![]()
or click the
homecat to go back home !

de jazzrubrieken
Alle jazzpagina's versmolten in
één gezamenlijk Jazzblad, da's méér dan handig !
artikels blijven gepubliceerd zolang ze relevant zijn , nadien gaan ze in het
![]()
ARTIKELINDEX
|
|
|
Sint-Lambertusstraat 91
1200 Sint-Lambrechts-WoluwE
een unieke cursus in Op-Weule
|
In Op-Weule is het Jazzgeno(o)tschap actief, dynamische
vereniging van jazz-liefhebbers. Het Jazzgeno(o)tschap en het
Gemeenschapscentrum Op-Weule organiseren samen een unieke cursus over
jazz. Uniek? Jawel. Deze formule loopt over zes avonden en neemt je mee
doorheen de wonderlijke wereld van jazzgeschiedenis en instrumentarium.
Zesde avond: repetitie! Op de zesde avond komen de zes muzikanten een live performance brengen in de loods van
OpWeule. Een profiel van een repetitie achter
gesloten deuren. Opgelet : enkel wie al de cursus volgt, zit langs de
juiste kant van de gesloten deur. Moderator Marc Van den Hoof zal het
geheel begeleiden
Matthias Heyman – Bas – 7 februari Toine Thys – Sax – 28 februari Jean-Paul Estiévenart – Trompet – 13 maart Frederik Leroux – Gitaar – 27 maart Yves Peeters – Drums – 17 april Jamsessie met alle muzikanten + Marc Van den Hoof als moderator – 8 mei
Data en uur: 7/02 – 28/02 – 13/03 – 27/03 – 17/04 – 8/05
- telkens om 20u.
Toegang: € 40,00
Inschrijving: Schrijf tijdig in bij het
Gemeenschapscentrum Op-Weule, via 02/775.92.00, via e-mail,
info@opweule.be of via de website,
www.opweule.be,
klik op ‘cursussen’.
U betaalt bij de balie van Op-Weule of via
overschrijving op rekeningnummer BE02.3100.7042.7140 (of 310-0704271-40)
(BIC-code: BBRUBEBB) van Gemeenschapscentrum Op-Weule, 1200 Brussel.
Vermelding: cursus jazz. De inschrijving wordt effectief na betaling van
het inschrijfgeld.
Info: GC Op-Weule (02/775.92.00) of Filip Peeters
(02/720.34.69 na 19u) of
www.jazzgenootschap.be Organisatie: een initiatief van het
jazzgeno(o)tschap Op-Weule en het GC Op-Weule
|
||

STEPHAN CRUMP WITH ROSETTA TRIO, gezien 28/01/2012 in de Singel,
Antwerpen
|
LIBERTY ELLMAN, ACOUSTIC GUITAR + JAMIE FOX,
ELECTRIC GUITAR + STEPAN CRUMP, ACOUSTIC BASS |
||
![]() foto © unknown photographer |
||
|
Wie de inleidende tekst op de website van de
Singel had gelezen en dan op youtube eens was gaan zoeken kon zijn
gading vinden, maar net zo goed kon de twijfel het dan winnen. Zou dit
trio echt wel zo fijn en boeiend zijn als een trio van Jimmy Giuffre
zonder drummer? Je moet echter al goed geïnstalleerd zijn, louter een PC
met geluidskaart en speakers volstaan niet om Rosetta naar waarde te
schatten. Deze muziek komt niet fel als een pop- of rocksong uit een
grote opnamestudio of rauw uit een kleine. Rosetta speelt vooral
delicate en soms heel speelse songs die je maar beter de omstandigheden
gunt om over te kunnen komen. Bvb in de Muziekstudio in de Singel, een
niet erg grote zaal met een goede akoestiek. Of als je 't toch uit
matige speakers wilt laten klinken met CD-kwaliteit. Als je Rosetta kunt beluisteren terwijl de klank
goed zit, is het gauw duidelijk dat de muziek een bijzondere menselijke
warmte uitstraalt. Dat de composities teruggrijpen naar oude procédés om
liedjes te maken, maar dat de muzikanten er hun eigen hedendaagse visie
op toepassen. Het heeft iets van folk en soms van flamenco, bij de
muzikale invloeden horen oa ook de blues en Americana. En inhoudelijk
staat het op een heel open en eerlijke manier dichtbij persoonlijke
ervaringen, reflectie, besef van verbondenheid. Deze songs zonder woorden verklanken gevoelens
en bepeinzingen, ze staan dicht bij het leven zoals concrete mensen het
beleven. En deze muzikanten zingen niet alleen over verliefdheid,
seksueel genot en ldvd.' Shoes', 'Jump' en 'He Runs Circles' zijn
liefdesliedjes in die zin dat ze met liefde geïnspireerd zijn op
levensfasen van de opgroeiende kinderen van Crump. Herfst en de wind en
regen die erbij horen waren de aanleiding tot de compositie 'The
Leaves', 'The Rain'. Rosetta verwijst naar de gelijknamige sociaal
bewogen film van de gebroeders Dardenne. 'Here Not Here' mijmert bij de
invoer van technologie in ons leven. Terwijl de muzikanten speelden was het genieten
van het zicht op de houten klankkasten van de drie snaarinstrumenten en
de parketvloer. Er straalde een ongedwongen en intense vreugde van de
lichamen van de muzikanten: de gitaristen rustig op een stoel gezeten en
geconcentreerd luisterend en hun bijdragen brengend. Crump met zijn hele
lichaam en ziel de contrabas bespelend. Nu eens de één, dan een ander
met de voet ritmisch tikkend. Je kon van bij het begin zien dat de
muzikanten zich in een rustige staat van geluk bevonden, blij dat ze
samen konden spelen voor een publiek. Ze hadden daar de goede reden voor
dat het concert kaderde in de eerste Europese tour van Rosetta, dat toch
al 7 jaar een consistent trio is. |
||
![]() foto © unknown photographer |
||
|
De stukjes die zij brachten getuigden van
kwaliteit en werden met grote speelvreugde gebracht. Sommige lagen heel
gemakkelijk in het oor, bij andere gingen minder voor de hand liggende
verschillende lijnen toch heel mooi samen. Complexiteit en eenvoud
wisselden elkaar af en doorlopend was het prachtig. Het was een
heerlijke avond om met Rosetta kennis te maken en/of de bevestiging te
krijgen van zielswarm geladen vakmanschap. Danny De Bock |
||
PAUL VAN GYSEGEM QUINTET, gezien 21/01/2012 in De Singer,
Rijkevorsel
|
JEROEN VAN HERZEELE, TENORSAX + PATRICK DE
GROOTE, TROMPET EN BUGEL + ERIK VERMEULEN, PIANO + PAUL VAN GYSEGEM,
CONTRABAS + GIOVANNI BARCELLA, DRUMS |
||
![]() |
||
|
Vorig jaar noteerden we een belangrijke
heruitgave in de Belgische jazz: het verschijnen op Digipack CD van de
LP AORTA van het Paul Van Gysegem Sextet (FUTURA GER 27) opgenomen in de
Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent op 21 januari 1971 en
in de Rijksuniversiteit te Gent op 16 maart 1971. Het betreft een
document dat een plaat van de vergetelheid behoedt die begin jaren '70
als voorbeeld gold van en voor de Europese free jazz, die zowel
verankerd was in de Europese muziek als aansluiting vond met de
Amerikaanse free. De afgelopen decennia bleef Paul Van Gysegem vooral
actief als beeldend kunstenaar, maar hij bleef ook musiceren. Hij stond
een paar jaar terug oa op Jazz in 't Park in Gent op het podium met een
vernieuwd sextet waarin de Amerikaanse saxofonist Steve Potts
meespeelde. In de Singer was van de AORTA bezetting Patrick
De Groote de enige overblijver naast Van Gysegem. De Groote was in de
jaren '60 mee voortrekker van de free in het Gentse. Erik Vermeulen,
Giovanni Barcella en Jeroen Van Herzeele zijn intussen al jaren
gevestigde waarden in de Belgische jazz met een stevige link met Gent.
Van Gysegem trok in de Singer de avond op gang.
Vermeulen wakkerde met nerveuze toetsen de spanning aan en enkele
minuten later ging het duo op in spel in trio met Barcella die het tempo
opdreef. Daarop begon iets later Van Herzeele het vuur aan te blazen en
toen De Groote zich erin mengde werd het een laaiend vuur. Zo kregen we
een eerste uitbarsting van free jazz die als een uitslaande brand
verscheidene richtingen uitsloeg. Woeste uithalen met schijnbaar ontembare chaos
die eigenlijk gestructureerde blijken waren van sterk opgebouwde vrije
composities wisselden af met bedachtzame tot tedere en schone stukken.
De muziek sloot aan bij de uitspraak van Van Gysegem dat zijn
bouwstenen spanning en tegenstellingen zijn, vraag en antwoord, hij
verenigt kwetsbaarheid, hardheid en tederheid. Er kwam ook een geweldig
mooi trager stuk aan bod waarbij de hardheid achterwege bleef. In de eerste set zorgden de muzikanten ervoor
dat de aandacht en de ruimte regelmatig naar de contrabas van Van
Gysegem terugkeerde. In de tweede set kwam Van Herzeele sterker op het
voorplan. Hij ontpopte zich tot voorman en leidde instant arrangementen.
Het leek of elk van de muzikanten nog beter hun draai vonden en het
kwintet dubbel zo sterk werd als in de eerste set. De muziek ging meer
swingen en de spanningsbogen kregen meer kleur; de muziekinstrumenten
kwamen beter uit de verf. Als schitterende sterren speelden vijf
Belgische muzikanten heerlijke vrije jazz, het aanwezige publiek liet
zich maar wat graag meevoeren.
|
||

|
Paul Acquaro |
||

![]() |
||
|
De naam Tony Malaby is onlosmakelijk en heel smakelijk verbonden met kwaliteit. Als hij meespeelt, heb je de garantie dat je heerlijke muziek voorgeschoteld krijgt. Zowel in eigen projecten als in die van anderen toont hij zich een creatief vakman. Hij past zijn spel voortreffelijk in bij kleine en uitgebreide bezettingen, denk bvb aan het trio Tamarindo en het kleine orkest Enesco Re-Imagined. In zijn eigen projecten legt hij een voorliefde aan de dag voor improvisatie, maar net zo goed past hij zich aan strakkere settings aan, of die nu meer mainstream gericht zijn of third stream. Zo konden we hem vorige zomer aantreffen in het Liberation Music Orchestra van Charlie Haden met Carla Bley op Jazz Middelheim - . Hij speelde zijn aandeel in het grotere geheel perfect en toen hij mocht soleren zorgde hij op die koude avond voor een heerlijk moment om het warm van te krijgen. Een goede maand later stond hij met zijn Tamarindo trio te improviseren in de Singer in Rijkevorsel. En menigeen reageerde enthousiast. Nu pakt Tony Malaby zelf met een orkestrale
bezetting uit en hoe! In arrangementen van Kris Davis krijgen we op deze
CD prachtig uitgewerkte versies van zes composities van Malaby die
eerder al voorkwamen op de albums 'Tamarindo', 'Warblepeck', 'Cosas', 'Sabino'
en 'Adobe'. De zes stukken volgen logisch op elkaar en afsluiter 'Remolino'
klinkt als een onvermijdelijke finale die met een knal een eind maakt
aan het grotere verhaal. Tegelijk stààn elk van de stukken er ook als
stukken an sich. Opener 'Floating Head' start dreigend alsof een
film noir gaat beginnen met een korte donkere intro om al gauw over te
gaan tot een vrolijke voorstelling van het decor en de hoofdpersonages.
Hoewel het artwork op de hoes doet denken aan wouden in herfstkleuren,
klinkt de muziek alsof die zich moet afspelen in een grootstad. Een
grote stad met zijn harde realiteiten: de rat race, misdaad, intriges,
drama, zowel ordening als chaos… Licht en donker staan hard
tegenover elkaar, in de verschillende betekenissen van het woord.
Floating Head zet de toon. Zo je wil, kan je bij herhaalde beluistering
in de sfeer van een film noir blijven associëren. Met dramatische
spanning en gesputter in de actie, beelden als een auto die het laat
afweten bvb of een rochelend stervende gangster (of beide). Maar je
hoeft dergelijke fantasie niet aan de dag te leggen. Je kan net zo goed
luisteren hoe de muzikale lijnen zich ontwikkelen en genieten van de
logica in de opbouw, de spanningsbogen en de evenwichtige uitwerking van
elk van de stukken. Je hoeft geen muziekschool te hebben gevolgd om te
horen dat hier technisch meesterschap ten toon wordt gespreid. Je
kan hoe vaker je luistert meer en meer genieten van de creatieve ideeën
en ontwikkelingen. Die kunnen nu eens marching bands in herinnering
brengen en dan weer de genialiteit van een Charlie Mingus, door fris en
vrolijk af te wisselen met explosieve en agressieve uithalen en
uitspattingen. Maar laat u door deze beperkende vergelijkingen niet
misleiden. Dit is op het vlak van orkestmuziek klasse voor de 21ste
eeuw. Je kan deze muziek wel en niet vergelijken
met bands van bij ons als het Brussels Jazz Orchestra - zoals Frank
Vaganée soms doet haalt ook Malaby hier de sopraan sax boven en
wij wilden zelf wel eens denken aan een Vaganée op dreef tijdens
beluistering van deze CD… Je kan ook denken aan Flat Earth Society, want
je hoort vakmanschap en evenwicht én je hoort ook spelen met
te-gek-om-los-te-lopen surrealistische brass. Deze muzikanten kunnen
vrolijk blazen, tokkelen en slaan en o zo vrolijk spelen met de grens
tussen genialiteit en waanzin. Waarbij de waanzin 'm in het verhaal zit
en misschien wel, misschien niet mede in de spelers, de artiesten.
In dit gezelschap valt ook de aanwezigheid op
van een jonge Belg. Een rijzende ster, een bescheiden, hard werkend en
tegenwoordig veelgevraagd talent. Joachim Badenhorst is zijn naam en hij
speelt op deze CD op basklarinet. Zijn bijdragen zijn essentiële
onderdelen op deze plaat. Luister bvb maar eens naar 'Mother's Love'. Hij
pendelt tussen Amerika en België en is op 5 februari te zien en te horen
met het Badenhorst / Berman Quartet in 't werkhuys Borgerhout.
|
||
|
|
||



|
||
|
Sinds de Britse pianist John Escreet in 2006
naar New York verhuisde, gooit hij daar hoge ogen. Sinds een paar
jaar is hij enorm actief en productief. Na de debuut CD 'Consequences' in 2008 met zijn
Project, een kwintet, kwam 'Don't Fight The Inevitable' in 2010. In 2011
verscheen met een heel andere bezetting 'The Age We Live In' en ook nog
'Exception To The Rule' - de eerste in kwartetformatie met een resem
gasten, de tweede een verschillend kwartet zonder gastmuzikanten.
Constante op deze uiteenlopende CD's is de aanwezigheid van mentor David
Binney die behalve zijn altsax ook een portie elektronica meebrengt.
Soms is de inbreng van elektronica beperkt, op deze CD vinden we een
heel evenwichtige afwisseling van spelen met en zonder elektronica. Een
andere constante is dat er telkens een topdrummer meespeelt - om nog te
zwijgen van de capaciteiten van andere begeleiders, zoals Ambrose
Akinmusire in het kwintet. Op 'Exception To he Rule' leidt Nasheet Waits
de eerste track in (meteen het titelnummer) met rollende drums die
al snel met een aanzwellende kracht de pianist mee betrekken in een
stomend stuk waarbij de rest van het kwartet mee opgaat in een geweldige
compositie. Is zo de toon gezet? Vergeet het. Dan volgt 'Redeye', een
bizar dromerige track vol elektronica en spaarzame pianotoetsen die ahw
een vervormde parallelle wereld suggereren. 'Collapse' begint dan als een
gevoelig romantisch nummer in een fris hedendaags kleedje. Escreet
verleidt de romantiek met tintelend spel en dan blijkt dramatiek om de
hoek te liggen wachten: Binney verklankt noodlottig struikelen,
uitschuiven en toch komt alles weer tot rust. Op 'They Can See' speelt
Escreet zowel met snaren als op toetsen, de parallelle wereld neemt het
weer over. Improviseren is de boodschap, ditmaal met Waits die op
instinct voelt wat te doen. 'Escape Hatch' pakt opnieuw uit met de kracht
waarmee de CD begon. Opnieuw ook: een compositie om U tegen te zeggen
met een up tempo en uiterst vernuftige ontsnappingsroute langs moeilijk
te nemen hindernissen die deze geweldige muzikanten met gemak blijken te
nemen. Om dan de elektronica weer te horen aankomen en weer in die
vervormde wereld te belanden; dan is het gas terugnemen en weer
improviseren… Daarmee zijn we nog maar halverwege de CD die zich verder
blijft ontwikkelen als een fimscore of een klankband ter verslag van een
bevreemdend avontuur waarbij (minstens) twee werelden het decor
uitmaken. Dan komen nog de 'Wide Open Spaces' waar we op zacht rollende
drums in worden geleid en 'Opsvik' met schetsende strijkstok de
desolaatheid van het landschap benadrukt… Verklappen we nog dat er 'Electrotherapy' aan
te pas komt, met ijle klanken die herinneren aan Tangerine Dream, oude
keyboards en dat bijna meditatieve ontspanning en onrust elkaar blijven
opvolgen. Deze CD is er één die je niet zomaar als
achtergrondmuziek kan opleggen. Afsluiten doet dit kwartet op deze CD
met een herneming van 'Wayne's World' dat ook al op 'Consequences' voorkwam,
in een versie die laat horen dat Escreet meer en meer zijn eigen weg
heeft gevonden. Zoals ook op 'Don't Fight The Inevitable' het geval was,
hoor je soms de invloed van Jason Moran, met name in het uit de bocht
gaan zonder het ravijn in te storten en in repetitieve stukjes die met
een bijzondere gevoeligheid voor detail weer gaan evolueren, maar
Escreet vindt wel zijn eigen weg. Met dank aan mentor Binney en zijn
goede vrienden/medemuzikanten die hem sterken. |
||
| Danny De Bock | ||
![]() |
||
![]() |
||
|
OTN 012 | Collection : Jazz and the City |
||
|
Joachim Kühn: piano
German pianist Joachim Kühn could have had a career in classical music had he not early on developed an enthusiasm for jazz under the influence of his older brother, clarinettist Rolf Kühn. After leaving his natal Leipzig, then still under communist yoke, the young Bach fan arrived in Paris in 1968 in the midst of the free jazz movement. His meetings with Don Cherry, Aldo Romano, Gato Barbieri, Archie Shepp and Roswell Rudd were determining. “The spirit of jazz”, he confided, “is rebellious and free”. This became the leitmotiv of his entire career. In every configuration he played in, preferably small ones, Joachim Kühn made his independent voice heard. Transcending boarders, the interpret and composer alternated between duos with Ornette Coleman, encounters with the young classical music pianist Michael Wollny and the Mediterranean sounding trio he formed with Ramon Lopez and Majid Bekkas. Though undeniably open-minded, he was uncompromising on one essential point: sound. This obsession led him to develop his own musical model “The Diminished Augmented System” which from then on became his musical trademark. His style became marked by a powerful lyricism that is nowhere more evident than on his solo recordings. In Free Ibiza, this key figure of the European jazz scene lays bare the qualities that were already obvious on his first solo recording in 1971. Romantic, passionate, introspective and sometimes demonstrative, Joachim Kühn manages to attain a kind of serenity. “His” Ibiza is not that of DJ’s and high level decibels. When he settled in the Balearic Islands, home to many loud parties, the Leipzigborn artist kept his demanding artistic standards intact. It is therefore not surprising that he should make an allusion to the island’s local music scene on “Moment of Happiness”, the last track of this album. This title reveals a lot about the extreme satisfaction he felt recording Free Ibiza. |
||
|
|
||
|
Joachim Kühn : ' Free Ibiza'
Joachim Kühn, dat zal zowat bij mijn eerste kennismakingen geweest zijn met jazz. Jaren zeventig was dat van alweer de vorige eeuw, we worden oud. 'Springfever' noemde de plaat waarop ook onze Philip Cathérine meespeelde en dat was meteen een kennismaking ook met fusion jazz, funky getint en dat was een openbaring. Natuurlijk was daar al Bitches' Brew geweest van Miles maar daar zou ik pas later van gaan horen, in die periode was het vooral rock van het hevigere soort dat me interesseerde want dat paste natuurlijk gans in mijn jonge uitgaansleven ! Joachim Kühn was eerder een experimenteren met andere muzieksoorten en die werd me ongetwijfeld aangeraden door de verkoper in de platenwinkel, nog een échte, één die wist waar ie 't over had en één die ook de passie voor muziek voelde, een haast uitgestorven soort vandaag want die vind je nog maar zelden. Vandaag de dag koop je je spullen helaas in de mediashop waar men van de medewerkers helaas niet verwacht van iets af te kennen van muziek of muziekgeschiedenis... Dit terzijde, nostalgia komt steeds vaker boven drijven...Joachim Kühn dus, die toen ook al , naast de George Duke spielerei op de keyboards, aardig lyrisch uit de hoek wist te komen, op de piano dan. Ik vind 'Springfever'dan ook nu nog een fijne plaat om te draaien. Met de jaren raakte ik de pianist echter kwijt want d'er is in het leven toch zóvéél en er viel nog heel wat te ontdekken. Later lees je dan dat Joachim een behoorlijk druk baasje is gebleven , een wereldburger die op veel plaatsen woonde en , belangrijker, met heel wat uiteenlopende muzikanten samen werkte.Don Cherry, Michel Portal, Phil Woods, Billy Cobham, Jean-Luc Ponty, Stan Getz, Ornette Coleman... Nu dan, dank zij het Out Note jazz label,heb ik 'm terug opgevist en da's mooi. 16 tracks aan de grand piano, ik stel me voor, bij hem thuis met raam open en wijds zicht op de zee...16 karakterstukken waar de naam niet om doet, da's persoonlijk, en daarom luisterde ik en zette er m'n eigen gevoelens of gedachten maar bij. Persoonlijk zou ik bij deze muziek, met de grilligheden, eigen aan de vulkaan Joachim Kühn, geen boek kunnen lezen. Dit is luistermuziek, geen achtergrondgordijn...
1.'Figueretas' - als het aanspoelen van golfjes op het strand, speels en best vrolijk.Meteen ook één der langere stukken van de CD 2. 'Mar y sal Nights' -Voorzichtiger, aftastend, met een zekere grilligheid ook en de klassieke pianist onthullend die hij ook is. 3. 'Casa Nuestro' - korte stemmingen, part one 4.'Flamingos at Cap des Falco' - meer passie en frivoliteit 5.'Can Masia' - korte stemmingen,part two en mogelijks wat geïrriteerd, Joachim speelt het van zich af. 6.'Free Ibiza afternoon' - Zo ook met deze die de jachtigheid vertaald 7. 'Es Cavallet' - Geduld zou hier het leitmotiv kunnen wezen 8.... August in Ibiza' - een weerkeren naar Ibiza, thuis en concerteren in je eentje, het heeft iets in zich van voldaanheid, geluk ook... 9. 'Talamanca' - Wikken en wegen en weer dat gevoel van voldaanheid... 10. 'Free Ibiza Night' - Ja, da's duidelijk nacht, daar dacht ik meteen aan bij het beluisteren, al blijkt dat daarom nog geen rustgevende nacht... en gaat het klavierdeksel dan maar abrupt dicht. 11. 'Clean Vision' - Behoedzaam en in de nabijheid van de andere sexe ? Ja, dacht ik wel, duidelijk een vrouw in de buurt...maar wat een mooi nummer(misschien net daarom?...) ! 12. 'Benirras' - stemmingen, part zoveel en nu dreigen er wolken in de meditterane lucht, al klaart het wel aan de einder, maar de piano dondert zwaar...regendruppels hier en ginder... 13.'Free Ibiza early morning' - humeurig...een kater? 14.'Salinas waves' -Was 1 het aanspoelen van golfjes dan kan dit ook zulks wezen al draagt dit meer dramatiek met zich mee en heeft het meer verhaal, het zullen wel meer golven dan golfjes geweest zijn... 15.'Eirissa' - Haast en spoed is zelden goed. Waar ligt dit nu weer?...en waar heb ik dat gelaten?.... 16. ' Moment of Happiness' - de dagelijkse ochtendgymnastiek, opgewekt en vrolijk, extreme voldoening van het maken van deze plaat...ja, da's wel duidelijk !
De pianist alleen weet wat er achter elke titel schuil gaat, vertaal dus naar believen maar geniet. 'Free Ibiza' is voor de liefhebber die de monumentale schoonheid van een grand piano weet te appreciëren, stemmingen en grilligheden begrijpt en de respons daarop weet te waarderen...aanbevolen luistervoer !
(Winus) |
||
|
In 2011 kwamen verschillende cd's uit
van muzikanten die in duo mooie resultaten weten neer te zetten. We
bespreken er in januari gauw nog enkele van.
|
||

|
|
||
| Here two musicians devoted to the “fish horn” in an intriguing sound mirror play. Transparence and flexibility of this rare formula rapresent the first nucleus of a reciprocal discover, a distance suddenly dialogic and without hiding possibility. It’s a dance, ovelapping different and close identities, where the inner voices catch themselves, giving room to a new narration, easy and complex at the same time, and to an expressive push. Deeply explored here, the soprano sax shows still a surprising modernity, a plastic psossibility, a great elegance and a more phisycal, direct sometimes violent side. Both pupils of the modern soprano sax master Steve Lacy, but with different derivations, Harri Sjöström and Gianni Mimmo are considered among the most interesting sound declinations of the soprano saxophone. Lyrical, ispired, harsh and warm at the same time they are performers with a personal style, great skills and sensitive feelings. | ||
![]()
|
Gianni Mimmo and Harri Sjöström, soprano saxophones
Danny De Bock |
||

|
|
||
|
|
||

|
OTN 010
Eric Watson, piano; Christof Lauer, saxophones
As bizarre as this may seem, Eric Watson and Christof Lauer had never recorded solo before even though the Paris-based American pianist and German saxophonist had already met. Christof lent his voice to “Road Movies”, an album Eric recorded in a quartet with Mark Dresser on bass and Eg Thigpen on drums. The two share a sense of discipline and a passion for liberty. Eric has a solid background in classical music and has shown he is capable of lyricism and rigor in his interpretations of works such as those of US composer Charles Ive. Christof has long been immersed in the free jazz movement, which is in Germany spearheaded by trombone player Albert Mangelsdorff. Their thirty years of practice and experience(s) has allowed them to position themselves as players of a jazz of the most authentic kind. Though they are demanding with themselves, Christof and Eric have been kind with each other in “Out of Print”, treating the other not as a rival but as a companion. The material for this album was composed by Eric who has taken little glory for this work. The exchanges with Christof are nervous, vigorous, fiery even. They are a dialog of equals. Together they cut to the essential in a language that is uncompromising, exploiting to the full the riches of their instruments and - for good measure - their travels together through faraway lands. Amateurs of sweet-sounding, consensual melodies: be on your way. Lovers of raspy dialogues and heartrending surges, this “Out of Print” is especially for you!
OTN 011
Dave Liebman, Tenor & soprano saxophone, wooden flute; Richie Beirach, piano
Dave Liebman and Richie Beirach have known each other for forty years. They don’t need to talk to understand one another, notes suffice. They get along harmoniously. Their bond dates back to the sixties when they played together in the group “Lookout Farm” led by Dave Liebman. It became stronger still when they set up “Quest”, an almost legendary formation composed of Ron McClure and Billy Hart, as well as Dave and Richie. The electricity between the two was such that they decided to record three duos together (“Double Edge”, “The duo live” & “Omerta”). Fascinated by the art of working together as a team - with each person contributing his part towards achieving a common goal - they decided to attempt the exercise of the duo with others: Dave with drummer Wolfgang Reisinger, percussionist Ravy Magnifique and the pianists Marc Copland and Phil Markovitz; Richie with trombone player Conrad Herwig and guitarist John Abercrombie. It goes without saying that both enjoy listening to the other which is the golden rule of playing in a duo. Their complicity is such that it does not require words; it is tacit which totally justifies the album’s name: “Unspoken”. In this album, Dave Liebman and Richie Beirach let go of all constraints to create a harmony that pleasures the ears. They give time to time and take turns playing their music, Richie on the piano and Dave on tenor and soprano saxophone or traditional wooden flute. Whatever repertoire they choose – be it a personal theme, a jazz standard or even a piece by Armenian classical music composer Aram Khatchatourian - their symbiosis is as plain as day. Dave Liebman and Richie Beirach’s “Unspoken” is a message of serenity and humanity.
|
|
OUT OF PRINT,
ERIC WATSON & CHRISTOF LAUER
Eric Watson, piano + Christof Lauer, soprano &
tenor saxophones Deze CD presenteert live opnames uit 2009
opgenomen in Straatsburg. Eric Watson is een naar Parijs uitgeweken
blanke Amerikaan die geen grote naambekendheid verwierf, maar wel een
stevige reeks referenties opbouwde door te spelen met mensen als Steve
Lacy, Daniel Humair, Albert Mangelsdorff en Ed Thigpen. Hij heeft een
voorliefde voor gecomponeerde muziek die klinkt als geïmproviseerd en
vice versa; klassiek componist Charles Ives vindt hij daarin uitmunten.
Hij houdt ook van Bach, Schoenberg, Webern en niet minder van Lennie
Tristano, Thelonious Monk, McCoy Tyner, Cecil Taylor. Samen met de
Duitse saxofonist Christof Lauer leidde hij in 2004 een kwartet dat de
veelgeprezen CD 'Road Movies' naliet, maar als groep geen lang leven
beschoren was. In duo hebben ze nu opnieuw een bijzondere opname uit.
De CD opent heel levendig, zeg maar onrustig met
'Rain Of Steel' dat met een hoog bopgehalte van start gaat en dan met
grillige en breed uit elkaar lopende lijnen op sax en donkere clusters
op piano een verhaal brengt van oorlog en de strijd aan het front. Met
de kracht van een gepassioneerde Beethoven of een woeste Peter Brötzmann
spelen de twee een muzikaal gedicht dat wild verschillende kanten opgaat
zonder pompeus of chaotisch te worden. Het is een pakkende opener, die
aangeeft met welk een intensiteit deze twee muzikanten uitpakken. Zij
hebben die kwaliteit van in de muziek op te gaan en daarbij te
improviseren terwijl zij heel goed het overzicht behouden, steeds klinkt
hun beschouwende kant door. Zowel in warme ballades (een 'Hero In The
Dark' vol toewijding, de gloed bij een voortschrijdende 'Cast Of
Shadows') als in het suite-achtige titelnummer met rustige, lyrische
delen en ook levendigere resulteert dat in sierlijke spanningsbogen die
langgerekt maar gracieus worden uitgewerkt. De twee creëren voor
zichzelf een kunstzinnig speelterrein in de deelverzamelingen tussen
klassieke muziek, jazz en moderne improvisatie. Zij gaan naar de kern
der dingen en nemen er weer afstand van. Bij momenten waan je je bij een
soloconcert van een klassiek pianist die al te lang in de schaduw bleef
van bekendere namen. Maar als de schrille en scherpe saxklanken weer
verschijnen weet je weer dat je met de vereende krachten en invloeden
van klassiek én jazz te maken hebt. In het afsluitende 'Juggernaut'
wordt het duo nog een keer uiterst dynamisch. Hier gaat een wagen aan
het rollen die niet meer te stoppen is, hij vervoert het beeld van een
Hindu god en verbrijzelt genadeloos alles wat hij tegenkomt, maar dan
ook gelovigen, onder zijn wielen. Meer dan twee geïnspireerde, gedegen
muzikanten zijn er blijkbaar niet nodig om zo'n niets ontziende rit te
verklanken. Daarmee is de cirkel rond. Het concert begon met verhalen
van bloedvergieten en eindigt er ook mee, zij het op een heel ander
terrein, in een totaal verschillende context. Tussen de uitbarstingen
door van geweld en wreedheid die deze wereld typeert vonden we pracht en
schoonheid, warmte en liefdevol samenspel. Een plaat die in het
bijzonder net na Kerst een zegen is, luister hoe zij slaat en zalft.
UNSPOKEN, DAVE
LIEBMAN & RICHIE BEIRACH
Dave Liebman, tenor & soprano saxophones,
wooden flute + Richie Beirach, piano Ook uit bij Out Note, nipt ook nog opnames uit
2009 en met een bijna gelijk instrumentarium dan 'Out Of Print' is
'Unspoken' een heel andere CD. Van de muziek van Watson & Lauer kan je
zeggen dat die gaat over grote thema's, deze van Liebman en Beirach
speelt zich vaker af op een micro-niveau. Hier gaat het om persoonlijke
gevoelens van liefde en genegenheid, de concrete affectie tussen
individuen, een nieuwe wending in het eigen leven om redenen van
gezondheid… Kleine zowel als ingrijpende dingen des levens. Titels als
'All The Things You Are', 'Hymn For Mom' / 'Prayer For Michael' en 'New
Life' mogen daarbij boekdelen spreken. Hier gaat het meer over
menselijke warmte vanuit een dagdagelijks perspectief dat op een hoger
en enigszins religieus niveau (Tender Mercies) getuigt van een dankbare
houding in het leven voor wat mooi is en dichtbij. De fluwelen klanken
van de saxofonist kunnen doen denken aan Ben Sluijs en door het
samenspel met een economisch en bedachtzaam pianist ook aan Sluijs in
duo met Erik Vermeulen. Maar 'Unspoken' is een heel andere CD, met een
heel andere invulling van lyriek en melodie. En het is niet al fluweel
en tederheid wat de klok slaat, er zijn ook zure en scherpe oprispingen
en alarmerende nood. Er zijn verwijzingen naar de werelden van dans,
film en, jawel, klassieke muziek. Openen doet de CD met het Adagio van het ballet
Gayaneh, gecomponeerd door Khatchaturian, waar Beirach voor viel toen
hij het hoorde in Kubricks film '2001'. 'All The Things You Are' krijgen
we in een versie die rustig overloopt van liefdevolle lyriek die teder
minder mooie kantjes en onaangename herinneringen toedekt. 'Ballad 1'
getuigt van grote eenvoud en met zachte sier van diepgang. 'Awk Dance'
laat zich enigszins associëren met donkere, licht ouderwets speelse Dave
Burrell. Met wisselende snelheid en intensiteit voeren de twee een
dansje uit dat zich bevrijdt weet van de oude keurslijven van jazz van
voor de free. Met 'New Life' komen we in de buurt van contemplatie,
pointillisme én Pierre Boulez. 'Walz For Lenny' van de Israëlische
wijnmaker en pianist is een ode aan Leonard Bernstein - zo komen we weer
in de filmwereld. Op 'Tender Mercies' verschuift de horizon naar het
Verre Oosten; de dankbaarheid voor de goede dingen in het dagelijkse
leven en de verbondenheid met naasten die als vanzelfsprekend kan
overkomen wordt bezongen met een houding die aan Oosterse filosofie en
religiositeit schatplichtig is. Hiervoor haalt Liebman de houten fluit
boven. Daarna komt nog een vrije improvisatie waarin de twee hun eigen
persoonlijke herinneringen aan Lennie Tristano verwerken en het thema
van 'Transition' van John Coltrane opnemen. Het duo danst er mooi mee
weg. Afsluiten doen ze met 'Hymn For Mom' / 'Prayer For Michael' -
Brecker that is. Met een zekere drang naar mystiek eren zij geliefden
die overleden zijn en nooit helemaal uit hun leven verdwenen… Dit is dus zo'n schijfje dat een mens kan
bijstaan in de nood aan diepgang in het leven, dat zowel de rust als de
levendige energie biedt om in een jachtige omgeving zaken en gevoelens
in een evenwichtig perspectief te blijven plaatsen. Deze twee muzikanten
hebben levenservaring en er de technieken voor onder de knie. Liebman
(°1946) speelde met Miles Davis, Elvin Jones, Chick Corea, Joachim Kühn,
BJO… Hij heeft al sinds Lookout Farm halverwege jaren 1970 een band met
Beirach en diens CD 'Impressions of Tokyo' (solo) gold voor het Franse
Jazzman/Jazzmagazine als één van de toppers van afgelopen jaar. Ook deze
CD verdient de aandacht. |
||
| Danny de Bock | ||