START NL START ENG JAZZ BLUES PICTURE THIS ! GALLERY JAZZCD BLUESCD  AGENDA  REPORTAGES/COMMENTARIES LINKS GASTEN/GUESTS CONTACT
SLIDESHOW JAZZ SLIDESHOW BLUES SLIDESHOW DIVERSE ARCHIEF  or click the  HOME - JASSEPOES index homecat to go back home !

 

 

BLUES/ROOTS CD


BLUES & ROOTS CD RELEASES


*BI = binnenland (BELGISCH) BU = buitenland

  mnd RECENSIE BI/BU ARTIEST ALBUM JAAR
mrt 2005 BI Solid Jive Morning Train 2005
apr 2005 BI

Durango

Loi du Miel 2005
mei 2005 BI

Willy Willy & The Voodoo Band

Hellzapoppin’

2005
jun 2005 BI

Maxwell Street

 Seventh Afternoon Sessions 2005
jul 2005 BI

The Uggly Buggy Boys
 

 Yoddle Hee Hoo !

2005
aug 2005 BI

Dobrojean & Band

Extended

2005
sep 2005 BI

The Hoodoogang

Go Ahead ‘n ‘Scratch

2005

okt 2005 BI

The Rhythm Junks

Virus B-23 2005
nov 2005 BI

P. Van Sant

I’m a believer 2004
dec 2005 BI

Boogie Workers
 

Crazy Stuff 2005
2005 BU Bullfrog Blues Machine
 

  Cross that line

2005
jan 2006 BI

Indian Cigars

 Loaded

2005
feb 2006 BU Julian Sas
 
 Twilight skies of life 2006
mrt 2006 BI

 Rusty Roots

100 Miles

2006
apr 2006 BI

Blues Lee

 Home

2006
mei 2006 BI

The Hoodoogang

Hoodoo Deluxe 2006
jun 2006 BI

The Electric Kings

Live @ BRBF 2005

2006
jul 2006 BI

Elmore D

Tot k’mahî (Tout embrouillé)

2006
aug 2006 BI

Hideaway

76’51’’

2006
sep 2006 BU Rob Orlemans & Half Past Midnight  Libertyville
 
2006
okt 2006 BI - - 2006
nov 2006 BI

Howlin’ Bill 
 

Strike 2006
jan 2007 BI - - -
mrt 2007 BU Ian Parker Where I belong 2007
mrt 2007 BI

 5 O’ Clock Shadow 

Bluesband 2007
mrt 2007 BU Steve Fister Band Live Bullets 2007
apr 2007 BU Julian Sas Resurrection 2007
mei 2007 BI Poplawsky Moving on 2007
jun 2007 BI Fried Bourbon Boogie Blend Blues 2007
jul 2007 -      
aug 2007   -    
sep 2007 BI

The Rhythm Junks

Pop Off 2007
sep 2007 BU

Candye Kane

Guitar'd and Feathered 2007
okt 2007   -    
nov 2007 BI  Bass Papa Bass Papa 2007 
dec 2007 BU  David Gogo Vibe 2007  
jan 2008 BI  Hombres Amplificados Hombres Amplificados 2007  
mrt 2008 BI  Rusty Roots Electrified 2008  
mrt 2008 BU  Kellie Rucker Church of Texas 2007 
mei 2008 BI  The Hometown Gamblers Dypsomania 2008 
juni 2008 BI  Les Generals Jack Mrs. Hippy 2008 
juni 2008 BI  Voodoo Boogie Losing my cool 2008 
juli 2008 BI  Jim Cofey Black Box Allegations 2008 
augustus 2008 BU  Twelve Bar Blues Band E-mail From Heaven 2008 
november
2008
BU  Erja Lyytinen Grip of the Blues 2008 
december
2008
BI  The Big Four The Congregation Sessions 2008 
januari
2009
BI  Rhythm Bombs Better be Ready 2008 
januari
2009
BI  P. Van Sant & Band Escape in Style 2008 
maart
2009
BU  Danny Bryant's RedeyeBand Black and White 2008 
april
2009
BU  Emil & The Ecstatics bit by bit 2009 
juni
2009
BI  Howlin' Bill Live at Ancienne Belgique 2009 
juli
2009
BI  Fried Bourbon Deep Fried 2009 
augustus
2009
BI  5 O’ Clock Shadow  Going to Town 2009 
november
2009
BU  Little Louis Band  Footstompin' Ground 2008 
november
2009
BU  Matt Schofield  Heads Tails & Aces 2009 
december 2009 BI  Kirri Mind your Sleep 2009 
december 2009 BU  Nico Backton & Wizards of Blues Roots and Stories 2009 
maart
 2010
BU  Duke Robillard and Sunny Crownover Tales from the Tiki Lounge 2010 
mei
 2010
BU  Ian Parker Demons and Doubters 2010 
mei
 2010
BI  Hombres Amplificados Buster, live 2010 
mei
 2010
BI  Lightnin' Guy and the Mighty Gators Live from the Heart 2009 
juni
 2010
BU  King Mo Sweet Devil 2010 
juli
 2010
BU  Twelve Bar Blues Band Key to your Heart 2010 





Solid Jive : 'Morning Train'


'Solid Jive is een gezelschap dat mekaar ‘in de blues’ vond,we schrijven 1995.Zij speelden dan al elk al 20 jaar in diverse verschillende bezettingen,van rock tot blues .Deze CD is een mooie verzameling van hun kunnen en put uit diverse stijlen maar is daarom niet minder geslaagd,zeker waar het eigen nummers betreft.Zo is het ‘I’d like to talk to you  één van de hoogtepunten uit deze 10 songs demo. Die song volgt net na ‘Night Ridin' Daddy’ van James Harman. Dat was al een hele goeie opener en daarmee heb je natuurlijk direct alle aandacht. De dobro wordt vaardig betokkeld op Ramblin'pony en wat later krijg je met ‘Hard Time Killin' Floor Blues’ nog meer van dat moois. We krijgen een  up tempo instrumentaaltje maar even later wordt het dan dan weer lekker onderuit schuiven voor real slowblues met ‘Cold blooded woman’ van Memphis Slim. Volgt nog het eigen ‘Mellow Me Down’,beetje droef maar mooi  en dan volgen er een paar mindere…eerst ‘Bad bad whiskey’ en die hadden de jongens beter niet gehad want ook de klassieker ‘Messing with the kid’ van Junior Wells gaat hier zowaar even een zijpad op ! Past ook niet echt op de CD. Afgesloten wordt er dan weer met de eigen ‘Morning Train’ en die brengt ons dan weer wel mooi tsjoekend naar het einde. Harmonicaspel is ondersteunend en mooi gespeeld. Eigenlijk best een goeie CD !' (Winus)



Durango : 'Loi du Miel'

'Loi du Miel opent met de titelsong,een Afrikaanse riff die voortschoffelt met een Fred Verhaegen die door een eigen soort Frans dartelt, da’s dichterlijke vrijheid en past perfect in de relaxte sfeer . Sterke song,misschien wel de beste op deze tweede Durango-schijf, gevolgd door weer zo’n mystieke mix waar je heel wat arabisch door hoort met strings ,viool en cello, wat trouwens de dramatiek van het gegeven wat afzwakt. Ach, ’t leven,weet je wel.;maar mooi verwoordt en onnavolgbaar  ‘fatherless’ geprononceerd door Fred. Beetje zwaarmoedig toch.

Met ‘ Lonely’krijgen we indringend harmonicawerk en uitgesproken gitaren op een ware reggeagroove, het wat zwaardere werk op deze schijf, zowaar, Fred wanna get laid !

En dan volgt de boetedoening met’Oh Lord’: on your knees Fred, payoff time !...Good good lord,I don’t know, just don’t know ! Met een  vibrato gitaar en een snerende harp, vol overgave gezongen en verder de handen hoog ten hemel in deze…gospel ?
En dan volgt weer zo’n typische,noem het Durango blues, waar de drums van Rohal De Ridder deze keer stil bij blijven. What’s a man without a woman’s home?
Daarna gaat het terug up tempo met de aanstekelijke dansbeat van ‘Lost in the dirt’. Mooi slide gitaarwerk van Simon Pleysier. En we vervolgen op onze dance shoes ,lak aan de drumcomputer die hier functioneel gebruikt werd om de brutaliteit van onze moderne tijd te benadrukken,’the modern age disease’, maar gelijk hebben ze natuurlijk. ’Summer in the city’ zet dan een switch om, dit is een vrolijke popsong , een bloemtapijt in de stad…Maar op het strand is ’t beter natuurlijk, en met strakbassende Frits Standaert dansen we in een reggeabeat door het zand ,richting…’ Marianne’ ,misschien de enige pure bluessong en eveneens verfrissend om horen. Afsluiten doen we dan weer helemaal in a Durango way.Met ‘Loi du miel’ kregen we al wat ontwapenend Frans ,naar het einde gaan we met ‘Je m’en vais’,weer die Afrikaanse toon met mooie electronische percussie en subtiel keyboard. De perfecte afsluiter van een CD die je een paar keer moet draaien,smaken vooral. En dan ontdek je echt pareltjes !Weliswaar geen pure blues,veeleer een fusion,smeltkroes van muziekjes,waaruit Durango haar eigen uniek mengsel gebrouwen heeft !'
(Winus)



Willy Willy & The Voodoo Band : 'Hellzapoppin’'


'Willy Willy is genoegzaam bekend in Belgenland én daarbuiten, voor verleden bij Scabbs, Arbeid Adelt, Vaya con Dios e.a. Weet zich omringd door uitstekende muzikanten als Marty De Wagter op drums en René Stock,die we nog kennen van bij Last Call, op bass en double bass. Voeg daarbij op rhythm guitars en backing vocals de ons nog onbekende Paul Daringman  en dan heb je de ‘Voodoo Band’ harde basis. Hier en daar hoor je Dani Klein of BJ Scott in duet of backing vocals, ouwe en getrouwe friends van Willy. Op Hellzapoppin’ gaat Willy voort op het ingeslagen rock ’n roll pad en start met de uit de CD getrokken single ‘White Trash Rock ’n Roll. Net wat de titel voor staat,basic rock ’n roll, wat naar de punk toe,vandaar voelt de song heel erg ‘Kids’ aan. We moeten verder, richting dancing floor voor het stuwende Ro-Day, music for swingers !’Bazoom’ volgt dan…een ‘ahoom’ tussendoortje van de hand van Leiber & Stoller, een succesverhaal en songs voor Presley, Buddy Holly en zovele anderen, maar da’s geschiedenis. Mooie versie en we schoffelen verder naar 4, het swinging ‘Birdlime Boogie’, aanstekelijk opgepord. Daarnae blijven we nog wat op de dansvloer voor het funky zwoele duet ‘2nd Hand Love’.’ Lonesome To Be True’ is dan weer een blues met een weepin’ guitar. Mooie song maar…de korte nummers vreten zich snel door deze CD en daar dient zich reeds nr. 7 aan : ‘No Place 4 U Here’ roept even een Bowie reflexie op, maar rockende Willy heeft eerder weg van een Chris Spedding, remember him? Verbaast me niks om een link naar diens site te vinden op de (slecht onderhouden) Willy Willy webstek.’Nobody’s Fault (but mine) is dan weer uit een ander vaatje getapt. Niet onaardig tussendoortje, een traditional…country-gospel?...’Hammerin’ Blues’,wat volgt, drijft op een ‘Jean genie ’ groove van Bowie. Dan volgt ‘Hellzapoppin’, de titelsong en heb je tot nu toe nog niks van de Chris Spedding invloed gevoeld, dan weet je ’t hier wel. Afsluiten doen we daarna op een country-big road-style, beetje vibrato en steel guitar. Cowboy muziek…
Willy Willy & The Voodoo Band gaan met deze tweede Cd resoluut verder op het ingeslagen rock ’n country roll pad en doen dat uitstekend. Fel begeerde live band tot buiten onze grenzen !'
(Winus)
 




Maxwell Street : 'Seventh Afternoon Sessions
'

 


'Pure Chicago blues,boogie en shuffle, dat is waar onze Belgische Maxwell Street al jaren voor staat en gaat. Méér en méér zie je ze op festivals aantreden en dan niet als gelegenheidsbegeleiders van grote namen als Johnny Moeller, Magic Slim of Louisiana Red, maar echt als zefstandige hechte groep rond zanger/gitarist/bandleader Marino Noppe. Want ook als invité wordt Marino graag gevraagd. Zo zagen we hem verleden jaar met Mariella Debille ook al aantreden in de begeleidingsband van Cosmo St’ Clair met ‘The Belgian All Stars’. En dan nu deze CD barstensvol fijne blues,soms van eigen hand zoals aftrapper ‘Tears of joy’ ,direct al een invlieger van formaat. Gas wordt er echter al direct teruggenomen met ‘ If lovin’ you is wrong’ en horen we voor het eerst de lekkere saxuithalen van Mariella en gaat Marino ook zelf mooi solo op gitaar,daar steeds gepast bijgestaan door ouwe rot Willy De Vleeschouwer, 2e gitaar in de band en reeds 20 jaar paraat ! Zonder opdringerig te zijn wordt dat alles onderstreept door Dominique Vantomme op Hammond. Swingtime dan weer op het eigen ‘Hey Operator’ en laat Mariella die sax maar geven ! Shufflegewijs gaan we op ‘Everything’s gonna be allright’ van Otis Spann, verder. Herkennen we daar die piano van Filiep Ketels niet ? en ook Big Dave is er bij op mondharmonica…Mooi…
Tijd voor wat slidegitaar dan op ‘Mr.DJ, da’s een bekende van Buddy Guy. Ook hier treden Big Dave en Filiep Ketels naar voren als gereputeerde solisten en Marino geeft op de slidegitaar van jetje. Hier blijf je niet bij stil staan !
Op de klassieker ‘The thrill is gone’,die de band ook steeds live brengt, toont gast en sterjazzpianist Dominique Vantomme dat ie ook op het Hammondorgel méér dan z’n mannetje staat. Verder is dit nummer natuurlijk uitstekend geschikt om de twee gitaristen te laten dialogeren. Geroutineerd zoals ze op mekaar ingespeeld zijn is dit Maxwell Street op z’n best. Net zoals live…maar dit is dan ook een live album natuurlijk…
Op ‘You’re treating me mean’ klinkt het gitaarspel van Marino echt als John Lee Hooker en ook dit stuk swingt lekker weg. De ritmesectie met Stefaan Borret op bas en Steve Wauters aan de drums ondersteunt alles vakkundig.
Mogen we even bekomen ?..Nee dus want ‘Sweet black angel’ shuffelt ons een goeie 6 minuten voort. Met ‘Mr . Blues’ komt er dan een ‘echte’ blues en is een eigen nummer van Marino Noppe dat ons verpozing brengt en ons de kans geeft om ook de zangkwaliteiten van Marino te beoordelen…soms rauw,ongetwijfeld door het jarenlange kettingroken want je ziet hem zelden of nooit zonder paffer in de mondhoek.
‘Long distance call’ ,mooi ingeblazen door even mooie Mariella en verder met gast Mark ‘Tee’ Thys op rhythm guitar en Big Dave op bluesharp brengt ons uiteindelijk naar het gaatje van deze schijf want,jawel, ook Ceedeekes hebben een gaatje…Een mooie ‘ouwe’ van Muddy Waters die ons erg kon bekoren.
Uitstekende CD die je meteen ook toont wat deze mannen en vrouw waard zijn on stage, mocht je ze na al die jaren nog niet gezien hebben…'
(Winus)
 



The Uggly Buggy Boys : 'Yoddle Hee Hoo'



‘Yoddle Hey Hee Hoo’ de eerste 13 track full CD van dit drietal vrolijke ‘cousins’ met standplaats Brussel is naar eigen zeggen ‘Western Billy Music’ en betreft hier een bonte mengeling van diverse country rock stijlen, swing, rockabilly en ragtime. Een plezierige verbastering, live tevens gebracht met de nodige humor, gepaste farmersoutfit met diverse hoofddeksels en voorzichtige acrobatie, zo’n beetje als Billy Bacon & The Forbidden Pigs dat ook brengen. ‘Mean old man’ is wellicht hun meestbekende deun die lekker des zomers door de speakers rolt. ‘Gonna boogie woogie all night long !’ We geloven ze op hun woord ! Schenk de glazen nog maar  eens vol. Ambiance verzekerd met deze ‘boerse’drie-eenheid die intussen  al haast op elk blues-en andere festivals de vlam in de pijp zette. Vrijwel allemaal eigen nummers, al hadden er in de credits ook de namen mogen staan van Fats Domino ( voor ‘Josephine’) en volgens anderen ook die van ‘Ikey’ Isaac Payton Sweat,voor het openingsnummer ‘Hot corn cold corn’. De intussen overleden Isaac was de vroegere bassist bij Johnny Winter tijdens de sixties en was zelf regionaal erg bekend met een eigen countrygroep en de hit ‘Cotton eyed Joe’.
 Lijflied van The Uggly Buggy Boys ‘ I hate the tekno’ (met slidegitaar) is dan wel een soortement cover van’ I hate the disco’ en verder herkennen we in ‘Smoke’ ( een giller !) natuurlijk ‘Smoke on the water’ van Deep Purple. Hilariteit rondom ! Pretentieloze good times music met bijtijds wat gejodel erbij zoals in het uitbundige ‘Mail Train’… horen we daar die trein niet door de korenvelden puffen…Wat later is het swingen en shaken in Rollin’, één van m’n favorieten. Merendeels telt deze CD korte, krachtige nummers maar er is ook plaats voor het ,door een baslijn gedragen, gespeeld grimmige ‘No Reason’ en de gitaarsolo krijgen we d’er in een bluestraditie bovenop.’I like the way you walk…away from me’..Even de blues…en meteen met deze dikke zes minuten de langste track van de schijf. Of rekenen we ‘Looney tunes’ als langste track ?...met een tussenstuk van meer dan 5 ‘stille’ minuten na de bekende Looney Tunes tekenfilm tune ‘That’s all folks’ krijgen we nog een toemaatje als afsluiter. Blijkt nog een covertje te wezen  van Dave Franklin en Cliff Friend. Dus even geduld oefenen voor deze ‘even gezellig op het terras nog wat zingen’.
Zo authentiek Mid West en toch écht Belgisch, deze Uggly Buggy Boys, naar eigen zeggen een stevige elektro-akoestieke boys band !
Zomerse CD uit 2003 die, gezien hun alomaanwezigheid op (stads)festivals allerhande, de hoge temperaturen en bijhorende frisse pils,  z’n plaats hier zeker verdient! (werd ook nog niet eerder gekozen als’bloeskoes’ van de maand)'
(Winus)



Dobrojean & Band : 'Extended'




'Een Dobrojean mét band,dat is dus de ‘extended version’ met weerom 11 eigen nummers,da’s niet mis voor deze bard die intussen al wel drie albums vulde met geheel eigen werk !

En net nog even Jean’s vorige ‘D Capital J’ opgelegd, uitgebracht in 2001, kwestie van wat te vergelijken...Die vorige CD is dus al enkele jaren oud maar ook op die schijf al flirtte –ie met popmuziek ,luister maar naar ‘No Nothing’,nummer met guest-rapper Krewcial dat trouwens op dit nieuwe album niet zou misstaan !  Voor de rest was die CD vooral gebrouwen volgens het recept dat we al kenden van het debuutalbum ‘bout Time’ uit ‘99. Dat betekent gevoelige en uit het leven gegrepen eigen teksten op eveneens zelfgeschreven muziek en dat vrijwel geheel solo zingend gebracht met louter de dobrogitaar als begeleiding. Jan blijft die dobro zeker trouw op ‘Extended’ en die dobrogitaar is tussen haakjes niet zomaar een gitaar met metalen klankkast.In een dobrogitaar gaat eigenlijk een banjo schuil, geheel verwerkt in de klankkast. In het midden geeft de ronde vorm hem duidelijk aan. Onder die ‘trommel’ zit een zogenaamde resonator, een kokervormig vel dat verwant is aan het vel dat over een banjoklankkast gespannen staat, met als functie de klank te versterken. De klank van een dobro is zodoende metaalachtig maar warm en uitermate geschikt om te spelen met slide . Dit ter info en maar om te benadrukken dat  Dobrojean als geen ander de kunst verstaat om dit instrument vakkundig te betokkelen .Alles klinkt steeds heel erg authentiek. De deltablues was als vanzelfsprekend en vooral in de vorige twee uitgaven,de muziek en ‘the thing’ waar alles om draaide en rond Dobrojean schaarde zich dan ook een hoop trouwe fans.  Met deze ‘Extended’ echter treedt hij uit het vertrouwde vakje en deelt de scène nu met zijn band, een ritmesectie met drummer Philip De Jager en Luc Vanderstock aan de bass. Daardoor klinkt alles ineens veel voller en totaal anders… Opener ‘Got 2 get her’ zet al meteen de nieuwe toon. Vlotte stevige song met Jean nog duidelijk op de dobro. In ‘Crescent Country’ is die dobro dan wel even weg en krijgen we een popsong. Niet zo direct iets waar wij voor vallen maar het moet gezegd: hij heeft een talent als songwriter…

Met ‘Killer Blues’ krijgen we een bijwijlen  gevaarlijke gitaar-riff tegen een verder onschuldige ‘easy going’ groove met verder aardig slidewerk en solo. Dat mooie gitaarwerk vinden we ook op ‘Sunny’s road’ ,een ballad over een iets minder gelukkig gegeven: huwelijksleven en hoe dat kan uitlopen op een sisser…klinkt bekend…Daarna krijgen we een herwerkte versie van ‘Just like on TV’ dat wat mij betreft absoluut aan kracht moet inboeten tegenover de acoustische versie op ‘D Capital J’.Wat te veel aan geschaafd,zo lijkt het wel... ‘Long legged lover’ lijdt daarna dan van een  opdringerige gitaar-riff zodat we met plezier terug het vertrouwdere geluid van Pitiful Ways’ verwelkomen. Sterke song, mooi gezongen en één van de betere nummers van dit album. En zo krijgen we er nog...’The Charade’ is een indringend nummer en verwoordt waar Dobrojean voor gaat : eigenheid en een niet toegeven aan het technisch gefoefel van nontalenten en de  geplogenheden van de music makers (‘a sales hungry bunch of sissies’).Daarna volgt nog zo’n sterke dobrosong met een plezant riedeltje : ‘Wrong side’, over hoe sommigen elk zelfvertrouwen missen… met daarop volgend een leuk liefdesliedje,mooi op de dobro en bijgestaan door een  walking bass en subtiel gedrum :’Pool Blues’, net iets voor deze zomer…

Aansluitend bij het vorige eindigt ‘Lovesong #105116’ deze schijf . Beetje te braaf is misschien een understatement...
We vinden op deze CD een heel andere Dobrojean terug maar wees niet bang,er rest ook ook genoeg vertrouwd werk om ouwe fans mee te verzoenen. ‘Extended’ is dus anders, maar staat me dunkt sterk genoeg om zijn weg te vinden naar een breder publiek dan alleen maar naar de loutere bluesliefhebber…We wensen hem daar veel succes mee !'
(Winus)




The Hoodoogang : 'Go Ahead ‘n ‘Scratch'



'Dat Fernando het afgelopen jaar zich bekwaamd heeft op de lap steel guitar zullen we gauw geweten hebben op deze inmiddels reeds 2e CD van de ambitieuze Hoodoogang ! Deze ‘Go Ahead ‘n ‘Scratch’ start alvast in hoog tempo met ‘One more drink’,een jive die, wat mij betreft,  best wat verder op de CD mocht staan. De volgende‘Go Ahead ‘n ‘Scratch’, tevens titelsong bewijst eens te meer het kunnen van deze uit Spanje afkomstige Fernando Neris. Het nummer is ook een meer beheerste West coast en swingt lekker verder. Vocaal is El Grande hier ook heel wat sterker dan in de openingstrack. Je voelt  op je tenen dat hier een band bezig is die alleen maar beperkt wordt door het CD-medium…dit zou je eigenlijk live moeten meemaken… Net zoals ‘What About Me’, een stevige dansboogie en eerste uitschieter op deze helemaal zelfgeschreven schijf. En misschien was dit een betere opener ? En waar zijn hier mijn dancing shoes ?... Want eens op de dance floor blijven we hier natuurlijk. Al weet ik niet zo gauw wat ik met ‘You hoodooed me’ aan moet ? Slowblues ? Nee dus, want het tempo ligt hier wat hoog en had, wat mij betreft, wat trager gemogen. Toch wel mooi met sterke solo van Fernando en steeds in goede banen geleid door een ritmesectie zonder franje.
 Ah ! en hier is ie dan :’Never Meant To Hurt You’, de slowblues, dus sleep die girlfriend maar es lekker door de dansbak. Echter qua song niet echt een hoogvlieger, te klassiek, helemaal volgens de geldende regels en daarom eigenlijk wat te braaf. Origineler en beter is dan ‘Cannot Take It’, subtiel gitaarfriedeltje erbij en met wat inventiever drum en bass werk. Daarna shufflen we op de ‘Laptop Boogie’, gedreven door de roffel van Zen Fannoy en hier komt voor de tweede keer de lap steel boven. Een, in het genre, best leuk nummer. Vervolgen doen we met ‘Her & You’, ook steel en stevige stamper en dan lijkt het ingehouden zangwerk van ‘shouter’ Patrick ‘El Grande’ ons hier ook wat te min, er mag meer uitgebroken worden, maar dat gebeurt wellicht wél  wanneer de jongens op het podium staan ?  In ‘Goin’ to NY’ soleert Fernando er lekker op los en shufflen we naar ‘Complicated Woman’, een blues in de ware zin van het woord, huilende gitaar incluis. Heel aardig allemaal, al laten de beperkingen van deze klassieke formatie zich hier wat voelen. Weerwerk van een tweede solist, gitaar,orgel of sax had hier zeer welkom geweest…’The Lesson’ daarna is dan instemmend knikken op het wat jazzy gitaarwerk, lekker nummer zondermeer…
 ‘Crazy World’ zou vervolgens het laatste nummer zijn, klinkt ook ‘wat later op de avond’. Hier breekt El Grande door de wat te monotone vocale partijen en het lijkt mij echt dat daar nog wat werk in zit….Als surplus, het bisnummer zowaar, staat ons nog een verborgen 13e track te wachten, benieuwd gaat de player dan ook naar nummer 13… Boogie in een rock traditie die zachtjes wordt uitgefade, als het ware naar een verder verloop van een nacht die nog niet helemaal uitgefeest is…op dus naar een 3e CD volgend jaar ? Zo’n vaart hoeft het echter allemaal niet te  lopen. The Hoodoogang zit muzikaal wel goed maar mij lijkt het toch dat El Grande  eerst aan meer gevarieerd zangwerk wat betreft toon en expressie mag werken,evolueren. Als band die na een start in 2002 nu al 2 CD’s met eigen werk in de rekken zitten heeft, ligt de toekomst daarna alleen maar te lonken !'
(Winus)




The Rhythm Junks : 'Virus B-23'



'Heel explosieve bandmuziek, genre Wizards of Ooze en verder te omschrijven als, en ik citeer : ‘a spicy musical bouillabaisse going from beatnik big band swing over 'mad camel' blues to sweaty sticky fonk". You could also call it a peppery stew of blue music’.
Inderdaad heel erg jazzy en funky met een Steven De Bruyn prominent aanwezig op de voorgrond naast een uitgebreide blazerssectie  waarvoor Walter Baeken, ons o.a. ook al bekend uit Jan Muës’ Musetrap, de arrangementen schreef. Die blazers, verder bestaande uit Luc Lambrechts op altsax en de trompettisten Chris Vandeweyer en Jan Muës, bepalen voor een groot stuk het geluid van deze schijf waar verder de ritmesectie van veteranen en medeoprichters van deze bende, dat is een ongelooflijk goeie Tony Gyselinck op drums en,who else, Jan Ieven op bas, het goeie weer uitmaken. Starten doen we al direct met het very funky en met een lekkere bariton geblazen ‘Power to reality’. De ‘distorted’ vocals en het vette mondharmonicawerk van Steven zetten je al direct op het goede been. ‘Supergroover’ is dan weer het nummer dat mij nog het meest aan The Wizards of Ooze doet denken. Vooral de zangpartij van Steven doet het’m . Heel dansbaar nummer maar dat kan van de meesten hier gezegd worden. ‘Scatter blatter’ ,jazzy en met scat van Steven en verder wat psychedelisch op omnichord, laat je absoluut niet koud en vervolgens duiken we de spaghettiwestern in met ‘Canzoncina per Jaco’ of is het hier de siësta onder een Mexicaanse middagzon ? Weer heel mooi mondharmonicawerk van wellicht één onzer meest begaafde harmonicisten. Ouwerwetsige swing op ‘Amazing Blue’ ? Héél even dan en tempo’s wisselen af… leuke sopranosaxsolo krijgen we en een achtergrondkoortje zit er ook al bij.’Major Blue’ is dan weer uit een ander vaatje getapt. Een mondharmonica on vibes en  een nummer dat zichzelf vervolgt en uitloopt op een mooie baslijn, percussie op echo, een reggea groove ? Psychedelisch werk dan met ‘Been so wrong’ op tromgeroffel van Tony Gyselinck en omnichord ‘pling plong’. ‘You know what to blow when the saints come marchin’ in’...en  we gaan stomend verder met ‘Boogiewaltz’.Mooi afgerond en  ‘ho,dat is hier nog niet gedaan’… onder zware baslijn vervolgen we very uptempo met ‘Don’t ever loose that rhythm’ De blazers blijven hier meer op de achtergrond al krijgen we wel een mooie trompetsolo van guesttrompet Yves Fernando-Solino .Sterk nummer. ‘Virus B-23’, volgende en titelnummer en als je wil weten waar dat voor staat, lees dan maar na op de goeie site van deze jongens, is inderdaad wat koortsig, er zitten zelfs wat koortsaanvallen tussen… Amusementsmuziek dan met ‘Ostrogorzisk’, in de pure ‘Rhythm Junks’ stijl en met een gedreven Tony Gyselinck, jongens, wat een drummer toch ! Music for dancers, so put on your dancingshoes ! En blijf maar gelijk op de dansvloer want ‘Saco Saco’ doet er nog een schepje bovenop, drumsolo incluis…ambiance, ambiance…
’Salut Monique mag deze fijne CD op een Toots Thielemans way uitblazen…sober, mooie baslijn van een eveneens uitmuntende Jan Leven en het showorkest sluit ingetogen af…hoesje geeft echter 2’22’’ aan voor dat laatste nummer maar zoals het tegenwoordig meer gaat, tikt de klok tot 5’22’’ door om dan vervolgens haast apocalyptisch af te sluiten… leuk maar hoefde niet echt.
Conclusie : sterke CD die een aantal hoogstaande talenten samenbrengt in een bruisend project. Aanbevolen !'
(Winus)



P. Van Sant : 'I’m a believer'

 
'
Een laat 2004 CD die indertijd al een voorstelling kreeg op JASSEPOES maar niet echt een hele recensie (volledige recensies zijn er trouwens pas sinds maart 2005) en deze schijf getuigt van zo’n kwaliteit dat het  jammer is dat ze eigenlijk nog niet eerder aan bod kwam. Met deze maken we dat dan weer goed want geef ze maar es een hele beluistering,deze ‘I’m a believer van ‘de Sante’ en dan geef je me wel gelijk. Een uitzonderlijke lekkere doorleefde stem in ons Belgische blueslandschap. Relaxte, zo uit de losse pols gespeelde en vooral eigen nummers in een two parts schijf waar de country-roots en wereld muziek naast de stevigere elektrische stukken staat. Zo opent de CD al direct met de titelsong ‘I’m a believer’ met Peter aan de dobro. Johnny Cash is not far away…Townes Van Zandt, inspiratiebron, trouwens ook niet want ‘Rex’s blues’ is van diens hand. Mooi stukje folkblues met meeslepende fiddle van Andries Boone en de harmonica’s van Steven Troch. Blijkt een meer dan uitstekende combinatie ! ‘Ego for sale’ dan, gezeten op barkruk,alleen in een bedompte kroeg : ‘It’s time for thinking and drinking till the morning dew’…Vrolijker wordt het met folky ‘Don’t tell me how to do it’, weer met dansende fiddle en Van Sant nu op de mandoline. Koortje d’erbij met naast Andries Boone ook David Vertongen als  de ‘backing vocals’…’Think I’m gonna make it by myself’, geloof slechts in jezelf en blaffend hondje in de achtergrond geeft’m gelijk. ‘Lost highway’ ,en we blijven akoestisch met de levensliedjes van Peter. Ook ‘Midlife crisis blues’ is weer zo’n unplugged nummer met fiddler en denk er de volksgroepdanspasjes maar bij. Klinkt altijd heel erg authentiek en dat voor een Leuvense jongen! Roots muziek,zo weggehaald uit de Mississippi delta…
Kampvuur jongens onder mekaar,hand clappin’, percussie met de lepels op de dijen, opzwepend ritme,aangejaagd door de viool ,banjo en de foot bass van Jasper Hautekiet…Mooi zo !, deze ‘The Coocoo bird’ van Clarence Ashley. De backingvocals van Andries Boone en David Vertongen vullen stemmig aan. En dan is het: so far voor het country-folk gedeelte…’Get it while you can’ laat de gitaren electrisch klinken. De song sleept zich met de droge tomdrumslagen een dikke 6 minuten verder… P. grauwt en grolt en de gitaarsolo laat het allemaal verder heel sensueel klinken, heel meeslepend nummer… ‘No,I don’t drink water,while there’s whiskey’… een ‘nijg’ nummer met een haveloze Van Sant aan de drank in het ‘Ship of fools’..Aah Aah ! En dan wellicht het mooiste uit deze sterke schijf : ‘Troubadour’, machtig mooie slidegitaar, ruige stem van P. en knap drumwerk van David Vertongen. Het geheel mooi stereo uitgemixt. ‘Mercy’ eindigt Peter of is het Merci van dankjewel ?! ‘Oh my God’…en zeker zo mooi is ‘Prozac airlines’ alweer met uitstekende David Vertongen aan drums en tevens orgel.
Hadden we trouwens Jasper Hautekeet al vermeld,vettige bas waar nodig ?’Well I really don’t care you’re a straight or a gay…just shake my hand,as long as you do it your way’ Steeds sterke woorden van onze singer/songwriter…
Deze waarlijk schitterende CD wordt daarna waardig afgesloten , P. tokkelend op gitaar en Andries Boone,stemmig begeleidend op de viool… ‘Are you hooked’ ? I guess it’s time to stop now… Van begin tot einde had deze CD ons in de grip.
Eén van de pareltjes van eind 2004/begin 2005…are you hooked ? Absoluut, en laat dat zo maar blijven !'(Winus)



Boogie Workers : 'Crazy Stuff'

 
'Elementary my friends ! Zo klinkt het en zo brengen ze het, onze ‘boogie workers’.Wat slordig geproducet of misschien was dat wel de bedoeling, om het geheel wat meer die live feeling te geven ? In ieder geval krijgen we grotendeels eigen werk en dat kan ons steeds bekoren. ‘Devil’s dance’ klinkt anders direct heel vertrouwd,mogelijk al wat gedraaid op de radio of her en der op fuiven ? Aanstekelijk nummer, goeie harmonica en gitaar,dat wel, maar lijdt aan backing vocals die niet recht op hun plaats zitten. Er wordt wel lekker veel tijd gemaakt om de nummers ruimte te geven. Zo ook voor ‘Having a ball’, weer van de hand van Walter Otte die voor de meeste nummers tekende. Gezellig nummer met uitstekende harmonica van Dave White. Daarna is het slowbluestime met ‘Treated so bad’, bijna 8 minuten lang. Mooi,dat wel, maar wat kaal…hier had een Hammond een verrijking kunnen zijn, de soli van zowel gitaar als mondharmonica zijn wat schraal. We blijven low tempo en gaan akoestisch in ‘It rained 4 seven days’.Gitaar en vocals en Walter voelt zich daar erg goed bij…een solo moment, en ik heb het hier niet over de braadboter met dezelfde naam… So far voor de bezinning. Boogie time dus en de ritmesectie zet de maat. Na een bevlogen vettige harmonicasolo volgt nog even een tempowissel naar het einde toe. Halverwege zitten we dan en het tempo wordt opgevoerd nu. Aanstekelijk nummer deze ‘Hey mama’ en ongetwijfeld een meebruller vanaf de dancing floor ! Opgedragen aan Rory Gallagher krijgen we dan een 2e solobeurt van Walter, ook erg goed op de akoestische gitaar. Spijtig alleen dat hier niet zo’n goed einde aan gebreid wordt…snel wordt er uitgefade… Boogie down daarna op ‘Dot.com’… Op de hoes staan de nummers in een verkeerde volgorde, foutje van de layout.’Don’t ‘ staat echter wél op z’n plaats en daar blijf jij zeker niet staan met dit stomend nummertje. De Boogie Workers op hun best !, al had ik hier graag het einde mooier uitgedrumd gehoord. ‘Burn your skin’ is daarna het ‘vluggertje’ op deze schijf en de hounddog/cat is duidelijk in the neighbourhood ! Aangeblazen door de harmonica stapt de bass van Bob Fohal ‘Blues in the 3rd degree’ binnen, een rustpunt na de vorige stampers en de song brengt ons 7’33 verder… Daar krijgt Walter de ‘Mean old Spider’blues. De gitaar krijgt er zowaar ook de kriebels van…Leuk… We gaan er uit met de rock ’n roller ‘Shake your moneymaker’ van Elmore James…,groepsleden worden voorgesteld, brengen om beurten hun niet steeds zo inventieve solo en dat was het dan. Net live, al ontbreekt hier dan de bis… Conclusie: best aardig als je dit naar een live optreden projecteert. Walter Otte als akoestisch nevenproject zien we zeker zitten en wat de Boogie Workers als geheel betreft : hier geen muzikale hoogstandjes maar elementair beste vrienden en absoluut al méér dan 5 jaar fel gesmaakt op diverse podia in de Benelux en daarbuiten ! '(Winus)



Bullfrog Bluesmachine :  'Cross that line'


'Cross that line’, deze derde  full CD van Hollands’ zendelingen Bullfrog Blues Machine zet je meteen in een funky mood met ‘Thin line’ en ook ‘Mr.J’  brengt een stuwend boogieritme  met de lekkere bluesharp van Richard Koster en snerend gitaarwerk. En dan krijgen we een eerste keer wat akoestisch met ‘On a day like this’. Guest Dede Priest uit Texas mag Hans Klerken een eerste keer vocaal vergezellen in deze delta blues. Dat hadden we van de Bullfrog nog niet gehoord ! Een akoestische  delta blues…echt crossing the line..uit het vakje treden...Even bekomen met de funky groove van  titelnummer ‘Cross that line’,dat beheerst krachtig drijft op de rollende orgellijnen van Mark Spronk, één van de twee getrouwen die intussen de groep verlaten heeft. Dan krijgen we, om te wennen, alweer een acoustisch nummer ‘Barkin dog Blues’ maar
 in ‘Back to the roots’ herkennen we daarna weer de bekende rockende kracht van de Blues Machine en mag Dede Priest een tweede keer aantreden. Sterke stem die echter niet de kans krijgt om voluit te gaan daar al spoedig overgegaan wordt in ‘Johnny left his homeground’ met guest Willem Van der Schoof aan de Hammond. Persoonlijk houden we erg veel van Hammond en de Lesley die alles zo mooi krachtig rondstrooit. Dit nummer is echter een ‘walkin’ the floor’ song en dus komt ook die Hammond naar ons gevoel niet zo goed over..
 Nummer 8 doen we weer akoestisch  in een duet van Hans Klerken met Dede Priest. ‘When your life is a lie’ is oprecht mooi maar we zijn écht benieuwd naar de ons vermeende kracht die dit dametje on stage zal uitstralen en ook in dit nummer niet naar buiten kan. ‘Tears cried for heaven or hell’ swingt  uit de pan en is één van de toppers uit deze schijf. Méér van dat graag want ’Take it as it comes’ is daarna alweer akoestisch  en sorry hoor, geen hoogvlieger. Hans heeft hier niet echt de stem voor…en ‘k weet nog niet zo zeker of ik deze nieuwe aanpak wel lust. Geef dan maar ‘Same world, different colors’ op de hun vertrouwde manier. Wat stevig gitaarwerk en ongetwijfeld live weer show off time voor Hans en Chris,daar lusten we pap van en fotografisch levert dat ook steeds leuke kiekjes op..
 Eindigen doen we met een leuk niemendalletje ‘Bobtjes dog’ weliswaar ter meerdere glorie van ons aller ‘Bobtje Blues’ Besluit : naar goede traditie een puike productie maar de overstap naar meer akoestisch werk zien we niet altijd zo zitten.'
(Winus)



Indian Cigars : 'Loaded'

 
'Blues,roots en wereldmuziekjes, dat is waar onze interesse voor de maandelijkse BLOESKOES naar uit gaat. En deze maand is dat dus niet echt een very bluesy choice, al wordt hier en daar de Creoolse beans ’n rice wat overgoten met een bluessausje. Met ‘ Loaded’ levert Indian Cigars intussen al een tweede CD, al is ie wat aan de mini-kant.
 Slechts 7 nummers tekenen voor een half uurtje muziek, maar wat voor muziek ! Stomende partymuziek in een real New Orleans Tradition,een Creoolse mix van soul, gospel,brassband en funk !De funky groove voert hier de boventoon en Mardi Gras ambiance is steeds rondom aanwezig. Zo starten we na de piano-intro van Wouter ‘Otis’ Debode met het van Professor Longhair bekende ‘Tipitina’ ,met een Danny Verheecke sterk aan de fingerpickin’ bass en een heel erg overtuigende Peter Versluys met die sterke rauwe stem van hem die bijwijlen een Joe Cocker voor de geest roept. New Orleans muziek zonder blazers,dát is haast uitgesloten,maar Indian Cigars beschikken dan ook over een drietal dat de New Orleans spirit levendig te voorschijn haalt. Frank Debruyne (sax), Rudy Reunes (trompet) en Ivan Valck (trombone) doen dat voortreffelijk en met veel klasse. In ‘Funk is in the house’ zet Peter Versluys een stapje terug en krijgen we een Booker T- achtig ,jazzy intermezzo met een koortje van backing vocals, rollende orgeltonen, en een gitaarsolo van Christophe Geuens. Wel erreg jammer ! dat je niet meer info over de diverse bandleden kan bekomen op hun website. Enkel van Wouter Debode leren we dat-ie jazzy geschoold is en o.a. les kreeg van Dominique Vantomme. Alleszins is de toon gezet, dit is de partymuziek bij uitstek ! Soul en blues schouder aan schouder in ‘You can make it if you try’ en dat klinkt ook wel bekend al kan je zo direct niet op de componist komen… Even op de hoes kijken dan, maar dat blijkt vergeefse moeite, componisten staan niet vermeld en ook op de site geen woord er over.

Da’s een fout die beter niet gemaakt wordt, foei dus . Want de songs worden verder méér dan behoorlijk gebracht. Zo sleept ‘I feel so damn good’ je zeker naar de dansvloer, …dat is, als je je daar nog niet bevond ! Zit wat gospel bij en wat verder ook opvalt is het strakke drumwerk van Karel Van de Casteele, ook al geen kwaad woord van te zeggen. We gaan up tempo en swingend verder met ‘People sure act funny’,saxsolo incluis. Hier weer dat gospelsausje en het nummer mooi afgerond door de blazers. Je voelt dat dit geen beginners zijn ,maar Indian Cigars zijn dan ook al méér dan zes jaar bezig… ‘Junko partner’ van Dr.John krijgt een mooie slidegitaar erbij ,R & B is in the house ! De trompetsolo komt daar dan mooi tussendoor en verder zorgt het orgel en de blazerssectie voor een evenwichtige totaalsound. Erg sterk. Maar intussen zitten we wel al bijna aan het gaatje van de CD. Het is dan ook jammer en mij een raadsel waarom deze CD niet verder werd aangevuld door nog eens 6 of 7 nummers. De New Orleans muziekscene heeft méér dan genoeg op het programma staan en deze jongens bewezen met deze CD dat zij dit erg goed kunnen brengen. Misschien waren de bronnen (lees geldbronnen) wel uitgeput? Ook hier geen commentaar terug te vinden op de webstek… Dus gaan we er jazzy tussenuit en ook een beetje ‘loaded’,lijkt het wel,  op het ‘Everything I do gonna be funky’, een stemmig partymuziekje, zo ergens tegen de ochtend aan…'(Winus)



Julian Sas : 'Twilight skies of life'

 

'Julian Sas zag ik een eerste keer op het Swingfestival te Wespelaar en toen stond Pieter Van Bogaert één van de eerste keren erbij op het podium… het zal laatzomer 2004 geweest zijn. Waar ik toen even mee zat was een wat angstig gevoel, zo van : wat gaat deze combinatie geven en verdomme…, Pieter in een rockblues band ? Onterechte 'angst', Julian was ,zoals gewoonlijk, in topvorm en ‘onze ‘Pieter voelde zich direct heel erg thuis in de band, ondersteunde en soleerde wanneer het uitkwam . De muziek die Julian bracht werd er rijker mee, trok de band als het ware meer open en het optreden was dan ook een succes. Achteraf heb ik  Julian gefeliciteerd voor de puike show en gelijk me geëxcuseerd voor het vooroordeel waar ik toen mee zat…  En dan is er nu die eerste CD, intussen Julian’s 6e album al, maar het eerste met toetsenman erbij. Op deze CD was het wel twee jaar wachten,maar dat wachten loonde. Julian maakte werk van z’n teksten, schaafde aan z’n vocale kwaliteiten, schreef een aantal aardige songs bijeen en is nu werkelijk gegroeid ! Het bleek het wachten waard. Op deze CD staat verder een aardige ritmesectie bijeen, de vaste leden van de band eigenlijk : Tenny Tahamata aan de elektrische bass en een zeer gedreven Pierre de Haard aan drums. De CD is evenwichtig verdeeld tussen het zwaardere rockwerk, ballads en echte songs. Starten doen we in een goeie boogie traditie met ‘Helping Hand’ ..Keigoed gedrumd met die tussenslagen op de snaredrum en een orgel dat alles mooi omhelst. Julian zelf mooi aanrollend op gitaar en de bas die daar stevig doorheen dreunt. Uitstekende beginner! ‘Freedom Bound’ is dan het wat meer beheerste rockwerk dat aanvoelt als een  Springsteen…Piano en gitaarsoli vullen mekaar aan. ‘I’m still crying’ zet je daarna wat op het verkeerde been want na, wat lijkt op een mooie slowblues ,krijgen we  3 minuten later een tempowissel en daar sta je dan op de dansvloer…Snelle vingers van Julian en dan volgt de apotheose : ‘but all this madness gotta stop someday!‘…en dan keren we terug naar het oorspronkelijke tempo. Mooi ! Tijd dan voor wat anders. Wah wah gitaar, stuwend tempo, en de percussie van gastmuzikant Martin Verdonk op ‘The one to blame. Leuke orgelpartijen van Pieter en dan weet je nu al :deze CD is een voltreffer ! Volgt de ballad ‘That’s enough for me’,met warme stem gezongen en bijtijds die gitaar die er door snijdt. Je beweegt je op de muziek,dus dat zit wel goed…Misschien wat te lang uitgesponnen, dat heb je zo met ballads. Dus gauw op die boogie train daarna met ‘ Lost again’,stevig doortrekkend en stukje slide erbij. Pieter blaast de machinestoomfluit en de ritmesectie houdt alles mooi in ’t spoor. De CD is verdeeld tussen hevige en rustige perioden en met ‘Looking for a friend’ houden we het terug netjes. Beheerst wordt de motor achteraf terug aangezwengeld met ‘It ain’t easy’.Boogie op een bekend thema ‘last night I was your lover but today I’m your fool’, uit iemands leven gegrepen ?...
En dan gaan we in versnelling met ‘Devil got my number’ pompend en stuwend, haren in de wind !  Sterke gitaren en piano. Het lijkt me dat we zo nog verder kunnen en het funky ‘Think about it’ houdt eenieder op de dancing Floor.
Party,party ! Martin Verdonk aan percussie leidt mee naar de finale…Rest nog de afsluiter ‘That’s enough for me’ Kregen we inderdaad al ,maar dit is de ingekorte Radio Version. Als je aan het gaatje zit dan weet je dat dit een hele sterke Julian Sas is, misschien wel het beste van wat de man tot nog toe uitbracht….Mooi, dan is het nu wachten op de volgende, lijkt me deze keer dat het geen 2 jaar duren zal !'
(Winus)



 Rusty Roots : '100 Miles'


 
'We waren erg benieuwd naar deze eersteling van Peerse Rusty Roots maar eigenlijk wisten we wel wat we zouden krijgen: Kwaliteitsmuziekjes gebracht met gevoel voor authenticiteit en dat op een erg professionele muzikale wijze vertolkt door jongens die er voor gaán. Goeie zangpartijen, dát vinden we belangrijk en Jan Bas stelt ons dan zeker hier niet teleur. Goeie teneur en doorleefdheid en geruggesteund door fijne muzikanten en hup…, zo neemt de roffel van Nico Vanhove je meteen in je nekvel mee voor de volgende ‘100 Miles’, één van de twee eigen nummers en meteen zit de stemming er al in. Shufflegewijze swingen we op ‘The Hustle is on’ en laten ons de saxtonen van Steven Scheelen graag welgevallen. De ritmesectie met Stefan Kelchtermans aan de contrabass effent de weg voor een gitaarsolo, beheerst, cool en volgens de voorschriften, dit zit wel goed…Traditionele Westcoast is waar ze voor staan en daar hoort wel wat ‘cool’ bij, dat stralen ze live ook wel uit. ‘Check yourself’ is dan hier misschien wat onderkoeld, even volume wat hoger zetten en ja hoor, da’s meteen een stuk beter. ‘Big boss man’ van Willie Dixon staat daarbij heel wat steviger. ‘Stand by me’ ,inclusief handclappin’ houdt de swingers garanti op de dansvloer maar spijtig genoeg niet voor lang. Kort nummer en dus helaas geen plaats voor wat uitgesponnen soli. ‘You put your heart in my soul’,tweede en meteen ook laatste eigen nummer geeft dan meer ruimte waar Bob Smets graag gebruik van maakt. Lekker eigen nummer ! Boogietime dan en ‘Compact baby’ vliegt er graag in. ‘Back breaking blues’ van Big Joe Turner is vingerknippend naar een saxsolo die best vettiger kan en mág. Die strakke productie van Marc ‘Tee’ Thys laat dat blijkbaar niet toe en da’s misschien wel het enige euvel dat je kan inbrengen:  Te strak en gelijk dus ook te glad. Zo ook met ‘Ah we Baby’,steeds echter met een Jan Bas die vocaal erg sterk is, maar de nummers zijn te strak afgelijnd en lijken alzo bijna ‘getimed’. Maar luister es naar de vocals op ‘I wanna make love to you’, is dat niet lekker gezongen?... en hop…,daar springt Steven Scheelen ook al uit de band met een saxburst, goeie up tempo en absoluut één van de betere songs van de CD, die het kunnen van deze jongens bewijzen ! ‘She’s so fine’ is een ouwe soul van Syl Johnson, goeie gitaarinterventies maar te schriel, te ijl…mocht naar mijn smaak veel directer…
’ I still love you’ is het ritme waar Rusty Roots in ‘past’.  It fits like good jeans, van dit laken graag nog een broek ! En dat krijgen we dan ook met ‘Saturday fish fry’ ,een Louis Jordan hit, keigoeie afsluiter want nu wens je nog, nog en da’s mooi  als je mensen wat hongerig achter laat ! Die komen dan zeker later terug voor méér.'
(Winus)   



Blues Lee : 'Home'


 
'Dat we met deze derde van Blues Lee weer een fijn afgewerkt product gingen krijgen,leed geen twijfel: net als bij de vorige ‘In the Crack of the map’, intussen van 2003 geleden, tekent hier weer Jan Ieven, de immer bezige, voor de productie. En méér ! Want Mr. White, el sympathico, verliet de band en liet het basroer over aan Jan , die naast de staande en de elektrische bass, de bassen zelfs blaast, al is dat dan wel uit de tuba. Zo zet ‘Home’ met ‘Honey please don’t’ stapsgewijs in, met een hoempa tuba en uit de tekst blijkt: don’t mess with that wife ! De toon is gezet. Authentieke eigen songs, deze keer wat meer werk van de hand van ‘Helix’ Karel Phlix maar ‘Liar’ is er nog ééntje uit de songwritershoed  van Jan Corthouts … danswekkende funky groove en party is in the house ! Bies Biesmans zingt dat lekker en zijn sax vult dat allemaal mooi in. Percussie heeft een toegevoegde opwindende waarde en zet zich verder in op ‘ For a Ride’, een love storietje, weliswaar gevoelig gezongen en gesaxt maar de percussie en violin/strings maken het,wat mij betreft, wat melig. Niet direct mijn favoriet… Nee, dan liever de countrydeun ‘Hillbilly Joe’, helemaal in de sfeer met die heerlijke fiddle van guest Nils De Caster, die daarbij ook nog es,maar dan wellicht op het andere spoor, de lap steel beroert. Goeie tekst, humor is bij Blues Lee ook nooit ver weg, en all’s well that ends well: Billy Joe was gonna get laid…
Shuffletime dan ! ‘Lazy ways’, wat onderuitgezakt, en very rielekst, speedin’ hoeft héélemaal niet ! Het acoustische ‘Peaceful Soul’ hangt daar gepast achter en plakt ons ergens op de prairie, … een stem, een gitaar en de mondharmonica….méér moet dat echt niet zijn, paard staat te grazen in de  nabije omgeving (en niet in de gang…) …Dreigend atmosfeertje volgt maar wat wil je, als er een devil wandering around is in ‘Destination Hell’ ? Die sfeer wordt nog geaccentueerd door de slide op de resonator gitaar, mooi vertaalde tekst naar muziek, lijkt me. ‘Nicole’ maakt meteen daarna de rocker in ons wakker,als die al ooit slaapt! Hier krijgen we er de ondertussen live vertrouwde boogiepianoklanken van Patrick Cuyvers bij. En hadden we het daarstraks over dreigend atmosfeertje in ‘Destination Hell ? Wat dan gedacht van ‘Seven Days’ met die roffel van ‘Yves Bosmans’, de grimmige klaagzang van Bies, de ijle sopranosax en die dramatische gitaren ? Onwerkelijk nummer en absoluut uitschieter van deze ‘Home’ Cd ! Vervolgen doen we met swinger ‘Shovin’ ,en die brengt ons instrumentaal dan weer naar waar we nog niet waren via deze schijf : bij de Westcoast Swing en dansorkesten, gesteld dat we zo’n beetje virtueel door de States aan ’t touren zijn …En waar brengt titelnummer ‘Home’ ons dan ? Alleszins ergens op ons funky been en waar dát staat zint me wel. Bluesy mondharmonica, streepje hammond en die zingende double bass, this is my home too ! Maar zoals we intussen al meermaals beleefden op deze gevarieerde CD maken we toch nog eerst een ommetje south voor ‘Blind, bold and barefooted’, een tweedledeedoo rootsmuziekje waar die violin van Nils de Caster best in zou gepast hebben…

Conclusie: weerom niet een echte blues CD maar wél een intussen heel erg eigen geluid van Blues Lee in een lappendeken van diverse genres roots en aanverwante muziekjes. Sterk in tekst, vocaal én instrumentaal  al lang de kinderschoenen ontgroeid en op een absoluut professioneel niveau maar dat had Dallas Hodge natuurlijk ook wel door toen hij enkele maanden terug met verschillende van deze jongens door Europa tourde.  Alleen zorgt die diversiteit van stijlen, dat lapjesdeken , er wel voor dat je de band erg moeilijk ergens kan catalogeren, in een hokje stoppen,  maar dat is wel het laatste wat zij zouden willen …hun hokje noemt gewoon: Blues Lee’ !'(Winus)



The Hoodoogang : 'Hoodoo Deluxe'


 

'Met deze derde CD (ze komen snel na mekaar !) gáát de Hoodoogang voor een podiumplaats op de vele festivals die onze lage landen rijk zijn. Uitgebreid met vijfde bandlid Walter Vos (ex Bad Blues en ex Swing Bee) aan saxen, verruimen ze hun mogelijkheden en het is een plezier om vast te stellen dat hij dat enthousiast en op heel overtuigende wijze doet. Deze schijf, die voornamelijk reeds bestaand werk bevat, moet twijfelaars over de streep halen… deze band is here to stay en wenst vooral meer podiumwerk, hetzij in originele bezetting, hetzij idem dito maar dan met occasionele uitbreidingen zoals een Ilias Scotch (Milk, Cream & Alcohol) aan Hammond of anderen, want het is The Hoodoogang menens ! Zo draven er ook heel wat guest stars op in deze productie. Naast Ilias vinden we ‘Boogie’ Walter Otten (Boogie Workers), Joachim Meese (Solid Jive), Tim Verbist (Tim’s Blues Combo) en Henk Van der Sypt (Last Call & vanalles) terug op één of meerdere tracks en zelfs vanuit Haïti wordt de ‘Hoodoo’ als het ware aangestookt door singer Marlène Dorcéna. Zij zet alvast het vuur in ‘What about me’, zonder twijfel één der successongs afkomstig uit de vorige CD. Dan is het de beurt aan Ilias Scotch om ‘Do you need me’ uit 2003 met een smeuïge Hammondsound nieuw leven in te blazen. Mooie solo van Walter en laten we toch vooral niet vergeten om ook gitarist Fernando Neris te loven want hij bepaalt toch voor een groot stuk de ‘Hoodoosound’ Dat heeft vooral te maken met het feit dat de meeste songs door Fernando bijeengeschreven zijn…’Busted’ , afsluiter van eersteling ‘Busted Sessions’ is een jazzy parel waar onze Spaanse vriend zich beperkt tot wat jazzy licks en Henk Van Der Sypt resoluut het stuur grijpt. Dat Walter Vos hier een belangrijke medespeler is dankzij zijn saxy uithalen staat buiten kijf. Voeg hier de vettige mondharmonica en de waarachtige vertelstijl van Henk aan toe en je hebt een kei van een track ! (al moet gezegd dat ‘Busted’ uit de eerste CD zéker met evenveel overtuiging werd neergezet door El Grande) Hele sterke song !

‘Go Ahead ’n Scratch’, titelnummer van de vorige schijf zet de swingers op de vloer en ook hier hebben we graag de sax van Walter er bij. De Hammond van Elias refereert naar danspaleizen… Blues ? Jawel hoor, met ‘Her & you’, slidegitaar van Fernando incluis en niet te vergeten  de smoelschuiver en zangpartij van Henk weerom…

’ Slow down’ daarna is geen trage, maar wel een uitgesponnen vluggertje, swing your thing dus en laat ons dan maar meteen ook de loftrompet steken voor een ritmesectie die inleidt en alles mooi in de maat houdt. Zen Fannoy aan drums en Geert Zonderman aan de elektrische bass zijn de stille werkers. Stil maar steeds correct, niet kaal maar wel zonder overbodige franje. El Grande knipt de vingers en is very cool, zingt viriel en daar bovenop krijgen we een gitaarsolo van ‘Boogie’ Walter. Die klinkt dan weer heel anders dan de zingende gitaar van Joachim Meese op ‘Goin’ to NY’ Joachim is heel sterk en brengt een schitterende solo waar Walter Vos graag aanhaakt. Shufflegewijs gaat dit feestje goed uit de bol wanneer ook nog de gitaren van Fernando en Joachim in duel gaan ! Hebben we dan al de gasten gehad?...Bijna, want Tim Verbist gaat op ‘Sweet little QT Pie’ eerst nog op de zijn vertrouwde manier slidegewijs met de gitaar om. De sax, Hammond en samenzang maken hier het feest kompleet. Fernando omringt het geheel met zijn zweverige gitaarlicks. Mooi ! En daarmee hebben we het vertrouwde werk gehad. ‘Funk yourself’ is de eerste nieuwe song op ‘Hoodoo Deluxe’ en meteen treedt ook Fernando meer op de voorgrond. Die krijgt echter  weerwerk van Walter die zich naadloos in de groep ingepast heeft, dat is duidelijk !  ‘How do you do’ is cool met bijwijlen mooie samenzang en een funky rhythm. ’Ain’t nothing Wrong’ gaat daarna shufflegewijs met de wind in de haren in open cabriolet langs de strandboulevards en ‘Dirty Girl’ kan je daar in de late nacht/vroege ochtend wel tegenkomen. De band is warm gespeeld, de Zenne drumt funky en de Gette draait daar speels tussen…Spijtig genoeg heeft ‘Ain’t Gonna Be Your Fool’ buiten de lekkere saxsolo niet zo veel voor te stellen en komen we een beetje in mineur aan ‘Alles Goed?’, de afsluiter. Dat is er eentje in’ t Nederlands Vlaams maar ook wel cool. De deukhoed staat daarbij wat scheef op het hoofd, hemd drie knopen los en de handen losjes in de wijde broek…Leuk,dat wel,  maar geen hoogvlieger… En de CD in z’n geheel dan? Een absolute meevaller zeker wat het oudere werk betreft en waar The Hoodoogang toont dat zij nu in deze uitgebreide bezetting, met Walter Vos erbij,  klaar zijn voor méér. Talent genoeg in huis om verder te gaan ! Beleef hen vooral live, bvb. deze zomer op de festivals !' (Winus)



The Electric Kings :'Live @ BRBF 2005'

 

'Het  verhaal is intussen genoegzaam bekend: Vlaanderens meest succesvolle band in het genre ooit,keert in 2005, na de split van 1997, weer  terug naar de plaats waar de toenmalige successtory ooit begon: het BRBF te Peer, om er ter plekke ongecompliceerd hun terechte number one place op de Belgische Blues scène weer in te nemen ! De band, in originele samenstelling, heeft er terug enorme zin in en dat blijkt meteen uit deze bejubelde reünie rond voorman, zanger harmonicist ‘Big’ Dave en de som der afzonderlijke talenten : de gitaristen Marc ‘Tee’ Thys en ‘Luke’ Alexander, bassist ‘RC’ Stock en de ‘aMAZEing Willie aan drums. Zij puren voor deze live registratie niet of nauwelijks uit hun eerdere, in 1995 en 1997 verschenen CD’s ‘Not for sale’ en ‘Electronic’,  maar gaan d’er weer helemaal tegenaan met covers die zij op overtuigende wijze brengen, als waren het hun eigen nummers en jawel, een paar eigen songs zitten d’er toch ook wel tussen. Starten doen we met ‘Lollipop mama’ van Roy Brown en meteen hebben we de goeie toon te pakken. Willie Maze jaagt het tempo aan en het is jiven geblazen. Luke neemt de eerste gitaarsolo’s voor z’n rekening en Big Dave geeft daar nog een sneer met de smoelschuiver bovenop, de tent swingt !
Voor de mondharmonica wordt met ‘Hoodoo man Blues’ van John Lee ‘Sonny Boy’ Williamson een aardige 6’59’’ uitgetrokken en Marc  neemt hier de honneurs waar voor het betere gitaarwerk. Met ‘Commit a crime’ blijven we bij de ouwe knakkers en leren we weerom wat bij want Chester Burnett  blijkt niemand minder te wezen dan ‘Howlin’ Wolf, oorspronkelijk uit de Mississipi delta afkomstig om uiteindelijk in de woelige jaren vijftig ook deel te gaan uitmaken van de Chicago Blues scène. Die sfeer en feel van toen komt vrij authentiek over en da’s zeker mede bepaald door de manier waarop Marc de gitaar betokkelt. Maar eigenlijk val ik toch meer voor het eigen geschreven ‘Follow my lead’ met Big Dave aan de harmonica en de ‘yeah’s…of het ‘Too many drivers’, een boogie van de betere soort met een Luke Alexander aan gitaar deze keer, en netjes in het rechteroor…Marc huist in de linker schelp….
 Met ‘Trust my baby’ van die andere Sonny Boy Williamson (II) slaan we het slowblues pad in en krijgen we naast de mooie vocale partijen van  Dave (je verwacht je bij de aanblik van deze forse vent wel aan een zwaarder stemgeluid), ook nog eens diens gevoelige mondharmonica.

Jump ’n jive daarna en de immer jonge RC Stock snelwandelt door ‘Alive at the mall’, het tweede en tevens laatste eigen nummer, een instrumental…Willy Maze volgt de  bassist op de voet  om dan even later het handje te lossen en sologewijs aan het roffelen te slaan. Tijd dus voor wat aanmoedigingshouts, gefluit en applaus. Zo hoort het ook op een live registratie ! En dan komen we aan de hoofdmoot van deze schijf: het dik 10 minuten durende ‘Pretty little thing’ van Jeff Williamson . Dat heeft wat CCR- achtigs en geeft ‘Luke’ Alexander de kans om voluit te gaan… het tempo sterft weg op het einde en dan volgt afsluiter ‘Long distance call’ van ene McKinleyMorganfield ?... En weer wat bijgeleerd, want dat is de echte naam van the artist better known as Muddy Waters ! Stevige versie van een nummer dat ook al eerder verscheen op het debuutalbum ‘Not for sale’. En uiterst geschikt als afsluiter van een geheel dat absoluut een studiovervolg mag kennen. Kwaliteit van deze opname is inderdaad niet zo erg goed en de mix heeft dat niet helemaal kunnen verhelpen. Vast staat wel dat deze jongens erg goed bezig zijn na een geslaagde en succesvolle voorstellingsset in de AB eerder dit jaar en  een States avontuur in mei waar zij op het Doheny Blues Festival  de affiche deelden met B.B.King, Etta James, James Harman, John Hiat, Los Lobos en andere groten. Ook heel recent hadden ze, wat ons betreft, heel wat hoger op de affiche mogen staan op editie 2006 van Antwerp Blues, wegens enorm goed. Waarom zijn wij,Vlamingen, toch steeds zo bescheiden?! Binnenkort zijn The Electric Kings zelfs één van de bands die zullen aantreden op het prestigieuze blues festival van  Cognac te Frankrijk ! We hebben van deze band dus zeker alles nog niet gehoord en gezien en de vraag is maar hoe zij dat alles in de praktijk zullen kunnen blijven combineren met hun eigen afzonderlijke projecten en de groepen waar ze deel van uitmaken… ? Afwachten maar… intussen méér dan blij : Niet origineel maar dit hoor je dus overal: The Electric Kings are back !' (Winus)



Elmore D : 'Tot k’mahî (Tout embrouillé)'

 

Daniël Droixhe, de Luikse prof. die verbonden is aan de Brusselse ULB, faculteit Letteren en Wijsbegeerte, maar ons absoluut beter bekend is onder z’n artiestennaam Elmore D,  vierde onlangs zijn zestigste verjaardag en bracht voor die gelegenheid weer een keure van roots-en bluesmuzikanten bij mekaar in Antwerpse thuishaven ‘Crossroads Café’.We troffen er vele muzikanten die we eveneens terugvinden op deze CD-dubbelaar. Feit is dat Elmore D, die vooral vooroorlogse traditionele (folk) blues brengt, zich graag omringt met traditional-aanhangers en daar hebben we d’er in België héél wat van rondlopen !
Zo lezen we in het bijhorende CD-booklet, dat op CD 1, de studio-CD, we medewerking krijgen van, naast vaste pianist/begeleider Hein Koop,(en dit wordt even opsommen: Raf ‘Lazy Horse’ Timmermans aan gitaren en mandoline, ‘Big’ Dave Reniers en ‘Lord’ Fabian Bennardo op harmonica, Frank Coumans aan de drums;’Stinky Lou’ Laurent Goossens, Gilles D, Renaud Lesire en Suzy ‘Crossroads’ Gerarts aan de bassen, nog gitaar-banjo-mandoline-bijdragen verder van Mathias Dalle ‘The Goon Mat’, Phil Corthouts, Guido Lehmann en Will Deckers (van wijlen Ferre Grignard) en absoluut niet te vergeten:  het felgesmaakte Mississipi Heat gezelschap van harmonicist Pierre Lacocque,aangevuld met Renaud Patigny aan piano op track 9 ! Een feestelijke uitgave dus, deze vierde CD van Elmore D en laat ons er maar aan beginnen want de studio CD alléén al telt 17 tracks . Starten doen we met titelnummer ‘Tot k’mahî’, een herwerkte traditional met eigen arrangementen van Elmore D en , zoals het gros van de nummers, deels gezongen in het Waalse dialect, stokpaardje en onderwerp van studie in het professionele leven van Daniël Droixhe. Amusant en opwekkend, frisse americana met leuk snarengetokkel op banjo en mandoline’s. Zo ook ‘Guitâre sweng’ ,een plezante dixie-boogie met Hein uitstekend op piano en Elmore D uitnodigend naar de dansvloer verwijzend. Uitstekend in alle eenvoud ! Guido Lehmann onderstreept in het volgende ‘Louke à c’t eûre’ ( Regarde maintenant) en genoegzaam bekend als de traditional ‘See see rider’  van o.a. Big Bill Broonzy …onderstreept dat dus mooi met de pedal steel guitar en van gitaren gesproken, daar weet Elmore D ook wel weg mee op ‘Pus vis pus sot’ (plus vieux plus sot) want daar horen we hem op de National Triolian en voor verdere info verwijs ik je naar bvb.
http://www.provide.net/~cfh/national.html#triolian waar je meer over deze gitaren vindt…Lazy Horse is aan de beurt op deze resonator gitaar in ‘Rita’, een Elmore D/Lazy Horse eigen compositie , verstillend mooi..Tijd dan voor wat honky tonk met ‘Take this Hammer’ en in de ED versie noemt dat dus ‘Prinds c’mårtê (Prends ce marteau)…’Grivel’rèye’ (Grivèlerie) gaat dan boogiegewijs naar ‘Les bièsses n. 1’ (les bêtes n.1) waar we het  tempo wat terugschroeven in een traditional blues  en tevens eigen compositie.  Het moet gezegd dat dit Waalse dialect een uitgesproken eigen dimensie geeft aan deze nummers ! Aha, dan is het tijd voor ‘Ci n’ sèrè mây pus come divins l’timps’ (Ce ne sera jamais plus comme autrefois) alwaar de Mississipi Heat Band feat. Renaud Patigny voor de begeleiding instaat en ook dit stuk swingt lekker weg. Intussen komen we na heel wat ongewone leestekens al aan nummer 10, en da’s een makkelijkere ; ‘Mi Toshiba Satellite’ (Mon Toshiba Satellite) Hier ligt de begeleiding in handen van Stinky Lou en The Goon Mat,de eerste mogelijk op wastubbebas maar de tweede zekers op electrische gitaar…Fijne ambiance met Raf op de mandoline en Stinky Lou op een zangerige bass in het Cajun-achtige ‘Ti t’fès des idèyes’ (Tu te fais des idées) Wat lepelgeklets erbij had helemaal niet misstaan, net zomin als een Elmore D in korte broek met schuimende bierpint in de hand, ambiance ! Kampvuurhurken daarna voor het stemmige ‘Hèsta (Herstal) en Big Dave zorgt hier voor een intrigerend stukje begeleidende mondharmonica . ‘San Francisco Bay Blues’ gaat in hetzelfde straatje verder met deze keer eens geen traditional of ED compositie maar een Jesse Fuller compositie,lezen we hier en met daaropvolgend ‘Sôlèye di tchin’ (Chien de soulard) gaan we, afgaand op de titel, niet verder op de Chinese bluestoer (gesteld dat die al zou bestaan !) Neenee, en deze hadden we dus al verwacht : ‘The Drunken Sailor’ van onze Ferre(Grignard) ! In goed gezelschap want ook Suzy ‘Crossroads’ Gerarts voegt zich dan in het gezelschap. En ze blijft nog even want ook op de volgende traditionals bast zij nog mee. Zo vervolgen we met ‘Gros Louwis’ (Gros Louis), eentje dat ook wel in het geheugen hangt maar moeilijk te plaatsen is…’Lost John’ van Van Morisson?...Uit het bluegrass repertoire krijgen we daar ‘Worried Man’ bovenop, weliswaar in de ED versie ‘Djoyeûs pèheû’ (Joyoux pécheur) genoemd…Eindigen doen we heel ongewoon met de ‘Gros Louwis remix’ , een soortement rap remix, geïnspireerd door : Gill Tonic/Oli Boy en The Weed Family ! Zegt genoeg en erg leuk !
Wat voegt CD 2 hier nog aan toe? Bij 2 gelegenheden geregistreerd op het Festival van het Waalse lied te Luik (in 2003 én in 2004) brengt ED ons in goed gezelschap van Willie Maze aan drums, Lazy Horse aan diverse snaarinstrumenten, Hein Koop op piano en Big Dave op mondharmonica, een zestal nummers die we ook al hoorden op CD 1 .Gilles D zorgt voor bijhorende percussie op tracks 1 & 2 en Renaud Lesire blaast de bluesharp op ‘Ci n’ sèrè mây pus come divins l’timps’, het nummertje met de Mississipi Heat Band van CD 1,weet je nog wel ? Eigenlijk staan er maar 2 nummertjes op die we nog niet kenden van CD 1 .En dat is de opener ‘Qué ‘ne bèle wasse’ (Quelle belle guèpe), krachtig gezongen en verdiend applaus en verder hebben we op 6 ‘Dji n’oûveûre qui l’londi ( en deze keer zonder vertaling) waar ook Vincent ‘Mimile’ Delire achter de micro staat en waar het publiek blijkbaar wél weet waar de klepel hangt want voluit meezingt !
Eindconclusie : Een mooi staaltje van bluesend Wallonië maar waar je ook Vlaanderen gul in terug vindt vormen deze twee CD’s, tevens een  mooie productie voor wie van traditionele Blues en roots muziek houdt !
(Winus)



Hideaway : '76’51’’'


 

'Hideaway, de groep met Brugse roots die al 20 jaar tot de absolute top behoort bij de Belgische bluesbands bracht in mei van dit jaar hun vierde en tevens jubileum CD uit. Een live album, in 2004 reeds opgenomen maar nu dan eindelijk verschenen op het Naked Productions label dat erg in de weer is met Belgische blues en roots. Dik 76 minuten want naar goede gewoonte weer aardig volgestouwd met zo’n 16 nummers van diverse origine en pluimage want Hideaway laat zich niet zomaar in een hokje prikken ! Zo starten we al direct met de jive’ Two Bones and a Pick’ van T-Bone Walker en maken we in deze instrumental direkt al kennis met de uitgebreide Hideaway formatie. Geeraard De Groote maakt nu, na eerder gesmaakte gastoptredens en medewerking aan de vorige ‘Unable to Label’ CD,  deel uit de vaste bezetting. En ook Patrick Cuyvers aan de Hammond heeft z’n vaste plaats in de band gevonden. Dat resulteert, zoals je kan horen, in een voller geluid en een band met klasse…
Jimmy Morello, waarmee Hideaway reeds enige keren met succes mocht touren als begeleidingsgroep, draagt dan weer bij tot de songkeuze van de heren want zo is ‘Bye bye so long’ al een eerste nummer van diens hand. Jean-Marie Herman soleert met overgave en we zijn vertrokken…Als funkliefhebber worden we gauw ingepakt door ‘I’ll play the Blues for you’ met Patrick Cuyvers die het orgelmatje mooi openrolt naar een majestueuze sax en ook de bass mag daar graag tussen dollen. Daarna stappen we met een steeds aardig zingende Ralph Bonte de soulballade ‘Nothing you can say’ van lloyd Jones binnen. Geschikt aansluiten doet ‘Start it up’ van Robben Ford en dat is meezingen geblazen ! De Hammond onderstreept waar nodig en Jean-Marie vergast ons weer op een lekkere solo…nog van dat ! Maar eerst maken we nog even een tussenstop in New Orleans met ‘Back to New Orleans’, weer van Jimmy Morello en mooi naar voren gebracht door Johan Guidée aan drums. Patrick Cuyvers ‘pianiseert’ bij deze gelegenheid en geeft zo de nodige franje en kleurtjes waar dit alles om vraagt. En dan is het de beurt aan ouwe radiohit en eigen nummer ‘My Blues’ uit begin jaren 90. Pickin’ guitar blues en slide en ja hoor, Hideaway is ‘on the groove’ ! Applaus volgt verdiend…
Dan zijn we al halverwege met de countryblues traditional ‘Lonesome Valley’  en ook dat wordt gebracht met het soort vanzelfsprekende gemak en relaxheid dat deze band uitstraalt. Maar 20 jaar is niet niks natuurlijk en dat zich dat vertaalt in professionaliteit mag niet verbazen…’Can’t get no rest’: dat betekent uitsloverij op de dance floor,swing your boogie en Patrick Cuyvers,’Mr.PC on the keyboard’ is goed op dreef en daarbovenop wordt het ritme aardig aangejaagd op stuwende bass en drums. Benieuwd waar de groepsnaam ‘Hideaway’ vandaan komt ? Track 10 geeft daarop een antwoord met…’Hideaway’ van Freddie King en rock’n roll is in the house met deze instrumentele opjager. Een beetje slowdown mag daarna wel met ‘Death Valley’, een nummertje dat Ralph schreef in het hete Texas en dat zich met de Texasboots door een meedogenloze woestijn laat slepen. ’Blue Hour’ dat er gepast achter hangt, heeft mooie samenzang en  machtige orgelpartijen…Geeraard mag de mooie song uitblazen.
Texas countryblues, kompleet met slide en tempowisselingen zet je soms op een verkeerd been in ‘Calling Home’ ,dat ook wat van een gospelsong in zich draagt. Maar voor een ‘kerkliedje’, zoals Ralph het aankondigt is het wachten op track 14 ,want dan volgt ‘I shall not be moved’  dat we ook terug vinden op de  vorige ‘Unable to Label’ CD. Het is een nummertje dat ook ‘Soul Spirit’(een afzonderlijk project van Ralph Bonte, met verder nog saxofonist/multi-instrumentalist én vocalist Geeraard De Groote, Patrick Cuyvers de orgelman, bassist Eric Vandekerckhove en Andrew Deherder aan vocals en gitaar) brengt bij gelegenheid van bvb.een gospelmis. Denken we recentelijk maar aan Swing 2006…
De zwarte soul van Wilson Pickett, die eerder dit jaar overleed aan de gevolgen van een hartaanval, staat Ralph even later trouwens terzijde wanneer de groep Pickett’s  ‘Mustang Sally’ brengt. En alsof de party nu nog niet zou losgebarsten zijn worden de muzikanten eerst mooi afgekondigd en gaan we d’er nog een laatste keer uitgebreid tegenaan in een beest van een zweter: Ralph’s eigen ‘Party’ ! Schitterende afsluiter en gelijk een staal van het individuele kunnen van zeer getalenteerde muzikanten in wat mag heten een topper te zijn op de Belgische én zelfs ver daarbuiten internationale scène : Hideaway !
 Nu al 20, volgroeid maar zeker niet uitgebloeid ! Lang zullen ze nog leven (en spelen) …Hip hip hip…hoera !'
(Winus)



Rob Orlemans & Half Past Midnight : 'Libertyville'

 

’Snelle vingers’ Rob heeft een nieuwe uit en je zal het geweten hebben ! Intussen reeds de zesde CD en vermoedelijk het succesverhaal van ‘Live in Chicago’ uit 2002 achterna. Te verwachten is stevige bluesrock van een hecht powertrio, goed op mekaar ingespeeld (uitgespeeld is inmiddels wel drummer Yuri Yeryomin wiens plaats ingenomen werd door Han Neijenhuis).
 Rob heeft onze Vlaamse contreien de laatste jaren aardig uitgeborsteld want was op menig festival de gesmaakte hoofdact. Weinig podia waar ie intussen nog niet stond ! Op deze mooi ogende ‘Libertyville’ (knappe coverfoto !) weer voornamelijk eigen songwerk door het vertrouwde trio, slechts hier en daar bijgestaan door een aantal ‘additional musicians’.
 ‘Fuzzbox Boogie’ gaat er meteen al hard tegenaan, dus zet die volumeknop al maar een streepje hoger, geen muziek om op te zitten dutten ! Deze boogie heeft de drive van ‘Radar Love’ van Golden Earring en is meteen de full steam locomotief waar de andere songs zich achterhaken ! Henk Jan Verstege,gastdrummer op de vorige song en ook hier overtuigend en very funky bezig, stuwt de lekkere ‘Jake’s Mojo’ door het spoor, en mogelijk maakt het vollere geluid, wegens aanwezigheid van Rene Schutte aan de Hammond of ook nog guest Jacob Dawson aan gitaar en vocals, maakt dit dat ‘Jake’s Mojo’ één van mijn favorieten is uit dit album. ‘Full steam’ had ik echter nog niet mogen neerpennen want deze trein komt nog maar net op gang ! En eigenlijk was dat nog maar een slakkengangetje in vergelijking met ‘Down on Parchman Farm’, dat gevaarlijk snel en op hot wheels door de groef gaat ! Rob zingt, Dennis O’Connor blaast de bluesharp,Piet Tromp en Yuri gaan heel erg hard op bass en drums en tussendoor krijgen we natuurlijk de gitaarsoli waar onze Rob zo goed in is. Virtuoos snel zoals wij op onze luchtgitaar nooit zullen zijn (misschien nog wat bijpompen…)   ‘When the haze is gone’ doet het daarna gelukkig wat rustiger aan, al doet onze trein wel geen stationnetje aan. Leuk ritme met gitaarlicks die hier en daar bekend in de oren liggen maar vanwaar ook alweer?...lijkt me iets van onze Pebbles uit de jaren zeventig… Alleszins goeie song die je op de dansvloer houdt. En dan krijgen we een buitenbeentje met ‘100 000 dollars’,slidegewijs op de dobro in een ‘elastisch’ geheel, beetje diep in de booze gekeken lijkt het wel, en de flarden mondharmonica geven de song de juiste afdronk… Toch mooi en ‘I need a 100 000 dollars’ geldt ook voor deze jongen hier ! Terug on the tracks dan met ‘Blues for Money’. Heavy en met scheurende gitaren en nét wanneer je denkt dat je de finale krijgt, gaat Rob de slowbluestoer op. ‘Yeah’ klinkt het dan en Piet Tromp ringt de bassen mooi zangerig d’er doorheen…’Go down’ heeft een langzaam pompend ritme dat ruimte schept voor een uitgesponnen solo waar de headbangende medemens nu kan op losfreaken. Lekker lang maar niet te…Rob weet het goed te doseren ! En dan is het weer spoorslags er van door op onze boogie train, aangespoord door ‘The Devil told me’. Satan stookt de ketel en Rob is de driver, haren in de wind. De bass bromt daar goedkeurend bij, zo lust Piet Tromp het wel, lijkt het ! Belofte Jeremy Aussems (13 jr), van The JJ-Bluesband mag daarna bij in de stuurcabine voor de gitaarpartijen met Rob in titeltrack ‘Libertyville’ en dat levert duellerende gitaarsoli en verder een uitstekend drummende Yuri Yeryomin, we zullen hem missen in de band ! Met de duivel nog steeds aan het vuur,  blijven we dan nog even bij Belzebub (of is het blub…ben niet zo goed met Duvels…) voor ‘Blues out of Hell ! Rob stevig op het wah wah pedaal voor hete gitaartoestanden. Zo kennen we hem ! En daarna, met track 11, eindigen we eigenlijk de CD met ‘Heartbreaking money’ met ene Micha percussiegewijs op de cowbell. De gitaar sleept zich bijwijlen van je ene oor naar het andere maar zo is Rob live ook. Dan staat-ie links en even later rechts op de scene… geen ‘zittend gat’ zoals wij Vlamingen dan wel eens durven te zeggen,maar die uitspraak is in het geval Orlemans zelfs een understatement. De man is één brok energie on stage en bevindt zich overal tegelijk…maak daar es foto’s van !... Zoals gezegd hebben we met track 11 eigenlijk dus ‘Libertyville’ gehad, al is dit fysisch niet echt zo, want surplus track 12 rijgt nog Susie Q en Nightlicks (live in the USA)  aan mekaar. Ach, natuurlijk mooi meegenomen maar wat mij betreft beetje overbodig op deze, voor de rest, uitstekende bluesrock CD.  Eindoordeel: Eigenlijk ben ik hier , na mijn jeugdige hardrockjaren wat op uitgekeken, maar het moet gezegd : je vindt in deze lage landen geen betere combinatie gitarist/vocalist die zo’n  professionele virtuositeit etaleert en daarbij ook nog eens over genoeg songwriterstalent beschikt om dat alles in uitstekende eigen nummers te gieten. Voor de liefhebbers een hebbeding dus, deze ‘Libertyville’ ! (Winus)



Howlin’ Bill  : 'Strike'

 

'Howlin Bill heette in 2004 dan nog wel ‘Howlin Bill and his Blues Circus’ maar maakte toen toch ook al een opgemerkte productie met ‘Cool it !’. Diversiteit troef was het toen, met toch wat eigen songs, een stevig geluid en gebracht door doorwinterde muzikanten die wisten waar Abraham de mosterd haalde (die Abraham achtervolgt me tussen haakjes al sinds ik recentelijk de kaap van de vijftig overbrugde !) Nu twee jaar later heeft de groep z’n vaste bezetting gevonden, z’n eigen sound en live reputatie is rondom wijds bekend en dus was het hoog tijd voor een nieuwe CD. ‘Strike’ is er dan nu of is het ‘straajk’ in de Antwaarpse betekenis, zo van ‘ik lig er straajk van ?’ De concertjes van voor de release en de magistrale presentatie van deze schijf waren méér dan overtuigend, maar laat ons voor de goede orde de dertien nummers toch maar eens doorlopen… Een blik op de bijsluiter leert al gauw dat het overgrote deel van de nummers eigen composities betreft en dan vooral van vocalist/harpenist en showbeest ’’Wim  Howlin’ Bill De Vos’’ en stergitarist ‘Little’ Chris Van Nauw. Zo starten we met ‘My own world’ ,een swinger die al meteen de toon zet. Blueswaarts daarna met ‘Remember the day’ en Howlin’ Bill plays the harp zoals we dat graag horen. Enthousiast gaat Chris daarna snarenwaarts en scherp in de bocht, drummer ‘Magic ‘Frank Pauwels en duidelijk een ‘Walkin’ Winne Pennincks aan de bass houden alles recht op de baan. Meteen al een voltreffer ! En ‘Pick up lines’ geeft wat levensles in een countrydeun, mooi afgerond in net geen drie minuten. De songs zijn allen kort en krachtig, méér is niet steeds beter, dat weten deze jongens ook wel…’Need a ride’, weer een ander ritme zodat de aandacht blijft, goed gezien. Zo gaan we verder met een CCR tune in ‘Strongest man alive’, met Frank stuwend op drums. En onvermoeibaar lijkt het verder door te gaan, nu weer slow swingend met ‘Pink Cadillac’ , dan weer relaxt, een rustpunt zoekend met ‘Mister X’, de harmonica in dialoog met gitaar en tussendoor dat lachje en de ‘Oohs’ van ene Miss V voor de additional vocals. Relaxen is daarna wel gedaan met ‘Circus is coming to town’. Rockabilly is in the house now, maar onze Chris kan alle stijlen aan, dus die rockin’ gitaar is bij hem wel in goeie handen. Vetkuiven gesignaleerd op de dansvloer !
‘Now you run’ is dan weer uit een funky laken gesneden en de dansvloer zal ook hier weer ‘volle bak’ zijn ! Deze mocht van mij wat langer duren met meer uitgewerkte soli maar die krijg je d’er ongetwijfeld live wél bij. Oeps, uit de weg dan weer voor de vetkuiven en de lekkere rockabilly deun ‘You got it’ met een Howlin Bill Machine die nu wel heel erg gesmeerd draait en zweten zul je !
 Dan zitten we al aan track 11, de enige niet eigen compositie ‘This time no lies’ , van Boyd Small, eens zanger/drummer van The Terraplanes uit Portland/USA maar sinds 1997 vooral in Nederland bekend en aan het touren . De song past uitstekend in het Howlin’ Bill Repertoire, jawel, it ‘fits’! Ook één die er mag wezen is daarna ‘Hell Freezes over’, ligt makkelijk in het oor en is , als je’ t mij vraagt, een potentiële hit, als ze d’ er al een single zouden uit trekken en wat pushen…

En dan zitten we aan het einde met waardige instrumentale afsluiter ‘Surfin’, compositie van Chris en helemaal zijn ding. Een fijne finale van deze CD , gebracht door een band die met de jaren gerijpt is en hier met ‘Strike’ een product aflevert dat ook in het buitenland best mag gezien en gehoord worden. Jan Ieven tekende voor de productie en dan weet je wel dat je met kwaliteit te maken hebt !'(Winus)



 5 O’ Clock Shadow  : 'Bluesband'


'Deze 5 0’ Clock Shadow bluesband voorstellen zonder even in een roemrijk verleden terug te grabbelen  kunnen we niet doen,  al wensen de bandleden zelf liever het verleden te laten voor wat het was en verder zonder omzien een aanlokkelijke toekomst in te trekken ,roem wacht immers aan de einder… Alleszins oogstte dit trio  al heel wat succes met het vorige ‘Moose’ project, al waren de topjaren dié toch wel toen sexy An Jacobs aan het vocale roer stond. Menig festival en kroegentocht zag ‘AJ and The Moose’ succesvol aantreden en de enthousiaste schare fans groeide aan zolang het duurde. Ik was  er ook één van ! Echter, An ging en ook voormalig tweede gitarist Rudy Voortmans is er heden niet meer bij. Blijven de enthousiaste Kris ‘Kirri’ Valvekens aan gitaar, vocals en de pen (op deze CD 10 songs van de 11 voor de Kirri zijn rekening!) en de al jaren op mekaar ingespeelde ritmesectie met Kris Ooms aan de drums en Jan Vermeulen aan de bass. De CD-release in The Borderline misten we al, we dronken laatst nog samen een pint op een gig van Tim’s Bluescombo en dan nu eindelijk op de draaitafel (bij wijze van spreken dan ,’t  Ceedeeke zit in ’t schuiveke van de portable…) : de boreling ‘Bluesband’ en laat ‘m maar komen !
Met ‘How Long’ zitten we al meteen in de concerttent, stevige opener met gevarieerde gitaarsoli. Daarna inventief drumwerk en solo op het enige, niet eigen ‘Mess Around’ , een ouwe hit van Ray Charles en ooit geschreven door Ahmet Ertegün, Turkse Amerikaan en  één der stichters van Atlantic Records . Tempo dat je geen hele CD kan aanhouden en daarom gaan we dan ook verder met de zachtere country deun ‘Five words’ waar dan weer ‘It’s so wrong’ naadloos op aansluit. Deze swingt lekker op een intrigerende gitaarpartij ,een walking bas en drums die het ritme aandrijven. Mooi ! en wat meteen duidelijk is : er is een songwriter in the house, de Kirre heeft het, punt uit! Afwisseling genoeg op deze schijf want ‘Nothing left’ is dan weer lekkere Mexicana, zacht dobberende bas en mooie vocals. ‘One more cerveza señor en olé’ zou ik zo zeggen. Maar mijn Spaans is dan ook erg beperkt…
Bij ‘Pink Moose’ stapt de bas goedgezind binnen en de gitaarlicks van Kirri maken van deze vlotte deun een leuk instrumentaal interludium,echter niet meer dan dat... Van de mexicana naar de ‘indiana’ dan met het ingetogen ‘Still life in Blue’,geen oorlogstroms, eerder wat weemoedigheid en naar mijn gevoel niet zo goed passend na de vrolijkheid van daarnet. Het sleept zich er zo’n beetje achter aan .De song is trouwens ook weer gans instrumentaal en dat zou je eerder niet zo bij mekaar moeten laten aanleunen,lijkt mij. Eerder iets om deze schijf mee af te sluiten… Zover zijn we echter nog niet want  hoog tijd dan om ons er terug in te gooien met ‘Don’t love me’. Boogie me baby,  met meer van dat ! Dit is ‘5 O’ Clock Shadow op z’n best en onze eerdere bede lijkt gehoord want ‘Too hot too wet’  swingt daar kort en hevig achter aan met mooie backing vocals en een  West Coast feel. De gitaarsoli van Kirri zijn nooit uit de band springend, keurig afgelijnd en laten zo direct niet vermoeden welk podiumdier hier in schuilt! De concertverslagen her en der wijzen alleszins in die richting, en ik moet de band trouwens dringend es live meemaken maar dat komt er wel van, één dezer… Intussen zijn we dan wél weer warm gelopen en gaan we verder loos op ‘Ain’t gonna crawl’, sterk maar wat lang uitgesponnen en dan nog eindigend in een fade out… En dán is the end echt near ,my friends, met het ‘ 5 O’ Clock Shadow kenwijsje’  zullen we maar zeggen. Wat braafjes, naïef vrolijk en zo lijkt het,sorry hoor, bijna de afsluiter van het kinderuurtje. Alleszins is de totale indruk vrij goed al lijdt het geheel onder de afwezigheid van enige productie. Iet of wat producer zou hier absoluut méér kunnen uit halen . De nummers staan ook niet echt steeds op hun plaats en het hoesje oogt ook al niet aanlokkelijk, maar wat belangrijker is, is dat deze band de muzikale kwaliteiten heeft en bovendien uitpakt met échte eigen songs ! Deze maand dus verdiend hier voorgesteld. Als je dan bovendien weet dat het kleinood voor slechts luttele eurokes te verkrijgen is op de webstek …'
(Winus)



 Ian Parker : 'Where I belong'



Mooie recensies rondom want deze derde van Ian Parker grijpt je dan ook terecht naar de keel ! Waar ik het eerst wat lastig had met het soms nasale stemgeluid van Parker kom ik daar achteraf graag op terug want Ian zingt erg geëmotioneerd, doorleefd en écht, met een stem die qua timbre dan wel niet een Tom Waits is, maar wél één vol soul en  doorleefdheid,al is ie dan maar dertig. Ian Parker is écht dus, en wat vertellen de nummers? Mooi in balans staat de schijf met een keurige verzorgde productie, net zoals Ian Parker’s website, waar je ondermeer al de lyrics terugvindt. Aangevuld door gastblazers op enkele songs, omringt Ian zich verder met uitstekende muzikanten zoals ‘Morg’ Morgan op piano en keyboards en de ook al uitmuntende tandem Steve Amadeo aan bass en Wayne Proctor op drums. Warme backing vocals geven bijwijlen een haast gospel feel zoals op ‘Your love is my home’ dat mooi vervolgt op titelsong ‘Where I belong’, een ware opener en even, héél even maar, refereert dit naar Neil Young. Lovestories  worden dikwijls in de teksten van Parker uitgesmeerd, soms is daar het verlangen naar bevestiging zoals in ‘Until you show me’,met die dreigende zware gitaarlicks van ‘m, en soms is het gewoon another love song, genre ‘come home baby’, dat overeind blijft door die sterke vocalen, desondanks voor mij het minst sterke nummer op deze schijf. Geef mij dan liever het vlotte ‘Waste my days’, onderstreept door gitaarlicks, tegen een wall of sound, superbe orgeltunes en backing vocals ! En dan gaan de remmen gans los in het funky rockende ‘Sweet singing sirens’ .Dreigende gitaren, stuwende drums en Dave Jenkins op de bluesharp. Tel daar de vertellende gitaar van Ian bij op en je hebt de ultieme dance mix ! En dan is het even bluesgewijs verpozen op ‘Love so cold’,in wat de Engelsen dan weer zo’n typische ‘tearjerker’ noemen. Bluesy gitaar, soulful gezongen, een emotioneel hoogtepunt ! Wij noemen dat hier ‘ne plakker’ .Grab yourself a girl en dwijl de dansvloer maar af. En verder gaan we, head shakin’ en ass movin’ op het grotendeels door de uitstekende ritmesectie gedragen ‘Before your eyes’. Verder virtuoos gitaarwerk en some slide too, Yoo hoo ! Een ander emotioneel moment dan met die schrijende gitaar van ‘m is ‘Don’t hold back’ .
Het rijt Parker open en haast in tranen komt dan ‘If love has me on hands and knees, tell me that you’ll still be there for me ! Héél sterk en je blijft wat stilletjes achter… Overtuigend vervolgen we met  ‘You could say’: een bluesstamper, ‘the Parker way’ en dus ruimte latend voor mooie refreintjes, steeds met veel aandacht voor tekst en inhoud, anger rushes through his vains !
Perfecte afsluiter is op het einde dan  ‘Told my girl to go away’,badend in drama. Sfeerbepalend is de roffel van Wayne Proctor en de pianoaanslagen van ‘Morg’ Morgan. Een getormenteerde Ian Parker  laat de scène leeg achter …

Teveel lof in superlatieven ? Proef deze zeer verzorgde schijf dan maar zelf… vanaf 23 maart in je platenzaak !' (Winus)



 

Steve Fister Band  : 'Live Bullets'



'Echt een intro is ‘ True Grit’, de instrumentale opener van deze nieuwe van Steve Fister,die hem, tourneegewijs door half Europa leidde (ook door België) tot in ‘Charly’s Kneipe’ in Oldenburg toe,waar dit live album werd opgenomen voor een enthousiast publiek, dat hoor je! Veel blues valt er anders niet te rapen op deze schijf buiten het ‘Zig Zag Talk’ en afsluiter ‘Pay Bo Diddley’, als je wil. Verder rockt het wel alle kanten uit in ‘She aint lonesome’,’One way Ticket’ en de ‘medley’ ‘Baby please do’nt go’-3rd Stone from the sun-Radar love’, met steeds weer dat verbazende vingervlugge gitaarwerk van ‘m,soms subtiel plukkend aan de snaren, meestal echter voluit huilend en schreeuwend . De zangpartijen zijn eerder schaars en slechts een aanloop naar  al dat instrumentale powerwerk. Voer voor luchtgitaristen aller landen en dat zijn d’er velen ! Uitschieters ? Wel, ‘JB meets JB’ mag er best wezen met dat funky rhythm en de bijna ballad ‘ Age of great dreams’ had mooi kunnen zijn zonder die tempowissel,soms is het toch wat ‘erover’. Verder is er een (korte) versie van ‘Tommy’ en dan denk je vaneigens terug naar de hoogdagen van Focus.
Steve Fister wordt begeleid door een uitstekende ritmesectie met Barend Courbois aan de bass en Hans in’t Zandt aan de krachtige drums. Muzikanten die op tijd en stond ook es in het voetlicht gezet worden en dat levert bvb. een hele ‘dribbelende’ bassolo op in het reeds genoemde ‘JB meets JB’. Ik ben niet echt een hevig liefhebber van dit genre maar het mag gezegd worden : Steve Fister kan écht wel een stukske gitaar spelen! Voor diegenen die het dus graag wat harder en nijger hebben is deze nieuwe van de Steve Fister Band dus aanbevolen stuff !'
(Winus)



Julian Sas : 'Resurrection'



'We moesten  geen twee jaar wachten sinds ‘Twilight skies of life’ in 2007 verscheen want intussen hadden we ook al de DVD ‘Dedication’ alwaar we Pieter Van Bogaert nog aantroffen op de Hammond,
maar die is  intussen wel verdwenen.Julian vond het niet zo in dit nieuwe concept passen en nu blijft enkel nog Tenny Tahamata als de vertrouwde companion op bass en verder treffen we nieuwkomer Rob Heijne,voorheen van de Ruben Hoeke Bluesband, aan de drums. Back to basics dus in een traditionele driemansformatie, een rebirth óf als je wil, een ‘resurrection’ . Intussen zijn we ook al aan de 10e CD uitgave… had ik me wel even misteld bij de vorige bespreking ! Deze keer zit Julian goed op het Provogue Records, waar ook die andere gitaargoden (Walter Trout,Dave Hole, Rob Tognoni e.a.) hun plaatsje vonden. Dit in een 10-daagse productie, een opname in de vertrouwde repetieruimte, een boerderij in Duitsland en de opname zou heel erg de livesound moeten benaderen. Laten we dus maar gauw es luisteren…
Stevige up tempo boogie krijgen we meteen voorgeschoteld in ‘Moving to Survive’, een heel gedetermineerde Julian laat het direct weten: ‘I will move on, I will survive’ . Overtuigend, net zoals in ‘Burning Soul’ ,slidegewijs over the highway. Sterk gezongen volgt dan ‘Runnin’ all my life’,the blues zeer aanwezig en verder Julian toch weer groots solerend. Tenny Tahamata kneed daar steeds die zware bass doorheen en Rob voelt zich hier al heel erg thuis, klinkt allemaal als een formatie die mekaar goed aanvoelt. Slowblues time dan met ‘All I know’,een zoeken naar de zin van alles, in ‘a worried mind’. Daarna d’er terug stevig tegen aan in ‘Ain’t no change’ met een gitaar die wat van alles met zich meedraagt, wah wah en  slide, uitbundig maar nooit onbeheerst, de songs, weer 9 eigen songs trouwens, hebben een ‘keurige’ opbouw en afhandeling. Nee ,songs schrijven kan die Julian intussen wel !En zo komen we aan titelsong ‘Resurrection’,gedragen door het ritme van de drijvende en klotsende drums  van Rob, aangepord door Tenny. Een mooie song in z’n geheel. En dan mag het terug wat kalmer aan  in ‘Stranded’ met dat haast akoestische steeds terugvallen op het songthema…weer een hele mooie ! En wellicht het meest heavy nummer krijgen we naar het einde toe met ‘Junkies Blues’. Hier krijgen we Julian voor het eerst in deze productie op de bluesharp, naast een stevige portie slide en rauw vocaalwerk. Sterk, en ongetwijfeld ook live een topper.En dan zijn we al aan het einde. Show is over now, lights go low voor ‘Wrong way down’, een slowblues met huilende gitaar natuurlijk en een pling plong endtune.
Eindconclusie: geen resurrection, eerder ‘continuance’ op Julian’s  gekende eigen bluesrockwijze,steeds dus met veel aandacht voor songstructuur en teksten. Niet voor niks één der grootsten van de bluesrock  in Europa !'
(Winus)
 




 Poplawsky  : 'Moving On'

'
Géén nieuwelingen, dit Poplawsky, wél een uitgebreide bezetting van good old ‘Blue Chevy’s’ die meteen ook hun muzikale horizont verruimen, vandaar dat ‘Moving On’. Niet echt meer die fifties/sixties feel die er vroeger dik op lag, al  blijft hun sound wel heel herkenbaar.De gitaarlicks van Frédéric, het strakke drummen van broer Philippe Martello, de zangpartijen van Kris Bries, bijtijds met een sneer vette bluesharp er bovenop, en de upright bass van Jan Van Parijs, ja da’s een heel herkenbaar gegeven. En nu dus aan-en opgevuld door keyboardenist Jan Ursi, méér als ‘begeleidend orgelist’, en die voegt er rake tunes aan toe ! Dat  alles in een productie van Amerikaanse Teddy Morgan, die op een aantal tracks ook de rhythm guitar hanteert. Email-gewijs is dat trouwens met hun idool Teddy allemaal begonnen. Die was enthousiast geraakt na het beluisteren van hun eerste CD ‘Birdcage Motel’ (waar wij tussen haakjes ook bij betrokken waren) en toonde zich dan ook bereid om de productie van deze nieuwe voor zich te nemen. Filip Casteels (ex El Fish)was de man achter de knoppen bij die eersteling toen en nu dus dé grote Teddy Morgan gestrikt, daar zit wel degelijk muziek in die mannen, denk je dan. Maar duidelijk wel Amerikaanser nu !
 Na de CD-voorstelling in de Leuvense Blauwe Kater, ligt het schijfje uitdagend hier voor mij in zijn donker-grijs-groene  tint en bij–de-tijdse layout, helemaal af en klaar om in de player te gaan ! So, let’s hit it !
 Opener ‘ I belong’ heeft zeker hitpotentieel want een heel meeslepende gitaarlijn die live echt groots aanvoelt. De vorige CD ‘Birdcage Motel’ had ook al 2 potentiële hits in zich met ‘Follow the moon’en ‘Witchcraft’ , en hier heb je ook al meteen prijs, ‘I belong’ is gewoon erg goed ! Benieuwd hoeveel we er zo nog gaan tegen komen…
‘Moving on’, met het aanzwellende orgel én pianopartij is een mooie song en wéér een nieuwe bovendien van songwritersduo Martello/Bries.Ja, je hebt het of je hebt het niet en zij hebben ‘het’ dus duidelijk wel…Hier naar het einde toe weer die intrigerende gitaar van Frédéric, mooi. ‘Chasing Dinosaur’ vindt dan terug meer aansluiting bij hun vorige werk. Kris aan de mondharmonica en een Jan Van Parijs hiphoppend verder. Leuk live on stage bovendien ,met een bas die wel eens de lucht wil in gaan ! Philippe drijft het ritme met slagen die aan komen…’Let it slide’ vervolgt dan met een electrische piano die lekker in zet maar toch is het telkens weer  Frédéric aan gitaar die  het mooie weer maakt ! Hit nummer 2 ? Beter in ieder geval dan ‘Sit down and talk’ dat niet echt ‘slecht ‘ is maar eerder iets heeft van ‘sorry, daarnet ook al niet gehoord?’ Klinkt een beetje te bekend en wordt daardoor wat magertjes en daar kan die sprankelende piano ook niets aan verhelpen…Neen, geef mij dan maar de vettige swamp van ‘Sitting on a stone’ waarbij Norman Greenbaum’s ‘Spirit in the sky’ mij wel even door de geest speelt.Kris in grote vorm ! Ambiance ! En die zet zich voort op ‘Get it rolling’ met dat grappige Farfisa orgeltje er bij. Wanneer de bluesharp er dan ook nog bij komt, kan het voor mij niet meer stuk, dit hoort bij de betere nummers op deze schijf. ‘Blue sky’ dan, met een zangerige zware bass en een Philippe die maar blijft gaan, stopt, wat mij betreft, te vroeg,deze song was nog niet aan z’n end, had ik graag nog wat zien uitlopen… Nu echter komt ‘ True love’ daar wat roet tussen gooien want verzuipt als het ware  in de vettigheid, sorry hoor, voor de uitdrukking. Misschien is die wel de moeite waard als song maar mij klinkt het veel te verzadigd, gaat er echt wat ‘over’. Afsluiter ‘Stabbed down’ heeft daar ook  wat last van maar biedt voor de rest genoeg originaliteit met weer dat speelse orgel, ‘pole pole’ zomerse gitaarlicks en percussie. Een waardige afsluiter van een plaat…die je moet spelen…Jawel, een eerste beluistering riep wat vragen op maar hoe meer je deze schijf draait hoe beter ze wordt of werd dat al ergens gezegd ? Hoofdstuk ‘Blue Chevy’s lijkt hiermee in ieder geval definitief te zijn afgesloten. Wat blijft is een boeiende groep met een unieke sound en feel, ik ken zo geen tweede hier in België. De songs stáan er, al is het wel even opletten wat ballads betreft, want die gaan al gauw op mekaar lijken. Muzikaal talent is er ook al met bakken in huis, dus wat heb je nog meer nodig om te starten?  Poplawsky, go for it !'
(Winus)



 

 Fried Bourbon  : 'Boogie blend Blues'


'Dat Steven Troch het ééns zou maken in de blues hadden we al lang door, remember Dirty Dogs, een formatie die een tiental jaar terug al een absolute positieve indruk op ons na liet. Fried Bourbon, dat kort daarna volgde had ook al die feel. Jonge gasten die het authentieke roots ’n blues pad opgingen met een geluid dat je direct herkende. De gitaarlicks van Tim Ielegems ,the voice, harpspel en performance van Steven Troch liepen in de kijker en Jurgen Claes was er toen ook al bij aan de groovy drums. Je kan dus haast zeggen dat deze formatie in deze samenstelling al bijna 10 jaar meedraait ware het niet dat even nabladeren in mijn little historyboek leert dat Jelle de Keersmaeker ook een hele tijd die bas beroert heeft. Fried Bourbon kende dus weinige wissels maar Jelle ging en Patrick Houthooft daagde op, het Fried Bourbon zoals we dat nu kennen draait intussen al sinds 2004 mee en doet dat steeds sterker. Ooit begeleidden zij meer dan eens onze Roland Van Campenhout, al decennia lang het gezicht van de Belgische Blues en nu zit–ie bij hun achter de knoppen (in de studio dan wel) en bespeelt bijwijlen de omnichord . Goed gezelschap en d’er kan der altijd nog eentje bij, weliswaar als guest, maar wedden dat hij méér te zien zal zijn, nu hij ,believe it or not, in België woont : Gene Taylor, wijds bekend van (we noemen er maar twee : Canned Heat en The Fabulous Thunderbirds ! ) Dan denk je toch al gauw: Gene Taylor mag dan al nen toffe zijn maar die speelt toch niet met iedereen, nee hoor: die herkent talent ! Enorm benieuwd dus naar dit plaatje (want zo ziet het er ook uit, deze platengroevenlook is in !, voor wanneer terug naar het vinyl ?)
‘Go Ahead’ geeft aan waar ze voor gaan: rhythm ’n blues met een vlam in de pijp ! Boogiewaarts met ‘Stuck in the Mud’ en als ik zo die gitaar hoor denk ik zijdelings ook even aan ‘Tim’s Blues Combo’ want die jongens brengen ook zulke vette swamp, trouwens CD ook te verwachten één dezer maanden… Mooi puur Fried Bourbon, zonder daarmee aan Gene Taylor’s inbreng afbreuk te willen doen. En humorloos is Fried Bourbon ook nooit geweest. ‘Blue Picasso Night’ is een soort zwoele Mexicana, een tango met Juanita? ‘Burnerby Square’  gaat dan weer rockwaarts, Gene begeleidend op de honky tonk piano, Tim ook solowaarts en Jurgen daar druk roffelend tegen aan. Geen tijd of zin om stil te staan, dus jump ahead dan maar op ‘Turkey in the Corn’ , ongetwijfeld ook live goed voor een jive ! Morning Train’ met ‘Yeah yeah yeah yeah’ koortje gaat daar leuk achter aan en brengt Steven als bedreven harmonicist naar voren, ’t mag toch gezegd worden ! Op ‘Fry day’ klinkt die harmonica dan weer wat verveeld maar de gitaar van Tim toont zich speels als vanouds. Net als in ‘Poontang’ , een snelle jive waar bass en drums het tapijt openrollen  voor die krolse gitaar van  hem. Een hele goeie ! En zou dat die ‘Zenn percussion’ van Roland zijn die we te horen krijgen in ‘Same old World’ ? Niet slecht, maar ik ga toch eerder voor de swing van ‘Lushhead’ . Spijtig dat de piano van Gene Taylor zich slechts begeleidend uit, solootje hier zag ik wel zitten, maar Gene houdt zich wel heel erg gedeisd, op alle songs trouwens, af en toe een stapje naar voren mocht, wat mij betreft…’Soeshine Boy’ daarna komt voorzekers uit Chicago, dampend en sweaty en daar mag een lower tempo ‘Babylon’ achter aan, dat in vibrato mag eindigen,  zeer fascinerende tune, heeft iets speciaals… je ne sais quoi…Tim Ielegems doet me anders dikwijls denken aan die andere grote Belgische rootsgitarist, Frédéric Martello, vroeger Blue Chevys, nu Poplawsky…
En dan eindigen we met ‘Streamline Baby’ maar we hebben de indruk dat het feestje niet helemaal gedaan is. Helaas geen bis maar haast 14 nummers lang in hoog tempo door de groef, dat vraagt naar méér…ben benieuwd wanneer ik deze jongens nog es live op de planken zie want helaas, de CD release voor een enthousiast  Luchtbal toch wel gemist zeker ! Spijtig genoeg, want deze CD is een opsteker voor de hele Belgische Bluesscène en dus absoluut en warm aanbevolen !'
(Winus)



The Rhythm Junks: 'Pop off'

 

'Weinig of geen bluesreleases geweest, de laatste tijd, dus grijpen we naar ‘Pop Off’ , de nieuwe van The Rhythm Junks en intussen toch ook alweer een tijdje uit. De vorige ‘Virus B-23’,uit 2005, stond bij ons hoog aangeschreven en dus waren we erg benieuwd naar deze opvolger. Zou die even sterk zijn ? Een eigen geluid, funky en gesteund door uitstekende instrumentalisten, deze keer met gitarist Geoffrey Burton aan de knoppen, de rechterhand van Arno en reeds in jarenlange samenwerking met Pieter-Jan De Smet, die hier ook op de guestlist staat, kwestie van de vocale partijen wat te verrijken. Steven De Bruyn is nu eenmaal beter op harmonica, geef dat maar toe. De band heeft sinds z’n ontstaan wat door woelige wateren gevaren en de bezetting ziet er al een tijdje anders uit dan in den beginne. Centraal staan daar nog de oprichters Steven De Bruyn en drummer Tony Gyselinck, maar Jan Muës is af, trompetten zijn nu in handen van Yves Fernandez Solino (op de vorige CD nog als guest) en Marie-Anne Standaert. Walter Baeken blijft heel standvastig aan de saxen en bass klarinet en voeg daar bovenop nog Peter Verdonck aan de alt-en baritonsaxofoon en dan is de blazerssectie kompleet. Jasper Hautekiet staat nu aan de bassen, Jan Ieven is ook af. Dat zijn de startposities voor deze bunch, fasten seatbelts, we gaan van start ! ‘Join the Bus’ start het feestje en nodigt al direct uit op de dansvloer, leuke poppy melodie, die trouwens de laatste maanden veel gedraaid werd op de radio, een hit dus ! Chantal Willie staat Steven bij op vocals .Het enige dat (mij alvast) stoort is dat repetitieve vibrerende omnichord geluidje op de achtergrond. Dat komt trouwens dikwijls in andere vorm terug op vele andere tracks, als je er op let krijg je de kriebels ! Zo ook op ‘Panamajumbo’, dat verder wat mamboachtig voortschuifelt. ‘Kerosene’ drijft op hoge wolken door de lucht,relax maar ijl, lijkt mij te kampen hebben met zuurstofgebrek. ‘The Machine’, ook al bekend van de radio tsjoekt op het ritme van de drums door het spoor. De blazerssectie onderstreept en ergens in het koor zingt Pieter-Jan De Smet ook mee.’ Meiske’ tikt op nummer 5 zachtjes verder, Steven op harmonica en fluitend, Tony Gyselinck op percussie. Het roept een beeld op van een voorbijgaand wandelaar tijdens de siesta, wel mooi maar erg kort… ’Number from Heaven’ steekt dan weer de vlam aan, een stuwende ritmesectie en Steven op harmonica maar helaas weer te vroeg gedaan, ik had de nestels van m’n dancing shoes nog maar nét dicht ! Gelukkig is daar dan ‘Monk it Up’ met die orchestrale blazersuitvallen, Steven volmondig op harmonica en jive that ! Chantal Willie steekt voor een tweede keer ook een tandje bij, mooi ! ‘Best kept Secret’ vervolgt met een wat ‘On the road again’ (Canned Heat remember ?) song, opgejaagd door een soortement van zweepslaagjes, ride that horse ! ’Pop off’, titelsong en eigenlijk meer ‘titeldeun’ laat zich waarschijnlijk uitstekend gebruiken om de live set in te leiden en is ook niet méér dan dat, 1 minuut en al gedaan …’Wham Bam’ is dan weer de ‘Rhythm Junks’ groove die we kennen, met een leidende,vette bas, uitbrekende blazers en een Tony Gyselinck als jonge hengst aan de drumkit. Dan weer een kuierende bass en een slaperige Steven De Bruyn aan harmonica en gebroken stem vraagt zich af: ‘Why can’t I get out of my bed ?’ De blazers beamen eveneens slaapdronken… een….geeeuwwww…blues, als je wil…En dat in schril kontrast met cover ‘Moskow Diskow’ van Telex dat hortend en stotend de spotlights opzoekt ! ‘Flow back to the Bow’ mag dan smakkend declarerend afsluiten en laat ook nog es een remspoor achter, een afsluiter, punt. Wat geeft dat als eindresultaat ? Een aantal stevige songs en een aantal nummers die in de startblokken al sterven. Die oogst is , ondanks de radiohitjes, toch wat schraal. Deze unieke formatie met sterke ritmesectie en blazers en dus géén gitaren (!) , mag méér werk maken van de songs alvorens nogmaals een nieuw werkstuk af te leveren, kwaliteit is er zeker in huis, alleen zitten we misschien met wat weinig inspiratie ?'(Winus)



Candye Kane : 'Guitar’d and Feathered'


'We raakten er maar niet aan toe, aan de bespreking van deze fijne CD die ons  al van begin juli ligt op te wachten maar misschien is het tijdstip juist nu  beter en alleszins erg welgekomen, zo vlak voordat deze madam in de nakende herfst, zeg Oktober, door Nederland en België gaat komen touren ! Turbulent leven en slechts laat voor de blues gewonnen, niet zo onschuldig zoals ze uit haar mooie oogjes kijkt, wat betekent dat alemaal muzikaal ? Sinds ‘Home Cookin’, haar eerste CD uit 1992, gingen er vijftien jaar en nog es zes CD’s in de tijd voorbij. Haar succes (7 keer San Diego Music Award als Best Blues Band en vele andere prijzen), een indrukwekkende carriere in de rand tussen pop, rock en uiteindelijk blues, maakte dat deze indrukwekkende podiumartieste héél wat medemuzikanten leerde kennen die haar nu maar al te graag wilden begeleiden op haar achtste album, uitgebracht op het Duitse Ruf Records. Producer is voormalig gitarist van Muddy Waters, Bob Margolin. Diverse gitaristen betekenen ook vele stijlen, een gevarieerd geheel is het dus wel geworden ! Junior Watson mag openen op de heel dynamische jive ‘My Country Man’ en meteen is wel duidelijk welke natuurkracht in het vrouwmens Kane schuilt ! Een ruigere versie van Janiva Magness, om maar ergens mee te vergelijken…Dave Alvin op de National steel guitar en Bob Margolin zelve maken het lekker knus op het akoestische ‘Back with my old Friends’. Sue Foley is next en drijft het tempo wat op in ‘ When I put the blues on you’ en haast even mooi maar weer wat anders, in a Django way, brengt Jeff Ross ‘I m not gonna cry ‘ tot leven. Candye is telkens heel prominent en gevoelig vocaal aanwezig, het leidt geen twijfel dat zij het zonnetje in huis is, ondanks de soms zware, uit het ware  leven gegrepen teksten… Sue Foley voluit solerend, Billy Watson aan de harmonica, de lekkere akoestische bass die door de melodie stapt, wat kan het miserabele leven toch ook erg mooi zijn op ‘I done go over it’ ! Net zo op ‘Goodbye my heart’ met die machtig warme orgeltonen en de wah wah van Heine Andersen, een ‘tearjerker’ die er wezen mag. ‘I’m my own worst enemy’ met koortje verbloemt weer maar eens de lotsbelevenissen van C. ‘Fine Brown frame’ van Mayo Wiliams mag wat later  ook niet ontbreken, is bij Candeye in goede handen en brengt tevens Kid Ramos aan de acoustische gitaar. Hele andere koek dan met Ana Popovic aan de huilende zessnaar in ‘I’m lucky’. En wat zo mooi is aan C., is dat zij dikwijls ook voluit gaat maar nooit schreeuwerig over komt, ze heeft een warme stem en klinkt als de mama waar je graag bij thuis komt… Delta ragtime of gospel ? C. verzoent ‘Jesus and Mohammed’ terwijl Bob Brozman de National Steel Guitar beplengelt. Maar ‘k hoor haar toch liever al jivend in ‘Club of foolish hearts’ en Sue Palmer beaamt dat graag op de boogiepiano.
Of ook nog op ‘We’re long ago and far away’, basics met Bob Margolin zelf on front. En voor je’t weet zit je zó aan ‘t end want deze plaat sleept je helemaal mee ! ‘Crazy little thing’ met Poppa Chubby aan de gitaar sluit het feestje hier af. Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Mis vooral deze flamboyante tante niet als ze in oktober op een podium in je buurt staat ! Zwaar aanbevolen !' (Winus)



Bass Papa : 'Bass Papa'

 


Bass Papa, da’s dan duidelijk Jan Meijers, zoals ie daar op de hoes prijkt. Goed idee ? Dat weet ik nog zo niet want Bass Papa staat voor méér dan die ongetwijfeld drijvende kracht van Jan. Bass Papa is dan wel zijn nieuwste ambitieuze project (samen met manager Wilfried Brits van o.a. Admiral Freebee) maar staat of valt ook door het verenigde talent op deze schijf. Laurence Putman aka ‘Larry’ is immers frontdame en schaart mede rond zich een aantal zwaargewichten als Steve Wouters (Last Call) aan drums en Mario Pesic (Camden) op gitaar en diepe vocals. Niels Verheest (Whodads) aan de keyboards  en Nicolas Lefevre aan sax maken deze groep kompleet tot een goed geöliede swingmachine want hey, de ‘blunk’ is back in the house en waar kennen we dat nog van ? Het succesverhaal ‘Blue Blot’(waarvan Jan Meyers medeoprichter was) dat in z’n (te) korte bestaan 3 gouden albums scoorde kennen de meesten onder ons wellicht nog van kortbij en hoeft toch niet telkens opnieuw verteld? In z’n haast tienjarig bestaan (en dan heb ik het enkel nog maar over de ‘originele ‘ Blue Blot, die met charismatische Luke Walter Jr aan het roer, speelde deze band overal de pannen van het dak en bracht die ‘blunk’, dat eigenzinnige soulvolle brouwsel van blues en funk onder ons,genieters. Amerikaans getint, dat wel, maar apetrots waren wij want Blue Blot was wél Belgisch ! Ja, en dat verhaal moest er even bij want was Laurence Putman, say Larry, niet die zangeres die ook laatst nog op het podium stond met Blue Blot? Dat was nog na de Steve Clisby en
Tony O'Malley periode,remember? Zij kent dus het klappen van de zweep en heeft de voice en guts om daar vooraan on stage te staan. Had Larry daar tussen ‘de guys’ dan misschien wel geen betere coverfoto geweest? Sorry Jan, leuke pic, dat wel, maar voor die ‘groepsfeel’ ware het naar mijn bescheiden mening beter geweest. Wat meer glamour langs de buitenkant mocht wel want de muziek binnenin, ho maar,die spat er zo wel uit ! Dat begint al met ‘Undercover agent’ van Tony Joe White en dat was ook lang geen onbekende voor Blue Blot ! Strakke drums en meteen in the groove, een perfecte opener, Larry en de rest hebben er zin in ! Het eigen ‘Last call’ mag er anders best naast staan, ademt eenzelfde sfeer…en dan raakt alles gedrenkt in magie, het lijkt wel of de geest van Luke Walter Jr hier rond dwaalt. Heel sterk gezongen door Mario Pesic, deze ‘Here I am’ met mooie flarden keys en sax en dan die bass van Jan die daar doorheen dreunt ! ‘Imagine’ van John Lennon krijgt er ook een andere dimensie bij in een eigen arrangement, een waar  gospel moment. ‘Good man bad’ , gitaarstrepen, rollende hammond en een meer-sporen blazers achtergrond. Tel daar Larry en Mario bij die samen een stel lekkere stemmen hebben en dan heb je een beresterk nummer. En zo gaan we ook verder op ‘Baby, I love you’ van Ronnie Shannon en bijwijlen voorziet Mario dat alles van lekkere gitaarlicks en solo. En dan mocht het mijn part terug meer up tempo gaan maar dat mag nog even niet wezen.’Nothing I would not do’ van Tony Joe White is songgewijs zeker niet slecht met hier ook weer een mooie saxsolo van Nicolas maar eigenlijk zat ik meer te wachten op iets als ‘Someone told me’, zweterig en uitdagend, het ruigere werk ! En dan, terug uit de soulblues schuif, ‘If you go’ van de legendarische Nighthawks, sterk, haast ‘orchestraal’ gebracht met die huilende gitaarsolo van Mario daar bovenop en achter... Eigenlijk de perfecte afsluiter ware het niet dat we nog even te gaan hebben en gelukkig maar ook want ‘Sneakin’ Sally through the alley‘ van die andere betreurde, Robert Palmer, krijgt nu ook een heel stevig jasje aangemeten, blijf daar maar eens stil bij staan ! En ook ‘In time’ van Mario Pesic staat tegen een wall van blazers en keys, sterk doorjagende bass en drums en die gitaar van ‘m aan begin en end geeft het nummer nog wat rockballs mee…Gedaan dan?... Nog een uitstervend ‘Loveletters straight from the heart’(Victor Young/Edward Heyman) krijgen we onaangekondigd mee…lijkt overgewaaid te komen van een kouwe kermis en een beetje verkild blijven we achter… Voor even maar want deze Bass Papa staat in z’n totaliteit toch wel erg sterk in de schoenen ! Alleen zal dit wel België wezen en krijg dit hier maar verkocht ! Ware dit apelandje maar the UK,de States of zelfs maar Holland, dan schoot dit mogelijks gelijk een raket omhoog ! Nu, soit, dit album is nog maar net goed gereleased, dus is het nog even afwachten hoe dat hier gaat ontvangen worden. Wij duimen alleszins en voorzien deze productie, bij wijze van spreken, van ons kwaliteitslabel. Als je van goeie stevige soulblues houdt en een hart hebt voor de blunk , dan haal je deze meteen in huis !'
  (Winus)



David Gogo  : 'Vibe'


'Deze David Gogo, what’s in a name, zijn échte naam (beweert de bio) ! , is een blijver en zet met ‘Vibe’ (nogal onduidelijk, zijn zesde of zevende CD ?) een sterke schijf neer die het succes van ‘Skeleton Key’, met hits als ‘Personal Jesus’ en ‘Signed,sealed, delivered, I’m Yours’,mogelijk zal evenaren.’Love in the City’ met guest Tom Wilson haalde alvast de rock charts in Canada, waarvan ie afkomstig is en met andere beroemde gasten als Jeff Healey op opener ‘She’s alright’,waar beiden op gitaar duelleren zit je wel goed. Dat nummer refereert naar de Stones of naar CCR als je wil, zeker als je de sterke stem van David er mee in calculeert. Allemaal eigen nummers of samen geschreven met o.m. hitleverancier John Capek en begeleid door goed volk als Billy Hicks aan drums, krachtig invullend, Jay Stevens aan de  soms zangerige, dan weer strakke bass en een superbe Brendan Hedley aan de keyboards die dat allemaal open trekt, kan David zich helemaal geven in songs die wel rockgeaard zijn maar tevens wortelen in een rhythm ’n blues tradition. ‘300 pound shoes’, met aardige slide wisselt graag met het ophitsende ‘Silk and Stone’ of ‘Cry Harder’ dat mij onwillekeurig herinnert aan die drive die Chris Spedding vroeger ook al had. Ruimte voor ballads ? Niet echt, al pompt ‘I’d do anything’ daar naartoe en ‘Something ain’t right’, daar kan je ook op slowen,al blijft het tempo wat aan de hoge kant,maar da’s wel een hele sterke song met mooie backings daar bovenop. ‘Hey Juanita’ weegt me eigenlijk wat licht in dit geheel, een vlot popdeuntje met wat Parfisa orgeltje. Nee, dan liever ‘Hit me from above’, stevig rockend met die guitarwallsound en drums en dat lijntje mondharmonica van Gerry Barnum.En voor de blues puristen is er natuurlijk ook nog afsluiter ‘Why don’t you show me’ , waar David Gogo toont waar ie ook zo goed in is: snerend gitaarwerk in a real blues tradition. Spoorde SRV himself in een ver verleden David niet aan om zich op de blueshighway te begeven ? Het lijkt er op dat het verhaal van David Gogo beyond de blues rijkt met eerder knappe eigen rock getinte nummers, hitgevoelig ook. Tel daarbij een sterke voice en een prima gitaar, someone to remember !' (Winus)




Hombres Amplificados  : 'Hombres Amplificados''


Een mini CD uit 2007 ligt al enkele weken uitnodigend te wachten op bespreking. Een CD van mannen die al langer (zouden moeten)weten hoe ze de gas moeten laten branden. Het bijna volledige ex Mr.Morefun uit het Antwerpse tekent immers in deze bezetting als ‘Hombres Amplificados’, de ‘versterkte’ mannen met waarschijnlijk Spaans of Italiaans krachtvoer (daar kan bassist Roberto Simoni (ex Zoots en King Shaggy) mogelijks voor iets achter zitten ?
 En ? Is het ook straffe kost wat we hier mogen aantreffen ?... Laat ons direct duidelijk wezen, sterke technische muzikale hoogstandjes krijgen we niet voorgeschoteld en het slidegitaarwerk op opener ‘The Load’ is dan best wel leuk, maar die slide ondergraaft tevens de dynamiek van het ganse nummer,dat trouwens verder ook wat te uitgesponnen is. ‘Restless man’ lijkt daarin wat beter, al lijdt dit stuk dan weer onder een ‘roerei’ keyboard en wij willen de Lesley horen komen aanrollen… niet dus...’Devil’s end’ van track 2 slaan we voor ’t gemak maar over wegens wat te poppy en voorspelbaar. Een reggea nummertje da’k hier niet op z'n plaats vind staan, is ook wat overladen met voorspelbare dingetjes uit het genre... Live heeft dit altijd wel z’n aanhangers, da’s waar, maar dit is toch niet waar ik híer zat op te wachten. Nee, dan nog liever de gezellige countrydeun van ‘I feel fine’, al mocht de piano hier meer de pannen van ’t dak swingen, maar tempo en timing zitten wél goed. En de uitsmijter ‘mother funky white boy’? Wel, die is dan uiteindelijk toch het laatste lichtpunt ! Opgejaagd met de boogiehark het hekken uit, zó mochten er van ons wel meer op het schijfje staan. Want deze jongens maken er écht wel werk van, allemaal eigen nummers... De stem van Hobo Joe (Johan Loisen) zit meestal goed en die gitaar van ‘m klinkt ook wel lekker en hoewel de ritmesectie dit alles aardig aanzwengelt,mist het geheel al bij al toch de balls,die  ‘drive’ en de baarlijke vlam in de pijp... Misschien moet je deze band nog wat respijt geven, nog wat laten ‘amplificeren’ ?...(Winus)



Rusty Roots : 'Electrified'


'Deze  ‘Electrified’ ziet er langs de buitenkant al net zo verzorgd uit als eersteling ‘100 Miles’ en veronderstelt met producer Mark ‘Tee’ Thys, ook nu weer aan de knoppen, dan ook continuïteit, een verdergaan op het ingeslagen pad van de West Coast Blues. Maar al gauw merk je echter dat hier één en ander veranderd is. Zo is de sax van Steven Scheelen ingeruild voor de Hammond B3 van JJ Louis, de grote broer van Big Dave. Bijzonder goeie aanwinst, deze toetsenwizzard, al sluit het één natuurlijk niet noodzakelijk het andere uit. Sax kan best broederlijk naast het orgel bestaan. Maar laat ons vooral eens luisteren hoe dat allemaal in de praktijk klinkt…
Wat direkt opvalt bij het lezen van de credits is dat hier aardig wat eigen werk in zit, zo ook is titelsong ‘Electrified’ uit eigen pen geslopen. Mooie song, rielekst voortgeroffeld door Mr.Tutt en knap gesoleerd door Bob Smets aan de gitaar. De Hammond vult dat verder allemaal mooi in, alle gaatjes zijn gevuld en als bassplayer blijf je dan wat gefrustreerd op de achtergrond denk ik dan, want zo’n Hammond neemt met het voetenwerk meteen ook de baspartij mee. Benieuwd hoe Mr. Body (Stefan Kelchtermans) dat aangepakt heeft, moet hem dat bij gelegenheid toch es vragen…)..Nog een  bedenking heb ik bij de mix van de vocals. Die zit, wat mij betreft, ietwat te ver naar achteren maar dat herkennen we ook al van de vorige CD die ik ook graag wat ‘direkter’ had gehoord. Verder vind ik het totaal ontbreken van de sax een gemis maar desondanks deze eerste, vroege bezwaren maakt deze ‘Electrified toch een hele,héle mooie start ! Je voelt dat dit goed zit, al gaat de tocht dan niet meer cruisin’ langs de West Coast maar  eerder soulwaarts, richting Detroit en Memphis. Zo ook met ‘It’s yours to spend’ , met die lekkere Hammond van JJ en ook BeeJee klinkt nu al veel meer op de voorgrond. Ook weer eigen werk nu  en ik voel dat ik in superlatieven ga vervallen,maar dit is werkelijk wel heel  erg sterk ! Cover ‘I found my soul last night’ van ‘Little’Milton/Louise Brown is very black en laat twijfels ontstaan over de ware huidskleur van de Rusty Roots guys, heerlijk nummer. En zo schuifelt ook weer eigen ‘Can you dig it’ daar lekker tegenaan gevolgd door Deadric Malone cover ‘Don’t cry no more’, dat je terug catapulteert naar begin jaren zestig. Pure nostalgie voor diegenen die nog wat jaartjes ouder zijn dan ik maar mij laat dit ook niet onberoerd,zeker weten ! En dan is het swingtime, jive your body on ’Cut back on love’ dat z’n lekkere gangetje gaat, ‘een feel good’ nummer in hoog tempo. Ergens klinkt dit heel erg bekend maar ik kan er niet op komen, hou het dan maar op een eigen Rusty Roots compositie…We blijven op dit dansritme, gaan zelfs nog wat sneller met cover ‘Come back baby’ van legendarische harmonicist en bluesman ‘Little Walter’ Jacobs en nu krijgen we het wel héél erg sweaty , zeker met het funky chicken ‘Fingerlickin’ good’ daar achteraan ! En het houdt nóg niet op. Ook ‘On top of the World’ haalt het stijfsel uit je benen, mocht dat nu nog nodig zijn… En wat gedacht van het Willie Dixon rockertje ‘Hidden Charms ? Dat haalt het potje rock’n roll naar boven en je weet…eens dat geopend ! ...Zo gaat ‘ Two timing woman’ stampend door en gaan we op dit ritme wel erg snel naar het gaatje toe. Gelukkig gaan de voeten nog even schrijlings  tegen de groef in voor de slow die wat schatplichtig is aan het ‘I need your love so bad’ van Fleetwood Mac (of was dat van B.B. King ?) Hier noemt het nummer ‘I’ve grown’, is een eigen compositie en het sluit deze CD waarlijk groots af. Eindconclusie na dit stukje vol lof kan niet anders dan zwaar positief zijn, nog een geluk dat je bij het recenseren niet hoeft te blazen !' (Winus)



Kellie Rucker : 'Church of Texas'


'Het zal wel niemand verbazen maar de naam Kellie Rucker deed bij mij geen belleje rinkelen toen El Grande van The Hoodoogang met het nieuws aan kwam draven dat Miss Kellie zijn band had uitverkoren om haar te begeleiden op wat Benelux gigs. Meensel Blues zou de start betekenen voor een samenwerking die steeds tot kruisbestuiving leidt, beide partijen zullen d’er wat van opsteken, al lijkt het er nu wel op dat ‘The Gang’, zoals de band zich noemt zonder vaste, uitstekende, gitarist Fernando Neris, hier het meest van te leren zal hebben. Miss Rucker draait immers al meer dan 25 jaar mee in de bluesscene en stond op grote podia in de States met mannen en vrouwen met namen. Opsommen zou ons te ver leiden maar om madam even te plaatsen , dan toch enkele : Stephen Stills, Albert Collins, ZZ Top, Warren Zevon, Little Feat, B.B. King, Debbie Davis… ‘k zal maar stoppen zekers?... Je merkt het ook direct wanneer je ze on stage bezig ziet. Zij weet van wanten en neemt van begin af aan het roer stevig in handen. Je vermoedt Texaans bloed maar nee hoor. Geboren in Oklahama City maar verder heel ‘bereisd’. Dat zij na al die jaren uiteindelijk naar Europa afzakt om hier het goeie weer te komen maken, mag dan ook verbazen, wat doet zo’n klasse dametje hier en in Duitsland en in.. Godbetert in…Kroatië?? Ach, daar kunnen best wat privé redenen mee gemoeid zijn, wij hebben toch maar geluk om ze hier te leren kennen en smaken, CD gewijs dan ! Want ze is verdorie een talent ! Rauwe voice, lots of singer songwriter talent en daar bovenop is miss Kellie ook nog een uitstekende harmoniciste ! Dat zij zich steeds weet te laten begeleiden door uitmuntende gitaristen als Coco Montaya of Albert Collins (al was het eerder andersom,zij begeleidde hen…) heeft de lat natuurlijk ook hier heel hoog gelegd voor haar medemuzikanten (Herman (Peeters), zet ‘m op joh ! Op ‘Church of Texas’ is het niet anders , maar daar weet Kellie zich in de goeie handen van Jon Butcher, nu al haast een legendarisch gitarist . Jon  prodjoeste niet enkel dit album maar schreef aardig wat mee, speelde de bas,zowel als de gitaar en leidde deze CD, na meer dan 18 eigen albums , naar een perfect staaltje van wat Kellie allemaal vermag met stem en bluesharp(s). Het klinkt allemaal very Texas en bijtijds heel stomend zoals op opener ‘I ain’t scared of nothing but love’ of ook nog ‘Never goin’ home’, op een ‘Yahooh’ country rock stomp rhythm dat je gelijk meeneemt, de diepe prairie in. Maar intimistischer werk wordt anderzijds niet geschuwd en daar past het lapsteel en dobrowerk van Ben Schultz dan weer mooi bij . ’Elysium’ is er zo één en  ‘Mississipi rain’, daar wordt je bijna echt nat van, met een beetje voorstellingsvermogen, maar daar heeft het me nooit aan ontbroken. En Kellie is werkelijk groots op de mondharmonica. De gitaarlijnen van Butcher worden verder gedragen in de mondharmonica en vice versa. Van een beetje jazzy blues houden we ook en ‘Love and war’ is mij dan ook heel welgekomen, wel spijtig dat dit zo’n kort nummertje is…en dan moet het hier nog wel plaats maken voor zo’n echte countrydeun. ‘Take me as I am’, en dat  is me wat te traditioneel. Let op, lang niet slecht in het genre maar …te traditioneel.
‘Church of Texas’ dan, akoestisch, just the two of them, Jon, aan de gitaar en Kellie vertellend, zowel met de stem als op de bluesharp, een verstillend moment, opgedragen aan haar overleden moeder, Linda Love Linn, ‘the lady with angels on her shoulders’.  ‘Shrimp coctail’ geeft weerwerk, een vluggertje,vurige Kellie aan een stevige smoelschuiver, gedreven door de snaredrum van Brian Holley…. En dan komt de machine weer op gang met machtig rollende en grommende mondharmonica en stevige gitaren. ‘Wild wild West’ zet je wel even op een verkeerd been want vervolgen doen we daarna met een tearjerker. ‘Took the wind out of my sails’ is mij wat te bleiterig,  wellicht het minste uit gans de verder voortreffelijke CD. Eindigen doen we dan ook  gelukkig heel wat sterker met’The heart’s got a mind of it’s own’, een gezellige schuifelaar en instrumentaal ook hier mooi ingevuld door de Hammond van John Gillotin. Het moge gezegd, we hebben d’er weer een sterke artieste bij leren kennen en zo zie je maar weer, je hoeft niet groot van gestalte te zijn om groots uit te pakken. Deze CD is oprecht een aanwinst en heb jij de kans om Miss Rucker mee te maken met onze eigenste ‘Gang’, dan moet je dat zeker niet laten. Die jongens hebben in Meensel bewezen dat ze haar aankunnen en kunnen verder alleen nog maar groeien onder haar deskundige, zij het wat authoritaire leiding !  Aanbevolen plaatje !' (Winus)



The Hometown Gamblers : 'Dypsomania'


Sterk op eigen voeten nu, zo zonder mentor Walter Broes van The Seatsniffers aan de leiding. Zelf geproduced deze keer omdat ze hun eigen muziek het beste zelf aanvoelen vinden deze jongens, en dat vertaalt zich na vorige ‘Takin’ care of Business’ uit 2005 deze keer in 15 (!) eigen songs die, gebaseerd op ouwerwetse roots rock’n roll, toch wel breder gaan dan louter rockabilly en hier vertaalt zich dat vooral naar country rock en ‘twang’ toe, da’s een soort country honky tonk. Zij houden zich daarbij aan de beproefde Home Town Gamblers formule met upright bass, solo en slaggitaar,vocals en mondharmonica ‘on the side’. Geen drums dus en dat betekent dat vooral de bass lekker mag slappen en de gitaren het geheel ritmisch moeten aandrijven en jawel hoor,je vergeet er echt gaandeweg die drums bij, da’s zeker een verdienste! Verder  zit er heel wat ‘schwung’ in hetgeen de jongens brengen en met R&B opener ‘Pretty Baby’ weet je al meteen waar je verder ook aan toe bent,al is dit nummer wel een bluesy buitenbeentje ! Ongecompliceerde swing en jive met de bas van Guy die telkens stevig door de afgemeten melodieën stapt. Zo gaat het in ‘Have no place to stay’ en ‘Drunk tonight’ maar road song ’ ‘Cruising across the U.S.A.’ brengt je dan weer door de weidse prairie a la Johnny Cash, lekker vertellend gezongen door Yves De Caluwé en met de slide van guest Jef Marinus daar heerlijk bovenop, mooi ‘on the road’ nummer en temeer een bewijs dat deze jongens een lekkere song in mekaar kunnen draaien. Yves staat daar grotendeels voor garant maar bijtijds worden de krachten gebundeld en tekent ook broer Guy mee voor het schrijf en componeer werk en ook Jurgen Van Poppel (gitaren) zet zich daarbij in, zoals nu. Goeie gitarist trouwens,die Jurgen, al moet je de mannen daarvoor best live eens meemaken… Eigen roots songs volgens de aloude traditie en dat vijftig jaar na de ‘echten’ die toen het vuur aan de lont staken, daar moet je een zeker talent voor hebben ! Authentieke deunen, met momenten zachtaardig wegkabbelend als op ‘Fooling around’ , ‘It’s Goodbye’,’Gone and left’ of ook nog ‘Little Lisa Marie’, gezongen door Yves maar soms met die stem van Guy d’er ook bij in de backings,horen we hem ook es ! Andere keren krachtig swingende rockabilly zoals op ‘Fly away’en ‘Love you tonight’. Jeffrey Thielens trekt er hier en daar gepaste streepjes mondharmonica bij. ‘Cry of Distress’ is er zo ééntje, met een wat sombere achtergrond maar dat kan best ook op vrolijker deunen zoals op ‘Shooting Star’. En op ‘Tattoo’ klinkt die smoelschuiver vettiger maar da’s dan ook een redelijk boppend nummer. Zo begonnen ze trouwens tien jaar terug, als pure rockabilly band en op ‘End of me’ krijgen we nog meer van dattum. En hou deze jongens dan maar eens tegen, nu ze op dreef raken want ook nummer 15 ‘This is your day’ gaat zwaar swingend naar het gaatje toe ! En zo heb je ze allemaal gehad, korte krachtige songs, strak afgelijnd en haast allemaal binnen de drie minuten grens, zoals het in dit genre betaamt. Tel daarbij de originele hoes-layout van Mighty Sam en dan heb je een product dat ook mag gezien worden. Het rootsminnend volkje heeft met The Hometown Gambers een band die met deze tweede CD op het Spaanse roots label  ‘El Toro’ zich meteen ook profileert als een blijver in het genre. Dat daar volk op afkomt, dat hebben de vele optredens hier ten lande en tot ver daarbuiten in het verleden reeds afdoende bewezen .’Dypsomania’, daar, hips, klinken we op ! (
Winus)




Les Generals Jack : 'Mrs Hippy'

Dit plaatje straalt zowel van binnen als van buiten een verfrissende gekte uit, gedompeld in dat sixties flower power sfeertje, Mississippi rader boot onder die fel gebogen regenboog op het front, dan weer het olijke trio gekleed met Schotse ruit op het binnenblad en dan weer onder een Hendrix kapsel onder de CD-inleg, fingers in V… Peace, brother ! Beetje Beatles ‘Yellow Submarine’ feel of beter nog ‘The Magical Mystery tour’ ! En de muziek op de schijf is ook al meer dan superfris, gaat van popdeunen (‘My Show’, ’Don’t tell about love’, dat sterk  psychedelisch neigt met die wah wah d’er tussenin, en het niet eigen ‘No use to Cry’), over Afro-Caraïbische Calypso motiefjes (Matonge Square’ en ‘Hey Mama’), met bleirende baby en accordeon inclusief, naar meer rock getinte dingen als ‘Dirty Taste’ en ‘Road Hill’ ,waarvan deze laatste zelfs postpunkerig is en heel aanstekelijk op je gemoed werkt, een opwekkende song !

 Het is die wat ongewone samenstelling (2 gitaren en drums) en de hoge stemmetjes die er telkens weer wat speciaals van maken. Zo ook met’ I’d like to know’ dat wat van de delta met zich mee draagt. En nu we toch met die bluesverwanten bezig zijn, hoe zit dat hier eigenlijk met dat bluesgehalte? De jongens zelf komen immers uit een ver bluesnest, remember nationale trots ‘El Fish’,uit de nineties alwaar Toon Derison nog even de roffelaar van dienst was ? Marc Bodart was dan weer gitarist vocalist bij Buttnaked en ik meen dat Bart Ieven (‘Octave Guitar’) daar ook bij zat .Dus bluesgezind dat wel, al komt dat niet steeds zo naar voren. Wel in ‘Human Condition’, weliswaar het tweede en meteen ook laatste  niet eigen nummer, een Canned Heat song en dus met hoog boogiegehalte. En ‘Baby got something’ is natuurlijk ook de pure blues. Mooi ,maar mijn persoonlijke voorkeur gaat dan weer uit naar de doorstappende ‘High Speed Rooster’ boogie, al mag ‘Let me in’ daar zeker naast gaan staan qua energetische booster ! ‘Worse’ is dan als afsluiter een waarachtig finale nummer met die ingetogen aanzet van voren maar dramatisch geladen afronding daar achteraan en pwoeh !... eigenlijk vond ik ‘Mrs Hippy’ helemaal niet zo’n makkelijk plaatje als geheel…Mij vroeg het alleszins meer dan een enkele beluistering om me gewonnen te geven maar het resultaat is dan wel dat met het meerluisteren deze schijf zienderogen groeide ! Een absuluut eigen geluid met een veelheid van  stijlen die uit een Creoolse pot lijken te worden opgeschept, muzikaal minimaal maar wel áf én juist ! ‘Mrs Hippy’, what ’s in a name?...(Winus)

 



Voodoo Boogie : 'Losing my cool'

Jan Jaspers kenden we nog van de ‘Dizzy Dimples’,waar Gert Servaes ook nog bij drumde... Medeoprichter van Voodo Boogie, Bart Lievens verliet in 2006 de band en toen kwam Rob Vanspouwen er bij om te bassen én, na een history van top préproducers als Jan Ieven en Marc Tee, nu ook zefs voor deze debuut-CD de productie en mix in handen te nemen. Voeg daar, niet onbelangrijk ! , Wouter Haest op keyboards aan toe en je hebt ‘Voodoo Boogie’ zoals het nu bestaat, een Boogie Blues Band met een heel eigen aparte stijl, psychedelisch en met een taste and feel die gelijk bekend klinkt en toch vernieuwend is. Dát in de jaren two thousand waar alles al eens is gedaan…blijkt nu toch van niet, dus…

Nochtans maken ze met Howlin’ Wolf cover ‘Who will be next’ een vrij ‘klassieke’ entréé, stevig en doordouwend ! Maar titeltrack ‘Losing my cool’ heeft al meer die seventies smaak en Wouter zet daar knappe Hammond lijnen neer. Net als in ‘The Voodoo Boogie’, een wat Doors getinte instrumental die ook dweept met soulfunk ( Booker T. & The M.G.’s?). Een song voor de Hammond liefhebbers zoals ik er één ben. De gitaar van Jan Jaspers sluit hier mooi op het orgel  aan en de ‘Boogie’ words klinken daar heel ‘Voodoo’ tussendoor.Erg geslaagd !

Volgt het tragische verhaal van ‘Cocaine Jill’, boven het zwaarmoedige getild door de boogie woogie pianoklanken van Wouter waarna ‘Bottle of love’ aansluit dat dan  wel geen cover is  maar ons oudjes toch wel erg herinnert aan de ‘Going down’ rockhit ,ook weer ergens uit de seventies, zeker in de intro is dat zo. Stevige danstrack, beetje psychedelisch ook, zo met dat ‘afdrijvende’ orgel…

Hélemaal met het hoofd in de wolkjes gaan we daarna verder met ‘I gave you love’ dat trouwens ook weer refereert naar de Doors.  Hippietoestanden, fingers crossed in V en ‘Yeah, peace and love brother, for you too !’ Vrijwel naadloos zakken we dan wat Hendrix-achtig zuidwaarts in cover ‘Going down south’ van oudje R.L.Burnside, intussen ook al een paar jaar een andere weg opgegaan, namelijk richting heaven. Daar zit ook, al een paar jaar langer dan, John Lee Hooker en met zijn ‘Walkin’ the boogie’ gaat het onmiskenbaar traditioneler, in a ‘stompin’ way, al moet het gezegd dat hier ook de Voodoo Boogie deken alles wat afdekt en da’s maar goed ook, wie heeft er nu behoefte aan exacte copies ? Boogie blijft echter steeds de hoofdmoot, zo ook op ‘Party Man’ waar de vette zangerige bass van Rob mee voor de zwoele sfeer zorgt.En steeds is daar weer dat haast hypnotiserende orgel van Wouter Haest dat wel héél erg bijdraagt tot de eigen Voodoo Boogie stijl. Zo komt dat nu weer  aan-en opzetten op het uitputtende ‘Dance with me’, dat gelukkig maar een goeie 2’30’’ duurt, niks voor hartlijders ! Heb je intussen al in sferen vertoefd, walvissen had je waarschijnlijk nog niet gezien. Die komen er dan nu aan in J.B. Lenoir’s cover ’The Whale Has Swallowed Me’ dat aangedreven wordt door de roffel van Gert Servaes en verder de honneurs voor het soleren overlaat aan Jan Jaspers op gitaar.En als het ware een ode aan de boogie is dan de mooie afsluiter ‘Boogiematic’, laat het ons houden op Robert Johnson, the electric way ! Tijd voor de eindbeschouwing:het houdt niet op ! Deze CD is eens temeer een ontdekking op het bluespad waarvan je dacht dat je het nu wel gezien en gehoord zou hebben. Mijn advies luidt dan ook : Be open minded en fill your head with ‘the Voodoo Boogie’!of ook nog : Voodoo Boogie is a legal drug ! … (Winus)



Jim Cofey : 'Black Box Allegations'


De ‘blunk’ is alive en nu meer dan ooit ! Jim Cofey’ s Soul Kitchen, kortweg Jim Cofey,is na Bass Papa ook al op het funky soul pad.Deze band heeft trouwens nog meer gemeen met Bass Papa, drummer Steve Wouters om te beginnen en ook Igor Maseroli zagen we al op de planken met laatstgenoemde band.Talent zát verder met Patrick Cuyvers overtuigend aan vocals waar ie zo in de schoenen kon staan van betreurde Luke Walter Jr. en verder aardig swingend aan de Hammond en op piano, maar dat kennen we wel van hem uit vorige avonturen met o.a. Hideaway en Soulspirit en in een nabijer verleden nog met de onvolprezen Rhythm Bombs. Jan Ieven, voorheen in een eerder leven bassist bij El Fish en medebezieler van het Jim Cofey recept haalde hier ook nog Gert Servaes (Big Mama’s Kitchen) bij aan de percussie en dat klinkt vantijd aardig Afro. Rob Vanspauwen ( Voodoo Boogie) slaat hier ook de gitaren aan en zo zijn we kompleet, een aardige hap verenigd talent bij mekaar.Tel daar nog wat respectabele guests bij , als daar zijn: Kathleen Vandenhoudt aan vocals en de jazzblazers Carlo Nardozza (aan trompet) en Nick Caris (op trombone)en dan kunnen we meteen van start met ‘A lie is a lie’,heel erg de blunk ! en voor de slechte verstaanders heel erg in echte Blue Blot traditie ! ’Bricks & Tiles’,een instrumental, houdt je daarna niet meer stil en je moet al heel erg een kouwe kikker zijn om hier niet op te bewegen. Funk is in the house en Igor Maseroli krijgt hier open gordijn. Die jongen viel ons al eerder op, o.a. wat jaarjes terug op Swing waar ie toen nog aantrad met Peerse Rusty Roots. Zwoel gaan we verder met ‘Seems like yesterday’ waarin ook wat sexy trompet zit die de stuwende song rustig mag uitblazen. En gingen de jongens niet voor New Orleans funk en Mardi Gras vertier? Wel dat krijg je om te beginnen met ‘Kinky Reputation’ ,mooi ingevuld door percussie en de rake roffelende drums van Steve Wouters. Blazers random aanwezig! En nu zijn we goed vertrokken want ook ‘She’s so guilty’ komt uit hetzelfde schuifje.Enorm aanstekelijk en in een real New Orleans tradition. Dan echter gaat dat schuifje ‘New Orleans stuff’ voor even dicht en het ‘Blunk’ schuifje weer open voor het mooie soulvolle ‘Waste of time’ met die vele stemmetjes rond Patrick die zelf over zo’n machtig sterke stem beschikt. In ‘the Table’, een ballad ! , krijg je hem rustig en warm te horen, heel melodieus en mooi…mooi maar funky cats zoals ik er zelf één ben, houden toch meer van Jimmy Mc Griff cover ‘Fat Cakes’ dat dan voor de afwisseling weer wat getemperd wordt door ‘The Blame’,echter geen uitdovertje want de vlam wordt steeds brandende gehouden door gitaar en sax riffs en Carlo Nardozza gooit daar met plezier nog een stevige trompetsolo bovenop. Zo blijf je met gemak van het ene been op het andere wiebelen. Up tempo dan maar weer en zet die Hammond maar lekker luid want we denderen terug New Orleans binnen met ‘That Ain’t Bad’ waarna ‘Chew the Fat’ wat plagerig komt aanzetten, een instrumental met wat baritonsax, slechts een interludiummetje voor het ‘alle registers open ’Four Corners’ dat deze haast feestelijke CD ook op een Mardi Gras manier mag afsluiten. Ik meen dat het een Allen Toussaint nummer is en één van de zeldzame covers op de plaat! De meeste nummers komen immers uit eigen rangen en dan voornameljk van het duo Ieven-Cuyvers maar we vermelden ook graag de verdienste van Karel Phlix, Helix van Blues Lee waarvan je de naam terug vindt in de credits bij drie nummers. DJ4T4 van ’T Hof van Commerce stond in voor de productie en het mag ronduit gezegd woren, z’n baby is een juweeltje ! Zelf zag ik de jongens nog niet in deze Jim Cofey combinatie bezig maar deze zomer maak ik dat zeker goed op ’t Varenwinkelfestival, ik zie er nu al naar uit ! Conclusie : Weer maar eens een fijne CD op het Naked Productions label dat hiermee zijn zoveelste goeie in rij neerzet !  (Winus)



Twelve Bar Blues Band : 'E-mail From Heaven'

The Blues and nothing but the blues ! Daar komt het zowat op neer bij deze Nederlandse Chicago power Blues Band ! J.J. Sharp en de zijnen zetten al meteen de puntjes op de i bij opener ‘World In Trouble’, dan weet je tenminste direct uit welk vaatje er hier getapt wordt.. .’Are you ready for the Blues?’  Yes dus, en zet je dan maar schrap voor de stevige Chicago sound volgens aloud bekend en klassiek recept. Zo gaat het ook met ‘Twelve Bar Blues’ en noem dat maar gerust een lijfstuk voor deze band !  Twelve Bar Blues Band is immers een stuwende ritmesectie met vertrouwde Marcel Bakker, drummer van het eerste uur, hier weer aan drums, verder de uitstekende solo en slide gitarist en medecomponist Kees Dusink aan de snarenwinkel en natuurlijk JJ ‘Sharp’ Scherpenzeel aan vocals en mondharmonica’s. Koen en Yvonne zien we intussen niet meer terug. De band onderging vorig jaar immers wat wissels want d’er waren wat privékwesties en ook de slepende gezondheidskwestie met drummer Eric Dillisse maakten dat de band toch wat ingrijpend van personeel moest  wisselen. We zagen Yvonne natuurlijk graag blijven want on stage was zij toch maar de blikvanger naast JJ ! Afijn…, zij en Koen gingen dus terwijl Jörgen Schuurman aan de slaggitaar en Patrick ‘Sideburn’ Obrist aan de bas de band kwamen te versterken. De band is terug kompleet, kent aardig wat succes in eigen land en omringende en ook de States zijn d’er niet vies van, zo klinkt het ! Maar ze blijven natuurlijk Nederlanders, dat is er soms aan te horen en da’s helemaal niet mis bedoeld .Maar je hebt natuurlijk je invloeden mee van thuis uit en soms kan dat Earth and Fire zijn, luister maar naar nummer drie, de slowblues ‘You gonna Need My Help Someday’,waar primus Kees Dusink ook weer mag schitteren in subtiliteit. Titelsong ‘E-mail From Heaven’ daarna  heeft een lekker ritme, is hitgevoelig, zet je bekken in beweging en is gewoon een sterke song. En, zet je de mensen éénmaal in beweging, keep them on the dance floor, lijkt me een goeie les en dus wordt het jiven daarna op ‘I’m Gonna Get You’, verwant met ‘Shake Your Moneymaker’ van Elmore James dat we straks nog op onze boterham krijgen. De swingende bluesharp van JJ en  de ’teasing’ gitaar van Kees tot de hele band weer komt aanpompen maakt dit tot een topper op de dansvloer !

Nogal weemoedig klinkt JJ’s bluesharp op ' Everybody makes Mistakes’, een mooie sleper en echt zo ééntje om je liefje nog wat closer tegen je body (tegen je gilé, zeggen wij ,’Vlamingen’) te trekken in opwellende verliefdheid..snif…

De droge klappen op de snaredrum leiden je daarna grotendeels door de ‘John Lee Boogie’,een ophitsertje dat het tweede deel van de CD als het ware aantrekt en je naar één van de twee covers brengt op deze plaat.’Help me’ van Willie Dixon zet  een vertellende JJ, met een bursting Kees Dusink aan z’n zijde neer, zo mag het wezen ! Slidewaarts wordt dan ‘Shake Your Moneymaker’ ingezet, de tweede en laatste cover en alle remmen los nu voor deze song waar de ritmesectie high speed over alles heen walst. Je waant je hierbij waarachtig op een live gig, zet dus niet te stil, deze booster ! Een beetje te snel gedaan misschien maar perfecte afsluiter ‘I Can Make Everything All Right’ komt hier nog een volle 8 minuten achteraan zitten en nodigt uit naar méér. Snarenheld Kees Dusink kan hier nog een laatste keer voluit gaan en ook  JJ Sharp geeft er met de bluesharp nog een lap bovenop. ‘I wanna love you, I wanna hold you, I wanna kiss you en I wanna Hug you’, was dat niet SRV of John Lee, en zovele anderen meer? ... Geen verrassingen op deze schijf, leidt de eindconclusie dus en JJ neemt het woord ‘blues’ inderdaad wat mij betreft, wat al te vaak in de mond, maar deze band brengt toch maar de  Chicago Blues zo overtuigend en enthousiast dat hun succes me me geeneens verbaast. Live absoluut een feest en een aanrader voor de ware bluesliefhebber die hier maar geen genoeg van krijgt ! (Winus)




Erja Lyytinen : 'Grip of the Blues'

Fris sprankelend maar dat heb je zo als je uit het hoge Noorden komt, opent Erja slidegewijs erg sterk met ‘Broadcast’, geschreven door haarzelf en producer en medegitarist/bandlid  Davide Floreno  en je meent direct al een ontdekking gedaan te hebben met deze Finse schone. We hebben d’er anders dit jaar al wat zien langskomen, gitaarvrouwen,en tot nog toe staat Ana Popovic hier nog steeds op de eerste plaats, jong geweld Dani Wilde moet nog wat groeien en Deborah Coleman is wat over de top heen al kan je je daar nog erg in vergissen ! Erja Lyytinen nu dus wat in de spotlights na deze release op het Duitse Ruf Records en we zijn benieuwd wat dat verder zoal mag wezen op deze mooi verpakte CD (leuke foto’s…) ‘Everything’s Fine’ gaat boogiewaarts en stevig stappend verder en meteen krijgt mevrouwtje ook een stem want het intronummer bleef instrumentaal. Erja’s stemmetje is echter nog jong, wat liefelijk en leent zich zich zo meteen niet voor het bluesrepertoire, mist de kracht  en daarmee is de vergelijking die men dikwijls maakt met Bonnie Raitt ,op dit vlak dus helemaal niet van toepassing en zwaar overroepen. Maar de gitaar, ho maar, die mag er bijtijds best wezen zoals ook op titelnummer ‘Grip of the Blues’ ,weliswaar wat poppy maar hier kan Erja zo lekker wegscheuren op de wah wah driven guitar. Harri Taittonen schildert met de Hammond een mooie achtergrond, fijn nummer ! T ijd dan voor één van de twee covers en ‘Steamy Windows’ van Tony Joe White en overbekend van de very dynamische Tina Turner versie ondergaat hier een low down-slow down kuur,maar is zeker niet minder zwoel, wel… anders... Zo hoorden we het nummer nog niet, mag er best bij op. Afwisseling troef anders op deze CD en als Erja op haar eigen liefeljke wijze ‘Inner Beauty’ brengt dan lopen we ook even op wolkjes maar dit mag wel niet te lang duren, is toch maar weer eens te poppy en mag het dus wat ruiger, ja ?Geen twee kaar vragen want op ‘Let it Shine’ gaan we er gelijk wat steviger tegenaan, uitnodigende drums en vlotte gitaar incluis  al val ik niet zo meteen voor die wat overdreven reverb op de gitaar van  Davide Floreno. ‘Wish I had you’ gaat daarna wat poëtisch vertellend verder en gelukkig maar is er wel steeds dat  fijne gitaarspel van haar dat ons in de greep houdt…nu toch nog…Want ook ‘Unreachable’ is uit datzelfde fijne lakentje geweven en wat mij betreft zijn er nu toch wat te veel bloemetjes op geborduurd…’Voyager’s Tale’ is er wat later dan écht over en weg met deze zoete koek ! Stevige stamper ‘Rollin’ & Tumblin’ komt dan écht nipt op tijd om met haar aardig slidewerk te redden wat er verder nog te redden valt. Da’s anders niet veel want ‘Wanna Get Closer’ zou kunnen uitdagend geweest zijn ware het niet dat hier eerder vermoeidheid over en boven drijft…Benieuwd wat Donald Fagen hiervan zou gemaakt hebben ,deze song heeft mijns insziens wel potentie maar dat komt er helaas hier ook weer niet uit, geeuw, geeuw en sorry hoor. Maar op ‘Dissatisfaction’ krijgen we voor het eerst,maar meteen ook voor ’t laatst een wél  vurige Erja Lyytinen met pit. Raar is dat,  zij alleen met niks anders dan de drums die haar begeleiden, een goeie combinatie blijkt dat en één  die je weer wakker schudt ! Conclusie : niet echt the rising star waar we zaten op te wachten. Leuke band echter met als boegbeeld een sterke Finse gitariste die nog kan uitgroeien, maar de guts en of  de stem mist om er nu al te staan. Had ik meer van verwacht gezien de schitterende opener. Maar verder voor mijn part toch nog even in de Finse Fjorden te houden… (Winus)




The Big Four : 'The Congregation Sessions'


Het is me wat ! 'The Big Four' is een meermaals voorkomend gegeven en kan slaan op major accounting companies, populaire duik en reisroutes alsook refereren naar leidende bouwmaatschappijen aan de start van de aanleg van de Central Pacific Railroad en ook nog (en nu komen we er al wat korter bij) verwijzen naar de 4 leading music industry labels (en dat zijn : Sony Music Entertainment,EMI, Universal en Warner, dit tussen haakjes...).Maar nee hoor, niks van dit alles. 'The Big Four' groepsnaam verwijst naar die typische New Orleans second line street beats, de four beat drums van het volkje dat in 'tweede lijn' achter de begrafenisstoet opstapt. En jawel, d'er zitten ook wel New Orleans getinte dingen tussen op deze verzorgde quality CD. Maar ook gans andere stuff zal je merken, allemaal heel divers van stijl en dat maakt da'k het hier toch ook wat moelijk mee heb. Het is in z'n geheel immers een vrij onsamenhangend geheel en daarom eerder een outing van het professionele kunnen van deze 'cats' want jawel, mijne dames en heren, deze mannen hebben het wel ! Niet verwonderlijk als je ziet uit welk nest de beestjes komen...Frontlijn,al kan je dat hier moelijk zo benoemen, want ze zijn mekaar méér dan waard, vormt oude bekende 'JB' Biesmans, ook bij Blues Lee intussen al wat jaartjes op de eerste lijn en showman pur sang ! Vanuit dezelfde band en eveneens bezieler van het Big Four project hebben we 'Bird' Stevens, aan de staande en elektrische bas en Basie J., da's de volgende ( and here come the Netherlands !...) is de eerste van het Nederlands driemanschap  in deze band. Piano, orgel, rhodes en bovendien een lekkere stem en zonder die 'Dr. Basie',die er in 2005 bijkwam zouden de Big Four nog steeds met z'n vieren zijn want broertjes Franky en Mo Gomez, bekend van de vroegere 'Harmony Two Tones'  maken dit fijne combo uiteindelijk tot een kwintet ! Zoals eerder gezegd, niet in één vakje te douwen en zo krijgen we op deze 'The Congregation Sessions' jukebox , hun derde album al sinds 2000, weer een bonte mengeling . Om een goeie fond te leggen starten we met 'Honey Tongued', mooi in en uitgebast door Bird en werkend naar een climax. Sterk begonnen ! en GeneMc Daniel's 'Compared to What' bouwt soulvol verder in eenzelfde richting. 'The Preacher' mag daar op een real New Orleans manier bij aansluiten en laat je meteen ook kennismaken met de rijkdom van die tweede, lekkere stem in het gezelschap. Inderdaad,naast de wat zwaardere bariton van JB komt Dr. Basie hier snedig en sexy uit de hoek ! So far so good dus maar dan gaan we wat soft jazzy doorzakken op 'A Big Chunk', een instrumental en wat mij betreft hier niets meer dan een interludium.Is me , na het vorige, wat te flauw loungy en mist karakter... Anders is het met cover'The Wobble' gesteld ,dat hier fel mee in contrast gaat en staat. Boogie uit het vuistje and let the good times maar swingen ! Een eerste frons dus en dat zal wellicht de laatste niet wezen want het huisorkestje speelt daarna 'Early in the morning', dat ondanks de gitaar en pianosoli me enorm vermoeit, een soortement 'Henri Mancini Blues' en nee, geen liefhebber van...Het enthousiasme van in het begin heeft een flinke knauw gekregen en ik hoop op beterschap. Gelukkig haalt 'Don't you' met het flegma van JB, de percussie en drums van Frankie en de elektrische piano van Dr. Basie me er wat bovenop maar het nummer sterft ongelukkig genoeg een nogal voortijdige dood. Beter is het gesteld met 'Carlos Rilla Chihuahua', een voorwaar sterk thema en uitstekende soli van gitaar en tenor. Hip shakin' op het funkrockende 'Sweet lover' daarna en zie, we geloven er weer in, de jongens zetten je echt van het ene been op het andere... A la Fred Flintstone daarna op quicky 'On my own', net geen twee minuten. Dat blijkt dus slechts een opwarmertje voor swingin' 'Bim Bam' , een oudje van Sam Butera met gitaarsolo van Mo, ja die good ol' spirit zit er weer gans in !'Pink Panther's Theme'van Henri Mancini schuift daar dan wat ongemakkelijk tegenaan en die had ik eerder achteraan gewild. Even hoopte ik ook op wat vernieuwende shuffle in het thema want daar leek het heel even naar uit te gaan,maar 'de Panter' 'blijft toch grotendeels die panter die we allen zo goed kennen en, naar mijn bescheiden mening, weer niet echt op z'n plaats hier staat. 'Dig this Menu,Please !' van Red Rodney was mogelijk wél meer op z'n plaats geweest na de  'Bim Bam' en 'Black Beans', die degelijke eigen jazzy instrumental  moet nu wel als afsluiter dienen maar  is mij daar dan weer wat te 'springerig' voor. Maar ja, wie ben ik ? Want uiteindelijk blijkt deze schijf, ondanks die paar inzinkingen,maar dat kan best persoonlijk wezen, echt wél goed in de smaak te vallen, al moet je deze band best wel  wikken en wegen als combo, want onder deze noemer schik ik deze formatie voorlopig nog wel, een quality-combo, welteverstaan,maar toch...'t is me wat te halfslachtig allemaal...Langs de andere kant en met de kerstdagen in het vooruitzicht best een feestelijke plaat om kadoo te doen ! (Winus)





RHYTHM BOMBS 'BETTER BE READY'

Waar is de tijd ? 2001 zal het geweest zijn toen ik voor het eerst kennis maakte met deze swinging guys, op het Wespelaarse Swing festival was dat (what's in a name !) en ik was meteen weg van hun dynamische set. De upright bass van 'Big Pat' Patrick Indesteege klasseerde hen wel meteen bij de rootsbands maar hun muziek ging veel verder dan de 'klassieke' rootsblues. Korte maar krachtige, vette eigen nummers met zweet onder de oksels, sterk vond ik ze toen al, maar de jongens zijn toch nog erg gegroeid, zo blijkt nu. Uit de originele bezetting verdween gitarist Patrick Lenaerts (nog te horen op het debuutalbum 'One Gear up',(een album waar ik , by the way, nog wat fotografie voor verzorgde) en de band kreeg een internationaal karakter met de komst van Duitse Hein Koop op piano en orgel en Nederlandse stergitarist Jay Verhaegh. Oudgediende Marc Gijbels hanteert intussen nog altijd  de drumsticks en het heilig vuur wordt ook nog steeds overtuigend aangewakkerd door zanger/harmonicist 'Stallion' Wouter Celis. Meer dan 10 jaar al op de planken en wat is er dan mooier dan een live CD om daarrond een feestje te bouwen? Naar goede gewoonte weer heel wat eigen nummers afgewisseld door eigenzinnige covers van divers allooi.'Better be ready' want rustig aan opbouwen is er bij deze jongens hélemaal niet bij!

Zo gaan we meteen al  full steam ahead met het eigen 'All said 'n done' met Wouter 'vollen bak' aan de bluesharp en Hein mooi aanvullend en omringend op de boogiepiano. Zweten zal je doen, stijve harken gelieve zich te onthouden ! Brei daar de snelle jive 'Sherry Flip' van ene obscure Paterson achteraan en je hebt alvast geen wintertenen meer !'Put the Hammer Down' is dan weliswaar niet zo'n vluggertje maar toch up tempo genoeg om te blijven shaken. Mooie samenzang, gitaar en harmonicasolo en variatie is er dus genoeg ! Het eigen 'Raisin up my hand' is daarna wel meer écht de Rhythm Bombs ,stuwend en pompend en met die vette mondharmonica zoals we ze graag horen. Alleen de pianoklank staat me hier wat tegen, klinkt te elektrisch en heeft wat veel reverb...Op het rockende 'Why do you' klinkt die dan weer terug OK en stoomt de 'Rhythm Bombs' trein weer mooi full speed door de groef. De Bombs op hun best ! 'Ain't that The Way' mag er anders ook best wezen, een shuffle van de hand van Hein, lekker gezongen met bovendien gesmaakte backing vocals partijen en knappe gitaarsolo, mooi zo ! Stukje gospel? Komt er aan met titelsong 'Better be Ready'en terwijl Marc rustig verder roffelt gaat Big Pat ook even solo. 'Halleluja' is hier terecht op z'n plaats, Wouter ! High tempo jiven? U vraagt, wij draaien en cover 'Jaguar and Thunderbird' is exact op de maat van de Bombs gesnejen, absoluut één van die afmattende toppers op deze plaat en in Ijmuiden, waar deze schijf werd opgenomen , zullen ze het wel geweten hebben ! Daarom ook een 'Thank you, music lovers' vanwege Wouter. Een cover was dat van Chuck Berry, gearrangeerd door Hein Koop en aansluitend gaan we meer naar de klassieke rock 'n roll a la Bill Haley toe met 'Swingin' Sue', en da's verdorie toch wel een eigen nummer zeker, nochtans zo authentiek en net 'echt' ! Zo gaat het steeds maar door, covers wisselen eigen werk af en nu krijgen we er weer eentje uit de ouwe doos, 'My Mumblin' Baby' van Rudy Green, uit 1955 en de jongens weten hun covers wel te kiezen,mag je zeggen, ze passen allemaal wonderwel, al was het maatwerk. Zo ook met 'Live my life too Fast',ingeleid en voorzien van leuk gitaarwerk door Jay en het orgel van Hein rolt daar ook mooi doorheen, sterke solisten die nu ook es voluit mogen gaan. En daarna is dit feestje nóg niet gedaan want 'Route 90' en 'Change my ways' komen er in een rotvaart ook nog achteraan ! 'Bye bye' klinkt het dan maar no goodbye  zonder de toegiften 'Disconnect my Phone' uit de mini CD van 1999 en het eveneens eigen Ain't Nobody', dat je in hun intussen bekende sneltreinvaart naar het gaatje toe voert ! Mocht je't nu nog niet weten : de 'Rhythm Bombs' zijn partyvoer wanneer je zwaar uit de bol wilt gaan. Zij bewijzen dit uitvoerig op deze uitmuntende CD  en verstevigen/bevestigen daarmee hun positie bij de top van wat ons landje rijk is aan Rhythm and Blues Bands ! Een blijver dus, bovendien met internationaal allure en zwaar aanbevolen !(Winus)




P.Van Sant & Band : 'Escape in Style'

Weer op het Blue Gems label van PMP Productions want waarom zou je een vorige successverhaal niet mogen vervolgen? We keken er al een tijd naar uit, naar deze schijf en zagen 'de Sante' intussen reeds meermaals live op de Vlaamse podia met de nieuwe groep bezig en hoeft het nog gezegd, mij moeten ze niet meer overtuigen . Al meteen, en dat zal in het vroege voorjaar 2008 geweest zijn, op Meensel Blues al , was ik gewonnen voor de sterke combinatie die de Sante gevonden had in z'n nieuwe kompanen, de mannen van rockband Tusk. Goeie muzikanten die perfect aansluiten en zich vinden in het concept dat ook vorige 'I'm a believer' zo sterk maakte,maar dat waren toen wel allemaal gastmuzikanen. Nu is het de Sante z'n eigen band die hem ondersteunt, nooit overheersend, en ruimte latend waar dat vereist is. Het is als een warme deken die je om je heen legt wanneer nodig en netjes weer aflegt wanneer het te warm wordt, wanneer wat spanning dient opgebouwd, wanneer Peter solo gaat met slechts z'n eigen gitaar en z'n beklijvende teksten...Zo is 'Frozen in time', de zeer terechte beginsong ,eigenlijk al direct de perfecte, mooie illustratie hiervan. 'Maybe I'll write you a few lines vanished in this blues of mine' is zijn beginstatement, dat verder meer uitgespit wordt  en zo zet Peter, akoestisch en alleen, deze verzorgde (mooie foto's van Peter Laurent en de songteksten mooi bij in het CDboekje zoals we dat graag hebben) 'Escape in Style' in. Het is pas na het verhalen van de strofen dat de band inschuifelt en we de melancholische pedal steel  van guest Kevin Mulligan mogen smaken, en ook Fiddler Andries Boone staat hier de band bij, net als de briljante Engelse Hammondenist, Paul Flush, pfoeh, niet alleen een eigen band dus, maar meteen ook wat uitgelezen gastmuzikanten er bij !...En nochtans is er ook héél sterk eigen slidewerk van de hand van Dirk Lekenne, en dat krijgen we op topper 'I'm a survivor' ,de vreugdedans van de Sante en mogelijk hét nummer van deze CD. Voortreffelijk drumwerk van Danny Hoedemaekers en daarbij aansluitend low profile ,gewoon gebast zoals het moet, geen franjes, door Jo Vandenhouten. Da's de band dus en die mag d'er best wezen ! Goed op dreef volgt dan Dylan-like'Stick with you', zó overtuigend en honestly, gééf de Sante dan maar die 'one more chance',vinden wij dan maar. Hier weer met de pedal steel van Kevin Mulligan en de rustige Hammond van Paul Flush. Aansluitend het weerwoord op alweer Dylan want ondanks alles 'The Times, they haven't changed at all' en gelijk heeft ie ! Ook weer muzikaal een erg sterk staaltje van de guests, die Kevin Mulligan kan het wel maar dat wist Will Tura natuurlijk ook ..Beetje up tempo dan en daarbij een levenslesje? De Sante grolt kwaad en slaat aan het dansen al is het,naar het ritme des levens, dancing 'On the Edge of a Razorblade' ! Wij , van onze kant, we love it ! Ongeveer halverwege zijn we dan als titelsong 'Escape in Style' dynamisch pompend, openbarst. 'It's time to move, I knew it for a while, Escape in style' ! Mooi verwoord en beresterk gebracht, intussen nog geen enkel minder nummer gehoord, het sterke levenslied zullen we maar zeggen. En ook met 'Six Feet Underground' krijgen we weer een waarheid als een koe, da's toch voor een groot stuk de kracht van de Sante, zijn uit het leven geplukte wijsheden, sterke teksten en bovendien voorzien van een mooie melodie en met de kracht van bvb. een Ferre Grignard,om er nog zo'n zeldzaam talent bij te noemen; one of a kind ! Countrytune 'Every story has an end' brengt daarna Bert Candries voor de afwisseling aan de bas en is gedrenkt in de pedal steel slide tonen van Kevin Mulligan. Minder sterk en veel rustiger alleszins dan het aan Ma Van Sant opgedragen 'Visions from deeper than down' van een hier weer erg onrustig dromende P. Van Sant. En dan, linedancers, take your places ! voor het folky ' Too hot to handle'mét,  inderdaad, Andries Boone op de Fiddle. Een meeslepende tune voor de bluesers met geitenwollen sokken onder ons. Yiheeh ! En dan is het even bezinnen in de saloon aan de hemelpoort maar die kan evengoed de hellepoort wezen. Een soortement tearjerker dus aan 'The Point of no Return' !Maar dat point gaan we persoonlijk liefst nog even mijden, stellen we liever nog even uit, net als de eindtune hier, want rocker a la Stones 'Out of Time' trekt je geheid de dansvloer op ! En da's de place to be nu. Vervolger en hernemer 'Ship of Fools' uit I'm a believer' is immers ook zo'n rocker, daarenboven altijd al een hit geweest en die krijgt nu met deze band in deze uitvoering een meer directe aanpak. Het nummer schudt  de psychedelica van vroeger van zich af en swingt de pannen van het dak alvorens hier als in een echte grande finale te eindigen !

Voorwaar weer maar eens een bevestiging van het kunnen van Peter Van Sant deze schijf! Ze onderschrijft zijn onmiskenbare talent als real singer songwriter en de band die hij dit keer rond zich geschaard heeft is er écht eentje uit de duizend, maar ook uit de keuze van de gastmuzikanten weet je wel dat P. intussen weet waar de mosterd te halen. Deze CD is, aansluitend  op 'I'm a Believer, alweer uit 2004,  een waardige opvolger van absoluut hetzelfde high quality level en ook dit keer haast zonder mindere tracks. Dit haalt internationaal niveau ! (Winus)




Danny Bryant's RedeyeBand : 'Black and White'

Belofte maakt schuld en dus neem ik deze 'Black and White', de zesde intussen al van gitaarwonder Danny Bryant, weer ter hand. Niet dat ik daar zo tegenop zie,hoor, maar van pure rockblues ben ik nu eenmaal niet zo'n grote liefhebber alhoewel ik me enkele keren per jaar graag in de hardrock durf te gooien, dat heeft te maken met m'n jeugd, is for ol' times sake, zeg maar,  en zo hou ik zo m'n natuurlijke balans tussen serieux en 'goe zot'. Bovendien hou ik wel van de mens achter de gitaar en heb sympathie voor de band tout court. Het is daarenboven al een maand terug dat ik de CD voor het eerst beluisterde maar toen vond ik er eerlijk gezegd, buiten een paar uitzonderingen, niet veel aan. Laat ons eens zien wat dat nu geeft, het heeft wat kunnen bezinken...'Tell me', de beginner behoorde toen al bij de betere nummers,vond ik  en daar blijf ik nu ook bij. Een krachtige opener is het, die meteen ook aantoont waar het hier om draait: gierend gitaarwerk tegen een stuwende ritmesectie. Danny's vocals kunnen d'er ook mee door, aleen zal die stem nog wel wat rijpen met de jaren, is nu nog wat jongensachtig. Meer doorleefd klinkt die dan weer op 'Between the lines' en hier vind ik Trevor Barr ook al beter drummen. Pa Ken bast alles aan mekaar en samen met Trevor is dat een behoorlijke ritmesectie zondermeer, geen franjes of overkill,zeg eerder maar 'basic'... De machtige gitaren van Danny rijten je weer een stukje verder open en misschien wordt er daarom met 'Love Remains' al meteen daarna gekozen voor een ballad, al had dat voor mij nog niet zo meteen gehoeven, ik had het liever nu nog wat meer uptempo gehad. Afin, we krijgen een love story dus en dat wordt schuifelen op de dansvloer, een echte 'plakker' is het. 'Twenty one' daarna gaat er weer harder tegenaan en is vooral sterk van tekst :'she's three times seven that makes twenty one', leuke ditjes en datjes, maar dit nummer eindigt, net als de meesten hier trouwens, in een 'fade out' en verliest daarmee duidelijk aan kracht, da's toch wat ik er van vind...'Any Wonder' is daarna weer een ballade en het mag intussen klaar zijn, ook van de teksten maakt Danny z'n werk,moet je maar eens op letten, da's ook één van de sterke punten die bij deze herbeluistering nu blijkt.... Over het gitaarwerk verder niks dan goeds, Danny is een begenadigd gitarist,punt. Ook hier weer een fade out aan het einde maar bij een ballade kunnen we dat nog hebben...En daarna komen we eindelijk dan toch aan het boogiewerk en hier is meteen duidelijk dat de driemansformule toch wat te kaal is en schraal klinkt, de productie mocht hier best wat blazers bijgezet hebben en ook het drumwerk valt wat povertjes uit, geen hoogvlieger dus, maar echt wat de titel zegt 'Low Down Blues' !  Het wordt tijd voor een opsteker maar het deels akoestische 'Walk Away' kan dat echt niet waar maken, het is 'nen bleiter', een tearjerker en niet van die kracht om ook bij mij een traan los te weken...Nee, dan eerder het trage 'Old Blues Song',met die weeping guitar van 'm en ja, de pure blues ...hier ook weer een gemis aan een rollende Hammond die dat alles mooi zou bijkleuren, Danny, je zou echt eens wat guest musicians moeten aanspreken,jong...uiteindelijk is dit toch ook wel mooi, en bovendien één van de sterkere songs op deze CD. Want ook 'The Last Goodbye' breekt geen potten even later en dan zitten we toch al aan 't einde van het zilveren schijfje. Gelukkig is daar titelsong 'Black and White' nog, een traditional blues en absolute (akoestische)topper van de plaat ! Sterk gezongen en het geeft je dan weer hoop op ooit nog eens een volledig sterk album van deze hard workin' guys. De eindconclusie blijft te mager maar scoorde hoger dan eerst verwacht.Tse points of tse jury : 7/10 ...(Winus)



Emil & The Ecstatics : 'bit by bit'


'T gaat soms raar ! Bij een eerste beluistering van dit schijfje was ik echt niet zo onder de indruk. Het orgel zat wat te veel op de voorgrond, de stukken leken me net wat maten te veel  of te te weinig hebben en de gitaar zat wat stroef. Intussen heb ik de boter uit de oren gespoeld en ben méér dan overtuigd van het kunnen van deze Zweedse gasten met rockin roots feeling, lots of soul ook en je kan ze rustig zowat met onze Vlaamse Rusty Roots vergelijken. Wat deze viermansband brengt is een brede greep uit het aanbod van rootsmuziekjes. Jazeker soul met opener 'Bit by Bit' of sleper 'In the search of a Woman', maar ook jiven met 'Doer,not a talker' (en da's een snelle), of 'The Spook'( even griezelen in het spookhuis, een instrumentale 'sixties alike' ) en ' Stop' is er nog zo eentje dat je aan het shaken zet. Hier en daar vindt hun muziek zelfs aansluiting bij de blues zoals het erg sterke 'All Day Everyday' en afsluiter 'Terms of Purchase'. Veel up tempo dingetjes, ja ,zelfs wat rootsrock met 'You raised Hell' en ritmisch gaan we sterk de New Orleans tour op met 'Easy Cure' of ook nog 'Regreat song', eigenlijk een bluesy uptempo met slide maar de roffel en het orgel geven het toch die New Orleans feel.  'Highway4' roffelt je dan gezellig ouwerwets de Zweedse Route 66 op en d'er zitten eigenlijk slechts 2  'tragen' tussen de 14 nummers op de CD,  het reeds genoemde 'In the search...' en dan , wat verder op de plaat vind je het wat dramatische 'Cryin' wont help you'. Alle nummers hebben ergens die wat vertrouwde sound, het zijn net oude bekenden maar wees er van overtuigd, het zijn allen 'originals' van Emil en de zijnen ! D'er zit er hier en daar ook zo'n niemandalletje tussen zoals de instrumental 'Lucky Girl' (met Johan Bendik op het orgel) maar die mogen evengoed meetellen, zijn best aardig (mag niet meer 'leuk' zeggen van Piet Bollen...) Wat ook een fijne, beetje uit de band springende is, da's 'The Hula',stel je voor : Hawaïan sounds met bluesinslag en dat in Zweden ! Moet kunnen, zeggen wij dan en daar perfect bij aansluitend met weepin' slide is Rhythm 'n Blues 'Terms of Purchase', de sterke afsluiter die eveneens  de deur op een kier laat, je hebt nu al goesting naar meer. Ik heb dus duidelijk méér dan boter uit de oren gewassen, heelder brokken blijken het nu te wezen ! Verdomd leuke plaat zenne !(sorry Piet) (Winus)





Howlin’ Bill  : 'Live at Ancienne Belgique'


'Het werd tijd ! Dan hebben we es een groep die de tand des tijds trotseert, zoals dat dan gezegd wordt, mét een stevige livereputatie bovendien, en de laatste CD dateert alweer vanuit 2006 ! Hoog tijd dus om nieuwe zieltjes te winnen, mochten die er nu nog zijn, want wie heeft HB in al die tijd nog niet live bezig gezien?
Zij bewezen in al die jaren dat ze een stevige show kunnen in mekaar draaien, deden dat voor de gelegenheid nog es  fijntjes over in de Brusselse AB club  en wij waren er natuurlijk ook weer bij, keken er naar en spitsten de oren, waren benieuwd of we ook wat nieuwe dingen zouden te horen krijgen. Niet dat zulks direct nodig was want in al die tijd schreven (vooral Wim) en kompanen heel wat aardige, eigen stukjes bij mekaar. Zij vulden daar in 2004 reeds 'Cool it' mee en 'Strike' dat er in 2006 mocht achter komen zat ook weer behoorlijk gevuld met nieuw materiaal. Genoeg goeie eigen stuff dus om een lijf-CD goed vol te krijgen ! Deze hier zit dus écht wel barstensvol en mag je gerust een dikke staalkaart noemen van wat je op een gewone live gig  van HB op je bord krijgt. Veel songs dus uit 'Cool It' en ' Strike', daar bovenop nog drie nieuwe nummers én een drietal covers, nummers die eigenlijk bij hun basisrepertorium horen, maar als dusdanig nog niet mee werden opgenomen. Starten doen we al direct met zo één, al moet ik daar bij deze meteen ook  bij zeggen dat ik die nog niet eerder hoorde. 'Next Time' , van Diamond Jay and The Rough is een perfecte beginner, je weet al meteen dat hier zweet gaat vloeien. Ik ben tevreden als ik Wim zo bezig hoor want die is vocaal heel erg gegroeid de laatste jaren, zou d'ie stemlessen gevolgd hebben ?...bij gelegenheid toch eens vragen. Aan de gitaar maken we kennis met 'Little' Limmy Hontelé, die nu de plaats inneemt van waar eens Little Chris zo graag stond... fijne gitarist die Little Jimmy, haalt niet voor niks de bijnaam 'Fenderix' ! Voor de rest zijn alle plaatsen bemand om zo te zeggen met de bekende koppen : 'Magic' Frank Pauwels aan de drums en een onverstoorbare 'Walkin' Winne aan de bass. Houen zo, mannen, deze combinatie werkt ! Op 'Foxy Little Lady' uit eersteling 'Cool It!' staan Carl Corstiens en de dametjes Mimi Dhondt en Sarah Defossez in een gelegenheids backing koortje Howlin Bill bij. Een sterk nummer is dit altijd al geweest, meteen een schot in de roos ! Daar mag een nieuwertje achterschuifelen in de swing shuffle 'Six Feet Five' en die is eveneens van een hoog niveau. Geschreven door Wim en Little Jimmy, is een nieuw songwritersduo geboren?

Vergeten we vooral de bluesharp kwaliteiten van Wim niet te vermelden, die harp rolt er vantijds uit als was het een mondhammond , best vettig ! Geen tussendoortjes en babbeltjes nu, 'My Own World', een wat CCR geplengel komt er al aan en is lang niet slecht, 'k wou echt niet oneerbiedig doen... Daarna tijd  voor wat dramatiek met Frank  pluizig op de Toms en  het koortje is er ook weer mooi bij. 'You're gone too soon, da's een traantje plengen... Niet voor lang echter want daar gaat de rollercoaster weer en Little Jimmy geeft die de gepaste snelheid mee ! 'Bully' , uit de eerste CD is dan weer helemaal iets voor mij, groovy funk is het en Jimmy zet daar de gepaste wah wah solo bij neer. Geen GoGo girls gezien in de A.B. al zouden die hier erg op hun plaats geweest zijn ! Wim mag de song uitblazen en daarna gaan we er weer tegenaan, geen compassie ! Deze keer met de tweede cover op deze paat en da's er één van Lavay Smith, 'Queen of classic Jazz and Blues in the 40's & 50's authentic style !' Een rootsig rockertje, 'Devil and the Deep Blue Sea' noemt het en van de ene cover komt de andere maar deze volgende 'Don't you know' is wél onverbrekelijk verbonden met de vaste act van Howlin' Bill. De ophitsende zangpartij,de sterke gitaarsolo en bluesharp er bij , de doorstappende bass van de Winne en hier nog es extra gospeluithalen vanuit het koortje, voorwaar een sterke versie van deze Omar Dykes song, wordt ook niet té lang uitgesponnen wat ik al eens anders heb geweten... Mooi zo ! Even tot rust komen? Dat kan, met het 'groepswerkje', de nieuwe, pure blues 'A man 's Got to do'. Een dikke zeven minuten  'surplassen' op de dancin floor, dat kan zelfs ik met de ogen toe... Huilende harp en bleitende gitaar, the blues and nothing but the blues ! Vergeten we niet dat Howlin'Bill, zo ooit van start ging... Schwung then and shake your tailfeather op 'Remember the day', nog een goeie uit 'Strike' en nu is Little Jimmy wel erg goed op dreef ...beetje plagerig om daarna door te stoten. Jimmy's spel is daarbij nooit schreeuwerig, eerder mooi afgelijnd en  gedefinieerd... 'Second Hand Shoes' is er dan weer éénje voor Frank aan de drums en geef hem dan maar es open gordijn, was het trouwens niet nét op de verjaardag van Frank dat deze CD recording doorging? Veel tijd heb je niet om daarbij stil te staan want 'Sipido', een laatste nieuwe én instrumental, van de hand van  Wim, zet de stomende eindsprint in van deze show, al is de eindstreep nog zo meteen niet in zicht. ' You got it' da's er nog ééntje van Little Chris vroeger, en die komt er eerst nog aan , het koortje klinkt er lekker bij. 'Pick up Lines' swingt daar gepast achteraan en alles klinkt nog steeds aardig fris. Maar aan alles komt tenslotte toch een end en dat eindigen doen we in schoonheid met 'Hell Freezes Over', één der toppers uit vorige 'Strike' . En dan staan we 68,38 minuten verder, ik denk niet dat een commerciële audio CD nog veel meer kan bevatten. In ieder geval heb je hier zowat het beste wat je van Howlin' Bill normaliter kan verwachten, 6 tracks uit 'Strike', 4 tracks uit 'Cool It', 3 covers en 3 nieuwertjes. Wens je nu nog meer, ga dan vooral naar één van z'n shows kijken, en overtuig je met je eigen ogen, de oren heb ik je net al geleend...

Mijn conclusie : Dikke CD !'(Winus)  




 Fried Bourbon  : 'Deep Fried'

Twee jaartjes mochten we wachten op de opvolger van 'Boogie Blend Blues' en wat we toen al zagen gebeuren, is intussen een vast gegeven : Gene Taylor, weliswaar geen vast bandmember, is er toch maar weer es bij. Maar strakjes meer daarover. Laat ons nu maar meteen beginnen, al heb ik het niet zo voor starter 'Ding Dong', een vertrouwde Fried Bourbon roots music feel weliswaar, maar het geheel zit me niet zo lekker en dat heeft niet alleen met de ijle pianosound van Gene te maken, de ganse song lijkt me niet zo goed 'rond' te draaien...over naar track 2 dan maar want ' My Sweet Girl' zit,wat mij betreft, héél wat steviger in het zadel. Shufflegewijs  dan wel maar het goeie gevoel komt me nu toch al gauw terug... denk dat deze song een heel wat betere opener voor de CD ware geweest ! Gastmuzikanten her en der verstrooid over de CD en hier krijgen we de sax al mee van Stefan Thaens, al is dat slechts voorzichtig in of aanvullend. En dan gaan we achter de kist aan met het weerom sterke 'Angelina' .Een soortement dodenmars is het in  pure New Orleans stijl , koortje incluis. Zo'n New Orleans feestje loopt echter al gauw uit de hand en zo gaat het ook met 'Black Cat Bone', een stevige up tempo swinger en Jurgen Claes geeft er een lap op ! Blues ?

Met 'I got you on my mind' krijgen we die akoestisch mee maar de bluesharp van Steven snijdt me hierbij wat te scherp, lijkt me ietwat te 'geperst'...En dan gaan we de zotte toer op, alle hens aan dek, en dat betekent meteen ook wat  gehuurde matrozen d'er bij als daar zijn  : een opgewekte André Donni aan de klarinet, wie we daar hebben !..en Philippe de Chaffoy aan de viool, zeg maar fiddle in dit verband. Deze 'Camel Chase' klinkt Oosters, draaft op klepperende paardenhoeven en ademt evengoed wat Mexicaanse Ranchero. Een multicultureel uitje als het ware en de mondharmonica van Steven klinkt hier wél lekker bij, voor de chickenthing zorgt Tim ! 'Open your heart' is daarna een rockertje met Steven  ietwat ouwerwetsig gecharmeerd aan de vocals en Tim speels in de gitaarsolo. Volgt een 'Candy' give and take spelletje met Marlies De Munck aan de female vocals, een jive met  Jurgen Claes roffelend op de snare drum, best leuk maar niet meer dan een plezant tussendoortje. Geef mij dan maar het echte boogiewerk van 'The River Styx' , stuwend en transcendent met producer Roland aan de sitar, ongetwijfeld het beste nummer van de CD en de mondharmonica van Steven klinkt hier ook als vanouds. Eén van die zeldzame langere nummers op de CD is het want de meeste andere liedjes draaien zich op goed 3 minuten af, afin,'t mag zeker best wezen, sterke song !' Doin Time' is ook een lekkere 'doowap doowap' tearjerker en heeft alles met zich mee behalve dan de backing vocals die 'k hier wél graag had bij gehad. Voor de rest goeie gitaarsolo en hier weer Stefan aan de tenor,al mocht dat wat meer geweest zijn.... En dan gaan we flnk doorstappen op 'Biggest Little Sumpin' , net wat we nu nodig hadden zie, om dit feestje wat verder uit te bouwen. Meteen daarna zakken we met 'Loaded Dice'nogal bezopen onderuit...New Orleans once again  en dat gaat uitstekend zo, met die klarinet van André Donni en de trombone van Paul De Wouwe er bij...de viool van Phillipe zit er volgens de CD hoes ook ergens tussen maar die kan ik er écht niet uithalen, zit in het geheel wat verscholen...De 'Deep Fried Boogie' daarna, met Tim Ielegems, hier aan de vocals voor één keer, deed me nadien nostalgisch terug grijpen naar  MySpace pareltjes van de boogie groten van weleer, Ray Charles, Jerry Lee Lewis en Fats Domino.Deze boogie heeft het in zich, al verbleekt het wat als je gaat beginnen vergelijken met de originele stuff. Maar toch mooi zo en de piano van Gene leent zich hier uitstekend bij, al wou ik het eerder al zeggen : do not overdo this want in andere songs zijn die piano riedels van Gene toch wat magertjes, dus graag niet te veel gebruiken, wat de jongens gelukkig ook niet doen...'On my way' is dan weer de 'Fried Bourbon gospel' die ons stilaan naar het einde begeleidt...van deze CD weliswaar. Maar het is wél 'We Gotta Go' dat de deur mag toedoen. Fried Bourbon op z'n best is het, met  Steven sterk op de mondharp en dat spoelt definitief het magere aperitiefje dat 'Ding Dong' voor mij wel was, buiten. Het New Orleans bandje stapt daarna de einder uit....Blijft de eindconclusie en da's er één die overwegend positief nijgt .Overduidelijk Fried Bourbon authenticiteit met een speelsheid die hier ook weer als een rode draad doorheen de eigen songs loopt maar het zijn toch vooral de pure boogienummers die het 'm voor mij weer doen,een aanrader is het alleszins voor nostalgische zielen !   (Winus)  




5 O’ Clock Shadow  : 'Going to Town'

We schreven het al een paar jaar terug: deze band uit het Aarschotse hééft wel iets en het is spijtig dat daar dan ook zo weinig mee gebeurt, want wat deskundige leiding zou deze mannen absoluut voort kunnen helpen. Talent is er in huis met Kris'Kirri' Valvekens die zowel songs kan schrijven als zingen en daarbij nog meer dan behoorlijk gitaar kan spelen bovendien. Het verdere trio bestaat nog steeds uit dezelfde ritmesectie en dat zijn Jan Vermeulen aan de bas en Kris Ooms aan de drums. Backing vocals nemen die ook voor hun rekening  en da's maar goed ook want soms mag het wel es wat meer zijn , zoals nu ook weer blijkt uit de beluistering van de quasi nieuwe demo, die intussen ook al wel goed vier maand oud is .. sorry hoor, het kwam er gewoon niet eerder van ...Maar d'er is ook geen haast bij het ontwerp van hun nieuwe website blijkt als ik intussen wil checken voor wat nieuwsjes, dus dat ik dan ook wat later zit, dat zal dan ook wel geen erg wezen zeker?...'Going to Town' noemt de demo en die bevat weer 5 eigen schrijfselen van de Kirri, die gast is het nog niet verleerd ! Want hoewel deze schijf niet echt historisch werk bevat mag het er wél wezen. Zo is 'Little bit of Sympathy' de uitstekende akoestische up tempo opener met naast de gitaar gesmaakte handclaps. Gooi d'er nog wat slide bij en dan zijn we  ineens goed van start gegaan ! Wel 4':05'' lang maar dat stoort hier helemaal niet, wat wel van track 2, 4 en misschien ook wel 5 moet gezegd worden, korter is soms beter ! Want titelsong 'Going to Town' is dan wel een sterke meekletser, maar daar mocht wel meteen een goeie minuut vanaf. Wat vrouwelijke backing vocals denk ik hier ook graag bij...ik zeg maar hoe ik het zelf graag zou gewild hebben... Goeie song toch en de gitaristcapaciteiten van Kirri staan ook meteen buiten kijf... Zomers en jazzy kan het anders ook wel , zoals met het vrolijke 'The One' , al is de elektrische bas van Jan hier wat te braaf bij, al tracht die wel uit te breken hoor, maar een upright akoestische bas, daar kan je die snaren zo mooi laten op kletsen ! Drums zitten grotendeels goed, al mag dat ook wat frivoler hier, maar het moet gezegd , dat New Orleans drummen, da's wel een stijltje apart! Géén opmerkingen whatsoever voor wat de instrumentale invulling betreft van 'Money doesn't Matter' want dat zit uitstekend ! Maar deze song zou verdorie nog mooier zijn met een geschikte bluesharp d'er bij en op 4 minuten zou ik 'm toch afronden ook... Blijft eindtune 'New Hollywood' voor onze 'Johnny Depp lookalike' . Een lekker rockertje is dat maar toch wat braafjes. Hoe vettiger, hoe prettiger, dus die drums moeten absoluut meer aandringen en aandrijven, mag voor Kris geen probleem zijn ! Het blijft dus, net als bij de vorige 'Bluesband' wachten op een producer die dat allemaal in de toekomst in goeie banen kan leiden, deze groep heeft duidelijk potentie al blijkt het driemansformaat  soms toch wat magertjes. Wij zijn echter 'believers', fans van het eerste uur... de tijd zal uiteindelijk uitwijzen of wij hiermee op de goeie paarden gegokt hebben, bij wijze van spreken. In 't oog te houden ! (Winus)



The Little Louis Band : 'Footstompin' Ground'

Little Louis wist ons dit jaar al aangenaam te verrassen op het Swing Festival te Wespelaar alwaar ie een stomende set roots music overtuigend wist neer te zetten en de CD/DVD die we daar in handen kregen is het levende bewijs van een groots entertainer, ongeacht z"n lengte, heet niet voor niks 'Little' Louis. Dat-ie het jaar voordien als guest ook al op Swing mocht aantreden met Guy Forsyth is een pluim te meer op de hoed van deze sympa jongen want talent blijft duidelijk niet onopgemerkt,zelfs niet overseas want kleine Louis haalde zelfs onlangs nog de halve finale van de prestigieuze 'International Songwriting competition' in Nashville met befaamde juryleden als daar zijn, dit jaar: Jerry Lee Lewis, Tom Waits, Mc Coy Tyner, John Scofield of, om het bij de blues te houden : John Mayall! Einduitslag 2009 nog niet bekend...Dat deze jongen niet voor één gat te vangen is bewijst 'Footstompin' Ground ook eens te meer want naast de dampende boogie vindt je uitstekende singer songwriters stuff op deze verzorgde schijfjes. Laat er ons maar gauw eens naar luisteren...'Icewater',geen eigen song als opener maar een cover van American folkrock singer songwriter Peter Case zet wel meteen de toon en presenteert een band waarin ook Aart van der Wulp aan de mondharmonica een belangrijk deel van uitmaakt want diens vette smoelschuiverwerk is heel bepalend voor de sound van de band. Stemverschuivingen en stevige slide volgen haast naadloos in de traditional 'John Henry'.Power harmonica en de bass van Geert Engelsman in een sprintje met Gabriël Peeters aan de drums, zo mag het wezen ! Wat gedacht van het eigen 'Evil wicked woman',met voortreffelijk gitaarwerk in een haast bezwerende trance, daar heeft die slechte vrouw vast niet van terug ! Dan volgt een true footstompin' gospel die snel overgaat in een krachtige rockexplosie met toerendraaiende bass en drums in het vooronder.' The Revelator' ontpopt zich als een uitputtende dansmarathon, jawadde !'Ride' mag dan wat rustiger aan maar blijft gelijk toch op een hitsig tempo met een gitaar die voorwaar koortsig uithaalt...Geen wonder dat de duivel dan om de hoek komt kijken in 'The devil's Hiding' ,kompleet met guitar electronics en in een extatisch pompend rhythm, erreg sterrek ! Liever toch wat sneller ?, U vraagt, wij draaien dan nu 'Nowhere to Run', een supersnelle jive, een boogie waar je inderdaad niet kan voor schuilen !En als toetje krijg je daar bovenop nog de real Mississipi uptempo blues 'Parchman Farm' van Mose Allison.'Burning Hell', een cover van John Lee Hooker mag dit deel live blues (ogenomen op het Moulin Blues Festival 2008) afsluiten en is representatief voor wat je live on stage van de Little Louis Band mag verwachten: stevige gitaar en krachtige vocals, rake drums en stuwende bass en een bluesharp om U tegen te zeggen en dat alles in een rotvaart zodat een gig van Little Louis garant staat om je toch te dikke pens er af te swingen ! Krijgen we nu nog een zestal nummers uit een live solo performance in De Groene Engel, te Oss, Nederland daar achteraan.'Lay me low', een eigen nummer, mag met een frivole goedgestemdheid en sterke slide, real footstompend deze solokar trekken. En 'Wade in the Water', een traditional met eigen arrangement, schurkt zich daar lekker tegenaan, een lekkere meezinger is het , met ranzig snarenspel. Heel anders dan 'Carnival', het buitenbeentje op deze CD, een singer songwriter thing, folky en mogelijk zelfs iets uit Louis' Songwriters United periode.'Saturday Night & The Sunday Morning Blues' zet je meteen daarna weer op het bluestrack om te vervolgen met 'Trouble No More', up tempo en spoorslags naar het einde toe,zo lijkt het wel, maar 'Modern Life Drag',de afsluiter leunt dan wel eerder bij het 'Carnival' van daarstraks aan, een doowap leuke jazzy tune waar je graag mee wakker wordt !

Vijtien songs dus op deze goed 73 minuten volle CD, da's goed vol en de DVD doet daar nog een flinke schep bovenop met 'Can't be Satisfied ', Two Trains Running', Aint no Water' en 'Those who fell'. Het geld meer dan waard zou ik zo zeggen en eigenlijk onbegrijpelijk dat we Louis nog niet meer zagen in onze contreien...een tip voor onze organisatoren? (Winus)




Matt Schofield : 'Heads, Tails & Aces'

At Last, eindelijk komt het er dan tóch es van om een CD van mijn idool, Matt Schofield te bespreken ! De laatste nieuwe, intussen toch ook al een tijdje uit bij Nugene Records, ligt hier voor mij te blinken en gelijk neem ik toch ook graag de gelegenheid om door Matt's vorig werk te bladeren, want dat mag er best ook wezen, de schijfjes waren een hele tijd mijn enige muzikale gezelschap in de wagen, keihard dan nog wel, want écht extatisch goed !

Op z'n 18 werd Matt professioneel muzikant en na een leerschool on the road met o.a. Dana Gillespie zette ie uiteindelijk met z'n trio, met verder keyboardenist Jonnie Henderson en jazzdrummer Evan Jenkins (intussen na een lange samenwerking met Matt, nu  bij pianist Neil Cowley van de vroegere  acid jazz band 'The Brandnew Heavies'), een eerste CD neer in 2004 : 'The Trio, Live' noemde die  en da's waar alles mee startte. Vooral covers stonden op die 8 track plaat zoals 'Every day, I have the blues' van Peter Chatman, 'Cissy Strut' van The Meters of ook nog ''Travellin' South' van Albert Collins. Niet steeds zo zuiver geregistreerd toont deze schijf toch meteen waar het allemaal om draait, jazzy,melodieuze rhythm en onmiskenbare blues waar, naast Matt zelf, Jonnie Henderson aan de Hammond, een bepalende rol speelt in de groupsound.  Een teaser was het en het werd gauw uitzien naar méér van deze veelbelovende band rond stergitarist Schofield, want zoeel was zeker : in lange tijd geen betere gitarist gehoord, smooth en melodieus, geen snarenrukker !  Een jaar later heb je dan 'Live at the Jazz Café',een andere live registratie, hetgeen Matt prefereert, en enkel verkrijgbaar op gigs of op de website. Niet getreurd want datzelfde jaar volgt ook nog 'Siftin Thru Ashes', met hier en daar nog een enkele cover zoals de zeer eigenzinnige versie van ' The Letter' (Wayne Carson Thompson), een gewezen hit van The Box Tops. Maar verder en vooral véél eigen funky werk zoals de titelsong of, vermeldenswaard, het fantastische 'Djam', een trio-compositie van het driegezelschap en natuurlijk songs die hij samen schreef met bluesfan, muze en partner, zijn Canadese vriendin Dorothy Whittick, die vanaf nu steeds meer in de credits komt te staan. Daar zijn pareltjes bij zoals de haast nu al traditonal 'On my Way'en hier op deze plaat zien we ook een eerste keer Jef Walker opduiken als guest op een nummer waar ie zelf trouwens aan mee schreef, 'Hard Lines',was dat.

Voorganger van 'Heads...'dan, is 'Ear to the Ground'uit 2007 en die bevat nog maar een paar covers : de starter 'Pack it Up' van G. Chandler en spoorsluiter 'When it all comes down' van Will Jennings. Verder allemaal songwriter-combinaties uit eigen orde en ook daar zit Dorothy weer dikwijls tussen. Uptempo wisselt af met funky of gaat naar de pure blues, zols in ballad 'Once in a While'. Op deze CD, in Nederland opgenomen, ook weer een guest en dat is Big Pete Van der Pluym (van The Backbones) aan de mondharmonica en dat hoorden we nog niet op Matt's opnames... Mijn persoonlijke favoriet op deze CD is zeer zekers 'Cookie Jar', een samenschrijfsel van Matt, Jonnie en, hoe kan het ook anders, Dorothy Whittick. Het is een krachtig gezongen nummer met een Jonnie Henderson die ons op de Hammond naar de hemelen voert, en Matt die daar gitaarvirtuoos op invalt, al zal deze beschrijving wel geen 'goed' Nederlands wezen.

Het zal zo ongeveer een jaar geleden zijn dan,dat we Matt met diens vertrouwde trio nog eens zagen aantreden bij Louis , in Mol, en d'er bij die gelegenheid ook van profiteerden om hem wat vragen te stellen over de komende CD,deze dus, die toen nog moest gemastered worden. Hier lees je daar meer over. Die CD is d'er echter nu en wordt het dan nu verdorie eindelijk dan eens genen tijd om die aan de CD-speler te voeren ?

Continuïteit op deze verzorgde plaat al is er natuurlijk wel 't één en 't ander veranderd. Het trio wordt een quartet met het toevoegen van oude bekende Jeff 'The Funk' walker aan zowel de upright maar veeleer aan de electric bass, Evan Jenkins verdwijnt aan de drums, wordt vervangen door de in Frankrijk geboren Alain Boudry maar  intussen genoeglijk bekend van o.a. Otis Grand en natuurlijk ook vroeger bij Ian Siegal. De basis blijft echter met, naast Matt, de onovertroffen Jonnie Henderson, al heb je op deze schijf heel wat minder duels als vroeger  en zit Jonnie méér aan diverse keys dan aan de Hammond zelf (een omgebouwde Korg overigens, beweren sommigen...) Da's natuurlijk wat spijtig want die Hammond/guitar spelletjes waren vroeger (en vooral live dan) een wezenlijk deel van de show...


Alleszins gaan we behoorlijk goed van start met 'What I wanna Hear', een solocompositie van Matt en voortbordurend op de traditie: Lekker gezongen, melodieus en gitaartechnisch zeer sterk, niks voor niks is Matt al dikwijls uitgeroepen als waarschijnlijk de beste gitarist die het UK ooit gekend heeft ! Alain Baudry steekt a la New Orleans van wal op 'Live Wire' en Jonnie geeft op z'n Wurlitzer van jetje en nee, da's nieuw voor ons, hadden we in vorig werk nog niet eerder gehoord. Die elektrische piano blijft ook in 'War we Wage', een slowdown piece, 'smouldering' staat in de perstekst, smeulend dus en beter kon ik het zelf niet gezegd hebben, mooi ! 'Betting Man', eigenlijk het titelstuk van de CD slaat zich met fijn drumwerk en een back beat door een meeslepende melodie. The Blues ? 'Lay it down' bedient je op je wenken en herinnert aan een ouwe Fleetwood Mac. Ook weer een eigen nummer, zij het meegeschreven door...Dorothy, de vlam dus en de passie ligt er bovenop, zoals het een goeie blues vermag...Terug naar de onderbuik dan, al denk ik dat we daarnet ook al daarvan kwamen, met de very funky en loopse gitaar in 'Can't Put You down' en, ik kan het niet helpen, ik denk er bij dit nummer steeds en direct een heuse blazerssectie bij, die zou hier absoluut niet  bij misstaan, zit eigenlijk in die ganse funktraditie...De smooth blues cover 'Woman Across The River' van Crutches/Jones geeft ons dan eindelijk nog eens Jonnie op de Hammond C3 en rondt mooi af, ik hou zo niet van fade outs.. 'Nothing Left' is weer een soloschrijfsel van Matt, jazzy en ware er niet dat intrigerende gitaarspel, dan zou je't haast loungy durven noemen....maar nee hoor, daar is 't veel te écht voor ! 'I Told Ya' gaat pompend voort op het bekende Matt Schofield track, mooi ingelijst door Jonnie aan de Hammond en in een steady baan gehouden door een uitmuntende ritmesectie, zij zijn d'er steeds, Alain en Jeff,  niet echt opvallend maar wél zoals het hoort, foutloos en met  perfect lopende motoren...plus  Jonnie hier aan de pianokeys , da's ook nieuw. Dat vervolgt zich even later in Elmore James cover 'Stranger Blues', een jive met Matt krachtig aan de vocals, best leuk maar ik hoor 'm toch liever met eigen werk. We gaan d'er daarna uit met wat low down lights in de 'fast slow'  'Not Raining Now', da's er nog ééntje voor op de dancing floor en dat wordt stilletjes weggefade...naar een volgend album zullen we maar denken ?

 Dat we van deze band alleszins nog meer gaan horen, daar twijfel je niet meer aan na deze beluistering. Matt en Jonnie vonden immers ( al leek dat éven wat moeilijk te gaan worden) in Jeff Walker En Alain Baudry de perfecte ritmetandem om nog een lange weg af te leggen ! (Winus)




KIRRI : 'Mind Your Sleep'

We schrijven zomer 2009, da's de periode dat Kris 'Kirri' Valvekens, boegbeeld van 5 O' Clock Shadow Bluesband zo ongeveer deze 6 songs demo opnam. Ook de periode dat Kirri blijkbaar schitterde op de after party's van het (Ge)Varenwinkel Blues Festival, al hebben wij het dan van horen zeggen, want zelden zie je ons daar zo laat nog...En?...eigenlijk aan deze 'Mind Your Sleep' niet veel nieuws toe te voegen. Een bekend geluid is het intussen, al houdt deze schijf het very basic en is ze puur akoestisch samengesteld. Kris bespeelt , naast de vertrouwde gitaar (hier 6 én twelve strings) eveneens de mandoline en de ons onbekende dulcimer en da's een soort tokkelinstrument dat je eerder in de volksmuziek hoort aan te treffen. Percussie en zang neemt ie ook nog voor de rekening en dat met allemaal  eigen werk, geen covers.., gesproken van een solo project dus ! Bekend klinkt het , maar da's natuurlijk omdat Kirri ook al het songwriters work  doet voor 5 O' Clock Shadow. Het mag daarom ook niet verbazen dat hier eenzelfde soort foutjes naar voren komt zoals te lange nummers die hun kracht verliezen naargelang ze langer uitgesponnen worden, dat gebeurt niet veel meer maar  is alvast het geval met opener 'So hard to do', verder best een leuke song en het enthousiasme druipt er écht vanaf ... Beter is nochtans 'Somewhere', sterk op gitaar en overtuigend aan vocals .Toch pakt me nu al het 'kampvuureffect', wat je natuurlijk al gauw hebt van iemand zo solo op gitaar... Een vrolijke riedel volgt op 'Lone Soul Blue' al verwacht je dat er ook wat  bij gefloten wordt ...een hartverwarmertje... Anders veel nummers over verlangen  naar elkaar  op dit schijfje, zo ook in 'How Long' een mooi ledje dat van mij best wat elementaire percussie er bij mocht hebben, erg mooi toch en één van de sterkste nummers hier ! De mandoline komt daarna naar boven op titelsong 'Mind your Sleep' , een bekend verhaal over nachtelijk vertier en het gebrek aan nachtrust achteraf, jaja... we kennen dat...'Got your Mama' sluit daarna af en dat klinkt nogal ongeïnspireerd, krachtig gezongen dat wel maar ook dat beetje slide er bij kunnen mij niet echt overtuigen, het is het zwakke broertje er bij , zo ééntje van dertien in een dozijn, sorry...

Het gebrek aan instrumentale invulling is misschien wel het grootste verwijt dat je de samensteller van dit Ceedeetje kan maken maar natuurlijk is dit slechts een tryout van een singer songwriter,zo bedoeld dus : elementair en 'naakt', maar  eens te meer toch duidelijk makend dat deze jongen talent heeft, had ik dit al niet eens eerder gezegd?... Ooit komt hier meer van, daar ben ik wel van overtuigd en  hou inmiddels m'n ogen en vooral de oren open... (Winus)




Nico Backton & Wizards of Blues : 'Roots and Stories'


Nooit eerder van gehoord, van deze oorspronkelijke Vlaming, al zal ik 'm waarschijnlijk wel al eerder  gezien hebben, in het gezelschap van Marc Lelangue, waar die vroeger begeleider van was. Afin, inderdaad een wat vreemde levenswandel heeft deze 33 jarige Gentenaar tot nog toe achter de rug, daar lees je alles over op 's mans webstek. Geen nieuweling dus, en behoorlijk opgeleid ook, deze Nicolas 'Nico Backton' Debacker, met o.a. Antwerpse jazzstudio achter de rug. Nico verloor zich echter in de blues en da's een hemd dat 'm goed past blijkt nu, al zijn d'er wel 3 CD's nodig geweest en het Naked Production label om Nico hier in de schijnwerpers te zetten ! Een ontdekking voorwaar, deze waarachtige singer songwriter die zich schaamteloos hier als dé ontdekking van 2009 op deze bladzijden mag laten te vernoemen. Nico doet dat glansrijk met een mixture van eigen werk en covers , gearrangeerd door hemzelf en z'n illustere Franse kompanen, 'The Wizards of Blues' en, laat je op geen verkeerd been zetten, héél duidelijk geen nieuw soort 'Wizards of Ooze'! Van deze laatsten was ik ooit ook nog enig fan en zeker na het verschijnen van hun eerste album 'The Dipster', wat ik geweldig vond.. maar die kwaliteit hebben die mannen nooit kunnen aanhouden. Verrekte spijtig, want daar zat een boel muzikaal (jazz)talent tussen...dit terloops gezegd, back to Backton nu, want die heeft met 'Roots and Stories' een behoorlijk eigenzinnig bluesalbum neergezet, een muzikale reis tussen stijlen, vooral akoestisch en daarbij geruggesteund door de mij onbekenden : Chris Michel aan bass en contrabas, Richie Faret aan de wat magische bluesharp en François Miniconi aan diverse percussie...mijne dames en heren, volgt U mij door... 'Roots and Stories'...

'Duncan and Brady' , da's starten met een 'moordsong', een lekker deinende traditional, bekend van o.a. Dylan en Leadbelly. Zo maken we meteen kennis met de wat doorleefde stem van Nico en de 'electrifying' buesharp van Richie Faret. 'Dig that Boogie ' is daarna meer elementair, een eigen footstompin' werkje, en helemaal een American countrystyle melody,  alleen de fiddle ontbreekt hier nog. 'Louise Blues' volgt dan en je hoort meteen ook waar Fogherty vroeger de mosterd vandaan haalde. Een Big Bill Broonzy nummer, mooi percussief ingevuld door François Miniconi en  voorzien van diverse gitaren , echoënd achter de indringende vocals van Nico. 'Blue Monday', ééntje van Fats Domino is gezapig gebracht, minder swingend dan Fats zelf dat deed maar best gezellig en trouwens wat boogie woogie piano (waar voor Nico alles op 7 jarige leeftijd mee begon) is er ook bij. Voor mij anders liever het gitaarwerk zoals in 'Bad Times', een eigen nummer, solo gebracht met slechts de eigen begeleiding op dobro. Een echte blues is het, gekreund en gesteund gebracht, een 'pijn' stuk... Perfect daar op aansluitend ,elektrisch en met een distorted begin is 'My Roots' . Een beetje hallucinant klinkt het allemaal tot Nico , ondersteund door de drums en aanpompende bass in een strakke beat klaar naar binnen valt, een buitenbeentje is het op deze plaat met een heel hypnotiserend ritme.  In schril kontrast staat daar wat later 'Valentine's Day Blues' tegenaan, een 'On the Bayou' jive  die je van het ene been op het andere laat schommelen en hier weer gepast aangevuld wordt door eigen gitaarsoleerwerk en de mondharmonica van Richie Faret. Een nummer, eerder ook al bekend door o.a. Bonnie Raitt. 'Baby, I love you', componist mij niet echt bekend, zou van Aretha Franklin kunnen wezen en daar zou ik zó meteen kunnen inkomen, kort en krachtig , mooi ! 'Tipitina', dat kennen we dan weer wel, duidelijk New Orleans stuff, met Nico, boogiewaarts op piano naar het einde toe, al is het nog twee nummers te gaan. Alleen het drumwerk van François klinkt me hier wat te 'rond', had het liever wat meer roffelend gehad... Wat gekraakt gezongen, straf zo op je 33, volgt dan de traditional 'Goodnight Irene', een mooie ballade en een slowertje voor onder de mistletoe, met Nico hier ook nog es aan de Hammond , écht iets voor deze kerstdagen en met een meerstemmig koortje dat mee afsluit, een hartverwarmertje...de mondharmonica maakt het geheel nog wat weemoediger. En dan...de blues...naar het einde gaan we met een paar erg mooie ouwertjes en de guestperformance van gitarist  Thierry Lopez op 'T-Model Ford Blues',  refererend naar James Lewis Carter Ford?,een Amerikaans Bluesmuzikant uit het begin van vorige eeuw... De finale is echter voorbehouden voor het footstompin' Cigar Box Babe' van , hoe kan het ook anders, Bo Diddley.

Wel, voor mij was deze journey door styles zeker voldoende om mij te overtuigen van de bluesy kwaliteiten van ene Nico Backton . Geen wonder van 's mans succes bij onze Zuiderburen die d'er anders ook wel pap van lusten, van de blues ! En Nico mag dan wel z'n hart verloren hebben aan het Zuiden van Frankrijk, 't zal  er toch ook steeds één van ons blijven. In 2010 weer volop te smaken op onze podia?... (Winus)




Duke Robillard and Sunny Crownover : 'Tales from the Tiki Lounge'

Les Paul, verleden jaar in Augustus overleden op 94 jarige leeftijd, vernieuwer en eens de uitvinder van de elektrische gitaar , tevens musicus en songwriter, was dé inspirator voor dit buitenbeentje van gelauwerd bluesgitarist Duke Robillard. Beschouw deze CD  best als een apart project want die is  heel wat anders dan bvb. z'n vorige 'Stomp, the Blues tonight',ook al uit 2009. Dat is trouwens ook een beregoeie CD en bovendien geschoeid op de hem vertrouwde leest van jumpin' blues en rock'n roll. Voor deze 'Tales' echter scharrelde Duke  niet alleen life time melodiën op van Les Paul en Mary Ford, dingetjes die voor hem steeds al gevoelig lagen,maar ook  old time muzikale memories uit ouwe fims en deunen die in  ons algemene muzikale geheugen liggen. Hij creëert hiermee een nostalgische sfeer en vindt daarbij  in Sunny Crownover de absoluut meest geschikte partner om dat vocaal te vertolken want zij is voorwaar meesterlijk in het scheppen van de nodige sfeer ! Samen werkten zij met veel plezier in 2009 aan deze CD en dat loont zich want de songs zijn echte pareltjes.  Begeleiding is er slechts door bassist Marty Ballou op de akoestische bas en hier en daar veegt vaste drummer Mark Teixeira ook nog wat borsteltjes over de snare drum of voegt soms wat percussie toe. Slechts op 'Occidental Woman' wordt daar even vaste gabber Doug James aan de bas klarinet en Carl Querfurth op trombone aan toegevoegd. De Duke neemt verder vanzelfsprekend zowel het akoestische als het elektrische gitaarwerk voor zich, in een Les Paul traditie dan want dit is natuurlijk voor een stuk een 'tribute to', dus veel werd meersporig toegevoegd ,met de gepaste tremolo of reverb d'er bovenop. Wat je dan krijgt met de juiste songkeuze is een heerlijk wegkabbelende schijf, erg loungy, evengoed thuis op een zomers terras met een cocktail in de buurt , als op het kerstfeestje bij je thuis (waarvoor die trouwens eerst wat bedoeld was, de CD lag immers tegen de voorbije kerstdagen bij de (weliswaar Amerikaanse) platenboer, alhoewel officiële release pas laatst, in Februari, was.

De Duke heeft bij de CD een aardig booklet toegevoegd waar d'ie z'n motivatie meegeeft, waarom er net die song op moest, en met welke gitaren er bij gespeeld werd, zo'n bijsluiters hebben we graag !

 Uit het 'Les Paul en Mary Ford songbook' krijgen we  Bye Bye Blues', starter van de CD trouwens, 'Just one more Chance', I'm still in love with you', Smoke Rings' (mijn absolute favoriet !- a song about smoking...smoking what, I'm not sure !) en 'I'm Confessin' (da's dan weer wat overdone met al die mandolines...) Heel authentiek klinkt anders ook  'Occidental Woman', old times jazz, instrumentaal mooi ingevuld door de woodblocks van Mark Teixeira, de blazers en een Kay Deluxe akoestische gitaar uit de jaren dertig, schitterend ! Eigenzinnige versies van 'Besame Mucho' en 'Tico Tico', nog een Zuid-Amerikaantje van...The Andrew Sisters, remember? staan d'er ook al op en en zit je dan toch in dat ritme, ga dan maar even verder met de mambo op 'Sway' van Pablo Beltran en  voor mij misschien wel het andere hoogtepunt uit de CD is het jazzy part 2 van 'Put the Blame on Mame' (van Alan Roberts en Doris Fisher). De percussie geeft  andere stukken ook al dat extra exotische zoals in 'Kiss of Fire', maar dat is  natuurlijk dan ook wel een tango ! Met veel delay schuifelt daar nog 'Crazy' van Willie Nelson achteraan

en da's als het ware op het lijf van Sunny Crownover geschreven. Zij bleek deze song trouwens al jaren in haar repertoire steken te hebben, dus dat was een extra meevaller voor beiden dat die voor de plaat werd geselecteerd... Eén van de meer jazzy styles krijg je dan nog met het ook al aloude 'Goody Goody' van Matty Malneck en Johnny Mercer, uit 1936 stamt dat al en ooit zette Benny Goodman dit nog als eerste op de plaat.'Romance in the dark', is er nog zo ééntje uit die jaren dertig, is een blues van 'Lil' Lillian Green en die scoorde daar ooit haar grootste hit mee. Voor mij scoort deze Sunny Crownover nu overigens ook al, had nooit eerder van haar gehoord maar nu blijkt deze Texaanse ook al sinds haar childhood op de planken te staan en dus performde zij eerder al met heel wat artiesten tot ze nu onder de vleugels van Duke Robillard terecht kwam, die haar talent meteen onderkende. Remember the name !

De meer dan volle CD (17 tracks !) wordt (en da's een beetje spijtig) totaal overbodig afgesloten door een remix van 'Sway', een plezanterietje van technieker John Mailloux, met veel echo en distortion, en dat gaan we dan gauw weer vergeten !  Voor het overige blijkt dit een meer dan genietbare schijf van Duke Robillard in z"n geheel, 'dedicated to the music of Les Paul', dus nogmaals : niet te vergelijken met eerder werk van deze jumpin' blues gitaarreus.Hou je't echter relax en loungy ,than you will love it ! (Winus)



lan Parker 5-track EP : "Demons and Doubters"

Badend in drama liet een gekwelde Ian Parker ons na de laatste track op ‘ Where I belong’ achter. Dat was alweer in 2007 en sindsdien draaide ie voor Ruf Records nog ‘The Official Bootleg’ ineen, er volgden nog twee Live DVD’s ook maar heden blijkt deze jongen zich meer en meer toegelegd  te hebben op het songwriters vak en de blues wat te hebben afgezworen. Die blues blijkt als muzikale stijl immers zowat verdwenen te zijn uit ’s mans werk en zeker uit deze ‘Demons and Doubters’ maar duidelijk heeft-ie nog wél een heel bluesy ziel !

Laat je echter vooral niet afschrikken door de zware songteksten die ‘k hier seffens aanhaal maar die zijn echter zo typerend dat ze d’er wel bij moeten…. Die lyrics zetten deze twijfelaar meer dan ooit midden in een cirkel, met de vingers beschuldigend zijn richting uit.. niet dat de buitenwereld daar verder veel mee te maken heeft,nee,  de man doet het zich zelve aan, ’t zal de aard van het beestje wel wezen , zeker? Onzekerheid, schuld en boete, daar draait het allemaal rond maar Parker, en da’s z’n grootste sterkte !, weet dit alles wél heel mooi muzikaal te verpakken en als je niet naar de teksten luistert vermoedt je achter al die mooie songs zelfs helemaal de treurnis niet. Wat die teksten betreft maakt ie het ons wel  niet makkelijk... Jongens, ’t is telkens een hele boterham om te slikken en dan moet je d’er (als niet Engelstalige) bovendien nog heel wat werk voor verrichten ook om dat allemaal behoorlijk vertaald te krijgen ! OK, ’t is zijn keuze om zich als singer songwriter te profileren en omdat het allemaal tóch zo mooi klinkt hebben we dan maar de tijd genomen om (althans de openingssong ‘Winding River’) om te zetten naar begrijpelijk Nederlands, heb je toch al een idee van s’mans hersenspinsels en ijverige schrijverij !

Verder maakte ik per song één aantekening en dat zijn dus dezen :

 

over ‘Winding River’ : Twijfels, onzekerheid en een verlangen naar eeuwigdurende liefde. Een getormenteerde ziel spreekt...

Over ‘Grow’ : Eeuwige twijfelaar zoekt kracht, is niet overtuigd van z'n slagen maar wel in het vinden van sterkte...

Over ‘Lovers and Friends’: over een aftakelende liefde, misschien maar beter dat het gedaan is voor er meer pijnlijke verwijten komen, tijd voor de aflossing ...

 

Over ‘Lost’ : over verloren zijn  en de wil om zich te onderwerpen aan boetedoening (Gonna let salt water wash over me. My open wounds laid bare to weep and bleed !) pijnlijke zelfkastijding lijkt het me...

 

Over ‘Keep me Walking’ : ultieme redding door een meisje dat de middelen vindt om deze jongen nog even staande te houden,op zijn rotsachtige pad, gered van hem zelf, dat is al een mooi begin ! (You might say within her heart She holds the means to keep me sharp. She saved me from myself and that's a start...

Voor de rest muzikaal erg sterk dus, al kan je’t misschien wel even moeten smaken en opnieuw proeven, dat was alleszins bij mij het geval. De muzikale invulling, het gebruik van cello, slide en voortreffelijk gitaarwerk, opnieuw die uitstekende productie en medewerking van o.a. Morg’ Morgan aan de keys en Clive Deamer aan de drums en productie…moet ik het nog zeggen of weet je ’t intussen al wel ?..een fijne schijf !

(Winus)

 

Als begeleidende sample koos ik ‘Winding River’, gewoon mijn favoriet…en dan volgt hier de vertaling :

 

Winding River

Copyright Ian Parker

(vertaling Winus Jassepoes)

 

Kronkelende rivier, vrij  stromende over het land

Met zich meenemende het hart van ieder mens

Wie legde zijn kaarten daar in de ondiepe wateren bij de oever

Alleen maar om te ondervinden dat ze hem  nooit de ruimte gaf om aan te leggen ?

Diepere wateren , dat is waar hij nu heen gaat.

Z’n verloren hart volgend en hoe dan ook verder gaand

De geïnvesteerde hoop droeg tot nu geen vrucht, zo lijkt het

De watervallen zijn nog een lange weg te gaan en de koele bries bevrijdt hem.

 

Je vroeg niks, toch gaf je alles

Het lijden kan ons pad kruisen, de rivier is immers lang

Ik heb nooit veel te zeggen gehad, dus zing ik maar mijn lied

De tijd zal alles wel  goed maken, de rivier is nog lang  en

Ik zal niet vergeten om m’n eigen te bevragen: ben ik slecht voor je geweest ?

 

Kinderen spelen op een oever van de rivier op een warme Midzomerdag

Het is slechts een voorproefje van die rustieke droom, die nooit verdwijnt

Ik hamster alle perfecte momenten onder een baal van graan

Hopende dat elke nieuwe dag niet zal ondergaan in  een verschoten dageraad

In angst te leven voor onszelf en alle liefde die we hebben gekend

Is ook vergeten dat gevoelens groeien en weer wegebben

Hoewel verdriet ons overdondert en ons naar de kern toe smelt

Is het beter dat we dit nu aanpakken dan voor altijd verder te varen

 

Je vroeg niks, toch gaf je alles

Het lijden kan op ons pad komen, de rivier is immers lang

Ik heb nooit veel te zeggen gehad, dus zing ik maar mijn lied

De tijd zal alles wel  goed maken, de rivier is nog lang  en

Ik zal niet vergeten om m’n eigen te bevragen: ben ik slecht voor je geweest ?

 

Heb je je pijn gedaan mijn liefje?

Doe jezelf geen pijn ,mijn liefje

Ben ik  te vertrouwen?

Kun je daar  zeker van zijn ? Toch geef je alles

 

Het lijden kan ons pad kruisen, de rivier is immers lang

Ik heb nooit veel te zeggen gehad, dus zing ik maar mijn lied

De tijd zal alles wel  goed maken, de rivier is nog lang  en

Ik zal niet vergeten om m’n eigen te bevragen: ben ik slecht voor je geweest ?

 

Het lijden kan ons pad kruisen, de rivier is immers lang

Ik heb nooit veel te zeggen gehad, dus zing ik maar mijn lied

De tijd zal alles wel  goed maken, de rivier is nog lang  en

Ik zal niet vergeten om m’n eigen te bevragen: ben ik slecht voor je geweest ?

 


 

Hombres Amplificados  : 'Buster Live'

Het is intussen mei  2010 , 4 maand na het schielijk overlijden van gitarist Karel Keustermans (
12/1/2010 ), hombre van het eerste uur en we hadden het verschijnen van een nieuwe CD van deze mannen natuurlijk graag anders zien verlopen. Nu is het een 'ter nagedachtenis aan..' geworden maar als laatste eerbetoon kan het wel tellen...Haast symbolisch staat de cartoon op de hoes voor het weggaan van Karel terwijl de andere hombres achterblijven. Pure symboliek van de hand van tekenaar Peter Van Gucht, medewerker bij Studio Vandersteen en aldaar leider van het scenarioteam Suske en Wiske, jullie allen welbekend. Voor zover de hoes van deze schijf die je wellicht toch nooit in de platenhandel gaat aantreffen, want slechts op 100 exemplaren gebrand...eat your heart out... Toch lijkt bij deze een bespreking gepast want de vorige demo van de hombres bereikte ons in 2007, dat is dus al een tijd terug en daar waren we toen niet zo enthousiast over. Recentelijk zagen we de Hombres Amplificados (nu met Marco Simoni aan de slaggitaar- Hobo Joe speelt voornamelijk de soli) nog als headliner op Meensel Blues 2010, en wat we toen hoorden kon ons al véél meer bekoren en dan was Karel d'er zelfs én helaas al niet meer bij. Hier op deze schijf nog wel dus en da's een buitenkans temeer om ze nog es in originele setup te horen.

 

Die opzet is er één van een hecht viertal dat gepassioneerd bezig is met de blues en zich geprofileerd heeft als een band met een eigen gezicht, een eigen geluid, niet protserig maar rustig het Chicago Blues pad bewandelend, met een repertoire waarin zowel vele eigen nummers een weg gevonden hebben als covers die vaak erg eigenzinnig gebracht worden. De soms psychedelische gitaarklanken van Karel zijn, samen met de erg karakteristieke stem van Johan 'Hobo Joe' Loisen het uithangbord van deze bezetting en verlenen deze mannen terecht hun plaats op de Belgische Bluesbühne. Dat sinds 2007 de keys achterwege gebleven zijn, daar staan we achter, het  klinkt allemaal veel beter zo, al lijkt een mondharmonica vantijds wel erg geschikt als fill in...afin, da's mogelijk iets voor later, laat ons in deze samenstelling maar eens over de tracks lopen..

'Corina' (ik meen 'Corina Corina') van Blind Lemon Jefferson laat ons het station verlaten en nu hoor je meteen in welk wagonnetje we zitten ! Aangename shuffle en doorvlochten door de gitaarsoli van Karel, deze trein (ver)trekt in het juiste spoor..Vervolgen doen we met de B.B. King standard 'Rock me (baby)' en terwijl de bas doorpompt gaat Karel weer volop in de snaren. Twee covers om te starten dus, dan is het nu tijd om met wat eigen werk verder te gaan  en 'Next Door Women' doen het werk, in a New Orleans way, met de roffel van Ivo Tops er bovenop en ja , Hobo Joe is meteen all lighted up ! 'The way I feel' dat is the bluezzz !, heeft een mooie intro van de twee gitaren en let op want vanaf nu begint Karel wel 'wolkjes te trappen', de gitaar wordt dromerig maar de song heeft genoeg body, daar zorgen Ivo aan de drums en en Roberto Simoni aan de bass wel voor...Met 'Don't push your luck', waarschijnlijk het meest stoere stuk op de CD gaan we rockend verder en zoekt Karel verder tussen het aardse,met de voeten op de grond, of het meer psychedelische werk.'Baby, please don't go' van Big Joe Williams sluit daar mooi achter want we zijn een versnelling hoger geschakeld en deze maakt een mooie twee-eenheid van deze songs. Want 'Tinseltown', da"s dan weer wat anders, terug de New Orleans tour op, met wat tempowissels en strak afgesloten...wel spijtig dat je voor een live registratie wat weinig publiekreacties meekrijgt. Je moet daar natuurlijk ook niet mee overdrijven maar die verhogen toch dat 'live' gevoel...Dat heb je wel bij de start van 'Undercover Angel for the Blues' dat Tony Joe White schreef voor Tina Turner, een sterke versie met mooi gitaarwerk en de echo, de resonantie geeft aan het geheel iets magisch, iets onwerkelijks...De volgende song heeft ook nog wat speciaals want de boogie van 'Boogie Woman' drijft op een reggea groove en  gaat even in een shuffle over alvorens af te sluiten, niet gewoon! Maar eigenlijk is de afsluiter 'Poor but Rightious' gewoon het beste van wat er op de CD te vinden is en een eigen nummer bovendien. Stuwend door de ritmesectie met de hobbelende bass van Roberto, dampend door de gitaarsoli, de catchy melodie,ja,  een potentiële hit, als je't mij vraagt ! Maar niet te koop dus, deze schijf ...

Maak je geen zorgen, die 'échte' CD komt er wellicht ook nog wel es aan ...en Karel intussen? die keek naar benejen en vond het allemaal best wel heavenly good !

(Winus)




Lightnin' Guy and The Mighty Gators : 'Live from the heart'


Eigenlijk is het niet fair  om zo lang na de release, deze CD nogmaals in the spotlight te brengen (releasedatum was ergens in het voorjaar 2009) maar ik zag  Guy intussen al een paar keer op het podium waaronder nog recentelijk (min of meer) op Meensel Blues en ik begreep eigenlijk de euforie niet helemaal rond deze ongetwijfeld sympathiekling. Feestje bouwen, ja en er stevig en overtuigend invliegen, dat wel, maar om zo meteen alle loftrompetten te steken en hier te gewagen van de nieuwgeboorte van de Belgische Blues, sorry, vond ik alsnog wat te hoog gegrepen... Guy is, sinds de opnames van deze 'Live from the Heart' echter gegroeid en dan  vooral wat stem betreft,want die laat 'm op deze schijf nogal es in de steek (op cover 'Ain't no Sunshine' is dat zelfs zeer minnetjes...). Maar hij is ongetwijfeld dé in het oog te houden man op de scène want potentieel heeft ie wel en dus wou ik alsnog een jaar na verschijnen door deze schijf bladeren, kwestie van te zien waar het schoentje voor mij dan wel wrong... Tel je de tracks (15 hier) en je plaatst voor elke song een plus of een minnetje dan kom ik aan een score van 12 + en 3 -, dus what is the problem dan mijnheer?  Wel, die stem was er één en waar ik het ook nogal moeilijk mee heb is die slideguitar die zich niet steeds leent voor alle nummers. Da's dan vooral zo voor 'Goin down'(en dat nummer heb ik sowieso nu wel genoeg gehoord !)  en de meer funky stukken als 'Congo Square'( met de gepaste jungledrums van Thierry en de bouncing bas van Stefan) of nog 'Junko Partner', daar mag voor mij die gitaar heel wat strakker. 

'The Mighty Gators' mogen d'er anders best zijn als band met verder een jonge Arne demets aan de gitaar, opvallend sterk maar die wist ons vorig jaar ook al aangenaam te verrassen op de 'Nacht van de Blues'. Ouwe rot Thierry Stievenart, zit hier aan de drums, Stefan Boret, ook al vroeger bij Maxwell Street, plukt aan de bass en dan hebben we nog wat gastmuzikanten zoals Dominique Vantomme aan de keys, veelgevraagd en eerder bvb. met Ana Popovic getourd, en een blaassectie met Joury De Wachter aan de trompet en Geert Vansteenkiste  aan de sax, samen de 'horny horns', een welgekomen in en aanvulling (bvb. op het very funky 'Cut you loose'!)staan voor de gelegenheid bij op de scène en  nu moet ik daarbij wel even kwijt dat ik pianist Dominique Vantomme veel meer apprecieer aan de jazzpiano (het Mahieu-Vantomme quartet) dan hier aan de gebeurlijke boogiepiano ('The Gator Bop' en D is duidelijk geen Jerry Lee !) of de Hammond (sorry D...) Guy combineert het zingen vantijds met de mondharmonica en dat klinkt best lekker zoals in het jazzy, ingetogen 'Nine Below zero' van Aleck 'Rice' Miller ofte Sonny Boy Williamson II (of was het origineel van  Muddy Waters?... (met hier een uitstekende piano solo van D, als 't goed is zeggen we het ook !) Die song is een beetje een buitenbeentje op de CD maar evengoed mijn absolute favoriet ! Voor mij liever geen 'Bon Ton Roulet', een bewerking van het Clifton Chenier  nummer, dolle New Orleans pret die de CD mag afsluiten, net als de concerten, nee, sorry, geen liefhebber van...

 

Kwaliteit is er sowieso in de basisbezetting dus best wel genoeg in huis en met de boogie heeft Guy het juiste tempo en ritme al  te pakken. Funk en jive ('Gone Pecan')  laten zich daar wonderwel bij passen en programmatorisch bespeelt Guy een breed party-pallet met zelfs een (enkele) ballade ('Out of the rain' van Tony Joe White) en wat mij betreft is het dus wachten op nieuw werk en vooral eigen nummers om een verder oordeel te vellen, al klinkt dat wat oneerbiedig  want dat ie schrijven kan, daar staan de 'Gator Bop' en 'Do that boogie' immers al voor, op deze plaat en die songs moeten echt niet onderdoen voor eerbiedwaardige covers van vb. ene Sonny Landreth .

Eigenlijk is het eindoordeel dus in feite bijlange niet negatief : wat aan de stem werken maar da's intussen al erg verbeterd, méér met  eigen nummers uitpakken ,die slidegitaar een beetje doseren en wat zoeken naar een eigen unieke profiel, die 'Lightnin' Guy Verlinde komt er wel, twijfel daar vooral niet aan !

(Winus)



 

King Mo  : 'Sweet Devil'

 

Onze Noorderburen , de Nederlanders, beschouwen we dikwijls nog te veel als onze broeders 'uit het vérre Noorden', daar waar het muziekjes betreft, want die komen niet steeds in onze CD-players terecht en da's dan verdomd spijtig want daar zitten af en toe best leuke exemplaren tussen. Neem nu deze 'Sweet Devil' van King Mo... nooit eerder van gehoord en hun vorige 'Live a la Bonbonnière' werd dan nog wel bekroond  met de  'Blues CD van het jaar 2009' award ! En het zal wel een rage wezen zeker, want ook deze opvolger 'Sweet Devil' is weer een live album en eigenlijk zien we, oude malloten die we intussen zijn, het liever wat anders want was zo'n live plaat vroeger niet de bekroning van eerder bewezen studiowerk? Afin, geen gezeur, open met die deur ! (van de CD player) Geen voorspel hier want het stuwende 'No use denying' drijft direct full speed deze 'Sweet Devil' CD in het goeie spoor. Een eerder ingehouden Phil Bee achter de microfoon, de aandringende ritmesectie, Hammond en Fender Stratocaster op de voorgrond, de toon is gezet en het smaakt meteen naar meer !'Suits me right.' van bassist Jules Van Bussel volgt daar sterk achteraan, Phil Bee's zangwerk zit hier ook beter. Een indringend ritme is het dat je niet onberoerd laat, stevige soli van Sjors Nederlof d'er tussendoor, streepjes Hammond van Colly Franssen, knap hoor en de hoge verwachtingen zijn al voor een deel ingelost. Titelsong 'Sweet Devil maakt er even later meteen een fijn triootje van. Een hitsige teaser is het en de stem van Phil zit hier perfect. Met de Hammond en de gitaar 'in a spiritual mood', een bas die daar inventief tussendoor komt lopen en de coole drums van Henk Punter krijgt het geheel wat hypnotiserends. Luchtgitaarfanaten zitten ook al goed want Sjors kent zijn snarenwinkel ! Het instrumentale 'Soundcheck' , een groepscompositie, spontaan ontstaan tijdens een...soundcheck is, daarmee vergeleken, niet meer dan een aardig vullertje, als opener van de liveshow misschien?...Mag, wat mij betreft, best ook op het podium blijven daar... Een eerste cover volgt dan : het funky ' Big Legged Woman' van Israel Tolbert dat zo, zonder blaassectie je toch wat op je honger laat. Het is wat te poppy en te braafjes gebracht ondanks de vuurstokerij van de gitaar en een Phil Bee die dat aardig soulvol brengt. 'Make it Right', een stuk van keyboardenist Colly Franssen op tekst van Phil Bee bewandelt zowat eenzelfde pad en de aandacht begint hier dan ook wat te verslappen. Gelukkig en net op tijd is daar  dan 'The Milkman', die goeie man, steeds bereid to deliver some 'goodies' ! Lekker stuk met een hecht musicerende band, je voelt het in de heupen : dit zit wél goed ! Volgt 'Glad Rags', een cover van succesdrummer Boyd Small en dat komt er in een lange track achteraan, niet slecht maar met te weinig pit om de ganse rit te kunnen blijven boeien. Een break halverwege zou kunnen helpen...'t is een live album weet je, dus gooi er maar een break in en laat Phil het publiek wat opjutten, die kan dat best... Bovendien leent het nummer zich daartoe uitstekend. Laat die lekkere drums maar gaan,stop de rest, clap your hands...ik zie en hoor het zo al voor mij...nee dus, een wat gemiste kans... Een echte ,wat 'grande finale' krijgen we daarna als afsluiter met de cover 'Ain't nobody's business if I do' , een bluesstandard uit de vroege jaren 20 van de vorige eeuw en intussen al bijna honderd jaar gecovered door zowat iedere jazz- en of bluesdiva, niet kapot te krijgen dus en King Mo voegt daar z'n eigen, erg mooie versie aan toe!  Sjors aan de schrijende gitaar, misschien een tikkeltje overdone.., Phil Bee uit volle borst, het Hammond gordijn en de drums die de deuren dichtdoen, een perfect einde !...'King Mo', een naam om te onhouden en hopelijk lopen we ze hier of daar ook ergens in België tegen 't lijf,  fijne CD !


Winus



Twelve Bar Blues Band : 'Key to your Heart'

 

Na de vorige 'Email from heaven', die hier erg goed ontvangen werd, ligt de lat al aardig hoog voor deze jongens. De voorliefde en betrokkenheid met de blues werd reeds breed en aardig geëtaleerd op vorige CD's, wat voegt nieuweling 'Key to your Heart' daar nu aan toe? Als we de bezetting checken, vinden we haast iedereen op de vertrouwde plaats terug. Ritmegitarist Jörgen Schuurman  ruimde paats voor nieuweling Randy Pears, maar verder bleef alles gelukkig bij het degelijke ouwe: de ritmesectie met Marcel Bakker aan de drums en Patrick 'Sideburn' Obrist aan de bass,  en dan de succestandem, zeker waar het songschrijven betreft, Kees Dusink aan de slide en de leadguitar, en zanger/harmonicist J.J. Sharp aan de forse vocals en bijwijlen hier zelfs aan de (boogie) piano. Zelfs opener 'Can you hear me howlin', zit in het bekende straatje, is meteen een invlieger, geen wilde meestamper maar heeft wel 'ballen' en da's belangrijk want op deze uitdrukking kom ik straks nog terug. 'Love That Burns' van Peter Green,meteen de eerste van slechts twee covers  komt daar wat ongemakkelijk achteraan schuifelen, die slowblues mocht voor mij nog wat langer wachten. JJ aan de ritmische pianobegeleiding en de gitaar van Randy Pears aankabbelend als de golfjes aan het strand , terwijl Kees fingerpickend soleert, heel relaxed allemaal, geschikt voor een zomers terras maar ik zou het niet zo direct op track 2 gezet hebben.'Let's Talk about it' gaat dan wel terug wat 'en vitesse',maar blijft wel in een soft swing tempo, is 12 BBband de wilde haren kwijt?  is de vraag die hier meteen rijst... Ook nog even vermelden dat  het geluid van de cymbalen ook ergens niet goed zit, mogeljks wat te ver naar voren gemixed?.... klinkt bijtijds storend, vooral zo met de hoofdtelefoon op, of heeft het net daarmee te maken?...

Bij 'I'm losing you' begint de programmatie mij dan te dagen : men heeft voor de samenstelling van deze CD gekozen voor afwisselend up en dan weer lower tempo. Zo gaat deze mooie blues' weer slowwaarts en het is een mooie song hoor, alleen laat het me wat op m'n honger... het is teveel 'schelpjes kijken' en de gitaar van Kees klinkt ook al niet als vanouds...Op 'Talk of the Town' begint dat geplengel- sorry for that- me in den beginne zelfs behoorlijk te irriteren maar je moet het nogmaals draaien, het is een sterk nummer, heeft een goeie beat en een pompende drive, ik heb het toch gezegd dat deze jongens songs kunnen schrijven ! 'Key to your Heart' daarna is een solowritten song van Jan Scherpenzeel , een slowtrack en hierbij heb ik weer eenzelfde bedenking: vanwaar steeds die Mark Knopfler, Dire Straits benadering? Waar blijft de schrijende bluesgitaar en de voormalige viriele 12BBB band benadering?

 Ergens tussenin krijgen we nog een referentie naar Fleetwood Mac en die zijn d'er wel meer, het zijn maar wat gitaarlicks hoor maar toch, een mens (her)kent zijn klassiekers... Hoog tijd dan voor wat partygevoel en 'Saturday Night' hééft het weer, brengt de beentjes los en zó moet het ook 'if you're really having a ball' ! J.J werpt zich daarbij zowel op de boogiepiano als op de bluesharp, lekker zo ! Maar zoals het  hier nu eenmaal volgens de samenstellers moet gaan, krijgen we daar zo direct geen passende aansluiter achter aan,  al houdt 'Marian' je wel op de dansvloer met die grote stappen quick slow. Ook weer mooi maar toch ook wat braafjes, deze ode aan de blues. Nog zo'n ode is de outing 'I ain't Born in Chicago', een dikke acht minuten te slappe kost en, viel het ding niet ter plekke dood, je zou het afgemaakt hebben...Misschien klinkt dit wat oneerbiedig maar mag ik wel eerlijk wezen? Ik vind dit dit écht vééls te zwak ...Afsluiter,'Big Legged Woman', cover,  en ook al te vinden op de eerder besproken 'Sweet Devil CD' van King Mo, kon dáár niet echt bekoren wegens te poppy, maar hier krijgen we dan wél de  betere versie die bovendien naar je dansspieren grijpt. En zo eindigen we toch nog met een positieve noot in een eerder wat verdeeld verslag en komen we terug op het 'ballen' verhaal van daarstraks. We besluiten dan ook als volgt : Helemaal geen slechte CD want doorgaans sterke songs door een band die het eerder wel bewezen heeft maar nu, wat mij betreft,  dringend toe is aan een kuur met blauwe pilletjes. Geef mij maar 12BB Band ouwe stijl. Immers, hier, op deze 'Key to your Heart' ontbreekt het Twelve Bar Blues Band vooral aan power en zeg maar.. BALLEN !

 

Winus




up again ! 



©
JASSEPOES

HOME - JASSEPOES index