START NL START ENG JAZZ BLUES-ROOTS PICTURE THIS ! GALLERY JAZZCD BLUES-ROOTSCD AGENDA LINKS GASTEN/GUESTS CONTACT
SLIDESHOW JAZZ SLIDESHOW BLUES - ROOTS SLIDESHOW DIVERSE or click the  HOME - JASSEPOES index homecat to go back home !

 

ARCHIEF JAZZ 2012

   

Joachim Kühn : 'Free Ibiza'



   
     
   
     
 

OTN 012 | Collection : Jazz and the City

 
 
 
 

Joachim Kühn: piano


German pianist Joachim Kühn could have had a career in classical music had he not early on

developed an enthusiasm for jazz under the influence of his older brother, clarinettist Rolf Kühn. After

leaving his natal Leipzig, then still under communist yoke, the young Bach fan arrived in Paris in 1968

in the midst of the free jazz movement. His meetings with Don Cherry, Aldo Romano, Gato Barbieri,

Archie Shepp and Roswell Rudd were determining. “The spirit of jazz”, he confided, “is rebellious

and free”. This became the leitmotiv of his entire career. In every configuration he played in,

preferably small ones, Joachim Kühn made his independent voice heard. Transcending boarders, the

interpret and composer alternated between duos with Ornette Coleman, encounters with the young

classical music pianist Michael Wollny and the Mediterranean sounding trio he formed with Ramon

Lopez and Majid Bekkas. Though undeniably open-minded, he was uncompromising on one essential

point: sound. This obsession led him to develop his own musical model “The Diminished Augmented

System” which from then on became his musical trademark. His style became marked by a powerful

lyricism that is nowhere more evident than on his solo recordings.

In Free Ibiza, this key figure of the European jazz scene lays bare the qualities that were already

obvious on his first solo recording in 1971. Romantic, passionate, introspective and sometimes

demonstrative, Joachim Kühn manages to attain a kind of serenity. “His” Ibiza is not that of DJ’s and

high level decibels. When he settled in the Balearic Islands, home to many loud parties, the Leipzigborn

artist kept his demanding artistic standards intact. It is therefore not surprising that he should

make an allusion to the island’s local music scene on “Moment of Happiness”, the last track of this

album. This title reveals a lot about the extreme satisfaction he felt recording Free Ibiza.

 
     
 

 

 
 
 
 

Joachim  Kühn : ' Free Ibiza'


 

Joachim Kühn, dat zal zowat bij mijn eerste kennismakingen geweest zijn met jazz. Jaren zeventig was dat van alweer de vorige eeuw, we worden oud. 'Springfever' noemde de plaat waarop ook onze Philip Cathérine meespeelde en dat was meteen een kennismaking ook met  fusion jazz,  funky getint en dat was een openbaring. Natuurlijk was daar al Bitches' Brew geweest van Miles maar daar zou ik pas later van gaan horen, in die periode was het vooral rock van het hevigere soort dat me interesseerde want dat paste natuurlijk gans in mijn jonge uitgaansleven ! Joachim Kühn was eerder een experimenteren met andere muzieksoorten en die werd me ongetwijfeld aangeraden door de verkoper in de platenwinkel, nog een échte, één die wist waar ie 't over had en één die ook de passie voor muziek voelde, een haast uitgestorven soort vandaag want die vind je nog maar zelden. Vandaag de dag koop je je spullen helaas in de mediashop waar men van de medewerkers helaas niet verwacht van iets af te kennen van muziek of muziekgeschiedenis... Dit terzijde, nostalgia komt steeds vaker boven drijven...Joachim Kühn dus, die toen ook al , naast de George Duke spielerei op de keyboards, aardig lyrisch uit de hoek wist te komen, op de piano dan. Ik vind 'Springfever'dan ook nu nog een fijne plaat om te draaien. Met de jaren raakte ik de pianist echter kwijt want d'er is in het leven toch zóvéél en er viel nog heel wat te ontdekken. Later lees je dan dat Joachim een behoorlijk druk baasje is gebleven , een wereldburger die op veel plaatsen woonde en , belangrijker, met heel wat uiteenlopende muzikanten samen werkte.Don Cherry, Michel Portal, Phil Woods, Billy Cobham, Jean-Luc Ponty, Stan Getz, Ornette Coleman...

Nu dan, dank zij het Out Note jazz label,heb ik 'm terug opgevist en da's mooi. 16 tracks aan de grand piano, ik stel me voor, bij hem thuis met raam open en wijds zicht op de zee...16 karakterstukken waar de naam niet om doet, da's persoonlijk, en daarom luisterde ik en zette er m'n eigen gevoelens of gedachten maar bij. Persoonlijk zou ik bij deze muziek, met de grilligheden, eigen aan de vulkaan Joachim Kühn, geen boek kunnen lezen. Dit is luistermuziek, geen achtergrondgordijn...

 

 

1.'Figueretas' - als het aanspoelen van golfjes op het strand, speels en best vrolijk.Meteen ook één der langere stukken van de CD

2. 'Mar y sal Nights' -Voorzichtiger, aftastend, met een zekere grilligheid ook en de klassieke pianist onthullend die hij ook is.

3. 'Casa Nuestro' - korte stemmingen, part one

4.'Flamingos at Cap des Falco' -  meer passie en frivoliteit

5.'Can Masia' - korte stemmingen,part two en mogelijks wat geïrriteerd, Joachim speelt het van zich af.

6.'Free Ibiza afternoon' -  Zo ook met deze die de jachtigheid vertaald

7. 'Es Cavallet' -  Geduld zou hier het leitmotiv kunnen wezen

8.... August in Ibiza' - een weerkeren naar Ibiza, thuis en concerteren in je eentje, het heeft iets in zich van voldaanheid, geluk ook...

9. 'Talamanca' - Wikken en wegen en weer dat gevoel  van voldaanheid...

10. 'Free Ibiza Night' - Ja, da's duidelijk nacht, daar dacht ik meteen aan bij het beluisteren, al blijkt dat daarom nog geen rustgevende nacht... en gaat het klavierdeksel dan maar abrupt dicht.

11. 'Clean Vision' - Behoedzaam en in de nabijheid van de andere sexe ? Ja, dacht ik wel, duidelijk een vrouw in de buurt...maar wat een mooi nummer(misschien net daarom?...) !

12. 'Benirras' - stemmingen, part zoveel en nu dreigen er wolken in de meditterane lucht, al klaart het wel aan de einder, maar de piano dondert zwaar...regendruppels hier en ginder...

13.'Free Ibiza early morning' - humeurig...een kater?

14.'Salinas waves' -Was 1 het aanspoelen van golfjes dan kan dit ook zulks wezen al draagt dit meer dramatiek met zich mee en heeft het meer verhaal, het zullen wel meer golven dan golfjes geweest zijn...

15.'Eirissa' - Haast en spoed is zelden goed. Waar ligt dit nu weer?...en waar heb ik dat gelaten?....

16. ' Moment of Happiness' - de dagelijkse ochtendgymnastiek, opgewekt en vrolijk, extreme voldoening van het maken van deze plaat...ja, da's wel duidelijk !

 

De pianist alleen weet wat er achter elke titel schuil gaat, vertaal dus naar believen maar geniet.

'Free Ibiza' is voor de liefhebber die de monumentale schoonheid van een grand piano weet te appreciëren, stemmingen en grilligheden begrijpt en de respons daarop weet te waarderen...aanbevolen luistervoer !

 

 

(Winus)

 
     

Wij kozen eerder voor 'Clean Vision', een wat plechtige frivoliteit ...





Tony Malaby : 'Novela'


foto © wordpress.com


   
 

Novela by Tony Malaby is a real treat. It tantalizes the senses with its complex yet accessible horn arrangements, burns with a restrained energy that propels the soloists and builds so imperceptibly that by time we are half way into the first piece, "Floating Head," and the piano's slightly disjointed but flowing phrases come to the fore, we are ready for a slight breather. The bass clarinet phrases with the horn and drum hits below the soloing trumpet is fantastic -- it is easy to be happily lost in the melodies, counter melodies, individual and ensemble improvisations.

The arrangement of the second tune, "Floral and Herbaceous," with its slow moving melody is a fraught affair, collapsing in the middle into just a solitary voice. Then, slowly, evocatively, the tune rises again from its own ashes. The playing and the arangements are inspired and inspiring, covering the range from bouts of frenetic dissonance to soaring climaxes.

The material comes from Malaby's discography, recorded in different group settings over the years. This arrangements on Novela were done by pianist Kris Davis and she is co-credited as such on the album. The group is an octet, with Malaby on soprano and tenor saxophones, Michael Attias on alto, Andrew Hadro on baritone, Joachim Badenhorst playing bass clarinet, Ralph Alessi on trumpet, Ben Gerstein playing trombone, Kris Davis on piano and John Hollenbeck playing drums.

The extensive wind and brass section gives a lot of textures and colors to paint with and the result is a fascinating album. The ideas are big, the details are never lost, and the arrangements never overwhelm the tunes, leaving much space for group and individual improvisation.


Paul Acquaro

 
 
 






     
   
 
Website

 
  De naam Tony Malaby is onlosmakelijk en heel smakelijk verbonden met kwaliteit. Als hij meespeelt, heb je de garantie dat je heerlijke muziek voorgeschoteld krijgt. Zowel in eigen projecten als in die van anderen toont hij zich een creatief vakman. Hij past zijn spel voortreffelijk in bij kleine en uitgebreide bezettingen, denk bvb aan het trio Tamarindo en het kleine orkest Enesco Re-Imagined. In zijn eigen projecten legt hij een voorliefde aan de dag voor improvisatie, maar net zo goed past hij zich aan strakkere settings aan, of die nu meer mainstream gericht zijn of third stream. Zo konden we hem vorige zomer aantreffen in het Liberation Music Orchestra van Charlie Haden met Carla Bley op Jazz Middelheim - . Hij speelde zijn aandeel in het grotere geheel perfect en toen hij mocht soleren zorgde hij op die koude avond voor een heerlijk moment om het warm van te krijgen. Een goede maand later stond hij met zijn Tamarindo trio te improviseren in de Singer in Rijkevorsel. En menigeen reageerde enthousiast.
Nu pakt Tony Malaby zelf met een orkestrale bezetting uit en hoe! In arrangementen van Kris Davis krijgen we op deze CD prachtig uitgewerkte versies van zes composities van Malaby die eerder al voorkwamen op de albums 'Tamarindo', 'Warblepeck', 'Cosas', 'Sabino' en 'Adobe'. De zes stukken volgen logisch op elkaar en afsluiter 'Remolino' klinkt als een onvermijdelijke finale die met een knal een eind maakt aan het grotere verhaal. Tegelijk stààn elk van de stukken er ook als stukken an sich.
Opener 'Floating Head' start dreigend alsof een film noir gaat beginnen met een korte donkere intro om al gauw over te gaan tot een vrolijke voorstelling van het decor en de hoofdpersonages. Hoewel het artwork op de hoes doet denken aan wouden in herfstkleuren, klinkt de muziek alsof die zich moet afspelen in een grootstad. Een grote stad met zijn harde realiteiten: de rat race, misdaad, intriges, drama, zowel ordening als chaos… Licht en donker staan hard tegenover elkaar, in de verschillende betekenissen va
Zo je wil, kan je bij herhaalde beluistering in de sfeer van een film noir blijven associëren. Met dramatische spanning en gesputter in de actie, beelden als een auto die het laat afweten bvb of een rochelend stervende gangster (of beide). Maar je hoeft dergelijke fantasie niet aan de dag te leggen. Je kan net zo goed luisteren hoe de muzikale lijnen zich ontwikkelen en genieten van de logica in de opbouw, de spanningsbogen en de evenwichtige uitwerking van elk van de stukken. Je hoeft geen muziekschool te hebben gevolgd om te horen dat hier technisch meesterschap ten toon wordt gespreid. Je kan hoe vaker je luistert meer en meer genieten van de creatieve ideeën en ontwikkelingen. Die kunnen nu eens marching bands in herinnering brengen en dan weer de genialiteit van een Charlie Mingus, door fris en vrolijk af te wisselen met explosieve en agressieve uithalen en uitspattingen. Maar laat u door deze beperkende vergelijkingen niet misleiden. Dit is op het vlak van orkestmuziek klasse voor de 21ste eeuw.
n het woord. Floating Head zet de toon.Je kan deze muziek wel en niet vergelijken met bands van bij ons als het Brussels Jazz Orchestra - zoals Frank Vaganée soms doet haalt ook Malaby hier de sopraan sax boven en wij wilden zelf wel eens denken aan een Vaganée op dreef tijdens beluistering van deze CD… Je kan ook denken aan Flat Earth Society, want je hoort vakmanschap en evenwicht én je hoort ook spelen met te-gek-om-los-te-lopen surrealistische brass. Deze muzikanten kunnen vrolijk blazen, tokkelen en slaan en o zo vrolijk spelen met de grens tussen genialiteit en waanzin. Waarbij de waanzin 'm in het verhaal zit en misschien wel, misschien niet mede in de spelers, de artiesten. In dit gezelschap valt ook de aanwezigheid op van een jonge Belg. Een rijzende ster, een bescheiden, hard werkend en tegenwoordig veelgevraagd talent. Joachim Badenhorst is zijn naam en hij speelt op deze CD op basklarinet. Zijn bijdragen zijn essentiële onderdelen op deze plaat. Luister bvb maar eens naar 'Mother's Love'. Hij pendelt tussen Amerika en België en is op 5 februari te zien en te horen met het Badenhorst / Berman Quartet in 't werkhuys Borgerhout.

Danny De Bock

 
     
     




PAUL VAN GYSEGEM QUINTET, gezien 21/01/2012 in De Singer, Rijkevorsel


   

JEROEN VAN HERZEELE, TENORSAX + PATRICK DE GROOTE, TROMPET EN BUGEL + ERIK VERMEULEN, PIANO + PAUL VAN GYSEGEM, CONTRABAS + GIOVANNI BARCELLA, DRUMS

     
  pic by Bruno Bollaert  
     
 

Vorig jaar noteerden we een belangrijke heruitgave in de Belgische jazz: het verschijnen op Digipack CD van de LP AORTA van het Paul Van Gysegem Sextet (FUTURA GER 27) opgenomen in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent op 21 januari 1971 en in de Rijksuniversiteit te Gent op 16 maart 1971. Het betreft een document dat een plaat van de vergetelheid behoedt die begin jaren '70 als voorbeeld gold van en voor de Europese free jazz, die zowel verankerd was in de Europese muziek als aansluiting vond met  de Amerikaanse free. De afgelopen decennia bleef Paul Van Gysegem vooral actief als beeldend kunstenaar, maar hij bleef ook musiceren. Hij stond een paar jaar terug oa op Jazz in 't Park in Gent op het podium met een vernieuwd sextet waarin de Amerikaanse saxofonist Steve Potts meespeelde.

In de Singer was van de AORTA bezetting Patrick De Groote de enige overblijver naast Van Gysegem. De Groote was in de jaren '60 mee voortrekker van de free in het Gentse. Erik Vermeulen, Giovanni Barcella en Jeroen Van Herzeele zijn intussen al jaren gevestigde waarden in de Belgische jazz met een stevige link met Gent.

Van Gysegem trok in de Singer de avond op gang. Vermeulen wakkerde met nerveuze toetsen de spanning aan en enkele minuten later ging het duo op in spel in trio met Barcella die het tempo opdreef. Daarop begon iets later Van Herzeele het vuur aan te blazen en toen De Groote zich erin mengde werd het een laaiend vuur. Zo kregen we een eerste uitbarsting van free jazz die als een uitslaande brand verscheidene richtingen uitsloeg.

Woeste uithalen met schijnbaar ontembare chaos die eigenlijk gestructureerde blijken waren van sterk opgebouwde vrije composities wisselden af met bedachtzame tot tedere en schone stukken. De muziek sloot  aan bij de uitspraak van Van Gysegem dat zijn bouwstenen spanning en tegenstellingen zijn, vraag en antwoord, hij verenigt kwetsbaarheid, hardheid en tederheid. Er kwam ook een geweldig mooi trager stuk aan bod waarbij de hardheid achterwege bleef.

In de eerste set zorgden de muzikanten ervoor dat de aandacht en de ruimte regelmatig naar de contrabas van Van Gysegem terugkeerde. In de tweede set kwam Van Herzeele sterker op het voorplan. Hij ontpopte zich tot voorman en leidde instant arrangementen. Het leek of elk van de muzikanten nog beter hun draai vonden en het kwintet dubbel zo sterk werd als in de eerste set. De muziek ging meer swingen en de spanningsbogen kregen meer kleur; de muziekinstrumenten kwamen beter uit de verf. Als schitterende sterren speelden vijf Belgische muzikanten heerlijke vrije jazz, het aanwezige publiek liet zich maar wat graag meevoeren.


Danny De Bock

 
     
     
     

 



John Escreet : 'Exception to the Rule'



foto © AliceZulkarnai







   
 
     
 

Sinds de Britse pianist John Escreet in 2006 naar New York verhuisde, gooit hij daar  hoge ogen. Sinds een paar jaar is hij enorm actief en productief.

Na de debuut CD 'Consequences' in 2008 met zijn Project, een kwintet, kwam 'Don't Fight The Inevitable' in 2010. In 2011 verscheen met een heel andere bezetting 'The Age We Live In' en ook nog 'Exception To The Rule' - de eerste in kwartetformatie met een resem gasten, de tweede een verschillend kwartet zonder gastmuzikanten. Constante op deze uiteenlopende CD's is de aanwezigheid van mentor David Binney die behalve zijn altsax ook een portie elektronica meebrengt. Soms is de inbreng van elektronica beperkt, op deze CD vinden we een heel evenwichtige afwisseling van spelen met en zonder elektronica. Een andere constante is dat er telkens een topdrummer meespeelt - om nog te zwijgen van de capaciteiten van andere begeleiders, zoals Ambrose Akinmusire in het kwintet.

Op 'Exception To he Rule' leidt Nasheet Waits de eerste track in (meteen het  titelnummer) met rollende drums die al snel met een aanzwellende kracht de pianist mee betrekken in een stomend stuk waarbij de rest van het kwartet mee opgaat in een geweldige compositie. Is zo de toon gezet? Vergeet het. Dan volgt 'Redeye', een bizar dromerige track vol elektronica en spaarzame pianotoetsen die ahw een vervormde parallelle wereld suggereren. 'Collapse' begint dan als een gevoelig romantisch nummer in een fris hedendaags kleedje. Escreet verleidt de romantiek met tintelend spel en dan blijkt dramatiek om de hoek te liggen wachten: Binney verklankt noodlottig struikelen, uitschuiven en toch komt alles weer tot rust. Op 'They Can See' speelt Escreet zowel met snaren als op toetsen, de parallelle wereld neemt het weer over. Improviseren is de boodschap, ditmaal met Waits die op instinct voelt wat te doen.

'Escape Hatch' pakt opnieuw uit met de kracht waarmee de CD begon. Opnieuw ook: een compositie om U tegen te zeggen met een up tempo en uiterst vernuftige ontsnappingsroute langs moeilijk te nemen hindernissen die deze geweldige muzikanten met gemak blijken te nemen. Om dan de elektronica weer te horen aankomen en weer in die vervormde wereld te belanden; dan is het gas terugnemen en weer improviseren… Daarmee zijn we nog maar halverwege de CD die zich verder blijft ontwikkelen als een fimscore of een klankband ter verslag van een bevreemdend avontuur waarbij (minstens) twee werelden het decor uitmaken. Dan komen nog de 'Wide Open Spaces' waar we op zacht rollende drums in worden geleid en 'Opsvik' met schetsende strijkstok de desolaatheid van het landschap benadrukt…

Verklappen we nog dat er 'Electrotherapy' aan te pas komt, met ijle klanken die herinneren aan Tangerine Dream, oude keyboards en dat bijna meditatieve ontspanning en onrust elkaar blijven opvolgen. 

Deze CD is er één die je niet zomaar als achtergrondmuziek kan opleggen. Afsluiten doet dit kwartet op deze CD met een herneming van 'Wayne's World' dat ook al op 'Consequences' voorkwam, in een versie die laat horen dat Escreet meer en meer zijn eigen weg heeft gevonden. Zoals ook op 'Don't Fight The Inevitable' het geval was, hoor je soms de invloed van Jason Moran, met name in het uit de bocht gaan zonder het ravijn in te storten en in repetitieve stukjes die met een bijzondere gevoeligheid voor detail weer gaan evolueren, maar Escreet vindt wel zijn eigen weg. Met dank aan mentor Binney en zijn goede vrienden/medemuzikanten die hem sterken.

 
 
     
  Danny De Bock   
     

 




2011, de DUO CD'S

   
 

 

In 2011 kwamen verschillende cd's uit van muzikanten die in duo mooie resultaten weten neer te zetten. We bespreken er in januari gauw nog enkele van.

 

 
     

 

 

 

 

     
 

 

 
     
  Here two musicians devoted to the “fish horn” in an intriguing sound mirror play. Transparence and flexibility of this rare formula rapresent the first nucleus of a reciprocal discover, a distance suddenly dialogic and without hiding possibility. It’s a dance, ovelapping different and close identities, where the inner voices catch themselves, giving room to a new narration, easy and complex at the same time, and to an expressive push. Deeply explored here, the soprano sax shows still a surprising modernity, a plastic psossibility, a great elegance and a more phisycal, direct sometimes violent side. Both pupils of the modern soprano sax master Steve Lacy, but with different derivations, Harri Sjöström and Gianni Mimmo are considered among the most interesting sound declinations of the soprano saxophone. Lyrical, ispired, harsh and warm at the same time they are performers with a personal style, great skills and sensitive feelings.   
     
     



 

 

Gianni MIMMO & Harri SJÖSTRÖM : live at BAUCHHUND BERLIN 2010

 

 

Gianni Mimmo and Harri Sjöström, soprano saxophones 

 


Twee kerels met elk een sopraan sax die zonder enige begeleiding van andere instrumenten instant composities spelen, dat moet wel klinken als moeilijke muziek. En toch. Hoewel het geen voor de hand liggende uitgangspositie is, kan er heel wat moois van voortkomen. Mimmo en Sjöstöm bewijzen het met deze CD die zij live opnamen op de 6de verjaardag van de dood van Steve Lacy.
Aan Lacy, gerenommeerd om zijn beheersing van de sopraan sax, zijn beiden schatplichtig. Op de eerste track van deze CD, waarbij zij zichzelf zo'n beetje inleiden en Mimmo benadrukt hoe zeldzaam het samenspel van twee sopraan saxen in duo is, hoor je hoe bijzonder het voor Mimmo is live te spelen op de meest aangewezen dag om de dood van de Meester te gedenken.
Als deze twee improviserende muzikanten zich aan het spelen zetten, lijken twee hoogst bijzondere exemplaren van een zeldzame vogelsoort te beginnen zingen. Hun zang doet denken aan eeuwenoude vormen van klassieke schoonheid die tot hun essentie zijn herleid. Hun klanken worden evenwel gevormd door de fusie van traditie en vooruitgang. Deze vogels zijn als cyborgs. Zij belichamen een vereniging van natuur en techniek, van vogel en machine en uiten hun klanken door lange metalen snavels. Zij zingen meestal heel sereen, bezingen wat zij rondom zich zien en worden van onrustwekkende beelden en gebeurtenissen opgewonden. In hun opwinding slaken ze kreten van free jazz. In hun fascinatie voor vreemde ontmoetingen tussen natuur en techniek proberen ze dingen uit, bvb door hun afneembare snavel om te draaien en daarin te zingen (lied) of door met plastic koffiebekertjes hun eigen zang te dempen (fading thé distance). Als zij zich in draaiende bewegingen laten gaan worden zij wild enthousiast (spiralen).
Meestal bewandelen deze wat vreemde vogels twee hun eigen weg en spelen zij met andere graag improviserende muzikanten

- Sjöström bvb met Paul Lovens, Barry Guy, Evan Parker, Cecil Taylor; Mimmo met John Russel, of met Gianni Lenoci, zie http://www.kwadratuur.be/cdbesprekingen/detail/gianni_lenoci_gianni_mimmo_-_reciprocal_uncles. Als zij samen een reeks ontmoetingen organiseren vormen zij een uitzonderlijk duo dat avontuurlijke fijnproevers aantrekt. Wie van improvisatie houdt en van de klanken van de sopraan sax kan hier zijn gading vinden!

 

 

 

Danny De Bock

 




   
 




Steve Lehman and Stephan Crump are two of the most exciting agents of the young New York jazz scene. Crump has earned considerable acclaim as a member of Vijay Iyer's trio and quartet. Steve Lehman made his mark with his octet and CDs as "Travail, Transformation and Flow".

Their first recording for Intakt Records entitled KALEIDOSCOPE & COLLAGE presents two extended pieces, "Terroir" and "Voyages". The CD stands out due to the artists' musical skills, their sensitivity and great awareness of shape and style. The scope of dynamics and timbre is far and wide, the communication between the two musicians sharp-witted and alive.

The New York journalist David Adler states in the liner notes: "It's a given that creative musicians work long and hard to master their instruments and develop an individual sound. But there's another thing that separates the technically gifted player from the transcendent one. It's what we might call the collaborative ear, that vital sixth sense that enables improvisers to bring out the best in each other and fashion meaningful stories, even while embracing the hazard of playing without a set script. Bassist Stephan Crump and alto saxophonist Steve Lehman imbue all their work with that sense of trust and openness."

This fact as well as the charming musical atmosphere make KALEIDOSCOPE & COLLAGE an outstanding release.
 

 
     



   

Stephan Crump &  Steve Lehman : Kaleidoscope and Collage

Steve Lehman, Alto Saxophone + Stephan Crump, Accoustic Bass


 
Bij rijzende ster op altsax Lehman kunnen we denken aan samenwerkingen met oa Anthony Braxton, Dave Burrell, Rudresh Mahanthappa en Fieldwork. Met Mahanthappa, ook rijzende ster op altsax, leidt hij Dual Identity (december 2011 nog in de Singel). In Fieldwork speelt hij met Tyshawn Sorrey en Vijay Iyer. Hij heeft dan ook nog zijn eigen band. Stephan Crump is al jaren de vaste bassist in het Vijay Iyer trio, werkt oa samen met zijn vrouw singer/songwriter Jen Chapin en leidt het Rosetta trio met twee gitaristen - Liberty Ellman en Jamie Fox (27 januari in de Singel    !Let op , concert verplaatst naar 28 Januari !)... Bij een project van Ellman speelden Crump en Lehman in dezelfde groep en het klikte tussen de twee. Als het klikt tussen twee mensen en de chemie van elk van hen de andere stimuleert, kunnen de prachtigste reacties ontstaan. Die zochten ze gedurende enkele maanden met zijn tweeën op als ze er de tijd voor vonden en met de resultaten gingen ze aan het knippen en plakken. De twee muzikanten blijken elkaar op boeiende manieren te kunnen aanvullen. Het spel van Lehman klinkt vaak als van een kille, rationele, intellectuele saxofonist, maar geeft blijk van een grote gevoeligheid. Crump associeer je makkelijker met een warm, kloppend hart. Hun samenspel heeft bij momenten dan ook iets van een warme levensadem die in condens aanslaat op koud vensterglas en waarin je met je vinger kan tekenen. De tekening en de damp wegvegend kan je door dat venster de wind buiten zien spelen met afgevallen bladeren en afval dat achteloos weg werd gegooid, ergens nog onbestemd een einddoel tegemoet. Om hun talenten te botvieren stelden deze twee muzikanten ahw met hun instrumenten twee spiegels op in een koker terwijl zij ideeën omzetten in denkbeeldige kleurige kralen. Door die in een helder licht te laten kantelen en draaien kwamen prachtige mandala-achtige reflecties te voorschijn. Met de uiteenlopende beelden en poëtische verklankingen vormden Lehman en Crump twee logische gehelen, 'Terroir' en 'Voyages'. Als je aandachtig luistert kun je horen waar de imaginaire schaar onderscheiden stukken afknipte en waar de lijm losse stukken aan elkaar plakte. Het geheel is telkens een prachtige collage. Concrete en abstracte vormen vullen elkaar aan; funky, dansende bewegingen houden op en maken plaats voor breed uitdeinende, zacht zinderende soundscapes. Uit de verzamelde improvisaties stelden zij met succes gehelen samen die een groter verhaal vormen. De puzzelstukjes hebben genoeg met elkaar gemeen om er een nieuwe, grotere dynamiek mee te creëren. De verzamelde structuren en vormen vertellen van levenslust, warmte en melancholie; in- en uitzoomend, contemplatief en dan weer pulserend glijdt de klankencollage voorbij. Herhaalde beluistering dringt zich op een zachte manier op.


De intensiteit die deze CD kenmerkt is er een die meesleept zonder te overweldigen. Er is een zekere intimiteit, maar ook een extraverte zin in avontuur en uitdrukking kunnen geven aan uiteenlopende vormen van beweging in eigen body en soul en in de omringende omgeving.


Danny De Bock

 

     




 

 

OTN 010

 

Eric Watson, piano; Christof Lauer, saxophones

 

As bizarre as this may seem, Eric Watson and Christof Lauer had never recorded solo before even

though the Paris-based American pianist and German saxophonist had already met. Christof lent his

voice to “Road Movies”, an album Eric recorded in a quartet with Mark Dresser on bass and Eg

Thigpen on drums. The two share a sense of discipline and a passion for liberty. Eric has a solid

background in classical music and has shown he is capable of lyricism and rigor in his interpretations

of works such as those of US composer Charles Ive. Christof has long been immersed in the free jazz

movement, which is in Germany spearheaded by trombone player Albert Mangelsdorff. Their thirty

years of practice and experience(s) has allowed them to position themselves as players of a jazz of the

most authentic kind. Though they are demanding with themselves, Christof and Eric have been kind

with each other in “Out of Print”, treating the other not as a rival but as a companion. The material for

this album was composed by Eric who has taken little glory for this work. The exchanges with

Christof are nervous, vigorous, fiery even. They are a dialog of equals. Together they cut to the

essential in a language that is uncompromising, exploiting to the full the riches of their instruments

and - for good measure - their travels together through faraway lands. Amateurs of sweet-sounding,

consensual melodies: be on your way. Lovers of raspy dialogues and heartrending surges, this “Out of

Print” is especially for you!


 


 

OTN 011

 

Dave Liebman, Tenor & soprano saxophone, wooden flute; Richie Beirach, piano

 

 

Dave Liebman and Richie Beirach have known each other for forty years. They don’t need to talk to

understand one another, notes suffice. They get along harmoniously. Their bond dates back to the

sixties when they played together in the group “Lookout Farm” led by Dave Liebman. It became

stronger still when they set up “Quest”, an almost legendary formation composed of Ron McClure

and Billy Hart, as well as Dave and Richie. The electricity between the two was such that they decided

to record three duos together (“Double Edge”, “The duo live” & “Omerta”). Fascinated by the art of

working together as a team - with each person contributing his part towards achieving a common goal

- they decided to attempt the exercise of the duo with others: Dave with drummer Wolfgang

Reisinger, percussionist Ravy Magnifique and the pianists Marc Copland and Phil Markovitz; Richie

with trombone player Conrad Herwig and guitarist John Abercrombie. It goes without saying that

both enjoy listening to the other which is the golden rule of playing in a duo. Their complicity is such

that it does not require words; it is tacit which totally justifies the album’s name: “Unspoken”. In this

album, Dave Liebman and Richie Beirach let go of all constraints to create a harmony that pleasures

the ears. They give time to time and take turns playing their music, Richie on the piano and Dave on

tenor and soprano saxophone or traditional wooden flute. Whatever repertoire they choose – be it a

personal theme, a jazz standard or even a piece by Armenian classical music composer Aram

Khatchatourian - their symbiosis is as plain as day. Dave Liebman and Richie Beirach’s “Unspoken” is

a message of serenity and humanity.


 


 
 



     

OUT OF PRINT, ERIC WATSON & CHRISTOF LAUER


Eric Watson, piano + Christof Lauer, soprano & tenor saxophones

 

Deze CD presenteert live opnames uit 2009 opgenomen in Straatsburg. Eric Watson is een naar Parijs uitgeweken blanke Amerikaan die geen grote naambekendheid verwierf, maar wel een stevige reeks referenties opbouwde door te spelen met mensen als Steve Lacy, Daniel Humair, Albert Mangelsdorff en Ed Thigpen. Hij heeft een voorliefde voor gecomponeerde muziek die klinkt als geïmproviseerd en vice versa; klassiek componist Charles Ives vindt hij daarin uitmunten. Hij houdt ook van Bach, Schoenberg, Webern en niet minder van Lennie Tristano, Thelonious Monk, McCoy Tyner, Cecil Taylor. Samen met de Duitse saxofonist Christof Lauer leidde hij in 2004 een kwartet dat de veelgeprezen CD 'Road Movies' naliet, maar als groep geen lang leven beschoren was. In duo hebben ze nu opnieuw een bijzondere opname uit.

De CD opent heel levendig, zeg maar onrustig met 'Rain Of Steel' dat met een hoog bopgehalte van start gaat en dan met grillige en breed uit elkaar lopende lijnen op sax en donkere clusters op piano een verhaal brengt van oorlog en de strijd aan het front. Met de kracht van een gepassioneerde Beethoven of een woeste Peter Brötzmann spelen de twee een muzikaal gedicht dat wild verschillende kanten opgaat zonder pompeus of chaotisch te worden. Het is een pakkende opener, die aangeeft met welk een intensiteit deze twee muzikanten uitpakken. Zij hebben die kwaliteit van in de muziek op te gaan en daarbij te improviseren terwijl zij heel goed het overzicht behouden, steeds klinkt hun beschouwende kant door. Zowel in warme ballades (een 'Hero In The Dark' vol toewijding, de gloed bij een voortschrijdende 'Cast Of Shadows') als in het suite-achtige titelnummer met rustige, lyrische delen en ook levendigere resulteert dat in sierlijke spanningsbogen die langgerekt maar gracieus worden uitgewerkt. De twee creëren voor zichzelf een kunstzinnig speelterrein in de deelverzamelingen tussen klassieke muziek, jazz en moderne improvisatie. Zij gaan naar de kern der dingen en nemen er weer afstand van. Bij momenten waan je je bij een soloconcert van een klassiek pianist die al te lang in de schaduw bleef van bekendere namen. Maar als de schrille en scherpe saxklanken weer verschijnen weet je weer dat je met de vereende krachten en invloeden van klassiek én jazz te maken hebt. In het afsluitende 'Juggernaut' wordt het duo nog een keer uiterst dynamisch. Hier gaat een wagen aan het rollen die niet meer te stoppen is, hij vervoert het beeld van een Hindu god en verbrijzelt genadeloos alles wat hij tegenkomt, maar dan ook gelovigen, onder zijn wielen. Meer dan twee geïnspireerde, gedegen muzikanten zijn er blijkbaar niet nodig om zo'n niets ontziende rit te verklanken. Daarmee is de cirkel rond. Het concert begon met verhalen van bloedvergieten en eindigt er ook mee, zij het op een heel ander terrein, in een totaal verschillende context. Tussen de uitbarstingen door van geweld en wreedheid die deze wereld typeert vonden we pracht en schoonheid, warmte en liefdevol samenspel. Een plaat die in het bijzonder net na Kerst een zegen is, luister hoe zij slaat en zalft.

 

UNSPOKEN, DAVE LIEBMAN & RICHIE BEIRACH


Dave Liebman, tenor & soprano saxophones, wooden flute + Richie Beirach, piano

 

Ook uit bij Out Note, nipt ook nog opnames uit 2009 en met een bijna gelijk instrumentarium dan 'Out Of Print' is 'Unspoken' een heel andere CD. Van de muziek van Watson & Lauer kan je zeggen dat die gaat over grote thema's, deze van Liebman en Beirach speelt zich vaker af op een micro-niveau. Hier gaat het om persoonlijke gevoelens van liefde en genegenheid, de concrete affectie tussen individuen, een nieuwe wending in het eigen leven om redenen van gezondheid… Kleine zowel als ingrijpende dingen des levens. Titels als 'All The Things You Are', 'Hymn For Mom' / 'Prayer For Michael' en 'New Life' mogen daarbij boekdelen spreken. Hier gaat het meer over menselijke warmte vanuit een dagdagelijks perspectief dat op een hoger en enigszins religieus niveau (Tender Mercies) getuigt van een dankbare houding in het leven voor wat mooi is en dichtbij. De fluwelen klanken van de saxofonist kunnen doen denken aan Ben Sluijs en door het samenspel met een economisch en bedachtzaam pianist ook aan Sluijs in duo met Erik Vermeulen. Maar 'Unspoken' is een heel andere CD, met een heel andere invulling van lyriek en melodie. En het is niet al fluweel en tederheid wat de klok slaat, er zijn ook zure en scherpe oprispingen en alarmerende nood. Er zijn verwijzingen naar de werelden van dans, film en, jawel, klassieke muziek.

Openen doet de CD met het Adagio van het ballet Gayaneh, gecomponeerd door Khatchaturian, waar Beirach voor viel toen hij het hoorde in Kubricks film '2001'. 'All The Things You Are' krijgen we in een versie die rustig overloopt van liefdevolle lyriek die teder minder mooie kantjes en onaangename herinneringen toedekt. 'Ballad 1' getuigt van grote eenvoud en met zachte sier van diepgang. 'Awk Dance' laat zich enigszins associëren met donkere, licht ouderwets speelse Dave Burrell. Met wisselende snelheid en intensiteit voeren de twee een dansje uit dat zich bevrijdt weet van de oude keurslijven van jazz van voor de free. Met 'New Life' komen we in de buurt van contemplatie, pointillisme én Pierre Boulez. 'Walz For Lenny' van de Israëlische wijnmaker en pianist is een ode aan Leonard Bernstein - zo komen we weer in de filmwereld. Op 'Tender Mercies' verschuift de horizon naar het Verre Oosten; de dankbaarheid voor de goede dingen in het dagelijkse leven en de verbondenheid met naasten die als vanzelfsprekend kan overkomen wordt bezongen met een houding die aan Oosterse filosofie en religiositeit schatplichtig is. Hiervoor haalt Liebman de houten fluit boven. Daarna komt nog een vrije improvisatie waarin de twee hun eigen persoonlijke herinneringen aan Lennie Tristano verwerken en het thema van 'Transition' van John Coltrane opnemen. Het duo danst er mooi mee weg. Afsluiten doen ze met 'Hymn For Mom' / 'Prayer For Michael' - Brecker that is. Met een zekere drang naar mystiek eren zij geliefden die overleden zijn en nooit helemaal uit hun leven verdwenen…

Dit is dus zo'n schijfje dat een mens kan bijstaan in de nood aan diepgang in het leven, dat zowel de rust als de levendige energie biedt om in een jachtige omgeving zaken en gevoelens in een evenwichtig perspectief te blijven plaatsen. Deze twee muzikanten hebben levenservaring en er de technieken voor onder de knie. Liebman (°1946) speelde met Miles Davis, Elvin Jones, Chick Corea, Joachim Kühn, BJO… Hij heeft al sinds Lookout Farm halverwege jaren 1970 een band met Beirach en diens CD 'Impressions of Tokyo' (solo) gold voor het Franse Jazzman/Jazzmagazine als één van de toppers van afgelopen jaar. Ook deze CD verdient de aandacht.

     
   
  Danny de Bock  
     




STEPHAN CRUMP WITH ROSETTA TRIO, gezien 28/01/2012 in de Singel, Antwerpen


   

LIBERTY ELLMAN, ACOUSTIC GUITAR + JAMIE FOX, ELECTRIC GUITAR + STEPAN CRUMP, ACOUSTIC BASS

     

 foto © unknown photographer

  
Wie de inleidende tekst op de website van de Singel had gelezen en dan op youtube eens was gaan zoeken kon zijn gading vinden, maar net zo goed kon de twijfel het dan winnen. Zou dit trio echt wel zo fijn en boeiend zijn als een trio van Jimmy Giuffre zonder drummer? Je moet echter al goed geïnstalleerd zijn, louter een PC met geluidskaart en speakers volstaan niet om Rosetta naar waarde te schatten. Deze muziek komt niet fel als een pop- of rocksong uit een grote opnamestudio of rauw uit een kleine. Rosetta speelt vooral delicate en soms heel speelse songs die je maar beter de omstandigheden gunt om over te kunnen komen. Bvb in de Muziekstudio in de Singel, een niet erg grote zaal met een goede akoestiek. Of als je 't toch uit matige speakers wilt laten klinken met CD-kwaliteit. Als je Rosetta kunt beluisteren terwijl de klank goed zit, is het gauw duidelijk dat de muziek een bijzondere menselijke warmte uitstraalt. Dat de composities teruggrijpen naar oude procédés om liedjes te maken, maar dat de muzikanten er hun eigen hedendaagse visie op toepassen. Het heeft iets van folk en soms van flamenco, bij de muzikale invloeden horen oa ook de blues en Americana. En inhoudelijk staat het op een heel open en eerlijke manier dichtbij persoonlijke ervaringen, reflectie, besef van verbondenheid. Deze songs zonder woorden verklanken gevoelens en bepeinzingen, ze staan dicht bij het leven zoals concrete mensen het beleven.  Groepsnaam Rosetta verwijst naar de gelijknamige sociaal bewogen film van de gebroeders Dardenne.   Deze muzikanten bezingen dus niet alleen verliefdheid, seksueel genot en ldvd. 'Shoes, Jump' en 'He Runs Circles' zijn liefdesliedjes in die zin dat ze met liefde geïnspireerd zijn op levensfasen van de opgroeiende kinderen van Crump. Herfst en de wind en regen die erbij horen waren de aanleiding tot de compositie 'The Leaves, The Rain'. 'Here Not Here' mijmert bij de rol en invloed van technologie in en op ons leven. 'Carrousel en Verre' benadrukt hoe fragiel het leven van mensen kan zijn. En deze muzikanten zingen niet alleen over verliefdheid, seksueel genot en ldvd.' Shoes', 'Jump' en 'He Runs Circles' zijn liefdesliedjes in die zin dat ze met liefde geïnspireerd zijn op levensfasen van de opgroeiende kinderen van Crump. Herfst en de wind en regen die erbij horen waren de aanleiding tot de compositie 'The Leaves', 'The Rain'. Rosetta verwijst naar de gelijknamige sociaal bewogen film van de gebroeders Dardenne. 'Here Not Here' mijmert bij de invoer van technologie in ons leven. Terwijl de muzikanten speelden was het genieten van het zicht op de houten klankkasten van de drie snaarinstrumenten en de parketvloer. Er straalde een ongedwongen en intense vreugde van de lichamen van de muzikanten: de gitaristen rustig op een stoel gezeten en geconcentreerd luisterend en hun bijdragen brengend. Crump met zijn hele lichaam en ziel de contrabas bespelend. Nu eens de één, dan een ander met de voet ritmisch tikkend. Je kon van bij het begin zien dat de muzikanten zich in een rustige staat van geluk bevonden, blij dat ze samen konden spelen voor een publiek. Ze hadden daar de goede reden voor dat het concert kaderde in de eerste Europese tour van Rosetta, dat toch al 7 jaar een consistent trio is.



foto © unknown photographer

  
De stukjes die zij brachten getuigden van kwaliteit en werden met grote speelvreugde gebracht. Sommige lagen heel gemakkelijk in het oor, bij andere gingen minder voor de hand liggende verschillende lijnen toch heel mooi samen. Complexiteit en eenvoud wisselden elkaar af en doorlopend was het prachtig. Het was een heerlijke avond om met Rosetta kennis te maken en/of de bevestiging te krijgen van zielswarm geladen vakmanschap.


  Danny De Bock  
 
     




Kim Versteynen : ' Kim in the Middle'



     
  Website   
     
     
 



 

Kim steekt meteen van wal met een eigen nummer, 'Stepping Out', wat best aardig is en bovendien blijkt hieruit haar hoge mate van zelfvertrouwen en kunnen ,  zodat het je ook  al meteen nieuwsgierig maakt naar wat nog gaat volgen. De begeleiders met Kim 'in the middle' (aardig gevonden...) kennen we, en zijn naast pianist Arne Van Coillie ook zowat diens vaste ritmesectie wat garant staat voor souplesse en gedegen invulling met Flor Van Leugenhaeghe aan de bas en Luc Vanden Bosch aan drums. Pretentieloos, licht entertainment van een behoorlijk niveau , verwacht geen buiten de lijntjes kleuren van dit combo dat weliswaar de verwachtingen inlost die je hier bij stelt : vlot entertainment om het genietelijk warm van te krijgen en dat mag best bij deze vrieskou buiten ! Zo volgen wat overbekende melodiëen zoals 'Autumn Leaves (hier met als bijkomende aardigheid wat Franse intro van toneelschrijver Jacques Prévert- maar dat past hier erg goed bij !) of 'Moon River' van Mancini (té licht weg walsend alhoewel de pianosolo  het wat sterker maakt). Licht is anders ook 'Lazy Afternoon', very relax en mooi aangebast door Flor maar verder ook wel heel dromerig zoals weliswaar bedoeld , echter wat slaapverwekkend voor mij dan... Kim houdt anders ook wel van latin, Braziliaanse ritmes en zo kleurt 'Canção do Sal' met wat hevigere kleurtjes, al kunnen we ook hier nauwelijks van temperament spreken, een Portugese siesta is het eerder,al vermelden we hier ook  wel graag de pianosolo bij van Arne. Nee, dan gaan we wél meer voor het up tempo ' One for All', da's krachtiger en zo komt Kim's mooie stem toch meer tot z'n recht, vinden wij dan, want die stem staat er wel, is fragiel vrouwelijk maar gelijk ook krachtig, warm en overtuigend ! Zo geeft Kim en haar combo ook een mooie softversie van 'Hendrix' 'Little Wing'en zo hadden we die nog niet gehoord. Flor's bas is daarbij een extra lyrisch gegeven. 'I rest my case' is dan weer een eigen nummer, een ritmisch bewegen op de metronoom en da's ook mooi vertaald door de ritmesectie. 'Melody for Alon' van pianist/componist Omer Klein krijgt dan weer terecht een heel gepaste vocale invulling (vond Omer trouwens ook)  en behoort tot de sterkste songs op deze CD, Kim en het combo op z'n best ! Zo ook, naarmate we meer het einde naderen van deze eerste CD van Kim ook zeker een speciale vermelding voor ' A Girl I Know' van pianist François Boland, met eigen lyrics.. dát is het Kim ...het karakter, het femme fatal-achtige dat we ook in de toekomst graag van jou verder gaan horen ! Volwassen eindigt ze daarna met Being Green' met verder alleen maar Arne Van Coillie aan de piano, een perfect einde van een eerste plaat waarvan meerdere songs konden bekoren. Ik meen hierbij dan ook heel eerlijk dat deze schijf mij meer plezier deed dan ik eerst vermoedde dat ze dat zou doen. Geen openbaring maar best aangename vocale jazz van een jonge dame die het kan, dat laat zeker belofte naar de toekomst toe !

 

 

Winus

 

     
     

... als smaakmaker kozen we eerder voor ' a girl I know' ...

 






Bart Quartier- Bart Van Caenegem : 'Profiles'






- perstekst -



   
 

Met trots stellen we u ons nieuwste album voor op ons W.E.R.F.-label, "Profiles" (W.E.R.F.099) van Bart Quartier-Bart Van Caenegem.
Bart Quartier was reeds terug te vinden op ons label binnen het Dreamtime-ensemble van Kris Defoort (W.E.R.F.047) en bracht ook de plaat "Thank You" (W.E.R.F.058) uit als leader van zijn eigen quintet. Hij voelt zich zowel thuis in de wereld van de `mainstream jazz' als in hedendaagse muziek, klassiek, folk....wat duidelijk te horen is in deze nieuwe plaat.
Samen met pianist Bart Van Caenegem, die ook reeds te horen was op ons label met zijn toenmalige groep High Voltage (W.E.R.F.044), maakt hij een muzikale reis doorheen de 24 toonaarden: van do groot naar do klein. De composities zijn een soort miniaturen waarin verschillende sferen en emoties schuilgaan. Ze laten zich hiervoor inspireren door de prachtige Children 's Songs van Chick Corea.
Dit liet Daniel Goyone (pianist bij Trilok Gurtu) zich alvast ontvallen over de plaat: "Terwijl de meeste componisten pianisten zijn, is het altijd verfrissend composities van andere instrumentalisten te ontdekken. Bart Quartier speelt marimba en vibrafoon en zijn muziek brengt enkele specifieke waarden naar buiten, zoals de belangrijkheid van ritme maar ook de openheid naar andere muzikale werelden. De variëteit aan tonaliteit en atmosfeer geven dit werk een interessante toets."

 
   

 


 
 
   
 
 
 

een al wat ouwere foto van het duo (2007)

 



Bart Quartier (die dit album opdraagt aan producer Diederik Wissels, ex leraar van Bart en groots pianist/componist), en Bart Van Caenegem zijn aan mekaar gewaagd. We zagen hen al eerder samen 'in concert' en dat samenspel, dat aanvoelen maakt hen haast tot één eenheid, mooi om zien maar vooral om te horen. Samen besloten ze om in navolging van Chick Corea's 'Children's Songs' dat de Amerikaanse pianist in 1984 uitbracht maar waarvan al uitreksels verschenen op 'Crystal Silence' in 1972 ( in duet met meester vibrafonist Gary Burton !) om deze Childeren's Songs dus als inspiratiebron te gebruiken bij het maken van 'Profiles'.'De twee Bartjes' brengen dus zeer basic melodieën,ontkleed tot op het bot, kinderlijk mooi  en schijnbaar eenvoudig. Bart (Quartier) omschrijft het componeren,improviseren ook, als het bouwen met blokken, soms wordt dat een huis, dan weer een boot...Miniatuurtjes zijn het merendeel van deze 24 composities, kleine kunstwerkjes als zijnde gemaakt van kant. Soms zijn die beperkt in absolute tijd en dus ook al gauw uitdovend als bvb. 'Lonely' dat vereenzaamd uitsterft of 'Brave' dat zelfs alleen maar z'n entree maakt..Op 'Fidget' bewegen de muzikanten dan weer samen als een bloem die haar blaadjes open vouwt en weer sluit. ..Die piano zo alleen met de vibrafoon, da's iets zoals kunstschaatsen on ice zoals bvb. op 'Charming' waar je mekaar naar't einde toe los laat om dan in mooie elegance van mekaar weg te drijven...Van het pruillipje ('Sad') naar vrolijk, zie eens wat ik kan ! ('Happy') over opgelucht, speels en uitgelaten (Wild') en kinderlijk blij ('Delighted') tot wat ongeduldig en verveeld ('Boring') of van het voorzichtige verleiden van 'Tender' naar het gevaarlijkere verleiden van 'Cool', steeds weer wisselen stemmingen maar blijven noten gelimiteerd. Soms klinkt dat wat klassiek getint ('Calm') en dan weer voelt het wat etnisch aan ('Hip'). 24 tunes en stemmingen zijn het met duidelijke titels om dan ietwat mistroostig te eindigen , ondanks die titel. 'Butterflies' hult je in gedachten om dan langzaam weg te fladderen.Wanneer je de CD beluisterd hebt is het net of je een expositie van Swarovski kristal hebt bekeken. Zuiver (gezuiverd?) en fragiel. Hoe kleine dingen toch erg mooi kunnen zijn ! Of hoe rasmuzikanten van de hogere soort samen ijssculptuurtjes maken tot kunst met een K verheffen...

Winus

 
     

Wij kozen eerder voor 'Cool' als  als verleidend begeleider ...





18 Februari 2012 : W.E.R.F.-LABELNIGHT - FEEST VAN DE BELGISCHE JAZZ

 






   
 

De Belgische jazz beleeft gouden jaren met muzikanten uit diverse generaties die op internationaal niveau spelen. De Werf bestaat concreet 25 jaar en vierde feest op zaterdag 18 feb en bracht meteen ook het honderdste album uit en wel één van Kris Defoort die destijds ook voor het eerste album op het intussen roemrijke label tekende (‘Sketches of Belgium’ – Kris defoorts Basement party) Het is dubbel feest want het Concertgebouw waar vandaag de jazzoptredens doorgaan bestaat intussen ook alweer een decennium.

 
     


   

De hoofdoptredens van vandaag gaan door in de grote concertzaal terwijl er nog eens drie kleurenpodia zijn waaruit je kan kiezen voor telkens twee concerten . Jassepoes was in het imposante Concertgebouw op 't Zand en wij hebben met volle teugen genoten . Wij kozen immers voor rood en zaten in Studio 1. De avond werd gevuld met allerhande sets bevolkt door enkel en alleen artiesten van het W.E.R.F.- label.

 Niet alleen jazz, in de laatste set met Tuur Florizone ook met prachtige wereldmuziek  (wat jazz in essentie natuurlijk óók is ).
Met een strikt uurrooster als uitgangspunt, liep het spijtig genoeg al direct fout, daar de leuke en gewaardeerde toespraken & het academische kwartiertje, het tijdsschema onmiddellijk onder druk zette.
Eerst het slechte nieuws : de Werf kreeg een minder gunstig advies van de cultuurcommissie (waar beroep tegen aangetekend wordt ) en dan de leukere aankondiging was, dat wegens succes er volgend jaar een tweede editie van de ‘labelnight’ zal komen. De ouverture was het ‘Brussels Jazz Orcherstra’ toebedeeld, met Bert Joris als solist, arrangeur & leverancier van alle nummers, naar analogie van de openingsavond van het Concertgebouw 10 jaar geleden. Het is inderdaad 10 jaar geleden dat het BJO olv Kenny Werner hier met gast Bert Joris mocht schitteren. Ze doen dat vandaag opnieuw maar deze keer dan zonder Kenny Werner. Het BJO bracht onlangs ook een nieuwe CD uit en daaruit spelen ze vanavond enkele nummers maar ook brengen ze de intussen klassiekers van 10 jaar geleden. Ze doen dit zoals altijd met bravoure. Ze vliegen erin met een gepimpte versie van’ Mr Dodo’ die nu ‘ Mr Dado’ noemt. Het mooie ingetogen ‘Magone’ volgt,’ Innocent blues’ en Kurt Van Herck geeft een gesmaakte solo in ‘Only for the honest’ ; een (h)eerlijk nummer. De set sluit af ‘met’ Warp 9’, een wereldklassenummer van dit fijne orkest ! De benjamin van de band is de energieke drummer Toni Vitacolonna.

Géén tijd voor bisnummers en op een drafje gaat het dan naar het volgende keuzeoptreden in één van de kleinere locaties. Wij pikten er het Nathan Daems Quintet uit, met voorbedachte rade, want we kennen die sloebers die een lichtjes freaky & heavy & op Afrikaanse muziek geïnspireerde set neer zetten. Slapen was geen optie, duimen en vingers aflikken wel. Deze jonge snaken zijn beloond met een top 10 plaats in de Knack Jazz platenlijst van 2011 en eind vorig jaar blikten ze hun debuutplaat “Praten Dialect” (W.E.R.F.097) in en die recensie heb je van ons nog te goed…
Dan is er even tijd voor een natje en daarna gaat het met een sprintje naar de grote zaal, alwaar we het middelste balkon verkiezen, het tweede verdiep lijkt ons wat hoog… Réve d'elephant orchestra, de Belgische ludieke jazztrots in bange dagen met drie drummers en knettergekke solisten, een muzikaal ratatouille om niet koud te laten worden. Deze set spreekt ons erg aan maar misschien zijn de batterij van drie drummers op de achtergrond wat te veel, twee lijken ons genoeg. Fluit, trompet, gitaar en tuba staan vooraan op de scène maar de gitaar past er minder goed bij, lijkt ons. Rêve d’Eléphant Orchestra is een ensemble dat een mengeling brengt van Europese en Oosterse invloeden. Het ritme staat er centraal en daar zit drummer Luikenaar Michel Debrulle écht wel voor iets tussen. Het is een mooie brei van samenspel met aandacht voor harmonie die niet gaat vervelen. Je kan dromen over verre landen bij het horen van hun muziek. Michel Massot is daarbij één der spilfiguren, speelt afwisselend tuba en schuiftrombone en legt mooie accenten.
Met een spurtje gaat het dan naar het Cezariusz Gadzina quartet (zie ook Winus’ recensie vanSaxafabra), voor ons echter een onbekende naam, dus niet te missen. Vooral op de tenor en in uptempo, kwam Cezariusz goed uit de verf, op sopraansax werd hij wat lankmoedig (vb. :‘Mat’) Buevens-Buevens-Devisscher maakten de klus af. Kleine bevochtigings time-out volgt even later en dan gaat het met versnelde pas naar de grote zaal voor Mixtuur van Florizone. MixTuur (W.E.R.F.096) van accordeonist Tuur Florizoone is een prestigieus project met twaalf man op de scène. We krijgen hier een complete mix van culturen, stijlen en ook instrumenten. De drummer komt uit Burkinafaso en de man aan de balafoon (een soort xylofoon) komt uit Mali. De Oekraïense celliste zorgt dan weer voor de zwaar geladen toon. Qua zang hebben we Tutu Puoane met haar Zuid-Afrikaanse inbreng en dan zijn er nog de drie dames in mooie klederdracht en zij zijn het polyfonisch Congolees koor “Nabindibo”.
De Belgische percussionist Chris Joris (eigenlijk een witte ‘zwarte’ en ook al geen onbekende bij de W.E.R.F.) mag hier natuurlijk ook niet ontbreken.. Het is een heerlijke stamppot uit de vier windstreken wordt er bij de inleiding gezegd. Bijzonder mooi, héél mooi en een tevens bijzonder toegankelijke set, gebaseerd op het verhaal van de ‘mestiezen’, gemengd-gekleurde wezen uit Afrika. Dit is écht een project voor grotere zalen & voor een breed publiek, dit moét een succes worden. De feestelijke kers op de verjaardagstaart, een muzikaal vuurwerk als apotheose, prijs!... met het enige bisnummer van de avond. (Lees ook onze CD-recensie) De set wordt terecht beloond met een staande ovatie.
Voor de all-star-jam die de feestelijke avond verder afsluit moeten we nadien helaas passen, wij moeten immers nog kilometervreten, op weg naar huisje weltevree...

Maar volgend jaar zijn we hier wéér !

Luque & Michel Proesmans
      

     
 
 
     






Multitude : 'Dog of Teahan'


 
 

Twee gerenommeerde jazzmusici en twee 'nieuwkomers' waarvan de drummer, Nico Manssens , initiatiefnemer is van dit project, dat is 'Multitude'. Jawel, een groep weerom en geen 'quartet' al zou je gauw het Stefan Bracaval Quartet hier gaan bij bedenken als groepsnaam. Niet dus, want Multitude is duidelijk weer anders, eigenzinnig en met weer een heel eigen geluid. Daar zorgen de synths voor, zowel voor de fluiten, als voor de gitaar en d'er zitten nog wel wat andere elektronische effecten tussen ook. Het geheel dat flirt met rock doet je misschien terugdenken aan de hoogdagen van Focus , maar dit is toch wel andere koek. Bij wijlen wat 'slavisch,' is het net of er een magische wind doorheen de composities blaast. Onlangs voorgesteld op diverse Vlaamse podia (slideshow vind je hier van het concertje in de Mechelse JaZZZolder-kapel) staan deze jongens klaar om verder door jullie ontdekt te worden.

 

Multitude =

 

Stefan Bracaval - extended flutes
Peter Verhelst - guitar
Nico Manssens - drums
Chris Mentens - bass

 

 

 

 
 


     
   
   
     
     
  Ja, natuurlijk dat we wat curieus waren naar de titel en die gevaarlijk ogende hond op de cover, dat hadden we ook graag geplaatst gezien want dat straalt toch wat vreemds uit, nee?....Zo ook de tekst op de CD-rand, een uitreksel uit de ''Tractatus Theologico Politicus' van filosoof vrijdenker B.Spinoza. De democratische wereldorde van een quartet muzikanten blijkt nu, waaronder twee 'oud'gedienden : Stefan Bracaval aan fluiten en Chris Mentens op bas naast twee 'nieuw'komers : Peter Verhelst, veelzijdig gitarist, hier op elektrische gitaar en band/projectleader Nico Manssens aan drums. Het is deze laatste die  de wat misterieuze titelkeuze bepaalde en het blijkt nu om een persiflage te gaan op het in het Oosten (Japan) razend populaire 'Dog of Flanders, een verhaal over de lotgevallen van een Vlaams kind (Nello) en z'n hond Patrache, ergens gesitueerd in het Antwerpse. Anders geen hond die er om blaft hier ...Verder blijkt Teahan een streek ergens in Zuid-Korea, plaats waar de woning staat van de grootmoeder van Nico's ega en waar d'ie nogal ongelukkig gebeten werd door de hond op de cover ! Een verhaal is dit project van communicatie, verdraagzaamheid en een openstaan voor andermans ideeên in een democratische wereldorde, voorwaar ambitieus allemaal en opent de CD die gateway van de nieuwe wereld? ...  Wat bevreemdend is het toch, die 'extended' synthetische fluitklank waarmee Stefan hier uitpakt. De wat Oosters getinte uptempo melodie zet hem direct duidelijk op het voorplan, een nummer is het  van Chris Mentens die op deze CD tekent voor twee songs.De gitaar bij deze 'Maria's Locker' zorgt daarbij naar het einde toe voor een wat grommend klankgordijn (da's voorwaar de hond !)
'Where do you wanna be' brengt ons daarna in een wat metalige koude wereld, aan de start dan toch. Overigens vind ik het spijtig dat die extended fluiten van Stefan geen one time gimmick blijven want als je het 'zuivere' fluitspel naast dat synthetische plaatst, dan weet ík alleszins wat kiezen. Muziek van de 21e eeuw?  Stefan noemt het alleszins '21st Century Flute !' Je bent voor of tegen maar Multitude heeft er wel een heel eigen geluid mee, da's waar... Titelsong 'Dog of Teahan' sleept je daarna mee in een aangename melodie maar valt gauw ook stil in die kouwe wereld met ijskristallen en  laat je dromerig wegpijnzen, de blik gelaten over een wereld die ooit méér was.. .'Nami Sum', da's het andere nummer van Nico Manssens en die durft nu behoedzaam  een mooie  ballade open te vouwen. Chris Mentens aan de bass heeft hier heel wat argumenten in z'n monoloog maar Stefan, nu zuiver aan het blaaswerk, dekt, geholpen door de strelende percussie van Nico, zalvend toe. we krijgen het nu al heel wat warmer.. Anders kan je daarna met de rockjazz van 'The Spell of the Dancing Tood' lekker warmhossen. Ook de gitaar van Peter Verhelst waagt zich hierbij aan electronische spielerei maar heeft best ook veel meer dan dat om te blijven boeien. Bas en drums stuwen daarna 'Magnitude' lekker rockend voort maar uiteindelijk ontwikkelt de song zich toch als een onbesliste strijd tussen gitaar en fluit. Mooi ! Dat was er ééntje van de hand van gitarist Peter Verhelst die trouwens voor het merendeel van de songs tekent op deze 'Dog of Teahan' Zo ook schreef die 'Home' en da's weer gans anders, meer binnen de lijntjes gekleurd van de moderne jazz. Dat Stefan Bracaval daarbij aardig weerwerk levert, gewoon met wat randtekeningen te schetsen, d'as ook mooi. Chris bromt bij dat alles heel relaxt op de achtergrond terwijl Nico  soldaatgewijs voor wat spanning zorgt. Het quartet valt duidelijk samen in eenheid. 'Afro Waltz' , de enige songbijdrage van Stefan Bracaval daarna,  is zowat het buitenbeentje op deze CD met een werkelijk mooie blaaspartij, weliswaar soms ook heel synth(etisch) maar het is wél een melodisch sterk nummer, groovy en die 'Afro' in de titel staat er niet zo maar. 'Le Cauchemar de Claude' , met zowel sterke gitaarpartij als fluit laat je de kou die uit de eerste tracks straalden gans vergeten.Ja, zo hebben we het graag.Te vermelden eveneens  is het hele mooie drumwerk van  Nico Manssens die zich op deze CD ontplooit als sterke, veelzijdige muzikant. Nog maar iemand temeer om in 't oog te houden...  'Departure' van Mentens mag dan een goeie 4 minuten verder stemmig afsluiten tussen cymbalen links en rechts maar niet zonder de bas ook hier weer een laatste maal ietwat belerend  te laten spreken. Op het einde schuift dan wel een metalen gordijn terug dicht,de eigen wereldorde van 'Multitude' achter zich  latend en ja, dat laat ons wat twijfelend achter.Niks te zeggen over het vakmanschap van deze vier en de composities mogen d'er best ook wezen.Alleen hebben we het wat moeilijk met het klankbeeld en meer bepaald, die extended flutes van Stefan. Dat zal wel passen in het concept van dit Multitude maar wij horen toch liever de geweldige fluitist die Bracaval wel is, gewoon zonder die soundeffects. Anders best een mooi werk, deze CD, die verdiend gehoord te worden !
 
     
  Winus  
     



Wij kozen eerder voor het groovy rockende 'Magnitude' als begeleidend smaakmaker ...




CONSORT IN MOTION, gezien in l'Archiduc, Brussel 26/02/2012



website
   


 

SAMUEL BLASER, TROMBONE + RUSS LOSSING, PIANO + THOMAS MORGAN, BASS + GERRY HEMINGWAY, DRUMS   

 


foto © Alex Troesch

 

De CD van Consort in Motion werd in menig lijstje uitgeroepen tot de beste of één van de beste CD's van 2011 - dat was met Paul Motian op drums. Live anno 2012 moet het kwartet zonder de intussen overleden meesterdrummer verder en dat lukt perfect met Gerry Hemingway erbij. Consort in Motion brengt eigentijdse arrangementen gebaseerd op klassieke muziek uit de Renaissance en Barok van vnl Claudio Monteverdi en van Giralimo Frescobaldi en Biagio Marini. Om te ontdekken wat voor heerlijke melodieën die Monteverdi heeft geschreven hoef je er dus niet naar te luisteren in klassieke uitvoeringen. Blaser en co zijn niet de enigen om daarvoor te zorgen. Paolo Fresu & Uri Caine brachten op bugel en piano ook al wat van Monteverdi in een 21ste eeuwse setting.
In de Archiduc was het genieten van getransformeerde Monteverdi in een bezetting met trombone, piano, contrabas en drums. Een niet alledaagse format voor een jazzkwartet, maar voor een huwelijk tussen klassiek en jazz met talentrijke muzikanten als deze een ideale combinatie. Het genieten van fijne en delicate stukken werd bij momenten in de weg gestaan door zachtjes doorpratende mensen en de deurbel die ging, maar gaandeweg raak je niet meer afgeleid door die stoorzendertjes. De mooie en gevoelige melodieën werden zo knap gespeeld dat ze hun betoverende effect niet misten.
De donkere klankkleuren van de trombone, het beheerste melodieuze blazen van Blaser, de ontzagwekkend fijne vertolking van melodieën van Morgan op contrabas, de gevoelige roffeltjes en tikjes, het ritselen en de perfect gedoseerde slagjes op drums en cimbalen van Hemingway, de accentuerende pianotoetsen en nu eens hoekige dan weer vloeiende lyrische lijnen van Lossing… Met een geweldige timing spelen deze muzikanten samen en vullen zij elkaar aan. Blaser is de leidende kracht en bedenker van de arrangementen en een fenomenaal trombonist die ook in deze groep weer een uitlaatklep vindt voor zijn talenten. Vorige herfst was hij in het land met een heel andere working unit met wie hij in 2010 de Boundless Suite uitbracht. Als je voorbeelden zoekt van kwaliteit en veelzijdigheid, neem Blaser maar eens onder de loep! Hemingway is een drummer die op geen enkel moment te hard mept. Hij doseert zijn energie, overstemt de anderen niet en als hij aan het meppen gaat dan is het helemaal op zijn plaats, in een uitbarsting van creativiteit in een solo. Inventief is ook Lossing. Ook hij speelt met een treffende timing en beroert de toetsen, snaren en andere delen van de piano zachtjes of wild in perfecte synergie met de andere muzikanten. Als je Morgan ziet en hoort spelen hoef je je niet te verbazen dat hij een veelgevraagd bassist is. Hij straalt zo'n gevoeligheid uit en speelt zo fijn dat je je zou verbazen dat je een contrabas hoort. Hij weeft zijn bijdragen met een uitzonderlijke souplesse in het geheel. Misschien speelde Morgan soms dezelfde melodie als Blaser, maar net iets later, misschien speelde hij met die melodie en creëerde hij een variant, zelf was ik niet in staat het geheel te analyseren. Gelukkig kan je door schoonheid opgetild en meegevoerd worden zonder te begrijpen wat zich precies afspeelt. Mee opgaan in hemelse muziek als deze is gewoon goed voor een eerste klasse natural high.

 

Danny De Bock  

 
   



 
 
 




JAZZvillage AHMAD JAMAL


Een lang gekoesterde wens gaat in vervulling. Naast klassiek en wereldmuziek krijgt ook jazz nu een eigen platform. Harmonia mundi heeft hiervoor JAZZvillage in het leven geroepen. Het eerste album dat op JAZZvillage uitgebracht zal worden is BLUE MOON van pianist Ahmad Jamal.




JAZZvillage


Jazz is geen vreemde eend in de bijt. Tot voor kort zijn jazzalbums uitgebracht op harmonia mundi’s huiseigen labels: world village music en le chant du monde; aangevuld met gedistribueerde jazzlabels. Met de geboorte van JAZZvillage biedt harmonia mundi een nieuw jazzplatform en geeft daarmee dit genre een eigen ‘gezicht’.

AHMAD JAMAL


Zeer zeker is BLUE MOON niet Jamals eerste album, maar het is wel zijn eerste album op het gloednieuwe label JAZZvillage. Samen met Reginald Veal (double bass), Herlin Riley (drums) en Manolo Badrena (percussie) speelt hij eigen composities als Autumn Rain, I remember Italy en Morning Mist. Jamal betoont met zijn nieuwe album respect aan Amerika.

Eerste semester 2012


De releasedatum van BLUE MOON is 7 februari 2012. Voorts staan voor het eerste semester van 2012 de volgende uitgaven gepland: Nothing For Granted van Sandra Nkake (maart 2012), Rise van Raynald Colom (april 2012), ‘yo’ van Roberto Fonseca en Live in Marciac van Monty Alexander (mei 2012).


 
     

 

 

 
 
   
 
 

AHMAD JAMAL :' BLUE MOON'



AHMAD JAMAL, PIANO + REGINALD VEAL, CONTRABAS + HERLIN RILEY, DRUMS + MANOLO BADRENA, PERCUSSIE


Als twintiger maakte hij intussen al lang legendarische opnamen voor platenlabels als Okeh en Epic met een trio line up zonder drummer, met Israel Crosby dan wel Eddie Calhoun op bas en Ray Crawford op gitaar. In 1956 koos hij voor een nieuw geluid en ruilde de gitarist in voor een drummer. Met Vernel Fournier op drums en Israel Crosby op bas nam hij 'But Not For Me' op, live at the Pershing, hotel waar ze het huistrio vormden. Tegen die tijd had hij de critici niet meer zo tegen die hem een cocktailpianist hadden genoemd, want Miles Davis had Jamal geprezen voor zijn timing en de manier waarop hij ruimte gebruikte in het spel met zijn ritmesectie. Jamal brak commercieel door en vijf decennia later is hij nog steeds een geprezen pianist. Hij is een pianist met een grote levensvreugde, een fier man en een gentleman - dat hoor je in zijn spel dat is blijven evolueren. Hij wordt in juli 82. 

Jamal speelde de voorbije jaren veelal met bassist James Cammack en drummer Idris Muhammed, maar nu brengt hij Blue Moon uit op het gloednieuwe label Jazz Village (platform dat bij Harmonia Mundi hoort) met bassist Reginald Veal, drummer Herlin Riley en percussionist Manolo Badrena. Meteen een sjieke release van vier heren van stand. Met Badrena speelde Jamal al eerder samen. Veal en Riley werkten lang samen met Wynton Marsalis.

De CD behelst een intrigerende keuze uit het grote aanbod van jazzstandards plus drie composities van Jamal. Negen stukken die in lengte variëren van goed vijf tot ruim dertien minuten en doen verlangen naar zomerjazzfestivals, bvb naar GentJazz, waar ook altijd degelijke mainstream jazz op de affiche staat - in 2004 nog Ahmad Jamal - of naar Jazz Middelheim - waar hij in 2010 speelde. Opener ‘Autumn Rain’ bouwt vrolijk en ietwat pompeus een spanning op om langs een stortbui over te gaan naar taferelen van  leven dat weer in beweging komt terwijl her en der nog regendruppels druipen. De standard 'Blue Moon' is speelser. Lichtvoetigheid en ernst gaan hand in hand en zo ook raffinement en eenvoud. Vanaf Blue Moon is het een plezier om mee op te gaan in de warme en soepele speelstijl van Jamal, die verhalende lyriek combineert met danserige vreugde en welgemikte herhaling. Licht en donker, vreugde en melancholie weet hij zo samen te brengen dat hij een ruim publiek kan inpakken. En toch blijft hij zichzelf en integer. Hij heeft hier ook weer eens begeleiders die de rijkdom in zijn spel perfect aanvoelen en commercieel vooruit helpen; het resultaat is bewonderenswaardig geloofwaardig. Deze oude pianist blijft een schitterende pianist.

Bij de standards zijn er minstens een paar verbonden met oude films. ‘Laura’ gaat terug op de gelijknamige film noir uit 1944. David Raksin schreef het pakkende thema dat Jamal  hier met minimale begeleiding adembenemend mooi en meeslepend speelt. Bronislau Kaper schreef in 1950 ‘Invitation’ voor de film ‘A Life Of Her Own’ die meer indruk maakte omwille van de muziek dan als film. De muziek werd in 1952 opnieuw gebruikt voor de film ‘Invitation’. Een versie van John Coltrane in 1958 droeg er in grote mate toe bij dat ‘Invitation’ een standard is geworden. Jamal laat het nummer met grote verleidingskracht en de zacht, maar beslist stuwende ritmesectie gracieus dansen. Van de eigen composities op deze zijn ‘I Remember Italy’ en ‘Morning Mist’ de sterkste. Schrik niet als beide je recht in je hart raken of overrompelen.

Danny de Bock

 

     

Wij kozen eerder voor het mooie 'Autumn Rain', waar de CD mee start




   
 

Smalltown Superjazzz is proud to present the brand new studio album from the Free Fall trio consisting of Havard Wiik, Ken Vandermark and Ingebrigt Haker Flaten. With clarinets, piano and bass Free Fall creates magical moods and brings the heritage of Jimmy Giuffres` legendary 60s trio with Paul Bley and Steve Swallow into the new millennium. The album was recorded at Fattoria Musica in Germany by Stephan van Wylick in September 2008. It was later mixed and mastered by Ken Vandermark and Bob Weston (Shellac) at Chicago Mastering Service. The cover was made by Rune Mortensen based on photos taken by Ken Vandermark. Free Fall debuted with “Furnace,” to great acclaim in 2002. The album was released on Mac McCaughan`s (of the punkrock group Superchunk) Merge Records` jazz imprint, Wobbly Rail. After that the trio signed to Smalltown Superjazzz and released the great “Amsterdam Funk” and „The Point In A Line“ to wide acclaim.

 

 
     

FREE FALL:  'GRAY SCALE'







  

   
 

KEN VANDERMARK, CLARINETS + HAVARD WIIK, PIANO + INGEBRIGT HAKER FLATEN, BASS

     

De groepsnaam verwijst naar de laatste plaat van het Jimmy Giuffre Trio met pianist Paul Bley en bassist Steve Swallow. De reden om deze CD van 2010 hier nu te bespreken is dat de groep op 3 maart live in de Singer in Rijkevorsel te zien is. Wie het Ab Baars Trio of Aki Takase in duo met Louis Sclavis kan smaken, kan hier wellicht ook zijn gading vinden. Wie met de vrije muziek van nu wil kennismaken, kan er goed aan doen een concert van Free Fall bij te wonen, want in een club met een aandachtig publiek vind je de kans om geconcentreerd te luisteren.
De drie leden van dit trio bestegen in andere formaties al eerder podia in onze contreien. Ingebrigt Haker Flaten maakt deel uit van The Thing met wie Vandermark op de laatste editie van Follow The Sound meespeelde. Wiik speelt met Vandermark in het trio Side A en met Haker Flaten in het kwintet Atomic. Met Free Fall vormen zij sinds 2001 een trio in de geest van het genoemde Jimmy Giuffre Trio. Een trio zonder drummer dus en Vandermark blaast in deze setting enkel op klarinet en basklarinet, niet op de tenorsax, zoals hij in sommige andere groepen doet en als hij solo aan de slag gaat. In de geest van Jimmy Giuffre op de Free Fall plaat, dat wil ook zeggen dat we een moderne vorm krijgen van kamermuziek waarbij de grenzen tussen compositie en improvisatie erg vaag zijn. De groep Free Fall improviseert en componeert dan wel in het verlengde van hun voorgangers op de lp uit 1962, de vruchten van hun samenwerking zijn toch duidelijk van latere datum. Niet dat ze er samples bijgooien of andere elektronische hulpmiddelen aanwenden, maar deze drie zijn kinderen van hun tijd. Zij werden geboren toen of nadat de vrije improvisatie en de harde free jazz van de jaren '60 nog tot bloei moesten komen, zij hebben heel wat anders achter de kiezen dan Jimmy Giuffre, Paul Bley en Steve Swallow toen. Intussen gaat het er wel vaker grillig aan toe in de vrije muziek en natuurlijk zijn er nu avontuurlijke vrije muzikanten die inspiratie zoeken en vinden in de vroege free. Zo komen deze heren op eigen wijze tot hedendaagse muziek die zowel ingetogen en delicaat kan zijn als nerveus of scherp spelend met weerhaken.
Op hun meest recente CD vind je negen stukken, alle met een titel in het Latijn. Elke titel lijkt te verwijzen naar een vorm van grijs, wat de titel van de CD helemaal doet kloppen. Op een schaal van grijs onderzoeken zij uiteenlopende tinten en zij maken daar intrigerende en indringende onderzoeken van. Zij volgen daarbij oude richtlijnen en combineren die met recentere methoden. Het doet dan ook passend aan om songtitels te kiezen in de taal van een steenkoude maatschappij die mee aan de basis lag van de huidige Westerse beschavingen die blijven evolueren en onderzoekers produceren. De CD opent speels, maar al gauw grillig stoterig met 'lividus' (loodkleurig, blauwachtig). Na twee levendige stukken volgt het bedachtzamer 'ravus' (grijs, grauw) met gestreken bas waarbij je als je naar de hoes kijkt aan een bijna verlaten strand kan gaan denken. Het wordt een plaatje dat àf is. Onrust en nervositeit begeleiden in 'caesius' (grijsblauw) een opborrelende ideeënstroom om aan het eind voldaan tot rust te komen. Nummer 5 is 'opacus' (beschaduwd, lommerrijk), een speels kleinood dat heerlijk aan het huppelen gaat. Bij 'argenteus' (zilveren) wordt weer de gevoelige snaar aangeraakt en baadt de muziek in treurnis - die je kan associëren met treurwilgen en geesten die er in wonen. Waarna met 'cinereus' de opwinding weer toeneemt en een verhaal volgt dat doet denken aan vreemd vogelgekwetter en aan de sopraansaxen van Gianni Mimmo en Harri Sjöström.
Dit is muziek die je niet overal en ten alle tijde wilt horen, maar die je meer gaat waarderen naarmate je er vaker naar luistert. Er zit veel variatie in, veel finesse ook en de CD getuigt van grote gevoeligheid, van intelligente samenwerking, maar ook van rauwe kracht. L'appétit vient en mangeant.

 

 

 Danny De Bock 

 

 
     



 
 
   
  pressphoto  
     
  KEN VANDERMARK, CLARINETS + HAVARD WIIK, PIANO + INGEBRIGT HAKER FLATEN, BASS


 
  Op het Facebook prikbord van De Singer hadden we vooraf nog de link gevolgd naar een filmpje op youtube van een live versie van 'Accidents With Ladders'. Misschien had het drietal die link ook gezien en begon daarom de eerste set met dit nummer, misschien ook niet. 'Accidents With Ladders' bleek hoe dan ook een zalig stuk om levendig mee te beginnen, ahw vrolijk boppend in een moderne outfit. Het was meteen een eerste nummer dat af was en dat kon je naderhand van elk nummer zeggen, of het nu een versie van een compositie was of een improvisatie. Altijd bleven de stukken beperkt in tijdsduur, geen enkel ging in de richting van tien minuten. Na het bijna danserige openingsnummer kwam het statiger 'Mythologies' en daarna een impro. En zo bouwde het trio beheerst en duidelijk geïnspireerd verder een gevarieerde set op. Met heel wat aandacht voor traag schoons zoals nog in 'E.C.' dat glanzend als het wateroppervlak van een rustige zee zachtjes in beweging was.
Geheel in de lijn van de plaat naar de welke zij hun groepsnaam kozen, 'Free Fall' van een drummerloos Paul Giuffre trio, speelden zij behalve lyrisch en melodieus ook met onrust en kregen we soms nerveuze momenten. Elk lid van het trio kreeg op tijd en stond de kans om op het voorplan te komen. En of deze drie het beste uit de kast weten te halen. Bassist Ingebright Haker Flaten plukte en trok heel geconcentreerd aan de snaren van zijn contrabas, speelde liefdevol en hard, zaagde soepel met de strijkstok, maar ook klaaglijk met kleine schokken. Pianist Havard Wiik speelde met zuinigheid en her en der herhaling enerzijds en anderzijds met rijke lyriek en overvloed. Ken Vandermark die aan variaties in bezetting en anders gelijkgestemde geesten nooit genoeg lijkt te kunnen krijgen beperkt zich in deze groep tot klarinet en basklarinet. Daar weet hij zoveel mee aan te vangen dat het woord geniaal zich opdringt. Hij blies weer van heel fijn en met zuivere ronde noten en klanken tot scherp en scheurend en dies meer en altijd bleef alles ingebed in een fijne structuur met heerlijke bogen. Hij gaf ook titels mee en van wie de nieuwe composities waren, vnl van de Scandinaviërs blijkbaar. (Oudere nummers kwamen vnl van de CD 'Amsterdam Funk' en een paar uit 'The Point In A Line' - geen enkel echter uit 'Gray Scale'.)
In de tweede set was het trio nog wat meer begeesterd gaan klinken, na een zwaar bier waarschijnlijk nog wat meer in de stemming. De opkomst van publiek was niet zo talrijk, de aandacht en het enthousiasme van de aanwezige toehoorders zo groot dat de muzikanten er met hart en ziel van genoten zich met dit project van hun beste kant te tonen. Project van fijne kamermuziek die verscheurende momenten kent. Aan het eind kregen we nog 'Turns (For Terrie Ex)' als om te eindigen met een speelse, maar grandioos uitgevoerde finale. En als bis een kort zacht stukje, ter coda. Na zo'n prachtconcert rij je met plezier de terugweg naar huis.



 
Danny De Bock
 
 




JEREMY PELT GROUP, gezien in De Casino, Sint-Niklaas, 22 maart 2012





 
 
  JEREMY PELT, TRUMPET + JD ALLEN, TENOR SAX + DANNY GRISSET, PIANO + DWAYNE BURNO, BASS + JONATHAN BARBER, DRUMS  
 
 
 
© Gulnara Khamatova
 
 

Laten we zeggen dat de groep met zin voor overdrijving lovend werd voorgesteld ! We werden voorgehouden dat het een hechte groep is die al een vijftal jaren samenspeelt, maar had dan niet (de veelgevraagde) Gerald Cleaver aan de drums moeten zitten ? Niet zomaar een vehikel voor rising star Jeremy Pelt, zo hoorden we, maar een groep waarin elke individualiteit de band versterkt. Etc etc.
Verscheen de trompettist met zijn bandleden op het podium. Drie van de vijf strak in het pak en de ritmesectie iets losser gekleed en daar begonnen ze. Aan hun exclusief concert voor België dat paste in de Europese Spring "Soul" tour. En ja, voor de duur van de eerste set kregen we een groep die weliswaar vnl composities van Pelt speelde, maar waarbij elke muzikant het beste van zichzelf mocht geven. De nummers 'David & Goliath' en 'Clairvoyant' boorden voort op de beste hard gaande mid-sixties traditie van hard boppers die rondjes solo's weggeven rond een helder thema. Vervanger Jonathan Barber was er misschien wat te hard op uit om zich te bewijzen. Van meet af aan kwam hij naar naar voor als een krachtig drummer die zeker wat te vertellen heeft, maar hij mikte toch meer op een luid volume dan op inventiviteit. Hij sleurde de hele band mee in een overproductie van decibels, wat ik waarschijnlijk dik ok had gevonden als de composities mij meer aanstonden. Maar het gaat niet om wat ik vind, het grootste deel van het aanwezige publiek vond het goed. Applaus na elke solo, applaus na een solo gespeelde intro, applaus na elk nummer. Zelf vond ik de soul vooral bij saxofonist JD Allen. Pelt toonde dat hij bakken techniek heeft en het graag groots ziet. Hij heeft de kracht om zich in het rijtje groten te spelen na Clifford Brown, Lee Morgan, Freddie Hubbard,… Als een vernieuwer à la Miles Davis kwam hij nu evenwel niet over.
Maar goed, het swingde als de pest en elk van de bandleden kwam met een aantal prachtige ideeën op de proppen. De bassist die nogal plomp en onverschillig oogde, soleerde sappig en verweefde oude thema's in zijn spel, goed voor herkenning, maar toch weer niet helemaal. Hij zette met een doods gemak een solo van de drummer warme accenten bij zodat die solo goed overkwam. De pianist wisselde accenten af met vloeiende en dan weer percussief gespeelde lijnen. Soms klassiek, soms met frisse inbreng. Maar zoals gezegd, de soul kwam het meest uit het hart en de longen van de saxofonist. Hij pronkte niet zozeer met zijn techniek, maar gebruikte die om met veel gevoel te zingen en al eens een brul te slaken.
In de tweede set ging de klankbalans enigszins uit evenwicht. Het klonk alsof hen gevraagd was om iets minder luid te spelen en alleen de bassist en de saxofonist daar gevolg aan wilden geven. En duidelijk werd dat the talented mr. Pelt zichzelf toch graag wat meer op de voorgrond plaatst. Hij nam meer het voorplan in ten koste van Allen. Als Allen met souplesse en gevoel soleerde klopte Barber dan nog ongenadig hard op vellen en cimbalen. Maar zolang het een enkele kniesoor is die zich daaraan stoort is er gelukkig niets aan de hand. Het publiek bleef enthousiast. Een uitvoering van de klassieker 'Where Are You' trof deze jongen nog. Veel meer dan stukken met hoogdravende titels als 'Tempest' en 'Paradise Lost'. Laat ik het er op houden dat meneer Pelt en zijn publiek er een ander gevoel voor schoonheid en drama op nahouden dan ik. Ook in de liefde voor de hard bop kunnen smaken verschillen.

 
  Danny De Bock  
 

 






THE NU BAND, gezien in DE SINGER, 15 maart



   
  JOE FONDA, CONTRABAS + MARK WHITECAGE, ALTSAX & KLARINET + ROY CAMPBELL JR, TROMPET + LOU GRASSI, DRUMS  
 
 
   
     
 
The Nu Band was weer in het land, deze keer met een concert in Rijkevorsel. Topklasse moeten we van deze band niet verwachten, maar ze steken wel boven de middenmaat uit. Ze betraden een beetje later dan voorzien het podium, vertraging opgelopen omdat Campbell op de trein onderweg bestolen was. Maar het was niet aan dat verlies dat Joe Fonda een woordje wou wijden voordat zij begonnen met musiceren. De band wou het optreden opdragen aan de slachtoffers van de buscrash in Zwitserland na sneeuwklassen en aan hun vrienden en kennissen die met verlies geconfronteerd werden. "We play the music as a prayer to them."
Whitecage speelde een intro op altsax waarbij Fonda en Grassi de spanning aanzwengelden om dan rond een betrekkelijk eenvoudig thema te gaan werken met flink wat improvisatie en herhaling van het thema. Het had iets fris en tegelijk had 't veel van een harde blues, treurnis en levensvreugde worstelden met elkaar in 'Like A Spring Day' (van Whitecage). De geest van Dogon A.D. van Julius Hemphill leek mee te spelen. In het erop volgend 'In The White Cage' werd de muziek lyrischer na een schone intro op klarinet en een schitterende drukte met zijn vieren. De bassolo van Fonda en de ingetogen lijnen van Roy Campbell benadrukten ahw het vertragende effect dat inwerkend verdriet op mensen kan hebben. De erfenis van Ornette Coleman liet intussen ook zijn invloed gelden en die speelde nog mee in 'Parallel Realities'. Het tempo lag laag en de sereniteit was groot. Met de sourdine op de trompet scheen Campbell de idee van een gebed en het besef dat levens kwetsbaar zijn overtuigend te benadrukken en die gevoeligheid zette Fonda op bas verder.De eerste set werd afgesloten met een nummer van Fonda dat zijn bewondering uitdrukt voor Billy Harper, 'BH and I' en daarmee kregen we de meer swingende kant van the Nu Band weer te horen, stevig en beweeglijk. Daarna werd het een beetje markt op de rand van het podium en boden de muzikanten cd's te koop aan van The Nu Band en andere projecten van de afzonderlijke groepsleden.
Set twee werd traag begonnen met een reeks solo's, respectievelijk op klarinet, trompet en bas. Fijn zonder magistraal te zijn leken het bedreven gespeelde stukjes van vrede zoeken. Daarna kwam er met 'Last Of The Beboppers' meer ruimte voor humor en verwijzingen naar bebop die de spanning verlichtten met snelle solo’s van Fonda en Grass. Volgde een met figuurlijke knipogen zoeken naar mooie melodieën en een knappe compositie. De muzikanten speelden met klanken en in brokken en stukken een geïmproviseerde en verhakkelde zoektocht die uitmondde in een van de sterkste stukken van de avond. Maar het beste moest nog komen en dat kregen we toen Fonda er Robin Verheyen bijhaalde. Toen die met zijn sopraansax aan het werk ging, stak hij het vuur aan de lont. Zijn lyrische kronkels schenen er de oudere muzikanten toe aan te zetten nog een tandje bij te steken. Collectief en met sterke solo’s zorgden ze voor een krachtige finale. Campbell die tot dan zijn ding wel degelijk had gedaan, maar niet zijn meest geïnspireerde dag had, kreeg er meer plezier in en speelde een bijzonder intense solo, met vlammende uithalen. Het applaus na het laatste nummer was dan ook bijzonder warm. Aan de bis van het kwartet begon the Nu Band zonder Whitecage, met een kleine spoken word intro van Campbell - donkere woorden en een zware stem - en dan kwam een krachtige 'Lonely Sad Blues'. Het maakte bij dit concert de cirkel rond.
 
     
  Danny De Bock  
 
 



- perstekst -

 









Nathan Daems Quintet : "Praten Dialect"


[W.E.R.F.097]

 

- perstekst -

 

 
 

Met trots stellen we u ons nieuwste album voor op ons W.E.R.F.-label, "Praten Dialect" (W.E.R.F.097) van het Nathan Daems Quintet.
Na hun fantastische concert mee te hebben gemaakt op de openingsdag van het Gent Jazz Festival 2011, waren we ervan overtuigd: deze jonge leeuwen mogen absoluut niet ontbreken op ons label!
De muziek is ontsproten uit de vijf creatieve breinen die de groep rijk is. Allen zijn het muzikale zoekers, die zich niet in een keurslijf laten dwingen door het hokjes-denken. De term jazz staat voor hen veeleer voor een open visie op muziek, die elementen ontleedt en herkneedt uit allerhande muziekstijlen om er vervolgens een volledig nieuwe creatieve expressie aan te geven. En dat is duidelijk hoorbaar op deze prachtige debuutplaat.
Leader Nathan Daems is een multi-instrumentalist en speelt naast saxen ook fluit en Turkse klarinet. Zijn liefde gaat uit naar zowel zigeunermuziek uit de Balkan en Turkije, naar springerige Ska of Indische klassieke muziek als volbloed jazz. Niet verwonderlijk is Daems dan ook terug te vinden in uiteenlopende bands als Bazaar d'Orient & Ragani Trio en in Antwerp Gipsy Ska Orkestra, Maguaré, Vetex of de Paolo Marquez Group.
Op piano en keyboards vindt hij zijn rechterhand in Fulco Ottervanger, die samen met drummer Simon Segers overigens actief is in de jonge Gentse formatie 'De Beren Gieren', die onlangs nog werd geselecteerd voor de Belgian Jazz Meeting.
Gitarist Bart Vervaeck is reeds op ons label terug te vinden als lid van het Django!!-project (W.E.R.F.083). Daarnaast is hij enorm beïnvloed door het gitaarwerk van Marc Ribot.
De band wordt vervolmaakt door de jonge Gentse contrabassist Sebastiaan Gommeren.


U kon hen in November 2011 live aan het werk zien binnen hun JazzLab Series-tournee.

 

 

 

 

 

   
  NATHAN DAEMS, TENOR & SOPRANO SAX, TURKISH CLARINET + FULCO OTTERVANGER, PIANO, KEYBOARD & EFFECTS, FENDER RHODES    
   

 
   

 
  Op Gent Jazz 2011 lieten ze horen dat ze als groep flink wat in hun mars hebben en daar terecht stonden, maar het schoof niet altijd allemaal even goed in elkaar. Op deze cd, opgenomen in april 2011 en gemixt in september, pakt de mayonaise elke keer.
Het begint al bij Moo! (barak) dat invloeden verwerkt van psychedelica van rond 1970 en beelden oproept van woestijnen, slangenbezweerders en vliegende tapijten. Het hangt bepaald niet als los zand aaneen, het is een coherent geheel dat net onsamenhangende zweverige toestanden vermijdt.
'A Tinge of Colour' sleept je langs een trage intro mee in een kleine suite waarin de ritmesectie met gepaste keuzes en accenten de ideeën begeleidt van blazer, toetsenist en gitarist die elk met eigen klankkleur het voorplan innemen. Zonder nodeloos ingewikkeld te worden verdiepen de muzikanten zich fijntjes in de kleurtinten die Daems voor ogen heeft.
'Rashko' laat zich associëren met achtervolgingsscènes van sixties en seventies movies als Bullitt en aan Pink Panther humor. De tempowisselingen zitten perfect, het vertragen en versnellen, bijna outfaden en weer aanzwellen blijven elkaar heerlijk opvolgen. Het nummer krijgt zonder erg vet te worden ook nog een flinke dosis spacey funk en het vermengen van stijlen levert een sterk lang nummer op met een stevige structuur. Breed grijnzend keren we terug naar het thema.
'Tehina Libanaise' lijkt na twee stukken van meer dan tien minuten wel een kort kinderliedje. Even toch, want halverwege besef je dat je weer met een stukje degelijke jazz te maken hebt met invloeden van New York over Afrika tot het Midden-Oosten.
Na deze vier composities van Daems volgen er nog twee van Ottervanger, één van Daems en de standard 'Alone Together' van Arthur Schwartz.
'Koekel Ziet Alles' van de toetsenist speelt met de kracht en dreiging van zware gitaarrock, maar schakelt soepel over en weer naar muziek uit de drogere streken bij de Middellandse Zee. De psychedelica zijn weer niet veraf.
Met 'Bhooshani Business' zitten we weer in een langer stuk van Daems. Het sluit heel goed aan bij 'Koekel Ziet Alles', maar blijft met ruim 11 minuten dus lang niet zo compact. Er is plaats voor een stevige drumsolo, gitaarsolo en lekker toetsenspel. De ene luisterbeurt wil je misschien passen voor weer nog ’s een lang nummer, de andere keer kan je er graag in meegaan.
De laatste 2 nummers overtuigen van de eerste keer dat je ze hoort. Het trage 'The After Renovation Lack' sleept je mee in een bijna Lynchiaans sfeertje en 'Alone Together' krijg je zoals je ’t echt niet had verwacht.

De WERF heeft weer een aanrader in de lijst van jazz-cd’s.


 
 
  Danny De Bock   
     


Wij kozen eerder voor 'Tehina Libanaise', wegens het 'globale' karakter ...






- perstekst -

 

 

NEW-PORT JAZZ RALLY 2012

 





   
 

NEW-PORT JAZZ is het geesteskind van enkele fanatieke jazzliefhebbers die op zoek waren naar jazzconcerten op mensenmaat en in een aangename omkadering. De typische jazzclubs met hun eigen sfeer: gedempt licht, beperkt aantal aanwezigen, gezelligheid en de mogelijkheid om een glas te drinken... in de grote steden bestaan ze. Aan de kust zijn ze helaas niet te vinden. NEW-PORT JAZZ brengt voor het tweede jaar een mix van jong talent van Belgische bodem en enkele gevestigde waarden naar Nieuwpoort. Het programma van 2012 wordt in de komende weken bekend gemaakt via www.new-portjazz.be .
Door de constante vraag van artiesten en bands om te mogen spelen heeft NPJ beslist om voor het eerst een New-Port Jazz Rally in te richten. Op die manier creëert NPJ podiumkansen voor artiesten maar wordt er ook een staalkaart opgemaakt van het Jazz-talent in België. Schrijf je nu in. Het reglement is zeer beknopt en open voor alle Jazz-minded muzikanten.
Met de steun van Muziekmozaïek, Impulscentrum van Folk en Jazz in Vlaanderen en van Muziekcentrum Vlaanderen.


Namens New-Port Jazz
Geert Gombeir



info@eventsoutsidethebox.be  www.eventsoutsidethebox.be

 
     

Double Bill FREDERIK LEROUX & COLLAPSE, JazzLab Series

 

gezien in De Casino, Sint-Niklaas, 29 maart 2012





     
  Frederik Leroux © JASSEPOES  
   
 
FREDERIK LEROUX, GITAAR

 
     
 
COLLAPSE: CEDRIC FAVRESSE, ALTSAXOFOON + JEAN-PAUL ESTIEVENART, TROMPET + YANNICK PEETERS, CONTRABAS + ALAIN DEVAL, DRUMS

 
     
 
 
     
 

De Casino is een paradijs voor fotografen en toeschouwers die hun eigen kiekje willen maken. Bij het luide concert van Jeremy Pelt op 22 maart kraaide er geen haan naar als er met flits werd gefotografeerd. Bij de fijnzinnige improvisaties van Leroux die solo gitaar speelde en een luid volume schuwde, mochten fotografen klikken waar en wanneer ze maar wilden. Het hinderde de artiest schijnbaar niet om gefocust te blijven op zijn creaties met akoestische gitaar en de effectendoosjes die hij meehad. Leroux gebruikte ze oa voor loops om dan meerdere lagen over elkaar te leggen en natuurlijk ook om klank en volume aan te passen, bvb om met galm en sample een slot te breien aan een stuk. Hij speelde met geluiden en klanken, met verwijzingen naar uiteenlopende stijlen, van experimenteel over filmisch tot Spaans aandoende klassieke gitaarstukken. Het was zeker niet al schoonheid dat de klok sloeg in deze expressies van een individueel zoeken, maar voor wie niet afgeleid raakte door steeds weer opduikend geklik van fototoestellen kon zijn set van begin tot eind boeiend en bij momenten bijzonder zijn.

 

De tweede set was voor Collapse dat aan het eind van deze JazzLab toer toonde dat de groep een stuk rijper is geworden sinds de opnamen van hun titelloze cd. Intussen speelt Yannick Peeters al een tijdje mee op contrabas ipv Lieven Van Pee. In september bij jazzathome in Mechelen was al duidelijk dat zij perfect past bij Collapse. Dit kwartet is volgens JazzLab Series "het Belgische antwoord op de pianoloze kwartetten van Ornette Coleman en de exotische en energierijke klezmer van John Zorn en Masada". Dat is werkelijk niets teveel gezegd. Soms hoor je de geest doorwerken van Coleman, Charlie Haden en Don Cherry, in andere die van Zorn en Dave Douglas, maar daar houdt het niet op. Collapse volgt niet zomaar, de groep zoekt een eigen stem en vindt aansluiting bij de ruime jazzscene die in het 21ste eeuwse landschap allerhande invloeden verwerkt van free, van bop, van Balkan, van N-Afrikaanse en Arabische muziek... Daarbij zoeken zij meer naar schoonheid en evenwicht dan naar uiterste grenzen en excessen. Met handen en stokken speelt Deval, met harde hand en met zachte Peeters. Ritmesectie en blazers verweven krachtige en soepele draden tot kleurrijke lappendekens. De blazers houden van ronde noten maar weten scherpe klankstoten gepast te plaatsen. Verworvenheden uit vrije muziek en kenmerken van traditionele worden met zin voor finesse samengebracht.

Voor wie al enigszins vertrouwd was met Collapse begon het concert zonder verrassingen. Sterke composities en strakke arrangementen zorgden voor beweeglijke muziek, met zowel fijne bogen als ietwat brute kronkels. De nummers Berbère Motion, King Fu, en Erupcja Duszy vormden herkenningspunten van op de cd (uit bij Igloo). Composities als Film 09, Hopscotch en Do gingen verder in die lijn en toonden aan dat de groep weer een stuk rijper is. Na enkele schijnbaar risicoloos, zo perfect gebrachte uitvoeringen kregen we een kijk op het vertrouwen waarmee het viertal op het eind van deze toer samenspeelt. Er kwam meer ruimte voor improvisaties en solo's zodat je deze vier haast zou associëren met wilde vikinglust en een band als Atomic. Enkele scherpe uithalen naast de zangerige exotiek deden het  vuur oplaaien en zonder zich te verbranden gingen ze meer vrijelijk spelen rond de vastgelegde ritmes en melodieën. Helemaal losgeslagen gingen ze niet klinken, ze houden zich aan de kaders die ze zelf heb samengesteld. Liever zoeken ze tijdig weer de veiligheid op van hun doordachte composities.

Dit is geen simpele muziek, maar toch kan je zeggen dat complexiteit en eenvoud elkaar afwisselen en het geheel in evenwicht houden. Elk van de vier muzikanten heeft een eigen geluid, samen hebben ze een hechte herkenbare sound. Het is uitkijken naar nieuwe opnamen en de volgende concert data!

 
     
     
  Danny de Bock  
     
     



Up again !



HOME - JASSEPOES index