![]()
or click the
homecat to go back home !

![]()
BLUES & ROOTS CD RELEASES
*BI = binnenland (BELGISCH) BU = buitenland
'Solid Jive is een gezelschap dat mekaar ‘in de blues’ vond,we schrijven 1995.Zij
speelden dan al elk al 20 jaar in diverse verschillende bezettingen,van rock tot
blues .Deze CD is een mooie verzameling van hun kunnen en put uit diverse
stijlen maar is daarom niet minder geslaagd,zeker waar het eigen nummers
betreft.Zo is het ‘I’d like to talk to you één van de hoogtepunten uit deze 10
songs demo. Die song volgt net na ‘Night Ridin' Daddy’ van James Harman. Dat was
al een hele goeie opener en daarmee heb je natuurlijk direct alle aandacht. De
dobro wordt vaardig betokkeld op Ramblin'pony en wat later krijg je met ‘Hard
Time Killin' Floor Blues’ nog meer van dat moois. We krijgen een up tempo
instrumentaaltje maar even later wordt het dan dan weer lekker onderuit schuiven
voor real slowblues met ‘Cold blooded woman’ van Memphis Slim. Volgt nog het
eigen ‘Mellow Me Down’,beetje droef maar mooi en dan volgen er een paar
mindere…eerst ‘Bad bad whiskey’ en die hadden de jongens beter niet gehad want
ook de klassieker ‘Messing with the kid’ van Junior Wells gaat hier zowaar even
een zijpad op ! Past ook niet echt op de CD. Afgesloten wordt er dan weer met de
eigen ‘Morning Train’ en die brengt ons dan weer wel mooi tsjoekend naar het
einde. Harmonicaspel is ondersteunend en mooi gespeeld. Eigenlijk best een goeie
CD !' (Winus)
'Loi du Miel opent met de titelsong,een Afrikaanse riff die voortschoffelt met een Fred Verhaegen die door een eigen soort Frans dartelt, da’s dichterlijke vrijheid en past perfect in de relaxte sfeer . Sterke song,misschien wel de beste op deze tweede Durango-schijf, gevolgd door weer zo’n mystieke mix waar je heel wat arabisch door hoort met strings ,viool en cello, wat trouwens de dramatiek van het gegeven wat afzwakt. Ach, ’t leven,weet je wel.;maar mooi verwoordt en onnavolgbaar ‘fatherless’ geprononceerd door Fred. Beetje zwaarmoedig toch.
Met ‘ Lonely’krijgen we indringend harmonicawerk en uitgesproken gitaren op een ware reggeagroove, het wat zwaardere werk op deze schijf, zowaar, Fred wanna get laid !
En dan
volgt de boetedoening met’Oh Lord’: on your knees Fred, payoff time !...Good
good lord,I don’t know, just don’t know !
Met een vibrato
gitaar en een snerende harp, vol overgave gezongen en verder de handen hoog ten
hemel in deze…gospel ?
En dan volgt weer zo’n typische,noem het Durango blues, waar de drums van Rohal
De Ridder deze keer stil bij blijven. What’s a man without a woman’s home?
Daarna gaat het terug up tempo met de aanstekelijke dansbeat van ‘Lost in the
dirt’. Mooi slide gitaarwerk van Simon Pleysier. En we vervolgen op onze dance
shoes ,lak aan de drumcomputer die hier functioneel gebruikt werd om de
brutaliteit van onze moderne tijd te benadrukken,’the modern age disease’, maar
gelijk hebben ze natuurlijk. ’Summer in the city’ zet dan een switch om, dit is
een vrolijke popsong , een bloemtapijt in de stad…Maar op het strand is ’t beter
natuurlijk, en met strakbassende Frits Standaert dansen we in een reggeabeat
door het zand ,richting…’ Marianne’ ,misschien de enige pure bluessong en
eveneens verfrissend om horen. Afsluiten doen we dan weer helemaal in a Durango
way.Met ‘Loi du miel’ kregen we al wat ontwapenend Frans ,naar het einde gaan we
met ‘Je m’en vais’,weer die Afrikaanse toon met mooie electronische percussie en
subtiel keyboard. De perfecte afsluiter van een CD die je een paar keer moet
draaien,smaken vooral. En dan ontdek je echt pareltjes !Weliswaar geen pure
blues,veeleer een fusion,smeltkroes van muziekjes,waaruit Durango haar eigen
uniek mengsel gebrouwen heeft !'
(Winus)
Willy Willy & The Voodoo Band
: 'Hellzapoppin’'
'Willy Willy is
genoegzaam bekend in Belgenland én daarbuiten, voor verleden bij Scabbs, Arbeid
Adelt, Vaya con Dios e.a. Weet zich omringd door uitstekende muzikanten als
Marty De Wagter op drums en René Stock,die we nog kennen van bij Last Call, op
bass en double bass. Voeg daarbij op rhythm guitars en backing vocals de ons nog
onbekende Paul Daringman en dan heb je de ‘Voodoo Band’ harde basis. Hier en
daar hoor je Dani Klein of BJ Scott in duet of backing vocals, ouwe en getrouwe
friends van Willy. Op Hellzapoppin’ gaat Willy voort op het ingeslagen rock ’n
roll pad en start met de uit de CD getrokken single ‘White Trash Rock ’n Roll.
Net wat de titel voor staat,basic rock ’n roll, wat naar de punk toe,vandaar
voelt de song heel erg ‘Kids’ aan. We moeten verder, richting dancing floor voor
het stuwende Ro-Day, music for swingers !’Bazoom’ volgt dan…een ‘ahoom’
tussendoortje van de hand van Leiber & Stoller, een succesverhaal en songs voor
Presley, Buddy Holly en zovele anderen, maar da’s geschiedenis. Mooie versie en
we schoffelen verder naar 4, het swinging ‘Birdlime Boogie’, aanstekelijk
opgepord. Daarnae blijven we nog wat op de dansvloer voor het funky zwoele duet
‘2nd Hand Love’.’ Lonesome To Be True’ is dan weer een blues met een weepin’
guitar. Mooie song maar…de korte nummers vreten zich snel door deze CD en daar
dient zich reeds nr. 7 aan : ‘No Place 4 U Here’ roept even een Bowie reflexie
op, maar rockende Willy heeft eerder weg van een Chris Spedding, remember him?
Verbaast me niks om een link naar diens site te vinden op de (slecht
onderhouden) Willy Willy webstek.’Nobody’s Fault (but mine) is dan weer uit een
ander vaatje getapt. Niet onaardig tussendoortje, een traditional…country-gospel?...’Hammerin’
Blues’,wat volgt, drijft op een ‘Jean genie ’ groove van Bowie. Dan volgt ‘Hellzapoppin’,
de titelsong en heb je tot nu toe nog niks van de Chris Spedding invloed
gevoeld, dan weet je ’t hier wel. Afsluiten doen we daarna op een country-big
road-style, beetje vibrato en steel guitar. Cowboy muziek…
Willy Willy & The Voodoo Band gaan met deze tweede Cd resoluut verder op het
ingeslagen rock ’n country roll pad en doen dat uitstekend. Fel begeerde live
band tot buiten onze grenzen !'
(Winus)
Maxwell Street :
'Seventh Afternoon Sessions'
'Pure Chicago
blues,boogie en shuffle, dat is waar onze Belgische Maxwell Street al jaren voor
staat en gaat. Méér en méér zie je ze op festivals aantreden en dan niet als
gelegenheidsbegeleiders van grote namen als Johnny Moeller, Magic Slim of
Louisiana Red, maar echt als zefstandige hechte groep rond
zanger/gitarist/bandleader Marino Noppe. Want ook als invité wordt Marino graag
gevraagd. Zo zagen we hem verleden jaar met Mariella Debille ook al aantreden in
de begeleidingsband van Cosmo St’ Clair met ‘The Belgian All Stars’. En dan nu
deze CD barstensvol fijne blues,soms van eigen hand zoals aftrapper ‘Tears of
joy’ ,direct al een invlieger van formaat. Gas wordt er echter al direct
teruggenomen met ‘ If lovin’ you is wrong’ en horen we voor het eerst de lekkere
saxuithalen van Mariella en gaat Marino ook zelf mooi solo op gitaar,daar steeds
gepast bijgestaan door ouwe rot Willy De Vleeschouwer, 2e gitaar in
de band en reeds 20 jaar paraat ! Zonder opdringerig te zijn wordt dat alles
onderstreept door Dominique Vantomme op Hammond. Swingtime dan weer op het eigen
‘Hey Operator’ en laat Mariella die sax maar geven ! Shufflegewijs gaan we op
‘Everything’s gonna be allright’ van Otis Spann, verder. Herkennen we daar die
piano van Filiep Ketels niet ? en ook Big Dave is er bij op mondharmonica…Mooi…
Tijd voor wat slidegitaar dan op ‘Mr.DJ, da’s een bekende van Buddy Guy. Ook
hier treden Big Dave en Filiep Ketels naar voren als gereputeerde solisten en
Marino geeft op de slidegitaar van jetje. Hier blijf je niet bij stil staan !
Op de klassieker ‘The thrill is gone’,die de band ook steeds live brengt, toont
gast en sterjazzpianist Dominique Vantomme dat ie ook op het Hammondorgel méér
dan z’n mannetje staat. Verder is dit nummer natuurlijk uitstekend geschikt om
de twee gitaristen te laten dialogeren. Geroutineerd zoals ze op mekaar
ingespeeld zijn is dit Maxwell Street op z’n best. Net zoals live…maar dit is
dan ook een live album natuurlijk…
Op ‘You’re treating me mean’ klinkt het gitaarspel van Marino echt als John Lee
Hooker en ook dit stuk swingt lekker weg. De ritmesectie met Stefaan Borret op
bas en Steve Wauters aan de drums ondersteunt alles vakkundig.
Mogen we even bekomen ?..Nee dus want ‘Sweet black angel’ shuffelt ons een goeie
6 minuten voort. Met ‘Mr . Blues’ komt er dan een ‘echte’ blues en is een eigen
nummer van Marino Noppe dat ons verpozing brengt en ons de kans geeft om ook de
zangkwaliteiten van Marino te beoordelen…soms rauw,ongetwijfeld door het
jarenlange kettingroken want je ziet hem zelden of nooit zonder paffer in de
mondhoek.
‘Long distance call’ ,mooi ingeblazen door even mooie Mariella en verder met
gast Mark ‘Tee’ Thys op rhythm guitar en Big Dave op bluesharp brengt ons
uiteindelijk naar het gaatje van deze schijf want,jawel, ook Ceedeekes hebben
een gaatje…Een mooie ‘ouwe’ van Muddy Waters die ons erg kon bekoren.
Uitstekende CD die je meteen ook toont wat deze mannen en vrouw waard zijn on
stage, mocht je ze na al die jaren nog niet gezien hebben…'(Winus)
The Uggly Buggy Boys : 'Yoddle Hee Hoo'
‘Yoddle
Hey Hee Hoo’ de eerste 13 track full CD van dit drietal vrolijke ‘cousins’ met
standplaats Brussel is naar eigen zeggen ‘Western Billy Music’ en betreft hier
een bonte mengeling van diverse country rock stijlen, swing, rockabilly en
ragtime. Een plezierige verbastering, live tevens gebracht met de nodige humor,
gepaste farmersoutfit met diverse hoofddeksels en voorzichtige acrobatie, zo’n
beetje als Billy Bacon & The Forbidden Pigs dat ook brengen. ‘Mean old man’ is
wellicht hun meestbekende deun die lekker des zomers door de speakers rolt.
‘Gonna boogie woogie all night long !’ We geloven ze op hun woord ! Schenk de
glazen nog maar eens vol. Ambiance verzekerd met deze ‘boerse’drie-eenheid die
intussen al haast op elk blues-en andere festivals de vlam in de pijp zette.
Vrijwel allemaal eigen nummers, al hadden er in de credits ook de namen mogen
staan van Fats Domino ( voor ‘Josephine’) en volgens anderen ook die van ‘Ikey’
Isaac Payton Sweat,voor het openingsnummer ‘Hot corn cold corn’. De intussen
overleden Isaac was de vroegere bassist bij Johnny Winter tijdens de sixties en
was zelf regionaal erg bekend met een eigen countrygroep en de hit ‘Cotton eyed
Joe’.
Lijflied van The Uggly Buggy Boys ‘ I hate the tekno’ (met slidegitaar) is dan
wel een soortement cover van’ I hate the disco’ en verder herkennen we in
‘Smoke’ ( een giller !) natuurlijk ‘Smoke on the water’ van Deep Purple.
Hilariteit rondom ! Pretentieloze good times music met bijtijds wat gejodel
erbij zoals in het uitbundige ‘Mail Train’… horen we daar die trein niet door de
korenvelden puffen…Wat later is het swingen en shaken in Rollin’, één van m’n
favorieten. Merendeels telt deze CD korte, krachtige nummers maar er is ook
plaats voor het ,door een baslijn gedragen, gespeeld grimmige ‘No Reason’ en de
gitaarsolo krijgen we d’er in een bluestraditie bovenop.’I like the way you
walk…away from me’..Even de blues…en meteen met deze dikke zes minuten de
langste track van de schijf. Of rekenen we ‘Looney tunes’ als langste track
?...met een tussenstuk van meer dan 5 ‘stille’ minuten na de bekende Looney
Tunes tekenfilm tune ‘That’s all folks’ krijgen we nog een toemaatje als
afsluiter. Blijkt nog een covertje te wezen van Dave Franklin en Cliff Friend.
Dus even geduld oefenen voor deze ‘even gezellig op het terras nog wat zingen’.
Zo authentiek Mid West en toch écht Belgisch, deze Uggly Buggy Boys, naar eigen
zeggen een stevige elektro-akoestieke boys band !
Zomerse CD uit 2003 die, gezien hun alomaanwezigheid op (stads)festivals
allerhande, de hoge temperaturen en bijhorende frisse pils, z’n plaats hier
zeker verdient! (werd ook nog niet eerder gekozen als’bloeskoes’ van de maand)'(Winus)
'Een
Dobrojean mét band,dat is dus de ‘extended version’ met weerom 11 eigen nummers,da’s
niet mis voor deze bard die intussen al wel drie albums vulde met geheel eigen
werk !
En net nog even Jean’s vorige ‘D Capital J’ opgelegd, uitgebracht in 2001, kwestie van wat te vergelijken...Die vorige CD is dus al enkele jaren oud maar ook op die schijf al flirtte –ie met popmuziek ,luister maar naar ‘No Nothing’,nummer met guest-rapper Krewcial dat trouwens op dit nieuwe album niet zou misstaan ! Voor de rest was die CD vooral gebrouwen volgens het recept dat we al kenden van het debuutalbum ‘bout Time’ uit ‘99. Dat betekent gevoelige en uit het leven gegrepen eigen teksten op eveneens zelfgeschreven muziek en dat vrijwel geheel solo zingend gebracht met louter de dobrogitaar als begeleiding. Jan blijft die dobro zeker trouw op ‘Extended’ en die dobrogitaar is tussen haakjes niet zomaar een gitaar met metalen klankkast.In een dobrogitaar gaat eigenlijk een banjo schuil, geheel verwerkt in de klankkast. In het midden geeft de ronde vorm hem duidelijk aan. Onder die ‘trommel’ zit een zogenaamde resonator, een kokervormig vel dat verwant is aan het vel dat over een banjoklankkast gespannen staat, met als functie de klank te versterken. De klank van een dobro is zodoende metaalachtig maar warm en uitermate geschikt om te spelen met slide . Dit ter info en maar om te benadrukken dat Dobrojean als geen ander de kunst verstaat om dit instrument vakkundig te betokkelen .Alles klinkt steeds heel erg authentiek. De deltablues was als vanzelfsprekend en vooral in de vorige twee uitgaven,de muziek en ‘the thing’ waar alles om draaide en rond Dobrojean schaarde zich dan ook een hoop trouwe fans. Met deze ‘Extended’ echter treedt hij uit het vertrouwde vakje en deelt de scène nu met zijn band, een ritmesectie met drummer Philip De Jager en Luc Vanderstock aan de bass. Daardoor klinkt alles ineens veel voller en totaal anders… Opener ‘Got 2 get her’ zet al meteen de nieuwe toon. Vlotte stevige song met Jean nog duidelijk op de dobro. In ‘Crescent Country’ is die dobro dan wel even weg en krijgen we een popsong. Niet zo direct iets waar wij voor vallen maar het moet gezegd: hij heeft een talent als songwriter…
Met ‘Killer Blues’ krijgen we een bijwijlen gevaarlijke gitaar-riff tegen een verder onschuldige ‘easy going’ groove met verder aardig slidewerk en solo. Dat mooie gitaarwerk vinden we ook op ‘Sunny’s road’ ,een ballad over een iets minder gelukkig gegeven: huwelijksleven en hoe dat kan uitlopen op een sisser…klinkt bekend…Daarna krijgen we een herwerkte versie van ‘Just like on TV’ dat wat mij betreft absoluut aan kracht moet inboeten tegenover de acoustische versie op ‘D Capital J’.Wat te veel aan geschaafd,zo lijkt het wel... ‘Long legged lover’ lijdt daarna dan van een opdringerige gitaar-riff zodat we met plezier terug het vertrouwdere geluid van Pitiful Ways’ verwelkomen. Sterke song, mooi gezongen en één van de betere nummers van dit album. En zo krijgen we er nog...’The Charade’ is een indringend nummer en verwoordt waar Dobrojean voor gaat : eigenheid en een niet toegeven aan het technisch gefoefel van nontalenten en de geplogenheden van de music makers (‘a sales hungry bunch of sissies’).Daarna volgt nog zo’n sterke dobrosong met een plezant riedeltje : ‘Wrong side’, over hoe sommigen elk zelfvertrouwen missen… met daarop volgend een leuk liefdesliedje,mooi op de dobro en bijgestaan door een walking bass en subtiel gedrum :’Pool Blues’, net iets voor deze zomer…
Aansluitend
bij het vorige eindigt ‘Lovesong #105116’ deze schijf . Beetje te braaf is
misschien een understatement...
We vinden op deze CD een heel andere Dobrojean terug maar wees niet bang,er rest
ook ook genoeg vertrouwd werk om ouwe fans mee te verzoenen. ‘Extended’ is dus
anders, maar staat me dunkt sterk genoeg om zijn weg te vinden naar een breder
publiek dan alleen maar naar de loutere bluesliefhebber…We wensen hem daar veel
succes mee !'(Winus)
The Hoodoogang : 'Go Ahead ‘n ‘Scratch'
'Dat Fernando
het afgelopen jaar zich bekwaamd heeft op de lap steel guitar zullen we gauw
geweten hebben op deze inmiddels reeds 2e CD van de ambitieuze
Hoodoogang ! Deze ‘Go Ahead ‘n ‘Scratch’ start alvast in hoog tempo met ‘One
more drink’,een jive die, wat mij betreft, best wat verder op de CD mocht
staan. De volgende‘Go Ahead ‘n ‘Scratch’, tevens titelsong bewijst eens te meer
het kunnen van deze uit Spanje afkomstige Fernando Neris. Het nummer is ook een
meer beheerste West coast en swingt lekker verder. Vocaal is El Grande hier ook
heel wat sterker dan in de openingstrack. Je voelt op je tenen dat hier een
band bezig is die alleen maar beperkt wordt door het CD-medium…dit zou je
eigenlijk live moeten meemaken… Net zoals ‘What About Me’, een stevige
dansboogie en eerste uitschieter op deze helemaal zelfgeschreven schijf. En
misschien was dit een betere opener ? En waar zijn hier mijn dancing shoes ?...
Want eens op de dance floor blijven we hier natuurlijk. Al weet ik niet zo gauw
wat ik met ‘You hoodooed me’ aan moet ? Slowblues ? Nee dus, want het tempo ligt
hier wat hoog en had, wat mij betreft, wat trager gemogen. Toch wel mooi met
sterke solo van Fernando en steeds in goede banen geleid door een ritmesectie
zonder franje.
Ah ! en hier is ie dan :’Never Meant To Hurt You’, de slowblues, dus sleep
die girlfriend maar es lekker door de dansbak. Echter qua song niet echt een
hoogvlieger, te klassiek, helemaal volgens de geldende regels en daarom
eigenlijk wat te braaf. Origineler en beter is dan ‘Cannot Take It’, subtiel
gitaarfriedeltje erbij en met wat inventiever drum en bass werk. Daarna shufflen
we op de ‘Laptop Boogie’, gedreven door de roffel van Zen Fannoy en hier komt
voor de tweede keer de lap steel boven. Een, in het genre, best leuk nummer.
Vervolgen doen we met ‘Her & You’, ook steel en stevige stamper en dan lijkt het
ingehouden zangwerk van ‘shouter’ Patrick ‘El Grande’ ons hier ook wat te min,
er mag meer uitgebroken worden, maar dat gebeurt wellicht wél wanneer de
jongens op het podium staan ? In ‘Goin’ to NY’ soleert Fernando er lekker op
los en shufflen we naar ‘Complicated Woman’, een blues in de ware zin van het
woord, huilende gitaar incluis. Heel aardig allemaal, al laten de beperkingen
van deze klassieke formatie zich hier wat voelen. Weerwerk van een tweede
solist, gitaar,orgel of sax had hier zeer welkom geweest…’The Lesson’ daarna is
dan instemmend knikken op het wat jazzy gitaarwerk, lekker nummer zondermeer…
‘Crazy World’ zou vervolgens het laatste nummer zijn, klinkt ook ‘wat later op
de avond’. Hier breekt El Grande door de wat te monotone vocale partijen en het
lijkt mij echt dat daar nog wat werk in zit….Als surplus, het bisnummer zowaar,
staat ons nog een verborgen 13e track te wachten, benieuwd gaat de
player dan ook naar nummer 13… Boogie in een rock traditie die zachtjes wordt
uitgefade, als het ware naar een verder verloop van een nacht die nog niet helemaal
uitgefeest is…op dus naar een 3e CD volgend jaar ? Zo’n vaart hoeft
het echter allemaal niet te lopen. The Hoodoogang zit muzikaal wel goed maar
mij lijkt het toch dat El Grande eerst aan meer gevarieerd zangwerk wat betreft
toon en expressie mag werken,evolueren. Als band die na een start in 2002 nu al
2 CD’s met eigen werk in de rekken zitten heeft, ligt de toekomst daarna alleen
maar te lonken !'(Winus)
The Rhythm Junks : 'Virus B-23'
'Heel
explosieve bandmuziek, genre Wizards of Ooze en verder te omschrijven als, en ik
citeer : ‘a spicy musical bouillabaisse going from beatnik big band swing over
'mad camel' blues to sweaty sticky fonk". You could also call it a peppery stew
of blue music’.
Inderdaad
heel erg jazzy en funky met een Steven De Bruyn prominent aanwezig op de
voorgrond naast een uitgebreide blazerssectie waarvoor Walter Baeken, ons o.a.
ook al bekend uit Jan Muës’ Musetrap, de arrangementen schreef. Die blazers,
verder bestaande uit Luc Lambrechts op altsax en de trompettisten Chris
Vandeweyer en Jan Muës, bepalen voor een groot stuk het geluid van deze schijf
waar verder de ritmesectie van veteranen en medeoprichters van deze bende, dat
is een ongelooflijk goeie Tony Gyselinck op drums en,who else, Jan Ieven op bas,
het goeie weer uitmaken. Starten doen we al direct met het very funky en met een
lekkere bariton geblazen ‘Power to reality’. De ‘distorted’ vocals en het vette
mondharmonicawerk van Steven zetten je al direct op het goede been.
‘Supergroover’ is dan weer het nummer dat mij nog het meest aan The Wizards of
Ooze doet denken. Vooral de zangpartij van Steven doet het’m . Heel dansbaar
nummer maar dat kan van de meesten hier gezegd worden. ‘Scatter blatter’ ,jazzy
en met scat van Steven en verder wat psychedelisch op omnichord, laat je
absoluut niet koud en vervolgens duiken we de spaghettiwestern in met
‘Canzoncina per Jaco’ of is het hier de siësta onder een Mexicaanse middagzon ?
Weer heel mooi mondharmonicawerk van wellicht één onzer meest begaafde
harmonicisten. Ouwerwetsige swing op ‘Amazing Blue’ ? Héél even dan en tempo’s
wisselen af… leuke sopranosaxsolo krijgen we en een achtergrondkoortje zit er
ook al bij.’Major Blue’ is dan weer uit een ander vaatje getapt. Een
mondharmonica on vibes en een nummer dat zichzelf vervolgt en uitloopt op een
mooie baslijn, percussie op echo, een reggea groove ? Psychedelisch werk dan met
‘Been so wrong’ op tromgeroffel van Tony Gyselinck en omnichord ‘pling plong’.
‘You know what to blow when the saints come marchin’ in’...en we gaan stomend
verder met ‘Boogiewaltz’.Mooi afgerond en ‘ho,dat is hier nog niet
gedaan’… onder zware baslijn vervolgen we very uptempo met ‘Don’t ever loose
that rhythm’ De blazers blijven hier meer op de achtergrond al krijgen we wel
een mooie trompetsolo van guesttrompet Yves Fernando-Solino .Sterk nummer.
‘Virus B-23’, volgende en titelnummer en als je wil weten waar dat voor staat,
lees dan maar na op de goeie site van deze jongens, is inderdaad wat koortsig,
er zitten zelfs wat koortsaanvallen tussen… Amusementsmuziek dan met ‘Ostrogorzisk’,
in de pure ‘Rhythm Junks’ stijl en met een gedreven Tony Gyselinck, jongens, wat
een drummer toch ! Music for dancers, so put on your dancingshoes ! En blijf
maar gelijk op de dansvloer want ‘Saco Saco’ doet er nog een schepje bovenop,
drumsolo incluis…ambiance, ambiance…
’Salut Monique mag deze fijne CD op een Toots Thielemans way uitblazen…sober,
mooie baslijn van een eveneens uitmuntende Jan Leven en het showorkest sluit
ingetogen af…hoesje geeft echter 2’22’’ aan voor dat laatste nummer maar zoals
het tegenwoordig meer gaat, tikt de klok tot 5’22’’ door om dan vervolgens haast
apocalyptisch af te sluiten… leuk maar hoefde niet echt.
Conclusie : sterke CD die een aantal hoogstaande talenten samenbrengt in een
bruisend project. Aanbevolen !'(Winus)
P. Van Sant : 'I’m a believer'
'
Een laat
2004 CD die indertijd al een voorstelling kreeg op JASSEPOES maar niet echt een
hele recensie (volledige recensies zijn er trouwens pas sinds maart 2005) en
deze schijf getuigt van zo’n kwaliteit dat het jammer is dat ze eigenlijk nog
niet eerder aan bod kwam. Met deze maken we dat dan weer goed want geef ze maar
es een hele beluistering,deze ‘I’m a believer van ‘de Sante’ en dan geef je me
wel gelijk. Een uitzonderlijke lekkere doorleefde stem in ons Belgische
blueslandschap. Relaxte, zo uit de losse pols gespeelde en vooral eigen nummers
in een two parts schijf waar de country-roots en wereld muziek naast de
stevigere elektrische stukken staat. Zo opent de CD al direct met de titelsong
‘I’m a believer’ met Peter aan de dobro. Johnny Cash is not far away…Townes Van
Zandt, inspiratiebron, trouwens ook niet want ‘Rex’s blues’ is van diens hand.
Mooi stukje folkblues met meeslepende fiddle van Andries Boone en de harmonica’s
van Steven Troch. Blijkt een meer dan uitstekende combinatie ! ‘Ego for sale’
dan, gezeten op barkruk,alleen in een bedompte kroeg : ‘It’s time for thinking
and drinking till the morning dew’…Vrolijker wordt het met folky ‘Don’t tell me
how to do it’, weer met dansende fiddle en Van Sant nu op de mandoline. Koortje
d’erbij met naast Andries Boone ook David Vertongen als de ‘backing vocals’…’Think
I’m gonna make it by myself’, geloof slechts in jezelf en blaffend hondje in de
achtergrond geeft’m gelijk. ‘Lost highway’ ,en we blijven akoestisch met de
levensliedjes van Peter. Ook ‘Midlife crisis blues’ is weer zo’n unplugged
nummer met fiddler en denk er de volksgroepdanspasjes maar bij. Klinkt altijd
heel erg authentiek en dat voor een Leuvense jongen! Roots muziek,zo weggehaald
uit de Mississippi delta…
Kampvuur jongens onder mekaar,hand clappin’, percussie met de lepels op de
dijen, opzwepend ritme,aangejaagd door de viool ,banjo en de foot bass van
Jasper Hautekiet…Mooi zo !, deze ‘The Coocoo bird’ van Clarence Ashley. De
backingvocals van Andries Boone en David Vertongen vullen stemmig aan. En dan is
het: so far voor het country-folk gedeelte…’Get it while you can’ laat de
gitaren electrisch klinken. De song sleept zich met de droge tomdrumslagen een
dikke 6 minuten verder… P. grauwt en grolt en de gitaarsolo laat het allemaal
verder heel sensueel klinken, heel meeslepend nummer… ‘No,I don’t drink water,while
there’s whiskey’… een ‘nijg’ nummer met een haveloze Van Sant aan de drank in
het ‘Ship of fools’..Aah Aah ! En dan wellicht het mooiste uit deze sterke
schijf : ‘Troubadour’, machtig mooie slidegitaar, ruige stem van P. en knap
drumwerk van David Vertongen. Het geheel mooi stereo uitgemixt. ‘Mercy’ eindigt
Peter of is het Merci van dankjewel ?! ‘Oh my God’…en zeker zo mooi is ‘Prozac
airlines’ alweer met uitstekende David Vertongen aan drums en tevens orgel.
Hadden we trouwens Jasper Hautekeet al vermeld,vettige bas waar nodig ?’Well I
really don’t care you’re a straight or a gay…just shake my hand,as long as you
do it your way’ Steeds sterke woorden van onze singer/songwriter…
Deze waarlijk schitterende CD wordt daarna
waardig afgesloten , P. tokkelend op gitaar en Andries Boone,stemmig begeleidend
op de viool… ‘Are you hooked’ ?
I guess
it’s time to stop now… Van begin tot einde had deze CD ons in de grip.
Eén van de pareltjes van eind
2004/begin 2005…are you hooked ? Absoluut, en laat dat zo maar blijven !'(Winus)
Boogie Workers :
'Crazy Stuff'
'Elementary
my friends ! Zo klinkt het en zo brengen ze het, onze ‘boogie workers’.Wat
slordig geproducet of misschien was dat wel de bedoeling, om het geheel wat meer
die live feeling te geven ? In ieder geval krijgen we grotendeels eigen werk en
dat kan ons steeds bekoren. ‘Devil’s dance’ klinkt anders direct heel
vertrouwd,mogelijk al wat gedraaid op de radio of her en der op fuiven ?
Aanstekelijk nummer, goeie harmonica en gitaar,dat wel, maar lijdt aan backing
vocals die niet recht op hun plaats zitten. Er wordt wel lekker veel tijd
gemaakt om de nummers ruimte te geven. Zo ook voor ‘Having a ball’, weer van de
hand van Walter Otte die voor de meeste nummers tekende. Gezellig nummer met
uitstekende harmonica van Dave White. Daarna is het slowbluestime met ‘Treated
so bad’, bijna 8 minuten lang. Mooi,dat wel, maar wat kaal…hier had een Hammond
een verrijking kunnen zijn, de soli van zowel gitaar als mondharmonica zijn wat
schraal. We blijven low tempo en gaan akoestisch in ‘It rained 4 seven days’.Gitaar
en vocals en Walter voelt zich daar erg goed bij…een solo moment, en ik heb het
hier niet over de braadboter met dezelfde naam… So far voor de bezinning. Boogie
time dus en de ritmesectie zet de maat. Na een bevlogen vettige harmonicasolo
volgt nog even een tempowissel naar het einde toe. Halverwege zitten we dan en
het tempo wordt opgevoerd nu. Aanstekelijk nummer deze ‘Hey mama’ en
ongetwijfeld een meebruller vanaf de dancing floor ! Opgedragen aan Rory
Gallagher krijgen we dan een 2e solobeurt van Walter, ook erg goed op
de akoestische gitaar. Spijtig alleen dat hier niet zo’n goed einde aan gebreid
wordt…snel wordt er uitgefade… Boogie down daarna op ‘Dot.com’… Op de hoes staan
de nummers in een verkeerde volgorde, foutje van de layout.’Don’t ‘ staat echter
wél op z’n plaats en daar blijf jij zeker niet staan met dit stomend nummertje.
De Boogie Workers op hun best !, al had ik hier graag het einde mooier
uitgedrumd gehoord. ‘Burn your skin’ is daarna het ‘vluggertje’ op deze schijf
en de hounddog/cat is duidelijk in the neighbourhood ! Aangeblazen door de
harmonica stapt de bass van Bob Fohal ‘Blues in the 3rd degree’ binnen, een
rustpunt na de vorige stampers en de song brengt ons 7’33 verder… Daar krijgt
Walter de ‘Mean old Spider’blues. De gitaar krijgt er zowaar ook de kriebels
van…Leuk… We gaan er uit met de rock ’n roller ‘Shake your moneymaker’ van
Elmore James…,groepsleden worden voorgesteld, brengen om beurten hun niet steeds
zo inventieve solo en dat was het dan. Net live, al ontbreekt hier dan de bis…
Conclusie: best aardig als je dit naar een live optreden projecteert. Walter
Otte als akoestisch nevenproject zien we zeker zitten en wat de Boogie Workers
als geheel betreft : hier geen muzikale hoogstandjes maar elementair beste
vrienden en absoluut al méér dan 5 jaar fel gesmaakt op diverse podia in de
Benelux en daarbuiten ! '(Winus)
Bullfrog Bluesmachine :
'Cross that line'
'Cross
that line’, deze derde full CD van Hollands’ zendelingen Bullfrog Blues Machine
zet je meteen in een funky mood met ‘Thin line’ en ook ‘Mr.J’ brengt een
stuwend boogieritme met de lekkere bluesharp van Richard Koster en snerend
gitaarwerk. En dan krijgen we een eerste keer wat akoestisch met ‘On a day like
this’. Guest Dede Priest uit Texas mag Hans Klerken een eerste keer vocaal
vergezellen in deze delta blues. Dat hadden we van de Bullfrog nog niet gehoord
! Een akoestische delta blues…echt crossing the line..uit het vakje
treden...Even bekomen met de funky groove van titelnummer ‘Cross that line’,dat
beheerst krachtig drijft op de rollende orgellijnen van Mark Spronk, één van de
twee getrouwen die intussen de groep verlaten heeft. Dan krijgen we, om te
wennen, alweer een acoustisch nummer ‘Barkin dog Blues’ maar
in ‘Back to the roots’ herkennen we daarna weer de bekende rockende kracht van
de Blues Machine en mag Dede Priest een tweede keer aantreden. Sterke stem die
echter niet de kans krijgt om voluit te gaan daar al spoedig overgegaan wordt in
‘Johnny left his homeground’ met guest Willem Van der Schoof aan de Hammond.
Persoonlijk houden we erg veel van Hammond en de Lesley die alles zo mooi
krachtig rondstrooit. Dit nummer is echter een ‘walkin’ the floor’ song en dus
komt ook die Hammond naar ons gevoel niet zo goed over..
Nummer 8 doen we weer akoestisch in een duet van Hans Klerken met Dede Priest.
‘When your life is a lie’ is oprecht mooi maar we zijn écht benieuwd naar de ons
vermeende kracht die dit dametje on stage zal uitstralen en ook in dit nummer
niet naar buiten kan. ‘Tears cried for heaven or hell’ swingt uit de pan en is
één van de toppers uit deze schijf. Méér van dat graag want ’Take it as it comes’
is daarna alweer akoestisch en sorry hoor, geen hoogvlieger. Hans heeft hier
niet echt de stem voor…en ‘k weet nog niet zo zeker of ik deze nieuwe aanpak wel
lust. Geef dan maar ‘Same world, different colors’ op de hun vertrouwde manier.
Wat stevig gitaarwerk en ongetwijfeld live weer show off time voor Hans en
Chris,daar lusten we pap van en fotografisch levert dat ook steeds leuke kiekjes
op..
Eindigen doen we met een leuk niemendalletje ‘Bobtjes dog’ weliswaar ter
meerdere glorie van ons aller ‘Bobtje Blues’ Besluit : naar goede traditie een
puike productie maar de overstap naar meer akoestisch werk zien we niet altijd
zo zitten.'(Winus)
'Blues,roots
en wereldmuziekjes, dat is waar onze interesse voor de maandelijkse BLOESKOES
naar uit gaat. En deze maand is dat dus niet echt een very bluesy choice, al
wordt hier en daar de Creoolse beans ’n rice wat overgoten met een
bluessausje. Met ‘ Loaded’ levert Indian Cigars intussen al een tweede CD, al is
ie wat aan de mini-kant.
Slechts 7 nummers tekenen voor een half uurtje muziek, maar wat voor muziek !
Stomende partymuziek in een real New Orleans Tradition,een Creoolse mix van
soul, gospel,brassband en funk !De funky groove voert hier de boventoon en Mardi
Gras ambiance is steeds rondom aanwezig. Zo starten we na de piano-intro van
Wouter ‘Otis’ Debode met het van Professor Longhair bekende ‘Tipitina’ ,met een
Danny Verheecke sterk aan de fingerpickin’ bass en een heel erg overtuigende
Peter Versluys met die sterke rauwe stem van hem die bijwijlen een Joe Cocker
voor de geest roept. New Orleans muziek zonder blazers,dát is haast
uitgesloten,maar Indian Cigars beschikken dan ook over een drietal dat de New
Orleans spirit levendig te voorschijn haalt. Frank Debruyne (sax), Rudy Reunes
(trompet) en Ivan Valck (trombone) doen dat voortreffelijk en met veel klasse.
In ‘Funk is in the house’ zet Peter Versluys een stapje terug en krijgen we een
Booker T- achtig ,jazzy intermezzo met een koortje van backing vocals, rollende
orgeltonen, en een gitaarsolo van Christophe Geuens. Wel erreg jammer ! dat je
niet meer info over de diverse bandleden kan bekomen op hun website. Enkel van
Wouter Debode leren we dat-ie jazzy geschoold is en o.a. les kreeg van Dominique
Vantomme. Alleszins is de toon gezet, dit is de partymuziek bij uitstek ! Soul
en blues schouder aan schouder in ‘You can make it if you try’ en dat klinkt ook
wel bekend al kan je zo direct niet op de componist komen… Even op de hoes
kijken dan, maar dat blijkt vergeefse moeite, componisten staan niet vermeld en
ook op de site geen woord er over.
Da’s een fout die beter niet gemaakt wordt, foei dus . Want de
songs worden verder méér dan behoorlijk gebracht. Zo sleept ‘I feel so damn good’
je zeker naar de dansvloer, …dat is, als je je daar nog niet bevond ! Zit wat
gospel bij en wat verder ook opvalt is het strakke drumwerk van Karel Van de
Casteele, ook al geen kwaad woord van te zeggen. We gaan up tempo en swingend
verder met ‘People sure act funny’,saxsolo incluis. Hier weer dat gospelsausje
en het nummer mooi afgerond door de blazers. Je voelt dat dit geen beginners
zijn ,maar Indian Cigars zijn dan ook al méér dan zes jaar bezig… ‘Junko
partner’ van Dr.John krijgt een mooie slidegitaar erbij ,R & B is in the house !
De trompetsolo komt daar dan mooi tussendoor en verder zorgt het orgel en de
blazerssectie voor een evenwichtige totaalsound. Erg sterk. Maar intussen zitten
we wel al bijna aan het gaatje van de CD. Het is dan ook jammer en mij een
raadsel waarom deze CD niet verder werd aangevuld door nog eens 6 of 7 nummers.
De New Orleans muziekscene heeft méér dan genoeg op het programma staan en deze
jongens bewezen met deze CD dat zij dit erg goed kunnen brengen. Misschien waren
de bronnen (lees geldbronnen) wel uitgeput? Ook hier geen commentaar terug te
vinden op de webstek… Dus gaan we er jazzy tussenuit en ook een beetje ‘loaded’,lijkt
het wel, op het ‘Everything I do gonna be funky’, een stemmig partymuziekje, zo
ergens tegen de ochtend aan…'(Winus)
Julian Sas : 'Twilight skies of life'
'Julian
Sas zag ik een eerste keer op het Swingfestival te Wespelaar en toen stond
Pieter Van Bogaert één van de eerste keren erbij op het podium… het zal
laatzomer 2004 geweest zijn. Waar ik toen even mee zat was een wat angstig
gevoel, zo van : wat gaat deze combinatie geven en verdomme…, Pieter in een
rockblues band ? Onterechte 'angst', Julian was ,zoals gewoonlijk, in topvorm en
‘onze ‘Pieter voelde zich direct heel erg thuis in de band, ondersteunde en
soleerde wanneer het uitkwam . De muziek die Julian bracht werd er rijker mee,
trok de band als het ware meer open en het optreden was dan ook een succes.
Achteraf heb ik Julian gefeliciteerd voor de puike show en gelijk me
geëxcuseerd voor het vooroordeel waar ik toen mee zat… En dan is er nu die
eerste CD, intussen Julian’s 6e album al, maar het eerste met
toetsenman erbij. Op deze CD was het wel twee jaar wachten,maar dat wachten
loonde. Julian maakte werk van z’n teksten, schaafde aan z’n vocale kwaliteiten,
schreef een aantal aardige songs bijeen en is nu werkelijk gegroeid ! Het bleek
het wachten waard. Op deze CD staat verder een aardige ritmesectie bijeen, de
vaste leden van de band eigenlijk : Tenny Tahamata aan de elektrische bass en
een zeer gedreven Pierre de Haard aan drums. De CD is evenwichtig verdeeld
tussen het zwaardere rockwerk, ballads en echte songs. Starten doen we in een
goeie boogie traditie met ‘Helping Hand’ ..Keigoed gedrumd met die tussenslagen
op de snaredrum en een orgel dat alles mooi omhelst. Julian zelf mooi aanrollend
op gitaar en de bas die daar stevig doorheen dreunt. Uitstekende beginner!
‘Freedom Bound’ is dan het wat meer beheerste rockwerk dat aanvoelt als een
Springsteen…Piano en gitaarsoli vullen mekaar aan. ‘I’m still crying’ zet
je daarna wat op het verkeerde been want na, wat lijkt op een mooie slowblues
,krijgen we 3 minuten later een tempowissel en daar sta je dan op de
dansvloer…Snelle vingers van Julian en dan volgt de apotheose : ‘but all this
madness gotta stop someday!‘…en dan keren we terug naar het oorspronkelijke
tempo. Mooi ! Tijd dan voor wat anders. Wah wah gitaar, stuwend tempo, en de percussie van gastmuzikant Martin Verdonk op ‘The one to blame.
Leuke orgelpartijen van Pieter en dan weet je nu al :deze CD is een voltreffer !
Volgt de ballad ‘That’s enough for me’,met warme stem gezongen en bijtijds die
gitaar die er door snijdt. Je beweegt je op de muziek,dus dat zit wel
goed…Misschien wat te lang uitgesponnen, dat heb je zo met ballads. Dus gauw op
die boogie train daarna met ‘ Lost again’,stevig doortrekkend en stukje slide
erbij. Pieter blaast de machinestoomfluit en de ritmesectie houdt alles mooi in
’t spoor. De CD is verdeeld tussen hevige en rustige perioden en met ‘Looking
for a friend’ houden we het terug netjes. Beheerst wordt de motor achteraf terug
aangezwengeld met ‘It ain’t easy’.Boogie op een bekend thema ‘last night I was
your lover but today I’m your fool’, uit iemands leven gegrepen ?...
En dan gaan we in versnelling met ‘Devil got my number’ pompend en stuwend,
haren in de wind ! Sterke gitaren en piano. Het lijkt me dat we zo nog verder
kunnen en het funky ‘Think about it’ houdt eenieder op de dancing Floor.
Party,party ! Martin Verdonk aan percussie leidt mee naar de finale…Rest nog de
afsluiter ‘That’s enough for me’ Kregen we inderdaad al ,maar dit is de
ingekorte Radio Version. Als je aan het gaatje zit dan weet je dat dit een hele
sterke Julian Sas is, misschien wel het beste van wat de man tot nog toe
uitbracht….Mooi, dan is het nu wachten op de volgende, lijkt me deze keer dat
het geen 2 jaar duren zal !'(Winus)
'We
waren erg benieuwd naar deze eersteling van Peerse Rusty Roots maar eigenlijk
wisten we wel wat we zouden krijgen: Kwaliteitsmuziekjes gebracht met gevoel
voor authenticiteit en dat op een erg professionele muzikale wijze vertolkt door
jongens die er voor gaán. Goeie zangpartijen, dát vinden we belangrijk en Jan
Bas stelt ons dan zeker hier niet teleur. Goeie teneur en doorleefdheid en
geruggesteund door fijne muzikanten en hup…, zo neemt de roffel van Nico Vanhove
je meteen in je nekvel mee voor de volgende ‘100 Miles’, één van de twee eigen
nummers en meteen zit de stemming er al in. Shufflegewijze swingen we op ‘The
Hustle is on’ en laten ons de saxtonen van Steven Scheelen graag welgevallen. De
ritmesectie met Stefan Kelchtermans aan de contrabass effent de weg voor een
gitaarsolo, beheerst, cool en volgens de voorschriften, dit zit wel
goed…Traditionele Westcoast is waar ze voor staan en daar hoort wel wat ‘cool’
bij, dat stralen ze live ook wel uit. ‘Check yourself’ is dan hier misschien wat
onderkoeld, even volume wat hoger zetten en ja hoor, da’s meteen een stuk beter.
‘Big boss man’ van Willie Dixon staat daarbij heel wat steviger. ‘Stand by me’
,inclusief handclappin’ houdt de swingers garanti op de dansvloer maar spijtig
genoeg niet voor lang. Kort nummer en dus helaas geen plaats voor wat
uitgesponnen soli. ‘You put your heart in my soul’,tweede en meteen ook laatste
eigen nummer geeft dan meer ruimte waar Bob Smets graag gebruik van maakt.
Lekker eigen nummer ! Boogietime dan en ‘Compact baby’ vliegt er graag in. ‘Back
breaking blues’ van Big Joe Turner is vingerknippend naar een saxsolo die best
vettiger kan en mág. Die strakke productie van Marc ‘Tee’ Thys laat dat
blijkbaar niet toe en da’s misschien wel het enige euvel dat je kan inbrengen:
Te strak en gelijk dus ook te glad. Zo ook met ‘Ah we Baby’,steeds echter met
een Jan Bas die vocaal erg sterk is, maar de nummers zijn te strak afgelijnd en
lijken alzo bijna ‘getimed’. Maar luister es naar de vocals op ‘I wanna make
love to you’, is dat niet lekker gezongen?... en hop…,daar springt Steven
Scheelen ook al uit de band met een saxburst, goeie up tempo en absoluut één van
de betere songs van de CD, die het kunnen van deze jongens bewijzen ! ‘She’s so
fine’ is een ouwe soul van Syl Johnson, goeie gitaarinterventies maar te
schriel, te ijl…mocht naar mijn smaak veel directer…
’ I still love you’ is het ritme waar Rusty Roots in ‘past’. It fits like good
jeans, van dit laken graag nog een broek ! En dat krijgen we dan ook met
‘Saturday fish fry’ ,een Louis Jordan hit, keigoeie afsluiter want nu wens je
nog, nog en da’s mooi als je mensen wat hongerig achter laat ! Die komen dan
zeker later terug voor méér.'(Winus)
'Dat we met deze derde van Blues Lee weer een fijn afgewerkt product gingen
krijgen,leed geen twijfel: net als bij de vorige ‘In the Crack of the map’,
intussen van 2003 geleden, tekent hier weer Jan Ieven, de immer bezige, voor
de productie. En méér ! Want Mr. White, el sympathico, verliet de band en
liet het basroer over aan Jan , die naast de staande en de elektrische bass,
de bassen zelfs blaast, al is dat dan wel uit de tuba. Zo zet ‘Home’ met
‘Honey please don’t’ stapsgewijs in, met een hoempa tuba en uit de tekst
blijkt: don’t mess with that wife ! De toon is gezet. Authentieke eigen
songs, deze keer wat meer werk van de hand van ‘Helix’ Karel Phlix maar
‘Liar’ is er nog ééntje uit de songwritershoed van Jan Corthouts …
danswekkende funky groove en party is in the house ! Bies Biesmans zingt dat
lekker en zijn sax vult dat allemaal mooi in. Percussie heeft een
toegevoegde opwindende waarde en zet zich verder in op ‘ For a Ride’, een
love storietje, weliswaar gevoelig gezongen en gesaxt maar de percussie en
violin/strings maken het,wat mij betreft, wat melig. Niet direct mijn
favoriet… Nee, dan liever de countrydeun ‘Hillbilly Joe’, helemaal in de
sfeer met die heerlijke fiddle van guest Nils De Caster, die daarbij ook nog
es,maar dan wellicht op het andere spoor, de lap steel beroert. Goeie tekst,
humor is bij Blues Lee ook nooit ver weg, en all’s well that ends well:
Billy Joe was gonna get laid…
Shuffletime dan ! ‘Lazy ways’, wat onderuitgezakt, en very rielekst, speedin’
hoeft héélemaal niet ! Het acoustische ‘Peaceful Soul’ hangt daar gepast
achter en plakt ons ergens op de prairie, … een stem, een gitaar en de
mondharmonica….méér moet dat echt niet zijn, paard staat te grazen in de
nabije omgeving (en niet in de gang…) …Dreigend atmosfeertje volgt maar wat
wil je, als er een devil wandering around is in ‘Destination Hell’ ? Die
sfeer wordt nog geaccentueerd door de slide op de resonator gitaar, mooi
vertaalde tekst naar muziek, lijkt me. ‘Nicole’ maakt meteen daarna de
rocker in ons wakker,als die al ooit slaapt! Hier krijgen we er de
ondertussen live vertrouwde boogiepianoklanken van Patrick Cuyvers bij. En
hadden we het daarstraks over dreigend atmosfeertje in ‘Destination Hell ?
Wat dan gedacht van ‘Seven Days’ met die roffel van ‘Yves Bosmans’, de
grimmige klaagzang van Bies, de ijle sopranosax en die dramatische gitaren ?
Onwerkelijk nummer en absoluut uitschieter van deze ‘Home’ Cd ! Vervolgen
doen we met swinger ‘Shovin’ ,en die brengt ons instrumentaal dan weer naar
waar we nog niet waren via deze schijf : bij de Westcoast Swing en
dansorkesten, gesteld dat we zo’n beetje virtueel door de States aan ’t
touren zijn …En waar brengt titelnummer ‘Home’ ons dan ? Alleszins ergens op
ons funky been en waar dát staat zint me wel. Bluesy mondharmonica, streepje
hammond en die zingende double bass, this is my home too ! Maar zoals we
intussen al meermaals beleefden op deze gevarieerde CD maken we toch nog
eerst een ommetje south voor ‘Blind, bold and barefooted’, een tweedledeedoo
rootsmuziekje waar die violin van Nils de Caster best in zou gepast hebben…
Conclusie: weerom niet een echte blues CD maar wél een intussen heel erg
eigen geluid van Blues Lee in een lappendeken van diverse genres roots en
aanverwante muziekjes. Sterk in tekst, vocaal én instrumentaal al lang de
kinderschoenen ontgroeid en op een absoluut professioneel niveau maar dat
had Dallas Hodge natuurlijk ook wel door toen hij enkele maanden terug met
verschillende van deze jongens door Europa tourde. Alleen zorgt die
diversiteit van stijlen, dat lapjesdeken , er wel voor dat je de band erg
moeilijk ergens kan catalogeren, in een hokje stoppen, maar dat is wel het
laatste wat zij zouden willen …hun hokje noemt gewoon: Blues Lee’ !'(Winus)
'Met deze derde CD (ze
komen snel na mekaar !) gáát de Hoodoogang voor een podiumplaats op de vele
festivals die onze lage landen rijk zijn. Uitgebreid met vijfde bandlid Walter
Vos (ex Bad Blues en ex Swing Bee) aan saxen, verruimen ze hun mogelijkheden en
het is een plezier om vast te stellen dat hij dat enthousiast en op heel
overtuigende wijze doet. Deze schijf, die voornamelijk reeds bestaand werk
bevat, moet twijfelaars over de streep halen… deze band is here to stay en wenst
vooral meer podiumwerk, hetzij in originele bezetting, hetzij idem dito maar dan
met occasionele uitbreidingen zoals een Ilias Scotch (Milk, Cream & Alcohol) aan
Hammond of anderen, want het is The Hoodoogang menens ! Zo draven er ook heel
wat guest stars op in deze productie. Naast Ilias vinden we ‘Boogie’ Walter
Otten (Boogie Workers), Joachim Meese (Solid Jive), Tim Verbist (Tim’s Blues
Combo) en Henk Van der Sypt (Last Call & vanalles) terug op één of meerdere
tracks en zelfs vanuit Haïti wordt de ‘Hoodoo’ als het ware aangestookt door
singer Marlène Dorcéna. Zij zet alvast het vuur in ‘What about me’, zonder
twijfel één der successongs afkomstig uit de vorige CD. Dan is het de beurt aan
Ilias Scotch om ‘Do you need me’ uit 2003 met een smeuïge Hammondsound nieuw
leven in te blazen. Mooie solo van Walter en laten we toch vooral niet vergeten
om ook gitarist Fernando Neris te loven want hij bepaalt toch voor een groot
stuk de ‘Hoodoosound’ Dat heeft vooral te maken met het feit dat de meeste songs
door Fernando bijeengeschreven zijn…’Busted’ , afsluiter van eersteling ‘Busted
Sessions’ is een jazzy parel waar onze Spaanse vriend zich beperkt tot wat jazzy
licks en Henk Van Der Sypt resoluut het stuur grijpt. Dat Walter Vos hier een
belangrijke medespeler is dankzij zijn saxy uithalen staat buiten kijf. Voeg
hier de vettige mondharmonica en de waarachtige vertelstijl van Henk aan toe en
je hebt een kei van een track ! (al moet gezegd dat ‘Busted’ uit de eerste CD
zéker met evenveel overtuiging werd neergezet door El Grande) Hele sterke song !
‘Go Ahead ’n Scratch’, titelnummer van de vorige schijf zet de swingers op de vloer en ook hier hebben we graag de sax van Walter er bij. De Hammond van Elias refereert naar danspaleizen… Blues ? Jawel hoor, met ‘Her & you’, slidegitaar van Fernando incluis en niet te vergeten de smoelschuiver en zangpartij van Henk weerom…
’
Slow down’ daarna is geen trage, maar wel een uitgesponnen vluggertje, swing
your thing dus en laat ons dan maar meteen ook de loftrompet steken voor een
ritmesectie die inleidt en alles mooi in de maat houdt. Zen Fannoy aan drums en
Geert Zonderman aan de elektrische bass zijn de stille werkers. Stil maar steeds
correct, niet kaal maar wel zonder overbodige franje. El Grande knipt de vingers
en is very cool, zingt viriel en daar bovenop krijgen we een gitaarsolo van
‘Boogie’ Walter. Die klinkt dan weer heel anders dan de zingende gitaar van
Joachim Meese op ‘Goin’ to NY’ Joachim is heel sterk en brengt een schitterende
solo waar Walter Vos graag aanhaakt. Shufflegewijs gaat dit feestje goed uit de
bol wanneer ook nog de gitaren van Fernando en Joachim in duel gaan ! Hebben we
dan al de gasten gehad?...Bijna, want Tim Verbist gaat op ‘Sweet little QT Pie’
eerst nog op de zijn vertrouwde manier slidegewijs met de gitaar om. De sax,
Hammond en samenzang maken hier het feest kompleet. Fernando omringt het geheel
met zijn zweverige gitaarlicks. Mooi ! En daarmee hebben we het vertrouwde werk
gehad. ‘Funk yourself’ is de eerste nieuwe song op ‘Hoodoo Deluxe’ en meteen
treedt ook Fernando meer op de voorgrond. Die krijgt echter weerwerk van Walter
die zich naadloos in de groep ingepast heeft, dat is duidelijk ! ‘How do you
do’ is cool met bijwijlen mooie samenzang en een funky rhythm. ’Ain’t nothing
Wrong’ gaat daarna shufflegewijs met de wind in de haren in open cabriolet langs
de strandboulevards en ‘Dirty Girl’ kan je daar in de late nacht/vroege ochtend
wel tegenkomen. De band is warm gespeeld, de Zenne drumt funky en de Gette
draait daar speels tussen…Spijtig genoeg heeft ‘Ain’t Gonna Be Your Fool’ buiten
de lekkere saxsolo niet zo veel voor te stellen en komen we een beetje in mineur
aan ‘Alles Goed?’, de afsluiter. Dat is er eentje in’ t Nederlands Vlaams maar
ook wel cool. De deukhoed staat daarbij wat scheef op het hoofd, hemd drie
knopen los en de handen losjes in de wijde broek…Leuk,dat wel, maar geen
hoogvlieger… En de CD in z’n geheel dan? Een absolute meevaller zeker wat het
oudere werk betreft en waar The Hoodoogang toont dat zij nu in deze uitgebreide
bezetting, met Walter Vos erbij, klaar zijn voor méér. Talent genoeg in huis om
verder te gaan ! Beleef hen vooral live, bvb. deze zomer op de festivals !'
(Winus)
The Electric Kings :'Live @ BRBF 2005'
'Het verhaal is intussen genoegzaam bekend: Vlaanderens
meest succesvolle band in het genre ooit,keert in 2005, na de split van 1997,
weer terug naar de plaats waar de toenmalige successtory ooit begon: het BRBF
te Peer, om er ter plekke ongecompliceerd hun terechte number one place op de
Belgische Blues scène weer in te nemen ! De band, in originele samenstelling,
heeft er terug enorme zin in en dat blijkt meteen uit deze bejubelde reünie rond
voorman, zanger harmonicist ‘Big’ Dave en de som der afzonderlijke talenten : de
gitaristen Marc ‘Tee’ Thys en ‘Luke’ Alexander, bassist ‘RC’ Stock en de
‘aMAZEing Willie aan drums. Zij puren voor deze live registratie niet of
nauwelijks uit hun eerdere, in 1995 en 1997 verschenen CD’s ‘Not for sale’ en
‘Electronic’, maar gaan d’er weer helemaal tegenaan met covers die zij op
overtuigende wijze brengen, als waren het hun eigen nummers en jawel, een paar
eigen songs zitten d’er toch ook wel tussen. Starten doen we met ‘Lollipop mama’
van Roy Brown en meteen hebben we de goeie toon te pakken. Willie Maze jaagt het
tempo aan en het is jiven geblazen. Luke neemt de eerste gitaarsolo’s voor z’n
rekening en Big Dave geeft daar nog een sneer met de smoelschuiver bovenop, de
tent swingt !
Voor de mondharmonica wordt met ‘Hoodoo man Blues’ van John Lee ‘Sonny Boy’
Williamson een aardige 6’59’’ uitgetrokken en Marc neemt hier de honneurs waar
voor het betere gitaarwerk. Met ‘Commit a crime’ blijven we bij de ouwe knakkers
en leren we weerom wat bij want Chester Burnett blijkt niemand minder te wezen
dan ‘Howlin’ Wolf, oorspronkelijk uit de Mississipi delta afkomstig om
uiteindelijk in de woelige jaren vijftig ook deel te gaan uitmaken van de
Chicago Blues scène. Die sfeer en feel van toen komt vrij authentiek over en
da’s zeker mede bepaald door de manier waarop Marc de gitaar betokkelt. Maar
eigenlijk val ik toch meer voor het eigen geschreven ‘Follow my lead’ met Big
Dave aan de harmonica en de ‘yeah’s…of het ‘Too many drivers’, een boogie van de
betere soort met een Luke Alexander aan gitaar deze keer, en netjes in het
rechteroor…Marc huist in de linker schelp….
Met ‘Trust my baby’ van die andere Sonny Boy Williamson (II) slaan we het
slowblues pad in en krijgen we naast de mooie vocale partijen van Dave (je
verwacht je bij de aanblik van deze forse vent wel aan een zwaarder stemgeluid),
ook nog eens diens gevoelige mondharmonica.
Jump ’n jive daarna en de immer jonge RC Stock snelwandelt
door ‘Alive at the mall’, het tweede en tevens laatste eigen nummer, een
instrumental…Willy Maze volgt de bassist op de voet om dan even later het
handje te lossen en sologewijs aan het roffelen te slaan. Tijd dus voor wat
aanmoedigingshouts, gefluit en applaus. Zo hoort het ook op een live registratie
! En dan komen we aan de hoofdmoot van deze schijf: het dik 10 minuten durende
‘Pretty little thing’ van Jeff Williamson . Dat heeft wat CCR- achtigs en geeft
‘Luke’ Alexander de kans om voluit te gaan… het tempo sterft weg op het einde en
dan volgt afsluiter ‘Long distance call’ van ene McKinleyMorganfield ?... En
weer wat bijgeleerd, want dat is de echte naam van the artist better known as
Muddy Waters ! Stevige versie van een nummer dat ook al eerder verscheen op het
debuutalbum ‘Not for sale’. En uiterst geschikt als afsluiter van een geheel dat
absoluut een studiovervolg mag kennen. Kwaliteit van deze opname is inderdaad
niet zo erg goed en de mix heeft dat niet helemaal kunnen verhelpen. Vast staat
wel dat deze jongens erg goed bezig zijn na een geslaagde en succesvolle
voorstellingsset in de AB eerder dit jaar en een States avontuur in mei waar
zij op het Doheny Blues Festival de affiche deelden met B.B.King, Etta James,
James Harman, John Hiat, Los Lobos en andere groten. Ook heel recent hadden ze,
wat ons betreft, heel wat hoger op de affiche mogen staan op editie 2006 van
Antwerp Blues, wegens enorm goed. Waarom zijn wij,Vlamingen, toch steeds zo
bescheiden?! Binnenkort zijn The Electric Kings zelfs één van de bands die
zullen aantreden op het prestigieuze blues festival van Cognac te Frankrijk !
We hebben van deze band dus zeker alles nog niet gehoord en gezien en de vraag
is maar hoe zij dat alles in de praktijk zullen kunnen blijven combineren met
hun eigen afzonderlijke projecten en de groepen waar ze deel van uitmaken… ?
Afwachten maar… intussen méér dan blij : Niet origineel maar dit hoor je dus
overal: The Electric Kings are back !'
(Winus)
Elmore D : 'Tot k’mahî (Tout embrouillé)'
Daniël Droixhe, de Luikse prof. die verbonden is aan de Brusselse ULB,
faculteit Letteren en Wijsbegeerte, maar ons absoluut beter bekend is onder
z’n artiestennaam Elmore D, vierde onlangs zijn zestigste verjaardag en
bracht voor die gelegenheid weer een keure van roots-en bluesmuzikanten bij
mekaar in Antwerpse thuishaven ‘Crossroads Café’.We troffen er vele
muzikanten die we eveneens terugvinden op deze CD-dubbelaar. Feit is dat
Elmore D, die vooral vooroorlogse traditionele (folk) blues brengt, zich
graag omringt met traditional-aanhangers en daar hebben we d’er in België
héél wat van rondlopen !
Zo lezen we in het bijhorende CD-booklet, dat op CD 1, de studio-CD, we
medewerking krijgen van, naast vaste pianist/begeleider Hein Koop,(en dit
wordt even opsommen: Raf ‘Lazy Horse’ Timmermans aan gitaren en mandoline,
‘Big’ Dave Reniers en ‘Lord’ Fabian Bennardo op harmonica, Frank Coumans aan
de drums;’Stinky Lou’ Laurent Goossens, Gilles D, Renaud Lesire en Suzy
‘Crossroads’ Gerarts aan de bassen, nog gitaar-banjo-mandoline-bijdragen
verder van Mathias Dalle ‘The Goon Mat’, Phil Corthouts, Guido Lehmann en
Will Deckers (van wijlen Ferre Grignard) en absoluut niet te vergeten: het
felgesmaakte Mississipi Heat gezelschap van harmonicist Pierre Lacocque,aangevuld
met Renaud Patigny aan piano op track 9 ! Een feestelijke uitgave dus, deze
vierde CD van Elmore D en laat ons er maar aan beginnen want de studio CD
alléén al telt 17 tracks . Starten doen we met titelnummer ‘Tot k’mahî’, een
herwerkte traditional met eigen arrangementen van Elmore D en , zoals het
gros van de nummers, deels gezongen in het Waalse dialect, stokpaardje en
onderwerp van studie in het professionele leven van Daniël Droixhe. Amusant
en opwekkend, frisse americana met leuk snarengetokkel op banjo en
mandoline’s. Zo ook ‘Guitâre sweng’ ,een plezante dixie-boogie met Hein
uitstekend op piano en Elmore D uitnodigend naar de dansvloer verwijzend.
Uitstekend in alle eenvoud ! Guido Lehmann onderstreept in het volgende
‘Louke à c’t eûre’ ( Regarde maintenant) en genoegzaam bekend als de
traditional ‘See see rider’ van o.a. Big Bill Broonzy …onderstreept dat dus
mooi met de pedal steel guitar en van gitaren gesproken, daar weet Elmore D
ook wel weg mee op ‘Pus vis pus sot’ (plus vieux plus sot) want daar horen
we hem op de National Triolian en voor verdere info verwijs ik je naar bvb.
http://www.provide.net/~cfh/national.html#triolian waar je meer over
deze gitaren vindt…Lazy Horse is aan de beurt op deze resonator gitaar in
‘Rita’, een Elmore D/Lazy Horse eigen compositie , verstillend mooi..Tijd
dan voor wat honky tonk met ‘Take this Hammer’ en in de ED versie noemt dat
dus ‘Prinds c’mårtê (Prends ce marteau)…’Grivel’rèye’ (Grivèlerie) gaat dan
boogiegewijs naar ‘Les bièsses n. 1’ (les bêtes n.1) waar we het tempo wat
terugschroeven in een traditional blues en tevens eigen compositie. Het
moet gezegd dat dit Waalse dialect een uitgesproken eigen dimensie geeft aan
deze nummers ! Aha, dan is het tijd voor ‘Ci n’ sèrè mây pus come divins
l’timps’ (Ce ne sera jamais plus comme autrefois) alwaar de Mississipi Heat
Band feat. Renaud Patigny voor de begeleiding instaat en ook dit stuk swingt
lekker weg. Intussen komen we na heel wat ongewone leestekens al aan nummer
10, en da’s een makkelijkere ; ‘Mi Toshiba Satellite’ (Mon Toshiba Satellite)
Hier ligt de begeleiding in handen van Stinky Lou en The Goon Mat,de eerste
mogelijk op wastubbebas maar de tweede zekers op electrische gitaar…Fijne
ambiance met Raf op de mandoline en Stinky Lou op een zangerige bass in het
Cajun-achtige ‘Ti t’fès des idèyes’ (Tu te fais des idées) Wat lepelgeklets
erbij had helemaal niet misstaan, net zomin als een Elmore D in korte broek
met schuimende bierpint in de hand, ambiance ! Kampvuurhurken daarna voor
het stemmige ‘Hèsta (Herstal) en Big Dave zorgt hier voor een intrigerend
stukje begeleidende mondharmonica . ‘San Francisco Bay Blues’ gaat in
hetzelfde straatje verder met deze keer eens geen traditional of ED
compositie maar een Jesse Fuller compositie,lezen we hier en met
daaropvolgend ‘Sôlèye di tchin’ (Chien de soulard) gaan we, afgaand op de
titel, niet verder op de Chinese bluestoer (gesteld dat die al zou bestaan
!) Neenee, en deze hadden we dus al verwacht : ‘The Drunken Sailor’ van onze
Ferre(Grignard) ! In goed gezelschap want ook Suzy ‘Crossroads’ Gerarts
voegt zich dan in het gezelschap. En ze blijft nog even want ook op de
volgende traditionals bast zij nog mee. Zo vervolgen we met ‘Gros Louwis’
(Gros Louis), eentje dat ook wel in het geheugen hangt maar moeilijk te
plaatsen is…’Lost John’ van Van Morisson?...Uit het bluegrass repertoire
krijgen we daar ‘Worried Man’ bovenop, weliswaar in de ED versie ‘Djoyeûs
pèheû’ (Joyoux pécheur) genoemd…Eindigen doen we heel ongewoon met de ‘Gros
Louwis remix’ , een soortement rap remix, geïnspireerd door : Gill Tonic/Oli
Boy en The Weed Family ! Zegt genoeg en erg leuk !Wat
voegt CD 2 hier nog aan toe? Bij 2 gelegenheden geregistreerd op het
Festival van het Waalse lied te Luik (in 2003 én in 2004) brengt ED ons in
goed gezelschap van Willie Maze aan drums, Lazy Horse aan diverse
snaarinstrumenten, Hein Koop op piano en Big Dave op mondharmonica, een
zestal nummers die we ook al hoorden op CD 1 .Gilles D zorgt voor bijhorende
percussie op tracks 1 & 2 en Renaud Lesire blaast de bluesharp op ‘Ci n’
sèrè mây pus come divins l’timps’, het nummertje met de Mississipi Heat Band
van CD 1,weet je nog wel ? Eigenlijk staan er maar 2 nummertjes op die we
nog niet kenden van CD 1 .En dat is de opener ‘Qué ‘ne bèle wasse’ (Quelle
belle guèpe), krachtig gezongen en verdiend applaus en verder hebben we op 6
‘Dji n’oûveûre qui l’londi ( en deze keer zonder vertaling) waar ook Vincent
‘Mimile’ Delire achter de micro staat en waar het publiek blijkbaar wél weet
waar de klepel hangt want voluit meezingt !
Eindconclusie : Een mooi staaltje van bluesend Wallonië maar waar je ook
Vlaanderen gul in terug vindt vormen deze twee CD’s, tevens een mooie
productie voor wie van traditionele Blues en roots muziek houdt !(Winus)
'Hideaway,
de groep met Brugse roots die al 20 jaar tot de absolute top behoort bij de
Belgische bluesbands bracht in mei van dit jaar hun vierde en tevens
jubileum CD uit. Een live album, in 2004 reeds opgenomen maar nu dan
eindelijk verschenen op het Naked Productions label dat erg in de weer is
met Belgische blues en roots. Dik 76 minuten want naar goede gewoonte weer
aardig volgestouwd met zo’n 16 nummers van diverse origine en pluimage want
Hideaway laat zich niet zomaar in een hokje prikken ! Zo starten we al
direct met de jive’ Two Bones and a Pick’ van T-Bone Walker en maken we in
deze instrumental direkt al kennis met de uitgebreide Hideaway formatie.
Geeraard De Groote maakt nu, na eerder gesmaakte gastoptredens en
medewerking aan de vorige ‘Unable to Label’ CD, deel uit de vaste
bezetting. En ook Patrick Cuyvers aan de Hammond heeft z’n vaste plaats in
de band gevonden. Dat resulteert, zoals je kan horen, in een voller geluid
en een band met klasse…
Jimmy Morello, waarmee Hideaway reeds enige keren met succes mocht touren
als begeleidingsgroep, draagt dan weer bij tot de songkeuze van de heren
want zo is ‘Bye bye so long’ al een eerste nummer van diens hand. Jean-Marie
Herman soleert met overgave en we zijn vertrokken…Als funkliefhebber worden
we gauw ingepakt door ‘I’ll play the Blues for you’ met Patrick Cuyvers die
het orgelmatje mooi openrolt naar een majestueuze sax en ook de bass mag
daar graag tussen dollen. Daarna stappen we met een steeds aardig zingende
Ralph Bonte de soulballade ‘Nothing you can say’ van lloyd Jones binnen.
Geschikt aansluiten doet ‘Start it up’ van Robben Ford en dat is meezingen
geblazen ! De Hammond onderstreept waar nodig en Jean-Marie vergast ons weer
op een lekkere solo…nog van dat ! Maar eerst maken we nog even een
tussenstop in New Orleans met ‘Back to New Orleans’, weer van Jimmy Morello
en mooi naar voren gebracht door Johan Guidée aan drums. Patrick Cuyvers
‘pianiseert’ bij deze gelegenheid en geeft zo de nodige franje en kleurtjes
waar dit alles om vraagt. En dan is het de beurt aan ouwe radiohit en eigen
nummer ‘My Blues’ uit begin jaren 90. Pickin’ guitar blues en slide en ja
hoor, Hideaway is ‘on the groove’ ! Applaus volgt verdiend…
Dan zijn we al halverwege met de countryblues traditional ‘Lonesome Valley’
en ook dat wordt gebracht met het soort vanzelfsprekende gemak en relaxheid
dat deze band uitstraalt. Maar 20 jaar is niet niks natuurlijk en dat zich
dat vertaalt in professionaliteit mag niet verbazen…’Can’t get no rest’: dat
betekent uitsloverij op de dance floor,swing your boogie en Patrick Cuyvers,’Mr.PC
on the keyboard’ is goed op dreef en daarbovenop wordt het ritme aardig
aangejaagd op stuwende bass en drums. Benieuwd waar de groepsnaam ‘Hideaway’
vandaan komt ? Track 10 geeft daarop een antwoord met…’Hideaway’ van Freddie
King en rock’n roll is in the house met deze instrumentele opjager. Een
beetje slowdown mag daarna wel met ‘Death Valley’, een nummertje dat Ralph
schreef in het hete Texas en dat zich met de Texasboots door een
meedogenloze woestijn laat slepen. ’Blue Hour’ dat er gepast achter hangt,
heeft mooie samenzang en machtige orgelpartijen…Geeraard mag de mooie song
uitblazen.
Texas countryblues, kompleet met slide en tempowisselingen zet je soms op
een verkeerd been in ‘Calling Home’ ,dat ook wat van een gospelsong in zich
draagt. Maar voor een ‘kerkliedje’, zoals Ralph het aankondigt is het
wachten op track 14 ,want dan volgt ‘I shall not be moved’ dat we ook terug
vinden op de vorige ‘Unable to Label’ CD. Het is een nummertje dat ook
‘Soul Spirit’(een afzonderlijk project van Ralph Bonte, met verder nog
saxofonist/multi-instrumentalist én vocalist Geeraard De Groote, Patrick
Cuyvers de orgelman, bassist Eric Vandekerckhove en Andrew Deherder aan
vocals en gitaar) brengt bij gelegenheid van bvb.een gospelmis. Denken we
recentelijk maar aan Swing 2006…
De zwarte soul van Wilson Pickett, die eerder dit jaar overleed aan de
gevolgen van een hartaanval, staat Ralph even later trouwens terzijde
wanneer de groep Pickett’s ‘Mustang Sally’ brengt. En alsof de party nu nog
niet zou losgebarsten zijn worden de muzikanten eerst mooi afgekondigd en
gaan we d’er nog een laatste keer uitgebreid tegenaan in een beest van een
zweter: Ralph’s eigen ‘Party’ ! Schitterende afsluiter en gelijk een staal
van het individuele kunnen van zeer getalenteerde muzikanten in wat mag
heten een topper te zijn op de Belgische én zelfs ver daarbuiten
internationale scène : Hideaway !
Nu al 20, volgroeid maar zeker niet uitgebloeid ! Lang zullen ze nog leven
(en spelen) …Hip hip hip…hoera !'(Winus)
Rob Orlemans & Half Past Midnight : 'Libertyville'
’Snelle vingers’ Rob heeft een nieuwe uit en je zal het geweten hebben !
Intussen reeds de zesde CD en vermoedelijk het succesverhaal van ‘Live in
Chicago’ uit 2002 achterna. Te verwachten is stevige bluesrock van een hecht
powertrio, goed op mekaar ingespeeld (uitgespeeld is inmiddels wel drummer Yuri
Yeryomin wiens plaats ingenomen werd door Han Neijenhuis).
Rob heeft onze Vlaamse contreien de laatste jaren aardig uitgeborsteld want was
op menig festival de gesmaakte hoofdact. Weinig podia waar ie intussen nog niet
stond ! Op deze mooi ogende ‘Libertyville’ (knappe coverfoto !) weer
voornamelijk eigen songwerk door het vertrouwde trio, slechts hier en daar
bijgestaan door een aantal ‘additional musicians’.
‘Fuzzbox Boogie’ gaat er meteen al hard tegenaan, dus zet die volumeknop al
maar een streepje hoger, geen muziek om op te zitten dutten ! Deze boogie heeft
de drive van ‘Radar Love’ van Golden Earring en is meteen de full steam
locomotief waar de andere songs zich achterhaken ! Henk Jan Verstege,gastdrummer
op de vorige song en ook hier overtuigend en very funky bezig, stuwt de lekkere
‘Jake’s Mojo’ door het spoor, en mogelijk maakt het vollere geluid, wegens
aanwezigheid van Rene Schutte aan de Hammond of ook nog guest Jacob Dawson aan
gitaar en vocals, maakt dit dat ‘Jake’s Mojo’ één van mijn favorieten is uit dit
album. ‘Full steam’ had ik echter nog niet mogen neerpennen want deze trein komt
nog maar net op gang ! En eigenlijk was dat nog maar een slakkengangetje in
vergelijking met ‘Down on Parchman Farm’, dat gevaarlijk snel en op hot wheels
door de groef gaat ! Rob zingt, Dennis O’Connor blaast de bluesharp,Piet Tromp
en Yuri gaan heel erg hard op bass en drums en tussendoor krijgen we natuurlijk
de gitaarsoli waar onze Rob zo goed in is. Virtuoos snel zoals wij op onze
luchtgitaar nooit zullen zijn (misschien nog wat bijpompen…) ‘When the haze is
gone’ doet het daarna gelukkig wat rustiger aan, al doet onze trein wel geen
stationnetje aan. Leuk ritme met gitaarlicks die hier en daar bekend in de oren
liggen maar vanwaar ook alweer?...lijkt me iets van onze Pebbles uit de jaren
zeventig… Alleszins goeie song die je op de dansvloer houdt. En dan krijgen we
een buitenbeentje met ‘100 000 dollars’,slidegewijs op de dobro in een
‘elastisch’ geheel, beetje diep in de booze gekeken lijkt het wel, en de flarden
mondharmonica geven de song de juiste afdronk… Toch mooi en ‘I need a 100 000
dollars’ geldt ook voor deze jongen hier ! Terug on the tracks dan met ‘Blues
for Money’. Heavy en met scheurende gitaren en nét wanneer je denkt dat je de
finale krijgt, gaat Rob de slowbluestoer op. ‘Yeah’ klinkt het dan en Piet Tromp
ringt de bassen mooi zangerig d’er doorheen…’Go down’ heeft een langzaam pompend
ritme dat ruimte schept voor een uitgesponnen solo waar de headbangende medemens
nu kan op losfreaken. Lekker lang maar niet te…Rob weet het goed te doseren ! En
dan is het weer spoorslags er van door op onze boogie train, aangespoord door
‘The Devil told me’. Satan stookt de ketel en Rob is de driver, haren in de
wind. De bass bromt daar goedkeurend bij, zo lust Piet Tromp het wel, lijkt het
! Belofte Jeremy Aussems (13 jr), van The JJ-Bluesband mag daarna bij in de
stuurcabine voor de gitaarpartijen met Rob in titeltrack ‘Libertyville’ en dat
levert duellerende gitaarsoli en verder een uitstekend drummende Yuri Yeryomin,
we zullen hem missen in de band ! Met de duivel nog steeds aan het vuur,
blijven we dan nog even bij Belzebub (of is het blub…ben niet zo goed met
Duvels…) voor ‘Blues out of Hell ! Rob stevig op het wah wah pedaal voor hete
gitaartoestanden. Zo kennen we hem ! En daarna, met track 11, eindigen we
eigenlijk de CD met ‘Heartbreaking money’ met ene Micha percussiegewijs op de
cowbell. De gitaar sleept zich bijwijlen van je ene oor naar het andere maar zo
is Rob live ook. Dan staat-ie links en even later rechts op de scene… geen
‘zittend gat’ zoals wij Vlamingen dan wel eens durven te zeggen,maar die
uitspraak is in het geval Orlemans zelfs een understatement. De man is één brok
energie on stage en bevindt zich overal tegelijk…maak daar es foto’s van !...
Zoals gezegd hebben we met track 11 eigenlijk dus ‘Libertyville’ gehad, al is
dit fysisch niet echt zo, want surplus track 12 rijgt nog Susie Q en Nightlicks
(live in the USA) aan mekaar. Ach, natuurlijk mooi meegenomen maar wat mij
betreft beetje overbodig op deze, voor de rest, uitstekende bluesrock CD.
Eindoordeel: Eigenlijk ben ik hier , na mijn jeugdige hardrockjaren wat op
uitgekeken, maar het moet gezegd : je vindt in deze lage landen geen betere
combinatie gitarist/vocalist die zo’n professionele virtuositeit etaleert en
daarbij ook nog eens over genoeg songwriterstalent beschikt om dat alles in
uitstekende eigen nummers te gieten. Voor de liefhebbers een hebbeding dus, deze
‘Libertyville’ ! (Winus)
'Howlin Bill heette in 2004
dan nog wel ‘Howlin Bill and his Blues Circus’ maar maakte toen toch ook al een
opgemerkte productie met ‘Cool it !’. Diversiteit troef was het toen, met toch
wat eigen songs, een stevig geluid en gebracht door doorwinterde muzikanten die
wisten waar Abraham de mosterd haalde (die Abraham achtervolgt me tussen haakjes
al sinds ik recentelijk de kaap van de vijftig overbrugde !) Nu twee jaar later
heeft de groep z’n vaste bezetting gevonden, z’n eigen sound en live reputatie
is rondom wijds bekend en dus was het hoog tijd voor een nieuwe CD. ‘Strike’ is
er dan nu of is het ‘straajk’ in de Antwaarpse betekenis, zo van ‘ik lig er
straajk van ?’ De concertjes van voor de release en de magistrale presentatie
van deze schijf waren méér dan overtuigend, maar laat ons voor de goede orde de
dertien nummers toch maar eens doorlopen… Een blik op de bijsluiter leert al
gauw dat het overgrote deel van de nummers eigen composities betreft en dan
vooral van vocalist/harpenist en showbeest ’’Wim Howlin’ Bill De Vos’’ en
stergitarist ‘Little’ Chris Van Nauw. Zo starten we met ‘My own world’ ,een
swinger die al meteen de toon zet. Blueswaarts daarna met ‘Remember the day’ en
Howlin’ Bill plays the harp zoals we dat graag horen. Enthousiast gaat Chris
daarna snarenwaarts en scherp in de bocht, drummer ‘Magic ‘Frank Pauwels en
duidelijk een ‘Walkin’ Winne Pennincks aan de bass houden alles recht op de
baan. Meteen al een voltreffer ! En ‘Pick up lines’ geeft wat levensles in een
countrydeun, mooi afgerond in net geen drie minuten. De songs zijn allen kort en
krachtig, méér is niet steeds beter, dat weten deze jongens ook wel…’Need a ride’,
weer een ander ritme zodat de aandacht blijft, goed gezien. Zo gaan we verder
met een CCR tune in ‘Strongest man alive’, met Frank stuwend op drums. En
onvermoeibaar lijkt het verder door te gaan, nu weer slow swingend met ‘Pink
Cadillac’ , dan weer relaxt, een rustpunt zoekend met ‘Mister X’, de harmonica
in dialoog met gitaar en tussendoor dat lachje en de ‘Oohs’ van ene Miss V voor
de additional vocals. Relaxen is daarna wel gedaan met ‘Circus is coming to town’.
Rockabilly is in the house now, maar onze Chris kan alle stijlen aan, dus die
rockin’ gitaar is bij hem wel in goeie handen. Vetkuiven gesignaleerd op de
dansvloer !
‘Now you run’ is dan weer uit een funky laken gesneden en de dansvloer zal ook
hier weer ‘volle bak’ zijn ! Deze mocht van mij wat langer duren met meer
uitgewerkte soli maar die krijg je d’er ongetwijfeld live wél bij. Oeps, uit de
weg dan weer voor de vetkuiven en de lekkere rockabilly deun ‘You got it’ met
een Howlin Bill Machine die nu wel heel erg gesmeerd draait en zweten zul je !
Dan zitten we al aan track 11, de enige niet eigen compositie ‘This time no
lies’ , van Boyd Small, eens zanger/drummer van The Terraplanes uit Portland/USA
maar sinds 1997 vooral in Nederland bekend en aan het touren . De song past
uitstekend in het Howlin’ Bill Repertoire, jawel, it ‘fits’! Ook één die er mag
wezen is daarna ‘Hell Freezes over’, ligt makkelijk in het oor en is , als je’ t
mij vraagt, een potentiële hit, als ze d’ er al een single zouden uit trekken en
wat pushen…
En dan zitten we aan het
einde met waardige instrumentale afsluiter ‘Surfin’, compositie van Chris en
helemaal zijn ding. Een fijne finale van deze CD , gebracht door een band die
met de jaren gerijpt is en hier met ‘Strike’ een product aflevert dat ook in het
buitenland best mag gezien en gehoord worden. Jan Ieven tekende voor de
productie en dan weet je wel dat je met kwaliteit te maken hebt !'(Winus)
5
O’ Clock Shadow : 'Bluesband'
'Deze 5 0’ Clock Shadow
bluesband voorstellen zonder even in een roemrijk verleden terug te grabbelen
kunnen we niet doen, al wensen de bandleden zelf liever het verleden te laten
voor wat het was en verder zonder omzien een aanlokkelijke toekomst in te
trekken ,roem wacht immers aan de einder… Alleszins oogstte dit trio al heel
wat succes met het vorige ‘Moose’ project, al waren de topjaren dié toch wel
toen sexy An Jacobs aan het vocale roer stond. Menig festival en kroegentocht
zag ‘AJ and The Moose’ succesvol aantreden en de enthousiaste schare fans
groeide aan zolang het duurde. Ik was er ook één van ! Echter, An ging en ook
voormalig tweede gitarist Rudy Voortmans is er heden niet meer bij. Blijven de
enthousiaste Kris ‘Kirri’ Valvekens aan gitaar, vocals en de pen (op deze CD 10
songs van de 11 voor de Kirri zijn rekening!) en de al jaren op mekaar
ingespeelde ritmesectie met Kris Ooms aan de drums en Jan Vermeulen aan de bass.
De CD-release in The Borderline misten we al, we dronken laatst nog samen een
pint op een gig van Tim’s Bluescombo en dan nu eindelijk op de draaitafel (bij
wijze van spreken dan ,’t Ceedeeke zit in ’t schuiveke van de portable…) : de
boreling ‘Bluesband’ en laat ‘m maar komen !
Met ‘How Long’ zitten we al meteen in de concerttent, stevige opener met
gevarieerde gitaarsoli. Daarna inventief drumwerk en solo op het enige, niet
eigen ‘Mess Around’ , een ouwe hit van Ray Charles en ooit geschreven door Ahmet
Ertegün, Turkse Amerikaan en één der stichters van Atlantic Records . Tempo dat
je geen hele CD kan aanhouden en daarom gaan we dan ook verder met de zachtere
country deun ‘Five words’ waar dan weer ‘It’s so wrong’
naadloos op aansluit. Deze swingt lekker op een intrigerende gitaarpartij
,een walking bas en drums die het ritme aandrijven. Mooi ! en wat meteen
duidelijk is : er is een songwriter in the house, de Kirre heeft het, punt uit!
Afwisseling genoeg op deze schijf want ‘Nothing left’ is dan weer lekkere
Mexicana, zacht dobberende bas en mooie vocals. ‘One more cerveza señor en olé’
zou ik zo zeggen. Maar mijn Spaans is dan ook erg beperkt…
Bij ‘Pink Moose’ stapt de bas goedgezind binnen en de gitaarlicks van Kirri
maken van deze vlotte deun een leuk instrumentaal interludium,echter niet meer
dan dat... Van de mexicana naar de ‘indiana’ dan met het ingetogen ‘Still life
in Blue’,geen oorlogstroms, eerder wat weemoedigheid en naar mijn gevoel niet zo
goed passend na de vrolijkheid van daarnet. Het sleept zich er zo’n beetje
achter aan .De song is trouwens ook weer gans instrumentaal en dat zou je eerder
niet zo bij mekaar moeten laten aanleunen,lijkt mij. Eerder iets om deze schijf
mee af te sluiten… Zover zijn we echter nog niet want hoog tijd dan om ons er
terug in te gooien met ‘Don’t love me’. Boogie me baby, met meer van dat ! Dit
is ‘5 O’ Clock Shadow op z’n best en onze eerdere bede lijkt gehoord want ‘Too
hot too wet’ swingt daar kort en hevig achter aan met mooie backing vocals en
een West Coast feel. De gitaarsoli van Kirri zijn nooit uit de band springend,
keurig afgelijnd en laten zo direct niet vermoeden welk podiumdier hier in
schuilt! De concertverslagen her en der wijzen alleszins in die richting, en ik
moet de band trouwens dringend es live meemaken maar dat komt er wel van, één
dezer… Intussen zijn we dan wél weer warm gelopen en gaan we verder loos op
‘Ain’t gonna crawl’, sterk maar wat lang uitgesponnen en dan nog eindigend in
een fade out… En dán is the end echt near ,my friends, met het ‘ 5 O’ Clock
Shadow kenwijsje’ zullen we maar zeggen. Wat braafjes, naïef vrolijk en zo
lijkt het,sorry hoor, bijna de afsluiter van het kinderuurtje. Alleszins is de
totale indruk vrij goed al lijdt het geheel onder de afwezigheid van enige
productie. Iet of wat producer zou hier absoluut méér kunnen uit halen . De
nummers staan ook niet echt steeds op hun plaats en het hoesje oogt ook al niet
aanlokkelijk, maar wat belangrijker is, is dat deze band de muzikale kwaliteiten
heeft en bovendien uitpakt met échte eigen songs ! Deze maand dus verdiend hier
voorgesteld. Als je dan bovendien weet dat het kleinood voor slechts luttele
eurokes te verkrijgen is op de webstek …'(Winus)
Mooie
recensies rondom want deze derde van Ian Parker grijpt je dan ook terecht naar
de keel ! Waar ik het eerst wat lastig had met het soms nasale stemgeluid van
Parker kom ik daar achteraf graag op terug want Ian zingt erg geëmotioneerd,
doorleefd en écht, met een stem die qua timbre dan wel niet een Tom Waits is,
maar wél één vol soul en doorleefdheid,al is ie dan maar dertig. Ian Parker is
écht dus, en wat vertellen de nummers? Mooi in balans staat de schijf met een
keurige verzorgde productie, net zoals Ian Parker’s website, waar je ondermeer
al de lyrics terugvindt. Aangevuld door gastblazers op enkele songs, omringt Ian
zich verder met uitstekende muzikanten zoals ‘Morg’ Morgan op piano en keyboards
en de ook al uitmuntende tandem Steve Amadeo aan bass en Wayne Proctor op drums.
Warme backing vocals geven bijwijlen een haast gospel feel zoals op ‘Your love
is my home’ dat mooi vervolgt op titelsong ‘Where I belong’, een ware opener en
even, héél even maar, refereert dit naar Neil Young. Lovestories worden
dikwijls in de teksten van Parker uitgesmeerd, soms is daar het verlangen naar
bevestiging zoals in ‘Until you show me’,met die dreigende zware gitaarlicks van
‘m, en soms is het gewoon another love song, genre ‘come home baby’, dat
overeind blijft door die sterke vocalen, desondanks voor mij het minst sterke
nummer op deze schijf. Geef mij dan liever het vlotte ‘Waste my days’,
onderstreept door gitaarlicks, tegen een wall of sound, superbe orgeltunes en
backing vocals ! En dan gaan de remmen gans los in het funky rockende ‘Sweet
singing sirens’ .Dreigende gitaren, stuwende drums en Dave Jenkins op de
bluesharp. Tel daar de vertellende gitaar van Ian bij op en je hebt de ultieme
dance mix ! En dan is het even bluesgewijs verpozen op ‘Love so cold’,in wat de
Engelsen dan weer zo’n typische ‘tearjerker’ noemen. Bluesy gitaar, soulful
gezongen, een emotioneel hoogtepunt ! Wij noemen dat hier ‘ne plakker’ .Grab
yourself a girl en dwijl de dansvloer maar af. En verder gaan we, head shakin’
en ass movin’ op het grotendeels door de uitstekende ritmesectie gedragen
‘Before your eyes’. Verder virtuoos gitaarwerk en some slide too, Yoo hoo ! Een
ander emotioneel moment dan met die schrijende gitaar van ‘m is ‘Don’t hold
back’ .
Het rijt Parker open en haast in tranen komt dan ‘If love has me on hands and
knees, tell me that you’ll still be there for me !
Héél sterk
en je blijft wat stilletjes achter… Overtuigend vervolgen we met ‘You could say’:
een bluesstamper, ‘the Parker way’ en dus ruimte latend voor mooie refreintjes,
steeds met veel aandacht voor tekst en inhoud, anger rushes through his vains !
Perfecte afsluiter is op het einde dan ‘Told my girl to go away’,badend in
drama.
Sfeerbepalend is de roffel van Wayne Proctor en de pianoaanslagen van ‘Morg’
Morgan. Een getormenteerde Ian Parker laat de scène leeg achter …
Teveel
lof in superlatieven ? Proef deze zeer verzorgde schijf dan maar zelf… vanaf 23
maart in je platenzaak !'
(Winus)
Steve Fister Band : 'Live Bullets'
'Echt
een intro is ‘ True Grit’, de instrumentale opener van deze nieuwe van Steve
Fister,die hem, tourneegewijs door half Europa leidde (ook door België) tot in
‘Charly’s Kneipe’ in Oldenburg toe,waar dit live album werd opgenomen voor een
enthousiast publiek, dat hoor je! Veel blues valt er anders niet te rapen op
deze schijf buiten het ‘Zig Zag Talk’ en afsluiter ‘Pay Bo Diddley’, als je wil.
Verder rockt het wel alle kanten uit in ‘She aint lonesome’,’One way Ticket’ en
de ‘medley’ ‘Baby please do’nt go’-3rd Stone from the sun-Radar love’, met
steeds weer dat verbazende vingervlugge gitaarwerk van ‘m,soms subtiel plukkend
aan de snaren, meestal echter voluit huilend en schreeuwend . De zangpartijen
zijn eerder schaars en slechts een aanloop naar al dat instrumentale powerwerk.
Voer voor luchtgitaristen aller landen en dat zijn d’er velen ! Uitschieters ?
Wel, ‘JB meets JB’ mag er best wezen met dat funky rhythm en de bijna ballad ‘
Age of great dreams’ had mooi kunnen zijn zonder die tempowissel,soms is het
toch wat ‘erover’. Verder is er een (korte) versie van ‘Tommy’ en dan denk je
vaneigens terug naar de hoogdagen van Focus.
Steve Fister wordt begeleid door een uitstekende ritmesectie met Barend Courbois
aan de bass en Hans in’t Zandt aan de krachtige drums. Muzikanten die op tijd en
stond ook es in het voetlicht gezet worden en dat levert bvb. een hele
‘dribbelende’ bassolo op in het reeds genoemde ‘JB meets JB’. Ik ben niet echt
een hevig liefhebber van dit genre maar het mag gezegd worden : Steve Fister kan
écht wel een stukske gitaar spelen! Voor diegenen die het dus graag wat harder
en nijger hebben is deze nieuwe van de Steve Fister Band dus aanbevolen stuff !'(Winus)
'We
moesten geen twee jaar wachten sinds ‘Twilight skies of life’ in 2007
verscheen want intussen hadden we ook al de DVD ‘Dedication’ alwaar we
Pieter Van Bogaert nog aantroffen op de Hammond,
maar die is intussen wel verdwenen.Julian vond het niet zo in dit nieuwe
concept passen en nu blijft enkel nog Tenny Tahamata als de vertrouwde
companion op bass en verder treffen we nieuwkomer Rob Heijne,voorheen van de
Ruben Hoeke Bluesband, aan de drums. Back to basics dus in een traditionele
driemansformatie, een rebirth óf als je wil, een ‘resurrection’ . Intussen
zijn we ook al aan de 10e CD uitgave… had ik me wel even misteld
bij de vorige bespreking ! Deze keer zit Julian goed op het Provogue
Records, waar ook die andere gitaargoden (Walter Trout,Dave Hole, Rob
Tognoni e.a.) hun plaatsje vonden. Dit in een 10-daagse productie, een
opname in de vertrouwde repetieruimte, een boerderij in Duitsland en de
opname zou heel erg de livesound moeten benaderen. Laten we dus maar gauw es
luisteren…
Stevige up tempo boogie krijgen we meteen voorgeschoteld in ‘Moving to
Survive’, een heel gedetermineerde Julian laat het direct weten: ‘I will
move on, I will survive’ . Overtuigend, net zoals in ‘Burning Soul’ ,slidegewijs
over the highway. Sterk gezongen volgt dan ‘Runnin’ all my life’,the blues
zeer aanwezig en verder Julian toch weer groots solerend. Tenny Tahamata
kneed daar steeds die zware bass doorheen en Rob voelt zich hier al heel erg
thuis, klinkt allemaal als een formatie die mekaar goed aanvoelt. Slowblues
time dan met ‘All I know’,een zoeken naar de zin van alles, in ‘a worried
mind’. Daarna d’er terug stevig tegen aan in ‘Ain’t no change’ met een
gitaar die wat van alles met zich meedraagt, wah wah en slide, uitbundig
maar nooit onbeheerst, de songs, weer 9 eigen songs trouwens, hebben een
‘keurige’ opbouw en afhandeling. Nee ,songs schrijven kan die Julian
intussen wel !En zo komen we aan titelsong ‘Resurrection’,gedragen door het
ritme van de drijvende en klotsende drums van Rob, aangepord door Tenny.
Een mooie song in z’n geheel. En dan mag het terug wat kalmer aan in
‘Stranded’ met dat haast akoestische steeds terugvallen op het
songthema…weer een hele mooie ! En wellicht het meest heavy nummer krijgen
we naar het einde toe met ‘Junkies Blues’. Hier krijgen we Julian voor het
eerst in deze productie op de bluesharp, naast een stevige portie slide en
rauw vocaalwerk. Sterk, en ongetwijfeld ook live een topper.En dan zijn we
al aan het einde. Show is over now, lights go low voor ‘Wrong way down’, een
slowblues met huilende gitaar natuurlijk en een pling plong endtune.
Eindconclusie: geen resurrection, eerder ‘continuance’ op Julian’s gekende
eigen bluesrockwijze,steeds dus met veel aandacht voor songstructuur en
teksten. Niet voor niks één der grootsten van de bluesrock in Europa !'(Winus)
'
Géén
nieuwelingen, dit Poplawsky, wél een uitgebreide bezetting van good old
‘Blue Chevy’s’ die meteen ook hun muzikale horizont verruimen, vandaar dat
‘Moving On’. Niet echt meer die fifties/sixties feel die er vroeger dik op
lag, al blijft hun sound wel heel herkenbaar.De gitaarlicks van Frédéric,
het strakke drummen van broer Philippe Martello, de zangpartijen van Kris
Bries, bijtijds met een sneer vette bluesharp er bovenop, en de upright bass
van Jan Van Parijs, ja da’s een heel herkenbaar gegeven. En nu dus aan-en
opgevuld door keyboardenist Jan Ursi, méér als ‘begeleidend orgelist’, en
die voegt er rake tunes aan toe ! Dat alles in een productie van
Amerikaanse Teddy Morgan, die op een aantal tracks ook de rhythm guitar
hanteert. Email-gewijs is dat trouwens met hun idool Teddy allemaal
begonnen. Die was enthousiast geraakt na het beluisteren van hun eerste CD
‘Birdcage Motel’ (waar wij tussen haakjes ook bij betrokken waren) en toonde
zich dan ook bereid om de productie van deze nieuwe voor zich te nemen.
Filip Casteels (ex El Fish)was de man achter de knoppen bij die eersteling
toen en nu dus dé grote Teddy Morgan gestrikt, daar zit wel degelijk muziek
in die mannen, denk je dan. Maar duidelijk wel Amerikaanser nu !
Na de CD-voorstelling in de Leuvense Blauwe Kater, ligt het schijfje
uitdagend hier voor mij in zijn donker-grijs-groene tint en bij–de-tijdse
layout, helemaal af en klaar om in de player te gaan ! So, let’s hit it !
Opener ‘ I belong’ heeft zeker hitpotentieel want een heel meeslepende
gitaarlijn die live echt groots aanvoelt. De vorige CD ‘Birdcage Motel’ had
ook al 2 potentiële hits in zich met ‘Follow the moon’en ‘Witchcraft’ , en
hier heb je ook al meteen prijs, ‘I belong’ is gewoon erg goed ! Benieuwd
hoeveel we er zo nog gaan tegen komen…
‘Moving on’, met het aanzwellende orgel én pianopartij is een mooie song en
wéér een nieuwe bovendien van songwritersduo Martello/Bries.Ja, je hebt het
of je hebt het niet en zij hebben ‘het’ dus duidelijk wel…Hier naar het
einde toe weer die intrigerende gitaar van Frédéric, mooi. ‘Chasing Dinosaur’
vindt dan terug meer aansluiting bij hun vorige werk. Kris aan de
mondharmonica en een Jan Van Parijs hiphoppend verder. Leuk live on stage
bovendien ,met een bas die wel eens de lucht wil in gaan ! Philippe drijft
het ritme met slagen die aan komen…’Let it slide’ vervolgt dan met een
electrische piano die lekker in zet maar toch is het telkens weer Frédéric
aan gitaar die het mooie weer maakt ! Hit nummer 2 ? Beter in ieder geval
dan ‘Sit down and talk’ dat niet echt ‘slecht ‘ is maar eerder iets heeft
van ‘sorry, daarnet ook al niet gehoord?’ Klinkt een beetje te bekend en
wordt daardoor wat magertjes en daar kan die sprankelende piano ook niets
aan verhelpen…Neen, geef mij dan maar de vettige swamp van ‘Sitting on a
stone’ waarbij Norman Greenbaum’s ‘Spirit in the sky’ mij wel even door de
geest speelt.Kris in grote vorm ! Ambiance ! En die zet zich voort op ‘Get
it rolling’ met dat grappige Farfisa orgeltje er bij. Wanneer de bluesharp
er dan ook nog bij komt, kan het voor mij niet meer stuk, dit hoort bij de
betere nummers op deze schijf. ‘Blue sky’ dan, met een zangerige zware bass
en een Philippe die maar blijft gaan, stopt, wat mij betreft, te vroeg,deze
song was nog niet aan z’n end, had ik graag nog wat zien uitlopen… Nu echter
komt ‘ True love’ daar wat roet tussen gooien want verzuipt als het ware in
de vettigheid, sorry hoor, voor de uitdrukking. Misschien is die wel de
moeite waard als song maar mij klinkt het veel te verzadigd, gaat er echt
wat ‘over’. Afsluiter ‘Stabbed down’ heeft daar ook wat last van maar biedt
voor de rest genoeg originaliteit met weer dat speelse orgel, ‘pole pole’
zomerse gitaarlicks en percussie. Een waardige afsluiter van een plaat…die
je moet spelen…Jawel, een eerste beluistering riep wat vragen op maar hoe
meer je deze schijf draait hoe beter ze wordt of werd dat al ergens gezegd ?
Hoofdstuk ‘Blue Chevy’s lijkt hiermee in ieder geval definitief te zijn
afgesloten. Wat blijft is een boeiende groep met een unieke sound en feel,
ik ken zo geen tweede hier in België. De songs stáan er, al is het wel even
opletten wat ballads betreft, want die gaan al gauw op mekaar lijken.
Muzikaal talent is er ook al met bakken in huis, dus wat heb je nog meer
nodig om te starten? Poplawsky, go for it !'(Winus)
Fried Bourbon
: 'Boogie blend Blues'
'Dat Steven Troch het ééns zou maken in de blues hadden we al lang door,
remember Dirty Dogs, een formatie die een tiental jaar terug al een absolute
positieve indruk op ons na liet. Fried Bourbon, dat kort daarna volgde had
ook al die feel. Jonge gasten die het authentieke roots ’n blues pad
opgingen met een geluid dat je direct herkende. De gitaarlicks van Tim
Ielegems ,the voice, harpspel en performance van Steven Troch liepen in de
kijker en Jurgen Claes was er toen ook al bij aan de groovy drums. Je kan
dus haast zeggen dat deze formatie in deze samenstelling al bijna 10 jaar
meedraait ware het niet dat even nabladeren in mijn little historyboek leert
dat Jelle de Keersmaeker ook een hele tijd die bas beroert heeft. Fried
Bourbon kende dus weinige wissels maar Jelle ging en Patrick Houthooft
daagde op, het Fried Bourbon zoals we dat nu kennen draait intussen al sinds
2004 mee en doet dat steeds sterker. Ooit begeleidden zij meer dan eens onze
Roland Van Campenhout, al decennia lang het gezicht van de Belgische Blues
en nu zit–ie bij hun achter de knoppen (in de studio dan wel) en bespeelt
bijwijlen de omnichord . Goed gezelschap en d’er kan der altijd nog eentje
bij, weliswaar als guest, maar wedden dat hij méér te zien zal zijn, nu hij
,believe it or not, in België woont : Gene Taylor, wijds bekend van (we
noemen er maar twee : Canned Heat en The Fabulous Thunderbirds ! ) Dan denk
je toch al gauw: Gene Taylor mag dan al nen toffe zijn maar die speelt toch
niet met iedereen, nee hoor: die herkent talent ! Enorm benieuwd dus naar
dit plaatje (want zo ziet het er ook uit, deze platengroevenlook is in !,
voor wanneer terug naar het vinyl ?)
‘Go Ahead’ geeft aan waar ze voor gaan: rhythm ’n blues met een vlam in de
pijp ! Boogiewaarts met ‘Stuck in the Mud’ en als ik zo die gitaar hoor denk
ik zijdelings ook even aan ‘Tim’s Blues Combo’ want die jongens brengen ook
zulke vette swamp, trouwens CD ook te verwachten één dezer maanden… Mooi
puur Fried Bourbon, zonder daarmee aan Gene Taylor’s inbreng afbreuk te
willen doen. En humorloos is Fried Bourbon ook nooit geweest. ‘Blue Picasso
Night’ is een soort zwoele Mexicana, een tango met Juanita? ‘Burnerby
Square’ gaat dan weer rockwaarts, Gene begeleidend op de honky tonk piano,
Tim ook solowaarts en Jurgen daar druk roffelend tegen aan. Geen tijd of zin
om stil te staan, dus jump ahead dan maar op ‘Turkey in the Corn’ ,
ongetwijfeld ook live goed voor een jive ! Morning Train’ met ‘Yeah yeah
yeah yeah’ koortje gaat daar leuk achter aan en brengt Steven als bedreven
harmonicist naar voren, ’t mag toch gezegd worden ! Op ‘Fry day’ klinkt die
harmonica dan weer wat verveeld maar de gitaar van Tim toont zich speels als
vanouds. Net als in ‘Poontang’ , een snelle jive waar bass en drums het
tapijt openrollen voor die krolse gitaar van hem. Een hele goeie ! En zou
dat die ‘Zenn percussion’ van Roland zijn die we te horen krijgen in ‘Same
old World’ ? Niet slecht, maar ik ga toch eerder voor de swing van
‘Lushhead’ . Spijtig dat de piano van Gene Taylor zich slechts begeleidend
uit, solootje hier zag ik wel zitten, maar Gene houdt zich wel heel erg
gedeisd, op alle songs trouwens, af en toe een stapje naar voren mocht, wat
mij betreft…’Soeshine Boy’ daarna komt voorzekers uit Chicago, dampend en
sweaty en daar mag een lower tempo ‘Babylon’ achter aan, dat in vibrato mag
eindigen, zeer fascinerende tune, heeft iets speciaals… je ne sais quoi…Tim
Ielegems doet me anders dikwijls denken aan die andere grote Belgische
rootsgitarist, Frédéric Martello, vroeger Blue Chevys, nu Poplawsky…
En dan eindigen we met ‘Streamline Baby’ maar we hebben de indruk dat het
feestje niet helemaal gedaan is. Helaas geen bis maar haast 14 nummers lang
in hoog tempo door de groef, dat vraagt naar méér…ben benieuwd wanneer ik
deze jongens nog es live op de planken zie want helaas, de CD release voor
een enthousiast Luchtbal toch wel gemist zeker ! Spijtig genoeg, want deze
CD is een opsteker voor de hele Belgische Bluesscène en dus absoluut en warm
aanbevolen !'(Winus)
'Weinig
of geen bluesreleases geweest, de laatste tijd, dus grijpen we naar ‘Pop Off’
, de nieuwe van The Rhythm Junks en intussen toch ook alweer een tijdje uit.
De vorige ‘Virus B-23’,uit 2005, stond bij ons hoog aangeschreven en dus
waren we erg benieuwd naar deze opvolger. Zou die even sterk zijn ? Een
eigen geluid, funky en gesteund door uitstekende instrumentalisten, deze
keer met gitarist Geoffrey Burton aan de knoppen, de rechterhand van Arno en
reeds in jarenlange samenwerking met Pieter-Jan De Smet, die hier ook op de
guestlist staat, kwestie van de vocale partijen wat te verrijken. Steven De
Bruyn is nu eenmaal beter op harmonica, geef dat maar toe. De band heeft
sinds z’n ontstaan wat door woelige wateren gevaren en de bezetting ziet er
al een tijdje anders uit dan in den beginne. Centraal staan daar nog de
oprichters Steven De Bruyn en drummer Tony Gyselinck, maar Jan Muës is af,
trompetten zijn nu in handen van Yves Fernandez Solino (op de vorige CD nog
als guest) en Marie-Anne Standaert. Walter Baeken blijft heel standvastig
aan de saxen en bass klarinet en voeg daar bovenop nog Peter Verdonck aan de
alt-en baritonsaxofoon en dan is de blazerssectie kompleet. Jasper Hautekiet
staat nu aan de bassen, Jan Ieven is ook af. Dat zijn de startposities voor
deze bunch, fasten seatbelts, we gaan van start ! ‘Join the Bus’ start het
feestje en nodigt al direct uit op de dansvloer, leuke poppy melodie, die
trouwens de laatste maanden veel gedraaid werd op de radio, een hit dus !
Chantal Willie staat Steven bij op vocals .Het enige dat (mij alvast) stoort
is dat repetitieve vibrerende omnichord geluidje op de achtergrond. Dat komt
trouwens dikwijls in andere vorm terug op vele andere tracks, als je er op
let krijg je de kriebels ! Zo ook op ‘Panamajumbo’, dat verder wat
mamboachtig voortschuifelt. ‘Kerosene’ drijft op hoge wolken door de
lucht,relax maar ijl, lijkt mij te kampen hebben met zuurstofgebrek. ‘The
Machine’, ook al bekend van de radio tsjoekt op het ritme van de drums door
het spoor. De blazerssectie onderstreept en ergens in het koor zingt
Pieter-Jan De Smet ook mee.’ Meiske’ tikt op nummer 5 zachtjes verder,
Steven op harmonica en fluitend, Tony Gyselinck op percussie. Het roept een
beeld op van een
voorbijgaand wandelaar tijdens de siesta, wel mooi maar erg kort… ’Number
from Heaven’ steekt dan weer de vlam aan, een stuwende ritmesectie en Steven
op harmonica maar helaas weer te vroeg gedaan, ik had de nestels van m’n
dancing shoes nog maar nét dicht ! Gelukkig is daar dan ‘Monk it Up’ met die
orchestrale blazersuitvallen, Steven volmondig op harmonica en jive that !
Chantal Willie steekt voor een tweede keer ook een tandje bij, mooi ! ‘Best
kept Secret’ vervolgt met een wat ‘On the road again’ (Canned Heat remember
?) song, opgejaagd door een soortement van zweepslaagjes, ride that horse !
’Pop off’, titelsong en eigenlijk meer ‘titeldeun’ laat zich waarschijnlijk
uitstekend gebruiken om de live set in te leiden en is ook niet méér dan
dat, 1 minuut en al gedaan …’Wham Bam’ is dan weer de ‘Rhythm Junks’ groove die
we kennen, met een leidende,vette bas, uitbrekende blazers en een Tony
Gyselinck als jonge hengst aan de drumkit. Dan weer een kuierende bass en
een slaperige Steven De Bruyn aan harmonica en gebroken stem vraagt zich
af: ‘Why can’t I get out of my bed ?’ De blazers beamen eveneens slaapdronken… een….geeeuwwww…blues,
als je wil…En dat in schril kontrast met cover ‘Moskow Diskow’ van Telex dat
hortend en stotend de spotlights opzoekt ! ‘Flow back to the Bow’ mag dan
smakkend declarerend afsluiten en laat ook nog es een remspoor achter, een
afsluiter, punt. Wat geeft dat als eindresultaat ? Een aantal stevige songs
en een aantal nummers die in de startblokken al sterven. Die oogst is ,
ondanks de radiohitjes, toch wat schraal. Deze unieke formatie met sterke
ritmesectie en blazers en dus géén gitaren (!) , mag méér werk maken van de
songs alvorens nogmaals een nieuw werkstuk af te leveren, kwaliteit is er
zeker in huis, alleen zitten we misschien met wat weinig inspiratie ?'(Winus)
Candye Kane : 'Guitar’d
and Feathered'
'We raakten er maar niet aan toe, aan de bespreking van deze fijne CD die
ons al van begin juli ligt op te wachten maar misschien is het tijdstip
juist nu beter en alleszins erg welgekomen, zo vlak voordat deze madam in
de nakende herfst, zeg Oktober, door Nederland en België gaat komen touren !
Turbulent leven en slechts laat voor de blues gewonnen, niet zo onschuldig
zoals ze uit haar mooie oogjes kijkt, wat betekent dat alemaal muzikaal ?
Sinds ‘Home Cookin’, haar eerste CD uit 1992, gingen er vijftien jaar en nog
es zes CD’s in de tijd voorbij. Haar succes (7 keer San Diego Music Award
als Best Blues Band en vele andere prijzen), een indrukwekkende carriere in
de rand tussen pop, rock en uiteindelijk blues, maakte dat deze
indrukwekkende podiumartieste héél wat medemuzikanten leerde kennen die haar
nu maar al te graag wilden begeleiden op haar achtste album, uitgebracht op
het Duitse Ruf Records. Producer is voormalig gitarist van Muddy Waters, Bob
Margolin. Diverse gitaristen betekenen ook vele stijlen, een gevarieerd
geheel is het dus wel geworden ! Junior Watson mag openen op de heel
dynamische jive ‘My Country Man’ en meteen is wel duidelijk welke
natuurkracht in het vrouwmens Kane schuilt ! Een ruigere versie van Janiva
Magness, om maar ergens mee te vergelijken…Dave Alvin op de National steel
guitar en Bob Margolin zelve maken het lekker knus op het akoestische ‘Back
with my old Friends’. Sue Foley is next en drijft het tempo wat op in ‘ When
I put the blues on you’ en haast even mooi maar weer wat anders, in a Django
way, brengt Jeff Ross ‘I m not gonna cry ‘ tot leven. Candye is telkens heel
prominent en gevoelig vocaal aanwezig, het leidt geen twijfel dat zij het
zonnetje in huis is, ondanks de soms zware, uit het ware leven
gegrepen teksten… Sue Foley voluit solerend, Billy Watson aan de harmonica,
de lekkere akoestische bass die door de melodie stapt, wat kan het
miserabele leven toch ook erg mooi zijn op ‘I done go over it’ ! Net zo op
‘Goodbye my heart’ met die machtig warme orgeltonen en de wah wah van Heine
Andersen, een ‘tearjerker’ die er wezen mag. ‘I’m my own worst enemy’ met
koortje verbloemt weer maar eens de lotsbelevenissen van C. ‘Fine Brown
frame’ van Mayo Wiliams mag wat later ook niet ontbreken, is bij Candeye in
goede handen en brengt tevens Kid Ramos aan de acoustische gitaar. Hele
andere koek dan met Ana Popovic aan de huilende zessnaar in ‘I’m lucky’. En
wat zo mooi is aan C., is dat zij dikwijls ook voluit gaat maar nooit
schreeuwerig over komt, ze heeft een warme stem en klinkt als de mama waar
je graag bij thuis komt… Delta ragtime of gospel ? C. verzoent ‘Jesus and
Mohammed’ terwijl Bob Brozman de National Steel Guitar beplengelt. Maar ‘k
hoor haar toch liever al jivend in ‘Club of foolish hearts’ en Sue Palmer
beaamt dat graag op de boogiepiano.
Of ook nog op ‘We’re long ago and far away’, basics met Bob Margolin zelf on
front.
En voor je’t weet zit je zó
aan ‘t end want deze plaat sleept je helemaal mee ! ‘Crazy little thing’ met
Poppa Chubby aan de gitaar sluit het feestje hier af. Wordt ongetwijfeld
vervolgd…
Mis vooral deze flamboyante tante niet als ze in oktober op een podium in je
buurt staat ! Zwaar aanbevolen !' (Winus)
Bass Papa : 'Bass Papa'
Bass Papa, da’s dan duidelijk Jan Meijers, zoals ie daar op de hoes prijkt.
Goed idee ? Dat weet ik nog zo niet want Bass Papa staat voor méér dan die
ongetwijfeld drijvende kracht van Jan. Bass Papa is dan wel zijn nieuwste
ambitieuze project (samen met manager Wilfried Brits van o.a. Admiral
Freebee) maar staat of valt ook door het verenigde talent op deze schijf.
Laurence Putman aka ‘Larry’ is immers frontdame en schaart mede rond zich
een aantal zwaargewichten als Steve Wouters (Last Call) aan drums en Mario
Pesic (Camden) op gitaar en diepe vocals. Niels Verheest (Whodads) aan de
keyboards en Nicolas Lefevre aan sax maken deze groep kompleet tot een goed
geöliede swingmachine want hey, de ‘blunk’ is back in the house en waar
kennen we dat nog van ? Het succesverhaal ‘Blue Blot’(waarvan Jan Meyers
medeoprichter was) dat in z’n (te) korte bestaan 3 gouden albums scoorde
kennen de meesten onder ons wellicht nog van kortbij en hoeft toch niet
telkens opnieuw verteld? In z’n haast tienjarig bestaan (en dan heb ik het
enkel nog maar over de ‘originele ‘ Blue Blot, die met charismatische Luke
Walter Jr aan het roer, speelde deze band overal de pannen van het dak en
bracht die ‘blunk’, dat eigenzinnige soulvolle brouwsel van blues en funk
onder ons,genieters. Amerikaans getint, dat wel, maar apetrots waren wij
want Blue Blot was wél Belgisch ! Ja, en dat verhaal moest er even bij want
was Laurence Putman, say Larry, niet die zangeres die ook laatst nog op het
podium stond met Blue Blot? Dat was nog na de Steve Clisby en
Tony O'Malley
periode,remember? Zij kent dus het klappen van de zweep en heeft de voice en
guts om daar vooraan on stage te staan. Had Larry daar tussen ‘de guys’ dan
misschien wel geen betere coverfoto geweest? Sorry Jan, leuke pic, dat wel,
maar voor die ‘groepsfeel’ ware het naar mijn bescheiden mening beter
geweest. Wat meer glamour langs de buitenkant mocht wel want de muziek
binnenin, ho maar,die spat er zo wel uit ! Dat begint al met ‘Undercover
agent’ van Tony Joe White en dat was ook lang geen onbekende voor Blue Blot
! Strakke drums en meteen in the groove, een perfecte opener, Larry en de
rest hebben er zin in ! Het eigen ‘Last call’ mag er anders best naast
staan, ademt eenzelfde sfeer…en dan raakt alles gedrenkt in magie, het lijkt
wel of de geest van Luke Walter Jr hier rond dwaalt. Heel sterk gezongen
door Mario Pesic, deze ‘Here I am’ met mooie flarden keys en sax en dan die
bass van Jan die daar doorheen dreunt ! ‘Imagine’ van John Lennon krijgt er
ook een andere dimensie bij in een eigen arrangement, een waar gospel
moment. ‘Good man bad’ , gitaarstrepen, rollende hammond en een meer-sporen
blazers achtergrond. Tel daar Larry en Mario bij die samen een stel lekkere
stemmen hebben en dan heb je een beresterk nummer. En zo gaan we ook verder
op ‘Baby, I love you’ van Ronnie Shannon en bijwijlen voorziet Mario dat
alles van lekkere gitaarlicks en solo. En dan mocht het mijn part terug meer
up tempo gaan maar dat mag nog even niet wezen.’Nothing I would not do’ van
Tony Joe White is songgewijs zeker niet slecht met hier ook weer een mooie
saxsolo van Nicolas maar eigenlijk zat ik meer te wachten op iets als
‘Someone told me’, zweterig en uitdagend, het ruigere werk ! En dan, terug
uit de soulblues schuif, ‘If you go’ van de legendarische Nighthawks, sterk,
haast ‘orchestraal’ gebracht met die huilende gitaarsolo van Mario daar
bovenop en achter... Eigenlijk de perfecte afsluiter ware het niet dat we
nog even te gaan hebben en gelukkig maar ook want ‘Sneakin’ Sally through
the alley‘ van die andere betreurde, Robert Palmer, krijgt nu ook een heel
stevig jasje aangemeten, blijf daar maar eens stil bij staan ! En ook ‘In
time’ van Mario Pesic staat tegen een wall van blazers en keys, sterk
doorjagende bass en drums en die gitaar van ‘m aan begin en end geeft het
nummer nog wat rockballs mee…Gedaan dan?... Nog een uitstervend ‘Loveletters
straight from the heart’(Victor Young/Edward Heyman) krijgen we
onaangekondigd mee…lijkt overgewaaid te komen van een kouwe kermis en een
beetje verkild blijven we achter… Voor even maar want deze Bass Papa staat
in z’n totaliteit toch wel erg sterk in de schoenen ! Alleen zal dit wel
België wezen en krijg dit hier maar verkocht ! Ware dit apelandje maar the
UK,de States of zelfs maar Holland, dan schoot dit mogelijks gelijk een
raket omhoog ! Nu, soit, dit album is nog maar net goed gereleased, dus is
het nog even afwachten hoe dat hier gaat ontvangen worden. Wij duimen
alleszins en voorzien deze productie, bij wijze van spreken, van ons
kwaliteitslabel. Als je van goeie stevige soulblues houdt en een hart hebt
voor de blunk , dan haal je deze meteen in huis !'
(Winus)
'Deze David Gogo,
what’s in a name, zijn échte naam (beweert de bio) ! , is een blijver en zet met
‘Vibe’ (nogal onduidelijk, zijn zesde of zevende CD ?) een sterke schijf neer
die het succes van ‘Skeleton Key’, met hits als ‘Personal Jesus’ en
‘Signed,sealed, delivered, I’m Yours’,mogelijk zal evenaren.’Love in the City’
met guest Tom Wilson haalde alvast de rock charts in Canada, waarvan ie
afkomstig is en met andere beroemde gasten als Jeff Healey op opener ‘She’s
alright’,waar beiden op gitaar duelleren zit je wel goed. Dat nummer refereert
naar de Stones of naar CCR als je wil, zeker als je de sterke stem van David er
mee in calculeert. Allemaal eigen nummers of samen geschreven met o.m.
hitleverancier John Capek en begeleid door goed volk als Billy Hicks aan drums,
krachtig invullend, Jay Stevens aan de soms zangerige, dan weer strakke bass en
een superbe Brendan Hedley aan de keyboards die dat allemaal open trekt, kan
David zich helemaal geven in songs die wel rockgeaard zijn maar tevens wortelen
in een rhythm ’n blues tradition. ‘300 pound shoes’, met aardige slide wisselt
graag met het ophitsende ‘Silk and Stone’ of ‘Cry Harder’ dat mij onwillekeurig
herinnert aan die drive die Chris Spedding vroeger ook al had. Ruimte voor
ballads ? Niet echt, al pompt ‘I’d do anything’ daar naartoe en ‘Something ain’t
right’, daar kan je ook op slowen,al blijft het tempo wat aan de hoge kant,maar
da’s wel een hele sterke song met mooie backings daar bovenop. ‘Hey Juanita’
weegt me eigenlijk wat licht in dit geheel, een vlot popdeuntje met wat Parfisa
orgeltje. Nee, dan liever ‘Hit me from above’, stevig rockend met die
guitarwallsound en drums en dat lijntje mondharmonica van Gerry Barnum.En voor
de blues puristen is er natuurlijk ook nog afsluiter ‘Why don’t you show me’ ,
waar David Gogo toont waar ie ook zo goed in is: snerend gitaarwerk in a real
blues tradition. Spoorde SRV himself in een ver verleden David niet aan om zich
op de blueshighway te begeven ? Het lijkt er op dat het verhaal van David Gogo
beyond de blues rijkt met eerder knappe eigen rock getinte nummers, hitgevoelig
ook. Tel daarbij een sterke voice en een prima gitaar, someone to remember !'
(Winus)
'Deze ‘Electrified’ ziet er langs de buitenkant al net zo verzorgd uit als
eersteling ‘100 Miles’ en veronderstelt met producer Mark ‘Tee’ Thys, ook nu
weer aan de knoppen, dan ook continuïteit, een verdergaan op het ingeslagen
pad van de West Coast Blues. Maar al gauw merk je echter dat hier één en
ander veranderd is. Zo is de sax van Steven Scheelen ingeruild voor de
Hammond B3 van JJ Louis, de grote broer van Big Dave. Bijzonder goeie
aanwinst, deze toetsenwizzard, al sluit het één natuurlijk niet noodzakelijk
het andere uit. Sax kan best broederlijk naast het orgel bestaan. Maar laat
ons vooral eens luisteren hoe dat allemaal in de praktijk klinkt…
Wat direkt opvalt bij het lezen van de credits is dat hier aardig wat eigen
werk in zit, zo ook is titelsong ‘Electrified’ uit eigen pen geslopen. Mooie
song, rielekst voortgeroffeld door Mr.Tutt en knap gesoleerd door Bob Smets
aan de gitaar. De Hammond vult dat verder allemaal mooi in, alle gaatjes
zijn gevuld en als bassplayer blijf je dan wat gefrustreerd op de
achtergrond denk ik dan, want zo’n Hammond neemt met het voetenwerk meteen
ook de baspartij mee. Benieuwd hoe Mr. Body (Stefan Kelchtermans) dat
aangepakt heeft, moet hem dat bij gelegenheid toch es vragen…)..Nog een
bedenking heb ik bij de mix van de vocals. Die zit, wat mij betreft, ietwat
te ver naar achteren maar dat herkennen we ook al van de vorige CD die ik
ook graag wat ‘direkter’ had gehoord. Verder vind ik het totaal ontbreken
van de sax een gemis maar desondanks deze eerste, vroege bezwaren maakt deze
‘Electrified toch een hele,héle mooie start ! Je voelt dat dit goed zit, al
gaat de tocht dan niet meer cruisin’ langs de West Coast maar eerder
soulwaarts, richting Detroit en Memphis. Zo ook met ‘It’s yours to spend’ ,
met die lekkere Hammond van JJ en ook BeeJee klinkt nu al veel meer op de
voorgrond. Ook weer eigen werk nu en ik voel dat ik in superlatieven ga
vervallen,maar dit is werkelijk wel heel erg sterk ! Cover ‘I found my soul
last night’ van ‘Little’Milton/Louise Brown is very black en laat twijfels
ontstaan over de ware huidskleur van de Rusty Roots guys, heerlijk nummer.
En zo schuifelt ook weer eigen ‘Can you dig it’ daar lekker tegenaan gevolgd
door Deadric Malone cover ‘Don’t cry no more’, dat je terug catapulteert
naar begin jaren zestig. Pure nostalgie voor diegenen die nog wat jaartjes
ouder zijn dan ik maar mij laat dit ook niet onberoerd,zeker weten ! En dan
is het swingtime, jive your body on ’Cut back on love’ dat z’n lekkere
gangetje gaat, ‘een feel good’ nummer in hoog tempo. Ergens klinkt dit heel
erg bekend maar ik kan er niet op komen, hou het dan maar op een eigen Rusty
Roots compositie…We blijven op dit dansritme, gaan zelfs nog wat sneller met
cover ‘Come back baby’ van legendarische harmonicist en bluesman ‘Little
Walter’ Jacobs en nu krijgen we het wel héél erg sweaty , zeker met het
funky chicken ‘Fingerlickin’ good’ daar achteraan ! En het houdt nóg niet
op. Ook ‘On top of the World’ haalt het stijfsel uit je benen, mocht dat nu
nog nodig zijn… En wat gedacht van het Willie Dixon rockertje ‘Hidden Charms
? Dat haalt het potje rock’n roll naar boven en je weet…eens dat geopend !
...Zo gaat ‘ Two timing woman’ stampend door en gaan we op dit ritme wel erg
snel naar het gaatje toe. Gelukkig gaan de voeten nog even schrijlings
tegen de groef in voor de slow die wat schatplichtig is aan het ‘I need your
love so bad’ van Fleetwood Mac (of was dat van B.B. King ?) Hier noemt het
nummer ‘I’ve grown’, is een eigen compositie en het sluit deze CD waarlijk
groots af. Eindconclusie na dit stukje vol lof kan niet anders dan zwaar
positief zijn, nog een geluk dat je bij het recenseren niet hoeft te blazen
!' (Winus)
Kellie Rucker : 'Church of
Texas'
'Het zal wel niemand verbazen maar de naam Kellie
Rucker deed bij mij geen belleje rinkelen toen El Grande van The Hoodoogang
met het nieuws aan kwam draven dat Miss Kellie zijn band had uitverkoren om
haar te begeleiden op wat Benelux gigs. Meensel Blues zou de start betekenen
voor een samenwerking die steeds tot kruisbestuiving leidt, beide partijen
zullen d’er wat van opsteken, al lijkt het er nu wel op dat ‘The Gang’,
zoals de band zich noemt zonder vaste, uitstekende, gitarist Fernando Neris,
hier het meest van te leren zal hebben. Miss Rucker draait immers al meer
dan 25 jaar mee in de bluesscene en stond op grote podia in de States met
mannen en vrouwen met namen. Opsommen zou ons te ver leiden maar om madam
even te plaatsen , dan toch enkele : Stephen Stills, Albert Collins, ZZ Top,
Warren Zevon, Little Feat, B.B. King, Debbie Davis… ‘k zal maar stoppen
zekers?... Je merkt het ook direct wanneer je ze on stage bezig ziet. Zij
weet van wanten en neemt van begin af aan het roer stevig in handen. Je
vermoedt Texaans bloed maar nee hoor. Geboren in Oklahama City maar verder
heel ‘bereisd’. Dat zij na al die jaren uiteindelijk naar Europa afzakt om
hier het goeie weer te komen maken, mag dan ook verbazen, wat doet zo’n
klasse dametje hier en in Duitsland en in.. Godbetert in…Kroatië?? Ach, daar
kunnen best wat privé redenen mee gemoeid zijn, wij hebben toch maar geluk
om ze hier te leren kennen en smaken, CD gewijs dan ! Want ze is verdorie
een talent ! Rauwe voice, lots of singer songwriter talent en daar bovenop
is miss Kellie ook nog een uitstekende harmoniciste ! Dat zij zich steeds
weet te laten begeleiden door uitmuntende gitaristen als Coco Montaya of
Albert Collins (al was het eerder andersom,zij begeleidde hen…) heeft de lat
natuurlijk ook hier heel hoog gelegd voor haar medemuzikanten (Herman
(Peeters), zet ‘m op joh ! Op ‘Church of Texas’ is het niet anders , maar
daar weet Kellie zich in de goeie handen van Jon Butcher, nu al haast een
legendarisch gitarist . Jon prodjoeste niet enkel dit album maar schreef
aardig wat mee, speelde de bas,zowel als de gitaar en leidde deze CD, na
meer dan 18 eigen albums , naar een perfect staaltje van wat Kellie allemaal
vermag met stem en bluesharp(s). Het klinkt allemaal very Texas en bijtijds
heel stomend zoals op opener ‘I ain’t scared of nothing but love’ of ook nog
‘Never goin’ home’, op een ‘Yahooh’ country rock stomp rhythm dat je gelijk
meeneemt, de diepe prairie in. Maar intimistischer werk wordt anderzijds
niet geschuwd en daar past het lapsteel en dobrowerk van Ben Schultz dan
weer mooi bij . ’Elysium’ is er zo één en ‘Mississipi rain’, daar wordt je
bijna echt nat van, met een beetje voorstellingsvermogen, maar daar heeft
het me nooit aan ontbroken. En Kellie is werkelijk groots op de
mondharmonica. De gitaarlijnen van Butcher worden verder gedragen in de
mondharmonica en vice versa. Van een beetje jazzy blues houden we ook en
‘Love and war’ is mij dan ook heel welgekomen, wel spijtig dat dit zo’n kort
nummertje is…en dan moet het hier nog wel plaats maken voor zo’n echte
countrydeun. ‘Take me as I am’, en dat is me wat te traditioneel. Let op,
lang niet slecht in het genre maar …te traditioneel.
‘Church of Texas’ dan, akoestisch, just the two of them, Jon, aan de gitaar
en Kellie vertellend, zowel met de stem als op de bluesharp, een verstillend
moment, opgedragen aan haar overleden moeder, Linda Love Linn, ‘the lady
with angels on her shoulders’. ‘Shrimp coctail’ geeft weerwerk, een
vluggertje,vurige Kellie aan een stevige smoelschuiver, gedreven door de
snaredrum van Brian Holley…. En dan komt de machine weer op gang met machtig
rollende en grommende mondharmonica en stevige gitaren. ‘Wild wild West’ zet
je wel even op een verkeerd been want vervolgen doen we daarna met een
tearjerker. ‘Took the wind out of my sails’ is mij wat te bleiterig,
wellicht het minste uit gans de verder voortreffelijke CD. Eindigen doen we
dan ook gelukkig heel wat sterker met’The heart’s got a mind of it’s own’,
een gezellige schuifelaar en instrumentaal ook hier mooi ingevuld door de
Hammond van John Gillotin. Het moge gezegd, we hebben d’er weer een sterke
artieste bij leren kennen en zo zie je maar weer, je hoeft niet groot van
gestalte te zijn om groots uit te pakken. Deze CD is oprecht een aanwinst en
heb jij de kans om Miss Rucker mee te maken met onze eigenste ‘Gang’, dan
moet je dat zeker niet laten. Die jongens hebben in Meensel bewezen dat ze
haar aankunnen en kunnen verder alleen nog maar groeien onder haar
deskundige, zij het wat authoritaire leiding ! Aanbevolen plaatje !' (Winus)
The Hometown Gamblers :
'Dypsomania
Sterk op eigen voeten nu, zo zonder mentor Walter Broes van The Seatsniffers
aan de leiding. Zelf geproduced deze keer omdat ze hun eigen muziek het
beste zelf aanvoelen vinden deze jongens, en dat vertaalt zich na vorige ‘Takin’
care of Business’ uit 2005 deze keer in 15 (!) eigen songs die, gebaseerd op
ouwerwetse roots rock’n roll, toch wel breder gaan dan louter rockabilly en
hier vertaalt zich dat vooral naar country rock en ‘twang’ toe, da’s een
soort country honky tonk. Zij houden zich daarbij aan de beproefde Home Town
Gamblers formule met upright bass, solo en slaggitaar,vocals en
mondharmonica ‘on the side’. Geen drums dus en dat betekent dat vooral de
bass lekker mag slappen en de gitaren het geheel ritmisch moeten aandrijven
en jawel hoor,je vergeet er echt gaandeweg die drums bij, da’s zeker een
verdienste! Verder zit er heel wat ‘schwung’ in hetgeen de jongens
brengen en met R&B opener ‘Pretty Baby’ weet je al meteen waar je verder ook
aan toe bent,al is dit nummer wel een bluesy buitenbeentje !
Ongecompliceerde swing en jive met de bas van Guy die telkens stevig door de
afgemeten melodieën stapt. Zo gaat het in ‘Have no place to stay’ en ‘Drunk
tonight’ maar road song ’ ‘Cruising across the U.S.A.’ brengt je dan weer
door de weidse prairie a la Johnny Cash, lekker vertellend gezongen door
Yves De Caluwé en met de slide van guest Jef Marinus daar heerlijk bovenop,
mooi ‘on the road’ nummer en temeer een bewijs dat deze jongens een lekkere
song in mekaar kunnen draaien. Yves staat daar grotendeels voor garant maar
bijtijds worden de krachten gebundeld en tekent ook broer Guy mee voor het
schrijf en componeer werk en ook Jurgen Van Poppel (gitaren) zet zich
daarbij in, zoals nu. Goeie gitarist trouwens,die Jurgen, al moet je de
mannen daarvoor best live eens meemaken… Eigen roots songs volgens de aloude
traditie en dat vijftig jaar na de ‘echten’ die toen het vuur aan de lont
staken, daar moet je een zeker talent voor hebben ! Authentieke deunen, met
momenten zachtaardig wegkabbelend als op ‘Fooling around’ , ‘It’s Goodbye’,’Gone
and left’ of ook nog ‘Little Lisa Marie’, gezongen door Yves maar soms met
die stem van Guy d’er ook bij in de backings,horen we hem ook es ! Andere
keren krachtig swingende rockabilly zoals op ‘Fly away’en ‘Love you tonight’.
Jeffrey Thielens trekt er hier en daar gepaste streepjes mondharmonica bij.
‘Cry of Distress’ is er zo ééntje, met een wat sombere achtergrond maar dat
kan best ook op vrolijker deunen zoals op ‘Shooting Star’. En op ‘Tattoo’
klinkt die smoelschuiver vettiger maar da’s dan ook een redelijk boppend
nummer. Zo begonnen ze trouwens tien jaar terug, als pure rockabilly band en
op ‘End of me’ krijgen we nog meer van dattum. En hou deze jongens dan maar
eens tegen, nu ze op dreef raken want ook nummer 15 ‘This is your day’ gaat
zwaar swingend naar het gaatje toe ! En zo heb je ze allemaal gehad, korte
krachtige songs, strak afgelijnd en haast allemaal binnen de drie minuten
grens, zoals het in dit genre betaamt. Tel daarbij de originele hoes-layout
van Mighty Sam en dan heb je een product dat ook mag gezien worden. Het
rootsminnend volkje heeft met The Hometown Gambers een band die met deze
tweede CD op het Spaanse roots label ‘El Toro’ zich meteen ook
profileert als een blijver in het genre. Dat daar volk op afkomt, dat hebben
de vele optredens hier ten lande en tot ver daarbuiten in het verleden reeds
afdoende bewezen .’Dypsomania’, daar, hips, klinken we op ! (Winus)
Dit plaatje straalt zowel van
binnen als van buiten een verfrissende gekte uit, gedompeld in dat sixties
flower power sfeertje, Mississippi rader boot onder die fel gebogen
regenboog op het front, dan weer het olijke trio gekleed met Schotse ruit op
het binnenblad en dan weer onder een Hendrix kapsel onder de CD-inleg,
fingers in V… Peace, brother ! Beetje Beatles
‘Yellow Submarine’ feel of beter nog ‘The Magical Mystery tour’ !
En de muziek op de schijf is ook al meer dan superfris, gaat van
popdeunen (‘My Show’, ’Don’t tell about love’, dat sterk psychedelisch
neigt met die wah wah d’er tussenin, en het niet eigen ‘No use to Cry’),
over Afro-Caraïbische Calypso motiefjes (Matonge Square’ en ‘Hey Mama’), met
bleirende baby en accordeon inclusief, naar meer rock getinte dingen als ‘Dirty
Taste’ en ‘Road Hill’ ,waarvan deze laatste zelfs postpunkerig is en heel
aanstekelijk op je gemoed werkt, een opwekkende song !
Het is die wat ongewone
samenstelling (2 gitaren en drums) en de hoge stemmetjes die er telkens weer
wat speciaals van maken. Zo ook met’ I’d like to know’ dat wat van de delta
met zich mee draagt. En nu we toch met die bluesverwanten bezig zijn, hoe
zit dat hier eigenlijk met dat bluesgehalte? De jongens zelf komen immers
uit een ver bluesnest, remember nationale trots ‘El Fish’,uit de nineties
alwaar Toon Derison nog even de roffelaar van dienst was ? Marc Bodart was
dan weer gitarist vocalist bij Buttnaked en ik meen dat Bart Ieven (‘Octave
Guitar’) daar ook bij zat .Dus bluesgezind dat wel, al komt dat niet steeds
zo naar voren. Wel in ‘Human Condition’, weliswaar het tweede en meteen ook
laatste niet eigen nummer, een Canned Heat song en dus met hoog
boogiegehalte. En ‘Baby got something’ is natuurlijk ook de pure blues. Mooi
,maar mijn persoonlijke voorkeur gaat dan weer uit naar de doorstappende
‘High Speed Rooster’ boogie, al mag ‘Let me in’ daar zeker naast gaan staan
qua energetische booster ! ‘Worse’ is dan als afsluiter een waarachtig
finale nummer met die ingetogen aanzet van voren maar dramatisch geladen
afronding daar achteraan en pwoeh !... eigenlijk vond ik ‘Mrs Hippy’
helemaal niet zo’n makkelijk plaatje als geheel…Mij vroeg het alleszins meer
dan een enkele beluistering om me gewonnen te geven maar het resultaat is
dan wel dat met het meerluisteren deze schijf zienderogen groeide ! Een
absuluut eigen geluid met een veelheid van stijlen die uit een
Creoolse pot lijken te worden opgeschept, muzikaal minimaal maar wel áf én
juist ! ‘Mrs Hippy’, what ’s in a name?...(Winus)
Jan Jaspers kenden we nog van
de ‘Dizzy Dimples’,waar Gert Servaes ook nog bij drumde... Medeoprichter van
Voodo Boogie, Bart Lievens verliet in 2006 de band en toen kwam Rob
Vanspouwen er bij om te bassen én, na een history van top préproducers als
Jan Ieven en Marc Tee, nu ook zefs voor deze debuut-CD de productie en mix
in handen te nemen. Voeg daar, niet onbelangrijk ! , Wouter Haest op
keyboards aan toe en je hebt ‘Voodoo Boogie’ zoals het nu bestaat, een
Boogie Blues Band met een heel eigen aparte stijl, psychedelisch en met een
taste and feel die gelijk bekend klinkt en toch vernieuwend is. Dát in de
jaren two thousand waar alles al eens is gedaan…blijkt nu toch van niet,
dus…
Nochtans maken ze met Howlin’
Wolf cover ‘Who will be next’ een vrij ‘klassieke’ entréé, stevig en
doordouwend ! Maar titeltrack ‘Losing my cool’ heeft al meer die seventies
smaak en Wouter zet daar knappe Hammond lijnen neer. Net als in ‘The Voodoo
Boogie’, een wat Doors getinte instrumental die ook dweept met soulfunk (
Booker T. & The M.G.’s?). Een song voor de Hammond liefhebbers zoals ik er
één ben. De gitaar van Jan Jaspers sluit hier mooi op het orgel aan en de
‘Boogie’ words klinken daar heel ‘Voodoo’ tussendoor.Erg geslaagd !
Volgt het tragische verhaal van
‘Cocaine Jill’, boven het zwaarmoedige getild door de boogie woogie
pianoklanken van Wouter waarna ‘Bottle of love’ aansluit dat dan wel geen
cover is maar ons oudjes toch wel erg herinnert aan de ‘Going down’
rockhit ,ook weer ergens uit de seventies, zeker in de intro is dat zo.
Stevige danstrack, beetje psychedelisch ook, zo met dat ‘afdrijvende’ orgel…
Hélemaal met het hoofd in de
wolkjes gaan we daarna verder met ‘I gave you love’ dat trouwens ook weer
refereert naar de Doors. Hippietoestanden,
fingers crossed in V en ‘Yeah, peace and love brother, for you too !’
Vrijwel naadloos zakken we dan wat Hendrix-achtig zuidwaarts in cover
‘Going down south’ van oudje R.L.Burnside, intussen ook al een paar jaar een
andere weg opgegaan, namelijk richting heaven. Daar zit ook, al een paar
jaar langer dan, John Lee Hooker en met zijn ‘Walkin’ the boogie’ gaat het
onmiskenbaar traditioneler, in a ‘stompin’ way, al moet het gezegd dat hier
ook de Voodoo Boogie deken alles wat afdekt en da’s maar goed ook, wie heeft
er nu behoefte aan exacte copies ? Boogie blijft echter steeds de hoofdmoot,
zo ook op ‘Party Man’ waar de vette zangerige bass van Rob mee voor de
zwoele sfeer zorgt.En steeds is daar weer dat haast hypnotiserende orgel van
Wouter Haest dat wel héél erg bijdraagt tot de eigen Voodoo Boogie stijl. Zo
komt dat nu weer aan-en opzetten op het uitputtende ‘Dance with me’, dat
gelukkig maar een goeie 2’30’’ duurt, niks voor hartlijders ! Heb je
intussen al in sferen vertoefd, walvissen had je waarschijnlijk nog niet
gezien. Die komen er dan nu aan in J.B. Lenoir’s cover ’The Whale Has
Swallowed Me’ dat aangedreven wordt door de roffel van Gert Servaes en
verder de honneurs voor het soleren overlaat aan Jan Jaspers op gitaar.En
als het ware een ode aan de boogie is dan de mooie afsluiter ‘Boogiematic’,
laat het ons houden op Robert Johnson, the electric way ! Tijd voor de
eindbeschouwing:het houdt niet op ! Deze CD is eens temeer een ontdekking op
het bluespad waarvan je dacht dat je het nu wel gezien en gehoord zou
hebben. Mijn advies luidt dan ook : Be open minded en fill your head with
‘the Voodoo Boogie’!of ook nog : Voodoo Boogie is a legal drug ! … (Winus)
De ‘blunk’ is alive en nu meer
dan ooit ! Jim Cofey’ s Soul Kitchen, kortweg Jim Cofey,is na Bass Papa ook
al op het funky soul pad.Deze band heeft trouwens nog meer gemeen met Bass
Papa, drummer Steve Wouters om te beginnen en ook Igor Maseroli zagen we al
op de planken met laatstgenoemde band.Talent zát verder met Patrick Cuyvers
overtuigend aan vocals waar ie zo in de schoenen kon staan van betreurde
Luke Walter Jr. en verder aardig swingend aan de Hammond en op piano, maar
dat kennen we wel van hem uit vorige avonturen met o.a. Hideaway en
Soulspirit en in een nabijer verleden nog met de onvolprezen Rhythm Bombs.
Jan Ieven, voorheen in een eerder leven bassist bij El Fish en medebezieler
van het Jim Cofey recept haalde hier ook nog Gert Servaes (Big Mama’s
Kitchen) bij aan de percussie en dat klinkt vantijd aardig Afro. Rob
Vanspauwen ( Voodoo Boogie) slaat hier ook de gitaren aan en zo zijn we
kompleet, een aardige hap verenigd talent bij mekaar.Tel daar nog wat
respectabele guests bij , als daar zijn: Kathleen Vandenhoudt aan vocals en
de jazzblazers Carlo Nardozza (aan trompet) en Nick Caris (op trombone)en
dan kunnen we meteen van start met ‘A lie is a lie’,heel erg de blunk ! en
voor de slechte verstaanders heel erg in echte Blue Blot traditie ! ’Bricks
& Tiles’,een instrumental, houdt je daarna niet meer stil en je moet al heel
erg een kouwe kikker zijn om hier niet op te bewegen. Funk is in the house
en Igor Maseroli krijgt hier open gordijn. Die jongen viel ons al eerder op,
o.a. wat jaarjes terug op Swing waar ie toen nog aantrad met Peerse Rusty
Roots. Zwoel gaan we verder met ‘Seems like yesterday’ waarin ook wat sexy
trompet zit die de stuwende song rustig mag uitblazen. En gingen de jongens
niet voor New Orleans funk en Mardi Gras vertier? Wel dat krijg je om te
beginnen met ‘Kinky Reputation’ ,mooi ingevuld door percussie en de rake
roffelende drums van Steve Wouters. Blazers random aanwezig! En nu zijn we
goed vertrokken want ook ‘She’s so guilty’ komt uit hetzelfde schuifje.Enorm
aanstekelijk en in een real New Orleans tradition. Dan echter gaat dat
schuifje ‘New Orleans stuff’ voor even dicht en het ‘Blunk’ schuifje weer
open voor het mooie soulvolle ‘Waste of time’ met die vele stemmetjes rond
Patrick die zelf over zo’n machtig sterke stem beschikt. In ‘the Table’, een
ballad ! , krijg je hem rustig en warm te horen, heel melodieus en mooi…mooi
maar funky cats zoals ik er zelf één ben, houden toch meer van Jimmy Mc
Griff cover ‘Fat Cakes’ dat dan voor de afwisseling weer wat getemperd wordt
door ‘The Blame’,echter geen uitdovertje want de vlam wordt steeds brandende
gehouden door gitaar en sax riffs en Carlo Nardozza gooit daar met plezier
nog een stevige trompetsolo bovenop. Zo blijf je met gemak van het ene been
op het andere wiebelen. Up tempo dan maar weer en zet die Hammond maar
lekker luid want we denderen terug New Orleans binnen met ‘That Ain’t Bad’
waarna ‘Chew the Fat’ wat plagerig komt aanzetten, een instrumental met wat
baritonsax, slechts een interludiummetje voor het ‘alle registers open ’Four
Corners’ dat deze haast feestelijke CD ook op een Mardi Gras manier mag
afsluiten. Ik meen dat het een Allen Toussaint nummer is en één van de
zeldzame covers op de plaat! De meeste nummers komen immers uit eigen rangen
en dan voornameljk van het duo Ieven-Cuyvers maar we vermelden ook graag de
verdienste van Karel Phlix, Helix van Blues Lee waarvan je de naam terug
vindt in de credits bij drie nummers. DJ4T4 van ’T Hof van Commerce stond in
voor de productie en het mag ronduit gezegd woren, z’n baby is een juweeltje
! Zelf zag ik de jongens nog niet in deze Jim Cofey combinatie bezig maar
deze zomer maak ik dat zeker goed op ’t Varenwinkelfestival, ik zie er nu al
naar uit ! Conclusie : Weer maar eens een fijne CD op het Naked Productions
label dat hiermee zijn zoveelste goeie in rij neerzet ! (Winus)
Twelve Bar Blues Band :
'E-mail From Heaven'
The Blues and nothing but the blues !
Daar komt het zowat op neer bij deze Nederlandse Chicago power Blues
Band ! J.J. Sharp en de zijnen zetten al meteen de puntjes op de i bij
opener ‘World In Trouble’, dan weet je tenminste direct uit welk vaatje er
hier getapt wordt.. .’Are you ready for the Blues?’ Yes dus, en zet je dan
maar schrap voor de stevige Chicago sound volgens aloud bekend en klassiek
recept. Zo gaat het ook met ‘Twelve Bar Blues’ en noem dat maar gerust een
lijfstuk voor deze band ! Twelve Bar Blues Band is immers een stuwende
ritmesectie met vertrouwde Marcel Bakker, drummer van het eerste uur, hier
weer aan drums, verder de uitstekende solo en slide gitarist en
medecomponist Kees Dusink aan de snarenwinkel en natuurlijk JJ ‘Sharp’
Scherpenzeel aan vocals en mondharmonica’s. Koen en Yvonne zien we intussen
niet meer terug. De band onderging vorig jaar immers wat wissels want d’er
waren wat privékwesties en ook de slepende gezondheidskwestie met drummer
Eric Dillisse maakten dat de band toch wat ingrijpend van personeel moest
wisselen. We zagen Yvonne natuurlijk graag blijven want on stage was zij
toch maar de blikvanger naast JJ ! Afijn…, zij en Koen gingen dus terwijl
Jörgen Schuurman aan de slaggitaar en Patrick ‘Sideburn’ Obrist aan de bas
de band kwamen te versterken. De band is terug kompleet, kent aardig wat
succes in eigen land en omringende en ook de States zijn d’er niet vies van,
zo klinkt het ! Maar ze blijven natuurlijk Nederlanders, dat is er soms aan
te horen en da’s helemaal niet mis bedoeld .Maar je hebt natuurlijk je
invloeden mee van thuis uit en soms kan dat Earth and Fire zijn, luister
maar naar nummer drie, de slowblues ‘You gonna Need My Help Someday’,waar
primus Kees Dusink ook weer mag schitteren in subtiliteit. Titelsong ‘E-mail
From Heaven’ daarna heeft een lekker ritme, is hitgevoelig, zet je bekken
in beweging en is gewoon een sterke song. En, zet je de mensen éénmaal in
beweging, keep them on the dance floor, lijkt me een goeie les en dus wordt
het jiven daarna op ‘I’m Gonna Get You’, verwant met ‘Shake Your Moneymaker’
van Elmore James dat we straks nog op onze boterham krijgen. De swingende
bluesharp van JJ en de ’teasing’ gitaar van Kees tot de hele band weer
komt aanpompen maakt dit tot een topper op de dansvloer !
Nogal weemoedig klinkt JJ’s bluesharp op ' Everybody makes
Mistakes’, een mooie sleper en echt zo ééntje om je liefje nog wat closer
tegen je body (tegen je gilé, zeggen wij ,’Vlamingen’) te trekken in
opwellende verliefdheid..snif…
De droge klappen op de snaredrum leiden je daarna grotendeels door de ‘John Lee Boogie’,een ophitsertje dat het tweede deel van de CD als het ware aantrekt en je naar één van de twee covers brengt op deze plaat.’Help me’ van Willie Dixon zet een vertellende JJ, met een bursting Kees Dusink aan z’n zijde neer, zo mag het wezen ! Slidewaarts wordt dan ‘Shake Your Moneymaker’ ingezet, de tweede en laatste cover en alle remmen los nu voor deze song waar de ritmesectie high speed over alles heen walst. Je waant je hierbij waarachtig op een live gig, zet dus niet te stil, deze booster ! Een beetje te snel gedaan misschien maar perfecte afsluiter ‘I Can Make Everything All Right’ komt hier nog een volle 8 minuten achteraan zitten en nodigt uit naar méér. Snarenheld Kees Dusink kan hier nog een laatste keer voluit gaan en ook JJ Sharp geeft er met de bluesharp nog een lap bovenop. ‘I wanna love you, I wanna hold you, I wanna kiss you en I wanna Hug you’, was dat niet SRV of John Lee, en zovele anderen meer? ... Geen verrassingen op deze schijf, leidt de eindconclusie dus en JJ neemt het woord ‘blues’ inderdaad wat mij betreft, wat al te vaak in de mond, maar deze band brengt toch maar de Chicago Blues zo overtuigend en enthousiast dat hun succes me me geeneens verbaast. Live absoluut een feest en een aanrader voor de ware bluesliefhebber die hier maar geen genoeg van krijgt ! (Winus)
Erja Lyytinen
:
'Grip of the Blues'
Fris sprankelend maar dat heb je zo als je uit het hoge Noorden komt, opent Erja slidegewijs erg sterk met ‘Broadcast’, geschreven door haarzelf en producer en medegitarist/bandlid Davide Floreno en je meent direct al een ontdekking gedaan te hebben met deze Finse schone. We hebben d’er anders dit jaar al wat zien langskomen, gitaarvrouwen,en tot nog toe staat Ana Popovic hier nog steeds op de eerste plaats, jong geweld Dani Wilde moet nog wat groeien en Deborah Coleman is wat over de top heen al kan je je daar nog erg in vergissen ! Erja Lyytinen nu dus wat in de spotlights na deze release op het Duitse Ruf Records en we zijn benieuwd wat dat verder zoal mag wezen op deze mooi verpakte CD (leuke foto’s…) ‘Everything’s Fine’ gaat boogiewaarts en stevig stappend verder en meteen krijgt mevrouwtje ook een stem want het intronummer bleef instrumentaal. Erja’s stemmetje is echter nog jong, wat liefelijk en leent zich zich zo meteen niet voor het bluesrepertoire, mist de kracht en daarmee is de vergelijking die men dikwijls maakt met Bonnie Raitt ,op dit vlak dus helemaal niet van toepassing en zwaar overroepen. Maar de gitaar, ho maar, die mag er bijtijds best wezen zoals ook op titelnummer ‘Grip of the Blues’ ,weliswaar wat poppy maar hier kan Erja zo lekker wegscheuren op de wah wah driven guitar. Harri Taittonen schildert met de Hammond een mooie achtergrond, fijn nummer ! T ijd dan voor één van de twee covers en ‘Steamy Windows’ van Tony Joe White en overbekend van de very dynamische Tina Turner versie ondergaat hier een low down-slow down kuur,maar is zeker niet minder zwoel, wel… anders... Zo hoorden we het nummer nog niet, mag er best bij op. Afwisseling troef anders op deze CD en als Erja op haar eigen liefeljke wijze ‘Inner Beauty’ brengt dan lopen we ook even op wolkjes maar dit mag wel niet te lang duren, is toch maar weer eens te poppy en mag het dus wat ruiger, ja ?Geen twee kaar vragen want op ‘Let it Shine’ gaan we er gelijk wat steviger tegenaan, uitnodigende drums en vlotte gitaar incluis al val ik niet zo meteen voor die wat overdreven reverb op de gitaar van Davide Floreno. ‘Wish I had you’ gaat daarna wat poëtisch vertellend verder en gelukkig maar is er wel steeds dat fijne gitaarspel van haar dat ons in de greep houdt…nu toch nog…Want ook ‘Unreachable’ is uit datzelfde fijne lakentje geweven en wat mij betreft zijn er nu toch wat te veel bloemetjes op geborduurd…’Voyager’s Tale’ is er wat later dan écht over en weg met deze zoete koek ! Stevige stamper ‘Rollin’ & Tumblin’ komt dan écht nipt op tijd om met haar aardig slidewerk te redden wat er verder nog te redden valt. Da’s anders niet veel want ‘Wanna Get Closer’ zou kunnen uitdagend geweest zijn ware het niet dat hier eerder vermoeidheid over en boven drijft…Benieuwd wat Donald Fagen hiervan zou gemaakt hebben ,deze song heeft mijns insziens wel potentie maar dat komt er helaas hier ook weer niet uit, geeuw, geeuw en sorry hoor. Maar op ‘Dissatisfaction’ krijgen we voor het eerst,maar meteen ook voor ’t laatst een wél vurige Erja Lyytinen met pit. Raar is dat, zij alleen met niks anders dan de drums die haar begeleiden, een goeie combinatie blijkt dat en één die je weer wakker schudt ! Conclusie : niet echt the rising star waar we zaten op te wachten. Leuke band echter met als boegbeeld een sterke Finse gitariste die nog kan uitgroeien, maar de guts en of de stem mist om er nu al te staan. Had ik meer van verwacht gezien de schitterende opener. Maar verder voor mijn part toch nog even in de Finse Fjorden te houden… (Winus)
The
Big Four : 'The Congregation Sessions
Het is me wat ! 'The Big Four' is een meermaals voorkomend gegeven en
kan slaan op major accounting companies, populaire duik en reisroutes alsook
refereren naar leidende bouwmaatschappijen aan de start van de aanleg van de
Central Pacific Railroad en ook nog (en nu komen we er al wat korter bij)
verwijzen naar de 4 leading music industry labels (en dat zijn : Sony Music
Entertainment,EMI, Universal en Warner, dit tussen haakjes...).Maar nee
hoor, niks van dit alles. 'The Big Four' groepsnaam verwijst naar die
typische New Orleans second line street beats, de four beat drums van het
volkje dat in 'tweede lijn' achter de begrafenisstoet opstapt. En jawel,
d'er zitten ook wel New Orleans getinte dingen tussen op deze verzorgde
quality CD. Maar ook gans andere stuff zal je merken, allemaal heel divers
van stijl en dat maakt da'k het hier toch ook wat moelijk mee heb. Het is in
z'n geheel immers een vrij onsamenhangend geheel en daarom eerder een outing
van het professionele kunnen van deze 'cats' want jawel, mijne dames en
heren, deze mannen hebben het wel ! Niet verwonderlijk als je ziet uit welk
nest de beestjes komen...Frontlijn,al kan je dat hier moelijk zo benoemen,
want ze zijn mekaar méér dan waard, vormt oude bekende 'JB' Biesmans, ook
bij Blues Lee intussen al wat jaartjes op de eerste lijn en showman pur sang
! Vanuit dezelfde band en eveneens bezieler van het Big Four project hebben
we 'Bird' Stevens, aan de staande en elektrische bas en Basie J., da's de
volgende ( and here come the Netherlands !...) is de eerste van het
Nederlands driemanschap in deze band. Piano, orgel, rhodes en
bovendien een lekkere stem en zonder die 'Dr. Basie',die er in 2005 bijkwam
zouden de Big Four nog steeds met z'n vieren zijn want broertjes Franky en
Mo Gomez, bekend van de vroegere 'Harmony Two Tones' maken dit fijne
combo uiteindelijk tot een kwintet ! Zoals eerder gezegd, niet in één vakje
te douwen en zo krijgen we op deze 'The Congregation Sessions' jukebox , hun
derde album al sinds 2000, weer een bonte mengeling . Om een goeie fond te
leggen starten we met 'Honey Tongued', mooi in en uitgebast door Bird en
werkend naar een climax. Sterk begonnen ! en GeneMc Daniel's 'Compared to
What' bouwt soulvol verder in eenzelfde richting. 'The Preacher' mag daar op
een real New Orleans manier bij aansluiten en laat je meteen ook kennismaken
met de rijkdom van die tweede, lekkere stem in het gezelschap.
Inderdaad,naast de wat zwaardere bariton van JB komt Dr. Basie hier snedig
en sexy uit de hoek ! So far so good dus maar dan gaan we wat soft jazzy
doorzakken op 'A Big Chunk', een instrumental en wat mij betreft hier niets
meer dan een interludium.Is me , na het vorige, wat te flauw loungy en mist
karakter... Anders is het met cover'The Wobble' gesteld ,dat hier fel mee in
contrast gaat en staat. Boogie uit het vuistje and let the good times maar
swingen ! Een eerste frons dus en dat zal wellicht de laatste niet wezen
want het huisorkestje speelt daarna 'Early in the morning', dat ondanks de
gitaar en pianosoli me enorm vermoeit, een soortement 'Henri Mancini Blues'
en nee, geen liefhebber van...Het enthousiasme van in het begin heeft een
flinke knauw gekregen en ik hoop op beterschap. Gelukkig haalt 'Don't you'
met het flegma van JB, de percussie en drums van Frankie en de elektrische
piano van Dr. Basie me er wat bovenop maar het nummer sterft ongelukkig
genoeg een nogal voortijdige dood. Beter is het gesteld met 'Carlos Rilla
Chihuahua', een voorwaar sterk thema en uitstekende soli van gitaar en
tenor. Hip shakin' op het funkrockende 'Sweet lover' daarna en zie, we
geloven er weer in, de jongens zetten je echt van het ene been op het
andere... A la Fred Flintstone daarna op quicky 'On my own', net geen twee
minuten. Dat blijkt dus slechts een opwarmertje voor swingin' 'Bim Bam' ,
een oudje van Sam Butera met gitaarsolo van Mo, ja die good ol' spirit zit
er weer gans in !'Pink Panther's Theme'van Henri Mancini schuift daar dan
wat ongemakkelijk tegenaan en die had ik eerder achteraan gewild. Even
hoopte ik ook op wat vernieuwende shuffle in het thema want daar leek het
heel even naar uit te gaan,maar 'de Panter' 'blijft toch grotendeels die
panter die we allen zo goed kennen en, naar mijn bescheiden mening, weer
niet echt op z'n plaats hier staat. 'Dig this Menu,Please !' van Red Rodney
was mogelijk wél meer op z'n plaats geweest na de 'Bim Bam' en 'Black
Beans', die degelijke eigen jazzy instrumental moet nu wel als
afsluiter dienen maar is mij daar dan weer wat te 'springerig' voor.
Maar ja, wie ben ik ? Want uiteindelijk blijkt deze schijf, ondanks die paar
inzinkingen,maar dat kan best persoonlijk wezen, echt wél goed in de smaak
te vallen, al moet je deze band best wel wikken en wegen als combo,
want onder deze noemer schik ik deze formatie voorlopig nog wel, een
quality-combo, welteverstaan,maar toch...'t is me wat te halfslachtig
allemaal...Langs de andere kant en met de kerstdagen in het vooruitzicht
best een feestelijke plaat om kadoo te doen ! (Winus)
RHYTHM BOMBS 'BETTER BE READY'
Waar is de tijd ? 2001 zal het geweest zijn toen ik voor het eerst kennis maakte met deze swinging guys, op het Wespelaarse Swing festival was dat (what's in a name !) en ik was meteen weg van hun dynamische set. De upright bass van 'Big Pat' Patrick Indesteege klasseerde hen wel meteen bij de rootsbands maar hun muziek ging veel verder dan de 'klassieke' rootsblues. Korte maar krachtige, vette eigen nummers met zweet onder de oksels, sterk vond ik ze toen al, maar de jongens zijn toch nog erg gegroeid, zo blijkt nu. Uit de originele bezetting verdween gitarist Patrick Lenaerts (nog te horen op het debuutalbum 'One Gear up',(een album waar ik , by the way, nog wat fotografie voor verzorgde) en de band kreeg een internationaal karakter met de komst van Duitse Hein Koop op piano en orgel en Nederlandse stergitarist Jay Verhaegh. Oudgediende Marc Gijbels hanteert intussen nog altijd de drumsticks en het heilig vuur wordt ook nog steeds overtuigend aangewakkerd door zanger/harmonicist 'Stallion' Wouter Celis. Meer dan 10 jaar al op de planken en wat is er dan mooier dan een live CD om daarrond een feestje te bouwen? Naar goede gewoonte weer heel wat eigen nummers afgewisseld door eigenzinnige covers van divers allooi.'Better be ready' want rustig aan opbouwen is er bij deze jongens hélemaal niet bij!
Zo gaan we meteen al full steam ahead met het eigen 'All said 'n done' met Wouter 'vollen bak' aan de bluesharp en Hein mooi aanvullend en omringend op de boogiepiano. Zweten zal je doen, stijve harken gelieve zich te onthouden ! Brei daar de snelle jive 'Sherry Flip' van ene obscure Paterson achteraan en je hebt alvast geen wintertenen meer !'Put the Hammer Down' is dan weliswaar niet zo'n vluggertje maar toch up tempo genoeg om te blijven shaken. Mooie samenzang, gitaar en harmonicasolo en variatie is er dus genoeg ! Het eigen 'Raisin up my hand' is daarna wel meer écht de Rhythm Bombs ,stuwend en pompend en met die vette mondharmonica zoals we ze graag horen. Alleen de pianoklank staat me hier wat tegen, klinkt te elektrisch en heeft wat veel reverb...Op het rockende 'Why do you' klinkt die dan weer terug OK en stoomt de 'Rhythm Bombs' trein weer mooi full speed door de groef. De Bombs op hun best ! 'Ain't that The Way' mag er anders ook best wezen, een shuffle van de hand van Hein, lekker gezongen met bovendien gesmaakte backing vocals partijen en knappe gitaarsolo, mooi zo ! Stukje gospel? Komt er aan met titelsong 'Better be Ready'en terwijl Marc rustig verder roffelt gaat Big Pat ook even solo. 'Halleluja' is hier terecht op z'n plaats, Wouter ! High tempo jiven? U vraagt, wij draaien en cover 'Jaguar and Thunderbird' is exact op de maat van de Bombs gesnejen, absoluut één van die afmattende toppers op deze plaat en in Ijmuiden, waar deze schijf werd opgenomen , zullen ze het wel geweten hebben ! Daarom ook een 'Thank you, music lovers' vanwege Wouter. Een cover was dat van Chuck Berry, gearrangeerd door Hein Koop en aansluitend gaan we meer naar de klassieke rock 'n roll a la Bill Haley toe met 'Swingin' Sue', en da's verdorie toch wel een eigen nummer zeker, nochtans zo authentiek en net 'echt' ! Zo gaat het steeds maar door, covers wisselen eigen werk af en nu krijgen we er weer eentje uit de ouwe doos, 'My Mumblin' Baby' van Rudy Green, uit 1955 en de jongens weten hun covers wel te kiezen,mag je zeggen, ze passen allemaal wonderwel, al was het maatwerk. Zo ook met 'Live my life too Fast',ingeleid en voorzien van leuk gitaarwerk door Jay en het orgel van Hein rolt daar ook mooi doorheen, sterke solisten die nu ook es voluit mogen gaan. En daarna is dit feestje nóg niet gedaan want 'Route 90' en 'Change my ways' komen er in een rotvaart ook nog achteraan ! 'Bye bye' klinkt het dan maar no goodbye zonder de toegiften 'Disconnect my Phone' uit de mini CD van 1999 en het eveneens eigen Ain't Nobody', dat je in hun intussen bekende sneltreinvaart naar het gaatje toe voert ! Mocht je't nu nog niet weten : de 'Rhythm Bombs' zijn partyvoer wanneer je zwaar uit de bol wilt gaan. Zij bewijzen dit uitvoerig op deze uitmuntende CD en verstevigen/bevestigen daarmee hun positie bij de top van wat ons landje rijk is aan Rhythm and Blues Bands ! Een blijver dus, bovendien met internationaal allure en zwaar aanbevolen !(Winus)
P.Van Sant & Band : 'Escape in Style'
Weer op het Blue Gems label van PMP Productions want waarom zou je een
vorige successverhaal niet mogen vervolgen? We keken er al een tijd naar
uit, naar deze schijf en zagen 'de Sante' intussen reeds meermaals live op
de Vlaamse podia met de nieuwe groep bezig en hoeft het nog gezegd, mij
moeten ze niet meer overtuigen . Al meteen, en dat zal in het vroege
voorjaar 2008 geweest zijn, op Meensel Blues al , was ik gewonnen voor de
sterke combinatie die de Sante gevonden had in z'n nieuwe kompanen, de
mannen van rockband Tusk. Goeie muzikanten die perfect aansluiten en zich
vinden in het concept dat ook vorige 'I'm a believer' zo sterk maakte,maar
dat waren toen wel allemaal gastmuzikanen. Nu is het de Sante z'n eigen band die
hem ondersteunt, nooit overheersend, en ruimte latend waar dat vereist is.
Het is als een warme deken die je om je heen legt wanneer nodig en netjes
weer aflegt wanneer het te warm wordt, wanneer wat spanning dient opgebouwd,
wanneer Peter solo gaat met slechts z'n eigen gitaar en z'n beklijvende
teksten...Zo is 'Frozen in time', de zeer terechte beginsong ,eigenlijk
al direct de perfecte, mooie illustratie hiervan. 'Maybe I'll write you a few lines vanished in this blues
of mine' is zijn beginstatement, dat verder meer uitgespit wordt en zo zet Peter,
akoestisch en alleen, deze verzorgde
(mooie foto's van Peter Laurent en de songteksten mooi bij in het CDboekje
zoals we dat graag hebben)
'Escape in Style' in. Het is pas na het verhalen van de strofen dat de band
inschuifelt en we de melancholische pedal steel van guest Kevin
Mulligan mogen smaken, en ook Fiddler Andries Boone staat hier de band bij,
net als de briljante Engelse Hammondenist, Paul Flush, pfoeh, niet alleen een
eigen band dus, maar meteen ook wat uitgelezen gastmuzikanten er bij !...En
nochtans is er ook héél sterk eigen slidewerk van de hand van Dirk Lekenne,
en dat krijgen we op topper 'I'm a survivor' ,de vreugdedans van de Sante en
mogelijk hét nummer van deze CD. Voortreffelijk drumwerk van Danny
Hoedemaekers en daarbij aansluitend low profile ,gewoon gebast zoals het
moet, geen franjes, door Jo Vandenhouten. Da's de band dus en die mag d'er
best
wezen ! Goed op dreef volgt dan Dylan-like'Stick with you', zó overtuigend
en honestly, gééf de Sante dan maar die 'one more chance',vinden wij dan maar. Hier weer
met de pedal steel van Kevin Mulligan en de rustige Hammond van Paul Flush.
Aansluitend het weerwoord op alweer Dylan want ondanks alles 'The Times, they
haven't changed at all' en gelijk heeft ie ! Ook weer muzikaal een erg sterk
staaltje van de guests, die Kevin Mulligan kan het wel maar dat wist Will Tura
natuurlijk ook ..Beetje up tempo dan en daarbij een levenslesje? De Sante grolt
kwaad en slaat aan het dansen al is het,naar het ritme des levens, dancing 'On
the Edge of a Razorblade' ! Wij , van onze kant, we love it ! Ongeveer
halverwege zijn we dan als titelsong 'Escape in Style' dynamisch pompend,
openbarst. 'It's time to move, I knew it for a while, Escape in style' ! Mooi
verwoord en beresterk gebracht, intussen nog geen enkel minder nummer
gehoord, het sterke levenslied zullen we maar zeggen. En ook met 'Six Feet
Underground' krijgen we weer een waarheid als een koe, da's toch voor een
groot stuk de kracht van de Sante, zijn uit het leven geplukte wijsheden,
sterke teksten en bovendien voorzien van een mooie melodie en met de kracht
van bvb. een Ferre Grignard,om er nog zo'n zeldzaam talent bij te noemen; one of
a kind ! Countrytune 'Every story has
an end' brengt daarna Bert Candries voor de afwisseling aan de bas en is
gedrenkt in de pedal steel slide tonen van Kevin Mulligan. Minder sterk en veel rustiger
alleszins dan het aan Ma Van Sant opgedragen 'Visions from deeper than down'
van een hier weer erg onrustig dromende P. Van Sant. En dan, linedancers, take
your places ! voor het folky ' Too hot to handle'mét, inderdaad,
Andries Boone op de Fiddle. Een meeslepende tune voor de bluesers met
geitenwollen sokken onder ons. Yiheeh ! En dan is het even bezinnen in de
saloon aan de hemelpoort maar die kan evengoed de hellepoort wezen. Een
soortement tearjerker dus aan 'The Point of no Return' !Maar dat point gaan we
persoonlijk liefst nog even mijden, stellen we liever nog even uit, net als de eindtune hier,
want rocker a la Stones 'Out of Time' trekt je geheid de dansvloer op ! En
da's de place to be nu. Vervolger en hernemer 'Ship of Fools' uit I'm a believer' is
immers ook zo'n rocker, daarenboven altijd al een hit geweest en die krijgt
nu met deze band in deze uitvoering een meer directe aanpak. Het nummer
schudt de psychedelica van vroeger van zich af en swingt
de pannen van het dak alvorens hier als in een echte grande finale te
eindigen !
Voorwaar weer maar eens een bevestiging van het kunnen van Peter Van Sant deze schijf! Ze onderschrijft zijn onmiskenbare talent als real singer songwriter en de band die hij dit keer rond zich geschaard heeft is er écht eentje uit de duizend, maar ook uit de keuze van de gastmuzikanten weet je wel dat P. intussen weet waar de mosterd te halen. Deze CD is, aansluitend op 'I'm a Believer, alweer uit 2004, een waardige opvolger van absoluut hetzelfde high quality level en ook dit keer haast zonder mindere tracks. Dit haalt internationaal niveau ! (Winus)
Danny Bryant's RedeyeBand
: 'Black
and White'
Belofte maakt schuld en dus neem ik deze 'Black
and White', de zesde intussen al van gitaarwonder Danny Bryant, weer ter
hand. Niet dat ik daar zo tegenop zie,hoor, maar van pure rockblues ben ik
nu eenmaal niet zo'n grote liefhebber alhoewel ik me enkele keren per jaar
graag in de hardrock durf te gooien, dat heeft te maken met m'n jeugd, is
for ol' times sake, zeg maar, en zo hou ik zo m'n natuurlijke balans
tussen serieux en 'goe zot'. Bovendien hou ik wel van de mens achter de
gitaar en heb sympathie voor de band tout court. Het is daarenboven al een
maand terug dat ik de CD voor het eerst beluisterde maar toen vond ik er
eerlijk gezegd, buiten een paar uitzonderingen, niet veel aan. Laat ons eens
zien wat dat nu geeft, het heeft wat kunnen bezinken...'Tell me', de
beginner behoorde toen al bij de betere nummers,vond ik en daar blijf
ik nu ook bij. Een krachtige opener is het, die meteen ook aantoont waar het
hier om draait: gierend gitaarwerk tegen een stuwende ritmesectie. Danny's
vocals kunnen d'er ook mee door, aleen zal die stem nog wel wat rijpen met de
jaren, is nu nog wat jongensachtig. Meer doorleefd klinkt die dan weer op 'Between
the lines' en hier vind ik Trevor Barr ook al beter drummen. Pa Ken bast
alles aan mekaar en samen met Trevor is dat een behoorlijke ritmesectie
zondermeer, geen franjes of overkill,zeg eerder maar 'basic'... De machtige
gitaren van Danny rijten je weer een stukje verder open en misschien wordt
er daarom met 'Love Remains' al meteen daarna gekozen voor een ballad, al had dat
voor mij nog niet zo meteen gehoeven, ik had het liever nu nog wat meer
uptempo gehad. Afin, we krijgen een love story dus en dat wordt schuifelen
op de dansvloer, een echte 'plakker' is het. 'Twenty one' daarna gaat er
weer harder tegenaan en is vooral sterk van tekst :'she's three times seven
that makes twenty one', leuke ditjes en datjes, maar dit nummer eindigt, net
als de meesten hier trouwens, in een 'fade out' en verliest daarmee
duidelijk aan kracht, da's toch wat ik er van vind...'Any Wonder' is daarna
weer een ballade en het mag intussen klaar zijn, ook van de teksten
maakt Danny z'n werk,moet je maar eens op letten, da's ook één van de sterke punten
die bij deze herbeluistering nu blijkt.... Over het gitaarwerk verder niks dan
goeds, Danny is een begenadigd gitarist,punt. Ook hier weer een fade out aan
het einde maar bij een ballade kunnen we dat nog hebben...En daarna komen we
eindelijk dan toch aan het boogiewerk en hier is meteen duidelijk dat de
driemansformule toch wat te kaal is en schraal klinkt, de productie mocht hier best wat
blazers bijgezet hebben en ook het drumwerk valt wat povertjes uit, geen
hoogvlieger dus, maar echt wat de titel zegt 'Low Down Blues' ! Het
wordt tijd voor een opsteker maar het deels akoestische 'Walk Away' kan dat
echt niet waar maken, het is 'nen bleiter', een tearjerker en niet van die kracht
om ook bij mij een traan los te weken...Nee, dan eerder het trage 'Old Blues
Song',met die weeping guitar van 'm en ja, de pure blues ...hier ook weer
een gemis aan een rollende Hammond die dat alles mooi zou bijkleuren, Danny, je zou
echt eens wat guest musicians moeten aanspreken,jong...uiteindelijk is dit toch ook wel
mooi, en bovendien één van de sterkere songs op deze CD. Want ook 'The Last Goodbye' breekt geen potten even later en dan zitten we toch al aan 't einde
van het zilveren schijfje. Gelukkig is daar titelsong 'Black and White' nog,
een traditional blues en absolute (akoestische)topper van de plaat ! Sterk
gezongen en het geeft je dan weer hoop op ooit nog eens een volledig sterk
album van deze hard workin' guys. De eindconclusie blijft te mager maar
scoorde hoger dan eerst verwacht.Tse points of tse jury : 7/10 ...(Winus)
'T gaat soms raar ! Bij een eerste beluistering van dit schijfje was ik echt
niet zo onder de indruk. Het orgel zat wat te veel op de voorgrond, de
stukken leken me net wat maten te veel of te te weinig hebben en de
gitaar zat wat stroef. Intussen heb ik de boter uit de oren gespoeld en ben
méér dan overtuigd van het kunnen van deze Zweedse gasten met rockin roots
feeling, lots of soul ook en je kan ze rustig zowat met onze Vlaamse Rusty
Roots vergelijken. Wat deze viermansband brengt is een brede greep uit het
aanbod van rootsmuziekjes. Jazeker soul met opener 'Bit by Bit' of sleper
'In the search of a Woman', maar ook jiven met 'Doer,not a talker' (en da's
een snelle), of 'The Spook'( even griezelen in het spookhuis, een
instrumentale 'sixties alike' ) en ' Stop' is er nog zo eentje dat je aan
het shaken zet. Hier en daar vindt hun muziek zelfs aansluiting bij de blues zoals
het erg sterke 'All Day Everyday' en afsluiter 'Terms of Purchase'. Veel up
tempo dingetjes, ja ,zelfs wat rootsrock met 'You raised Hell' en ritmisch
gaan we sterk de New Orleans tour op met 'Easy Cure' of ook nog 'Regreat
song', eigenlijk een bluesy uptempo met slide maar de roffel en het orgel
geven het toch die New Orleans feel. 'Highway4' roffelt je dan
gezellig ouwerwets de Zweedse Route 66 op en d'er zitten eigenlijk slechts 2
'tragen'
tussen de 14 nummers op de CD, het reeds genoemde 'In the search...' en
dan , wat verder op de plaat vind je het wat dramatische 'Cryin' wont help
you'. Alle nummers hebben ergens die wat vertrouwde sound, het zijn net oude
bekenden maar wees er van overtuigd, het zijn allen 'originals' van Emil en
de zijnen ! D'er zit er hier en daar ook zo'n niemandalletje tussen zoals de
instrumental 'Lucky Girl' (met Johan Bendik op het orgel) maar die mogen
evengoed meetellen, zijn best aardig (mag niet meer 'leuk' zeggen van Piet
Bollen...) Wat ook een fijne, beetje uit de band springende is, da's 'The
Hula',stel je voor : Hawaïan sounds met bluesinslag en dat in Zweden ! Moet
kunnen, zeggen wij dan en daar
perfect bij aansluitend met weepin' slide is Rhythm 'n Blues 'Terms of
Purchase', de sterke afsluiter die eveneens de deur op een kier laat, je hebt
nu al goesting naar meer. Ik heb dus duidelijk méér dan boter uit de oren
gewassen, heelder brokken blijken het nu te wezen ! Verdomd leuke plaat
zenne !(sorry Piet) (Winus)
Howlin’ Bill : 'Live at Ancienne Belgique'
'Het werd tijd ! Dan hebben we es een groep die de tand des tijds trotseert, zoals dat
dan gezegd wordt, mét een stevige livereputatie bovendien, en de laatste CD
dateert alweer vanuit 2006 ! Hoog tijd dus om nieuwe zieltjes te winnen,
mochten die er nu nog zijn, want wie heeft HB in al die tijd nog niet live
bezig gezien?
Zij bewezen in al die jaren dat ze een stevige show kunnen in mekaar
draaien, deden dat
voor de gelegenheid
nog es fijntjes over in de Brusselse AB club en wij waren er
natuurlijk ook weer bij, keken er naar en spitsten de oren, waren benieuwd
of we ook wat nieuwe dingen zouden te horen krijgen. Niet dat zulks direct
nodig was want in al die tijd schreven (vooral Wim) en kompanen heel wat
aardige, eigen stukjes bij mekaar. Zij vulden daar in 2004 reeds 'Cool it'
mee en 'Strike' dat er in 2006 mocht achter komen zat ook weer behoorlijk
gevuld met nieuw materiaal. Genoeg goeie eigen stuff dus om een lijf-CD goed
vol te krijgen ! Deze hier zit dus écht wel barstensvol en mag je gerust een
dikke staalkaart noemen van wat je op een gewone live gig van HB op je
bord krijgt. Veel songs dus uit 'Cool It' en ' Strike', daar bovenop nog
drie nieuwe nummers én een drietal covers, nummers die eigenlijk bij hun
basisrepertorium horen, maar als dusdanig nog niet mee werden opgenomen.
Starten doen we al direct met zo één, al moet ik daar bij deze meteen ook
bij zeggen dat ik die nog niet eerder hoorde. 'Next Time' , van Diamond Jay
and The Rough is een perfecte beginner, je weet al meteen dat hier zweet
gaat vloeien. Ik ben tevreden als ik Wim zo bezig hoor want die is vocaal
heel erg gegroeid de laatste jaren, zou d'ie stemlessen gevolgd hebben
?...bij gelegenheid toch eens vragen. Aan de gitaar maken we kennis met 'Little'
Limmy Hontelé, die nu de plaats inneemt van waar eens Little Chris zo graag
stond... fijne gitarist die Little Jimmy, haalt niet voor niks de bijnaam 'Fenderix'
! Voor de rest zijn alle plaatsen bemand om zo te zeggen met de bekende
koppen : 'Magic' Frank Pauwels aan de drums en een onverstoorbare 'Walkin'
Winne aan de bass. Houen zo, mannen, deze combinatie werkt ! Op 'Foxy Little
Lady' uit eersteling 'Cool It!' staan Carl Corstiens en de dametjes Mimi
Dhondt en Sarah Defossez in een gelegenheids backing koortje Howlin Bill
bij. Een sterk nummer is dit altijd al geweest, meteen een schot in de roos
! Daar mag een nieuwertje achterschuifelen in de swing shuffle 'Six Feet
Five' en die is eveneens van een hoog niveau. Geschreven door Wim en Little
Jimmy, is een nieuw songwritersduo geboren?
Vergeten we vooral de bluesharp kwaliteiten van Wim niet te vermelden, die harp rolt er vantijds uit als was het een mondhammond , best vettig ! Geen tussendoortjes en babbeltjes nu, 'My Own World', een wat CCR geplengel komt er al aan en is lang niet slecht, 'k wou echt niet oneerbiedig doen... Daarna tijd voor wat dramatiek met Frank pluizig op de Toms en het koortje is er ook weer mooi bij. 'You're gone too soon, da's een traantje plengen... Niet voor lang echter want daar gaat de rollercoaster weer en Little Jimmy geeft die de gepaste snelheid mee ! 'Bully' , uit de eerste CD is dan weer helemaal iets voor mij, groovy funk is het en Jimmy zet daar de gepaste wah wah solo bij neer. Geen GoGo girls gezien in de A.B. al zouden die hier erg op hun plaats geweest zijn ! Wim mag de song uitblazen en daarna gaan we er weer tegenaan, geen compassie ! Deze keer met de tweede cover op deze paat en da's er één van Lavay Smith, 'Queen of classic Jazz and Blues in the 40's & 50's authentic style !' Een rootsig rockertje, 'Devil and the Deep Blue Sea' noemt het en van de ene cover komt de andere maar deze volgende 'Don't you know' is wél onverbrekelijk verbonden met de vaste act van Howlin' Bill. De ophitsende zangpartij,de sterke gitaarsolo en bluesharp er bij , de doorstappende bass van de Winne en hier nog es extra gospeluithalen vanuit het koortje, voorwaar een sterke versie van deze Omar Dykes song, wordt ook niet té lang uitgesponnen wat ik al eens anders heb geweten... Mooi zo ! Even tot rust komen? Dat kan, met het 'groepswerkje', de nieuwe, pure blues 'A man 's Got to do'. Een dikke zeven minuten 'surplassen' op de dancin floor, dat kan zelfs ik met de ogen toe... Huilende harp en bleitende gitaar, the blues and nothing but the blues ! Vergeten we niet dat Howlin'Bill, zo ooit van start ging... Schwung then and shake your tailfeather op 'Remember the day', nog een goeie uit 'Strike' en nu is Little Jimmy wel erg goed op dreef ...beetje plagerig om daarna door te stoten. Jimmy's spel is daarbij nooit schreeuwerig, eerder mooi afgelijnd en gedefinieerd... 'Second Hand Shoes' is er dan weer éénje voor Frank aan de drums en geef hem dan maar es open gordijn, was het trouwens niet nét op de verjaardag van Frank dat deze CD recording doorging? Veel tijd heb je niet om daarbij stil te staan want 'Sipido', een laatste nieuwe én instrumental, van de hand van Wim, zet de stomende eindsprint in van deze show, al is de eindstreep nog zo meteen niet in zicht. ' You got it' da's er nog ééntje van Little Chris vroeger, en die komt er eerst nog aan , het koortje klinkt er lekker bij. 'Pick up Lines' swingt daar gepast achteraan en alles klinkt nog steeds aardig fris. Maar aan alles komt tenslotte toch een end en dat eindigen doen we in schoonheid met 'Hell Freezes Over', één der toppers uit vorige 'Strike' . En dan staan we 68,38 minuten verder, ik denk niet dat een commerciële audio CD nog veel meer kan bevatten. In ieder geval heb je hier zowat het beste wat je van Howlin' Bill normaliter kan verwachten, 6 tracks uit 'Strike', 4 tracks uit 'Cool It', 3 covers en 3 nieuwertjes. Wens je nu nog meer, ga dan vooral naar één van z'n shows kijken, en overtuig je met je eigen ogen, de oren heb ik je net al geleend...
Mijn conclusie : Dikke CD !'(Winus)
Fried Bourbon
: 'Deep Fried'
Twee jaartjes mochten we wachten op de opvolger van
'Boogie Blend Blues' en wat we toen al zagen gebeuren, is intussen een vast
gegeven : Gene Taylor, weliswaar geen vast bandmember, is er toch maar weer
es bij. Maar strakjes meer daarover. Laat
ons nu maar meteen beginnen, al heb ik het niet zo voor starter 'Ding Dong', een vertrouwde Fried Bourbon roots music feel weliswaar,
maar het geheel zit me niet zo lekker en dat heeft niet alleen met de ijle
pianosound van Gene te maken, de ganse song lijkt me niet zo goed 'rond' te
draaien...over naar track 2 dan maar want ' My Sweet Girl' zit,wat mij
betreft, héél wat steviger in het zadel. Shufflegewijs dan wel maar
het goeie gevoel komt me nu toch al gauw terug... denk dat deze song een heel wat
betere opener voor de CD ware geweest ! Gastmuzikanten her en der verstrooid
over de CD en hier krijgen we de sax al mee van Stefan Thaens, al is dat slechts voorzichtig in
of aanvullend. En dan gaan we achter de kist aan met het weerom sterke
'Angelina' .Een soortement dodenmars is het in pure New Orleans
stijl , koortje incluis. Zo'n New Orleans feestje loopt echter al gauw uit
de hand en zo gaat het ook met 'Black Cat Bone', een stevige up tempo
swinger en Jurgen Claes geeft er een lap op ! Blues ?
Met 'I got you on my
mind' krijgen we die akoestisch mee maar de bluesharp van Steven snijdt me
hierbij wat te scherp, lijkt me ietwat te 'geperst'...En dan gaan we de
zotte toer op, alle hens aan dek, en dat betekent meteen ook wat
gehuurde matrozen d'er bij als daar zijn : een opgewekte André Donni aan de klarinet, wie we
daar hebben !..en Philippe de Chaffoy aan de viool, zeg maar fiddle in dit
verband. Deze 'Camel Chase' klinkt Oosters, draaft op klepperende paardenhoeven
en ademt evengoed wat Mexicaanse Ranchero.
Een multicultureel uitje als het ware en de mondharmonica van Steven klinkt
hier wél lekker bij, voor de chickenthing zorgt Tim ! 'Open your heart' is daarna een rockertje met Steven
ietwat ouwerwetsig gecharmeerd aan de vocals en Tim speels in de gitaarsolo.
Volgt een 'Candy' give and take spelletje met Marlies De Munck aan de female vocals,
een jive met Jurgen Claes roffelend op de snare drum, best leuk maar niet
meer dan een plezant tussendoortje. Geef mij dan maar het echte boogiewerk
van 'The River Styx' , stuwend en transcendent met producer Roland aan
de sitar, ongetwijfeld het beste nummer van de CD en de mondharmonica van
Steven klinkt hier ook als vanouds. Eén van die zeldzame langere nummers op de CD
is het
want de meeste andere liedjes draaien zich op goed 3 minuten af, afin,'t mag
zeker best wezen,
sterke song !' Doin Time' is ook een lekkere 'doowap doowap' tearjerker en
heeft alles met zich mee behalve dan de backing vocals die 'k hier wél graag had bij gehad. Voor de rest goeie gitaarsolo en
hier weer Stefan aan de tenor,al mocht dat wat meer geweest zijn.... En dan gaan
we flnk doorstappen op 'Biggest Little Sumpin' , net wat we nu nodig hadden
zie, om dit feestje wat verder uit te bouwen.
Meteen daarna zakken we met 'Loaded Dice'nogal bezopen onderuit...New
Orleans once again en dat gaat uitstekend zo, met die klarinet van André
Donni en de trombone van Paul De Wouwe er bij...de viool van Phillipe zit er
volgens de CD hoes ook ergens tussen maar die kan ik er écht niet uithalen, zit
in het geheel wat verscholen...De 'Deep Fried Boogie' daarna, met Tim Ielegems,
hier aan de vocals voor één keer, deed me nadien nostalgisch terug grijpen naar MySpace
pareltjes van de boogie groten van weleer, Ray Charles, Jerry Lee Lewis en Fats
Domino.Deze boogie heeft het in zich, al verbleekt het wat als je gaat beginnen
vergelijken met de originele stuff. Maar toch mooi zo en de piano van Gene leent
zich hier uitstekend bij, al wou ik het eerder al zeggen : do not overdo this
want in andere songs zijn die piano riedels van Gene toch wat magertjes, dus
graag niet te veel gebruiken, wat de jongens gelukkig ook niet doen...'On my way'
is dan weer de 'Fried Bourbon gospel' die ons stilaan naar het einde
begeleidt...van deze CD weliswaar. Maar het is wél 'We Gotta Go' dat de deur mag
toedoen. Fried Bourbon op z'n best is het, met Steven sterk op de mondharp
en dat spoelt definitief het magere aperitiefje dat 'Ding Dong' voor mij wel
was, buiten. Het New Orleans bandje stapt daarna de einder uit....Blijft de
eindconclusie en da's er één die overwegend positief nijgt .Overduidelijk Fried
Bourbon authenticiteit met een speelsheid die hier ook weer als een rode draad
doorheen de eigen songs loopt maar het zijn toch vooral de pure boogienummers
die het 'm voor mij weer doen,een aanrader is het alleszins voor nostalgische
zielen !
(Winus)
5 O’ Clock Shadow
: 'Going to Town'
We schreven het al een paar jaar terug: deze
band uit het Aarschotse hééft wel iets en het is spijtig dat daar
dan ook zo weinig mee gebeurt, want wat deskundige leiding zou deze mannen
absoluut voort kunnen helpen. Talent is er in huis met Kris'Kirri' Valvekens
die zowel songs kan schrijven als zingen en daarbij nog meer dan behoorlijk
gitaar kan spelen bovendien. Het verdere trio bestaat nog steeds uit
dezelfde ritmesectie en dat zijn Jan Vermeulen aan de bas en Kris
Ooms aan de drums. Backing vocals nemen die ook voor hun rekening en
da's maar goed ook want soms mag het wel es wat meer zijn , zoals nu ook
weer blijkt uit de beluistering van de quasi nieuwe demo, die intussen ook
al wel goed vier maand oud is .. sorry hoor, het kwam er gewoon niet eerder
van ...Maar d'er is ook geen haast bij het ontwerp van hun nieuwe website
blijkt als ik intussen wil checken voor wat nieuwsjes, dus dat ik dan ook
wat later zit, dat zal dan ook wel geen erg wezen zeker?...'Going to Town'
noemt de demo en die bevat weer 5 eigen schrijfselen van de Kirri, die gast
is het nog niet verleerd ! Want hoewel deze schijf
niet echt historisch werk bevat mag het er wél wezen. Zo is 'Little bit of
Sympathy' de uitstekende akoestische up tempo opener met naast de gitaar
gesmaakte handclaps. Gooi d'er nog wat slide bij en dan zijn we ineens
goed van start gegaan ! Wel 4':05'' lang maar dat stoort hier helemaal niet,
wat wel van track 2, 4 en misschien ook wel 5 moet gezegd worden, korter is
soms beter ! Want titelsong 'Going to Town' is dan wel een sterke
meekletser, maar daar mocht wel meteen een goeie minuut vanaf. Wat
vrouwelijke backing vocals denk ik hier ook graag bij...ik zeg maar hoe ik
het zelf graag zou gewild hebben... Goeie song toch en de gitaristcapaciteiten
van Kirri staan ook meteen buiten kijf... Zomers en jazzy kan het anders ook
wel , zoals met het vrolijke 'The One' , al is de elektrische bas van Jan
hier wat te braaf bij, al tracht die wel uit te breken hoor, maar een
upright akoestische bas, daar kan je die snaren zo mooi laten op kletsen !
Drums zitten grotendeels goed, al mag dat ook wat frivoler hier, maar het
moet gezegd , dat New Orleans drummen, da's wel een stijltje apart! Géén
opmerkingen whatsoever voor wat de instrumentale invulling betreft van
'Money doesn't Matter' want dat zit uitstekend ! Maar deze song zou verdorie
nog mooier zijn met een geschikte bluesharp d'er bij en op 4 minuten zou ik
'm toch afronden ook... Blijft eindtune 'New Hollywood' voor onze 'Johnny
Depp lookalike' . Een lekker rockertje is dat maar toch wat braafjes. Hoe
vettiger, hoe prettiger, dus die drums moeten absoluut meer aandringen en
aandrijven, mag voor Kris geen probleem zijn ! Het blijft dus, net als bij
de vorige 'Bluesband' wachten op een producer die dat allemaal in de
toekomst in goeie banen kan leiden, deze groep heeft duidelijk potentie al
blijkt het driemansformaat soms toch wat magertjes. Wij zijn
echter 'believers', fans van het eerste uur... de tijd zal uiteindelijk
uitwijzen of wij hiermee op de goeie paarden gegokt hebben, bij wijze van
spreken. In 't oog te houden ! (Winus)
The Little Louis Band : 'Footstompin' Ground'
Little Louis wist ons dit jaar al aangenaam te verrassen op het Swing Festival
te Wespelaar alwaar ie een stomende set roots music overtuigend wist neer te
zetten en de CD/DVD die we daar in handen kregen is het levende bewijs van een
groots entertainer, ongeacht z"n lengte, heet niet voor niks 'Little' Louis.
Dat-ie het jaar voordien als guest ook al op Swing mocht aantreden met Guy
Forsyth is een pluim te meer op de hoed van deze sympa jongen want talent blijft
duidelijk niet onopgemerkt,zelfs niet overseas want kleine Louis haalde zelfs
onlangs nog de halve finale van de prestigieuze 'International Songwriting
competition' in Nashville met befaamde juryleden als daar zijn, dit jaar: Jerry
Lee Lewis, Tom Waits, Mc Coy Tyner, John Scofield of, om het bij de blues te
houden : John Mayall! Einduitslag 2009 nog niet bekend...Dat deze jongen niet
voor één gat te vangen is bewijst 'Footstompin' Ground ook eens te meer want naast
de dampende boogie vindt je uitstekende singer songwriters stuff op deze
verzorgde schijfjes. Laat er ons maar gauw eens naar luisteren...'Icewater',geen
eigen song als opener maar een cover van American folkrock singer songwriter
Peter Case zet wel meteen de toon en presenteert een band waarin ook Aart van
der Wulp aan de mondharmonica een belangrijk deel van uitmaakt want diens vette
smoelschuiverwerk is heel bepalend voor de sound van de band. Stemverschuivingen
en stevige slide volgen haast naadloos in de traditional 'John Henry'.Power
harmonica en de bass van Geert Engelsman in een sprintje met Gabriël Peeters aan
de drums, zo mag het wezen ! Wat gedacht van het eigen 'Evil wicked woman',met
voortreffelijk gitaarwerk in een haast bezwerende trance, daar heeft die slechte
vrouw vast niet van terug ! Dan volgt een true footstompin' gospel die snel
overgaat in een krachtige rockexplosie met toerendraaiende bass en drums in het
vooronder.' The Revelator' ontpopt zich als een uitputtende dansmarathon, jawadde
!'Ride' mag dan wat rustiger aan maar blijft gelijk toch op een hitsig tempo met
een gitaar die voorwaar koortsig uithaalt...Geen wonder dat de duivel dan om de
hoek komt kijken in 'The devil's Hiding' ,kompleet met guitar electronics en in
een extatisch pompend rhythm, erreg sterrek ! Liever toch wat sneller ?, U
vraagt, wij draaien dan nu 'Nowhere to Run', een supersnelle jive, een boogie
waar je inderdaad niet kan voor schuilen !En als toetje krijg je daar bovenop
nog de real Mississipi uptempo blues 'Parchman Farm' van Mose Allison.'Burning
Hell', een cover van John Lee Hooker mag dit deel live blues (ogenomen op het
Moulin Blues Festival 2008) afsluiten en is representatief voor wat je live on
stage van de Little Louis Band mag verwachten: stevige gitaar en krachtige
vocals, rake drums en stuwende bass en een bluesharp om U tegen te zeggen en dat
alles in een rotvaart zodat een gig van Little Louis garant staat om je toch te
dikke pens er af te swingen ! Krijgen we nu nog een zestal nummers uit een live
solo performance in De Groene Engel, te Oss, Nederland daar achteraan.'Lay me
low', een eigen nummer, mag met een frivole goedgestemdheid en sterke slide,
real footstompend deze solokar trekken. En 'Wade in the Water', een traditional
met eigen arrangement, schurkt zich daar lekker tegenaan, een lekkere meezinger
is het , met ranzig snarenspel. Heel anders dan 'Carnival', het buitenbeentje op
deze CD, een singer songwriter thing, folky en mogelijk zelfs iets uit Louis'
Songwriters United periode.'Saturday Night & The Sunday Morning Blues' zet je
meteen daarna weer op het bluestrack om te vervolgen met 'Trouble No More', up
tempo en spoorslags naar het einde toe,zo lijkt het wel, maar 'Modern Life Drag',de
afsluiter leunt dan wel eerder bij het 'Carnival' van daarstraks aan, een doowap
leuke jazzy tune waar je graag mee wakker wordt !
Vijtien songs dus op deze goed 73 minuten volle CD, da's goed vol en de DVD doet daar nog een flinke schep bovenop met 'Can't be Satisfied ', Two Trains Running', Aint no Water' en 'Those who fell'. Het geld meer dan waard zou ik zo zeggen en eigenlijk onbegrijpelijk dat we Louis nog niet meer zagen in onze contreien...een tip voor onze organisatoren? (Winus)
Matt Schofield : 'Heads,
Tails & Aces'
At Last, eindelijk komt het er dan tóch es van om een CD van mijn idool, Matt Schofield te bespreken ! De laatste nieuwe, intussen toch ook al een tijdje uit bij Nugene Records, ligt hier voor mij te blinken en gelijk neem ik toch ook graag de gelegenheid om door Matt's vorig werk te bladeren, want dat mag er best ook wezen, de schijfjes waren een hele tijd mijn enige muzikale gezelschap in de wagen, keihard dan nog wel, want écht extatisch goed !
Op z'n 18 werd Matt professioneel muzikant en na een leerschool on the road met o.a. Dana Gillespie zette ie uiteindelijk met z'n trio, met verder keyboardenist Jonnie Henderson en jazzdrummer Evan Jenkins (intussen na een lange samenwerking met Matt, nu bij pianist Neil Cowley van de vroegere acid jazz band 'The Brandnew Heavies'), een eerste CD neer in 2004 : 'The Trio, Live' noemde die en da's waar alles mee startte. Vooral covers stonden op die 8 track plaat zoals 'Every day, I have the blues' van Peter Chatman, 'Cissy Strut' van The Meters of ook nog ''Travellin' South' van Albert Collins. Niet steeds zo zuiver geregistreerd toont deze schijf toch meteen waar het allemaal om draait, jazzy,melodieuze rhythm en onmiskenbare blues waar, naast Matt zelf, Jonnie Henderson aan de Hammond, een bepalende rol speelt in de groupsound. Een teaser was het en het werd gauw uitzien naar méér van deze veelbelovende band rond stergitarist Schofield, want zoeel was zeker : in lange tijd geen betere gitarist gehoord, smooth en melodieus, geen snarenrukker ! Een jaar later heb je dan 'Live at the Jazz Café',een andere live registratie, hetgeen Matt prefereert, en enkel verkrijgbaar op gigs of op de website. Niet getreurd want datzelfde jaar volgt ook nog 'Siftin Thru Ashes', met hier en daar nog een enkele cover zoals de zeer eigenzinnige versie van ' The Letter' (Wayne Carson Thompson), een gewezen hit van The Box Tops. Maar verder en vooral véél eigen funky werk zoals de titelsong of, vermeldenswaard, het fantastische 'Djam', een trio-compositie van het driegezelschap en natuurlijk songs die hij samen schreef met bluesfan, muze en partner, zijn Canadese vriendin Dorothy Whittick, die vanaf nu steeds meer in de credits komt te staan. Daar zijn pareltjes bij zoals de haast nu al traditonal 'On my Way'en hier op deze plaat zien we ook een eerste keer Jef Walker opduiken als guest op een nummer waar ie zelf trouwens aan mee schreef, 'Hard Lines',was dat.
Voorganger van 'Heads...'dan, is 'Ear to the Ground'uit 2007 en die bevat nog maar een paar covers : de starter 'Pack it Up' van G. Chandler en spoorsluiter 'When it all comes down' van Will Jennings. Verder allemaal songwriter-combinaties uit eigen orde en ook daar zit Dorothy weer dikwijls tussen. Uptempo wisselt af met funky of gaat naar de pure blues, zols in ballad 'Once in a While'. Op deze CD, in Nederland opgenomen, ook weer een guest en dat is Big Pete Van der Pluym (van The Backbones) aan de mondharmonica en dat hoorden we nog niet op Matt's opnames... Mijn persoonlijke favoriet op deze CD is zeer zekers 'Cookie Jar', een samenschrijfsel van Matt, Jonnie en, hoe kan het ook anders, Dorothy Whittick. Het is een krachtig gezongen nummer met een Jonnie Henderson die ons op de Hammond naar de hemelen voert, en Matt die daar gitaarvirtuoos op invalt, al zal deze beschrijving wel geen 'goed' Nederlands wezen.
Het zal zo ongeveer een jaar geleden zijn
dan,dat we Matt met diens vertrouwde trio nog eens zagen aantreden bij Louis ,
in Mol, en d'er bij die gelegenheid ook van profiteerden om hem wat vragen
te stellen over de komende CD,deze dus, die toen nog moest gemastered worden.
Hier
lees je daar meer over. Die CD is d'er echter nu en wordt het dan nu verdorie
eindelijk dan eens genen tijd om die aan de CD-speler te voeren ?
Continuïteit op deze verzorgde plaat al is er natuurlijk wel 't één en 't
ander veranderd. Het trio wordt een quartet met het toevoegen van oude
bekende Jeff 'The Funk' walker aan zowel de upright maar veeleer aan de
electric bass, Evan Jenkins verdwijnt aan de drums, wordt vervangen door de
in Frankrijk geboren Alain Boudry maar intussen genoeglijk bekend van
o.a. Otis Grand en natuurlijk ook vroeger bij Ian Siegal. De basis blijft
echter met, naast Matt, de onovertroffen Jonnie Henderson, al heb je op deze
schijf heel wat minder duels als vroeger en zit Jonnie méér aan
diverse keys dan aan de Hammond zelf (een omgebouwde Korg overigens, beweren sommigen...)
Da's natuurlijk wat spijtig want die Hammond/guitar spelletjes waren vroeger
(en vooral live dan) een wezenlijk deel van de show...
Alleszins gaan we behoorlijk goed van start met 'What I wanna Hear', een
solocompositie van Matt en voortbordurend op de traditie: Lekker gezongen,
melodieus en gitaartechnisch zeer sterk, niks voor niks is Matt al dikwijls
uitgeroepen als waarschijnlijk de beste gitarist die het UK ooit gekend
heeft ! Alain Baudry steekt a la New Orleans van wal op 'Live Wire' en
Jonnie geeft op z'n Wurlitzer van jetje en nee, da's nieuw voor ons, hadden
we in vorig werk nog niet eerder gehoord. Die elektrische piano blijft ook in 'War we
Wage', een slowdown piece, 'smouldering' staat in de perstekst, smeulend dus
en beter kon ik het zelf niet gezegd hebben, mooi ! 'Betting Man', eigenlijk
het titelstuk van de CD slaat zich met fijn drumwerk en een back beat door
een meeslepende melodie. The Blues ? 'Lay it down' bedient je op je wenken
en herinnert aan een ouwe Fleetwood Mac. Ook weer een eigen nummer, zij het
meegeschreven door...Dorothy, de vlam dus en de passie ligt er bovenop,
zoals het een goeie blues vermag...Terug naar de onderbuik dan, al denk ik
dat we daarnet ook al daarvan kwamen, met de very funky en loopse gitaar in 'Can't
Put You down' en, ik kan het niet helpen, ik denk er bij dit nummer steeds
en direct een
heuse blazerssectie bij, die zou hier absoluut niet bij misstaan, zit
eigenlijk in die ganse funktraditie...De smooth blues cover 'Woman Across
The River' van Crutches/Jones geeft ons dan eindelijk nog eens Jonnie op de
Hammond C3 en rondt mooi af, ik hou zo niet van fade outs.. 'Nothing Left'
is weer een soloschrijfsel van Matt, jazzy en ware er niet dat intrigerende
gitaarspel, dan zou je't haast loungy durven noemen....maar nee hoor, daar
is 't veel
te écht voor ! 'I Told Ya' gaat pompend voort op het bekende Matt Schofield
track, mooi ingelijst door Jonnie aan de Hammond en in een steady baan
gehouden door een uitmuntende ritmesectie, zij zijn d'er steeds, Alain en Jeff, niet echt opvallend maar wél zoals het hoort, foutloos en
met
perfect lopende motoren...plus Jonnie hier aan de pianokeys , da's ook nieuw.
Dat vervolgt zich even later in Elmore James cover 'Stranger Blues', een
jive met Matt krachtig aan de vocals, best leuk maar ik hoor 'm toch liever
met eigen werk. We gaan d'er daarna uit met wat low down lights in de 'fast
slow' 'Not Raining Now', da's er nog ééntje voor op de dancing floor
en dat wordt stilletjes weggefade...naar een volgend album zullen we maar
denken ?
Dat we van deze band alleszins nog meer gaan horen, daar twijfel je niet meer aan na deze beluistering. Matt en Jonnie vonden immers ( al leek dat éven wat moeilijk te gaan worden) in Jeff Walker En Alain Baudry de perfecte ritmetandem om nog een lange weg af te leggen ! (Winus)
We schrijven zomer 2009, da's de periode dat Kris 'Kirri' Valvekens, boegbeeld van 5 O' Clock Shadow Bluesband zo ongeveer deze 6 songs demo opnam. Ook de periode dat Kirri blijkbaar schitterde op de after party's van het (Ge)Varenwinkel Blues Festival, al hebben wij het dan van horen zeggen, want zelden zie je ons daar zo laat nog...En?...eigenlijk aan deze 'Mind Your Sleep' niet veel nieuws toe te voegen. Een bekend geluid is het intussen, al houdt deze schijf het very basic en is ze puur akoestisch samengesteld. Kris bespeelt , naast de vertrouwde gitaar (hier 6 én twelve strings) eveneens de mandoline en de ons onbekende dulcimer en da's een soort tokkelinstrument dat je eerder in de volksmuziek hoort aan te treffen. Percussie en zang neemt ie ook nog voor de rekening en dat met allemaal eigen werk, geen covers.., gesproken van een solo project dus ! Bekend klinkt het , maar da's natuurlijk omdat Kirri ook al het songwriters work doet voor 5 O' Clock Shadow. Het mag daarom ook niet verbazen dat hier eenzelfde soort foutjes naar voren komt zoals te lange nummers die hun kracht verliezen naargelang ze langer uitgesponnen worden, dat gebeurt niet veel meer maar is alvast het geval met opener 'So hard to do', verder best een leuke song en het enthousiasme druipt er écht vanaf ... Beter is nochtans 'Somewhere', sterk op gitaar en overtuigend aan vocals .Toch pakt me nu al het 'kampvuureffect', wat je natuurlijk al gauw hebt van iemand zo solo op gitaar... Een vrolijke riedel volgt op 'Lone Soul Blue' al verwacht je dat er ook wat bij gefloten wordt ...een hartverwarmertje... Anders veel nummers over verlangen naar elkaar op dit schijfje, zo ook in 'How Long' een mooi ledje dat van mij best wat elementaire percussie er bij mocht hebben, erg mooi toch en één van de sterkste nummers hier ! De mandoline komt daarna naar boven op titelsong 'Mind your Sleep' , een bekend verhaal over nachtelijk vertier en het gebrek aan nachtrust achteraf, jaja... we kennen dat...'Got your Mama' sluit daarna af en dat klinkt nogal ongeïnspireerd, krachtig gezongen dat wel maar ook dat beetje slide er bij kunnen mij niet echt overtuigen, het is het zwakke broertje er bij , zo ééntje van dertien in een dozijn, sorry...
Het gebrek aan instrumentale invulling is misschien wel het grootste verwijt dat je de samensteller van dit Ceedeetje kan maken maar natuurlijk is dit slechts een tryout van een singer songwriter,zo bedoeld dus : elementair en 'naakt', maar eens te meer toch duidelijk makend dat deze jongen talent heeft, had ik dit al niet eens eerder gezegd?... Ooit komt hier meer van, daar ben ik wel van overtuigd en hou inmiddels m'n ogen en vooral de oren open... (Winus)
Nico Backton & Wizards of Blues : 'Roots and Stories'
Nooit eerder van gehoord, van deze oorspronkelijke Vlaming,
al zal ik 'm waarschijnlijk wel al eerder gezien hebben, in het gezelschap
van Marc Lelangue, waar die vroeger begeleider van was. Afin, inderdaad een wat
vreemde levenswandel heeft deze 33 jarige Gentenaar tot nog toe achter de rug,
daar lees je alles over op 's mans webstek. Geen nieuweling dus, en behoorlijk
opgeleid ook, deze Nicolas 'Nico Backton' Debacker, met
o.a. Antwerpse jazzstudio achter de rug. Nico verloor zich echter in de blues en
da's een hemd dat 'm goed past blijkt nu, al zijn d'er wel 3 CD's nodig geweest
en het Naked Production label om Nico hier in de schijnwerpers te zetten ! Een
ontdekking voorwaar, deze waarachtige singer songwriter die zich schaamteloos
hier als dé ontdekking van 2009 op deze bladzijden mag laten te vernoemen. Nico
doet dat glansrijk met een mixture van eigen werk en covers , gearrangeerd door hemzelf en z'n illustere Franse
kompanen, 'The Wizards of Blues' en, laat je op geen verkeerd been zetten, héél
duidelijk geen nieuw soort 'Wizards of Ooze'! Van deze laatsten was ik ooit ook
nog enig fan en zeker na het verschijnen van hun eerste album 'The Dipster', wat
ik geweldig
vond.. maar die kwaliteit hebben die mannen nooit kunnen aanhouden. Verrekte
spijtig, want daar zat een boel muzikaal (jazz)talent tussen...dit terloops
gezegd,
back to Backton nu, want die heeft met 'Roots and Stories' een behoorlijk
eigenzinnig bluesalbum neergezet, een muzikale reis tussen stijlen, vooral akoestisch en daarbij geruggesteund door de mij onbekenden : Chris
Michel aan bass en contrabas, Richie Faret aan de wat magische bluesharp en
François Miniconi aan diverse percussie...mijne dames en heren, volgt U mij
door... 'Roots and Stories'...
'Duncan and Brady' , da's starten met een 'moordsong', een lekker deinende traditional, bekend van o.a. Dylan en Leadbelly. Zo maken we meteen kennis met de wat doorleefde stem van Nico en de 'electrifying' buesharp van Richie Faret. 'Dig that Boogie ' is daarna meer elementair, een eigen footstompin' werkje, en helemaal een American countrystyle melody, alleen de fiddle ontbreekt hier nog. 'Louise Blues' volgt dan en je hoort meteen ook waar Fogherty vroeger de mosterd vandaan haalde. Een Big Bill Broonzy nummer, mooi percussief ingevuld door François Miniconi en voorzien van diverse gitaren , echoënd achter de indringende vocals van Nico. 'Blue Monday', ééntje van Fats Domino is gezapig gebracht, minder swingend dan Fats zelf dat deed maar best gezellig en trouwens wat boogie woogie piano (waar voor Nico alles op 7 jarige leeftijd mee begon) is er ook bij. Voor mij anders liever het gitaarwerk zoals in 'Bad Times', een eigen nummer, solo gebracht met slechts de eigen begeleiding op dobro. Een echte blues is het, gekreund en gesteund gebracht, een 'pijn' stuk... Perfect daar op aansluitend ,elektrisch en met een distorted begin is 'My Roots' . Een beetje hallucinant klinkt het allemaal tot Nico , ondersteund door de drums en aanpompende bass in een strakke beat klaar naar binnen valt, een buitenbeentje is het op deze plaat met een heel hypnotiserend ritme. In schril kontrast staat daar wat later 'Valentine's Day Blues' tegenaan, een 'On the Bayou' jive die je van het ene been op het andere laat schommelen en hier weer gepast aangevuld wordt door eigen gitaarsoleerwerk en de mondharmonica van Richie Faret. Een nummer, eerder ook al bekend door o.a. Bonnie Raitt. 'Baby, I love you', componist mij niet echt bekend, zou van Aretha Franklin kunnen wezen en daar zou ik zó meteen kunnen inkomen, kort en krachtig , mooi ! 'Tipitina', dat kennen we dan weer wel, duidelijk New Orleans stuff, met Nico, boogiewaarts op piano naar het einde toe, al is het nog twee nummers te gaan. Alleen het drumwerk van François klinkt me hier wat te 'rond', had het liever wat meer roffelend gehad... Wat gekraakt gezongen, straf zo op je 33, volgt dan de traditional 'Goodnight Irene', een mooie ballade en een slowertje voor onder de mistletoe, met Nico hier ook nog es aan de Hammond , écht iets voor deze kerstdagen en met een meerstemmig koortje dat mee afsluit, een hartverwarmertje...de mondharmonica maakt het geheel nog wat weemoediger. En dan...de blues...naar het einde gaan we met een paar erg mooie ouwertjes en de guestperformance van gitarist Thierry Lopez op 'T-Model Ford Blues', refererend naar James Lewis Carter Ford?,een Amerikaans Bluesmuzikant uit het begin van vorige eeuw... De finale is echter voorbehouden voor het footstompin' Cigar Box Babe' van , hoe kan het ook anders, Bo Diddley.
Wel, voor mij was deze journey door styles zeker voldoende om mij te overtuigen van de bluesy kwaliteiten van ene Nico Backton . Geen wonder van 's mans succes bij onze Zuiderburen die d'er anders ook wel pap van lusten, van de blues ! En Nico mag dan wel z'n hart verloren hebben aan het Zuiden van Frankrijk, 't zal er toch ook steeds één van ons blijven. In 2010 weer volop te smaken op onze podia?... (Winus)
Duke
Robillard and Sunny Crownover : 'Tales from the Tiki Lounge'
Les Paul, verleden jaar in Augustus overleden op 94
jarige leeftijd, vernieuwer en eens de uitvinder van de elektrische gitaar ,
tevens musicus en songwriter, was dé inspirator voor dit buitenbeentje van
gelauwerd bluesgitarist Duke Robillard. Beschouw deze CD best als een
apart project want die is heel wat anders dan bvb. z'n vorige 'Stomp,
the Blues tonight',ook al uit 2009. Dat is trouwens ook een beregoeie CD en
bovendien geschoeid op
de hem vertrouwde leest van jumpin' blues en rock'n roll. Voor deze 'Tales'
echter
scharrelde Duke niet alleen life time melodiën op van Les Paul
en Mary Ford, dingetjes die voor hem steeds al gevoelig lagen,maar ook
old time muzikale memories uit ouwe fims en deunen die in ons algemene
muzikale geheugen liggen. Hij creëert hiermee een nostalgische sfeer en vindt daarbij
in Sunny Crownover de absoluut meest geschikte partner om dat vocaal te vertolken want zij
is voorwaar meesterlijk in het scheppen van de nodige sfeer ! Samen werkten
zij met veel plezier in 2009 aan deze CD en dat loont zich want de songs
zijn echte pareltjes. Begeleiding is er slechts door bassist Marty Ballou op de akoestische bas en hier en daar veegt vaste drummer Mark
Teixeira ook nog wat borsteltjes over de snare drum of voegt soms wat
percussie toe. Slechts op 'Occidental Woman' wordt daar even vaste gabber
Doug James aan de bas klarinet en Carl Querfurth op trombone aan toegevoegd.
De Duke neemt verder vanzelfsprekend zowel het akoestische als het
elektrische gitaarwerk voor zich, in een Les Paul traditie dan want dit is
natuurlijk voor een stuk een 'tribute to', dus veel werd meersporig
toegevoegd ,met de gepaste tremolo of reverb d'er bovenop. Wat je dan
krijgt met de juiste songkeuze is een heerlijk wegkabbelende schijf, erg
loungy, evengoed thuis op een zomers terras met een cocktail in de buurt ,
als op het kerstfeestje bij je thuis (waarvoor die trouwens eerst wat
bedoeld was, de CD lag immers tegen de voorbije kerstdagen bij de (weliswaar
Amerikaanse) platenboer, alhoewel officiële release pas laatst, in Februari,
was.
De Duke heeft bij de CD een aardig booklet toegevoegd waar d'ie z'n motivatie meegeeft, waarom er net die song op moest, en met welke gitaren er bij gespeeld werd, zo'n bijsluiters hebben we graag !
Uit het 'Les Paul en Mary Ford songbook' krijgen we Bye Bye Blues', starter van de CD trouwens, 'Just one more Chance', I'm still in love with you', Smoke Rings' (mijn absolute favoriet !- a song about smoking...smoking what, I'm not sure !) en 'I'm Confessin' (da's dan weer wat overdone met al die mandolines...) Heel authentiek klinkt anders ook 'Occidental Woman', old times jazz, instrumentaal mooi ingevuld door de woodblocks van Mark Teixeira, de blazers en een Kay Deluxe akoestische gitaar uit de jaren dertig, schitterend ! Eigenzinnige versies van 'Besame Mucho' en 'Tico Tico', nog een Zuid-Amerikaantje van...The Andrew Sisters, remember? staan d'er ook al op en en zit je dan toch in dat ritme, ga dan maar even verder met de mambo op 'Sway' van Pablo Beltran en voor mij misschien wel het andere hoogtepunt uit de CD is het jazzy part 2 van 'Put the Blame on Mame' (van Alan Roberts en Doris Fisher). De percussie geeft andere stukken ook al dat extra exotische zoals in 'Kiss of Fire', maar dat is natuurlijk dan ook wel een tango ! Met veel delay schuifelt daar nog 'Crazy' van Willie Nelson achteraan
en da's als het ware op het lijf van Sunny Crownover geschreven. Zij bleek deze song trouwens al jaren in haar repertoire steken te hebben, dus dat was een extra meevaller voor beiden dat die voor de plaat werd geselecteerd... Eén van de meer jazzy styles krijg je dan nog met het ook al aloude 'Goody Goody' van Matty Malneck en Johnny Mercer, uit 1936 stamt dat al en ooit zette Benny Goodman dit nog als eerste op de plaat.'Romance in the dark', is er nog zo ééntje uit die jaren dertig, is een blues van 'Lil' Lillian Green en die scoorde daar ooit haar grootste hit mee. Voor mij scoort deze Sunny Crownover nu overigens ook al, had nooit eerder van haar gehoord maar nu blijkt deze Texaanse ook al sinds haar childhood op de planken te staan en dus performde zij eerder al met heel wat artiesten tot ze nu onder de vleugels van Duke Robillard terecht kwam, die haar talent meteen onderkende. Remember the name !
De meer dan volle CD (17 tracks !) wordt
(en da's een beetje spijtig) totaal overbodig afgesloten door een remix van
'Sway', een plezanterietje van technieker John Mailloux, met veel echo en
distortion, en dat gaan we dan gauw weer vergeten !
Voor het overige blijkt dit een meer dan genietbare schijf van Duke
Robillard in z"n geheel, 'dedicated to the music of Les Paul', dus nogmaals
: niet te vergelijken met eerder werk van deze jumpin' blues gitaarreus.Hou
je't echter relax en loungy ,than you will love it ! (Winus)
lan Parker
Badend in drama liet een gekwelde Ian Parker ons na de laatste track op ‘ Where I belong’ achter. Dat was alweer in 2007 en sindsdien draaide ie voor Ruf Records nog ‘The Official Bootleg’ ineen, er volgden nog twee Live DVD’s ook maar heden blijkt deze jongen zich meer en meer toegelegd te hebben op het songwriters vak en de blues wat te hebben afgezworen. Die blues blijkt als muzikale stijl immers zowat verdwenen te zijn uit ’s mans werk en zeker uit deze ‘Demons and Doubters’ maar duidelijk heeft-ie nog wél een heel bluesy ziel !
Laat je echter vooral niet afschrikken door de zware songteksten die ‘k hier seffens aanhaal maar die zijn echter zo typerend dat ze d’er wel bij moeten…. Die lyrics zetten deze twijfelaar meer dan ooit midden in een cirkel, met de vingers beschuldigend zijn richting uit.. niet dat de buitenwereld daar verder veel mee te maken heeft,nee, de man doet het zich zelve aan, ’t zal de aard van het beestje wel wezen , zeker? Onzekerheid, schuld en boete, daar draait het allemaal rond maar Parker, en da’s z’n grootste sterkte !, weet dit alles wél heel mooi muzikaal te verpakken en als je niet naar de teksten luistert vermoedt je achter al die mooie songs zelfs helemaal de treurnis niet. Wat die teksten betreft maakt ie het ons wel niet makkelijk... Jongens, ’t is telkens een hele boterham om te slikken en dan moet je d’er (als niet Engelstalige) bovendien nog heel wat werk voor verrichten ook om dat allemaal behoorlijk vertaald te krijgen ! OK, ’t is zijn keuze om zich als singer songwriter te profileren en omdat het allemaal tóch zo mooi klinkt hebben we dan maar de tijd genomen om (althans de openingssong ‘Winding River’) om te zetten naar begrijpelijk Nederlands, heb je toch al een idee van s’mans hersenspinsels en ijverige schrijverij !
Verder maakte ik per song één aantekening en dat zijn dus dezen :
over ‘Winding River’ : Twijfels,
onzekerheid en een verlangen naar eeuwigdurende liefde. Een getormenteerde
ziel spreekt...
Over ‘Grow’ : Eeuwige twijfelaar zoekt
kracht, is niet overtuigd van z'n slagen maar wel in het vinden van
sterkte...
Over ‘Lovers and Friends’: over een
aftakelende liefde, misschien maar beter dat het gedaan is voor er meer
pijnlijke verwijten komen, tijd voor de aflossing ...
Over ‘Lost’ : over verloren zijn en de wil om zich te onderwerpen aan boetedoening (Gonna let salt water wash over me. My open wounds laid bare to weep and bleed !) pijnlijke zelfkastijding lijkt het me...
Over ‘Keep me Walking’ : ultieme redding door een meisje dat de middelen vindt om deze jongen nog even staande te houden,op zijn rotsachtige pad, gered van hem zelf, dat is al een mooi begin ! (You might say within her heart She holds the means to keep me sharp. She saved me from myself and that's a start...
Voor de rest muzikaal erg sterk dus, al kan je’t misschien wel even moeten smaken en opnieuw proeven, dat was alleszins bij mij het geval. De muzikale invulling, het gebruik van cello, slide en voortreffelijk gitaarwerk, opnieuw die uitstekende productie en medewerking van o.a. Morg’ Morgan aan de keys en Clive Deamer aan de drums en productie…moet ik het nog zeggen of weet je ’t intussen al wel ?..een fijne schijf !
(Winus)
Als begeleidende sample koos ik ‘Winding River’, gewoon mijn favoriet…en dan volgt hier de vertaling :
Winding River
Copyright Ian Parker
(vertaling Winus Jassepoes)
Kronkelende rivier, vrij
stromende over het land
Met zich meenemende het hart
van ieder mens
Wie legde zijn kaarten daar in
de ondiepe wateren bij de oever
Alleen maar om te ondervinden
dat ze hem nooit de ruimte gaf om aan te leggen ?
Diepere wateren , dat is waar
hij nu heen gaat.
Z’n verloren hart volgend en
hoe dan ook verder gaand
De geïnvesteerde hoop droeg tot
nu geen vrucht, zo lijkt het
De watervallen zijn nog een
lange weg te gaan en de koele bries bevrijdt hem.
Je vroeg niks, toch gaf je
alles
Het lijden kan ons pad kruisen,
de rivier is immers lang
Ik heb nooit veel te zeggen
gehad, dus zing ik maar mijn lied
De tijd zal alles wel
goed maken, de rivier is nog lang en
Ik zal niet vergeten om m’n
eigen te bevragen: ben ik slecht voor je geweest ?
Kinderen spelen op een oever
van de rivier op een warme Midzomerdag
Het is slechts een voorproefje
van die rustieke droom, die nooit verdwijnt
Ik hamster alle perfecte
momenten onder een baal van graan
Hopende dat elke nieuwe dag
niet zal ondergaan in een verschoten dageraad
In angst te leven voor onszelf
en alle liefde die we hebben gekend
Is ook vergeten dat gevoelens
groeien en weer wegebben
Hoewel verdriet ons overdondert
en ons naar de kern toe smelt
Is het beter dat we dit nu
aanpakken dan voor altijd verder te varen
Je vroeg niks, toch gaf je
alles
Het lijden kan op ons pad
komen, de rivier is immers lang
Ik heb nooit veel te zeggen
gehad, dus zing ik maar mijn lied
De tijd zal alles wel
goed maken, de rivier is nog lang en
Ik zal niet vergeten om m’n
eigen te bevragen: ben ik slecht voor je geweest ?
Heb je je pijn gedaan mijn
liefje?
Doe jezelf geen pijn ,mijn
liefje
Ben ik te vertrouwen?
Kun je daar zeker van
zijn ? Toch geef je alles
Het lijden kan ons pad kruisen,
de rivier is immers lang
Ik heb nooit veel te zeggen
gehad, dus zing ik maar mijn lied
De tijd zal alles wel
goed maken, de rivier is nog lang en
Ik zal niet vergeten om m’n
eigen te bevragen: ben ik slecht voor je geweest ?
Het lijden kan ons pad kruisen,
de rivier is immers lang
Ik heb nooit veel te zeggen
gehad, dus zing ik maar mijn lied
De tijd zal alles wel
goed maken, de rivier is nog lang en
Ik zal niet vergeten om m’n
eigen te bevragen: ben ik slecht voor je geweest ?
Hombres Amplificados :
'Buster Live'
Het is intussen mei 2010 , 4 maand na het schielijk overlijden van
gitarist Karel Keustermans (12/1/2010 ), hombre van het eerste
uur en we hadden het verschijnen van een nieuwe CD van deze mannen
natuurlijk graag anders zien verlopen. Nu is het een 'ter nagedachtenis
aan..' geworden
maar als laatste eerbetoon kan het wel tellen...Haast symbolisch staat de
cartoon op de hoes voor het weggaan van Karel terwijl de andere hombres
achterblijven. Pure symboliek van de hand van tekenaar Peter Van Gucht,
medewerker bij Studio Vandersteen en aldaar leider van het scenarioteam
Suske en Wiske, jullie allen welbekend. Voor zover de hoes van deze schijf
die je wellicht toch nooit in de platenhandel gaat aantreffen, want slechts op
100 exemplaren gebrand...eat your heart out... Toch lijkt bij deze een
bespreking gepast want de vorige demo van de hombres bereikte ons in 2007,
dat is dus al een tijd terug en daar waren we toen niet zo enthousiast over.
Recentelijk zagen we de Hombres Amplificados (nu met Marco Simoni aan de
slaggitaar- Hobo Joe speelt voornamelijk de soli) nog als headliner op
Meensel Blues 2010, en wat we toen hoorden kon ons al véél meer bekoren en
dan was Karel d'er zelfs én helaas al niet meer bij. Hier op deze schijf
nog wel dus en da's een buitenkans temeer om ze nog es in originele setup te
horen.
Die opzet is er één van een hecht viertal dat gepassioneerd bezig is met de blues en zich geprofileerd heeft als een band met een eigen gezicht, een eigen geluid, niet protserig maar rustig het Chicago Blues pad bewandelend, met een repertoire waarin zowel vele eigen nummers een weg gevonden hebben als covers die vaak erg eigenzinnig gebracht worden. De soms psychedelische gitaarklanken van Karel zijn, samen met de erg karakteristieke stem van Johan 'Hobo Joe' Loisen het uithangbord van deze bezetting en verlenen deze mannen terecht hun plaats op de Belgische Bluesbühne. Dat sinds 2007 de keys achterwege gebleven zijn, daar staan we achter, het klinkt allemaal veel beter zo, al lijkt een mondharmonica vantijds wel erg geschikt als fill in...afin, da's mogelijk iets voor later, laat ons in deze samenstelling maar eens over de tracks lopen..
'Corina' (ik meen 'Corina Corina') van Blind Lemon Jefferson laat ons het station verlaten en nu hoor je meteen in welk wagonnetje we zitten ! Aangename shuffle en doorvlochten door de gitaarsoli van Karel, deze trein (ver)trekt in het juiste spoor..Vervolgen doen we met de B.B. King standard 'Rock me (baby)' en terwijl de bas doorpompt gaat Karel weer volop in de snaren. Twee covers om te starten dus, dan is het nu tijd om met wat eigen werk verder te gaan en 'Next Door Women' doen het werk, in a New Orleans way, met de roffel van Ivo Tops er bovenop en ja , Hobo Joe is meteen all lighted up ! 'The way I feel' dat is the bluezzz !, heeft een mooie intro van de twee gitaren en let op want vanaf nu begint Karel wel 'wolkjes te trappen', de gitaar wordt dromerig maar de song heeft genoeg body, daar zorgen Ivo aan de drums en en Roberto Simoni aan de bass wel voor...Met 'Don't push your luck', waarschijnlijk het meest stoere stuk op de CD gaan we rockend verder en zoekt Karel verder tussen het aardse,met de voeten op de grond, of het meer psychedelische werk.'Baby, please don't go' van Big Joe Williams sluit daar mooi achter want we zijn een versnelling hoger geschakeld en deze maakt een mooie twee-eenheid van deze songs. Want 'Tinseltown', da"s dan weer wat anders, terug de New Orleans tour op, met wat tempowissels en strak afgesloten...wel spijtig dat je voor een live registratie wat weinig publiekreacties meekrijgt. Je moet daar natuurlijk ook niet mee overdrijven maar die verhogen toch dat 'live' gevoel...Dat heb je wel bij de start van 'Undercover Angel for the Blues' dat Tony Joe White schreef voor Tina Turner, een sterke versie met mooi gitaarwerk en de echo, de resonantie geeft aan het geheel iets magisch, iets onwerkelijks...De volgende song heeft ook nog wat speciaals want de boogie van 'Boogie Woman' drijft op een reggea groove en gaat even in een shuffle over alvorens af te sluiten, niet gewoon! Maar eigenlijk is de afsluiter 'Poor but Rightious' gewoon het beste van wat er op de CD te vinden is en een eigen nummer bovendien. Stuwend door de ritmesectie met de hobbelende bass van Roberto, dampend door de gitaarsoli, de catchy melodie,ja, een potentiële hit, als je't mij vraagt ! Maar niet te koop dus, deze schijf ...
Maak je geen zorgen, die 'échte' CD komt er wellicht ook nog wel es aan ...en Karel intussen? die keek naar benejen en vond het allemaal best wel heavenly good !
(Winus)
Lightnin' Guy and The Mighty
Gators : 'Live from the heart'
Eigenlijk is het niet fair om zo lang na de release, deze CD nogmaals in the spotlight te brengen (releasedatum was ergens in het voorjaar 2009) maar ik zag Guy intussen al een paar keer op het podium waaronder nog recentelijk (min of meer) op Meensel Blues en ik begreep eigenlijk de euforie niet helemaal rond deze ongetwijfeld sympathiekling. Feestje bouwen, ja en er stevig en overtuigend invliegen, dat wel, maar om zo meteen alle loftrompetten te steken en hier te gewagen van de nieuwgeboorte van de Belgische Blues, sorry, vond ik alsnog wat te hoog gegrepen... Guy is, sinds de opnames van deze 'Live from the Heart' echter gegroeid en dan vooral wat stem betreft,want die laat 'm op deze schijf nogal es in de steek (op cover 'Ain't no Sunshine' is dat zelfs zeer minnetjes...). Maar hij is ongetwijfeld dé in het oog te houden man op de scène want potentieel heeft ie wel en dus wou ik alsnog een jaar na verschijnen door deze schijf bladeren, kwestie van te zien waar het schoentje voor mij dan wel wrong... Tel je de tracks (15 hier) en je plaatst voor elke song een plus of een minnetje dan kom ik aan een score van 12 + en 3 -, dus what is the problem dan mijnheer? Wel, die stem was er één en waar ik het ook nogal moeilijk mee heb is die slideguitar die zich niet steeds leent voor alle nummers. Da's dan vooral zo voor 'Goin down'(en dat nummer heb ik sowieso nu wel genoeg gehoord !) en de meer funky stukken als 'Congo Square'( met de gepaste jungledrums van Thierry en de bouncing bas van Stefan) of nog 'Junko Partner', daar mag voor mij die gitaar heel wat strakker.
'The Mighty Gators' mogen d'er anders best zijn als band met verder een jonge Arne demets aan de gitaar, opvallend sterk maar die wist ons vorig jaar ook al aangenaam te verrassen op de 'Nacht van de Blues'. Ouwe rot Thierry Stievenart, zit hier aan de drums, Stefan Boret, ook al vroeger bij Maxwell Street, plukt aan de bass en dan hebben we nog wat gastmuzikanten zoals Dominique Vantomme aan de keys, veelgevraagd en eerder bvb. met Ana Popovic getourd, en een blaassectie met Joury De Wachter aan de trompet en Geert Vansteenkiste aan de sax, samen de 'horny horns', een welgekomen in en aanvulling (bvb. op het very funky 'Cut you loose'!)staan voor de gelegenheid bij op de scène en nu moet ik daarbij wel even kwijt dat ik pianist Dominique Vantomme veel meer apprecieer aan de jazzpiano (het Mahieu-Vantomme quartet) dan hier aan de gebeurlijke boogiepiano ('The Gator Bop' en D is duidelijk geen Jerry Lee !) of de Hammond (sorry D...) Guy combineert het zingen vantijds met de mondharmonica en dat klinkt best lekker zoals in het jazzy, ingetogen 'Nine Below zero' van Aleck 'Rice' Miller ofte Sonny Boy Williamson II (of was het origineel van Muddy Waters?... (met hier een uitstekende piano solo van D, als 't goed is zeggen we het ook !) Die song is een beetje een buitenbeentje op de CD maar evengoed mijn absolute favoriet ! Voor mij liever geen 'Bon Ton Roulet', een bewerking van het Clifton Chenier nummer, dolle New Orleans pret die de CD mag afsluiten, net als de concerten, nee, sorry, geen liefhebber van...
Kwaliteit is er sowieso in de basisbezetting dus best wel genoeg in huis en met de boogie heeft Guy het juiste tempo en ritme al te pakken. Funk en jive ('Gone Pecan') laten zich daar wonderwel bij passen en programmatorisch bespeelt Guy een breed party-pallet met zelfs een (enkele) ballade ('Out of the rain' van Tony Joe White) en wat mij betreft is het dus wachten op nieuw werk en vooral eigen nummers om een verder oordeel te vellen, al klinkt dat wat oneerbiedig want dat ie schrijven kan, daar staan de 'Gator Bop' en 'Do that boogie' immers al voor, op deze plaat en die songs moeten echt niet onderdoen voor eerbiedwaardige covers van vb. ene Sonny Landreth .
Eigenlijk is het eindoordeel dus in feite bijlange niet negatief : wat aan de stem werken maar da's intussen al erg verbeterd, méér met eigen nummers uitpakken ,die slidegitaar een beetje doseren en wat zoeken naar een eigen unieke profiel, die 'Lightnin' Guy Verlinde komt er wel, twijfel daar vooral niet aan !
(Winus)
Onze Noorderburen , de Nederlanders, beschouwen we dikwijls nog te veel als onze broeders 'uit het vérre Noorden', daar waar het muziekjes betreft, want die komen niet steeds in onze CD-players terecht en da's dan verdomd spijtig want daar zitten af en toe best leuke exemplaren tussen. Neem nu deze 'Sweet Devil' van King Mo... nooit eerder van gehoord en hun vorige 'Live a la Bonbonnière' werd dan nog wel bekroond met de 'Blues CD van het jaar 2009' award ! En het zal wel een rage wezen zeker, want ook deze opvolger 'Sweet Devil' is weer een live album en eigenlijk zien we, oude malloten die we intussen zijn, het liever wat anders want was zo'n live plaat vroeger niet de bekroning van eerder bewezen studiowerk? Afin, geen gezeur, open met die deur ! (van de CD player) Geen voorspel hier want het stuwende 'No use denying' drijft direct full speed deze 'Sweet Devil' CD in het goeie spoor. Een eerder ingehouden Phil Bee achter de microfoon, de aandringende ritmesectie, Hammond en Fender Stratocaster op de voorgrond, de toon is gezet en het smaakt meteen naar meer !'Suits me right.' van bassist Jules Van Bussel volgt daar sterk achteraan, Phil Bee's zangwerk zit hier ook beter. Een indringend ritme is het dat je niet onberoerd laat, stevige soli van Sjors Nederlof d'er tussendoor, streepjes Hammond van Colly Franssen, knap hoor en de hoge verwachtingen zijn al voor een deel ingelost. Titelsong 'Sweet Devil maakt er even later meteen een fijn triootje van. Een hitsige teaser is het en de stem van Phil zit hier perfect. Met de Hammond en de gitaar 'in a spiritual mood', een bas die daar inventief tussendoor komt lopen en de coole drums van Henk Punter krijgt het geheel wat hypnotiserends. Luchtgitaarfanaten zitten ook al goed want Sjors kent zijn snarenwinkel ! Het instrumentale 'Soundcheck' , een groepscompositie, spontaan ontstaan tijdens een...soundcheck is, daarmee vergeleken, niet meer dan een aardig vullertje, als opener van de liveshow misschien?...Mag, wat mij betreft, best ook op het podium blijven daar... Een eerste cover volgt dan : het funky ' Big Legged Woman' van Israel Tolbert dat zo, zonder blaassectie je toch wat op je honger laat. Het is wat te poppy en te braafjes gebracht ondanks de vuurstokerij van de gitaar en een Phil Bee die dat aardig soulvol brengt. 'Make it Right', een stuk van keyboardenist Colly Franssen op tekst van Phil Bee bewandelt zowat eenzelfde pad en de aandacht begint hier dan ook wat te verslappen. Gelukkig en net op tijd is daar dan 'The Milkman', die goeie man, steeds bereid to deliver some 'goodies' ! Lekker stuk met een hecht musicerende band, je voelt het in de heupen : dit zit wél goed ! Volgt 'Glad Rags', een cover van succesdrummer Boyd Small en dat komt er in een lange track achteraan, niet slecht maar met te weinig pit om de ganse rit te kunnen blijven boeien. Een break halverwege zou kunnen helpen...'t is een live album weet je, dus gooi er maar een break in en laat Phil het publiek wat opjutten, die kan dat best... Bovendien leent het nummer zich daartoe uitstekend. Laat die lekkere drums maar gaan,stop de rest, clap your hands...ik zie en hoor het zo al voor mij...nee dus, een wat gemiste kans... Een echte ,wat 'grande finale' krijgen we daarna als afsluiter met de cover 'Ain't nobody's business if I do' , een bluesstandard uit de vroege jaren 20 van de vorige eeuw en intussen al bijna honderd jaar gecovered door zowat iedere jazz- en of bluesdiva, niet kapot te krijgen dus en King Mo voegt daar z'n eigen, erg mooie versie aan toe! Sjors aan de schrijende gitaar, misschien een tikkeltje overdone.., Phil Bee uit volle borst, het Hammond gordijn en de drums die de deuren dichtdoen, een perfect einde !...'King Mo', een naam om te onhouden en hopelijk lopen we ze hier of daar ook ergens in België tegen 't lijf, fijne CD !
Winus
Twelve Bar Blues Band : 'Key to your Heart'
Na de vorige 'Email from heaven', die hier erg goed ontvangen werd, ligt de lat al aardig hoog voor deze jongens. De voorliefde en betrokkenheid met de blues werd reeds breed en aardig geëtaleerd op vorige CD's, wat voegt nieuweling 'Key to your Heart' daar nu aan toe? Als we de bezetting checken, vinden we haast iedereen op de vertrouwde plaats terug. Ritmegitarist Jörgen Schuurman ruimde paats voor nieuweling Randy Pears, maar verder bleef alles gelukkig bij het degelijke ouwe: de ritmesectie met Marcel Bakker aan de drums en Patrick 'Sideburn' Obrist aan de bass, en dan de succestandem, zeker waar het songschrijven betreft, Kees Dusink aan de slide en de leadguitar, en zanger/harmonicist J.J. Sharp aan de forse vocals en bijwijlen hier zelfs aan de (boogie) piano. Zelfs opener 'Can you hear me howlin', zit in het bekende straatje, is meteen een invlieger, geen wilde meestamper maar heeft wel 'ballen' en da's belangrijk want op deze uitdrukking kom ik straks nog terug. 'Love That Burns' van Peter Green,meteen de eerste van slechts twee covers komt daar wat ongemakkelijk achteraan schuifelen, die slowblues mocht voor mij nog wat langer wachten. JJ aan de ritmische pianobegeleiding en de gitaar van Randy Pears aankabbelend als de golfjes aan het strand , terwijl Kees fingerpickend soleert, heel relaxed allemaal, geschikt voor een zomers terras maar ik zou het niet zo direct op track 2 gezet hebben.'Let's Talk about it' gaat dan wel terug wat 'en vitesse',maar blijft wel in een soft swing tempo, is 12 BBband de wilde haren kwijt? is de vraag die hier meteen rijst... Ook nog even vermelden dat het geluid van de cymbalen ook ergens niet goed zit, mogeljks wat te ver naar voren gemixed?.... klinkt bijtijds storend, vooral zo met de hoofdtelefoon op, of heeft het net daarmee te maken?...
Bij 'I'm losing you' begint de programmatie mij dan te dagen : men heeft voor de samenstelling van deze CD gekozen voor afwisselend up en dan weer lower tempo. Zo gaat deze mooie blues' weer slowwaarts en het is een mooie song hoor, alleen laat het me wat op m'n honger... het is teveel 'schelpjes kijken' en de gitaar van Kees klinkt ook al niet als vanouds...Op 'Talk of the Town' begint dat geplengel- sorry for that- me in den beginne zelfs behoorlijk te irriteren maar je moet het nogmaals draaien, het is een sterk nummer, heeft een goeie beat en een pompende drive, ik heb het toch gezegd dat deze jongens songs kunnen schrijven ! 'Key to your Heart' daarna is een solowritten song van Jan Scherpenzeel , een slowtrack en hierbij heb ik weer eenzelfde bedenking: vanwaar steeds die Mark Knopfler, Dire Straits benadering? Waar blijft de schrijende bluesgitaar en de voormalige viriele 12BBB band benadering?
Ergens tussenin krijgen we nog een referentie naar Fleetwood Mac en die zijn d'er wel meer, het zijn maar wat gitaarlicks hoor maar toch, een mens (her)kent zijn klassiekers... Hoog tijd dan voor wat partygevoel en 'Saturday Night' hééft het weer, brengt de beentjes los en zó moet het ook 'if you're really having a ball' ! J.J werpt zich daarbij zowel op de boogiepiano als op de bluesharp, lekker zo ! Maar zoals het hier nu eenmaal volgens de samenstellers moet gaan, krijgen we daar zo direct geen passende aansluiter achter aan, al houdt 'Marian' je wel op de dansvloer met die grote stappen quick slow. Ook weer mooi maar toch ook wat braafjes, deze ode aan de blues. Nog zo'n ode is de outing 'I ain't Born in Chicago', een dikke acht minuten te slappe kost en, viel het ding niet ter plekke dood, je zou het afgemaakt hebben...Misschien klinkt dit wat oneerbiedig maar mag ik wel eerlijk wezen? Ik vind dit dit écht vééls te zwak ...Afsluiter,'Big Legged Woman', cover, en ook al te vinden op de eerder besproken 'Sweet Devil CD' van King Mo, kon dáár niet echt bekoren wegens te poppy, maar hier krijgen we dan wél de betere versie die bovendien naar je dansspieren grijpt. En zo eindigen we toch nog met een positieve noot in een eerder wat verdeeld verslag en komen we terug op het 'ballen' verhaal van daarstraks. We besluiten dan ook als volgt : Helemaal geen slechte CD want doorgaans sterke songs door een band die het eerder wel bewezen heeft maar nu, wat mij betreft, dringend toe is aan een kuur met blauwe pilletjes. Geef mij maar 12BB Band ouwe stijl. Immers, hier, op deze 'Key to your Heart' ontbreekt het Twelve Bar Blues Band vooral aan power en zeg maar.. BALLEN !
Winus
© JASSEPOES