraken doemen her en der op, maar met
merkwaardige samenhorigheid creëren de vijf muzikanten gehelen die
uitblinken in een aparte schoonheid. Sprankelende ideeën en vertolkingen
zorgen voor boeiende kleurschakeringen en meeslepende sferen, vermengen
invloeden uit het land van de fado met jazz. Een solide ritmesectie,
sierlijke bewegingen met gitaar, piano en elektrische toetsen... je kan
je er live door laten meevoeren in De Singer in Rijkevorsel op vrijdag 9
september 2011. |
Danny De Bock |
OTN 008
Released on June 20th 2011

THERAPY: the words...
|
(My) Doctor(s) say(s) I’m crazy That therapy is good for me I’m dangerous to other people A disturbed cripple
Electroshock therapy
Hello! Hello! Sanity!
With all these pills, all these meds racing through my
veins,
No doubt something’s weird in my brain
(But / See) I am happy this way Even if I feel rejected / neglected I know God’s got a
purpose A use for everyone and me
I’ve been in jail for awhile,
Mental home more than once, My mom and dad think that it’s too late I should resign to my
fate
I’m a wacko; I’m a loon
No one listens to my tunes Doctors say that someday I’ll be free But deep inside it won’t
be me
|
|
Voor het
publiek van de Parijse jazzclubs is Lifescape geen onbekende. De groep werd
finalist op het concours Tremplin Jeunes Talents in St Germain in 2007 en
kaapte het jaar daarop de speciale prijs van de jury op de Trophées du
Sunside. Hun stijl ? Een zeer aantrekkelijke mix van jazz met hier en daar
tintjes pop, rock of electro. U kan hier hun EPK bekijken
|
Olivier Régin vocals | Renaud de Lacvivier Piano &
Fendher Rhodes | Pierre-Yves Le Jeune Bass &
cello | Arnaud Girard Drums & percussion
|
For those
customary of Parisian clubs, Lifescape is not really a revelation any more.
From the very start, this quartet with its classic set-up for vocal-jazz - a
trio piano-bass-drums and a singer- had proved intriguing and compelling.
Specialist juries made no mistake: finalist of the Tremplin des jeunes
talents at the St Germain Jazz Festival in 2007, Special Prize of the jury
at the Sunside Trophies in 2008, with a special mention for boldness for the
singer Olivier Régin. This virtue is amply shared with his three young
companions, Renaud de Lacvivier, piano and Fender Rhodes, Pierre-Yves Le
Jeune, double bass and cello, Arnaud Girard, drums and percussion. These
four also have in common that they came to jazz at a later stage. Thanks to
their diverse backgrounds – the classical conservatory of music for some,
the practice of contemporary music for others - Arnaud, Olivier, Pierre-Yves
and Renaud developed an identity. Their compositions- the major part of this
very first album alongside two revivals (Lou Reed and The Doors) - are
worked out together. They are very written pieces in which truly
contemporary jazz is spiced with pop, rock and electro overtones. The
overall aesthetics are very European, close for example to the Swedish group
EST, whilst Olivier Régin sings in the tradition of American crooners Kurt
Elling or Mark Murphy with all the virtuosity of scat singing. Lifescape, a
neologism coined from life and landscape, contributes an authentic and
vivifying color of sound to the present-day jazz landscape. |
|
SNAPSHOTS OF LIFE
There are, broadly speaking, two classic approaches to
jazz singing. One is to follow a welltrodden path harmoniously leaning
on masterpieces of the past which, while serving as inspiration, also
remain inaccessible references, because they are marked by the
extraordinary talents of a particular singer, or steeped in the
atmosphere of irretrievable bygone days. Going down this path can be
highly instructive but following it step by step often results in the
comfort of a repertoire of tried and tested standards. This can also
lead to dangerously lofty comparisons and lead artists to play the role
of amateur painters who reproduce paintings by the grand masters in
museums without shedding light on their secrets. The other path involves
using the resources of a more personal route made up of discoveries,
encounters and love at first sight, without worrying too much about
labels or being confined to any particular genre. The risk is that one
might, by randomly cherrypicking a musical path, end up with a sterile
collage of musical souvenirs with no links or strengths. Borrowing from
tradition in order to attain real artistic success demands the rigour of
meticulous reasoning married to an artistic imagination. This means
having the courage to expose your own personality and the talent to
achieve that.
This is the path that Olivier Régin with his group
Lifescape have chosen to go down. It suits the journey he is after. As a
child, he studied the flute and went to conservatoires in Abidjan,
Geneva, London and Paris. At the age of 17, he tried singing and the
guitar and played in a number of rock/ pop groups. Around 1996, he
discovered Jeff Buckley: he instantly admired him for his voice, his
freedom of expression and his refusal to deliver a pedantic message.
Buckley would remain a major influence on him. Olivier Régin then
decided to devote himself entirely to music and study jazz at the
American School of Modern Music in Paris, where it all snowballed. One
of his teachers took him to the Sunset Club to listen to Kurt Elling who
was on his way to becoming a singing star. It was a revelation. He
listened to Bobby McFerrin, Mark Murphy and Chet Baker and at the same
time worked on the counter tenor register in order to increase his vocal
range. It was, however, his meeting with the pianist Renaud de Lacvivier
which resulted in the band Lifescape coming together in 2006, with the
drummer Arnaud Girard and double bass player Pierre-Yves Le Jeune.
They all refuse to slot into any particular musical
genre and keep their ears wide open to jazz, which they discovered
fairly late on and whose American roots and European developments they
appreciate in the form of the band EST. They are all keen on rock and
electro music which they play in all sorts of different guises. They all
set store by the quality of their shared message. “Our repertoire is
essentially made up of original compositions,” explains Oliver Régin.
“Often Renaud comes up with ideas for tunes and we work on them with
Arnaud and Pierre-Yves. I write the lyrics by tapping into personal
experience, passing impressions, or events that have moved me. 'Norway',
'Not Over You' and
'Confession', for example, remind
me of falling in love, falling out of love and stories that were part of
my life, 'Heaven' and
'Secret Little Sin' are
linked to fleeting moments, while 'Therapy'
and 'Nothing to You'
stemmed straight from my imagination. Our way of working is not centred
on a single individual. Lifescape is not Olivier Régin’s quartet, but a
friendly ensemble to which everyone contributes.”
This approach clearly
works. The group has been awarded many jazz prizes in France (Crest Jazz
Vocal, Trophées du Sunside, Versailles Jazz festival) and has performed in
Parisian clubs like le Café Universel and Sunside/Sunset. Making the most of
their experience performing in public, the musicians take the time to hone
their performances and cope calmly with the inherent risks of live gigs. The
repertoire is coherently presented. It includes inspirational lyrics which
tell stories that generate rich, diverse atmospheres and lively, colourful
melodies – a far cry from fashion and well-trodden paths. All this can be
found on this album, which promises to be the first of many. An achievement
already far greater than a promising first stab.
|
|
Eens temeer een ontdekking, blijkt dit modern ensemble rond vocalist Olivier Régin. Gezongen jazz, ja, maar niet in 'a crooner way' zoals dat vaak nogal durft te lopen en wanneer je verwijst naar voorbeelden als Kurt Elling of Mark Murphy. Veeleer brengt Lifescape hier piano georiënteerde jazz met vocalen maar de groep is duidelijk méér dan de begeleidingsband rond een zanger. Individueel sterke musici zijn het die allen het beeld van Lifescape inkleuren en ja, mij ligt het resultaat wel. De elf titels van deze schijf heten dan wel eigen composities te zijn met weliswaar hoesverwijzingen naar Lou Reed ('On the wild sidewalk'), The Doors ('Light my Fire') of Chick Corea (geen titel genoemd, maar 'Niobe' refereert heel duidelijk naar 'Spain') maar d'er is er nog eentje tussen verder heel aardig, eigen werk en dat is het mooie 'Not over you', heel breekbaar gezongen, gevoelig aangebast en geborsteld aan een zalig, rustig tempo maar toch ook duidelijk een herwerking van 'Sympathy' van Steve Rowland & the Family Dog (uit 1970 weeral...) Dat mocht toch ook vermeld worden, dachten wij maar het is wél een heerlijk nummer zo, in deze Lifescape versie. Componeren en arrangeren ligt Olivier en de zijnen anders wel want zo gaan die 'covers' toch wel een heel eigen leven leiden. En eigenlijk gaat het hier maar over énkele covers want 'Niobe' start dan wel met de duidelijke 'Spain' melodie maar gaat verder wel een heel eigen pad op met een Oosterse feel en dito percussie, is gezongen in wat waarschijnlijk het Nouchi zou kunnen zijn, een populair Frans dialect uit Côte d'Ivoire alwaar Olivier al als kind al fluit studeerde aan het Conservatorium van Abidjan. Een buitenbeentje is het op deze schijf die verder in voortreffelijk Engels wordt gezongen, iets wat niet vanzelfsprekend is voor de Fransen maar Olivier is dan wel meer een wereldburger die o.a. ook studeerde te Londen... Ook het heel sensuele eigen arrangement van Lou Reed's 'On the wild side' mag er wezen en de invullingen van de ritmesectie zijn daarbij erg mooi .Renaud de Lacvivier geeft er door de Fender solo nog wat extra kinky feel aan maar vooral het scatten van het 'coloured girls loopje' door Renaud is onverwacht sterk. De derde cover dan, zo je wil, is het overbekende 'Light my Fire' van The Doors dat door Pierre-Yves Le Jeune een mooie baslijn meekrijgt alvorens de piano 'explodeert', het tempo voor even losbreekt, om dan vingerknippend en scattend terug op de pootjes terecht te komen. Nu, dat vind ik buitengewoon zie, als je met zulke eigen versies, wereldbekende deunen nieuw leven inblaast ! Daar staat natuurlijk ook fijn eigen werk tegenover met niet in het minst het van een rake tekst voorziene titelnummer 'Therapy', een imaginair nummer dat een perfecte illustratie van 'One flew over the cuckoo's nest' zou kunnen geweest zijn. De sopraansax van guest Sébastien Jarrousse maakt het totaalbeeld extra jazzy en absoluut luchtiger want de aangestreken cello en dramatische piano maakten het anders wat 'zwaar'. Erg lichtvoetig is dan weer het walsje 'Secret Little Sin',een luisternummer met niet enkel het fragiele masculine zingen van Oliver maar ook het dartele,vlinderige pianospel van Renaud met daarond de aangestreken bas van Pierre-Yves en weer (voor een laatste keer) de sopraansax van Sébastien Jarrousse maken het een bezinningsmoment waard. Persoonlijk vind ik echter 'Heaven is within reach' beter, muzikaal weer rijk met gevoelige bassen en cymbaaltjes .Gevoelig is anders ook het door liefdesverdriet verscheurde 'Not over you', waar ook de bas in tranen zit. Olivier Régin heeft een mooie geschoolde tenor en klinkt steeds mannelijk, ook als d'ie hoog gaat. Meer liefdesperikelen in het (Why have you left for) 'Norway', mét koortje en 'Confession' waar Olivier heel sterk met woorden scat. De muzikale invulling door het combo maakt dit 'Norway' absoluut tot één van de beste nummers van de CD. Blijft er nog het meer uptempo, wat waanzinnige 'Nothing to You' waarvoor therapie wel aangewezen lijkt en dit alweer met sterke vocale uitspattingen van Olivier. Heel erg jazz, dat ook wel, maar dat vind je in al die andere nummers ook ontegensprekelijk terug.' The Farewell Song' heeft dat in mindere mate, mag de CD wat dramatisch afsluiten, wat ingeluid wordt door de aangestreken bass van Pierre-Yves Le Jeune en verkennende piano van Renaud De Lacvivier om dan uit te sterven in dreigende aangestreken bas, de liefdesverzuchtingen van Olivier, de oorlogstroms van Arnaud Girard en een finale E.S.T. waardig, kreten uitdeinend in elektronica en wegstervende pianonoten ... Zoals eerder gezegd, voor mij een ontdekking en misschien voor U ook wel het ontdekken waard? Voor als je eens wat anders wil dat toch in de jazzsfeer zit zou ik zeggen : uitproberen maar !
Winus |
- perstekst -
|
High Definition,
de Poolse groep rond Piotr Orzechowski, heeft de Jazz Hoeilaart
International Competition 2011 gewonnen. Ze werden door de jury geloofd om
de frisheid en vitaliteit die de band uitstraalde. Hun arrangementen zitten
vol verrassingen. Zo brachten ze een opmerkelijke vertolking van de standard
Ana Maria. Bovendien werd hun contrabassist Alan Wykpisz als beste
bassist onderscheiden. Op de slotdag, zaterdag 24 september,
kwamen eerst nog de laatste twee finalisten aan bod: het Duitse duo
Leppinski 2 met Agnes Lepp (stem) en Filip Wisniewski (gitaar)
die de zaal stil kregen met delicate vocalise en intimistische gitaarklanken.
Daarop volgde de Amerikaanse groep Sean Hutchinson’ Still Life die
een soort cd-voorstelling brachten, want de set bestond uit nummers van het
pas verschenen debuutalbum Still Life. Daarop staat ook Planet
Telex van Radiohead dat ze als standard naar voren brachten. Op de
inmiddels tot sterstatus verheven pianist Omer Klein na, van Israel
afkomstig, is het een Amerikaanse band rond drummer Sean Hutchinson uit
Seattle. Ze konden de jury niet overtuigen. Voor een uitverkochte zaal mocht dan het
Jef Neve Trio afsluiten. En dat was opnieuw een grandioos concert
waarbij het opvalt hoe sterk deze groep met de sublieme contrabassist
Ruben Samama en avontuurlijke topdrummer Teun Verbruggen is
gegroeid en altijd nieuwe wegen bewandelt en telkens weet te verrassen. Bij deze editie 2011 kwam nog een woord van
dank door Peter Heyndrickx, Voorzitter van de stuurgroep van Jazz
Hoeilaart, aan de juryvoorzitter Erik Moseholm, die na zovele jaren
voor de laatste keer die taak vervulde. Ook Guy Dossche, die in de
preselectiejury zetelt, werd om zijn trouw beloond. Nathalie Loriers
ontving uit handen van Sabam bestuurder Marc Hermant een cheque van
2000 euro als winnares van de Sabam cultuur componistenwedstrijd en dit voor
haar compositie Canzoncina, die als opgelegd werk door de groepen
werd vertolkt. Alle groepen nemen als herinnering een
videoclip van het optreden mee naar huis.
|
7e editie van JazzatHome een onverdeeld succes !

|
|
|
Door de uitstekende organisatie en de goede
samenwerking met vrijwilligers en locatiehouders slaagde de 7de
editie van Jazzathome er ook weer in om te zorgen voor vele blije
gezichten. De muzikanten waren blij omdat het geheel in de namiddag zo
gesmeerd liep dankzij de toewijding van gastvrouwen en –heren en de
locatieverantwoordelijken. Blij waren de muzikanten met het hen
toegewezen interieur en het aandachtige publiek. Ook toehoorders waren
her en der aangenaam verrast door de inkleding van de locatie die zij
bezochten en blij waren zij als zij uit 20 groepen (weer) één hadden
uitgekozen van wie de muziek hen meeviel of zelfs bijzonder goed lag.
Menig muzikant ging doorheen de verschillende sets dan ook
enthousiaster en geïnspireerder spelen. Wat de vreugde bij het publiek
ook weer ten goede kwam. Tegen de weersvoorspellingen in genoten we van een
voornamelijk zonnige namiddag en de regendruppels die toch vielen waren
te klein in aantal om een domper op de sfeer te zetten. Het was dan ook een gezellige bedoening onder de
mensen die om te eten en te drinken naar de 'Jazzvillage' afzakten. Voor
vele muzikanten en vrijwilligers was het er een fijn weerzien en leuk
ervaringen uitwisselen. En ook het avondprogramma met Rhonny Ventat (intussen
al een bekend gezicht te Mechelen) viel goed in de smaak. DJ Kris
stookte in de foyer eerst met funky jazz het vuur aan en het
daaropvolgende optreden in datzelfde genre dat daar in de
Stadsschouwburg doorging werd bijzonder goed gesmaakt. Daarna was het
wel genoeg geweest, want voordat een nakende werkdag ging aanbreken was
ophouden bij genoeg altijd gezonder dan pas naar huis keren na teveel...
Velen kijken dan ook nu al uit naar de editie van volgend jaar!
|

20 locaties, verdeeld over 7 fotografen, zijnde de
dezen (in willekeurige volgorde):
·
Bart Schelkens (info@photos-b-art.com)
- www.photos-b-art.com
·
Dirk Van Lombergen
dirk.van.lombergen@telenet.be
· Eric Kesenne eric.kesenne@pandora.be – http://rikkysphotography.smugmug.com/
·
Gert Van Gelder
gertvangelder@skynet.be -
· Jos
Knaepen thejazzman@pandora.be -
http://www.jazz-photography.com/
·
Michel Verlinden micver@telenet.be
-
http://www.pbase.com/sjel
·
Erwin Van Rillaer winus@jassepoes.be
– www.jassepoes.be
hier de link naar youtube van de jazzathome
namiddag.
http://www.youtube.com/watch?v=I-ql2ZQAvQ0
International Trio
|
|
|
Graag stellen we u ons nieuwste album voor op het
W.E.R.F.-label, "Donkere Golven" van het International Trio.
De groepsnaam dekt volledig de lading. Dit eigenzinnige
trio bundelt de krachten van drie gedreven zoekers uit drie
verschillende continenten: de New Yorkse trombonist Steve Swell, de
Israëlische drummer Ziv Ravitz en last but not least, onze eigen Joachim
Badenhorst op klarinet.
Joachim Badenhorst is ongetwijfeld één van de meest
veelbelovende jonge artiesten uit de Belgische jazzstal. Dat bewees hij
nogmaals met zijn schitterende en enthousiast onthaalde solo performance
op de Belgian Jazz Meeting, die op 2, 3 en 4 september plaatsvond in De
Werf. Hij is een muzikale duivel-doet-al die terug te vinden is in de
meest uiteenlopende projecten in binnen-en buitenland, maar toch telkens
zijn eigen stempel op de muziek weet te drukken.
Trombonist Steve Swell is sinds 1975 vergroeid met de
New Yorkse hedendaagse jazzscene. Hij was er sindsdien o.a. te zien aan
de zijde van een uiteenlopende schare aan klinkende jazznamen als Lionel
Hampton, Buddy Rich, Anthony Braxton, Cecil Taylor en William Parker.
Drummer Ziv Ravitz is een rijzende ster in jazzland. Hij
ruilde thuisland Israël om te gaan studeren aan het befaamde Berklee
College of Music in Boston. Daarna ging hij zich vestigen in New York,
waar hij de twee andere leden van het International Trio leerde kennen.
Verder is hij ook vast lid van het Lee Konitz New Quartet, Minsarah Trio
en speelde hij o.a. bij Thomasz Stanko, Joe Lovano, Avishai Cohen,
Esperanza Spalding, |
|
Het begint al bij de hoes.Niets is gewoon.De
raadselachtige foto's intrigeren : nergens staan de muzikanten er
duidelijk op,je moet goed kijken.Als je de hoes omdraait is er een muur
waar
iemand tegen leunt,waarvan je slechts een arm ziet,haarscherp.Nu ga ik
ze zien denk je, door de hoeskaft om te draaien,maar noppes,de
haarscherpe foto is afgesneden! De binnenhoes
geeft een beeld van een trapgang met heel beneden kleine portretfoto's
doch ook versneden in collage...Een geweldige hoes, want past helemaal
bij de muziek die ze verpakt.Zoals je
goed moet kijken naar de hoes,moet je ook zeer goed luisteren naar de
muziek , anders hoor je niets.Geen muziek dus om de krant bij te
lezen,daarvoor is ze te veeleisend,te waardevol !
Kris Vanderstraeten
|
POLAR BEAR &
JYAGER : 'COMMON GROUND', minialbum, 30 september in Antwerpen op
'But is it Jazz?
|
Polar Bear is meestal de groep
rond de Schotse drummer Sebastian Rochford die graag wat grensgebieden
opzoekt voor jazz in de 21ste eeuw. Sinds enkele jaren hoort
bij Polar Bear een portie elektronica en dat wil zowel vruchtbaar en
knap uitpakken als soms leiden tot weinig meer dan piep en knor-rare
bijdragen. Met 'Peepers', de vorige plaat van Polar Bear maakte Rochford
nog een bijkomend project. Met zijn drumstel, een draaitafel en Peepers
op vinyl maakte hij nieuwe collages die vooral door drums en/of
scratches en loops gedreven worden. Alleen de opener, 'recording in
secret', wijkt hiervan af met een voor deze tijd ouderwetse industriële
sfeerschepping. Op ruim de helft van de tracks die verschenen op 'Common
Ground' drukt MC Jyager met raps zijn stempel. Zijn soms
repetitieve uithalen met woorden die bvb verwijzen naar vooruit-
en terugspoelen ('the role I choose'), controle houden ('stay in
control') accentueren het samenspel van mens en machinale
manipulatietechnieken. Deze vrij donkere vocale triphopachtige
bijdragen, soms knap, maar soms ook niet zo geslaagd, zorgen sowieso
voor een extra laag in de recyclage van 'Peepers'. Klinkt 'Peepers' op zich als een grootstedelijke jazzexcursie die doordrenkt is van ontmoetingen met oude tradities uit verschillende culturen en nieuwe interculturele mengvormen, dan wijkt 'Common Ground' ver van de verwachtingen af die Polar Bear zonder MC doet ontstaan. Dit blijkt meer een duo-project dan een groepsproject met een rapper. Denk hier bij rapper niet aan supermacho Amerikanen en agressieve ego’s, Jyager uit zich een pak empathischer. Teksten willen nadenken over zingeving in een stedelijke omgeving die tot vervreemding lijkt uit te nodigen. Over hoe sterk zijn raps zijn lopen de meningen uit elkaar, maar omdat hij onmiskenbaar een aantal goeie ideeën heeft én dit project ook louter instrumentale stukken behelst die enorm hypnotiserend ('new love') of danslustig ('flowerpot remix') klinken, maakt dit schijfje indruk. En mag u ongetwijfeld iets boeiends verwachten van een uitstapje naast de meer reguliere jazzpaden... |
| Danny De Bock |
| - Nu live in Antwerpen, vrijdag 30 september in de Arenbergschouwburg - |
Hnita hoeve , 5
Oktober : REBIRTH::COLLECTIVE
Dree Peremans (trombone)
Jo Hermans (trompet)
Jan Eggermont (altsax, klarinet)
Wietse Meys (tenorsax)
Joppe Bestevaar (baritonsax)
Ewout Pierreux (piano)
Jos Machtel (contrabas)
Toni Vitacolonna (drums)
|
|
© Guy Van De Poel |
|
We krijgen een mix van standards en eigen werk van
trombonist Dree Peremans (°1983). De leider van deze jonge band haalt de
mosterd bij zijn mentoren Lode Mertens en Marc Godfroid. De 'post-bop'
formatie 'REBIRTH COLLECTIVE' heeft hij uit de grond gestampt. Ze spelen
onder zijn leiding onversneden jazz zoals die in de jaren '50 klonk, bij
wijze van revalorisering van het swing-idioom. We starten dus swingend met ‘How about you’ met een
feature van Jan Eggermont op altsax. De toon is gezet en ze spelen
feilloos goed. Het eigen nummer ‘liner notes’ van Dree is een echte
groovy nummer met op het einde een grappig Count Basie riedeltje op
piano. In dit nummer kan Joppe Bestevaar tekeer gaan met zijn baritonsax.
Puik werk voor Dree die de arrangementen maakt en nummers schrijft voor
iedere muzikant. Ze brengen een ode aan Bob Mintzer met een eigen
downsized arrangement voor deze achtkoppige band op het nummer ‘March
majestic’. Het voelt aan als een BJO in het klein met weliswaar al twee
leden zijnde Toni Vitacolonna drums en Jos Machtel aan de bas. Dree presenteert vakkundig de nummers aan mekaar.
Normaal gezien staan ze in het voorprogramma van Nicolas Payton maar die
heeft recent zijn Europese toernee afgezegd. Dus ze treden op voor de
fun in de helaas niet zo volle Hnita hoeve. Maar wie er bij is deze
vaond vindt de groep steengoed en vraagt zich af waar een CD blijft. Ze voeren een bossa ritme op ‘Blue Jean’ van Dave
Holland en een eigen walsje ‘couplers’ met hierin een mooi duelerend duo
blazers. Na de pauze vliegen ze er nog swingender in met ‘who
cares’ met schitterende trompet solo van Jo Hermans. Die mag volgens mij
direct solliciteren bij de BJO. Grote klasse ! Het eigen nummer
‘Knuckles down’ is een Blue Note nummer zoals op die klasse platen:
groovy piano en geweldige drumsolo. Wat zijn de muzikanten in hun
element. Pianist Ewout Pierreux speelt in een Fats Waller stijl de intro
bij een volgend nummer ‘little rock getaway’ van Les Paul en de ganse
band barst los en speelt super snel met tempowisselingen en al. Alle
registers worden opengetrokken. Daarna is het afkoelen geblazen met de
ballad ‘a nightingale sang in Berkeley Square’. Hierbij spelen de
blazers eerst zonder ritmebegeleiding en gedirigeerd door Ewout. Ze
ronden af met een classic ‘take the A train’. Het publiek wil meer
en ze doen nog twee bisnummers. Eerst een acapella versie van de musical
song ‘over the rainbow’ en een stevige uitsmijter om finaal af te ronden.
Iedere muzikant mag schitteren en zijn eigen solo ten
beste geven. Het niveau is hoog , spannend en goed bij iedereen. Ik vind
het een hechte groep waarvan de vrolijkheid afstraalt en wie er niet
genoeg van krijgt kan ze nog twee keer gratis zien : in de Hopper op
maandag 10 oktober en maandag 24 oktober in de Blauwe Kater te Leuven. Michel Proesmans |

Nieuwe releases September - Oktober
|
OTN 010
Eric Watson, piano; Christof Lauer, saxophones
As bizarre as this may seem, Eric Watson and Christof Lauer had never recorded solo before even though the Paris-based American pianist and German saxophonist had already met. Christof lent his voice to “Road Movies”, an album Eric recorded in a quartet with Mark Dresser on bass and Eg Thigpen on drums. The two share a sense of discipline and a passion for liberty. Eric has a solid background in classical music and has shown he is capable of lyricism and rigor in his interpretations of works such as those of US composer Charles Ive. Christof has long been immersed in the free jazz movement, which is in Germany spearheaded by trombone player Albert Mangelsdorff. Their thirty years of practice and experience(s) has allowed them to position themselves as players of a jazz of the most authentic kind. Though they are demanding with themselves, Christof and Eric have been kind with each other in “Out of Print”, treating the other not as a rival but as a companion. The material for this album was composed by Eric who has taken little glory for this work. The exchanges with Christof are nervous, vigorous, fiery even. They are a dialog of equals. Together they cut to the essential in a language that is uncompromising, exploiting to the full the riches of their instruments and - for good measure - their travels together through faraway lands. Amateurs of sweet-sounding, consensual melodies: be on your way. Lovers of raspy dialogues and heartrending surges, this “Out of Print” is especially for you!
OTN 011
Dave Liebman, Tenor & soprano saxophone, wooden flute; Richie Beirach, piano
Dave Liebman and Richie Beirach have known each other for forty years. They don’t need to talk to understand one another, notes suffice. They get along harmoniously. Their bond dates back to the sixties when they played together in the group “Lookout Farm” led by Dave Liebman. It became stronger still when they set up “Quest”, an almost legendary formation composed of Ron McClure and Billy Hart, as well as Dave and Richie. The electricity between the two was such that they decided to record three duos together (“Double Edge”, “The duo live” & “Omerta”). Fascinated by the art of working together as a team - with each person contributing his part towards achieving a common goal - they decided to attempt the exercise of the duo with others: Dave with drummer Wolfgang Reisinger, percussionist Ravy Magnifique and the pianists Marc Copland and Phil Markovitz; Richie with trombone player Conrad Herwig and guitarist John Abercrombie. It goes without saying that both enjoy listening to the other which is the golden rule of playing in a duo. Their complicity is such that it does not require words; it is tacit which totally justifies the album’s name: “Unspoken”. In this album, Dave Liebman and Richie Beirach let go of all constraints to create a harmony that pleasures the ears. They give time to time and take turns playing their music, Richie on the piano and Dave on tenor and soprano saxophone or traditional wooden flute. Whatever repertoire they choose – be it a personal theme, a jazz standard or even a piece by Armenian classical music composer Aram Khatchatourian - their symbiosis is as plain as day. Dave Liebman and Richie Beirach’s “Unspoken” is a message of serenity and humanity.
OTN 012 | Collection : Jazz and the City
Joachim Kühn: piano
German pianist Joachim Kühn could have had a career in classical music had he not early on developed an enthusiasm for jazz under the influence of his older brother, clarinettist Rolf Kühn. After leaving his natal Leipzig, then still under communist yoke, the young Bach fan arrived in Paris in 1968 in the midst of the free jazz movement. His meetings with Don Cherry, Aldo Romano, Gato Barbieri, Archie Shepp and Roswell Rudd were determining. “The spirit of jazz”, he confided, “is rebellious and free”. This became the leitmotiv of his entire career. In every configuration he played in, preferably small ones, Joachim Kühn made his independent voice heard. Transcending boarders, the interpret and composer alternated between duos with Ornette Coleman, encounters with the young classical music pianist Michael Wollny and the Mediterranean sounding trio he formed with Ramon Lopez and Majid Bekkas. Though undeniably open-minded, he was uncompromising on one essential point: sound. This obsession led him to develop his own musical model “The Diminished Augmented System” which from then on became his musical trademark. His style became marked by a powerful lyricism that is nowhere more evident than on his solo recordings. In Free Ibiza, this key figure of the European jazz scene lays bare the qualities that were already obvious on his first solo recording in 1971. Romantic, passionate, introspective and sometimes demonstrative, Joachim Kühn manages to attain a kind of serenity. “His” Ibiza is not that of DJ’s and high level decibels. When he settled in the Balearic Islands, home to many loud parties, the Leipzigborn artist kept his demanding artistic standards intact. It is therefore not surprising that he should make an allusion to the island’s local music scene on “Moment of Happiness”, the last track of this album. This title reveals a lot about the extreme satisfaction he felt recording Free Ibiza.
|
|
|
| - volgt later - |
Appeltuinjazz Leuven, zaterdag 14 Oktober - concertverslagen
|
© Jos Knaepen
LABtrio
Bram De Looze, piano + Anneleen Boehme, contrabas
+ Lander Gyselynck, drums
© Jos Knaepen
In de grote zaal zorgde Bram De Looze voor de eerste
tonen. Hij leidde aan de vleugelpiano zijn compositie 'Sunday' spaarzaam
in met schone klanken en stopte noten af om het stuk dan weer met veel
gevoel voor lyriek te laten vervolgen. Met fijne timing
voegden drummer en bassiste zich bij de pianist en al gauw was
duidelijk dat dit geen ritmesectie is die denkt voortdurend te
moeten meedraaien, maar één die creatief wil zijn met ruimte: ruim
plaats laten aan de andere(n) en dan weer zelf ruimte heerlijk invullen.
Zo spelen zij dus alledrie en zij gaan voor moderne, evenwichtige jazz
die enkele stappen verder gaat dan het vlotte spel dat verder borduurt
op de hard bop revival die intussen (vaak tot onze vreugde) al enkele
decennia aanhoudt. Op de internationale scène heb je zo ook een John
Escreet, pianist die met een klassieke achtergrond de jazzwereld is
binnengestapt en als een wonderkind prachtige nummers componeert.
Ambitie en complexiteit zijn dergelijke talenten en hun muziek niet
vreemd, maar daarom is wat zij spelen niet te moeilijk voor wie geen bal
kent van de technische kant van muziek. Schoonheid en kunst hoeft een
mens niet te begrijpen en te doorgronden om er van te genieten. Van de spannende set van LABtrio was het genieten van
begin tot eind. 'Nardis' van Miles Davis kreeg een eigen bewerking door
dit trio waarbij het spelen met herkenning en verrassing voor een
prikkelende luisterervaring zorgde. Met 'Errato' van Andrew Hill maakten
deze talenten duidelijk dat zij als voorbeelden groten kiezen die hun
eigen weg zochten en uitdiepten, muziek maakten die mettertijd nog
aan belang won. Behalve spelen met ruimte, stilte en overvloed
typeerden vindingrijkheid en variatie de set. Zij wikken en wegen hun
bijdragen en als het moment daar is gaan zij er elk en samen voor. Met
'Plan B' van de hand van Lander Gyselynck als laatste stuk kon de
drummer nog even uitpakken met zijn talenten als componist zowel als
drummer. De drie dwongen moeiteloos de vraag om de eerste bis van de
avond af. Witchunt
Olivier Wery, drums + Pascal
Mohy, piano + Nicolas Kummert, tenorsax + Garif Telzhanov, contrabas
© Jos Knaepen
Met Witchunt kiest dit viertal niet voor het grote
avontuur. Pascal Mohy staat er om bekend heel degelijk binnen de
lijntjes te kleuren en hij past perfect in deze groep als pianist die
schijnbaar zuinig omspringt met zijn energie. In feite is het
ongetwijfeld kwestie van heel juist de krachten te doseren om met die
vingerzettingen het heldere en fijne resultaat te krijgen dat Mohy
neerzet. Een vergelijkbare omschrijving typeert het spel van elk van de
leden van Witchunt die heel geraffineerd hun instrument bespeelden en
fijne versies brachten van nummers ('Speak No Evil', 'Dance Cadaverous',
'Mahjong') van Wayne Shorter plus aansluitend enkele eigen composities
die perfect bij die van Shorter pasten. We hebben het hier dan over werk
van Shorter die heel economisch heel sterk kon uitpakken in de sixties,
niet de Shorter die met zijn hoofd op een andere planeet lijkt te
verblijven, ver van gewone stervelingen – wat ook prachtige muziek
oplevert, maar die is soms wat moeilijk te bevatten. Op deze avond in de
Appeltuin zorgde deze groep voor een gepast tweede concert om de affiche
van de dag voor een ruim publiek aantrekkelijk te maken. Delicaat en
subtiel, melodisch niet simpel, wel heel mooi. Met gevoelig spel op de
tenorsax maakte Nicolas Kummert op een andere manier indruk dan in
projecten waarbij hij blazen combineert met zingen. Drummer Wery en
bassist Garif Telzhanov toonden zich de hele tijd uiterst geconcentreerd
en attent. Nergens kreeg je de indruk dat één en dezelfde formule de
structuur van alle gespeelde nummers uitmaakte. Dit was dus genieten van
fijnzinnige jazz. Carlo Nardozza Quartet
Carlo Nardozza, trompet + Alano Gruarin, piano +
Piet Verbist, contrabass + Mimi Verderame, drums
© Jos Knaepen
Als Carlo Nardozza spreekt, hangen vaak een kwinkslag
en een lach in de lucht. Zijn droge humor, op het simpele af, staat in
schel contrast met zijn fantastische trompetspel. Wat een heerlijke
articulatie, hoe schoon zijn klanken, indrukwekkend zijn ideeën en zijn
technisch sterke uitvoering. Met opener 'Freedom' dachten we aan de
grote Freddie Hubbard en verder in de set aan Amerikaanse, Afrikaanse,
Arabische en latin thema’s zoals bij groten als Lee Morgan, Louis
Armstrong, Kenny Dorham of met zijn invloeden uit het Midden-Oosten
Ibrahim Maalouf... We kregen eigen nummers van Nardozza te horen die de
voorbije jaren rijpten in zijn brein of er onlangs aan ontsproten, bvb
onder invloed van live ervaringen in Noord-Afrika (Tunesia), een enkele
keer één met een grappige titel (éLittle Man With The Big Fatheré). In
sommige nummers lag de klemtoon op een lekker ouderwetse inslag en
swing, andere klonken moderner en in het verlengde van de hard bop.
Vooral hoorden we een eclectische aanpak om invloeden en ideeën samen te
brengen in een logisch geheel. De nummers volgden vaak eenzelfde
structuur met voorop Nardozza, de frontman die het thema afvuurde en
uitwerkte, Gruarin die de ruimte innam die Nardozza openliet als hij (na
ferme inspanningen van lippen en longen)een stap opzij zette en de
ritmesectie die het zaakje aldoor ondersteunde, de terugkeer van
Nardozza... het had wat veel van een formule, maar als de uitwerking
knap is, het speelplezier er afspringt bij de muzikanten, dan moet je
een kniesoor zijn om te klagen. En toch. Ondanks de melodieuze rijkdom,
de warmte en de vlotte opeenvolging van geweldige lijnen van Nardozza en
de energiek opwippende Gruarin, vond deze jong iets te weinig prikkels
in dit heerlijk concert dat volledig terecht als topper van de avond was
geprogrammeerd. De ritmesectie speelde alles vol, maar haalde weinig
bijzonders uit de kast, speelde geen avontuurlijk spel. En de heerlijke
muzikanten die de dans leidden voelden blijkbaar niets van adembenemende
tempowisseling of een rauwe uithaal om het geheel een extra twist te
geven. Eén intro op contrabas was misschien bedoeld als de verrassend
gewaagde passage in de set, toen Verbist het wel erg ver dreef met valse
klanken? Laten wij dan maar vooral het fantastische spel van Nardozza en
Gruarin onthouden en de prachtige sierlijke bogen in dit concert. |
| Danny De Bock |
VIJAY IYER
TRIO, 13 okt 2011 in de Roma, Borgerhout
VIJAY IYER, PIANO + MARCUS GILMORE,
DRUMS + STEPHAN CRUMP, CONTRABAS

© Guy Van De Poel
![]() |
|
© Guy Van De Poel |
|
Vijay iyer speelde zich de voorbije 10 jaren in de
kijker in samenwerkingsverbanden met altsaxofonist Rudresh
Mahanthappa, met dichter/performer Mike Ladd, in het trio Fieldwork, in
een groep met Wadada Leo Smith, bij Roscoe Mitchell... En hij heeft ook
dit trio onder zijn naam met Marcus Gilmore aan de drums en Stephan
Crump op contrabas. Ze werken intussen al jaren verder aan deze band en
Vijay Iyer stelde met gepaste trots zijn trio in de Roma voor. Om
dan van start te gaan met 'Optimism', een compositie met een compacte
basis waarop geleidelijk wordt verder gebouwd. Meteen kregen we te maken
met een zekere krachtdadigheid en vastberadenheid, zonder patserij
stevig en overtuig(en)d lijnen uitzetten en vandaar verder uitstralen... Gauw was duidelijk dat de geluidsmix niet was
afgesteld op een zo breed en subtiel mogelijk in de verf zetten van de
verschillende klankkleuren. Ook de sound was compact. Hoewel wat vlak
kwam de contrabas toch warm en donker over, als met een retrojasje,
terwijl de drums scherper en machinaler klonken, wat sowieso de
drumstijl is van Marcus Gilmore in dit trio. Van de toetsen van de piano
die vaak percussief werden aangeslagen en dan weer gevoeliger ingedrukt
ging in de groepssound soms wat glans en gevoel verloren, maar het
sterke spel met repetitie en variatie boette niet bepaald in aan
overtuigingskracht. Omdat Vijay Iyer met deze groep de jazz- en
popgeschiedenis induikt, daaruit heel verscheiden zaken plukt en die met
een eigenzinnige en vrij homogene jazzaanpak in de buurt brengt van rock
en pop mag bij een concert een deel van de subtiliteit verloren gaan,
het blijft boeien en verbazen. Ten andere weet de getalenteerde en
veelzijdige pianist in zijn sets een meeslepende ontwikkeling te steken.
Deze avond was het tweede stuk een bewerking van iets van de
internationale disco/funkband Heatwave uit de seventies, het derde
'Little Pocket Size Demons' van Henry Threadgill en het vierde iets uit
'The River Suite' van Duke Ellington en je kon makkelijk misleid de idee
overhouden dat pas bij het vierde nummer leentje buur werd gespeeld in
de populaire muziek van de sixties of seventies. Vijay speelt met dit trio niet echt opvallend zijn
Indische roots uit, maar het hypnotiserende en bezwerende karakter dat
er meermaals in opduikt, lijkt iets over zijn genetische afkomst te
zeggen. Hoe hij afwisselt met lyrische lijnen rond en bij kringelende
patronen is elke keer weer knap tot verbluffend. De groep als groep
brengt niet de meest taaie jazz, maar door soms dwars hun ritmiek in
elkaars spel te schuiven krijg je evenmin de meest hapklare jazz. Dit
trio is tegelijk toegankelijk en spannend. Drie verdomd sterke
muzikanten, maar uithalen met hoogstandjes en ijdel virtuozenspel, ho
maar, daar hoeden zij zich voor. Met zo’n houding slaagden zij er in
'Smoke Stack' van Andrew Hill een versie te geven zoals we ze nooit
hadden gedroomd, haalden zij Michael Jacksons 'Human Nature' uit de
popsfeer into jazz en brachten zij het weer terug naar pop, deden zij
met 'Wild Flower' van Herbie Nichols denken aan heerlijke Nederlandse
muzikanten, bezwoeren zij de song 'Darn That Dream'... naast een
bescheiden aantal eigen nummers die niet minder sterk waren en het
repertoire prachtig aanvulden. Dat de verscheidenheid in de keuze van de
gebrachte stukken niets heeft van een al te breedwaaierig pallet, heeft
vast ook te maken met de geest van deze groep, die als een drie-eenheid
opereert en zoals Thelonious Monk dat kon bijna elk stuk zo graag iets
meegeeft van een wat bizarre, wat hoekig danserige draai. Wat een band! |
|
|
© Guy Van De Poel |
|
Danny De Bock |
ANDREAS METZLER,
BASSOLUTIONS, Newsolutions

Andreas Metzler, contrabas, loops,
percussie, stem en geluiden

|
Deze CD met een foto uit 1939 op de hoes van een (onderbroken) kring
van dansende mensen heeft zo zijn eigen artistieke aspiraties. Het pakt
niet altijd even overtuigend uit hoe Andreas Metzler zichzelf begeleidt
met oa percussie en loops, maar het resultaat is als geheel intrigerend
en bij momenten staat de spanningsboog knap strak. Het verbaast enigszins dat deze man die toch in verschillende bands
speelt (met New Solutions op 15 november en met Thelonious 4 in januari
in Gent in de Hot Club de Gand) zich voor een CD helemaal solo uit de
slag wou trekken. Contrabas is duidelijk zijn ding, percussie iets
minder. Dit gezegd zijnde is het boeiend om mee te gaan in de solo
uitvoeringen van composites van zijn keuze: stukken uit verschillende
hoeken, met name van John Coltrane 'After The rain', verschillende van
Erik Satie, een stuk van rond 1500 van Diego Ortiz, 'Blackbird' van The
Beatles plus een eigen compositie. De CD opent als met een meditatie ('After The Rain') en geleidelijk
gaat het zaakje aan het dansen en dromen. De invloedssferen van jazz,
klassiek, folk en pop wisselen elkaar af op een excursie met akoestische
en elektronische klanken en hulpmiddelen. En de maker weet af te klokken
op een 33-tal minuten, wat maakt dat dit eigenzinnig schijfje niet
onverantwoord lang duurt. Een basssist zo te horen om beter te leren
kennen, maar voorlopig geen geweldige hoogvlieger op zijn solovlucht. Danny De Bock |
geen begeleidende sample deze keer,
eerder een YouTube die alles al zegt

-
Persbericht, 3 november 2011
Jazz &
Sounds: een momentum voor de creatieve
muziek in Gent
Met o.a. Henry Threadgill, Hermeto Pascoal
en Egberto Gismonti.
|
De tweede editie van Jazz&Sounds Festival vindt plaats van
17 tot en met 19 november 2011 in Kunstencentrum Vooruit, Conservatorium
Gent en Muziekcentrum De Bijloke Gent. Jazz&Sounds Festival is een
organisatie van Muziekcentrum De Bijloke, Conservatorium (Hogeschool Gent),
Gent Jazz Festival (vzw Jazz en Muziek) en Kunstencentrum Vooruit.
Jazz&Sounds Festival is een momentum voor de creatieve
muziek in Gent. Het biedt een podium aan muzikanten en componisten die
buiten de lijntjes kleuren en zelf -ook al plaatst de organisatie hen onder
die noemer- niet altijd onder het label jazz willen worden gecatalogeerd.
Het is een uitnodiging aan wegbereiders en baanbrekers, zowel iconen (Henry
Threadgill, Hermeto Pascoal, Egberto Gismonti) als een nieuwe generatie
(Robin Verheyen, Lisa Cay Miller, Jazz plays Europe).
Een belangrijke drijfveer voor het festival is de synergie
tussen opleiding en podium, tussen leren en bevestigen. De rol van het
Conservatorium (Hogeschool Gent) is daarin bepalend. Dit jaar presenteert
het Conservatorium een Europees project, 'Jazz plays Europe’, dat jonge
muzikanten (o.a. Christian Mendoza) uit 7 landen bij elkaar brengt.
Evenzeer belangrijk is Jazz&Sounds Festival een platform
voor de samenwerking en uitwisseling tussen een aantal hoofdspelers in het
domein van de jazz (en breder) in Gent: Kunstencentrum Vooruit, Gent Jazz
Festival, Muziekcentrum De Bijloke en Conservatorium Gent. Die partners
leggen hun expertise samen en bepalen ieder vanuit hun eigenheid wat het
festival voor de stad en voor de muziek kan betekenen.
De ambitie die bij de aankondiging van de eerste editie werd
geuit, om van dit festival een project te maken waarin verschillende
Europese partners betrokken zijn, blijft onverminderd. Deze editie
resulteert dit in twee projecten binnen Europalia.Brazil en het Europees
project Jazz Plays Europe (i.s.m. JazzLab Series) in het Conservatorium. De
Europese samenwerking geeft een internationale dimensie aan Jazz&Sounds
Festival en kadert binnen Gent Unesco Creative City of Music.
|
Programma |
|
Het programma van Jazz&Sounds 2011 beslaat
3 avonden. De festivallocaties (Vooruit, Conservatorium en Muziekcentrum De
Bijloke) bieden per avond een dagticket aan: een uitnodiging aan het publiek
om niet enkel de voortrekkers maar ook de jonge garde te ontdekken! |
|
17 november |
in
Kunstencentrum Vooruit |
Jazz&Sounds DAG 1 |
|
20.00u |
Satoko Fujii
Ma Do Quartet |
( Balzaal)
|
|
20.00u |
Esa Pietela - Sax Solo
in het kader van Europalia.Brazil
|
(Domzaal) |
|
21.00u |
Henry Threadgill - Zooid
|
(Theaterzaal)
|
|
22.15u |
Hermeto Pascoal Sextet
|
(Theaterzaal) |
|
23.30u |
Electric Barbarian
|
(Balzaal)
|
| 18 november | in het Conservatorium |
Jazz&Sounds DAG 2 |
|
20.00u |
Jazz Plays Europe |
(zaal Miry) |
| 22.00u |
Egberto Gismonti e Orquestra Corações Futuristas |
zaal Miry) |
|
19 november |
in Muziekcentrum De Bijloke |
Jazz&Sounds DAG 3 |
|
16.00u |
Lisa Cay Miller Solo
|
(Concertzaal) |
|
18.00u |
Lisa Cay Miller Duo met Audrey Chen
|
(Concertzaal) |
|
20.00u |
Robin Verheyen, Aki Rissanen, Katrien Baerts, Kryptos Kwartet
|
(Concertzaal) |
|
22.00u |
Lisa Cay Miller Project
met Jean-Yves Evrard, Joachim
Badenhorst, Audrey Chen
|
(Concertzaal) |
|
Voorafgaand organiseert Cassette vzw een workshop met
Hermeto Pascoal
Hermeto Pascoal zal op 14 en 16 november (10:00-17:00)
in Vooruit een workshop begeleiden van de muziekwerkplaats Cassette: een
unieke kans om samen te spelen met deze goeroe van de Braziliaanse
muziek. Doelgroep: alle muzikanten met een zeker niveau welkom! Eigen
instrument meebrengen. Onder meer Mauro Pawloski toonde al interesse...
|
|
Tickets
|
|
De prijzen zijn afhankelijk van de locatie en telkens
geldig voor alle concerten van Jazz&Sounds Festival op die dag. Tickets DAG 1 in
Vooruit
Standaardtarief: 20 euro
Vooruitprijs: 18 euro. Enkel voor Vooruitkaarthouders. Reductietarief:
16 euro. Voor 65+, -26 en andersvaliden. Tickets DAG 2 in
Conservatorium
Standaardtarief: 18 euro Tickets DAG 3 in De
Bijloke
Standaardtarief: 22 euro
Reductietarief: 18 euro. Enkel voor 60+, -26, werkzoekenden,
rolstoelgebruikers, houders van een lerarenkaart of Bijlokekaart.
Vermeld bij reserveringen dat je geniet van een reductietarief, na
reservatie is een tariefreductie niet meer mogelijk.
Verkooppunten
Online:
www.debijloke.be
Telefonisch: +32 (0)9 296 92 92
Kassa: Kluyskensstraat 2, 900 Gent Openingsuren: van
dinsdag tot vrijdag van 10u00 tot 12u00 en van 13u00 tot 17u00. Op
zaterdag van 13u00 tot 17u00.
Online:
www.vooruit.be
Mail: info(at)vooruit(dot)be
Telefonisch: +32 (0)9 267 28 28
Kassa: Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent Openingsuren: dinsdag
t/m vrijdag van 11u00 tot 18u00 en ‘s zaterdags van 15u00 tot 18u00. De
avondkassa opent 1 uur voor aanvang van een concert of voorstelling.
Online: Uitbureau Gent
Telefonisch: +32 (0)9 233 77 88
Kassa: Uitbureau Gent, Kammerstraat 19, 9000 Gent Openingsuren: maandag tot en met vrijdag van 10u00 tot 12u30 en van 13u30 tot 17u30, telefonisch blijft de ticketbalie open tot 18u00. Op zaterdagen sluit de ticketbalie op 16u30
Publieksinfo:
www.jazzandsounds.be |
HENRY THREADGILL – ZOOID gezien
op JAZZ & SOUNDS
FESTIVAL in Gent, VOORUIT
Henry Threadgill, sax en fluiten + Christopher
Hoffman, cello + Jose Davila, trombone en tuba + Liberty Ellman, gitaar
+ Stomu Takeishi, akoestische bas + Elliot Kavee, drums

![]() © Guy Van De Poel |
|
Liberty Ellman kreeg van bij de aanvang van een
zalig onconventioneel concert een prominente rol in het vertolken van
ideeën en composities van Threadgill. Zoals hij deftig gekleed op een
vierkante barkruk warse lijnen begon te spelen was van meteen af aan de
toon gezet van 'This Brings Us To'... Stukken van Threadgill volgen op het
eerste gehoor een onaardse logica, durven te klinken als
achterwaarts afgespeelde jazzplaten die resulteren in nummers die
verbijsterend melodieus openbloeien. Hoewel allesbehalve makkelijke
muziek heeft dit een aantrekkingskracht en absorberend vermogen waardoor
de aandacht van de luisteraar op een raadselachtige manier gegrepen
wordt en menigeen bekoord raakt. Het klinkt als muziek van standing en
toch danst het hoogst ondeugend. Op moeilijk te bevatten wijze is deze
muziek erg toegankelijk. Als je dan ook nog de muzikanten live bezig
ziet, wordt het helemaal te mooi voor woorden. Stomu Takeishi is blijkbaar een mannetje dat graag
spring en danst terwijl hij donkere klanken uit zijn grote akoestische
basgitaar haalt. Hij doet dat soms wild, maar vooral beheerst en met een
treffend gevoel voor timing. Met een cellist erbij klonk Zooid nog
spannender dan met enkel die akoestische bas. Als ook Hoffman tokkelde,
kon je je wel eens afvragen welke basspeler wat speelde. Samen legden
zij zwevende fundamenten voor erg ongewone constructies die heel hoog
naar de hemel reikten en ahw zonder rationeel verklaarbare houvast stand
hielden. Met tegendraadse lijnen en bewegingen werd een evenwichtige
architectuur gecreëerd waarbij de meester die Threadgill is vooral de
stille denkende kracht was. Ook hij deed zijn duit in het zakje in het
spelen van bijzondere melodieën en verklanken van grootse bouwplannen,
maar vaak was hij de centrale figuur die goedkeurend knikte terwijl de
jongere muzikanten hun energie stopten in het ten hore brengen van zijn
magische scheppingen. Met trombone en tuba bracht Davila een heerlijk
ongewone, bijna vloeibaar soepele brass sfeer aan in de eclectische
composities. Ellman liet op gitaar hoekige lijnen zacht, maar stevig in
elkaar passen, rondde de gevaarlijkste hoeken en randen af. Met
denkbeeldig cement en klinknagels timmerden en kleefden drummer en
bassisten de elementen aan elkaar vast. En met heerlijke ornamenten en
bizarre motieven blies Threadgill een adem vol muziekgeschiedenis in de
gangen, kamers en zalen van zijn eigenste muziektempel. In de theaterzaal van de Vooruit kwam dit universum
uitermate mooi tot leven.
Danny De Bock |
Tuur Florizoone

|
|
|
Met trots stellen we u ons nieuwste album voor op ons
W.E.R.F.-label, het prestigiueuze project "MixTuur" van muzikale
duizendpoot en accordeonist Tuur Florizoone.
Tuur Florizoone is bekend
o.a. van de trio's Tricycle
en
Massot-Florizoone-Horbaczewski, de bekroonde
filmscore voor 'Aanrijding in Moscou', Carte
Blanche (Festival d'Art de Huy),
samenwerkingen met Philip Catherine,
Jean-Louis Matinier, Carlos Nunez, Alfredo Marcucci, Zahava Seewald,
Chris Joris, ...
'Mixtuur' is Tuurs meest
ambitieuze en meest persoonlijke project totnogtoe. Samen met een
indrukwekkende alstar-bezetting presenteert hij een verleidelijke
melange van culturen, stijlen en instrumenten uit het beste dat Afrika
en Europa te bieden hebben.
'MixTuur' bezingt het verhaal van
de metissen, de vergeten bastaardkinderen van koloniaal Congo.
Met nationale en internationale topmuzikanten als de
Zuid-Afrikaanse zangeres Tutu Puoane, percussionist Chris Joris, bassist
Nicolas Thys, trombonist/tubaïst Michel Massot, trompettist Laurent
Blondiau, celliste Marine Horbaczewski, het Congolese koor Nabindibo, de
Burkinese drummer Wendlavim Zabsonre en de legendarische Malinese
balafoonspeler Aly Keita... |
|
Mixtuur' mag dan al een indrukwekkend 'multicultureel',
meeslepend project van Tuur zijn, vrolijk kan je het niet altijd noemen.
Dat heeft natuurlijk alles te maken met het pijnlijke onderwerp dat hier
aangesneden wordt, met name de métis, zijnde niet meer of minder dan de
bastaardkinderen uit het (ons) koloniale verleden.De pijn en het
verdriet van die kinderen die ook bij ons in pleeggezinnen terecht
kwamen, dat verwoorden, musicaliseren, dat heeft Tuur groots aangepakt
en hij putte daarvoor niet alleen uit zijn eigen rijke muzikale ervaring maar
wist zich daarbij tevens gesteund door het beste van twee werelden.
Muzikanten , hetzij zwart, hetzij blank maar allen met een
Afrikaanse ziel. Ook hebben ze haast allemaal een rijk verleden, al betekent
dat nog niet dat het hier steeds om ouwere mensen gaat. Oude getrouwen, dat
wel, vrienden zijn het die samen dit 12 koppige Mixtuur naar mooie
hoogtes dragen. Zo klinkt 'Kwa Heri' als een beschuldigende vinger. Een
stuk is het waaraan allen hun bijdrage leveren met sterke individuele accenten, maar absoluut eclecticisme ten
dienste van het project in z'n geheel. En meteen legt dit nummer ook de vinger op
de wonde, de toon is gezet. Dat het daarbij echter niet allemaal
kommer en kwel hoeft te zijn bewijst o.a. 'Once you go black, you
never come back', een heerlijk voortdodderend stukje muziek, ingezet
door de tuba van Michel Massot die, het lijkt wel vanuit een roes, zijn
kompanen meesleept in iets dat Europees vertrekt maar algauw ook
Afrikaanse licks bijkrijgt. Tuur spint zich daar met de accordeon handig
tussendoor en met 'Queskia', het stuk dat Tuur dan weer schreef voor
zijn Tricycle project bevinden we ons algauw op een inheemse
markt, in een smeltkroes van warme menselijkheid.'Las tres Brujas' heeft
wat later dan ook nog wel wat van dat Queskia' maar gaat wél weer
dieper in de wonde boren. Tutu (Puoane), ons zeer goed bekend en
vervangster van Sabine Kabongo, de eerste zangeres van Mixtuur,
voelt en vult dat erg goed aan en we vermelden daarbij ook graag de
melancholie van de blazers (waaronder een steeds schitterende Laurent
Blondiau aan trompet) en de accordeon van Tuur die Tutu bijstaat. Zet
daarbij de 'zwaarte' van de cello (Marine Horbaczewski) en je moet het
allemaal maar aan mekaar zien te lijmen !Tuur heeft dat echter
meesterlijk gedaan ! Al heb je (nogmaals) natuurlijk ook de verdiensten
van de meewerkende musici en op 'Je m'n fous (je ments) zijn dat
zowel Nabindibo, het polyfonische Congolese koor (met o.a.Bernadette
Aningi, de mama van Marie Daulne, de oprichtster van Zap Mama), als
Michel Massot met z'n mooie solo op trombone, als de diverse ritmesectie
(een duidelijk herkenbare Chris Joris op de djembé, de meester Aly Keita
op de balafoon en de jonge Stephane Galland leerling Wendlavim Zabsonre
(zeg maar Wim) aan de drums. Plechtstatig gaat het dan in een optocht
door de straat, bevragend door de blazers, mijmerend zowel door de
cello als de accordeon, ingetogen woordeloos door Tutu... 'Change' was
dat, zoals een wens, klonk het, zonder veel hoop...En mag het dan terug
wat uptempo ? Jawel, en haast extatisch ook nog raast 'Hunt' je
door de Savanne, gejaagd door een wervelwind, belaagd en achtervolgd
door een horde prairiehonden ...een .. breakout als het ware, verbreek
het stilzwijgen (denken wij dan) ! Een topper, deze 'Hunt', gedreven door
drums en de baslijnen van Nic Thys, zweterig bezwangerd door accordeon en
vocals.... En ja, in finale 'Mulume' van
Bernadette Aningi en gearrangeerd door Tuur zwijgen de vrouwentongen
tenslotte niet langer meer. Een stortvloed van woorden begeleid door
percussie, de likembe van Chris Joris en de accordeon van Tuur
worden even ten spits gedreven om tenslotte sloganesk te eindigen. Mooi
! ,
en wat tenslotte over blijft is een uitstekende CD van iemand die het
voor ons al langer niet meer hoeft te bewijzen. Het Mixtuur project dat
Tuur in 2010 in opdracht van vzw Trefpunt van de Gentse Feesten schreef
nav de herdenking van 50 jaar Congolese Onafhankelijkheid mag gerust een
succes genoemd worden, een voorbeeld in z'n soort is het van hoe jazz en
wereldmuziek zich naadloos kunnen laten mixen zonder ooit
'goedkoop' te zijn. Zie, dat noemen ze nu es 'Mixtuur' ! |
| Winus |
Wij kozen eerder voor het zweterige van
'Hunt', geweldig nummer !

SAMUEL BLASER QUARTET in de
Hnita-Hoeve, Heist-op-den-Berg, 6 november 2011

© Juan Carlos Hernandez
Samuel Blaser, trombone + Marc Ducret,
gitaar + Bänz Oester, contrabas + Gerald Cleaver, drums
|
Twee avonden na elkaar trad het kwartet op in de Hnita en de
concerten werden opgenomen om er een live CD mee samen te
stellen – reden waarom fotograferen verboden was. De opkomst was
heel matig, helaas, maar de kwaliteit was van die mate dat de
aanwezigen zich niets bekloegen. Samuel Blaser heeft aan dit
kwartet sinds enkele jaren een vaste working band en de band die
de vier na verschillende toernees ontwikkelden stelt hen in
staat om zich als een hechte unit steeds dieper in te werken in
lange epische en elegische verhaallijnen. Daarin stopt Blaser
veel ambitie en verwerken de vier hun heel persoonlijke ideeën
en aanpak. En alles klikt heel vast in elkaar. De grilligheid
van de eigenzinnige Ducret voor wie vloeiend vlot gitaarspel
maar een onderdeeltje kan zijn van het grotere geheel, die
vooral weinig voor de hand liggende mogelijkheden opzoekt en in
zijn spel graag met gemene uithalen voor de dag komt, die sluit
op een eigenwijze manier perfect aan bij het brede pallet van
virtuoos kunnen van trombonist Blaser en de geconcentreerd
spelende creatief steunende, stuwende of als duo an sich
improviserende ritmetandem Oester / Cleaver. Ducret was nogal dominant aanwezig, hij opende ook het eerste stuk, waarop de anderen rustig en aandachtig invielen, de compositie volgend op hun blad, behalve Cleaver die de ogen sloot – he knows by heart. Zoals, maar anders dan bij Henry Threadgill Zooid (17 november op Jazz & Sounds in Gent) spelen de composities met moeilijke ritmes en lijnen, maar levert dat fascinerende muziek op. Is die bij Threadgill verbazend toegankelijk, bij Blaser klinken de lange stukken ambitieuzer, hooggegrepen en wonderwel continu meeslepend – moeilijk te vatten en toch duidelijk een eigen en logisch vocabulaire hanterend. Er waren lyrische passages die deden denken aan klassieke muziek, er waren in de compositie verwerkte invloeden uit en verwijzingen naar free jazz, er waren heel vrije passages in de momenten van improvisatie die de imposante composities toch blijken toe te laten, er was blues, ruwe, donkere blues, er was funk met een heel aparte draai... uit een heel gala aan stijlen en periodes uit de muziekgeschiedenis werd geput en geplukt, tot in een atonale compositie toe lieten de vier muzikanten zich bewonderen. Ducret werkte zich graag op het voorplan, maar hoorde ook graag de delen zonder gitaar aan – zijn expressieve gelaatsuitdrukkingen kennen ook de krampachtige van diepe waardering. Alle vier kennen ze wat van ruimte invullen en ruimtes open laten. Blaser en Oester amuseerden zich duidelijk, Cleaver was de ernstige rustige concentratie zelve – ook als hij hard ging. Voorwaar, ik zeg u: van deze vier hebben
we het laatste nog niet gehoord. Zij schieten nog sterren uit de
hemel! |
| Danny de Bock |

SAMUEL BLASER
QUARTET : 'BOUNDLESS', CD, hatOLOGY 706

Samuel Blaser, Trombone +
Marc Ducret, guitar + Bänz Oester, double bass + Gerald Cleaver,
drums
|
'Boundless Suite, Part 1' opent
alsof de brand al even woedde toen de opname begon te lopen. Met een
opmerkelijke vurigheid en gedeelde 'gedrevenheid springt het kwartet in
een levendig begin van het eerste van vier suite-delen. Als luisteraar
kan je je meteen geconfrontreerd voelen met een kwartet dat op hoog
niveau wil meespelen, zoals 'This Brings Us To'... Henry Threadgill – in
recente jaren zwaar aangeprezen door oa het Amerikaanse magazine
Downbeat. Dat hoeft niet erg te verbazen, want Samuel Blaser is een
trombonist die al enkele jaren op hoog niveau meedraait in verschillende
formaties. Hij vindt zijn draai zowel in gerenommeerde orkesten als in
duo’s met andere talenten. Dat betekent niet dat in een kwartet dat zijn
naam draagt Blaser voor de grote ster moet doorgaan en zijn gezellen
vooral begeleiden. De namen van gitarist Decret en drummer Cleaver
zullen voor velen ook wel een belletje doen rinkelen. Oester mag wat
minder bekend zijn, in deze ritmesectie komt hij meermaals heel sterk
naar voor. De ritmesectie is in deze contect ook niet zomaar een
ritmetandem die de boel van ritmische steun voorziet, maar een creatief
tweespan dat op zichzelf kan staan creatief te wezen. Of in samenspel
met de anderen warse lijnen uittekent in logische verbindingen en
evoluties. De vier stukken staan van de Boundless
Suite staan op zichzelf, maar horen duidelijk samen, passen onder een
gemeenschappelijke noemer waarin vanuit een raamwerk wordt vertrokken en
verder gezocht en geïmproviseerd zonder ver af te dwalen of het Noorden
te verliezen; de samenhang blijft het volle uur gewaarborgd. Op
intrigerende wijze wordt lyrisch en elegisch afgewisseld, krijgen we
opeenvolgingen van trage en versnellende, van snelle en vertragende
passages. Vergelijken met Threagill gaat maar ten dele op - er is een
bijzondere gitarist in het spel en er zit een brass band blazer mee op
de voorgrond - de invloedssferen en waaruit eclectisch wordt gesprokkeld
hebben soms vaag verwantschap met noise rock, ambient, industrial music.
En dan is er de invloed van de blues waarbij Ducret doet denken aan de
gitarist van Moker en Brick Quartet: Mathias Van de Wiele of aan de
ongelooflijke Marc Ribot. Als een uiterst combattief duo klinken dan ruw
de bas en ten mars de drums. Op andere momenten ligt de klemtoon
meer bij de trombone en zou je bijna willen associaties maken met het
brass project van Dave Douglas met een andere Amerikaanse drummer, de
geniale Nasheet Waits. De verscheidenheid is kortom groot
binnen de vier delen en toch blijft alles passen binnen het grotere
geheel dat klinkt als een coherent project. Deze CD werd live opgenomen
tijdens een toer in Zwitserland, het eerste weekend van november doet
Samuel Blaser Quartet ons landje aan. Vrijdag in de Singer in
Rijkevorsel en zaterdag en zondag in de Hnita Hoeve in Heist op den
Berg. Wat ons betreft zijn dit weekend deze twee jazzclubs de places to
be! Danny De Bock
|
||||
Semique Jazz Orchestra, live big
band in de Hnita Jazz Club , zaterdag 12 nov 2011
onder leiding van Koen
Tobback

Koen Tobback (trombone, bastrompet)
Bert Peeters (altsax, sopraansax, fluit), Tessa Van Herck
(altsax, sopraansax), Jean-Paul Jublou (tenorsax, sopraansax,
fluit), Willy Wellens (tenorsax), Nele De Bakker (baritonsax,
basklarinet)
Wim Van Opstal (Franse hoorn, mellophonium)
Werry Dockx (trombone), Erwin Sterckx (trombone)
Johny Jacobs (trompet, bugel), Walter De Ryck (trompet,
bugel), Kristof Helsen (trompet, bugel), Bart Derboven (trompet,
bugel), Gerrit Van Rompuy (trompet, bugel)
Jan Derboven (piano)
Douglas Jillings (gitaar)
Lies Merckx (bas)
Frans Pelgrims (drums)
![]() |
|
© Guy Van De Poel |
|
Om hun vijfjarig bestaan te vieren keert
het SJO
terug naar de Hnita Hoeve alwaar ze in 2006 voor het eerst optraden. Ze
brengen werken van oude meesters zoals Count Basie en Thad Jones. Het is niet de eerste keer dat er big bands
zijn in de Hnita. Menigeen herinnert zich o.a. het orkest van Maynard
Ferguson in 1992. Ze vliegen er in met ‘a warm breeze’ van Sammy Nestico
en dit in Count Basie stijl met piano intro, tussenin de volledige
band en op het einde de 3 noten op piano. Dit herhalen ze nog eens in
andere ritmes want aan de figuur van Count Basie kan je als big band
niet voorbij gaan. Die drie noten op het einde is de handtekening van de
Duke. De leider en dirigent Koen Tobback is een beetje nerveus want op dit podium in de Hnita stonden
reeds vele grote artiesten. Leuk is de Bob Mintzer remake van Lester Leaps in maar dan onder de
titel ‘Lester jumps out’. Een classic ‘In a mellow tone’ ontbreekt niet,
evenmin als 'Happy birthday' in enkele korte versies om het geheel
feestelijker te maken. We koelen af met het prachtige en vaak gecoverde
‘my funny Valentine’ en In het nummer ‘Honk’ speelt o.a. Nele De Bakker op
de grote eend (baritonsax). We vervolgen swingend met ‘A Band Blues and
the Abscessed Tooth’. Het is een funky kantje met die elektrische
bas, gespeeld door de zwangere Lies Merckx. Na de pauze volgt o.a. ‘the groove merchant’
van Thad Jones met een sterke feature voor de saxen op de eerste rij.
Vooral Jean-Paul Jublou valt daarbij op sax. Koen Tobback, de
niet onaardige trombonist ,weet ons eveneens te vertellen dat de drummer in
een
big band de zaak bepaalt voor 95%, daartegenover de trompetten slechts
2% .
Helemaal leuk is een Rodgers & Hart klassieker in halve en dubbele tijd
gespeeld en dat wisselt zo heel het nummer door. Dit stuwt lekker door.
We kunnen niet meer stil zitten. Ook Maynard Ferguson wordt herdacht en
daarna volgt een samba met ‘your sister’s samba’ in een arrangement van Frank
Mantooth. Op het einde komt Count Basie nog eens terug met ‘Basically
blues’ Dat begint rustig op piano en de band doet de rest van het werk.
Ze brengen ook nog het bekende ‘Chinese stockings ‘ van Frank Foster. Ze
ronden af met een bis ‘yesterday’s’ en hier mag het publiek meeklappen.
Het is en blijft een plezante band om te zien spelen en we wensen ze nog vele jaren. |
| Michel Proesmans |
youtube link (enkele korte stukjes)
http://www.youtube.com/watch?v=WV4swnAcKek

FRED HERSCH TRIO, de Roma, 15 november 2011
Fred Hersch, piano
+ John Hébert, contrabas + Eric McPherson, drums

JOHN
ESCREET in de HNITA HOEVE, 24 NOV 2011
PIANO SOLO
![]() |
|
Sommige platen klinken alsof ze zo moesten klinken en
niet anders, alsof de muziek zo uit de lucht moest geplukt worden, zo
en niet anders opnieuw en opnieuw moest kunnen afgespeeld (en nagespeeld)
worden. Omdat massa's mensen er voor moesten vallen, zich mee konden en
kunnen uitleven. Zoals het 'Black' album van Metallica, we noemen maar
wat. Er is ook muziek die moet kunnen klinken in de versie
van de dag, die vandaag op deze plek met deze mensen anders moet
uitgewerkt worden dan morgen. Dat verschijnsel vind je terug in de
werelden van de jazz. Soms blijft het improvisatiegehalte beperkt,
soms ligt het heel hoog. Bij John Escreet solo in de Hnita was het meermaals
raden of de pianist van een bestaand stuk uitging, variaties op thema's
creëerde of met de inspiratie van het moment improviseerde en verwees
naar bestaande thema's en composities of naar manieren van componeren.
Heel even was er (in de tweede set) een sterk gevoel van herkenning,
maar wat was dat liedje ook weer of was het een medley van oude
populaire songs? Het leek of Escreet deze avond een denkbeeldige score
in elkaar stak bij een nog uit te werken documentaire over zijn leven in
de muziekwereld en de muziek in zijn leefwereld. Over zijn opleiding in
de klassieke muziek en hoe ingrijpend de kennismaking is geweest met de
muziek van Cecil Taylor. De inleiding met tonen die lang mochten
uitdeinen leken een begingeneriek te kunnen begeleiden en beelden van
een Britse tuin en smog. Het had weg van een prelude, waarna hamerende
vingers overnamen, maar de invloed van de klassieke muziek nam vrij
plots weer over. Niettemin werd de structuur van het stuk er één van een
geboeide ontmoeting tussen werelden van verschil en respectvolle
uitwisseling van ruimte. De kennis van het klassieke repertoire scheen Escreet
van pas te komen om van een solo concert na enkele weken touren
met het kwartet van Antonio Sanchez een verademing te maken, een moment
om te herbronnen en zelf gauw weer te gaan creëren. Zelf componeren en
opnemen lukt hem de laatste tijd opvallend goed, onlangs verscheen weer
een nieuwe CD. Het jazzelement zat 'm meer in de vrijelijke aanpak dan
in de melodieën en leverde fijne tot verregaande spanningsbogen op. Het was in de tweede set dat er meer jazz aan te pas
kwam, nadrukkelijker de scholing van bij Jason Moran te horen was, de
invloed van zwarten, de historiek van jazz van weleer tot nu, tot in
pop, enigszins refererend schijnbaar aan Vijay Iyer en diens spel en
popkeuze. in tegenstelling tot Iyer hier geen entertaining talks,
Escreet wou de muziek voor zichzelf laten spreken. Klassieke schoonheid
en brute schoonheid vervlochten zich in knappe gehelen. Bij momenten
leek viscerale horror op de loer te liggen, maar Escreet weet
overtuigend zijn geluk af te dwingen in een wereld die niet zonder
gevaar is en evenmin zonder pracht. Alsof we een niet exhaustief verhaal
hoorden van hoe Escreet zijn eigen stem vond en verder uitvindt. |
| Danny De Bock |
- perstekst -
AB BAARS TRIO & NY
GUESTS
Europese tournee 10-26
november
![]() |
|
In november viert het Ab Baars Trio zijn 20-jarig bestaan met de Europese
tournee Invisible Blow. Het Ab Baars Trio zal samen met de New Yorkse
gastmusici Vincent Chancey en Fay Victor concerten geven in Nederland, Polen,
Duitsland, Oostenrijk, Slovenië en Roemenie.
Invisible Blow is een term uit de bokssport die kan worden opgevat als een
metafoor voor het leven. Iedere bokser houdt rekening met het feit dat een
invisible blow hem of haar ooit te pakken zal krijgen. Het
programma bevat nieuwe composities van Ab Baars die zijn geïnspireerd op
gedichten en teksten van een groot aantal schrijvers (*) waaronder
Charles Bukowski, Seamus Heaney en Anneke Brassinga. Het programma is samengesteld door Ab Baars
samen met dichter Anneke Brassinga die bij enkele concerten, zoals in
het Bimhuis op 26 november, gedichten zal voordragen. Baars: “de muziek voor Invisible Blow
wordt open, eenvoudig en kleurrijk van karakter. De improvisaties worden een
belangrijk onderdeel van de composities en het gecomponeerde materiaal zal
door middel van improvisatie verder worden ontwikkeld. De diversiteit aan
blaasinstrumenten, tenorsax, klarinet, shakuhachi (Japanse bamboefluit) en
hoorn, is belangrijk en bepalend. Evenals de stem die een indrukwekkend
arsenaal aan mogelijkheden en kleuren bezit; spreken, zingen, klanken en
geluiden. Behalve het slagwerk zullen ook een aantal kleine percussie
instrumenten worden gebruikt.”
(*)
Schrijvers waarop de composities zijn gebaseerd:
William Carlos Williams, Charles Bukowski, Hans Faverey, Anneke Brassinga,
Aischylos, Joyce Carol Oates, Emily Dickinson, William Butler Yeats, Weldon
Kees, Robert Creeley, Seamus Heaney.
|
|
Ab Baars Trio
Ab Baars (NL) Tenorsax,
klarinet, shakuhachi NY guests Fay Victor (USA) stem
CD-Box 20 years Ab Baars Trio
(Wig 20)
Gelijktijdig met de
Invisible Blow tournee zal een jubileum cd-box in gelimiteerde oplage
worden uitgebracht met een selectie van bestaande cd’s uit het oeuvre van
het Ab Baars Trio van de afgelopen twintig jaar en een nieuwe cd met nieuwe
composities van Baars. Ook zal een bijbehorend boekje verschijnen dat tevens
los te verkrijgen zal zijn met teksten door Kevin Whitehead over de
geschiedenis van het Ab Baars Trio. Prijs: € 35,- | Verkoop
bij de concerten en te bestellen via
www.stichtingwig.com Het slotconcert van
Invisible Blow in het Bimhuis op 26 november zal worden opgenomen en in
2012 op cd verschijnen (Wig 21). Het Ab Baars Trio is
opgericht in november 1990 en speelt nog altijd in dezelfde
samenstelling: Ab Baars tenorsax, klarinet en shakuhachi, Wilbert de
Joode contrabas en Martin van Duijnhoven drums. Ze debuteerden maart De vele projecten, de
verschillende muzikale onderwerpen en de samenwerking met gastmusici -
variërend van trombonist Roswell Rudd tot en met avant punks The Ex -
maar ook dichters en dansers zijn van belang geweest voor de
ontwikkeling van het trio. Mede hierdoor is de
improvisatie-taal van het trio beïnvloed; die is karakteristieker,
hechter en eigenzinniger geworden. (...) the net effect,
touching and garish, painfully intimate, raw and rude and beautiful, is
pure Ab Baars. -Kevin Whitehead Updates en informatie op:
www.stichtingwig.com |
www.myspace.com/abbaars en via facebook: Ab Baars Invisible Blow wordt
georganiseerd door Stichting WIG met steun van Fonds Podium Kunsten en
het Nederlands Letteren Fonds.
Ab Baars Trio & NY guests
Invisible Blow Europese tournee: 10 - 26
November 2011 Tourdata: do 10/11 Leiden (NL)
Hot House, Tuinzaal-De Burcht
www.hothousejazz.nl
met Anneke Brassinga vr 11/11 Oostum (NL)
kerkje van Oostum
www.oostum.nl za 12/11 Baarle Nassau (NL)
Plus Etage
www.plusetage.nl zo 13/11 Zaandam (NL)
Serah Artisan
www.newdutchswing.nl ma 14/11 Enschede(NL)
Jazzpodium Drienerlo
ovb Europa tour
15/11- 24/11
zie www.stichtingwig.com vr 25/11 Den Haag (NL)
De Regentenkamer
www.regentenkamer.nl
met Anneke Brassinga za 26/11 Amsterdam (NL)
Bimhuis*
www.bimhuis.nl
met Anneke Brassinga Tourdata onder voorbehoud.
Updates op
www.stichtingwig.com
|

HET EINDE VAN
DE WERELD, bijgewoond in 't Arsenaal, 26 november 2011
Muziek: Del
Ferro-Vaganée Group
met Frank Vaganée (sax), Mike Del Ferro (piano),
Jos Machtel (contrabas) en Toni Vitacolonna (drums)
zang: Lynn Cassiers
Alice Toen, Mieke De Groote, Sophie Derijcke speelden en
vertelden.
Gerda Dendooven illustreerde op de scène.
Regie: Michael De Cock.

|
In zijn hoedanigheid van Mechels
stadsartiest bokste Frank Vaganée samen met Michael De Cock een
tweede theatervoorstelling in elkaar met veel muziek. 'Het Einde van de Wereld' bleek een knap
totaalspektakel met een beperkte bezetting: een jazzkwintet,
drie actrices en een illustratrice zorgden voor een belevenis
waarbij ogen en oren meer kregen dan ze konden bevatten. Zoals
dat gaat met mythische figuren en verhalen uit de Oudheid: het
gaat ons, gewone stervelingen een beetje het verstand te boven,
het is niet allemaal helemaal te begrijpen. De illustratrice projecteerde eerst
cirkels om dan met tekeningen uit te pakken. In grove lijnen
verbeeldde zij scènes uit de verhalen die de actrices vertelden;
bomen verschenen en werden weg gegomd, veranderd in andere
figuren. Gezichten. Een vrouw die ging bevallen. Een hert. Een
gezicht dat doodging... De vertellingen verhaalden thema's als
liefde en dood, ongewilde noodlottige gebeurtenissen,
dramatische wendingen en uiteenlopende verlangens. Wat blinde
lust aanrichten kan, van wat wraak kan inluiden en hoe wreed het
er aan toe kan gaan tussen mensen onderling en tussen mensen en
goden. De jazz erbij was aanstekelijk en enthousiasmerend waar
dat passend was. De jazz vergrootte de spanning en de
dramatische reikwijdte als tragische handelingen in het verhaal
wreedaardig werden. Soms zong Lynn Cassiers en al dan niet met
haar elektronische stemvervormingen verklankte en verwoordde zij
diepgaande emoties, soms zong Alice Toen mee. De zang was niet
zomaar mooi of treffend, het was bij momenten vertederend en ook
echt pakkend. De oude verhalen gingen van grappig over
tragikomisch tot ronduit gruwelijk. Het was nog lachen bij het
gegeven van dwangmatig verliefd worden, elke dag tweemaal, een
keer in de voormiddag, een keer in de namiddag tegenover de
onmogelijkheid om verliefd te worden – allemaal door pijlen van
Cupido. Het werd pijnlijker bij de vriendschap tussen een
speerwerper en een hert met het mooiste gewei ooit. De ongewilde
fatale afloop van een worp naar een boomstam die doel mist. Het
werd verscheurend bij de liefde tussen twee zussen die lijdt
onder het huwelijk van de ene. Volgde een vreselijke
verkrachting, de wraak van de zus die haar man, de verkrachter,
zijn eigen kind dat zo sprekend op hem leek laat opeten – haar
zus was tenslotte ook onschuldig... Het soort tragedies dat in andere vormen
tot vandaag de dag terugkeert dus. Begeleid met muziek en zang –
even oude oervormen van expressie die zijn blijven evolueren.
Met een heerlijke timing Toni Vitacolonna op drums, met zijn
eigenzinnige techniek Jos Machtel, met prachtige spanningsbogen
de heren del Ferro en Vaganée die net zo goed met kleine
kleurtoetsen kunnen aanvullen en de overtuigende stemmen van
Lynn Cassiers, Alice Toen, Mieke De Groote en Sophie
Derijcke. Een combinatie die overweldigend knap kracht werd
bijgezet met de donkere tekeningen van Gerda Dendooven. Waaaw! |
| Danny De Bock |
Jonathan
Kreisberg in Hnita zo 4 dec 2011
Jonathan Kreisberg
(gitaar)
Will Vinson (altsax, piano)
Orlando le Fleming (contrabas)
Colin Stranahan (drums)

© Guy Van De Poel
|
De verwachtingen zijn groot om deze rijzende
ster op de gitaar na twee jaar weer terug te zien in onze
vertrouwde Hnita hoeve. Great, de verwachtingen zijn met glans
overtroffen. Ik vond het nog beter dan in 2009. Twee op vier
bezoekers bij een volle zaal heeft zijn nieuwe CD ‘ Shadowless’
gekocht en laten tekenen.
De communicatie over en weer tussen de
muzikanten is optimaal. New Yorker Jonathan trekt een big smile
tijdens het spelen. We horen invloeden van Pat Metheny maar ook
van Wayne Shorter. Hij laat zich begeleiden door erg goede
muzikanten zoals Will Vinson op sax en die kennen we nog van de
Hnita in 2010 bij een andere goede gitarist, Lage Lund. Het is
met die Lage Lund dat de britse bassist Orlando le Fleming ook
meespeelt. Orlando speelt tegenwoordig bij het Branford Marsalis
Quartet en nu hier in de Hnita hoeve. Aan de drums hebben we nog
de Amerikaan Colin Stranahan. Hij speelt hier de eerste keer mee
en dat is echt niet te horen. Wat een soepelheid en meeleven met
de leider Jonathan Kreisberg. Will Vinson speelt naast de sax
ook af en toe wat pianobegeleiding.
Ze spelen allemaal nummers van de hand van
Jonathan Kreisberg. Hij studeerde jazz studies
aan de New World School of the Art en de Universiteit van Miami.
Vanaf 1997 werkte hij met tal van bekenden als Lee Konitz, Joe
Locke, Jane Monheit, Joel Frahm en Lenny White. De set is
afwisselend en veelzijdig. Hij speelt op een Gibson gitaar van
de jaren ‘60. Hij tovert er de meest fantastische klanken uit. Ze beginnen met ‘Microcosm for
Two’ een ouder nummer van 2005. Op het einde een cosmische
gitaarsolo en andere onaardse klanken. Daarna volgt van zijn
nieuwste CD een Grieks getint
nummer ‘Zembekiko’ met veel harmonie en melodie. Will Vinson
kruipt hier even achter de piano met zijn sax rond zijn nek.
Tijdens het nummer schiet het tempo omhoog en ze breien er weer
een zeer verzorgd einde aan. Ook ‘Twenty
one’ kan het publiek bekoren met tussenin een mooi duo tussen
sax en gitaar waarna laagje na laagje een climax wordt opgebouwd.
We koelen af met een ballad ‘When lights
are low’ met brushes aan de drums en een schitterende bas van
Orlando. In ‘The common climb’ ook van de
nieuwe CD krijgt we poppy drums met
tamboerijn. De sax en gitaar spelen knap unisolo onder stevig
drumwerk dat erg free eindigt. Na de pauze tovert Jonathan weer
andere klanken uit zijn gitaar, het doet haast synthesizer aan.
Het ritme barst los en we zijn weer vertrokken voor een goede
tweede helft. Tussenin overtreft de drummer zichtzelf in een
schitterende solo. Will Vinson vangt aan met piano in ‘Stir
the stars’. Het is een spannend nummer met snelle drums en we
merken wat gitaarwerk op van Scofield en Will Vinson komt
helemaal op dreef aan de sax. Daarna volgt een ballad met
voorlopige werktitel ‘Remember what will
happen’. Orlando leidt het nummer solo in aan de bas. Jonathan
presenteert nog eens zijn medemuzikanten en samen brengen
ze een ouder nummer ‘Minor leaps’
van de plaat ‘Unearth’. Hier ook weer een
mooie spannende opbouw met opzwepende drums en een geraffineerd
einde. Een encore volgt uiteraard na luid geklap
met het nummer
‘Peace’.
Michel Proesmans |
ENDANGERED BLOOD, Skirl
Records, CD

Jim Black, drums +
Trevor Dunn, bass + Oscar Noriega, alto saxophone / bass
clarinet + Chris Speed, tenor saxophone
Wij kozen eerder voor 'Elvin
Lisbon' als smaakmaker wegens ' Levendig, bijna om
mee te fluiten en
JOZEF DUMOULIN
TRIO with Trevor Dunn (USA) and Eric
Thielemans (BE) : 'Rainbow
Body'
JOZEF DUMOULIN: fender rhodes and other keyboards
TREVOR DUNN: electric bass
ERIC THIELEMANS: drums
|
Considering his birthplace, Belgium, the place where he now
lives and works, France, and Germany, where he has studied, one can say that
Jozef Dumoulin is part of these young generations of European artists used
to cross the frontiers. His ability to mix different musical genres is not
voluntary, but perfectly natural. John Taylor's student, he ended up doing
jazz passing through the pop and jazz roundabouts of the 60ies and 70ies —
among other musical styles.
Despite his exceptional talent as a piano player, he voluntarily swaps his
piano over a Fender Rhodes that he fits out with a number of
pedal effects. Noticed for his abilities as a composer and his research on
sound, he collaborated with different bands and artists: Octurn, Magic Malik,
Franck Vaillant Benzine, Dre Pallemaerts, Reggie Washington Trio Tree, Othin
Spake, Narcissus Quartet, Maak's Spirit, Aka Moon or Christophe Wallemme.
After his first album 'Trees are
always right' s release in
2009, Jozef Dumoulin takes the plunge and embarks on a trio adventure with
Trevor Dunn (Mr Bungle, Fantomas, John Zorn, Andrew D'Angelo) on bass and
Eric Thielemans (Lidlboj, EARR, A Snare is a Bell, Maak's Spirit) on drums,
which gave birth to his second album: 'Rainbow
Body'.
In the latter, Jozef Dumoulin carries on his search for the
right balance at the borders of electronic sounds, experimental music,
pop and jazz. Presenting mainly Jozef Dumoulin's compositions,
'Rainbow Body'
is a fascinating and unclassifiable album
which reveals the universe of this unequalled, infinitely
multifaceted musician.
|
| ...Caleidoscopische motieven leiden je door virtuele werelden als in een LSD-trip. Je denkt daarbij aan beelden uit video-art en de muziek gaat van thematisch grootsteeds langs metalen poëzie tot elekronisch religieus ... Geen wonder dat we d'er onze jazz goeroe bijhalen, Kris Vanderstraeten, die dit CeeDeetje verder bespreekt... |
|
Hedendaagse jazz met kosmisch psychedelische inslag...Dit trio maakt intense schetsen,creatief improviserend in de ruimte.Gestuwd door een zéér drijvende jazzybeat van drummer Erik Thielemans en bassist Trevor Dunn speelt Jozef Dumoulin de sterren uit de hemel op Fender Rhodes en andere electro-toetsen.De eerste nummers van de CD klinken eerder rustig kabbelend met zelfs een snuifje Bach in het derde nummer "Fuga X".Nummer vijf 'Shinji' heeft weer iets grimmiger toon met sterk free-drumwerk.En zo gaat het de hele CD , verkenning van stijlen,soms sterk melodisch,soms zeer vrij waarin het trio zich plots ontbindt in drie solisten. Alles baadt in een neo-psychedelische vorm, met de nodige afwisseling weliswaar,doch ook een zekere monotonie in de klankkleur van de electronica valt op, eigen aan psychedelica denk ik dan.Het maakt dat, als je de CD als achtergrond beluistert, alle nummers samensmelten tot een groot geheel.Om daar helemaal achter te komen,zou ik eigenlijk eens een ferme stick Bengaals gras moeten roken,de soms dromerige zwevende klanken doen mij er wel naar verlangen ! Rainblowing !! Zelf jong in de seventies herinnert mij deze muziek aan menig vrolijke en andere toestanden van die geweldige periode. Okee,ik ben aan het afwijken , terug naar de CD. Zijn er dan invloeden als seventies psychedelica,een snuifje Bach, zelfs een snuifje Sun Ra, deze drie knappe gerenommeerde muzikanten hebben er duidelijk hun eigen stempel op gedrukt en een originele hedendaagse CD afgeleverd die, zeg ik erbij, wel wat tijd nodig heeft.
Kris Vanderstraeten |

![]() |
| Dikke sneeuwvlokken zijn m'n gepaste begeleiders onderweg naar het zoveelste kerstconcert van de harmonie 'Mannen Van Goede Wil' van Muizen die, zoals naar vaste gewoonte, concerteren in de Stadsschouwburg van het nabijgelegen provincienest Mechelen. Graag zijn we d'er steeds weer bij want d'er valt altijd wel wat te ontdekken en in de concertbak treffen we vantijds hele goeie solisten. Verder staat deze harmonie natuurlijk ook al jaren onder de muzikale leiding van René Jonckeer, fijne (jazz)pianist en steeds één der voortrekkers geweest van o.m. jazz in Mechelen, denken we maar even terug aan de 'dag-Jazz-dag' Festivals uit de jaren 90' ! Vandaag dus in een gepaste kerstsfeer en met de intussen bekende mix van kerstsongs, filmmuziek, jazzpicks en croonerstandards. 'an Australian Christmas wordt het zelfs want centrale gaste is de zeer gesmaakte Kristen Cornwell , grote diva uit Australië, die intussen in Vlaanderen haar tweede stek heeft gevonden ! Natuurlijk zagen we haar hier al eerder maar toen was dat als special guest, nu is ze zowaar de centrale figuur, al blijft er in het avondprogramma best veel ruimte voor meer ook. Zo mag de jeugdsectie naar gewoonte weer beginnen en dat gebeurt met het bekende 'Stop the Cavalry' van Jona Lewie, gearrangeerd door Koen v/d Bergh.Ach, natuurlijk was daar eerst de kerstman maar dat uitdelen van geschenkjes had wel met best wat meer animo gemogen, de schwung van de Duitsers of de showfeel van de Amerikanen, nee, het is ons, Vlamingen , niet echt gegeven... Terug naar de muziek dan maar en met 'Alfie' van Burt Bacharach gaat de harmonie dan van start. In de eerste set lukt het allemaal niet zo goed, het zit me wat stroef, de klank is ronduit slecht, micro's doen het niet en je denkt voorwaar een repetitie mee te maken, en géén generale ! Gelukkig vangt Paul Stok, de crooner, dat handig en met de knipoog op, ik zou er eerder de pest aan krijgen maar 't is bijna Kerstmis , weet je, laat ons dus wat vergevender zijn... 'Get Happy', zingt Kristen en meteen wordt alles beter. Zonet, met de a capella groep 'Zoet Gevoiced' kon het me nog niet echt bekoren en het geklungel met uitvallende micro's , een stadsschouwburg onwaardig , deed me de haren in m'n nek rijzen maar nu, zie, is alles vergeven. Kristen zingt sterk en haar postieve uitstraling en professionaliteit doet het 'm ! De harmonie geeft het beste van zichzelf en we beginnen er al terug in te geloven, de tweede set zal alles wel goed maken ! ... Dat is ook zo ! Ondanks nog een paar kleine technische storingen werd het programma alsmaar beter. We hoorden Paul nog nooit zo goed zingen,'Night and Day' ging vlot en niet gestresseerd, 'Zoet Gevoiced' zat lekker, al klinkt de close harmony van een paar stemmen meer mij toch nog mooier en Kristen was echt top of the bill met 'You came a long way from St. Louis' en 'Hello' van Lionel Ritchie. Daarbij trok ze de harmonie naar hoogtes die zijzelf niet eens vermoed hadden te bestaan ! Zó wou ik het horen en deze gelukkige momenten maakten mijn avond dan weer goed. Alleen had ik graag op het end Kristen nog es graag in the spotlights gezien want het duet 'White Christmas' werd nu voornamelijk door Paul gebracht met Kristen zelf in de back... Op Kristen Cornwell komen we trouwens spoedig nog terug wanneer in de komende lente haar 'Kristen Cornwell sings Ellington' verschijnt. |
![]() |
| De verdienste van de harmonie MVGWM staat buiten kijf met telkens weer inspanningen om een bijzonder avondprogramma aan te bieden met voor de muziekliefhebber steeds wat lekkers. Iedereen is trouwens steeds zeer welkom al wordt nu meegegeven dat ene mijnheer Murphy zich een volgende keer met aandrang gelieve te onhouden ! |
| Winus |


|
© Toni Gooijer
Dus als ik een fraaie gitaar
zie, denk ik ‘fraaie gitaar… en wat eten we vanavond?’ Niet zo voor de gitaarbaron
Willy Donni, Mechelse peetvader van alle jongere (nou ja!)
Mechelse gitaristen, zoals bvb Eric Melaerts en Sjarel Van den
Bergh en vele anderen. Stel nu dat ene Willy Donni
zonder gitaar valt en stel nu dat ene Sjarel Van Den Bergh dat
godgeklaagd vindt en stel nu dat deze laatste facebook bestormt
met de vraag om donaties om Willy’s ongemak op te lossen en stel
nu dat de reactie fenomenaal en op slag voldoende is en stel nu
dat er een nieuwe gitaar aangekocht wordt en stel nu dat Willy
daar zot content van is en dat dit toch om een feestje vraagt,
awel ‘t is er geweest, da feestje! Zondag 11 december om 16 uur
hebbe we da gevierd, de nieuwe gitaar van de Mechelse
gitaarbaron Willy Donni, met op het podium de Willy en zijn zoon
André, Sjarel Van Den Bergh, Eric Melaerts, Chris Joris, Chris
Mentens… Z’is dus gedoopt, Willy’s
gitaar, met de nodige toespraken, met een massa ouwe koeien die
uit de gracht werden gehaald, mooie herinneringen noemt men dat,
geloof ik? Toch? En nàtuurlijk met een massa
muziek én 'Caravan' van the Duke, zéker niet te vergeten. En mogen we toch ook eventjes
niet vergeten te vermelden, dat dit feestje het gevolg is en
blijft van de onbaatzuchtige facebookactie van Sjarel Van Den
Bergh. Niet alle ouwe ratten van de ‘Begijnenzolder’
konden aanwezig zijn, ook de korte termijn waarop alles werd
georganiseerd beknotte de opkomst, maar daarover zat niemand te
kniezen. Ik stel voor dat Willy’s gitaar
kortelings wéér verdwijnt, want dat geeft best aardige feestjes.
Luqu-qu-quuuuu ! |
AB BAARS, clarinet, tenor saxophone + WILBERT DE JOODE, double bass + MARTIN
VAN DUYNHOVEN, drums

![]()
|
|
|
Deze 5 CD box komt als een eigenzinnige
bloemlezing uit 20 jaar Ab Baars Trio, een trio dat nooit van
bezetting is veranderd, wel soms uitgebreid met gastmuzikanten,
zoals op de live CD in de box 'Party At The Bimhuis' met als
gasten oa Misha Mengelberg en Ig Henneman. Opnames met Roswell
Rudd (1998) en met Ken Vandermark (2008) vind je niet in de box.
Wel de recente CD 'Gawky Stride' van 2011 als 5de album. De box
geeft een overzicht van de vroege jaren tot… nu zou je willen
zeggen, maar dit trio blijft evolueren en vierde intussen het
20-jarig bestaan met een live tour in Europa (niet in België).
We verwijzen voor een enthousiast concertverslag graag naar
goddeau '20 Years' is een box vol krachtige uitingen van gloeiende creativiteit ! |
| Danny De Bock |
Arne Van Coillie Unit : ' De
hipste' Om die intrigerende albumtitel te doorgronden moet je
eerst effe door de liner notes gaan in het uitstekende bijblad van de
CD. Dan verneem je dat de 15 jarige jongen die Arne eens was niet
zo viel voor Madonna of The Cure, zoals z'n leeftijdsgenoten, maar
dat-ie het vooral had voor the Duke, Monk en Mingus, niet zo voor de
hand liggend op die leeftijd. Dat maakte hém tot de hipste, vond ie
zelf, al stond hij wel alleen toen, met dat idee... Arne, met eerder een
klassieke piano opleiding, had in die tijd geen echte jazzmentor en
zocht het zelf dan maar uit. Dat zulks (weliswaar na latere opleiding
aan het Lemmens) zich uiteindelijk vertaalt nu naar een heel aardige
eerste CD betekent dat je je mag verwachten aan een warm
muziekliefhebber en dat hoor je ook aan deze plaat. Potten worden er
echter niet op gebroken, geen nieuwe paden worden er betreden maar
waarom zou de weg van klassieke jazz in een postboptraditie niet goed
genoeg zijn ? Arne versmelt z'n vertrouwde trio waar ie al 10 jaar mee
samen is tot een 'unit' want een quartet, da's toch meer de som van 4
eenheden daar waar 1 eenheid van 4 zoveel hechter is ? Dat eerder trio
bestond al uit Flor Van Leughenhaeghe, bassist die ons vooral bekend is
van z'n samenwerking met Jan Muës, én van Luc Vanden Bosch, drummer en
ook al Jan Muës gelinkt maar ook aan nog zoveel meer en da's iemand
die'k graag op hetzelfde hoge niveau plaats als Tony Gyselinck,
één van m'n favoriete drummers... Daar voegt zich nu dan saxofonist Andy
Declerck bij en da's ook al een naam die meer en meer valt,'t is een man
die de laatste tijd meer in the spotlights komt te staan, een
carrièrebouwer. Een viermanschap is dit met duidelijke kwaliteiten in 1
Unit, dat klinkt veelbelovend, al is het tenslotte Arne zelf nog die
het, wat ons betreft, nog moet bewijzen. Hij is voor ons de enige
onbekende eend in de bijt, maar dat zou nu gauw kunnen gaan veranderen... Die unit klinkt meteen wél gesmeerd met
titelsong 'de Hipste' waar het samenspel meteen de 'click' bevestigt tussen
deze mannen. Smooth jazz van een fijn combo waar ieder ruim z'n zegje
krijgt, mooie compositie ook meteen, want het grote deel van de songs
op deze schijf zijn composities van Arne. 'Vertical composition with Blues
and White', is er één voor na't ontbijt, als de rush naar de werkplek
begint, absoluut met een Monk feel en hier krigt ieder mooi z'n eigen
soloplekje. Later vervolgen we met meer van dát maar Arne heeft voor ons nu
eerst de mooie ballade 'Seen the Light' voorzien, een eerste rustpauze die
meteen wel een goeie 9' uitloopt. Niet dat het stoort hoor, de soli kunnen
boeien en de ritmesectie loopt mooi mee, drums en cimbalen tekenen mooie
kantlijntjes en de bassolo van Flor voelt goed, mooi zo ! 'Silverfish'
swingt daar voor de verandering achteraan, uptempo voortstappend, in een
Horace Silver mood, ja, zo hebben we het ook graag want... ... met 'A Ballad in Between' krijgen we exact wat de
titel zegt, een ballade, echter van het salon type nu, met vork op de
snaredrum, mooi voor de liefhebbers van zulke zoetigheid maar echter té glad
wat mij betreft...'All of You', van Cole Porter zet daar passend een gans
ongevaarlijk salondansje achteraan , maar toch !...hier wel je aandacht voor
de mooie pianosolo die tot op de puntjes van de tenen gaat... Voor mij echter toch liever 'Too much' dan, wat gevaarlijk
bassend aanslaat en je vingerknippend verder brengt, de blazerskwaliteiten
van Andy Declerck staan bij deze als de spreekwoordelijke paal boven
water en de vingervlugge pianosolo van Arne sluit mooi aan bij diens
solo...abrupt einde en applaus....In kontrast daarachter start 'Fleeting' ,
eerst balladegewijs, daarna ontwikkelend als een walsje dat op kousevoetjes
wordt gedanst, schoon in onschuld...de sopraansax bevestigt...'Upper
Manhattan Medical Group' van Billy Strayhorn is dan naar het einde toe
een tweede en laatste cover, vriendelijk en vrolijk voortboppend, beschaafd
weer ruimte latend aan de soli, het geheel ritselend van Luc's zalvende
cimbaaltjes en drumdingetjes... Finaal gaan Arne en Andy dan beiden in 'Favourite Saints'aan
de start, inderdaad een eerder nogal hilarisch gegeven, om very up tempo
deze eerste CD te beëindigen met een knipoog naar Parker toe... 'De Hipste' van de Arne Van Coillie Unit laat je dus wel
een beetje in tweestrijd achter...héél toegankelijk is die met genoeg
karakter en vakmanschap om dit onder de noemer 'kwaliteit' te klasseren maar
gelijk is het ook wat té gladjes om weerbaar te zijn en stand te kunnen
houden in het 'nieuwe Belgische' of bij uitbreiding 'nieuwe Internationale'
jazzlandschap met al z'n grilligheden, maar voor velen kan dit mogelijks ook
net daarom de sterkste troef wezen ... Alleszins een aardige melodische schijf
en écht iets om voor de eindejaarsdagen kadoo te
geven of te krijgen ! Winus

Arne
Van Coillie Unit : ' De Hipste - CD-recensie
![]()
Eerder kozen we voor 'De Hipste' dus ...