START NL START ENG JAZZ BLUES-ROOTS PICTURE THIS ! GALLERY JAZZCD BLUES-ROOTSCD AGENDA LINKS GASTEN/GUESTS CONTACT
SLIDESHOW JAZZ SLIDESHOW BLUES - ROOTS SLIDESHOW DIVERSE or click the  HOME - JASSEPOES index homecat to go back home !

 

 

JAZZ CD




JAZZ CD RELEASES


*BI = binnenland (BELGISCH) BU = buitenland

  mnd RECENSIE BI/BU ARTIEST ALBUM JAAR


mrt 2005 BI Chris Joris Into the light 2005


apr 2005 BI

High Voltage

 

Hoppin’  around 2005


mei 2005 BI FES (Flat Earth Society) Trap 2005


jun 2005 BI

Philip Catherine,Bert Joris and The Brussels Jazz Orchestra

 

Meeting Colours 2005


jul 2005 BI

Slang
 

It's on the way ! 2005


aug 2005 BI

Ben Sluys Quartet

 

True Nature 2005


sep 2005 BI

Tricycle

Orange for tea

2005



okt 2005 BI

Jan Muës

 

Cool Cargo 2005


nov 2005 BI

Purzelbaum Unlimited

 

2005


dec 2005 BI

Ilse Duyck Group

 

Exhale 2005


jan 2006 BI Pascal Schumacher Quartet Personal Legend 2005


feb 2006 BI

Hendrik Braeckman Group feat. Bert Joris & Kurt Van Herck

 

til now 2006


mrt 2006 BI Moker
 
Konglong 2006


apr 2006 BU

Amina Figarova

September Suite 2006


mei 2006 BI Milleniums
 
 Hi-Fi Stereo 2006


jun 2006 BI

Jazzisfaction

Open Questions 2006


jul 2006 BI

Octurn

21 Emanations 2006


aug 2006 BI

Nathalie Loriers & Chemins Croisés:

L'arbre pleure'

2006

sep 2006 BI

BJO

Countermove 2006


okt 2006 BI Carlo Nardozza
 
 Making Choices 2006


nov 2006 BI Chris Joris-Bob Stewart
 
Rainbow Country 2006


dec 2006 BI

Jef Neve Trio 

 Nobody is illegal 2006


jan 2007 BI

Jef Neve Trio 

 Nobody is illegal 2006


feb 2007 BI  Mâäk's Spirit   5 2007


mrt 2007 BI Bart Quartier 
 
 Thank You 2006


mrt 2007 BI

Octurn

North Country Suite
 

2007


apr 2007 BI

Marc Moulin

I am you

2007


mei 2007 BI  Cezariusz Gadzina Saxafabra 2007


jun 2007 BI Tutu Puoane Song 2007


jul 2007 BI RadioKUKAorkest Songs for Broadcast 2007


aug 2007 -      


sep 2007 BI Eric Legnini Trio Big Boogaloo 2007


okt 2007 BI  Baba Sissoko Ensemble Bamako Jazz 2007 


nov 2007 BI   Bert Joris Quartet Magone 2007  


nov 2007 BI   Compilatie Chopstick Records Chopsticks 2007  


dec 2007 BI   Fré Desmyter Quartet Something to share 2007  

 



jan 2008 BI    Chris Mentens Jazz Van Burnin' 2007   


jan 2008 BI    Dré Pallemaerts Pan Harmonie 2007   



feb 2008 BI    Saxkartel Yellow Sounds and other Colours 2007   


mrt 2008 BI    t-unit 7 the wind's caress 2008   

mei 2008 BI    Kristen Cornwell Quintet Distant Skies 2008   


juni 2008 BI    Trio Grande & Matthew Bourne Un matin plein de promesses 2008   


aug 2008 BI    Jean Michel Van Schouwburg-Jean Demey-Kris Vanderstraeten Sureau 2008   


nov 2008 BI    Pierre Anckaert Candide 2008   


jan 2009 BI    Stefan Bracaval
insight inside 2008   


mrt 2009 BI    Carlo Nardozza Quintet
Winterslag 2008   


mrt 2009 BI    Strange Fruit Smoke and Honey 2009   


apr 2009 BI     
Steven Delannoye Trio
Midnight Suite 2009   


mei 2009 BI     
Mahieu-Vantomme Quartet
Walk into the Skyline 2009   


juni 2009 BI     
4 in 1
4 in 1 2009   


augustus 2009 BI     
Marc Matthys Trio & guests
Shades 2009   


september 2009 BI     
Bernard Guyot-Charles Loos
Summer Residence 2009   


Oktober 2009 BI     
Marcelo Moncada Quartet
Colores 2009   


Oktober 2009 BI     
Tutu Puoane
Quiet now 2009   


Januari 2010 BI     
Moker
Moker 2009   

Februari 2010 BI     
Peer Baierlein Quartet
Cycles 2009   


Maart 2010 BI     
Jeroen Van Herzeele Quartet
Da Mo 2009   



April 2010 BI     
Yves Peeters Group
Sound Tracks 2010   
Juli
 2010
BI    
Jazz in ' Park Gent Live
CD 1 : Jeroen Van Herzeele Special Project
CD 2  - The Unplayables - Ben Sluijs - Jazz Lab all stars
 
2009  


Augustus 2010 BU     
Jungle boldie
Jungle boldie 2010   



Augustus 2010 BU     
Ronnie Lynn Patterson
Music 2010   



Oktober 2010 BI     
The Chris Joris Experience
Marie's Momentum 2010   



Oktober 2010 BI     
Rassinfosse/Collard-Neven/Alleman/Desandre-Navarre
Braining Storm 2010   



November 2010 BU     
Ig Henneman
Ig Henneman Collected 1985-2010
 CD box
2010   



November 2010 BI     
Strange Fruit
When the Blues 2010   



November 2010 BI     
Ben Sluijs - Erik Vermeulen
Parity 2010   



Januari
2011
BU   
Vijay Iyer
Solo 2010   



Januari
2011
BU   
Jason Moran
Ten 2010   



Januari
2011
BU   
Rudresh Mahanthappa & Steve Lehman
Dual Identity 2010   



Februari
2011
BI   
Anne Wolf Trio + Voices
Moon @ Noon 2010   



Februari
2011
BI   

Chad McCullough – Bram Weijters Quartet

Imaginary Sketches 2011   



Februari
2011
BI   

Hamster Axis of The One Click Panther

Small zoo 2011   



Maart
2011
BU   

Konitz-Liebman-Beirach

KnowinLee 2011   



Maart
2011
BU   
Raphaël Imbert Project
Live au Tracteur 2011   



Mei
2011
BI   
Tricycle
Queskia ? 2011   


juni 2011 BI    Trio Grande & Matthew Bourne Hold the Line ! 2011   


juni 2011 BI    Tom Van Dyck t-unit4 little man big world 2011   


juli 2011 BU    Peter Evans Quintet Ghosts 2011   


juli 2011 BI    Paul Van Gysegem Sextet Aorta 2011   


augustus 2011 BU    Ig Henneman Cut a Caper 2011   


augustus 2011 BU    Sara Serpa Mobile 2011   


september 2011 BI    Narcissus Narcissus 2 2010   


september 2011 BU    Lifescape Therapy 2011   


september 2011 BU    Polar Bear feat. Jyager Common Ground 2010   


oktober
 2011
BI International Trio Donkere Golven 2011   


oktober
 2011
BU Andreas Metzler Bassolutions 2011   



november
 2011
BI Tuur Florizoone Mixtuur 2011   



november
 2011
BU Endangered Blood Endangered Blood 2010   



december
 2011
BU JOZEF DUMOULIN TRIO with Trevor Dunn (USA) and Eric Thielemans (BE) : Rainbow Body 2011   



december
 2011
BU Ab Baars Trio 20 YEARS 1991 - 2011 5CD-BOX 2011   



december
 2011
BI Arne Van Coillie Unit de Hipste 2011   



Januari
 2012
BU Eric Watson & Christof Lauer Out of Print 2011   



Januari
 2012
BU Dave Liebman & Richie Beirach Unspoken 2011   



Januari
 2012
BU Stephan Crump & Steve Lehman Kaleidoscope and Collage 2011   



Januari
 2012
BU Gianni Mimmo & Harri Sjöström live at BAUCHHUND BERLIN 2010 2011   



Januari
 2012
BU Joachim Kühn Free Ibiza 2011   



Januari
 2012
BU John Escreet Exception to the Rule 2011   



Januari
 2012
BU Tony Malaby Novela 2011   





Chris Joris : 'Into the Light'

Chris heeft de eer om als eerste Belgische jazzmuzikant een  DVD werkstuk uit te brengen. Een eigen productie, net uit sinds januari 2005 en één waarvoor cineast Ken Kamanayo  hem in  2004 een jaar doorheen de concertzalen volgde. Ken registreerde 120 minuten liveoptredens met de Chris Joris Experience, commentaren van Dieudonné Kabongo,Ken N'diaye en Ben Ngabo,bevriende Afrikaanse muzikanten, de brothers van Chris en welbekende namen voor zij die Chris en zijn projecten volgen door de jaren. Aandacht werd verder even besteed aan het 1998/1999 project met Mal Waldron, iets waar Chris met fierheid mag op terug blikken. Korte verhalen ook door Chris zelf die in deze documentaire film een beeld schetsen van de percussionist/ componist/allround muzikant Chris Joris. Vaardig gekozen camerastandpunten,het creatief gebruik van beelden en dat alles gemonteerd zoal het hoort, Ken Kamanayo kent zijn stiel. Het geheel heeft een verzorgd geluidsspoor en lijdt helemaal niet onder de klankperikelen die opdoken tijdens de publieksvoorstelling op groot scherm in de Hnita jazztempel,een paar weken terug.Deze DVD sluit aan  op de in 2003 verschenen CD ‘Out of the night’ waaruit we voor de gelegenheid graag ‘The Long Way Home’ (ook op DVD)  plukken als begeleidende audiosample voor deze maand.Want muziek vind je wel genoeg op de DVD maar helaas geen audiotracks. Een pure DVD dus en een must voor de fans ! wellicht een toekomstig ‘collector’s item.Warm aanbevolen !


(Winus)




High Voltage: 'Hoppin’  around'

 De wetenschap dat deze jongens allen reeds in min of meerdere mate betrokken waren (of nog zijn) bij het BJO en de teneur van opener ‘Diem Ha’ schept even de illusie dat hier een groter orkest bezig is.Tenorsax/componist Dieter Limbourg hervormt dit gezelschap van 6 jonge uitstekende muzikanten met deze song tot een boppend showorkest.

Het relaxte ‘Loose ends’ dan, wederom van de hand van Dieter,die op dit album voor 5 van de 9 composities tekende,schept ruimte voor mooie soli van Peter Verhaegen op bass en Lode Mertens op trombone.Yeahhh !

 Daarna gaan we boppend verder op ‘Four or Five’ van leader Nico Schepers, met soli van hemzelf en,blij da’k hem nog es hoor,pianist Bart Van Caeneghem, die samen met Lieven Venken (drums) en bassist Peter ook nog es zijn eigen trio heeft .Na ‘De Frivole Framboos’ weer een ander hoofdstuk. Subtiel ingeblazen door Nico nodigt ‘The Queen of Palonia’ daarna uit tot zalig onderuitzakken,oogjes toe. Mooie song zondermeer.
’Bells ’n Brass’ komt vervolgens vanuit de verte aanstappen,schept meer verwachtingen,maar houdt het bij de weliswaar uitstekende soli, van Nico Schepers, Lode Mertens op trombone en Bart op piano om daarna weer zachtjes uit te deinen. Te strak gehouden en te braafjes. Hoog tijd voor wat weerwerk dus en dat krijgen we met ‘Oban Blues’. Een Nico Schepers zoals we hem kennen , krachtig op trompet ! Uitstekend pianowerk van Bart Van Caenegem en de babbelende trombone van Lode. Drumsolo van Lieven Venken en even later de climax. Graag méér van dat..!
Ieder doet zijn duit in het zakje en met ‘Waiting’ levert roffelaar Lieven Venken zijn bijdrage.Een ballad met zangerige trombone en cymbalendrummende Lieven steeds mooi,niet opdringerig, aanwezig.

Daarna krijgen we weer een Limbourg compositie Fitzrovia’ en horen we hem ook nog es op de tenor. Terecht één van de solisten die we steeds graag naar voren zien komen bij het Brussels’.
Afsluiten doen we na een boeiende 56’23’’ met de titelsong ‘Hoppin’Around’ Weer de uitgesproken, krachtige trompet van Nico.We vervolgen het rijtje met ‘talkin’ trombone’ Lode Mertens en een rauwere Dieter Limbourg. Postboppin’,alleszins boppin’ naar het einde toe, met knippende vingers,zo hebben we het graag !


(Winus)




 FES (Flat Earth Society): ‘TRAP’


Flat Earth Society is een buitenbeentje in het Belgische jazzgebeuren. Componist/arrangeur Peter Vermeersch stichtte dit 17 koppig buiten-gewoon gezelschap. Je houdt er van of je moet er niet van hebben… I love it ! TRAP begint met swingtime music ;vooroorlogse swingbands stel je je hier bij voor op deze Peter Vermeersch interpretatie van een Fud Candrix stuk ‘Mixture’. Daarna is het oogjes sluiten, stel je eigen animaties maar samen en speel ze tekenfilmgewijs maar af op een denkbeeldig beeldscherm bij dit Vermeersch stuk ‘Trap’. Daarna gaan we verder met een cha cha cha ritme en de lekkere stem van Anja Kowalski. Grote klasse, die miss Kowalski, maar dat wisten we al…. Volgt ‘ Foreign Accents’ , een Godley-Creme nummer, compleet maf met slagwerkuithalen en Anja stemdinges op een funky guitar-riff…Van de weeromslag krijgen we dan een Duitstalige ballade en op de tenen wagen we ons door deze ..ahum…Weense wals…’Servus sagt die Schöne Stadt der Lieder’. Intussen gaat de gitaarsolo van Dacid Bovée wel raar doen maar bij FES kan je je aan vanalles verwachten ! ‘Zonk’ brengt ons dan op hoge golven met diepe dalen op en neer,op een Zappaiaanse wijze naar de overkant van een woest meer…of we die overkant halen?...of is het eerder: wij zinken,hij zonk ?...’Woeful message from the VLF’ start daarna gevaarlijk langzaam…Behoedzaam mee om te gaan toch…Blijkt uiteindelijk een ballade te zijn van het soort : ‘gevaarlijke dreiging in de lucht,onweer op komst…
We zijn dan al over de helft en dan krijgen we O.P.E.N.E.R., de ontlading na het vorige…Lachende trombones, schetterende saxen,speelse clarinet…
Marsmuziek volgt…laat de tinnen soldaatjes maar stram stappen op het strenge, ritmische jeluidsspel van ‘Marche des Lames’.Halverwege wordt het dan weer hallucinant, een nachtmerrie in geluiden vertaald en wederom uitstekend gebracht ! Dit zijn allemaal hooggeschoolde musici !
’Mr.Monotony’ mag dan stepdansend en onder tubabegeleiding eindigen.
Besluit : dit is geen Ceedeetje waar het grote publiek gaat van houden. Dit vereist fantasie, verdraagzaamheid  en een openstaan  voor Zappaiaanse toestanden. Héél erg leuk !


 (Winus)



 Philip Catherine,Bert Joris and The Brussels Jazz Orchestra: ‘MEETING COLOURS’


Op deze verzorgde Dreyfus Jazz en VRT Klara productie krijgen we bijna allemaal composities van Philip Catherine met bijpassende arrangementen van Bert Joris. Een gevoelige ,haast liefelijke schijf is het, die ons stapvoets door de orkestbak brengt met ‘On the ground’,heel harmonieus en beheerst. Zo gaat het eigenlijk door gans de CD door want op dezelfde leest is ook ‘Pink Circus’ geschoeid dat verder schrijdt in  een ingehouden,stijlvolle sfeer. ‘Happy Tears’ dan, door trompet en gitaar mooi samenklinkend ingezet ,brengt ons gauw al meer up tempo en klinkt al meer als een muziekstuk voor groot orkest. Mooie solo van Bert Joris en finale van de blazerssectie, mooi, dus…’Letter from my mother’ een ballad ter nagedachtenis van Philip’s moeder, is weerom hartverwarmend, als het ware een walsje voor één paar…gevolgd door ’Piano Groove dan, dat  vingerknippend en swingend verder gaat en  waarbij de blazers weer mooi invallen, boven het gefraseerde gitaarspel van Philip. Dan is het de beurt aan de eerste van twee ‘tweeacters’ ‘December 26 th’ komt in twee delen, eentje rubato (vrij van tijdmaat) en een langer stuk ‘in tempo’.De ritmesectie met de bas van Jos Machtel en drums van Joost Van Schalk’ leidt het grootse orkest mooi dansend door de melodie naar het einde.  ‘The Hostage’ geeft ruimte voor orchestrale uitvallen en een gitaar in vervoering .Voeg daar nog een speelse Bert Joris bovenop voor wat extra sfeer. Denk er de deukhoed bij… ‘In a sentimental Mood’ , de enige niet eigen compositie, want natuurlijk bekend van Duke Ellington, schuift langzaam voorbij en de gitaar van Philip verhaalt mooi deze gevoelige, wiegende song. Mooi harmonieert daarbij weer het BJO.
Met ‘Francis Delight’ wordt het tijd voor wat sneller werk waar ook het voltallige orkest wat meer op de voorgrond treedt met meerdere soli van verschillende blazers en ‘Yellow Landscape’ toont daar bovenop weer maar eens het magistrale samenspel van dit 15-koppig klasse-orkest en tevens nationale opsteker !
Eindigen doen we met een grande finale in twee stukken. ‘Dance for Victor’ (rubato en in tempo) maakt dit hele mooie werkstuk af. De gitaar van Philip sterft op het einde stilletjes weg en laat ons achter met een goed gevoel. Meermaals live gezien en dan nu vastgelegd in een ‘masterpiece’…


(Winus)




Slang :'It's on the way !
'

Heel eigentijds klinkt deze derde van ‘Slang’ waar zij verder gaan op het ingeslagen pad en daarbij hun grenzen aftastend verleggen. Het is een heel eigen,kenmerkende sound die hen typeert. Zuivere, geïnspireerde percussie tot stomende jungledrums,da’s het werk van Michel Seba,oud-leerling van Chris Joris en één van m’n percussiefavorieten. Trouwens ‘long time no see’ en intussen blijkt deze getalenteerde knaap ook aardig bezig op drums. Vroeger beperkte die zich vooral tot de uitgebreide pot-en pannenwereld,maar hoor ‘m nu maar bezig,bvb in ‘Out Of Control’,pure jungle met als toegevoegde waarde het scratchwerk van guest DJ Grasshoppa die trouwens op meerdere tracks te horen is en het geheel vertaalt naar deze hiphop tijden.Een welgekomen element… Verder is deze schijf een mix van culturen soms Zuid-Amerikaans, zweer je dat de Incas achter de deur staan met steeds die gepaste fluit en saxuithalen van Manu Hermia. Dan weer Afrikaans op afsluiter’Afluha bwo’.De opener ‘Make it happen’ krijg je dan  wel op een reggea groove met de stem van gaste Angelique Wilkie erbij.
‘L’homme tranquille’ brengt ons na de bassintro heel trancematig naar het einde. Stemmig sfeertje,nochtans jaren niet meer geblowd... ‘Germaine’ klinkt daarna erg vrolijk met het speelse fluiten van Manu Hermia en de  lekkere percussie van Michel. De bass van Francois Garny vibreert er soms wat te dreigend door en bepaalt voor een groot deel de klankkleur van dit gezelschap. Titelsong ‘It’s on the way’ klinkt daardoor soms wat somber en weerom brengen de heldere fluitklanken van Manu licht in de duisternis.’Sequenzz’ met guest DJ Grasshoppa is big city dance music. Zet dit vooral niet te stil ! Breakdance hier rustig op los,ik kijk wel toe…Abrupt wordt er afgebroken en krijgen we ruimte voor bezinning. Sax en bass zingen samen ‘Flowin’.
Eindigen doen we met wat Afrikaans. Gastvocaliste is Manou Gallo en Bilou Doneux beroert daar ook nog ergens een gitaar volgens de credits. Al met al een CD die qua ’s zomers karakter deze maand niet misstaat op deze plek...kleurige hoes... Helemaal niet slecht al lijkt het mij dat er wat sleet komt op deze formule na ‘Los Locos’ (2000) en ‘Save the Chili’s (2001).Men legge de vorige nog es op en oordele zelve…


(Winus)




Ben Sluys Quartet : 'True Nature
'


Al een tijdje trekt Ben met dit nieuwe quartet, buiten hemzelf verder bestaande uit  tenorsaxofonist Jeroen Van Herzeele, Italiaanse bassist Manolo Cabras en de Tsjechische drummer Marek Patrman, door de Culturele Centra en jazzclubs in binnen én buitenland. Na acht jaar met het vorige quartet verkoos Ben het op een totaal andere richting te gooien. Geen piano meer zodanig dat je de harmonie al niet in die richting moet zoeken. Ben gaat in dialoog met Jeroen wat meteen al zorgt voor geslaagde opener ‘3 Times nothing’. Maar let op ! Niet voor niks vermeldt Ben waar hij de inspiratie haalde voor de negen, verder geheel eigen, composities. Als je namen leest als Ornette Coleman en misschien meer nog de multi-instrumentalist Anthony Braxton weet dat je in de avant garde muziek en free jazz zal verzeilen…’True Nature’, titelnummer is er zo één… ‘Old Demons’ is dan weer een subtiel samenspel van de twee saxen, beheerst,haast op kousevoeten… en Oosters getint is ‘Mali’. Ben bespeelt die atmosfeer uitstekend door hier heel gepast de fluit te hanteren. Klinkt heel mooi… Verder worden we gedompeld in een hypnotische sfeer die doet denken aan  ‘A love supreme’ van Coltrane. Ben vindt in Jeroen de gepaste partner om het nummer harmonieus af te sluiten. ‘Follow your neighbour’ is dan weer uitgebreid verhaaltjes vertellen en dat gaat lyrische Ben goed af. Jeroen sluit gepast aan in de dialoog. Heel geslaagd ! In ‘Happy Widow’ mag je vingerknippend en goedkeurend een ‘yeah’ laten vallen…Ach,jazz weet je…
 ‘Unlike you’dan doet,mede door de beginpercussie op cymbalen en de melodielijn,  wat aan Chris Joris denken. Die staat trouwens mee als inspiratiebron vermeld op de binnenhoes.‘Major Step’,het volgende nummer, is waarschijnlijk  een muzikaal omschrijven van die eerste stap ’s morgens uit bed, het verdwaasde wakker worden na een chaotische nacht die ook in de ochtenduren blijft rondspoken…en daarna haastig naar het werk. Hele verhalen schieten je met deze muziek door het hoofd. Beetje eng en zwaarmoedig wordt er daarna afgesloten met ‘Transformation’

Ben heeft met deze CD bewezen dat dit quartet klaar is voor méér, alleen mag het bijwijlen met wat meer goeie vibes,wat meer humor…

(Winus)



Tricycle: 'Orange for tea
'


Aardig om horen en weten is, dat er buiten Rony Verbiest nog getalenteerd accordeontalent bestaat in ons kleine landje. Tuur Florizoone bespeelt trouwens naast die accordeon ook de piano op deze eerste CD van het gezelschap Tricycle. Gezelschap dat 4 jaar geleden een feit werd na een succesvolle begeleiding van een circusvoorstelling in Sylt (Duitsland). Naast Tuur,die alle composities en arrangementen voor zich nam (behalve één, waarvoor Vincent Noiret tekende) bestaat het trio verder uit Philippe Laloy aan de saxen en de fluit en de eerder genoemde bassist Vincent Noiret.Erg sterke debuut CD dus, van muzikanten  die het allemaal al wel weten. Lees hun bio d’er maar eens op na. Begonnen wordt er met een soort ‘prelude’, de intro van ‘Kater’ een stuk dat zich wat verder op de CD vervolgt, van vocals werd voorzien en tevens gezongen door Jessa Wildemeersch. Intimistisch … Tweede track ‘Contamines,mon joie’ is een speels samengaan van wereldmuziek en jazz. Deze jongens hebben elk hun ervaringen in diverse muziekgenres,chanson, musical en zeker ook in de folk en dat laat zich in dit nummer duidelijk horen. Sterk in samenspel, mooie compositie en meteen al een hoogtepunt ! Volgt ‘Jouer au Parc rouge’, een langer stuk, onderverdeeld in verschillende parts waarin beide solisten mekaar mooi aanvullen zonder mekaar voor de voeten te lopen. De baslijn is de rode draad die alles mooi aaneenrijgt. ‘Moving on’ brengt Tuur aan de piano met eerder traditionele jazz. Speelser wordt het alweer in ‘Evinha,minha vizinha’, dat heb je zo als die fluit en accordeon met mekaar als het ware beginnen te converseren. De bas vlecht zich daar mooi tussendoor. Gemaakt voor een zomerse dag… ‘Silvana’ is daarna héél kort, schept de illusie dat er bastuba bijzit… Na ‘Kater’ dat hier op track 7 onder gezelschap van Jessa z’n vervolg vindt, komt er nog zo’n klein stukje muziek : ‘L’homme marche droit’, de aanzet voor een pianowalsje ? Ontknoping van die korte muziekdingetjes vindt je wellicht in ‘Then at least’, wat slavisch, mooi gebast en die lyrische soprano sax van Philippe mag d’er ook telkens wezen…het einde wordt afgestreken door Vincent op bas. ‘Tzygane’ heeft ook die Slavische zigeunerziel. Je ziet hierbij de dansgroep in kleurrijke klederdracht al paraderen. Dat Tuur geregeld door dansgroepen wordt gevraagd zal wellicht dan ook niemand verbazen…
’Stilte voor de storm’ klinkt ook als die stilte… mistige landschappen doemen op voor je geestesoog. Korte stilte echter wegens slechts 1’35’’ lang en die storm blijft ook wel weg. Flink doorstappende bas voert je door ‘Bangkok ou ailleurs’, de compositorische bijdrage van Vincent Noiret, lichtvoetig en goed verteerbaar en ’Con Largos’ refereert daarna aan het Braziliaanse avontuur van Tuur Florizoone en is niet té lichtvoetig,er  zit wat drama tussen,dat voel je zo…
’Orange for tea’, titelnummer, vraagt stilte en een luisterend oor. Gevoelig, troostend, hoopvol, geschreven voor een vroegtijdig overleden vriendin, Leen Blyaert.
Zéér sterke CD of hadden we dat al gezegd?


(Winus)




Jan Muës: 'Cool Cargo
'



Op deze easy listening CD start Jan met het bekende ‘Flamingo’ van Grouya. Aardig gespeeld, dat wel maar verder schuift dit toch maar onopgemerkt voorbij… Hetzelfde mag gezegd van nog zo’n bekend thema:  ‘Old Devil Moon’, een latin swingertje dat op een te laag gestookt vuurtje verder pruttelt. In ‘Too marvelous for words toont Jan dan voor het eerst zijn vocale kwaliteiten en scat er in het begin lustig op los. Het nummer valt echter nogal snel stil, is amper 2’21’’ en da’s jammer want meer tijd gaf ook wat meer kans voor méér scatwerk. ‘On a slow boat to China’ van F.Loesser en weer zo’n bekend nummertje, heeft meer tijd en laat dan ook de kans aan Johan Sabbe om éven te soleren. Ballads voldoende op deze schijf en ‘I fall in love too easily’ is er daar weer één van. Bekend van Frank Sinatra maar evengoed van Chet Baker en op deze track is er ook wat plaats voor een bassolo door een al jaren bekend Muës begeleider, Flor Van Leugenhaeghe. Ruimte voor eigen composities ? Nauwelijks, maar ‘Glad to be me’ is daar wel zowat de leukste onder met naast aardig trompet/bugelwerk ook hier weer een zingende Jan die het over z’n obsessies heeft en toch ‘Glad to be me’… Daarna is het weer slowtime met evergreener ‘Moon River’ van filmmuziekmaker Henri Mancini. Very lowdown tempo en haast slaapverwekkend, sorry hoor. Geef mij dan maar ‘Darling, je vous aime boucoup’ van Anna Sosenko. Grotendeels gezongen maar hier prefereerden we toch de live versie want  tijdens de CD-voorstelling kwam daar het ‘darling’ met rollende r beter uit en leek het geheel ook wat geestiger… Ingezet door Luc Vandenbosch op drums doorloopt Jan op ‘That old feeling’ de trompetschool om gauw te tonen hoe het wél moet. Een Johan Sabbe, steeds ingehouden op piano, staat Jan bij met een geïnspireerde solo. Klassiek wordt er uitgeblazen. Die trompet valt daarna hoogstemmig in op alweer zo’n ouwetje: ‘Laura’, waarop Jan zowat in z’n beste doen is. Met vork op de snaredrums en een eindje om door de bas helpt de ritmesectie het geheel naar het einde. De demper gaat er dan op en braaf ouderwets komen we door ‘Walking my baby back home’ . Haal dan de paraplu maar boven voor het eigen ‘Rainfall’. Ook weer een ballade maar dan één van eigen hand en dat geniet nog steeds de voorkeur, wat ons betreft. Ook hier weer een Jan in goeden doen. Opgegroeid en begeesterd door de 50-er jaren muziek is het niet verwonderlijk dat we er daarna weer zo ééntje krijgen. Was het Billie Holiday die ons vroeger influisterde …’ You don’t know what love is’?...
 We gaan er om te eindigen met song 14 verdorie uit op een samba-ritme:  ‘Baubles Bangles and Beads’. Conclusie : very easy listening soft jazz die weliswaar een groot publiek zal aanspreken maar de verwende Belgische jazz liefhebber in de kou laat. Na jaren met het uitstekende Jan Muës en The Musetrap gezelschap hadden we liever een CD uit die richting zien komen met absoluut authentiekere ‘levende’ muziek. Hopelijk krijgen we bijtijds dan ook een revanche van die kant.

 

(Winus)



 

Purzelbaum Unlimited: ''

Purzelbaum Unlimited,dat zijn pianiste Catherine Smet en zangeres/vocaliste Anja Kowalski,ook bekend van o.a. het te gekke FES. Dit duo bestaat al langer dan vandaag en we zagen beiden al meer dan eens samen aantreden. Een samenwerking die bevalt blijkbaar. ‘Purzelbaum’ is de Duitse vertaling voor koprol en verwijst, zo zegt de bio, naar het duo’s ‘duistere verleden met aerobics’. Duister gaan we alleszins van start met woorden van Gottfried Benn en muziek daarrond van mooie Anja. Zwaar aan de start,zo gaat dat met aerobics. Op z’n Frans daarna en dat wordt al wat speelser maar voor Anja wordt het gauw genoeg :’Assez’! Talencarrousel dus en het volgende nummer ‘Day break’ met die zo typische piano aanslagen van Catherine zet ons even maar in het daglicht (1’58’’) op tekst van Georgiev. ‘203 Amity Street’ begint dan erg jazzy, wordt al gauw vertellend en vocaal improviserend door Anja die dat met Flat Earth Society ook al zo onnavolgbaar kan. Leuk ! ‘Sonnet from the Portuguese’ is erg mooi op piano,lyrisch en knap gezongen . Vele zullen dit (maar helaas onterecht) de eerste ware song vinden op deze ‘Dő’.. Daarna gaan we passioneel met wat Zuiders in ‘Dança da Solidão’ Klassevrouw toch,die Anja Kowalski. Geboeid,geamuseerd,in vervoering, zij maakt wat emoties los ! In ‘Now is the time’ op tekst van Georgiev en Kowalski danst de piano vrolijk rond diezelfde vocale speelvogel . Catherine Smet zette ook dit op muziek en die typische speelstijl herken je na een tijdje tussen veel anderen.’Kleines Liebeslied’ brengt ons terug naar het begin van de CD . Duitse taal dus en weer wat zwaar op de hand,liever wat anders…’Liesschen Walzer’ is inderdaad anders…een walsje,een ‘Purzelbaum walsje’ welteverstaan en Anja ziet ze vliegen met haar blaasmuziekje… Af en toe flirten we ook wel met chanson en dat gebeurt ook met ‘Clairon’,we walsen verder op de kousen… en daarna krijgen de mannen een veeg uit de pan in ‘L’amour des hommes’…’Si les hommes nous aiment,c’est pour eux ‘. ’t Is maar dat je’t weet. ‘ Aurore Boréale’ is weer zo’n typisch Purzelbaum stukje. Allemaal kortverhaaltjes die alleen al door de manier waarop ze gebracht worden, je in stilte doen verzinken.’Game over’ met een Catherine Smet die magistraal inzet krijgt een zeldzaam jazzy aura over zich .Smaakt op één of andere manier naar Joe Jackson...‘Weird Nightmare’ ,een bewerking van  een Charles Mingus stuk sluit deze schijf op gepaste wijze af. Een CD die je leert luisteren,niet echt jazz maar wel grenzen aftasten tussen jazz,chanson en improvisatie. Aanbevolen om ook eens live mee te maken !

(Winus)




Ilse Duyck Group: 'Exhale'

 
We misten het optreden van de Ilse Duyck Group vorig jaar op de Mechelse Jazzzolder en deze CD is dus , so to speak, een allereerste kennismaking, al had de band al eerder in 2002 een eerste Cd ‘Behind’ uit. Het bevalt al direct met het eerste ‘A little odd mistake’ dat drijft op de bas van Philippe Aerts, grote meneer,die er live weliswaar niet steeds bij is,maar dan voortreffelijk vervangen wordt door Christophe Devisscher. Ilse heeft er zin in en brengt een aanstekelijk enthousiasme dat zich verder zet met zwierig pianospel van Paul Flush en akoestische gitaarplukken van Filip Verneert,die we wél al eerder zagen op de zolder, al was dat toen in minder geslaagd gezelschap (Djazzperado,en daar zullen we verder maar over zwijgen…)
 ‘Elba’ is de volgende eigen compositie op tekst van Dirk Van Esbroeck en laat Ilse vocaal over wolkjes lopen. Het is een sterke ‘group’ die haar omringt en het hechte samenspel maakt dat het een plezier om luisteren is. Beetje popsong, refereert wat naar Kate Bush en mooi verhalend met Paul Flush aan accordeon en piano. Heel fragiel gezongen is ook ‘Eternity’, een beetje melancholisch en steeds met aangepaste muzikale omlijsting … subtiel met Luc Vanden Bosch op drums. Zo vervolgen we ook op ‘For you’ met uitstekende gevoelige tenor van gast Dieter Limbourg. Breekbaar en ook mooi vertaald  naar woorden…Feel the beauty just to be… Tijd dan voor wat meer up tempo en schwung met het latin getinte ‘Fly’.Goeie tussendoorsolo van de begaafde pianist en mooi naar het einde gedreven door de bas van Philippe.. Luc Vanden Bosch gepast op percussie en Ilse scattend weg… En dan horen we voor het eerst Ilse aan de cello want naast vocaliste is Ilse natuurlijk ook een begaafd celliste met diploma van de muziekacademie van Gent. We deinen wat verder op de ingeslagen,rustige weg met ingetogen nummertjes,begeleid door gepaste gitaartokkels en stemmige piano…het lijkt me even wat té rustig…deze ‘Return’ en ook ‘A Love affair is weer heel erg breekbaar. Meer bloed in de aders dan heeft ‘Shadows’ met Paul Flush op de Hammond en een Filip Verneert die electrisch gaat en zo dan heel erg Philip Catherine benadert. Schone solo en sterke song als geheel, mooi zo ! Maar Ilse heeft duidelijk een voorkeur voor het intimistische werk. Daar wordt zij in ‘Rue du Soleil’ goed  in bijgestaan door haar eigen ‘group’…’Dit is de groep waar ik al jaren van droomde’ laat zij zich dan ook graag uit over het groepje puike muzikanten waar zij zich mee omringt… Even verder wordt er weer met latin geflirt in ‘Theresa’, Filip Verneert bespeelt voortreffelijk de Spaanse gitaar en Ilse strijkt een handje mee. Datzelfde ‘Theresa’ krijgt trouwens een paar nummers verder als bonus track nog een Nederlandstalige tekst mee en klinkt eigenlijk ook best lekker zo. Maar eerst krijgen we nog het enige, niet eigen nummer: ‘Moody’s mood for Love’, een eigen interpretatie van deze evergreen en standard. Wat speelse verliefdheid in een jazzy mood. Afsluiter wordt de titelsong ‘Exhale’ …Heel bijzonder nummer, gestuwd door de ritmesectie. De wahwah-gitaar en de Hammond van Paul Flush geven bovendien dat dit nummer een  hele seventies aura boven zich hangen heeft…Psychedelisch en heel ongewoon… Eindconcusie : na meer dan tien jaar in diverse groepen,musicals,bands en bigbands lijkt het er op dat Ilse Duyck haar plaats gevonden heeft. Pop met sterke jazzy inslag en omringd door een hecht gezelschap. Van deze fijne vocaliste die bovendien haar eigen nummers componeert horen we spoedig nog !

 

(Winus)



Pascal Schumacher Quartet: 'Personal Legend'


Deze tweede van het Pascal Schumacher Quartet stort ons na een korte prelude van Pascal op een zweverige vibrafoon,verder in een energieke werveling waar beide solisten (Jef Neve aan piano naast Pascal op de vibrafoon) zich uitermate goed bij voelen . De 25 jarige Pascal die eerder vorige jaren reeds aardig in de prijzen viel (in 2004 een eerste prijs én de publieksprijs op Tremplin Jazz Avignon FR) en onlangs won-ie  nog in november 2005 de Belgische Django d’Or in de categorie ‘nieuw talent’) vindt in Jef Neve, aan piano, de geschikte sparringpartner voor abrupte tempowisselingen die de ‘Kitchen Story’ stoofpot weer erg lekker maakt.Teun Verbruggen op drums beroert daarbij gepast het kookgerei en bassist Christophe Devisscher troont daarnaast als keukenmeester en houdt alles in het gareel. Lichte vingers en dartel gehos over de pianotoetsen en vibrafoon in het enige stuk waarvoor Jef tekent op deze ‘Personal Legend’. ‘Flim Music’ begint als enkele regendruppels bij een fris buitje,uitmondend in een fonteintje van zomerse koelte.Subtiel bijgedrumd en steeds met dat betoverende vibes-geluid, niet moeilijk dat alles dan zo sprankelend klinkt…het buitje sterft zachtjes uit onder de vingers van Jef…Christophe Devisscher zorgt daarna voor een verkwikkende wandeling met ‘Quartz’,tevens van zijn hand. De baslijn leidt het stuk doorheen de soli van Pascal en Jef die qua virtuositeit niet voor mekaar moeten onderdoen.Teun drumt daar heerlijk doorheen .De wandeling rondt zich gepast af.Bestemming bereikt ! ‘Personal Legend’,het titelnummer, is een mooie ballad met een verhaal: There is a personal legend to achieve.Going further,going back, there is a Personal Legend to live…Mooi,maar spijtig wat voortijdig gedaan naar mijn smaak…de legende moet nog geleefd worden…
’You & The Night & The Music’ waarbij de pianovleugel van Jef imposant in het begin naar de voorgrond treedt,wordt gauw een podium voor de ritmesectie. Christophe vertellend en Teun daarbij instemmend knikkend tot de solisten beiden weer indrukwekkend aantreden.Tegen het einde krijgen we verdorie nog een latijnse afronder…Een stuk was dit van Arthur Schwartz en Howard Dietz en één van de twee niet eigen composities.Twee composities,daar zorgde Christophe ook voor en met ‘Sailplane’ krijgen we hier de tweede alweer.Zwevend op een briesje,zo mag een bas ook wel eens klinken… Voeg daar de speelsheid van Jef, always  light van de vibrafoon van Pascal en het cymbalenspel van Teun bij en je hebt een perfect rielekste song… Haast even perfect sluit zich daar ‘Leap Year’ van Pascal Schumacher bij aan, meer jazzy maar evengoed lekker onderuit.Tot het tempo je verder wervelt.In de studio was het evengoed zo want instemmend hoor je daar een shout van Jef,dacht ik zo ?’The Ankh 2’ is dan een licht roffelende,cymbalen plengende Teun,een prelude van het laatste nummer : ‘Los Dos Lorettas’van de hand van Mike Mainieri en geen high tempo waar je je dan wat aan verwacht maar een ingetogen gebrachte siëstajazzsong. Abrupt einde,een paar maten vroeger dan je verwachtte. …Caramba !
In het geheel gezien is deze ‘Personal Legend’ echter een terechte keuze voor deze maand,Dit is een quartet dat heel wat in z’n mars heeft met 4 buitengewoon sterke musici die samen de perfecte vier-eenheid vormen ! Draai dit op een high performance geluidsinstallatie !


(Winus)



 Hendrik Braeckman Group feat. Bert Joris & Kurt Van Herck: ‘til now'



De titel van dit eerste eigen album van Hendrik Braeckman wijst waarschijnlijk op de lange tijd dat hij ons heeft doen wachten op dit werkstuk. Hendrik staat al haast twintig jaar als sideman of lid van diverse gezelschappen op de scene zoals recentelijk nog bij Ancesthree, naast Ben sluys en Piet Verbist,maar zat ook al eerder bij het BJO en in onwaarschijnlijk vele combinaties met medekompanen of in projecten met o.a.  Toots Thielemans, Frank Vaganee,Jeroen Van Herzeele, Rony Verbiest, Peter Hertmans, Bart Defoort en ga zo maar door. Chansonniers zoals Johan Verminnen en Wannes Vandevelde deden trouwens ook al beroep op Hendrik’s muzikale talenten. En dan is er nu dus ‘til now, een gans eigen project met 11 eigen composities. Ook al de arrangementen zijn van Hendrik’s hand. Op dit fijne werkstuk omringt hij zich met de fine fleure van de Belgische Jazz en dat met een gevarieerde bezetting,nu eens met z’n allen en dan weer zonder de blazers.Maar eerst krijgen we een solostuk, het spacy ‘Colours’,een aankondiger van wat volgt. De CD wordt trouwens gepast afgesloten op eenzelfde manier Broertje ‘Colours’ hangt ook achteraan.
 Opvolger ‘Santa Margerita’ wordt gebracht door het ganse kwintet met soli van achtereenvolgens een sterke (is-ie ooit anders ?) Bert Joris op trompet, Hendrik zelve op zijn ‘Jacky Walraet gitaar’, een heel rielekst spelende Kurt Van Herck op de tenor en Piet Verbist aan de bass. Jan de Haas op drums krijgt later z’n beurt nog wel. Heel lekker jazzy nummer,deze CD wordt een snoepertje ! Wat melancholischer wordt het in ‘Fluit’ met een dialoog tussen de twee blazers. Hendrik komt gepast tussenbeide en aan het ‘gekibbel’ komt een einde. De bass laat ook z’n zegje horen maar het is Hendrik die verzoent en harmonieus naar het einde begeleidt. Met ‘Felix’(genoemd naar één van z’n kinderen) wordt het wat intiemer want zonder de gastblazers. Mooi nummertje en verfijnd gebracht. Aandacht voor de melodie en ook het gitaarspel treedt duidelijker op de voorgrond. Jan de Haas krijgt hier wat ruimte voor een subtiele solo,beheerst en accenten op de plaats. Mooi ! Dat het ook met blazers intiem kan,bewijst ‘Nemo’ dan weer. Bert op de flugelhorn, solo en dan weer mooi aangevuld door Kurt Van Herck. Een nummer dat zachtjes verder drijft… Voor continuïteit zorgt ‘Indisch’ met een in vervoering blazende Kurt Van Herck op sopraansax.En steeds is daar Hendrik die het geheel overwaakt en in goeie banen leidt, zonder ooit opdringerig te zijn. Niet dat de songs neiging zouden hebben tot ‘ontsporen’,nee,nee.. het ‘past’ allemaal. Hier werd liefdevol werk van gemaakt…
‘Nathalie’ haalt ons weer uit dromenland met swingende gitaarloopjes en de blazers weer beiden aanwezig .Soli zoals we ze graag horen in een vingerknippend very jazzy jasje. Alleen het einde bevalt zo niet maar da’s een kwestie van smaak. ‘Cecilia’ is weer een compositie die de naam van één van Hendrik’s kinderen draagt. Mooi gebast door Piet en net als de vorige compositie één van de swingende nummers op deze CD. En dan krijgen we ‘Karl’,met z’n 10,06’ het langste nummer uit deze goedgevulde schijf,in z’n  totaliteit goed voor  64 minuten muziek !’
Karl’ is niet meteen het makkelijkste melodietje, maar het sleept je wel mee, gedragen door de ritmesectie en doorheen de geïnspireerde solopartijen van Bert en Kurt.
 Met ‘Clara’ ken je nu meteen ook de naam van de derde Braeckman junior.’’Clara’ heeft een Spaanse feel, is warm en volbloedig en inspireert tot mooi basswerk van Piet Verbist. Ook Jan de Haas voelt zich goed in het ritme. Geen Bert Joris of Kurt Van Herck te bekennen op deze compositie maar het kwartet voelt zich als een vis in het water. Karaktervol nummer waar het gitaarwerk van Hendrik weer uitstekend naar voren treedt. En dan hebben we het helaas bijna gehad. ‘Colours’ zet een acoustisch solopunt achter een uitgebalanceerde CD met veel aandacht voor vorm en inhoud. Een aanwinst voor je CD-rek en uitgebracht op het DE WERF –label. Dat staat intussen voor kwaliteitsproducties,dat is ons bekend. En laat ons voor de volgende weer geen 20 jaar wachten, Hendrik !

 

(Winus)



Moker':'Konglong'


Contrasten en stemmingen doorheen verhalen die  deels uit song en deels uit improvisatie bestaan maar wel steeds geworteld in een jazztraditie,dat is Moker,de groep die rond en met gitarist Mathias van de Wiele in 2000 ontstond en intussen al heel wat podia zag in binnen en buitenland. Zo werd deze 5 mans Belgisch-Italiaanse-Gentse  formatie gekozen door het grensoverschrijdende Jazzunlimited  om in het voorjaar 2006 het stof uit de Noord Franse cultuurzalen te blazen.Want energetische muziek mag je verwachten in een niet steeds voorspelbare set.Kan ook niet anders als je weet dat oa Bart Maris hier naast de electronics ook zijn vertrouwde trompet  beroert ! Moker vaart er met de letterlijke sneltrein in op ‘Kinky Business’ en je weet meteen (of misschien ook niet) wat je nog te wachten staat. Hier alleszins nog binnen de grenzen van het songwezen nog gevangen.. ‘SOS’ ,wat volgt is een mooie statige parade voor ‘de Konglong’ of hoe noemt het gelaarsde beest op de hoes anders?...Alleszins een mooie song zondermeer .Met ‘Konglong’ krijgen we gasten Joachim Badenhorst op klarinet en Frederik Heirman op de trombone erbij. Geeft direct zo’n heel big band gevoel…tot die big band zich oplost in electronische spielerei…’Dialogues on statements’ sluit zich naadloos aan, is een conversatie in de jungle waarbij ook de bass zijn zegje mag voeren. De gitaar van Mathias is hier de spil waar de rest zich mooi aan toevoegt. Mathias, die voor 11 van de 14 tracks tekent leidt ook ‘Autumn sketch 1’ in. Tempowisselingen maar verder het soort jazz waar wij graag vingerknippend bij zitten te wezen.’Emond’ laat Dajo De Cauter inbassen en rondkuieren en de partijen wat bijkomen want daarna komt ‘Force ceu’ reeds met kletsende billen, of biljartballen als je wil, binnenswingen. Roffelende Giovanni Barcelli aan de drums en daarna gekibbel aan de biljarttafel. Bart Maris heeft het laatste woord…In ‘Koart bilde’ wordt er nagekaart. Intelligente gitaar Mathias heeft z’n argumenten maar daarbij houdt vooral bassist Dajo De Cauter ook niet af !
’Carambole’ houdt ons nog even rond het biljart met mooie percussie, sterke saxsolo van Zeger Vandenbusche en dat rond een mooi jazzrhythm. Moderne jazz met karakter. Met ‘Moker1’ verlaten we even het rechte pad voor een improvisatieronde maar ‘Crush my bones’ is weer stevig en waarlijk FES in het klein? Boeiend in ieder geval en uitnodigend om deze mannen (weer geen enkele vrouw in dit kwintet) live on stage bezig te zien. ’Shaded’ dient zich daarna aan als een ‘Mokerballade’,wat liefelijk en voortreffelijk bij een circusact van evenwichtskunstenaars…’Moker 2’ brengt vervolgens een laatste keer de gastblazers in een open improvisatie…Electronica op de achtergrond en de bassist strijkt af. Deze ruim 72 minuten durende CD eindigt dan very jazzy met ‘Dulan’.Mooie soli tegen een aanhoudend hoog tempo. Werken, die ritmesectie ! Hier en daar ook weer het rechte pad af, zoals het hoort in a real Moker tradition. Met Moker heeft Vlaanderen eens temeer weer een ensemble om mee uit te pakken en dat bewijzen ze uitgebreid met deze 2e CD !


(Winus)



Amina Figarova : 'September Suite'



Aangegrepen door het tragische 9/11 gebeuren, waar zij heel kort bij stond (Amina trad de avond voordien op in  de New Yorkse ‘Blue Note’) schreef zij deze, in 2005 uitgebrachte, schijf. Dat was meteen haar tweede al dat jaar voor het gereputeerde Munich records.
Deze  in Rotterdam verblijvende Azerbeidzjaanse pianiste kreeg een klassieke scholing als pianiste/componiste, zocht ook al heil in de musical  maar keerde zich uiteindelijk toch naar de jazz waar zij met deze productie reeds aan haar 9e jazzCD toe is. Ik zag haar reeds op een vroegere editie van de Mechelse Jazzdag, toen nog met haar septet, maar evengoed speelt ze in kleinere bezettingen zoals kwintet en trio, weliswaar steeds met de voor haar vertrouwde muzikanten zoals de Belgische fluitist Bart Platteau, tevens haar levensgezel in Rotterdam. Maar veelal kiest zij toch voor een uitgebreidere formatie in sextet of met zeven waar we naast een keurtje van Nederlandse muzikanten ook nog de warme,rustige tenor van Kurt Van Herck in terug vinden. Op ‘September Suite’ houdt ze het wat intimistischer, stemmiger, met een sextet waar naast de reeds eerder genoemden we ook Wiro Mahieu aan bas en Chris Strik op drums aantreffen.
 Oh ! en natuurlijk ook ‘onze’ Nico Schepers aan trompet,en dat in plaats van de vertrouwde Marcel Reys. Het eerste nummer ‘Numb’ draagt al behoorlijk wat dramatiek in zich met die repetitief aangeslagen basnoten. Gevoelig gesoleerd daarna door Kurt Van Herck, gevolgd door het mooie pianospel van Amina in een eerste bijzonder mooi nummer dat deze suite inleidt.’Emptyness’ krijg je daarna, waar je in gedachten zwart/witte beelden kan bijdromen van ‘ground zero’… Nico Schepers blaast hier de goeie toon. Krachtig maar beheerst. Mooi is het als je hoort hoe de ritmesectie dit netjes in-en omkadert. Met ’Denial’ begeven we ons daarna terug in het drukke New York. Life goes soft boppin’ on… Even dan toch maar… De composities van la Figarova rijgen zich evenwichtig aaneen, bieden rust en opwinding en ‘Photo Album’,waarin het fluitspel van Bart Platteau de zinnen streelt, vervolgt…Sterke muzikanten, erg teer ook gebast van Wiro Mahieu . ‘Rage’ is ..outrageous…Houdt het 9/11 gegeven in je achterhoofd en denk : waarom ?...
‘Trying to focus’ is waar Nico Schepers wel van houdt en aansluitend soleert ook Kurt Van Herck in dit high tempo stuk. Wanneer je na de pianosolo de blazers hoort invallen, dan voel je dat deze muziek best door grotere bezettingen kan worden gebracht. Dat is een gegeven dat je wel meer hoort en leest over de muziek en composities van Amina Figarova. In ‘When the lights go down’ komt de piano mooi naar de voorgrond, verhaal en sentimenten naar muziek vertaald. Een compositie voor het halfduister van de concertzaal… Naadloos gaan we over in het ontwaken van ‘Dawn’,en ook ‘For Laura’ sluit zich bij die opgebouwde sfeer aan. Wat meer ontspannen misschien,  maar dat komt dan  door het vrolijke geluid van de dwarsfluit natuurlijk. Voeg daarbij de trompet van Nico Schepers en de bossanova is even later niet veel verder meer…tot ‘For Laura’ ook uitsterft in de repetitieve basnoten van ‘Numb’, begintrack die tevens hernomen wordt als eindiger en die  zet ons meteen terug in de realiteit van het begingegeven, tevens thema van deze September Suite :9/11. Eindbeoordeling :  Magistraal werk van een pianiste die al lang de landsgrenzen van onze Noorderburen heeft doorbroken,een pianiste/componiste met wereldfaam. En terecht !


(Winus)



Milleniums : 'Hi-Fi Stereo'


We schreven eerder al : ‘Gekozen, niet zozeer voor de expliciete jazzy kwaliteiten van de schijf, maar meer als geheel,’Urban Multi-muzikaal product’, eigentijds en jawel ook deels gekozen omdat hier toch een ruime schaar van ondermeer jazzmusici mee aantreden, gekozen dus als 'JEZZKEES' voor de maand mei. Dynamische multiculturele stukken  big city muziek, met veel energie gebracht door een 13-koppige bigband en bijgestaan door tal van gastmusici...We dachten al de vettige mondharmonica te horen van Steven De Bruyn en de vrolijke bende van het 'Orkestra Braka Kadrievi', die een tijdlang tot in de vroege uren in de Hnita jazzhoeve rondhing, is ook van de partij ! Vermoeiend wegens overvolle batterij, geen kleffe pompoensoep maar een full size vegetables wereldsoep met ballen !’  Geen gewoon stukje muziek dus maar een Zappaiaans geheel met invloeden uit heel wat richtingen. We zijn al aardig wat gewend met Flat Earth Society en intussen ging Moker ook al een eind  die weg uit maar dit gaat veel verder ! Na een hilarische fanfare met pijporgel, een van de pot gerukte ‘Dominique’ van Soeur Sourire, gaan we er echt hard tegenaan met ‘Hand of God’,zoals eerder vermeld, met een harmonicapartij zoals alleen een Steven De Bruyn die kan geven. Harder en sneller kan ook want ‘Damaged ID’ gaat vervolgens aan hoog tempo door hoofdstedelijke straten, scherp in de bocht, tot het onvermijdelijke accident toe ! Met ‘Isocube’ starten we dan maar in de stationshal, voices, wat latino ritme en voorwaar wat jazzy solo tegen een brassband achtergrond… Arabesk begin daarna met algauw een tempo/genrewissel en ‘Illuminas’ blijkt een heel geslaagde mix waarin vocals, violen en diversen zich graag laten mixen. ‘What do you call people who take children’ stelt een stem aan de telefoon. ‘Parents’ ! is het  Groucho Marx achtige antwoord aan het andere eind van de lijn. Fun is in the groove, brassband ,hardrock ,dit is ‘Have you ever been…’… …even krabben en overdenken maar dan is het al gauw gedaan. Het tempo ligt erg hoog en soms heb je de indruk dat de loopband wat te snel staat…help !...ik kan niet volgen…het dametje in ‘Come and get me’ is blijkbaar ook de weg kwijt…Surrealistisch sfeertje, achtervolgingswaanzin en dan valt de nacht. Percussie, trompet, dreiging en ontknoping in ‘When the night falls’. Je hebt , bij het beluisteren van deze schijf, heel gauw en dikwijls het gevoel dat je in een film zit en erger nog: midden in de actie zelf! Dreigend hitsig is de ‘Fuck me’  ‘Sexploitation ska’. Even wat minder met de Aka tango’ ? Neen dus.  Hier geen sensuele lijven in een Argentijnse tango maar bronstige saxuithalen en een ritme dat naar climax drijft ! ‘Sidewinder Blues’ komt geen moment te vroeg. Even dan toch een pauze, mooie sax, drijvend orgel. Het begin van ‘Seven steps away’ kondigt dreigend onweer aan maar blijft voorlopig bij mals buitje tot de regenvlagen volgen. Jawel, Orkestra Braka Kadrievi is in the house ! Uiteindelijk komen we dan toch tot een cartooneske climax, niet lang, want slechts een ‘Puppet Orgasm’. Hadden we de sportstadia al gedaan ? Nee ? Olé dus en met ‘Chegu’ vallen we binnen. Plezante boel, aanstekelijk en dus hop met die beentjes. Accordeon en orgel steken het vuur aan de lont van ‘Hayati’ en de mannen van het Orkestra Kadrievi hitsen verder op…’Song of celebration’ gaat in een afmattend tempo verder. Zin om wat kilookes te verliezen,dans deze CD uit ! Zulke verbroedering loopt natuurlijk op een dronkemanspartij uit en afsluiter ‘Lullaby for Mr. Cheese’ lijkt het einde van dit feest…
Conclusie: erg vermoeiend allemaal, maar boeiend, een feest der verbroederende volkeren in steden waar multilinguaal en multimuzikaal arm in arm gaan. Een aanrader dus ook voor de oogkleppende medemens !

(Winus)


 

Jazzisfaction : 'Open Questions'


Het is een mistroostige bui die ons binnen leidt op deze tweede van Jazzisfaction. Het nummer heet dan ook ‘Abschied’ en laat ons al meteen kennismaken met David Petrocca , die inmiddels de plaats van onvolprezen Martijn Van Buel heeft ingenomen aan de contrabas. Het is een sereen, ingehouden nummer,wat melancholisch weliswaar maar zulke nummers hadden we ook al op eersteling ‘Issues’, denk maar aan ‘Alone’ en ‘Wehmut’, beiden ook van de hand van Peer Baierlein, dus het zal een beetje de aard van ’t beestje zijn, denk ik maar …
 Peer speelt echter gefraseerd en oprecht, geen vals gehuichel, dat voel je wel. Dat Martijn Van Buel in David Petrocca, al direct een waardig opvolger gevonden heeft, na zovele jaren zelf in de band, staat buiten kijf. David heeft zich volledig in dit gezelschap ingepast. Zo is ‘Alba Nuova’, het volgende nummer, er al direct één van David’s hand.  Het sluit mooi aan bij het vorige, geeft David de kans om te soleren, waarna Ewout Pierreux, mogen we zeggen :  één van onze meest getalenteerde pianisten, op zijn beurt dan weer aansluit. Yves Peeters, de man van 1001 projecten en zeer bedreven drummer /percussionist, bevorkt zachtjes cymbalen en troms en weet het exacte geroffel te vinden. Nasheet Waits, drummer uit NY USA, kan dat dus ook en Yves laat zich graag meeslepen in ‘Nasheet never waits’ ,een up tempo jazzy stuk met abrupt einde. ‘Hope’ voert ons middels mooie baslijnen  en een lyrische Peer naar een knappe pianosolo, een echte piano en geen Fender of ander surrogaat en dat Ewout dat gevoelig en met passie kan brengen weten we ook alweer sinds we hem onlangs solo op de piano zagen, dat was in de Hnita jazz hoeve, bij de Juul…  

‘All it takes is a good sniper’ is een voorthaastende walking/running bass op de vlucht met een Peer Baierlein die aanvoert én aanspoort en ook Ewout draait mooi rond het thema . Het kan niet baten, de sniper legt toch aan en legt neer…
So far voor wat opwinding betreft. ‘Simple truth’ brengt berusting. Slechts de vleugel en een ingetogen trompet…een  rustpauze na de jacht. Maar fout dus ! Die zogenaamde rust blijkt slechts een intermezzo. In hoog tempo gaat het even later verder , bergop, bergaf, …Een heel energieke Ewout Pierreux neemt over van Peer en vlugge vingers van Petrocca leiden naar een druminterventie van Yves, die steeds de band in het juiste spoor houdt.
 ‘Open Questions’, titelnummer daarna, is een ballad, een walsje op pantoffels, zachtjes bij kaarslicht. Oogjes gaan dus dicht en een  aandachtige luisteraar geniet...En hoewel het tempo wat later dan toch verhoogt met ‘Blow’, die aandacht blijft...  Je hoort de muzikanten nogmaals soleren en je weet dat je hier in goed gezelschap verkeert, dit is echt een puik ensemble ! Het is dan ook even wakker schrikken op de funky tonen van ‘Angst’. Fender Rhodes klanken en ook bij de trompet gaat de demper er op. Een post Miles tune mag er,wat ons betreft,best bij zijn, en met ‘Angst’ krijgen we die hier er bovenop. Ook de vorige CD, ‘Issues’ sloot af met een uitspringertje, dat heette toen nog cacao remix van ‘Epilog for a lovely killer’  en dat  was eigenlijk nog méér een buitenbeentje want een soort van ‘techno jungle remix’.
Eindconclusie : een waardig vervolg op ‘Issues’ met mooie ballads en tunes alhoewel hier wel minder memorabele stukken op staan dan op de vorige. Geen equivalent dus voor ‘Mobile Home’ of ‘Sunwalk’ of ook nog ‘For shorter reasons’ maar we vinden hier wel een groep met individuele talenten die met Jazzisfaction een nu al méér dan behoorlijk repertoire kunnen voorschotelen en waar we in de toekomst zeker nog meer lekkers mogen van verwachten !


(Winus)




Octurn :'21 Emanations'



 
Voor Octurnproducties geldt vooral de boodschap om aandachtig te wezen want wat zij brengen is niet zelden een complex stukje muziek. De toelichting in de persmap plaatst het onstaan van dit avant garde project ‘uit een ontegensprekelijke betovering, meerbepaald een wandeling rond het Tibetaanse boedhistenklooster van Pemanyangtse in Sikkim, ’s morgens vroeg bij zonsopgang. Een processie, de roephoorns, de klokken,het monikkengezang, spelende kinderen, dorpen in de omgeving die ontwaken en het Kanchenjunga in de verte- een fantastisch gevoel van evenwicht dat voortkomt uit de creatieve trillingen van een plek, op een bepaald moment…

De titel van het album verwijst naar Tara, één van de oudste spirituele wezens die de scheppingsmythen symboliseren en waarvan het Tibetaanse boeddhisme 21 emanaties vereert. De witte Tara, die het woord belichaamt en de Groene Tara, symbool van de bevrijding, zijn daarvan de belangrijkste. Deze inleiding geef ik er graag bij om de sobere layout van de hoes (gewoon wit met rode opdruk met de namen van de artiesten, tracktitels en credits ), lay-out van de CD’s zelve (enkel opdruk van titel en platenlabel), alsmede de foto’s in het booklet (Tibetaanse bergen) te plaatsen. CD’s dus, want het betreft hier twee exemplaren waarvan CD2 de remix is door Dré Pallemaerts en méér.

En dan nu de muziek die zich best integraal laat beluisteren en niet track by track. Muziek, trouwens volledig van de hand van Bo van der Werf, eveneens te horen aan de bariton sax…
 Fabian Fiorini aan piano leidt in waarna Magic Malik aan fluit hem kosmisch bijtreedt. Bij een dreigende baslijn komen ook de anderen er aan. Klinkt allemaal heel spacy en groeit en eindigt als coda tot aan de vierdelige ‘Kanchenjunga suite’. Part 2 daarvan, ‘West’ schetst een ontwaken in een soort van mechanische wereld ( je kan het niet laten om in beelden te denken bij dit soort van muziek, en in mijn geval zijn dat erg surrealistische scènes, een ontluiken van metalen bloemen in een wereld van onwerkelijke kleuren, net als de foto’s in het booklet)…. Alt sax van Guillaume Orti gaat in conversatie met de fluit van Magic Malik maar ook de anderen dienen van repliek. Het sterk ritmische drumspel van Chander Sardjoe maakt dit tot mijn favoriete part… Jozef Dumoulin zet daarna part 3 in, of is het de gitaar van Pierre Van Dormael ? In deze wereld van distorted sounds is het plaatsen van zulke instrumenten niet steeds evident… De blazers vullen aan en het lijkt misschien of eenieder hier sterk op zichzelf bezig is maar alles kneedt zich uiteindelijk tot een vormelijk geheel. Part 4 ‘South’ leent zich dan weer uitstekend als klankbron bij de hedendaagse video-art. Electronische bleeps en cracks worden aangevuld door altsax, fluit en verstillende piano…’White Tara’, de volgende track is weinig anders al blijft het hier bij de bleeps en de piano. ‘Emanations’ is dan ook een welgekomen ritmische interventie al zijn de pianoaanslagen hier uitermate irritant. Ze maken het geheel voor mij te log hoezeer Magic Malik met de frivole fluit ook z’n best doet…En verdorie, die ‘pianostoornissen’ blijven ook in ‘Presence’ aanwezig, dat gevoel wordt zelfs nog versterkt, percussie ten spijt… Avant-gardistisch mag dit allemaal wel wezen maar het straalt weinig blijdschap uit en menig mainstream jazzliefhebber heeft intussen dan ook al lang afgehaakt. Ook ‘Calcutta’ zal daar niks aan veranderen ondanks de werkelijk mooie sax en bass-soli. Maar het moet gezegd dat je er hier toch meer dat ouwerwetsige jazzgevoel bij krijgt en dat maakt dat ‘Calcutta’ dan toch een mooie finale is . Wat voegt de 2e CD, de Dré Pallemaerts remix daar dan nog aan toe? Dré, eens dé nummero uno onder de drummers maar tegenwoordig vooral met het hoofd helemaal in de elektronische wolken, voegt alleszins in ‘ Roots’ meer ritme toe. De remix van ‘Emanations’,daaropvolgend krijgt zo ook heel wat meer schwung. Bass en drums houden er de vaart in en het geheel vormt zo een swingend modern geheel. Lekkere duimbas, sterke keyboards, stomende drummer, percussie …Dit is duidelijk en absoluut de betere versie ! Zo is ook ‘Orange’ heel intrigerend met die voice van Malik tegen dat strakke ritme van een reuzemetronoom. Dreigend is de sfeer en het einde haast hypnotisch. Weerom een pluspunt ! Benieuwd naar wat Dré dan uitvreet met ‘Growth’…Dat blijkt dus een soort jungle-feel te zijn met een Fabian Fiorini die deze keer niet zo ijl de piano beroert maar wel uitgesproken de toetsen aanslaat. En natuurlijk zet Dré er hier en daar nog wat elektronische geluiden bij. Afsluiter ‘Hogon’ vind ik dan weer minder want die irriterende pianogeluiden zijn hier in elektronische vorm weer terug. Het knap drumwerk van de ons totnog toe onbekende drummer Chander Sardjoe maakt daarbij niet uit… Bovendien staat de track aangekondigd als een stuk van 8’12’’ en houdt het inderdaad na die tijd ook op om  na een blok van 2 minuten niks, toch terug op te starten en nog even te vervolgen met wat ons dan niet meer kan bekoren… Conclusie : een groep die zowel internationaal als nationaal in de kijker staat en dat al méér dan 10 jaar,  brengt hier een niet zo’n toegankelijke productie die echter live heel wat succes boekt ! Eigenlijk verbaast me dat niks want live heeft het oog ook wat en blijft de aandacht op die manier gestimuleerd. Zo op de CD klinkt het allemaal wat zweverig en zijn er weinige uitschieters. Mijn voorkeur gaat dan ook uit naar de remix CD van Dré Pallemaerts die méér biedt om ook buiten de concertzaal te kunnen blijven boeien. Maar zoals duidelijk mag zijn, is dit toch vooral een productie om live naar uit te kijken…


(Winus)




Nathalie Loriers & Chemins Croisés : 'L'arbre pleure'



Talentvolle Nathalie brengt na een lange aanloopperiode en vorig succesverhaal ‘Tombouctou’(intussen alweer uit 2002),  terug een innemende CD uit bij producent De Werf. De pianiste met internationale allure brengt voor deze gelegenheid hetzelfde quintet in de studio  als dat waarmee ze ook vorig jaar uitpakte op Jazz Middelheim. Maken hiervan deel uit: de Italiaanse klarinettist Gianluigi Trovesi, de Franse Algerijn Joël Allouche aan drums en uit eigen land de uitstekende en veelgevraagde bassist Philippe Aerts naast de man die mede zorgt voor de mystieke Oosterse toets: Karim Baggili ,oud speler en  eveneens Belg, zij het met Jordaanse en Joegoslavische roots. Gekruiste wegen bewandelen tussen twee zo verschillende werelden, die van Oost en West,dat is de bedoeling en beginnen doen we met ‘Kalila et Dimna’ ,een stuk waarin de klassiek geschoolde pianiste voorzichtig aan de oud voorgaat om daarna in het thema ook de andere muzikanten te vinden. Mooie kennismaking aan wat zal volgen…En daar zorgt Gianluigi op hypnotische wijze in de aanloop van  ‘A pas feutrés’ dan weer voor. Een héél vredige tune,gelukzaligheid troef…Haast extatisch en te genieten met gesloten ogen…’Neige’ is dan weer speelser, behoort tot de ‘West’ side van de CD en is weer zo’n sprankelende compositie van de hand van Nathalie, die voor bijna alle nummers tekende. Niet zo voor ‘Zaiak’, één van de twee bijdragen van Karim Baggili. Hier is de oud dan ook nadrukkelijker aanwezig, eerst inderdaad wat meer oosters maar als de band aansluit wordt het gauw ruimer en ook meer jazzy door de klarinetpartij van Gianluigi. Nathalie’s pianospel verzoent beide werelden. Ook in ‘Mister Lee’,eveneens van Karim,  horen we een grootse pianiste die koffie en melk verroert tot een welgesmaakt geheel. Hele mooie luistermuziek en nog geen moment verveeld ! Arm in arm gaan daarna de piano en de oud in ‘L’arbre pleure’, titelstuk en een intimistische ballade,wat mistroostig maar wel héél errreg mooi ! Une piece a deux…
’Machmoum’ vervolgt dan met een zangerige baspartij van Philip en Nathalie is,zoals  steeds, weer nadrukkelijk aanwezig met dartele vingers in een verder temporijk stuk waar ook Gianluigi vragend en plagerig bijtreedt. De fade out op dat moment begrijp ik dan ook niet zo goed… dit wordt ongetwijfeld live veel verder uitgesponnen…’Lauberge des femmes’ wordt ingezet met een subtiele drumpartij, Gianluigi gaat hier en daar door de bocht en terwijl de ritmesectie verder het tempo aangeeft soleert de oud.

Op meesterlijke wijze, maar ja,wat verwacht je anders van een BJO-pianist?... vervolgt Nathalie de solo om hier groots af te sluiten. Het applaus in de zaal kan je er alleen maar bij denken…Na zo’n opwindend stukje willen wij altijd wel eens wat bekomen en daar krijgen we met ‘Le voyageur et son ombre’  nu de kans toe. Gianluigi is meeslepend en het cymbalendrumwerk van Joël leent zich uitstekend bij dit nummer. Philippe Aerts weet ook hoe hij hier en daar moet onderlijnen en het lijdt geen twijfel, Nathalie weet zich met puike muzikanten te omringen ! Het is dan ook spijtig te moeten vaststellen dat we met ‘Jour de fête’  het einde van de CD al bereikt hebben. Een feestelijk nummer én tegelijk toch ook een mooie afsluiter in groepsverband. Wat kunnen we méér zeggen?
 Schitterende CD van een pianiste die al lang niks meer te bewijzen heeft maar telkens weer weet te ontroeren met zalige composities en virtuoos  pianospel. Luistermuziek met een hoog ‘feel good’ gehalte !


(Winus)



BJO :  'Countermove'



Het is fijn om na heel wat tijd en vijf vorige CD’s eindelijk eens wat werk op 1 CD samengeperst te zien van leader/altist Frank Vaganée. Een man die zijn muzikale sterren intussen wel bewezen zag in formaties met Mike Del Ferro, John Ruocco en Rosario Bonaccorso, Nathalie Loriers en Kurt Van Herck, Philippe Aerts en Dré Pallemaerts, en nog zo vele anderen, om daarnaast ook sinds 1993, als medestichter van het Brussels Jazz Orchestra,  internationale furore te maken met gastmuzikanten/componisten Bill Holman, Maria Schneider, Bob Mintzer, Kenny Werner en korter bij huis dan Toots Thielemans, Philip Catherine en Bert Joris ! Hoog tijd dus om een eigen schijf te vullen, al blijft Frank ,volgens  the ‘Ellington way’, méér dan voldoende aandacht schenken aan de solisten/medemuzikanten die mee het BJO op het peil gebracht hebben waar het nu staat : internationaal en erg gewaardeerd ! Acht tracks en dikke 77 minuten krijg je op CD met als surplus nog extra downloadable tracks : de ‘A Bronx morning suite’ in drie parts en ‘A luscious moment’. Beginnen doen we echter op CD met ‘Mr. Iron, Stone, Wood and I ‘ waar vooral de baritonsax van Bo Van der Werf een extra improvisatorische dimensie aan toevoegt. Maar ook Nathalie Loriers aan piano en Bart Defoort aan tenorsax zetten een stap naar voor. Martijn Vink geeft het geheel een uitstekende ritmische drive op drums, Jos Machtel neemt ons nog even in een bass-loopje en het orkest rondt af. Uitstekende beginner ! ‘The Countermove’ geeft je de kans om even lekker op je stoel te schuifelen en het orkestrale mondt even later uit in een lekker vertellende trombonesolo van Marc Godfroid die het stuk ook verder blijft domineren. ‘Robusto’ geeft het woord aan de warme tenor van Kurt Van Herck en de fluiten accentueren het goeie gevoel…ongeveer halfweg wandelt Kurt onder begeleiding van de drums rustig solerend verder waarna het orkest bijvalt…Track 4 rolt ons in een vingerknippende compositie uit 1995, de oudste op deze CD: ‘The Blues Goose’, soli  zijn van  Nathalie Loriers, Frank Vaganée aan altsax en Nico Schepers, weliswaar gedempt geweld aan de trompet. Héél mooi stuk waarvan het thema makkelijker in het geheugen blijft hangen. ‘Seasoned ‘ ,dat we al kenden van de in 1999 uitgebrachte indrukwekkende ‘September Sessions’ CD vervolgt dan en vormt een eerste rustpunt met weerom een ‘lichthandige’ Nathalie Loriers aan piano, subtieler en gladder, voller en rijker dan de 1999 version (heb net de twee versies vergeleken) …
Van lichthandigheid naar lichtvoetigheid, ach,’t is maar een woord anders maar ‘Walking away’ getuigt van zo’n vrolijke speelsigheid met z’n walking bass en tussen de orkestrale uithalen door hoor je goedgemutste bijdragen van Dieter Limbourg aan altsax, Fransman Pierre Drevet aan trompet en Lode Mertens op trombone. Eveneens uit het ‘Two Trio’s repertoire van Frank komt de ballade ‘Languorous Ballade’, stilletjes genieten van Frank’s mooie altsolo terwijl het orkest rondom invalt en Jos Machtel op bas afpoeiert…Mooi afgerond op het einde en nu mogen de ogen terug open want dan wordt de CD afgesloten met ‘Inheritance’ dat in 2001 gecomponeerd werd in opdracht van het Peter Benoit Fonds. De verstillende sopraansaxsolo van Frank  leidt ons door een stuk met repetitief aangeslagen pianotoetsen naar een finale, een groot orkest waardig !
Maar dan is het nóg niet gedaan, want je krijgt bij het album ook een code waar je in zipversie nog wat nummers kan downloaden van de BJO-site. Je moet met je tijd mee ! Na het unzippen krijg je zo de driedelige ‘A Bronx morning’. Muziek geschreven voor het ‘BJO vs. The Big White Screen Project’:’ het BJO dat vijf stille films uit de periode tussen de twee wereldoorlogen van een live soundtrack voorziet’.
Hier krijgen we de muziek die bij de film gaat over de New Yorkse volksbuurt. De intrede van de jazz en tevens a new way of life ! Beelden naar muziek vertaald, net of je in front of the movie zit ! Deze suite alleen staat al voor dikke 18 minuten big band pleasure ! En alsof dat nog niet genoeg is krijgen we ook het ingetogen ‘A luscious moment’, een stuk  waar, doorheen het orkestrale, je ook nog de trombonepartij van Marc Godfroid krijgt die de hand reikt naar de frisheid van Dieter Limbourg’s altsax, een vredige dialoog die op een serene manier verstilt…

Conclusie: absoluut waar voor je geld ! Niet alleen krijg je hier een kwaliteitspick uit het oeuvre van ‘s lands meest gereputeerde orkestleider maar ook nog es dik 27 minuten hoogwaardige MP3 + linernotes op een legitieme wijze te downloaden. Aanbevolen stuff !



(Winus)



Carlo Nardozza Quintet :  'Making Choices'


Dat  het Carlo Nardozza Quintet talent in huis heeft, hoeft intussen niet meer bewezen te worden. Hoofdprijs op de Wedstrijd Jong Jazztalent in Gent ,2005 en onlangs nog de prijs voor de beste composities op het Tremplin Jazz Festival van Avignon, het gaat goed voor deze jongens. Allemaal studeerden ze aan het Maastrichts Conservatorium te Nederland en stonden in groep of afzonderlijk al met heel wat groten op het podium. Maar waar iedereen wel dacht dat de eerste CD wel eens de ‘Dozzy Suite’ zou kunnen zijn , waarmee het Quintet de aanwezigen van het Ald Festival vijftig minuten lang wist te boeien, ook al in 2005, slaat de bal mis. Dat project dat uit vijf delen bestaat komt er een andere keer nog wel es aan. Op deze ‘Making Choices’ krijgen we 13 tracks met voornamelijk eigen composities en vooral dan nog Nardozza composities. Starten doen we met het krachtig aangeblazen ‘Intro’, een prelude in duo met de uitstekende Daniël Daemen op sopraansax. Let op, hier zit het talent van morgen vandaag al klaar ! Tom Van Acker stapt basgewijs het podium op met ‘SBBK’ en doorheen de song horen we eigentijdse gitaareffecten van Melle Weijters. Weliswaar beheerst en in functie van de mooie,ietwat plechtstatige song. ‘Making Choices’, titelnummer is krachtiger en baant zich met tempowisselingen doorheen de soli van Carlo, Daniël en Melle. Het plotse einde brengt je terug in de realiteit want deze song laat je zweven, erg sterk ! ‘In a dream’ van Daniël Daemen heeft daarna iets onwerkelijks,surrealisties’ .Tom kuiert daar met z’n bas wel kordaat en vastberaden door en cymbalendrumwerk gelardeert met gitaarriedels geven het geheel iets ruimtelijks, haast een stukje space odyssey… In schril kontrast vervolgt ‘Rubber Duck’  dat erg hard begint op de electrische gitaar maar gas terugneemt doordat Carlo de demper op de trompet schroeft…voor heel even dan toch maar want het tempo ligt hoog en free jazz is in the house ! Het einde van de song ontspoort dan in electronisch gekraak. Even wennen toch ! Heel toepasselijk komt ‘Comba’ met het tromgeroffel van Steffen Thormahlen dan tevoorschijn en dan denk je haast meteen aan de vroegere Dave Douglas en John Zorn stuff. Melle komt met de acoustische gitaar naar boven en beklemtoont een dramatische atmosfeer. Een song die het publiek steeds doet verstillen en één van de toppers op de CD. Volgende ‘Down to Bernina’ is één van de weinige korte songs, slechts 2’29’’ , maar evenwichtig , sterk en ruimte gevend aan de bijzonder geraffineerde drummer die Steffen Thormahlen wel is. In ’Fraimundo’ krijgt ook Tom Van Acker méér dan één open gordijntje in wéér een song van de hand van Carlo Nardozza. Een ballade met verder ook leuk trompetwerk in een verhaal met thema dat zich laat onthouden. Zo horen we het graag…Daniël Daemen levert ook wat nummers voor deze CD en zijn ‘Bad Hair Day’ met Melle Weijters op een lyrische gitaar laat zich daar graag achteraan schurken. Ook Daniël zelf laat zich niet onbetuigd op sopraansax. Uitgesproken jazzy nummer dat bij de meesten onder ons in een goed laadje schuift. En bij een uitnodigende ‘Table for Five’ vinden we de tafel gedekt voor allen. Gitaarlicks onderstrepen waar nodig, de ritmesectie zorgt voor de drive en zowel trompet als altsax soleren gezwind of is het goed gezind? Nog zo’n combinatie waar je de Masada van weleer meent in te horen is ‘Trico Traco’ daarna , nog één van de weinige vluggertjes en weer bijzonder sterk. Verbaast me niks, die prijs in Avignon ! ‘Big Time’ dan, van Tom Van Acker, gooit het weer voor een stuk op de electronische en ‘free’toer. Bekijk ik altijd graag live maar zo op CD is dit niét zo meteen mijn spekkie. Over dan maar naar de laatste track en meteen ook de enige niet eigen song. ‘My Romance’ van Rodgers en Hart mag hier de afsluiter zijn maar dan op een ‘Carlo Nardozza way’, zowaar onder paukeslag en acoustische gitaar uitgewuifd.

Conclusie: wéér maar eens een nieuwe sterke formatie waar veel individueel talent tussen schuilt. Deze ‘Making Choices’ is terecht één van de toppers die we hier dit jaar hebben mogen aanhoren, eigenzinnige moderne jazz met bijwijlen herkenbare roots. En wat zeggen we dan graag ?… aanbevolen en verplichte kost (volgens sommigen nu al van historische waarde !)



(Winus)


 
Chris Joris-Bob Stewart : 'Rainbow Country'

Na voorganger ‘Out of the night’ en aansluitende Live DVD ‘Into the Light’  (waarbij we dan wel gemakshalve even over het ‘Oratorio Ishango’ dubbelproject met Daniel Schell heen springen) zal Chris het moeilijk hebben om nóg beter te doen. Parels als die toenmalige titelsong, ook nog ‘Ballad for a tortured Africa’ of het machtige ‘The long way home’ van de hand van vaste kompaan-muzikant-componist Chris Mentens, wel… we werden aardig verwend toen ! Op deze ‘Rainbow Country’, eigenlijk dubbelproject met ouwe maat Bob Stewart, waarmee hij reeds samenwerkte op ‘Songs for Mbizo’ in ’91, vormt Chris weer een gans nieuwe groep waar traditioneel ‘primitief’ (Baba Sissoko/Bob Stewart/Junior Mthombeni) naast modern melodisch (Eric Person/Fabian Fiorini/Reggie Washington) staat en als geen ander weet Chris daar bijwijlen een goedklinkende symbiose uit te brouwen. Dat hij dit in de vingers heeft hebben zijn vorige ‘Experience’ groepen  en het succesvolle Bihogo uit 1993 reeds terdege bewezen. Erg benieuwd dus om deze nieuwe ‘De Werf’ productie een uitgebreide beluistering te geven. De CD-voorstelling in de Heistse Hnitahoeve hebben we dan intussen wel gehad maar toen kwamen de beelden in de eerste plaats… Aan de slag dus ! En beginnen doen we op de in Zwitserland ! ontwikkelde Hang, spreek uit ‘Hong’) Dit metalen percussieinstrument is een kolfje naar, en ín de handen van Chris. Indringend en betoverend ,al menen we toch  dat we live al betere versies gehoord hebben van titelsong ‘Rainbow Country’. Kan te maken hebben met de scherpe tijd van dit nummer, slechts drie minuten en dat is voor Chris z’n doening  wel héél erg weinig… Toch mooi gebracht ,met enkel de begeleidende piano van Fabian Fiorini d’erbij , géén Fré Desmyter op deze produktie.
Misschien wel het mooiste nummer van dit album volgt vlak hier na, heet ‘9/11’ en refereert, jawel ,naar die rampzalige dag die iedereen zich herinnert. Ingeleid door de donkere brom van Bob Stewart’s tuba krijgen we de solisten mooi om beurt met Eric Person op altsax voorop, Baba Sissoko op de n’goni (Afrikaanse luit) en Bob Stewart op de bastuba er op volgend. Alles mooi omkadert door de conga’s van Junior en Chris. Gebast werd er in eerste instantie door Chris Mentens die later overdubd werd door Reggie Washington, de eigenlijke bassist van dit septet maar die tijdens de eerste opnamen in het voorjaar onbeschikbaar was wegens problemen met een gebroken hand. Reggie wurmelt er zich hier mooi doorheen met een heel percussieve baslijn die aansluit aan het geheel. Al met al is ‘9/11’ een flinke brok van goed 9 minuten ( ‘9’22’’ en neen, géén 9’11’’…), dramatisch opgebouwd en met een treurige noot afgesloten…Er staan trouwens ook aardig wat kortere nummers op de CD en ‘Masaya’, een compositie van Baba Sissoko is er daar één van. Een nummer in de wereldmuzieksfeer, gezongen door Baba die zich daarbij begeleidt op de n’goni. Eric Person zorgt voor de zonnige sfeer aan de fluit en de hoempatuba van Bob Stewart is de enige begeleidende baslijn. Percussie blijft uit zodat Baba hier meteen én alleen in de spotlights staat. In ‘Bourbon Street, Jingling Jollies’,opgedragen aan New Orleans, kontrasteert het frivole hoogstemmige fluitspel van Eric Person met de diepe bassen van Bob in een zwoele song, een nummer trouwens van Duke Ellington. Onmiskenbaar percussiespel van Chris vervolgens die dan aan het haag knippen gaat in ‘Hedge cut’. Hele lyrische sopraansax en dan moet je eens luisteren naar het pianospel van Fabian Fiorini…eens de leerling van Chris Joris heeft hij hier diens percussieve pianostijl overgenomen. Reggie duimbasst en de percussie werkt af…De bassist, leerling en volgeling van Marcus Miller en met intussen een indrukwekkende staat van dienst,  krijgt daarna open gordijn in ‘I wonder’ waarbij Chris Joris slechts de conga’s gebruikt als begeleidend en ondersteunend instrument, het podium is aan Reggie…’Nonet’,een nummer van Bob Stewart, doet ons onvermoed terugdenken aan ‘Bihogo’. Baba Sissoko is de vocalist van dienst maar Bob Stewart steelt hier duidelijk de show met dat geweldige instrument van hem. Als een vlinder fladdert en dartelt Eric Person daar stoutmoedig overheen… Chris Mentens horen we anders ook graag aan double bass in ‘Naima’s tango’ dat zich met zekere spanning maar ook lichtvoetig verder door de CD danst en verder is Fabian Fiorini aan piano de charmeur van dienst… In ‘Adventure’ krijgen we zowaar weer het duo Joris-Washington, leuk, kort en goed maar eigenlijk geen echte songs. Het blijven slechts korte niemandalletjes die ‘en effet’ toch een beetje overbodig lijken… In ‘Missing Person’ krijgen  we dan voor het eerst voluit de tama-okseldrum te horen; die, waaruit Baba Sissoko die lekkere golvende geluiden tovert…
’The Mysterious charm of The Right Wing’ is dan weer een grappige spielerei en zou als begeleidende muziek bij een geanimeerde poppenfilm niet misstaan. Junior laat zich gaan met stemmetjes en rattles en op ‘Yafa’ mag Chris Joris zelf ook eens op het voorplan. Hij doet dat op likembé, een tokkelinstrument waar we hem altijd graag zijn gangen zien op gaan. Het nummer wandelt goedgemutst verder. Fabian Fiorini heeft er ook zin in en Bob Stewart zien we zo al heen en weer het podium afdansen, de tuba is dan ook erg goed gezind ! ‘Birds’ is een onderonsje tussen Chris Joris en Baba Sissoko waar Chris de ‘Hang-hong’ weer bovenhaalt voor een speelse maar virtuose fladderpartij waar ook  Baba zich niet niet onbetuigd bij laat ! En rustige, lyrische Eric Person heeft ook een  nummer voor deze CD: ‘Kadin’ en dat dottert heerlijk door de soli van respectievelijk Eric zelve, hier weer zalig meeslepend op sopraansax, gevolgd door weer die percussieve vingers van Fiorini op de pianotoetsen. Jazzy, dat wel, maar tegelijk ook heel erg binnen de lijntjes gekleurd. Toch naar mijn smaak, één van de betere nummers op dit album. Eindigen doen we deze CD met afsluiter ‘Rambler’, waar de twee bandleaders in conversatie gaan, Bob Stewart wat brommerig op de voorgrond en Chris Joris, helemaal niet tegenpruttelend, instemmend aan percussie.
 Tijd dan voor de eindconclusie: Chris heeft hier een imposante keure aan artiesten samengebracht in weer maar eens een nieuwe formatie die er ook best mag wezen, al is het altijd wél een schipperen tussen wereldmuziek en jazz. Dan weer neigt het naar jazz en dan weer kleurt het allemaal heel expliciet Afrikaans, dat zijn we intussen van  Chris wel gewend. Op CD blijft alles echter heel erg keurig afgebakend en is er verder ook weinig ruimte voor improvisatie en al is deze CD niet van een ‘Out of the Night’ klasse, toch mag je dat natuurlijk ook niet zo expliciet stellen. Het geheel is ‘anders’, duidelijk wereldser/Afrikaanser getint, moet nog wat wennen, maar het is natuurlijk gelijk zó heel herkenbaar Chris Joris, dat dit een produktie is die bij de fans en zelfs een ruimer publiek zeker in de smaak zal vallen. Alleen komt het geheel, wat mij betreft, niet helemaal evenwichtig over en staat er wat ballast op (de Joris/Washington speledingetjes)… Alleszins lijkt het ons dat we dit project zeker krediet moeten geven ! Luister naar de CD of beter nog : maak het allemaal eens live mee, steeds een belevenis !



(Winus)


 

Jef Neve Trio  : 'Nobody is illegal'



Lang naar uitgekeken, naar deze ‘Nobody is illegal’ ,de derde weeral van Jef en z’n inmiddels hechte trio en wie kent ze intussen niet, Piet Verbist aan de contrabas en Teun Verbruggen op drums? Dat Jef ‘het’ heeft hadden we al door na het beluisteren van  ‘Blue Saga’ uit 2003 en natuurlijk het magistrale ‘It’s gone’ van het jaar daarna.  Deze plaat nu, met sterke titel (die Jef overigens als opschrift opmerkte in de buurt van Het Klein Kasteeltje te Brussel) en tevens statement, zet de opgang verder van een pianist die we ook internationaal hoog inschatten. Platenhuis Universal had het ook al door en strikte Jef inmiddels voor 3 CD’s. Benieuwd hoe zij dit verder gaan promoten. Alleszins gaat het Jef Neve Trio uitgebreid touren in Europa ,Mexico en…

The magic goes on en zet met ‘Airplane’  wervelend in met een sound and feel die direct Jef Neve typeren, een maalstroom grand piano, keurig onderstreept door een ritmesectie die zich naadloos in die virtuositeit verweeft. Het is speels kinderlijk  dat daarna ‘Nothing but a Casablanca Turtle Slideshow Dinner’ ingezet wordt ,waar het trio gaandeweg bijgestaan wordt door een vijfkoppige blazerssectie. Dat nummer wordt in tempo en dynamiek aardig opgebouwd en krijgt een waardige finale met die blazersuitbreiding erbij. Heel mooi drumwerk van Teun Verbruggen ook trouwens ! De CD had bijna deze songtitel (een hersenspinsel van een Jef mét kater) als albumtitel opgeplakt gekregen  ware het niet dat het niet mooi op de hoes paste. Wat rest zie je als je de CD in je computer schuift, hier draagt het album dus wél deze titel. Ach, aardigheidje… Intussen vervolgt de CD met het ‘serieuzere’,meer ingetogen ‘Abschied’, zwaarder maar wel steeds met die sprankelende toetsenaanslag van Jef. Ook de blazers zorgen hier voor een gepaste dramatische in en aanvulling. Niet al deze blazende lieden zijn er steeds bij maar op een paar songs krijgt het trio wel bijstand van tenorist Nicolas Kummert, die we ook al kennen van o.a. het Alexi Tuomarila Quartet. Zo is hij er ook bij op ‘Astra’, dat zich wat distorted aandient en nogal ijl verderfliedert… Neen, dan liever titelsong ‘Nobody is illegal’ waar ook Piet Verbist zijn zegje mag doen en vingervlugge Jef in Teun Verbruggen een even percussieve kompaan vindt. ’Unprepared’ komt daarna op hetzelfde wolkje binnenvaren als het ‘Astra’ van een paar nummers terug. Eigenlijk is het eerder ‘voorbijvaren’ wegens minuutje later reeds gepasseerd. Maar met ‘Second Love’ worden we weer en méér verwend, een innemende, verstillende song waar we de eerder klassieke kant van Jef te horen krijgen en hier is het vijfkoppige blaasgezelschap weer aanwezig. Een stuk waar je met aandacht naar luistert en verdiend applaus geeft bovenop, mooi !Want met ‘Goldfish’ halen we ons wolkje weer naar buiten. Een kort stuk waar je de naar zuurstof happende goudvis haast ziet zitten/staan/hangen/’surplassen’ in z’n bokaal …Graag up tempo daarna met ‘Together at last’ , een conversatie waarbij de piano het hoge woord voert maar de ritmesectie om beurt de kans krijgt om weerwerk te leveren. Zowel bas als drums halen hun argumenten boven. Piet doet dat wat humeurig maar Teun komt met subtiel overdacht geredeneer, maar haalt het wat uit als de piano tenslotte zegt: ‘discussie gesloten ?!’
In ‘Until Now’ lijkt alles echter bijgelegd en wordt er harmonieus en in vrede verder gemusiceerd, voor mij is dit één der toppers uit deze plaat. En dan is het gedaan, ‘Delayed’ is het slotstuk en voor een laatste keer wordt het wolkje weer uit de hemelstal gehaald,al is ’t een donker wolkje deze keer, een bui is niet meer veraf want electrische piano, cymbalen en een sombere bas sluiten zwaarmoedig af.
 En nu dan, de eindconclusie?
 Met deze CD koop je alleszins iets van het beste op de Belgische jazzmarkt al vrees ik persoonlijk  wel dat de kleine interludiums (de ‘wolkjes’) wat afbreuk doen aan het geheel. De  weegschaal blijft echter grotendeels en duidelijk overhellen naar de positieve kant, dus : ‘here are ze points of ze jury : 8/10 !, een kus van de juffrouw, en doe zo voort !’, want dit is een in het oog te houden trio dat ongetwijfeld ook internationaal nog hoog zal scoren !


( Winus)




 Mâäk's Spirit  : '5'

 

Argwanend deze CD uit de brievenbus geplukt want Mâäk’s Spirit is niet echt mijn ding, alhoewel de afzonderlijke muzikanten absoluut hun waarde hebben en zich reeds jarenlang meermaals bewezen hebben als gerespecteerde muzikanten in diverse jazzformaties en projecten maar weet je, wat Mâäk’s Spirit brengt is niet echt vingerknippend te genieten of swingt niet altijd zo de bekende jazzpan uit. Toch geven we deze vijfde van het jazzcollectief een faire en ernstige beluistering, je weet maar nooit wat er zoal te ontdekken valt ! Negen tracks staan er op deze schijf en ze zijn allen van de hand van Jean-Yves Evrard, Franse guitarist en medebezieler van Máäk’s Spirit, een hecht gezelschap dat ontstond rond trompettist Laurent Blondiau en dat heden bestaat uit zes musici met verder Jozef Dumoulin aan de keyboards , Sebastien Boisseau, toch wel aan de oerdegelijke contrabas, Jeroen Van Herzeele, één van mijn favoriete tenorsaxen en Eric Thielemans, die ik vooral apprecieer als subtiele drummer. En wat geeft die combinatie, verder aangevuld met stemmen van gasten Sophie Kokai en Samanta7, nu in dit ‘5’ project, zo genoemd omdat dit hun vijfde boreling is ? Starten doen we met het energieke ‘Sonnerie’, wat de eerste minuut heel jazzy van start gaat, maar dan verglijdt in een hoogtempo free jazz stuk, wat echter de meeste jazzliefhebbers nog wel zal weten te bekoren want is improvisatie niet waar het in jazz om draait ? Deze krijgt alvast mijn goedkeuren mee ! ‘Strange meeting’ is een  discussie van een interplanetaire raad, genre Star Wars waar tussen percussie en zoekende blazers een vrouwenstem dwaalt. ‘He loves me’ declameert het kind en de electronica zorgt voor de omringende sterrenhemel. De bas stapt door het nummer om dan in een uitstervende beat te eindigen. Mijn aandacht is getrokken,nieuwsgierigheid  geprikkeld en ben benieuwd naar het vervolg… ‘Datta Error 3’ , up tempo met snerende gitaar en uitbrekende sax doet mij enigszins naar de digitale volumeknop grijpen, arme oren met die headphone er zo ingeplugd ! Tomeloze energie van jonge avant gardisten ,weliswaar géén komplete chaos maar toch een muzikale data error ! ‘Interlude’ komt daarna goed van pas, het is als een herstemming van mijn trommelvliezen… en ook de musici lijken geconcentreerd aan het herconfigureren te zijn geslagen…een ijle trompet en krachteloos, de rest lijkt een strijkersgezelschap in de orkestbak,  voor  het getik van de dirigent de aandacht vraagt. ‘Trois mûles bleues’ komt wat op een slappe snaar binnenwaggelen maar vindt body met bas en drums en rond dit geraamte draaien de blazers het vlees, de pezige spieren, dat is dan weer iets voor de electronica van Jozef Dumoulin. Dan komen we aan ‘Chroma’, ook Datta error 6 genoemd, met een vette maar inventieve bass, energiek en very, very indringend. Opvallend hier ook weer het uitmuntende drumwerk van Eric Thielemans. Het nummer kent een kordaat einde en wat ook opvalt is het erg gecoördineerd verloop van de songs. ‘Datta error 9’ zou dan volgens de cover het laatste nummer zijn , ware het niet dat de player zegt dat er nóg 2 tracks resten…Deze ‘data error’ is in ieder geval heel erg rock en plaatst de componist/gitarist weer helemaal op de voorgrond. Zo intiem met de headphones op komt dit niet gans tot zijn recht, hier is volume en de indringende feel van bas en percussie op z’n plaats ! Nijg nummer !... en tot m’n verbazing zit het met Mâäk’s Spirit wél goed, eerlijk is eerlijk ! Hoe zit het dan met de twee volgende, niet aangekondigde tracks? Oorspronkelijk waren er immers 15 nummers voor dit project, dus wachten we wat af…stilte rondom voor de volle 4’33’’ want dus een stille track, van de weeromslag denk ik dan maar…tot track 9 het dan weer wél doet en hier waden we door een electronische ruisregen en eigenlijk door een ganse distorted wereld met stemmen die het hebben over intelligent leven in een uitstervende wereld,lijkt het, waar resources, bronnen , tekort schieten om nog verder te (kunnen) gaan… Electrisch gekraak maakt er dan ook een eind aan…
Eindconclusie: oordeel niet te gauw of voorbarig maar geef deze schijf zeker een luisterbeurt alvorens een verdict te vellen.
Waarschijnlijk is dit project live echter wel veel beter te genieten dan zo, in de luie zetel en nee, dit is geen makkelijk luistermuziekje,maar wel boeiend genoeg om mee te maken. Als je dan nog een open, creatieve geest hebt die open staat voor experiment, dan is dat zeker een pluspunt ! Try it out !

(Winus)



Bart Quartier  : 'Thank You'

Na jaren in uiteenlopende gezelschappen, kleinere (Jambangle, Kris defoort’s Dreamtime) en grotere (o.a. BJO) big bands te hebben meegespeeld, masterclasses gevolgd te hebben bij o. a. Peter Erskine en Kenny Werner,podia gedeeld overal ter wereld in het gezelschap van groten zoals vriend en mentor Mike Mainieri ; na meer dan 60 opnames als sideman voor diverse artiesten en dat  in de meest uiteenlopende genres, na 3 boeken en essays, werd het dan nú niet eindelijk niet eens tijd voor een eigen album, als leader? Dat album kwam er dan eind 2006, weerom een productie van De Werf, in co-productie met Marc Van den Hoof voor Radio Clara. De CD werd geproduceerd door Michel Herr en opgenomen in de ‘Toots’ studio van de VRT en het werd een pareltje met 9 eigen composities. Bart weet zich te omringen met uitstekende muzikanten zoals, uit het BJO geplukt, Nico Schepers op trompet en flügelhorn, en Bart Defoort , één der leidende solisten uit datzelfde Brussels’ ,aan de saxen. Gedragen door een ritmesectie om U tegen te zeggen en waar jong naast..minder jong komt te staan, nl. Jan de Haas, zelf uitstekende vibrafonist, maar hier aan drums,naast een haast levende legende, de eerbiedwaardige Jean-Louis Rassinfosse, ooit nog 10 jaar begeleider van Chet Baker, aan de contrabas ! Een puik kwintetje om van start te gaan, vindt U ook niet ? Laten we dan maar gauw horen hoe alles klinkt…
We starten fijntjes met het ingetogen ‘Rustling’ waar Nico Schepers z’n kompaan Bart Defoort,hier op sopraansax spoedig komt vervoegen in een subtiele conversatie. Het is een rustig en aangenaam vertoeven verder bij het sprankelende geluid van de vibrafoon  ‘8.00 a.m.’ daarna geeft duidelijk de eerste ochtendlijke bezigheden weer, het wakker worden en al gauw ,tijdens het ontbijt en nalezen van de krant, de eerste opmerkingen vanachter de brilleglazen. Jazzy tunes die dat allen mooi invullen alvorens de laatste man de deur achter zich toe trekt, op naar ’t werk ! ‘Eaux Dormantes’ is betoverend met die zangerige bas van Jean-Louis, solo van Bart Defoort en dat onder het goedkeurende oog en oor van een leader die mooi onderstreept en zijn medemusici ruim baan geeft. Nummer vier ‘Serene’ is opgedragen aan vriend en mentor ‘Steps Ahead’ vibrafonist Mike Mainieri. Bart leidt zelf de melodie in, waarna de blazers harmonieus aansluiten om dan verder uit te deinen in afzonderlijke soli, klankvaste Nico voorop. Statig gaat het verder tot uiteindelijk de leader zelf terug afsluit. ‘Go’ (op marimba dan) jaagt het vuur stilletjes weer op, smooth jazz en als je vingers knippen zit het wel goed ! Jazz dus, the traditional way, en er zijn er héél wat die hier bij zweren, reken mij maar bij de liefhebbers !(al kan deze jongen intussen héél wat hebben…) Maar ‘Papillon’ dartelt gelukkig vrolijk op dezelfde wijze verder met steeds die to the point interventies van bvb. een Bart Defoort met die schitterende tenorsolo maar ook Nico Schepers gaat voor niet minder. Jan De Haas, die totnogtoe op de (weliswaar hoog kwalitatieve) vlakte bleef,mag hier even uitbreken alvorens af te sluiten. Één van de meer ritmische up tempo nummers op een CD die eerder een intimistisch karakter heeft… Want ‘Thoughts’ geeft je dan weer de kans om de geest wat rust te gunnen, een rustpauze waar mijmerende blazers het voor ’t zeggen hebben. Op ‘Doodle’ komt Quartier dan met argumenten aandraven waar zijn medemuzikanten volmondig mee instemmen. Om beurten wordt er weer gesoleerd om die argumenten hard te maken. Bart Quartier trekt daar dan instemmend lijntjes onder. Eensluidend wordt uiteindelijk afgesloten ! Het is een eerbiedig dankwoord daarna waarmee deze stemmige schijf wordt beëindigd. ‘Thank you’ dus, waarbij de blazers het podium en de honneurs aan Bart Quartier zelve laten. Bart, slechts ondersteunend aangevuld door bas en drums, drukt hier zijn muzikale dankwoord uit ,maar wie is het eigenlijk die hier moet bedanken? Zijn wij het niet die moeten zeggen: ‘Dank je Bart, voor deze fijne plaat ?!’ Aanbevolen stuff !


(Winus)


 

 Octurn: 'North Country Suite'



Deze, onlangs in januari uitgebrachte ‘North Country Suite’ door het internationaal gewaardeerde Octurn gezelschap onder leiding van Bo Van Der Werf deed me eerst Wikipedia induiken want een beter voorbereid mens is er minstens twee waard en ik wilde deze keer gewapend aan deze bespreking beginnen !
Immers, als er gezwaaid wordt met termen als polyfonie en kontrapunt krijgt deze jongen door de muzikale complexiteit alleen al, er een punthoofd van ! Jazz heeft zich steeds vernieuwd en zal dat ook blijven doen,zo luidt het echter en Octurn is één van de leidende voorgangers in die beweging  die tracht oud met nieuw te lijmen en te rijmen. Soms gebeurt dat zweverig, haast hypnotisch  en hoog meditatief en soms barst daar tomeloze energie uit onverwachte hoek naar buiten. Maar wat mij vooral interesseert is, hoe het geheel voelt. Kan je de muziek ook smaken zonder dat je je in een schaakspel van hogere kunne waant? ’21 Emanations’ was al een haast mytisch vormenspel en ik ben benieuwd hoe Pierre Van Dormael, toch één der vernieuwers van de (Belgische) jazz zich door deze Suite gebaand heeft. Hij is immers de componist, de man met de breistokken. ‘North Country’ is alvast heel genietelijk als opener en voorganger aan het groovy ‘Sun Rising’,funky ritmesectie incluis. Ik mag die Chander Sardjoe wel met dat ‘Stéphane Galland’ achtige drumwerk van ‘m. In ‘Behind words’ krijgen we daar meer van en ook ‘Timetable’ deelt in de prijzen. Klinkt allemaal verder heel ‘Amerikaans’ en de mooie gitaartunes van Pierre,zowel als Jozef Dumoulin’s electronische spielereien houden je geboeid bezig. Een soort dialogeren in kontrapunt tussen die electronische Fender en de acoustische piano van Fabian Fiorini krijgen we in ‘Melting Ice’ ,ook echt een Big City tune. Vergeten we de blazers ? Laurent Blondiau,Guillaume Orti en een Bo Van Der Werf zijn er anders steeds onmiskenbaar bij, zoals in het very jazzy ‘Free Man’ en ik moet zeggen ,de CD heeft me in de greep . Ook in de (weinige) stillere momenten, de ballads zowaar, zit heel wat gevoel en poëzie. ‘All places’ is er zo één, met zangerige contrabassolo van Christophe Minck en dat in schril contrast met het doorstappende ‘No retail’ dat de blazers ‘bounct’ tussen de afgebakende lijnen van een strakke ritmesectie ! En een gelijkaardige curve vertoont ook ‘Eye dance’.Dansende oogjes kan ik mij daar wel bij voorstellen… ‘3 Lights’ klinkt daarna wat aftastend maar met duidelijke songstructuur in een wat onwezenlijke sfeer omwille van de keyboardaanslagen. De blazers zijn echter kordaat en maken een eind aan het dwalen. In ‘On Earth together’ wordt er dan weer meer gezamenlijk gemusiceerd rond een funky bas.Een in ijle klanken experimenterende Jozef Dumoulin kontrasteert met een Fabian Fiorini aan de heldere piano en verder volgt ook een solo van de componist Pierre Van Dormael. Een goeie song die je meteen weer op het juiste spoor zet ! En dat spoor leidt je ook verder in ‘The Next Minute’, heel beweeglijk en van het beste wat er op de schijf te vinden is. Want ‘Flags’ kan dan weer minder boeien, met dat ‘zoekende’ karakter dat hier weer terug is… vind ik zelfs wat vermoeiend. Hoog tijd voor wat rust dan met ‘Organized life’. Het is, aangevoerd door de gitaar, wat vredig wolkjes kijken, liggend op je rug in het North Country van Octurn. Voor mij mocht het best zo eindigen maar de North Country Suite wordt met ‘Howling Winds’ afgesloten en net nu begint de lente !
Eindconclusie dan: eigenzinnige moderne muziek en heel wat meer jazz dan hun vorige ’21 Emanations’. Toegankelijker ook en ,ondanks de naam ‘North Country Suite’ toch vooral jazz vanuit de buik van de metropool, zei ik het al niet: ‘Big City Music’ en best te smaken met de volumeknop wat hoger !


(Winus)



Marc Moulin: 'I am you'

Eerlijk gezegd zaten we niet direct meer te wachten op een opvolger van ‘Sam’ Suffy’, intussen weeral uit 2005 want die had buiten ‘la blouse’,la bougie’ en slechts het laatste part van de ‘Tohu-Bohu Parts niet veel voor ons in petto. We hadden natuurlijk ook nog ‘The Placebo years’ uit 2006 maar liefhebbers zoals wij hadden nog wel de originele platen of de CD ‘Placebo Sessions 1971-1974’, die ook uitkwam bij Counterpoint. Maar uit de clubbing/lounge jazz serie die op Blue Note startte met het opgemerkte ‘Top Secret’ in 2001 (en waarvan we vooral de hit ‘Into the dark’ en het mooie ‘Tenor’ onthouden) is de nieuwe ‘I am you ‘ zeker de beste uitgave tot nogtoe van deze Brusselse toetsenist.  ‘Entertainment’, de vorige bij Blue Note bevatte nog wel wat goeie nummers (‘Who stole the groove’,’Preface’ en ‘Easy’ met ouwe maat Philip Cathérine en vooral het ‘There comes a time’ met Bert Joris die steeds weer voor de sfeerbepalende noot zorgt  op de Moulin CD’s. Natuurlijk was daar ook Christa Jérôme aan de erg sensuele vocals  en Marc Moulin zelve ,erg groovy aan het orgel! Maar de oogst was toch wat schraal om die hele CD te blijven boeien, vonden wij,  en dus verslapte gaandeweg de aandacht. De (weliswaar succesvolle) Telex uitstappen waren ook niet echt aan ons besteed,maar  nu is er dus die ‘I am You’ waarmee 2007 feestelijk startte en die uitermate gunstig onthaald werd door pers en publiek. Twee CD’s in de ‘Special 2 disc edition’ waarop drie bonus tracks op de extra CD staan en ook nog eens een  video documentaire in het Apple Quicktime formaat. Verder niets nieuws onder de zon, een kleine bezetting met de reeds vertrouwde namen van Bert Joris, Philip Cathérine en Christa Jérôme, aangevuld op deze productie met de saxen van Fabrice Alleman en Tanga Rema op de mondmuziekjes,als je die al in de electronica kan terugvinden …Deze combinatie geeft de alom bekende ‘Moulin lounge’ feel.De songs zijn dit keer echter meer ‘echte’, uitgewerkte songs en brengen de omfloerste stem van Christa nu meer op de voorgrond zoals in opener ‘Welcome in the club’ of ook nog in titelsong ‘I am you’. Marc is steeds zeer aanwezig aan keyboards en dat met een warme sound. Het geheel klinkt nochtans doorgaans wat melancholisch zoals in ‘Every day is D-day’ . Piano en orgel in een vermoeide nachtelijke grootstadse bar, rook te snijen, het lijkt wel een soundtrack voor films met deukhoedtypes…
Maar ook dancefloor schuifelen op ‘Music is my husband’… ‘Rhythm is my lover’, klinkt het op een omweerstaanbaar… rhythm, inderdaad en Philip Cathérine gooit zich gitaargewijs ook  in het feestje dat van mij verder mocht gaan dan de 5’07’’ ! Philip blijft dan  nog even voor een volgende, very ‘Gainsbourg’ tune, mét, voor het eerst, die doorrookte vocals van Marc Moulin .’Me and my ego’ draagt zich dan verder op rollend organ en keyboard vibes en een bass die je niet stil houdt. Een beetje dramatisch opgejaagd bevindt je je daarna in ‘The upper room’. Fabrice Alleman is hier the speaking voice met die mooie altsax van ‘m maar ook erg mooi is daarna de  ‘Lord, you made me so weak’ moaning van Christa, waarbij de ‘donkerte’ onderstreept wordt door Marc’s orgeltonen. Ook ‘FTB’ baadt in diezelfde sfeer alvorens de CD afgesloten wordt met piano en electro tunes in een beat waarbij de stem van Marc dan weer eens in je linker en dan weer in je rechteroor zit. Bert Joris soleert daar ongestoord en groots tussendoor. ‘Le bruit de l’ombre’ heet het en dat had evengoed de albumtitel kunnen wezen ! En dan zijn we door de CD heen maar we hebben de ‘extended version’ dus gaat dit feestje op CD 2 nog even door en op eersteling ‘Paris’ klinkt dat al meer als een klein ensemble met die  ijle solo van Bert Joris tussen de blazersrefreinen en ‘Lonnie’ daarna is dan weer Marc’s eigen moment aan het orgel, slechts streepjes blazers hier en daar. Maar het mooiste komt er dan nog aan : ‘I can do that too’ met electrovogeltje, speels orgel en een Bert die wat bijkleurt met trompet.
Eindconclusie: heel erg soul in een ‘clubbing lounge electrojazz project’ dat intussen ook heel erg herkenbaar is als ‘Marc Moulin music’. Dit klinkt bovendien heel erg internationaal en vindt daarom in Blue Note dé geschikte partner om jazz in the house te brengen,wereldwijd !



(Winus)


 

 Cezariusz Gadzina  : 'Saxafabra'


‘In januari van dit jaar zat een 9-koppig gezelschap in de Toots Studio van de VRT voor het project ‘Saxafabra’, eigenlijk opgezet door stichter van de Brusselse ‘Krijtkring’ Luc Mishalle maar gedragen door de composities van jazz en klassieke saxofonist Cezariusz Gadzina die hiermee aan z’n tweede plaatopname toe is. In 2003 verscheen van hem ‘Double Heart’, in een klassiekere bezetting, namelijk trio met verder Piet Verbist aan bas en Marek Patrman op drums. Cezariusz is voor mij nog een  illustere onbekende die zich zowel aan theaterproducties zoals die van het Toneelhuis (‘The best of Shakespeare’ ) als aan jazz gewaagt, onder ‘supervisie’ van Luc Mishalle. Deze laatste begeeft zich ook graag op het geïmproviseerde muziekpad met kompanen zoals Misha Mengelberg en oppergoeroe Fred Van Hove. Benieuwd dus wat dat geeft in deze  sax en percussie formatie, geen bas trouwens in de buurt, behalve dan die tuba van Pieter Nevejans. Meteen denken we in eerste instantie terug aan dat andere saxproject, uit 2004 weeral, het ‘Saxkartel’ van Frank Vaganée, Robin Verheyen, Sara Meyer, Kurt Van Herck  en Tom Van Dyck (die voor de meeste eigen composities zorgde), maar dat blijkt toch deels andere koek want dát was met een bebop basis. Met Saxafabra daarentegen gaan we meer de grootsteedse multiculturele toer op want naast de diverse saxen (waarbij ook de niet zo vaak meer voorkomende C-melody saxophone) hebben we een uitgebreid pallet aan diverse bell , triangle en drum instrumenten, vaak van Afrikaanse  en andere exotische oorsprong, echter heel minimalistisch gebruikt. Het zijn de blazers die steeds op de voorgrond staan, ook al is er hier en daar ruimte voor bvb. een djembe solootje, zoals in de gesmaakte opener ‘Taat’ ,dat verder heel erg in ons eigen culturele erfgoed past. Meer wereldser, wat ‘Slavischer’ gaat het er in ‘IR Blues’ aan toe met een meeslepend  tempo en andere naar de voorgrond tredende instrumenten. Even denk je dan ook aan het
'Orkestra Braka Kadrievi’,die hier een aantal jaren de openbare kiosken met hun Balkanmuziek overspoelden,  maar dit Saxafabra is wel degelijk subtieler en muzikaal fijner. Heel erg gevarieerd ook, met dat scala aan uitgebreide klankkleuren. Zo lijkt ‘Otoa’ wel het gekweel en vrolijk gesnater van (sax)vogeltjes in de ochtend. Een beter ‘gebekte’ sopraansax soleert daar wat belerend doorheen en alles wordt ritmisch aangedreven door de snare drum. De tuba bromt daar ook graag wat bij om dan samen in harmonie af te sluiten, mooi is dat ! Een stuk ‘humeuriger is dan ‘Veluma’,  dat, bij het opdrijven van het tempo, iets van het karnaval van Binche in zich draagt, steeds maar sneller tot de finale toe. En ook een leuke is ‘Kamee’, een veelkleurig treintje op weg naar zonnige oorden, blaas de stoomfluit ! Daarna heel wat rustiger, ja zelfs ingetogen, gaan we kameels schommelend, haast caravangewijs en dan bedoel ik : in caravan door de woestijn en niet die hut in wielen achter je aan slepend, door ‘Daily Sax’ ! Een uitgebreid moment van bezinning is dit en daar neem je op dit langste nummer van de CD (10’,32’’) best even de tijd voor…’Malten’ sluit daar dan weer vlekkeloos op aan, is een terug ontwaken onder een blauwe hemel waar  witte wolkjes hun race door de ochtend beginnen. Erg speels allemaal, zo ook ‘Metal caravan’ dat een feestelijke afsluiter mag zijn na haast een uur boeiende muziek , uitermate geschikt voor de reeds hierboven genoemde muziekkiosken overal te lande en festivalitis rondom, doorheen de komende zomermaanden. Voor een ruim publiek met een brede muzikale smaak die verder rijkt dan die van de pure jazzliefhebber. Die jazzfreak komt hier echter ook zeker aan z’n trekken gezien het hoge niveau van de participerende muzikanten, hun duidelijk speelplezier en jazzlicks ‘random’ verweven in het geheel ! Aanbevolen schijf met plezierige muziekjes, uitermate passend in dit vroegzomerse Belgenland !’


(Winus)



Tutu Puoane  : 'Song'

 
'Een oprecht mooi jazzalbum deze maand met ‘Song’, de eerste eigen CD van de jonge veelbelovende vocaliste uit Zuid Afrika die hier in deze lage landen haar tweede thuis lijkt te hebben gevonden. Een productie van Frits Bayens aan wiens Big Band Tutu ook als vocaliste verbonden is. Ze is trouwens ook te horen op ‘Sail Away’ van deze Frits Bayens Big Band. Deze keer echter geen uitgebreid gezelschap maar het is wel lekker toeven in de nabijheid van echtgenoot/sterpianist Ewout  Pierreux en een ritmesectie met Guus Bakker aan dan eens een percussieve, en dan weer een heel zangerige bas en een ontdekking voor ons des te meer voor Jasper Van Hulten aan de drums, subtiel, to the point en nooit opdringerig, live een band om naar uit te kijken ! Dit vertaalt zich absoluut ook naar CD in 11 songs van divers allooi en waarin Tutu zeker haar roots niet verloochent. Met ‘ Just about everything’ van Bob Dorough starten we en hier grijpt Tutu al meteen hoog : tempowissels, low voice, high voice. Bijwijlen met vibrato in haar stem, voorwaar…is de nieuwe Ella Fitzgerald opgestaan ? Verder puike Ewout aan de piano en Jasper in een bevlogen solo. Swingend begin. ‘That’s all’ laat Tutu,die intussen al heel wat jazzprijzen behaalde waaronder in 2004 nog de Zuid-Afrikaanse ‘ Young artist of the Year for Music’ prijs,  scatten en brengt weerom een Ewout Pierreux sprankelend in méér dan een uitmuntende piano begeleiding. Eén van die Belgische jonge pianisten die zeer de moeite waard zijn en dat ook reeds eerder bewezen heeft in diverse formaties als ‘Jazzisfaction’,New Groove Sextet’, met vedetten als Toots Thielemans e.v.a. … Maar er zijn ook  gastmuzikanten  en die zijn zeker niet minnetjes. Geert Hellings aan gitaar en Bert Joris himself aan trompet in een zeer intimististische ballad van zijn hand. ‘ For the time being’ is verstillend en kent buiten eerder genoemde solisten geen verdere muzikale begeleiding. Mooie tekst ook van Suzie Scragg en een Tutu Puoane die dat erg mooi, haast poëtisch, brengt. ‘Rejoice’ volgt ,Jasper op cymbalen drummend bij een erg mooie bas, sterk gedragen door deze ritmesectie. Verder horen we hier de Nederlandse guest tenorist Mete Erker, ons verder onbekend maar wél gepast aangevuld…’Prologue to…He needs me’ is dan weer een eigen werkstuk, muziek van Ewout op tekst van Tutu , heerlijk relax ,vork op de snaredrum en lekker onderuit en jawel hoor, Tutu heeft een zalige stem om naar te luisteren…Ewout tekent daar speelse dingetjes bij en Guus onderstreept waar nodig. We blijven baden in eenzelfde sfeer met de for all times evergreen ‘You are my sunshine’, weliswaar met eigen arrangementen. Voor de tweede keer komt Bert Joris er bij, het is als de kers op de taart… En dan, en daar zaten we wat op te wachten, de (Zuid)-Afrikaanse toets met ‘Mango Picker’ . Lekker ritme waar bas en drums weer heel bepalend zijn. Zij sturen de vloed waar Ewout zich graag op laat drijven. En dan het titelnummer ‘Song’ van Jeroen Van Vliet/Norma Winstone, zachtjes voortkabbelend , gitaar en tenorsax zijn hier ook lekker incluis. ‘A case of you’  is daarna, als tegengewicht lijkt het, heel wat dramatischer van toon en inhoud en slechts begeleid door een bas die mee de pijn in zich draagt. Van Joni Mitchell afkomstig  en met heel veel ‘soul’ opgevoerd. En zo komen we dan aan afsluiter ‘Ke a go Leboga’ ,een Zuid Afrikaanse hymne, een ‘I thank you’ vanuit het ganse warme wezen Tutu Puoane, een zangeres die hét duidelijk heeft  en met dit debuutalbum alvast hoge toppen mag scoren. Laten we haar dan ook  heel wat (verdiend) succes toewensen en bovendien wat pluimen  op de hoeden steken van die uitstekende begeleiders ! Prachtplaat !'


(Winus)



 RadioKUKAorkest  : 'Songs for Broadcast'

'Het verhaal is bekend en staat zo ook op de bijsluiter van een CD die meer leuke muziek bevat dan dat de sombere hoes doet vermoeden : om het radio KLARA live programma ‘de kunstkaravaan’ muzikaal in te vullen werd Kristof Roseeuw (bass en vocals) van o.a. FES aangesproken. Die stelde een kwartet samen met musici waarmee hij reeds eerder het podium deelde : Tom Wouters (klarinetten, percussie en vocals) kende hij al van het maffe maar eveneens geniale Flat Earth Society. In Philippe Thuriot, intussen goed hersteld van de in 2004 opgelopen hersenbloeding, vond hij een gezel op de chromatische accordeon en vocalen, en buitenbeentje Lode Vercampt, klassieke cellist en bekend van o.a. Il Novecento en I Fiamminghi was eveneens bereid tot dit crossover project waar inderdaad jazz niet direct op het voorplan staat. Dit ‘acoustisch kamerorkest’ wordt echter in brede kring fel gesmaakt en de podia zijn erg verscheiden, van Paleis voor Schone Kunsten tot Gentse Feesten onlangs ! Elf eigen werkstukken en drie gearrangeerde muziekjes (van avant gardist–pianist Eric Satie, componist/pianist Fabian Fiorini en wereld bassist Michael Formanek.) Ruimte voor improvisatie en humor blijkbaar ook, te merken aan de songtitels. Laat ons eens luisteren om te zien wat dat geeft ‘on the groove’…Beginner ’hey honey it’s a twistin’ paper star’ is als een soundtrack voor een Tom en Jerry tekenfilmpje, plotse tempowissels en spanningsmomenten inbegrepen maar kat vangt muis dus niet, net zoals op de TV…’Salade nr. 3’ dient zichzelf speels aan op track nummer 2 en kan je al meer onder de noemer ‘luistermuziek’ plaatsen, licht en vrolijk. Een zelfde teneur heb je in ‘une vache caractérielle’. Het is verhaaltjes vertellen uit het luisterboek van Kristof Roseeuw maar jazz is op dit moment nog steeds ver weg. Je mag deze CD dan ook niet beluisteren als ware het een jazz CD, al krijgen we wat later toch nog wel stukken die daar kort bij komen. Ook dit koetjesverhaal eindigt niet echt, stopt eerder abrupt maar zó zijn deze deuntjes wel. Wens je het eerder klassieker opgebouwd, dan heb je bvb. ‘Carnivale’ van de hand van Fiorini en gearrangeerd door Kristof Roseeuw. Een salonwalsje, zo je wil, al sluipen hier ook ongewoontjes tussendoor en meezingen kan even later ook al, mooi ! Dan volgt ‘petite suite Satie’ van de gelijknamige componist, in een arrangement van Tom Wouters, en meteen zitten we weer in die tekenfilmsfeer,figuren denk je er zelf maar bij. Mooi instrumentaal uitgetekend, dat wel. Net zoals ‘P#5’ dat zichzelf muzikaal wakker gaapt om dan meteen in diverse ochtendpannen te gaan staan roeren. De gezamenlijke vocals in een ‘lalaa lalaa’geven er onder tromgeroffel zowaar een dramatische wending aan !
‘Jiggle the handle’ van Michael Formanek is dan weer wat ernstiger,weegt wat zwaarder en hier leunt bijwijlen Mr.Jazz naar binnen…even maar…
In ’The Clown Infection’ van Tom Wouters speelt tegen de baslijn een hele mooie accordeon van Philippe Thuriot en wij voelen voorwaar de hete adem van Rony Verbiest in de nek ! ‘De Aerobaat’ heeft dan bijwijlen wat Oosters maar is toch vooral ‘een bas en strijkstuk’, al mag de basklarinet daar dan nog kwaad doorheen soleren. En zoniet met nog méér temperament, hangt de ‘sexy melodian’ daar achteraan. En dan plotseling komt ‘L air de rien’ daar wat jazzy achteraan huppelen, zijn de ‘jazzers’ nu kontent?,want ik meende da’k ze al hoorde klagen ! En dat was dan maar voor even want daarna mag Lode Vercampt ook nog met wat klassieks-experimenteels komen aandraven, de boottrekkers van de Wolga klinken door vanuit de kantine, ‘Ca va Mr.Lupain ?’…En ‘Cinderella’s Circus Doll’  jazzt daar mooi achteraan. Leading man is hier weer de man die dit ganse project opzette: Kristof Roseeuw aan de walkin’ bass. En van diezelfde man is even later ook ‘Tatta la chatte’ dat mooi mag afsluiten met een makkeijk verteerbare melodie, al mocht het einde niet zo snel uitgefade geweest zijn, schoonheidsfoutje…
Eindbeoordeling : boeiende stukjes luistermuziek waar je wat aandachtig moet voor wezen, amusant en speels maar wellicht véél te weinig jazz voor wie daar zat op te wachten . Voor al die anderen, slechts 1 adres: de betere platenhandel ! '


(Winus)



Eric Legnini Trio  : 'Big Boogaloo'


Mag het voor één keer eens wat melodieuze jazz wezen? Graag zelfs, en met Eric Legnini hebben we meteen één van die minder bekende Belgen (altans in Vlaanderen) te pakken. Hij behoort intussen wél bij die vele getalenteerde pianisten die ons landje intussen rijk is. Met uitvalsbasis Parijs verrast Eric ons bijtijds met sprankelende, ‘zwarte’ CD’s zoals ‘Miss Soul’ in 2006 en dan nu, in januari 2007 gereleased, de aansluiter ‘ Big Boogaloo’ die bij momenten erg refereert naar de funky Herbie Hancock periode. Eric liep onlangs ook in onze spotlights op Jazz Middelheim alwaar hij in trio musiceerde met Mathias Allamane op bas (ook hier op CD) en voor het eerst met Dré Pallemaerts aan drums. Dit trio was één der pareltjes van de laatste editie van Middelheim en graag komen we hier op terug met een CD die dit verdient. Eric, in trio met voornoemde Mathis Allamane en een uitermate sprankelende Franck Agulhon aan drums,dit is het basistrio, dat op een aantal tracks aangevuld wordt met trompettist Stéphane Belmondo (waar Eric verder ooknauw mee samen werkt) en Julien Lourau op sax. De rol  van Mathias Allamane wordt op meerdere tracks overgenomen door één van de hedendaagse toppers van de Italiaanse jazzscène, Rosario Bonaccorso. Dat zijn de gegevens voor deze heerlijke toegankelijke CD waar alvast ‘Funky Dilla’ aangeeft waar we hier zowat aan toe zijn. Maar het kan ook verhalender, zachter zoals in ‘Nightfall’, waar Eric haast poëtisch de toetsen beroert. Ook nog smooth jazz en vingerlicht pianospel op titelsong ‘Big Boogaloo’ ,waar we een eerste keer Rosario Bonaccorso aan de bas krijgen en dat ook even solo. Franck Agulhon omlijst alles mooi zachtaardig, heerlijk nummer. Daarna, op het eerste niet eigen ‘Reflection’ (van Ray Briant) kan ook Mathias Allamane even solo gaan in een verder luchtige wat latin melodie met tempowissels, erg aanstekelijk. Ook track 6 is niet van eigen hand. Op ‘Where is the love’ komt Stéphane Belmondo zacht meeblazen en deze melodie kabbelt rustig verder, is trouwens één van de weinige, wat langer durende tracks. En ‘Smoke gets in your eyes’ kenden we nog niet in dit jazzjasje, in ‘a piano bar' way als het ware. Eric dus solo en dat valt voortreffelijk te smaken, al hangt hier wel een wat Francois Glorieux-achtig sfeertje rond. Echt mooi is het bop vluggertje ‘Honky Cookie’, dat afgerond wordt in net geen 3 minuten…In ‘goin’ out of my head’ van Weinstein/Randazzo komen we met easy listening jazz weer tot rust, het cymbalenspel van Franck Agulhon roept een beeld van kabbelende golfjes aan het strand op, de deining van de zee lijkt het, en is dat geen mooi beeld ? En dan komt er terug vaart in het geheel met ‘Mojito Forever’,Franck is de drijvende motor waar Eric zich helemaal in het thema stort. Julien Lourau mengt zich harmonieus in het geheel, geen uitspattingen, slechts een melodieuze solo bij de start. ’Soul Brother’ dan, plaatst Stéphane Belmondo weer bij de groep met een groovy nummer dat lekker het ritme van de grootstad volgt. En afsluiten doen we met een ingetogen piano gospeltune. ‘The preacher’ mag de afsluiter zijn van een mooie plaat en we geven graag ook een  pluim aan de begeleiders. Het Eric Legnini Trio stond verdiend dit jaar op het grote podium van het gerenommeerde Jazz Middelheim Festival ! Toegankelijke pianojazz deze maand en dat was weer een hele tijd geleden !


(Winus)



Baba Sissoko Ensemble  : 'Bamako Jazz
'

We maakten al eerder kennis met deze Malinese multi-intrumentalist in het ‘Al Majmaâ’ project van Laurent Blondiau en Mâäk’s Spirit die samen met Gnawa Express in 2003 het podium deelden onder de Jazz Middelheim tent. Voor ons een kennismaking met de man die als geen ander de n’goni en méér nog, de tama zo vurig en vakkundig bespeelt. Blijkt dat de man intussen de halve wereld bereisde en musiceerde met vedetten als Dee Dee Bridgewater, The Wailers, Sting, en zelfs een gewaardeerd gastmuzikant is bij Lester Bowie en het Art ensemble of Chicago. Niet vies van avant garde dus en dan weet je dat je zulks ook (mogelijks) mag verwachten met diezelfde Laurent Blondiau (trompet) en ook nog Jeroen Van Herzeele (aan sax) in je ensemble. Maken daar verder ook nog deel van uit : Fabian Fiorini aan piano en Reggie Washington die intussen ook al meer híer thuis is dan in de States, aan de bass. Reynaldo Hernandez,voor ons alsnog onbekend is er, hetzij Italiaans, hetzij Cubaans, ook bij aan percussie en Mamani Keita is er ook op eigenste  stemvork. Baba Sissoko maakte verleden jaar ook deel uit van het bonte gezelschap dat de laatste CD van Chris Joris en tubanist Bob Stewart bevolkte en dat was voor ons een hernieuwde kennismaking, bracht ons zowaar opnieuw in de ban van dat hypnotiserende percussieinstrument, de tama ! Nu is daar, ver van de Malinese hoofdstad, ‘Bamako Jazz’ met 12 composities van Baba en één improvisatiestuk tama/piano,het onderonsje Sissoko/Fiorini. De plaat heeft een Afrikaanse boventoon maar is duidelijk versmolten in de wereldtaal die jazz tegenwoordig zowat overal spreekt. Mooi is daar  steeds het percussieve pianospel van  Fabian Fiorini bij, zoals in opener ‘Ebi’ waar Fabian mee het ritme aandrijft waartegen Jeroen mag soleren. Ook in ‘Mali Foli’ maakt hij het schone weer. Baba blijft daar bescheiden bij op n’goni, de twee blazers harmonieus in de melodie en voor een eerste keer zorgt Mamani Keita hier voor de Afrikaanse noot. Dat nummer vloeit haast naadloos over in titelsong ‘Bamako Jazz’ dat je meesleept door de Malinese Savanne. Die wordt bevolkt door allerlei diersoorten waar we hier in gedachten kunnen mee kennismaken,maak zelf de beelden bij de uitnodigende muziek ! Een waarlijk meeslepend nummer ! In ‘Sidjanko’ zetten we ons dan rond het open kampvuur, de samenzang voert je ver de nacht in…en dat die nacht kan betoverend zijn, misterieus en wat dreigend,daar zorgen de bass van Reggie en het trompetteren van Laurent en Jeroen wel voor. Reynaldo drumt daar erg Westers tegen aan. Reggie duimbassend in een solo en steeds is daar, haast bezwerend, het tokkelen van Baba. Toch maar mooi ! En in ‘Moko’ is Baba daar dan op dat wonderbare okseltrommetje van ‘m in een heel mooie symbiose van Afrikaans en Westers.
Wat mij betreft een absoluut hoogtepunt ! In ‘Tama’, dat wordt ingeleid door Laurent Blondiau, werken we dan verder naar een climax. Er wordt stevig gebast door Reggie en aan de goedkeurende backings te horen zit de sfeer daar in de studio erg goed. Als luisteraar kan je er ook helemaal bij wezen, beetje inlevingsvermogen volstaat… Misschien daarna even bijkomen ? Dat kan met het verhaal van ‘Sumaya’ dat rust brengt in de gedaante van Mamani Keita, met zalvende stem. ‘Yafa’ is dan weer stuwender,meer een klaagzang lijkt het mij, maar met waarlijk mooie blazers in een uitdovend ritme. ‘Black Machine’ is Baba solo, roffelend op een tama die aardige sprongetjes maakt. En zou het kunnen dat ‘Bi Kanu’ een wat huiselijk tafereel is, wat gekrakeel tussen echtelieden ? In ieder geval is nummer 12 ‘Improvisation tama/piano’ net wat de titel zegt, een wonderlijke dialoog tussen tama en piano en mischien meer nog, een dialoog tussen culturen !  En dan zijn we, zoals dat heet, aan het gaatje dat 4’33’ verder ligt. En daar mag ‘Djeli Nana’ ons naartoe brengen met djembe, n’goni, vocals en wederom een Fabian Fiorini aan piano, wat hier ook  een zeer geslaagde combinatie blijkt, dat is  alleszins één van die conclusies waar je na beluistering van deze CD toe komt. We krijgen weliswaar geen afsluiter van het ganse ensemble, maar eindigen toch wel erg mooi ! In z’n totaliteit is dit een héél lekkere CD die erg melodisch is tot mijn grote vreugde, want ik vreesde éven dat we te ver de avant-gardistische toer zouden opgaan met die mannen van  Mâäk’s Spirit er bij. Maar nee hoor, dat zat wel goed ! Want eerlijk gezegd zaten twee dingen mij op voorhand niet zo lekker: 1 . Zou dit wel voldoende jazz zijn en het ethnische wereldmuziekgevoel wat overstijgen ? Jawel dus, en dan 2 : Het zojuist aangehaalde avant garde verhaal. Gerustgesteld  en voorzien van het goedgekeurd stempel ! Jazz vanuit het rootscontinent getransformeerd naar wereldschaal kan inderdaad erg mooi wezen !

(Winus)



 Bert Joris Quartet : 'Magone'


 Bert Joris is de naam van de man die we de laatste jaren voortdurend tegenkomen als gastmuzikant in de meest diverse gezelschappen: bij Hendrik Braeckman en bij Tutu Puoane,met goeie maat gitarist Philip Cathérine, op de groovy Marc Moulin CD’s en nátuurlijk bij ‘het Brussels’,ons Nationaal paradepaardje BJO,waar-ie zo goed als huiscomponist is. We zagen hem al zo dikwijls aantreden met dit orkest, zowel als featuring artist zoals dat heet, alsook als gastdirigent en telkens was het weer genieten ! Stijl, allure, grote klasse en dat ales steeds pretentieloos, nooit de uitslover en steeds met veel eerbied, respect voor de medemuzikanten en solisten. Sympa op de scéne en ernaast, innemend en gelijk toch écht een grote meneer. We zagen dan ook uit naar nog es eindelijk een eigen CD, in klein gezelschap (en vergeef me deze laatste uitdrukking want die slaat dan ook (zal ik het maar onderstrepen?) enkel en alleen maar op het aantal muzikanten ! Want verleden jaar was daar natuurlijk ‘Dangerous Liaison’, maar dat was  dan in grote bezetting met symfonisch orkest (de Vlaamse Filharmonie) en big band (BJO).Een plaat die we trouwens dringend nog eens nader moeten gaan ontdekken want getipt als één van de beste big band albums van 2006 (o.a. door het Amerikaanse jazzmagazine ‘All about Jazz’).
 ‘Magone’ waarvan de titel verwijst, (voor wie dit nog niet wist intussen), naar ‘mother is gone’, Inge , de overleden echtgenote van tenorist Kurt Van Herck); ‘Magone’ dus, brengt ons voor een stuk terug naar een gezelschap dat in 1986 ook al een CD neerzette onder de noemer ‘Bert Joris Quartet’, al was daar toen Michel Herr de man aan de toetsen. Voor de rest zit hier identiek hetzelfde gezelschap, alleen wel 20 jaar ouder nu ! Allemaal ‘dikke’ muzikanten ondertussen, het puikje van ons nationaal jazzlandschap, met bovendien internationale reputatie en uitstraling. Hoe kondig je anders een Dré Pallemaerts of een Philip Aerts aan ? Pianist ‘van dienst’ hierbij is niemand minder dan Dado Moroni, de Italiaan met de gouden vingers, Bert Joris’ Mr. Dodo …en die voelt zich aardig thuis in dit gezelschap, verbaast het iemand ?
De kracht van Bert Joris schuilt’em niet enkel in dat virtuose zachtkrachtige trompetspel van hem maar ook in de composities waarvan er verschilende later het label ‘standard’ gaan opgeplakt krijgen, wacht maar af... Leuke melodieën, heel herkenbaar ook, zoals starter ‘Mr.Dodo’, met Moroni aan de funky Fender, het tempo ligt hoog en gelijk krijgen we Dado die mooi aansluit bij de solo’s  van Bert. Dartel als het moet maar dat kan ook dramatischer zoals in titelsong ‘Magone’ waar het quartet een echte éénheid is in sfeerschepping, Dré mimimalistisch aan percussie en Philip somber bassend.Bert is heel herkenbaar en gevoelig aanwezig.’Magone’ is dan ook een treurig blad dat wordt omgeslagen… ‘Triple’ is,van weersomslag, het speelse melodietje rond de wat hooghartige pronkerige kat van Bert, je voelt ze bijna lijfelijk aanwezig ! En ‘Anna’ is daar dan weer kontrasterend de machtig mooie ballade achteraan, en terwijl de solisten, met Bert op bugel, hun verhaal vertellen, schrijdt de ritmesectie daar mooi statig doorheen om daarna zelf even het woord te nemen in de vorm van een baspartij van Philip. Dré omlijst dat gepast met fluwelen cymbalen.Dan volgt een samenstelling van 2 composities en deze ‘King Combo’ gaat er meteen wat steviger tegen aan. Bop met een flink stappende bas en explicieter drumwerk, mij hoor je niet klagen. Daarmee is trouwens ook de toon gezet voor de volgende ‘The Mighty Bobcat’ en da’s er één van pianist Moroni, hier weer aan de Fender, en ja, die heeft het componeren ook al in de vingers, deze zit echt op z’n plaats ! En dan volgt een klassieker: ‘I fall in love too easily’,zacht aangeblazen door Bert in wat eerst een duetje lijkt met Dado, maar dan wat later aangebast wordt, zacht getoucheerd door drums en verder mag eindigen in een krachtige finale… Nadien terug naar eigen werk (wat onze voorkeur geniet) met  ‘Signes & Signatures’, waarschijnlijk de oudste compostie op deze schijf en opgedragen aan broer Dirk met wie hij dit vroeger pleegde te spelen…Blijkt dat het componeren Bert toen ook al goed af ging…. Volgt een ode aan Philip Cathérine, de man aan wie Bert, volgens de tekst op de bijsluiter, veel te danken heeft. De, overigens lekkere pianopartij, mag je bijgevolg ook gans overzetten naar gitaar ! De band is nu echt goed op dreef en je staat al op je tippen voor een vervolg en dat komt er zó aan, al slaan we ook hier weer een andere weggetje in. Blues mijnheer, is mijn oud zeer ! Maar zo kan het voor mij ook en in ‘Alone at last’ kon Bert het niet beter gezegd hebben. ‘Brothers in blues’, denkt Dado dan en hoor hém eens bezig ! In een tsjoeketsjoeke-treinvaartje gaan we daana afsluiten met ‘Benoit’, gebaseerd op ‘het Beiaardlied’ van Peter Benoit en live gebracht vanop het Blue Note Podium 2005. Daarmee beëindigen we een CD die, wat ons betreft, de verwachtingen inlost en waarmee Bert weer maar eens toont hoe melodisch hedendaagse jazz ook kan klinken. Een voltreffer wat ons betreft, het sublieme concert zoals het dit jaar ook zo ongeveer klonk in de Jazz Middelheim tent, nu op zilveren schijfje verkrijgbaar. Daarbij nog wel op het notoire Dreyfuss label zeker, wat de distributie en dus ook de verkoop zeker ten goede zal komen !
Zucht…, wat wil een mens nog meer ? 

  (Winus)




Chopstick records compilatie  : 'Chopsticks'

 

'Raakvlakken  (onder)vinden tussen de diverse gezelschappen (‘Brick Quartet’ – ‘Moker’ – ‘Prak’ en ‘Barkin’’) in deze compilatie is het boeiende meergegeven van deze ‘Chopsticks’ dat vooral improviserende muzikanten neerzet in diverse combinaties waar wel telkens spil en producer Mathias Van de Wiele tussen zit. Stemmingen en sfeerbeelden dus eerder als melodieën en dat met soms een minimum aan instrumenten. Zo stapt ’zoonomia’ met wah wah gitaar en vooral de bass clarinet van Joachim Badenhorst deze CD in, eerst vormelijk, daarna vervagend in mistige flarden waarna we ons blijkbaar meestromend op een bootje op eendenjacht begeven in ‘emond’, de gelegenheidslokeend is een Bart Maris op trompet die wat verder vervaagt in electronica.’deformita’ e costanza 1’ is dan weer vooral een stemverhaal waar Mathias aardige streepjes doorweeft maar waar ook vooral drummer Giovanni Barcella,naast de stem, ritmisch de sfeer bepaalt. Tot nu toe eerder grijs van toon mag ‘air’ daar wat meer kleur aan geven.Tom Callens aan de alt en Zeger Vandenbussche aan de tenor sax maken een geheel met wat meer ballen, al drijven die ook hier in een wat magisch-oosterse soep .Toch wel mooi, ook al met dat aardige drum en cymbalenwerk van Dimitri Simoen. In ‘a Sunday afternoon at the lumber camp’ wordt er dan weer letterlijk ‘gezaagd’ en de stukken knetsen dan ook alle kanten uit.Lode Vercampt zorgt daar o.a. voor op de zingende zaag en ook Mathias komt wat onder de stroom te zitten… Track 6  ‘upsalation’ is het duo Zeger Vandenbussche op de tenor en Mathias Van de Wiele op de ..’moustache gitaar’ en dat lijkt me wel een acoustische te zijn…, ieder heeft een wat eigen verhaal, soms in overeenstemming, dan weer met eigen argumenten… ‘SOS’ is daarna voorwaar de knappe statig voortschrijdende parade voor het Konglong beest, jawel uit die tweede CD van Moker. Schitterende trompetpartij van Bart Maris en een nummer dat ons waarlijk écht beroert ! En het lijkt er wel op dat we het magische bos nu wel achter ons gelaten hebben want op ‘smells like’ mag Steven Segers (remember ‘Greetings from Mercury’ ?) rappen en vult de band Barkin’ dat verder goed in en aan  ! Wat later voert Prak ons met ’piccola essenza’ echter terug naar het improvisatiepodium. Drummer Giovanni Barcella levert tegenwerk aan de schrijende gitaar van Mathias die onverstoord doorgaat, de stand eindigt onbeslist…Het is aan het Brick Quartet dat dan  verzoenende taal mag spreken in afsluiter ‘suite d’esvanecimento. Zalvende taal van Lode Vercampt op de cello, Dimitri Simoen op bass clarinet en Mathias Van de Wiele hier voor een tweede keer op althoorn. Joachim Badenhorst aan de klarinet voor een gezelschapsimprovisatie…
En dan zitten we door de CD heen, een staalkaart, een proeve van wat Chopstick Records ook in de toekomst wil gaan betekenen (en dan halen we uit de persnota : ‘promotie en bookings van de vermelde bands en projecten en op termijn een podium bieden aan muzikanten en initiatieven die zich engageren voor jazz en improvisatiemuziek in de brede zin’. Voorwaar ambitieus en, hoewel we met De Werf een meer dan behoorlijk en breed platenlabel rijk zijn, mag er steeds ééntje bij. Dat dit gegroeid is uit een muzikantenbasis is een absolute opsteker en toont maar weer es waar Vlaanderen groot kan in zijn !
'

( Winus)



 Fré Desmyter Quartet: 'Something to share'

'Fré kennen we vooral van de Chris Joris gezelschappen waar hij al vanaf 2002 deel van uit maakt.Hij weet door zijn pianospel menigeen te beroeren en het mooiste compliment dat ik hem ooit heb weten krijgen is van een trouwe fan die hem gewoon een ‘goddelijke pianist’ noemt. Zover wil ik het niet drijven, wij hebben hier in ons landje nog meer parels van pianisten maar Fré maakt daar zeker deel van uit. Nadat hij zich met het meer mediatieve ‘Ahoar’ project vooral ophield in Duitsland, staat hij hier nu met z’n eigen quartet in een puur jazz landschap. Expliciete no nonsense jazz met improvisatie van twee solisten, Fré aan de piano en oldtimer John Ruocco, die we al decennia tot de betere saxofonist/klarinetisten rekenen. Zet daarbij het dynamische drumwerk van Marek Patrman en de uitgesproken, strakke bas van Manolo Cabras en dan krijg je voorwaar vuurwerk zoals in opener ‘Doo The Bop – I saw an Alien’,meteen al goed ! Daarna mag John Ruocco ‘Elegy’ inzetten, gauw aangespoord door drums en bass tot energy improvisatie waar Fré zich op aansluit, het wordt dialogeren met doordachte partijen, Fré steeds beheerst en als het ware de noten kiezend. Zo ook op ‘in Memory’ wat Marek met veel cymbalen lardeert.Intimistisch, een ware herfstsong… Vrolijkheid, wat frivoliteit, dat is ‘Indulgence’ waar Manolo Cabras dan weer mooi aansluit op de pianopartijen van Fré. Dat pianospel weet je intussen wel te herkennen, percussief en afgemeten als het is. Dit nummer is meteen een stevige 10 minuten lang, laat veel ruimte voor de solo’s en de sax komt aan het eind mooi samen met de piano, wel een vermoeiend stukje waar ook de ritmesectie de hand in heeft ! ‘Even’ houdt het dan wat kalmer, is het enige niet uitgeschreven nummer op de CD, trouwens allemaal voor de rest eigen nummers van Fré. ‘Instant composing’ noemt dit en Fré mag daar een mooi eindje aan breien. ‘Thrill’ dobbert daar achteraan, houdt je alert en hier komt Fré volledig aan z’n trekken in de mooie pianosolo. John Ruocco weet daar geroutineerd achter aan te zitten en heeft hier ook weer ruim de tijd voor repliek en ook om af te sluiten. Rustig wodt het dan in ‘Ballad for One Peaceful World’ en daar zijn we nu wel even aan toe!  Manolo wat zangerig aan de bas en ook Marek houdt zich gedeisd zodat dit melodische stuk je even weet te verstillen, mooi !
’In memory’,dit keer met uitsluitend Fré solo aan de piano, sluit dan in schoonheid de CD af. Een CD die je vooral laat kennismaken met de pianist Fré Desmyter. Een Fré die hier kiest voor dynamische rechtoe rechtaan jazz, niks minder dan dat.  Dat mag ook wel es een keer !'

(Winus)



 Chris Mentens Jazz Vann : 'Burnin'


Na 'Drivin' (uit 2003) is Burnin' de tweede CD van Chris Mentens in een reeks van vier. Ik ga er immers van uit dat Chris zich liet inspireren door Relaxin', Cookin', Workin' en Steamin'.

En Mentens heeft nog meer met Miles gemeen. Ook hij is een uitstekend arrangeur en etaleert dit kunnen met verve op Burnin'. Alle elf stukken op de CD zijn van zijn hand, in eigen arrangementen en in een zelfde sfeer.
De Jazz Van bestaat uit drie blazers (Sam Versweyfeld op trompet en hoorn - Joe Higham op sopraansax, klarinet en bass-klarinet en de jonge Dree Peremans op trombone), vibrafoon bespeelt Jan Nihoul, tevens co-producer. Drummen doet Bilou Doneux en Chris is er zelf op contrabas. Daarnaast zijn Pierre Van Dormael (gitaar) en Chris Joris (percussie) te gast op een aantal nummers.

De CD opent met 'The Father Of The Farm', en is opgedragen aan Omer Gevaert. Enig opzoekingswerk leert dat die man de rijstwafel zou uitgevonden hebben... . De enige link die ik kan bedenken, tussen de uitvinding en dit nummer, is dat het nummer bijna even fragiel en breekbaar is. 'Compose Her' heeft iets frivools, iets lieflijks en romantisch zodat ik durf te hopen dat de titel staat voor waar hij me meteen deed aan denken. In 'Panchromatic Resonance' slaat de Jazz Van aan het swingen en slepen bass, drums en vibes de trompet van Versweyfeld mee in een onwrikbare groove. In een tweede deel neemt Peremans met zijn trombone schitterend over. 'Hoketus' blijkt een compositieprocedé dat voornamelijk in de twaalfde en dertiende eeuw werd toegepast en waarbij de verschillende stemmen afwisselend pauzeren zodat de melodie dus over meerdere stemmen verdeeld werd. Mentens kent zijn muziekgeschiedenis. Boeiend nummer. 'Miniature #1' en 'Miniature # 2' zijn opgebouwd rond een zeer sterke baspartij en in #2 mag Peremans zijn trombone inruilen voor een speelgoedpiano. Leuk idee en dank aan het speelgoedmuseum van Mechelen. Het zevende nummer heet 'Septimalisation' en dat betekent het invoeren van het zevendelig stelsel als de norm voor religieuze en fysische metingen. Het levert een boeiend en bevreemdend resultaat op waarin de verschillende delen een ongebruikelijke lengte hebben van zeven maten. De Jazz Van en Pierre Van Dormael zullen allicht enige tijd besteed hebben aan het instuderen van dit nummer... Het vraagt van de luisteraar ook wat moeite maar die loont ! 'Spin Cycle Tango' is de vreemdste eend in dit gezelschap. Het nummer werd niet in de ‘Crescendo Studio’ in Genk opgenomen zoals alle anderen, maar in het w(b)askot van Chris Mentens thuis. In dit nummer kan je kennismaken met wat een gedreven bassist SOLO vermag met behulp van wat Japanse elektronica en heel veel creativiteit. De hoes vermeldt dat alle geluiden met een akoestische bass geproduceerd werden. Amazing!! Verder zijn er nog 'Just This' en 'Mexican Sunflower'. De CD sluit af met 'El Monte', een nummer dat zeer langzaam op gang geblazen wordt tot de bass het teken geeft dat Chris Joris met de Jazz Van mag ‘fuseren’ en dit uitgroeit tot een swingende Latin Jazz song met schitterende trompet en trombone partijen.

Burnin’
is een knappe plaat geworden. Vernuftig en leerzaam bovendien ook. Als de volgende in de reeks daarbij ook nog ‘ vanuit den buik’ komt wordt dat ook weer een geslaagde schijf !'


(Gi Leoni)


 

Dré Pallemaerts : 'Pan Harmonie'


‘Dré mocht in 2007 voor ‘Pan Harmonie’ de Klara prijs van beste Vlaamse Jazz CD in ontvangst nemen en  dat was terecht de bekroning van een erg vruchtbaar jaar want was Dré niet dé opgemerkte figuur van bijvoorbeeld een  Jazz Middelheim, editie 2007, waar ie zowel Tineke Postma, Eric Legnini als Bert Joris mocht begeleiden ! ( en bovendien was ie d’er telkens ook graag bij op de jams in de Singel). Dré is een bijzonder druk baasje, sla zn biografie d’er maar eens op na en dus kon hij ruim z’n keuze maken tussen een brede schare van muzikanten waar hij al eerder mee werkte voor deze eerste, puur eigen CD, dat werd wel even tijd ! Hij koos uit een breed palet van muzikale kleuren en zo vindt je een eerder ’klassieke’ pianist als Bill Carrothers naast ‘Fenderist’ Jozef Dumoulin en een comlexere Mark Turner op tenor naast de meer rechttoe rechtaan trompettist Stéphane Belmondo. Dré schreef voor deze schijf een aantal melodieën bijeen die eerder ijl en zweverig klinken al kan je daarin geven en nemen. Zo begint de CD met een quartet versie van ‘Tourne en rond’, een ingetogen, wat somber stuk dat naar mijn gevoel beter tot z’n recht komt in de duo versie, piano en drums. Die drums weet Dré hier eerder subtiel te gebruiken, accentjes leggen met cymbalen. ‘Where was I’ kabbelt zachtjes verder op een wolkjespiano en floeren trompet. De flarden elektronica en de interactie tussen de muzikanten maken dit tot een mooi stukje ‘Pan Harmonie’. Maar mooier wordt het nog als alles wat meer body krijgt zoals in ‘Bye ya’ van Thelonious Monk, zoals Dré het zelf stelt een ritmisch concept dat hem erg inspireert. Solo’s naast mekaar van Mark Turner, Bill Carrothers en Stéphane Belmondo en ook Dré hier uitbundiger en solo op het slagwerk. En daarmee hebben we het uptempo werk zowat gehad. Want ‘Karma’ waagt zich weer op het gladde ijs met die kristalheldere Fender van Jozef Dumoulin, bijgestaan dor een grillig schaatsende Mark Turner. De trompet zet daarbij eveneens het thema aan maar dit is toch vooral een Turner-Dumoulin moment en Dré mag daar de slee over de ijsbaan stuwen met z’n goedgeplaatste roffels…Volgt de mooie standard ‘All the things you are’ van Oscar Hammerstein & Jerome Kern, enkel piano en cimbalen en zachtjes uitdovend alvorens we toch nog even wat sneller gaan in de zeven maten blues ‘MJ rules’ , dat Dré opdraagt aan z’n grote voorbeeld, ‘Mister’ Elvin Jones. Mijn persoonlijke favoriet op deze schijf ! Daarna gaan we weer de wollige hoek in, sfeerbeelden schrijven met ‘Mode’,wolkjes blazen in de koude lucht, nu we ons toch weer op het ijs wagen. Want ook met ‘Afternoon’ wordt het er niet warmer op en wat mij betreft is het dan hoog tijd dat we met ‘I had a king’ van de nu al legendarische Joni Mitchell terug wat bloed voelen stromen. Mooie trompet van Stéphane en ook Jozef Dumoulin vult aardig aan. Het geheel heeft wat statigs, zo met die omlijstende drums en nu je’t zo overdenkt, verdorie geen bass te bekennen op deze plaat ! Niet dat we die echt gemist hebben, al scheelt dat natuurlijk een heel stuk op de sound en de sfeerbeleving ! ’For Anne’ komt daar wat liefelijk achter schuiven, wat wil je, geschreven voor de levensgezellin van Dré… Officieel sluiten we dan de CD af op een wat minder romantische wijze. ‘Orgue de barbare’ is ‘random’ geschreven door het Mac muziekproramma dat Dré ineenknutselde en waarvan de output ‘over’speeld wordt  door Dré en Mark Turner. En de uiteindelijke finale ‘Remi & Lowie’ die volgt is inderdaad het wat kinderlijke stukje dat Dré voor z’n kids schreef, in stille verwondering voor de orgelman en z’n aapje…
En zo krijg je een eerste CD die staat voor wat Dré in z’n muziek drijft en zoals we hem ookwel  kennen van diverse projecten. Vooraanstaand drummer maar ook zoveel meer. Subtiel maar ook uitgesproken, gedefinieerd wanneer dat nodig is en steeds met de vinger op de pols van de tijd, geen elektronica schuwend maar ook niet overladen met technische snufjes. Dit mag wel duidelijk wezen: Dré heeft met veel liefde voor de muziek een boeiende, gevarieerde plaat uitgebracht met de voeten op het breed platform van de hedendaagse jazz ! Terecht gelauwerd al gaan we hier ook de ouwere jazzpuristen weer horen klagen over de ijle atmosfeer die als een aura over deze schijf hangt…’


 (Winus)


 

 Saxkartel: 'Yellow  sounds & other Colours' 


'Tom Van Dijck (TVD), baritonsaxofonist en bezieler van het Saxkartel werkte in 2005 mee met een zang- en dansproductie onder leiding van Liesbet Vereertbrugghen.
Hij besloot toen om een programma te maken met stem, begeleid door het Saxkartel( waarmee hij in 2004 ook al de CD 'Airdance' uitbracht. "Yellow sounds & other colours" is de neerslag van dit programma, op CD.
Frank Vaganée vervangt Robin Verheyen die op 'Airdance' sopraansax speelde. Sara Meyer speelt altsax, Kurt Van Herck tenor en de stem is die van Tutu Puoane.

Het Saxkartel brengt eigenlijk een vorm van 'kamermuziek' met 4 saxofoons (en op deze CD dus ook een stem op een aantal nummers) waarbij ze vertrekken vanuit Jazz en van waaruit improvisatie een belangrijk uitgangspunt is. Alle arrangementen zijn van TVD behalve die van 'De Donder Komt' & 'Vélocipède' die gecomponeerd én gearrangeerd zijn door Oene van Geel, de Nederlands Jazzviolist. In een kartel waarin een ritmesectie enkel gesuggereerd wordt is samenspel uiterst belangrijk en lijkt een strakke discipline onontbeerlijk. Lange escapades kunnen geen van de  vier sax -virtuozen zich veroorloven binnen de zeer mooie en subtiele arrangementen op deze plaat."Yellow sounds" opent met een minder voor de hand liggend Monknummer, "Little Rootie Tootie". Een 'trein-impressie' die Thelonious in '52 voor zijn zoontje schreef. Een zeer geslaagde uitvoering, wellicht ook omdat het sowieso meer voor de hand ligt om een blaasinstrument  een stoomfluit te laten suggereren dan een piano.  De vier nummers waarop Tutu Puoane zingt zijn het speelse "Dat Dere" van Bobby Timmons,  "Ntyilo Ntyilo" een Zuid Afrikaanse klassieker van Alan Silinga dat oorspronkelijk werd geschreven voor Myriam Makeba en twee nummers die vooral dankzij  singer-songerwriter Joni Mitchell bekendheid kregen. Joni Mitchell blijkt trouwens de link tussen TVD en Tutu. Ze zijn beiden fan van de Amerikaanse en doen haar op deze plaat alle eer aan. "Goodbye Pork-pie Hat" is een nummer dat Charles Mingus opdroeg aan Lester Young en waar Joni een ontroerend mooie, hoopvolle tekst bij schreef en zong. "Both Sides Now" is helemaal van Joni Mitchell en werd destijds een regelrechte hit (in het alternatieve circuit). Op alle vier de nummers komt de sobere stem van Tutu volop tot haar recht. Ze heeft niet dat enorme stembereik maar beschikt over een superbe timing waarover alleen de allergrootste Holidays uit de vocale Jazz beschikken.
In "Caravan" van Duke Ellington mag de bariton het diepe, percussieve,  ritme aangeven. Spijtig dat Harry Carney dit niet meer kan beleven... Frank Vaganee schittert hier op sopraan.Verder zetten "S8", "A Bridge To Art", " From Belgium to Holland", "Evans-Lee" en " More Bubbles"  de weg voort die "Airdance" was ingeslagen. Allen originele composities van TVD die dankzij fijn uitgewerkte arrangementen de vier van het  Saxkartel meer laten zijn dan de som van de individuele saxofonisten. 1+1+1+1 = 5.

"Yellow sounds & other colours" is geen gemakkelijke plaat. Je moet haar raffinement naar waarde leren schatten. Maar na meermaals beluisteren wordt het een plaat om te koesteren en lief te hebben.'

 

(Gi Leoni)




 t-unit 7: 'the wind's caress'



'Tom Van Dyck doet steeds meer aan Duke Ellington denken. Hij slaagt er in om schitterende muzikanten samen te brengen die er, door zijn composities en arrangementen, in slagen om boven zichzelf uit te stijgen. Hij is zelf ook een uitstekend instrumentalist maar is nooit te beroerd om anderen te laten schitteren. En dat hij net als 'the Duke' een meester is in arrangeren konden we recent nog vaststellen op de CD Yellow Sounds van het Saxkartel.

Met t unit 7 gaat hij nog een stapje verder. Het septet combineert de voordelen die een bigband biedt met die van een kleinere groep. Zo kunnen de blazers in sectie samenspelen en zijn ze groot genoeg om de complexe arrangementen waar TVD zo goed in is ten volle tot hun recht te laten komen. En de band is klein genoeg om als een echte 'groep' samen te spelen. Liever dan van een 'project' of een 'concept' spreken we in die zin dan ook gewoon van een 'groep' als het over t unit 7 gaat. Een groep van zeven muzikanten die elkaar stimuleren, inspireren en erg goed op elkaar zijn ingespeeld.

the wind's caress opent met 'dislectically divided', een klassiek opgebouwd nummer dat meteen de toon zet voor de rest van de plaat. Drummer Herman Pardon en bassist Mark Haanstra stuwen het nummer dat de kans biedt om kennis te maken met TVD als altsaxsolist en met Ewout Pierreux die op piano de lijnen mag uitzetten. In 'springwaltz', het langste nummer van de plaat, mogen Fred Delplancq op tenorsax en Michel Paré op trompet laten horen wat ze in hun mars hebben en maken we kennis met de 'vette' sound van de fretless bass van Haanstra (zonder in superlatieven te willen vervallen, we moesten aan Jaco denken. 't Is wat...). Naar het einde mag de trombone van Andreas Schickentanz het thema hernemen waarna de anderen aansluiten en het nummer in een gezamenlijke apotheose afsluit. Wat ons betreft zonder twijfel het hoogtepunt van de plaat. 'bewitched, bothered & bewildered' is een standard (compositie R. Rodgers) die we vooral kennen van een prachtige versie van Ella Fitzgerald. Zij bezingt daarin de onmogelijke liefde van een iets oudere vrouw voor een jonge man. "I'm vexed again, perplexed again, thank God I can be oversexed again...". Het moge duidelijk zijn dat dit een nummer is dat over passie gaat. TVD en Michel Paré mogen dit met een sopraansax en en trompet duidelijk maken. Moeilijk. En we gaan ervan uit dat het dissonante fragment van de sopraan staat voor het onmogelijke van de liefde. 'pick-up piece' - 'the chase' - ' the wind's caress' (met bigbandblazerssectie en funky Ewout op fender rhodes) - ' tisda' (erg gevoelige ballad met kippenvelpianolijntjes, Jaco-bass en zzztrompet -zuiver, zacht en zwoel) en 'we'll get there' zijn de overige TVD composities en arrangementen. De plaat sluit af met 'serendipity', een compositie van Mark Haanstra. Het arrangement lijkt wel gemaakt om alle groepsleden nog even de kans te geven om te laten horen wat ze kunnen... .

Maar dat was al lang duidelijk.

2008 is nog relatief jong. Het zullen straffe Belgen moeten zijn die deze plaat gaan overtreffen dit jaar.'


(Gi Leoni)



Kristen Cornwell Quintet  : 'Distant Skies'

Kristen Cornwell is een Australische Jazzmuzikante die in België woont en zingt. Voor DISTANT SKIES heeft ze mooie, weemoedige teksten gemaakt waaraan haar stem de nodige diepgang verleent. Kristen Cornwell heeft een eigen stemgeluid dat ze verrijkt met intonaties en stembuigingen. Wanneer ze improviseert op basis van geluiden doet ze dat in nauwkeurige lijnen die soms samengaan met de melodie, dan weer vooral met de harmonie.

De andere vier van het Kristen Cornwell Quintet bieden veel meer dan 'muzikale omkadering'. Pascal Schumacher betekent voor vibrafonisten in onze contreien zowat hetzelfde als zijn naamgenoot voor auto-piloten. Fredrik Leroux is een subtiel gitarist die perfect een sfeer kan scheppen en dus geknipt is om de nostalgische sfeer van de CD te onderschrijven. Christophe Devisscher is naast de contrabassist die de lijnen uitzet ook de levenspartner van Kristen en voelt haar aan als geen ander. De Duitse drummer en percussionist Dennis Frehse was ons tot voor DISTANT SKIES onbekend maar blijkt eveneens een top Jazzmuzikant met een zeer brede bagage. Kristen Cornwell tekent zelf voor vijf van de elf nummers en eentje schreef ze samen met Chistophe (Breathe). Met  'DISTANT SKIES'  waarin ze haar verhuis uit Australië (haar roots) bezingt, zet ze meteen de nostalgische toon. Leroux neemt op gitaar ook een strofe voor zijn rekening en meteen wordt duidelijk wat we bedoelen met "sfeer scheppen". 'LIES', lijkt het relaas van een onbevredigende liefde. Misschien wel mede de aanleiding tot het vertrek uit het verre thuisland? De slide-guitar roept in elk geval de sfeer op van een roadmovie. 'I KNOW YOU BY HEART' lijkt dan weer een plausibele verklaring om vanuit het verre Australië naar België te komen wonen. In 'HOW I WISH' (of 'Ask Me Now'), een Monk-nummer, met lyrics van Jon Hendricks, krijgt Christophe de fijne opdracht om met z'n contrabas de geest van Monk op te roepen. En slaagt daar bovendien wonderwel in. Kristen demonstreert wat 'vocalise' betekent. Prachtig nummer. Weemoedig. Nostalgisch... Net voor die sfeer kan omslaan in zwaarmoedig is er het meer up-tempo en lichtvoetigere 'CHEEK TO CHEEKY', een compositie van Christophe Devisscher, een welkome afwisseling die wat naar Jazz-rock neigt. En 'PAST CARIN'' een meerstemmig a-capella nummer met folk-invloed dat wat aan Zap Mama en Bobby McFerrin doet denken.

DISTANT SKIES is geen CD die je even opzet om snel weer vrolijk te worden. Wel eentje die je doet genieten van mooie dingen, hoopvolle verwachtingen en deugddoende heimwee.


(Gi Leoni)



Trio Grande & Matthew Bourne : 'Un matin plein de promesses'

Trio Grande gaat al een hele tijd mee. Voortgekomen uit Trio Bravo met saxofonist Fabrizio Cassol nog in den beginne, we spreken halverwege de jaren tachtig, heeft dit internationale trio, 2 Belgen en Fransman Laurent Dehors al een hele creatieve weg afgelegd, al is het weer van in 2001 geleden dat we van dit, zeg maar avant garde trio, nog wat op CD zagen verschijnen. En dan nu is er, op invitatie van Gaume Jazz, deze opgemerkte CD met de talentrijke en ook niet voor één gat te vangen, Engelse pianist Matthew Bourne. Release dateert van in april jongstleden en de opname volgde vorig jaar in november na een eerdere succesvolle tour in de Jazzlab Series. Het resultaat is echt wat je van het Trio Grande mag verwachten en nodigt uit om in beelden te (be)spreken. Want deze schijf heeft voor elk wat wils ,al komen de meeste composities hier van de hand van tubanist Michel Massot. Meestal gaan we daarin uitbundig en vrolijk al starten we met L’Acrobate’ wat balancerend op de tippen van de tenen, spannende maillot rond de lendenen of mogelijks ook hoog sierlijk zwierend in de trapeze, zulke ‘Cirque du Soleil’ sfeer krijgen we voorgeschoteld door Massot aan de ritmebepalende tuba, daarbij dan weer harmonieus gevolgd door Matthew die zich wat later dan weer laat meeslepen door de percussie van Michel Debrulle. Laurent Dehors soleert daar rustig tussendoor…Wat later kan je maar beter oppassen want op de drukke boulevard van ‘Caldédine’ is het uitkijken geblazen ! Massot aan de trombone, een volgzame Matthew die daartegen wat klassieks neerzet en Debrulle die dat alles lekker inkadert, mooi!...
(slaap)dromerig start daarna ‘Cinéma-Danse’, waarschijnlijk het meest jazzy nummer van deze plaat waarin Laurent bevlogen soleert op de altsax terwijl Massot onbewogen lijnen zet met de tuba waartussen Matthew dan weer handig manouvreert . Debrulle voelt en vult dat naar  goede gewoonte aan met gepaste drums en cymbalen. En daarna worden we speelser,wat krols in het titelnummer, clownesk ook en dan halen we meteen er ook wat Tex Avery sfeer bij. Tekenfilmpjes muziek dus, zo ook in ‘Valence valse’, een nummer van Laurent en een waarachtig kat en muisspel in walsritme, beetje hilarisch ook met die mondharmonica en lachpartijen tussendoor en een ware billenkletser alvorens we ons in ochtendlijke mistflarden begeven op ‘Le bossu de Rossignol’, de enige compositie bijdrage van Matthew Bourne op deze CD. Matthew mag hier met pianodeken de ijle klarinet van Laurent en trombone van Michel Massot in harmonie toedekken…Beetje mystiek daarna kan ook in het magische ‘Le Ciel’ waar we ons een eerste keer zacht schommelend laten voortschrijden, hoog gezeten op een olifantenrug en omringd door diverse dierengeluidjes, vind je ’t gek? Dan maar terug in tempo met weer een Massot compositie: ‘Scarabée’ waarbij een dreigende piano de melodie doorbreekt. Het is de zalvende basklarinet van Laurent Dehors die hier tracht de gemoederen te bedaren maar Matthew Bourne levert wel stevig weerwerk! Hamonieus wordt er echter afgerekend ! In ‘D’Jaimily’ waarin we Massot eerst op trombone en daarna op tuba horen krijgt ieder z’n recht op antwoord en daarna is het in vluggertje ‘Menuet’ weer speeltijd, Bugs Bunny loert om de hoek ! Graag dan terug de olifantenrug op voor ‘L’Hypnotique’, het schommelende vervolg van de rit die we met ‘Le Ciel’ wat eerder zijn begonnen. Het is Matthew Bourne die tussendoor mag soleren al is het wél Laurent Dehors die hier absoluut het eresaluut afsteekt op de cornemuse, een soort doedelzak. En in een real ‘Trio Grande way’ mag ‘La fin de l’été’ daarna speels afsluiten met een vrolijk walsje. De terugbik mag er absoluut wezen: Creatieve avant garde met een vleugje jazz en dat alles op grootse wijze opgediend, dit ‘trio kwartet’ mag van mijn part hier ooit nog een vervolg aan breien !


(Winus)



 

Jean Marie Van Schouwburg - Jean Demey - Kris Vanderstraeten : 'Sureau'


Sureau is een ‘betoeterde’ plaat.

 

In die zin dat een ‘toeter’ kan helpen om em ten volle te appreciëren.

 

Sureau is experimenteel. Experimenteel geluid. Geluid dat inspireert en aanzet om te koken. Of om te brouwen. Bijvoorbeeld ‘vlierbessensiroop’. Die vervolgens in te vriezen in kleine porties (ijsblokjes) en toe te voegen aan een fijn glas Champagne. Of Cava.

 

Het is een hele klus om via experimenteel geluid een recept voor een aperitief te suggereren. En toch is het Jean-Michel, Jean en Kris gelukt. Ik hoor de rijpe bessen die geplukt worden, gewassen en gekookt (en bessen kunnen pijn voelen, zo blijkt). Na afkoeling worden ze door een zeefdoek gedraaid. Aan de brij wordt water toegevoegd, en suiker. Veel suiker. Een tijdje in de koelkast. Dan in flaconnetjes gieten. En tenslotte een stopsel erop.

 

En dat alles heeft Sureau gessugereerd. Via een stem die dikwijls klinkt als een didgeridoo. Percussie en geluiden die absoluut bruikbaar zijn in de free jazz en soms erg inventief. En een echte jazzbassist (denk ik).

 

Creativiteit die wat ongewoon aandoet. ’t Is wat verschieten. Maar mits de nodige openheid (en eventueel substanties) de moeite om te proberen. En zelfs van te genieten.

 (Gi Leoni)



Pierre Anckaert :  'Candide'

Bij Voltaire is Candide een jonge, zachtaardige en wat naïeve jongeman die gaandeweg, met vallen en opstaan, leert dat de wereld niet steeds zo mooi en lieflijk is dan hem steeds werd voorgehouden. Candide leert daar echter mee om te gaan zonder zijn eigen individualiteit en persoonlijkheid te verliezen. Een autobiografische titel voor de eerste CD van Pierre Anckaert?

 

De elf nummers van het album zijn originele Anckaert composities, het nummer ‘Hoagy Bear’ bevat fragmenten van ‘Skylark’ dat geschreven werd door Hoagy Carmichael. De CD is er eigenlijk 1 van het ‘Pierre Anckaert Trio’, met vaste kompaan Hendrik Van Attenhoven op bass en David Barker op drums (in deze bezetting won het Trio vorig jaar de Internationale Jazz Hoeilaart contest). Het samenspel tussen Pierre, Hendrik en David is op dit album erg communicatief en bij wijlen zelfs intiem te noemen. Waarbij we graag aangeven dat Hendrik Van Attenhoven een uitzonderlijk ‘intense’ bassist is die Pierre Anckaerts’ gedachten soms lijkt te kunnen lezen. In ‘Boreal’, – een nummer dat beelden oproept en een beetje de sfeer van Ascenseur pour l’ échafaud ademt, filmmuziek dus -, ‘In a Peculiar Galaxy’ en in ‘Mazurka’ versterkt Bert Joris, mooi en lyrisch op trompet, het Trio. Op het titelnummer ‘Candide’ maken we aangenaam kennis met gitaarvirtuoos Guy Nikkels. Meteen ons favoriete nummer op deze plaat. Het nummer ontwikkelt zich alsof alle muzikale ideeën en noten uitgeschreven staan terwijl het toch spontaan en geïmproviseerd blijft klinken. Het zou, als het ware, een Chick Corea nummer kunnen zijn. ‘Nostalgia on Riga Square’ heeft niks met Letland van doen maar veel met de wijk in Schaarbeek waar Pierre woont. Of hoe een creatief pianist zuiderse multi-culturaliteit, weemoed en emoties in muziek weet te vatten. ‘El Ultimo?’ mag de CD afsluiten en lijkt wel een live opname.

 

Als Jef Neve dè Belgische vertegenwoordiger zou zijn om op piano Jazz te brengen met een wat klassieke insteek, en Ewout Pierreux die van wat meer donkere bluesy Jazz, dan is Pierre Anckaert ongetwijfeld diegene die ritmes en klassieke harmonieën uit Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied het beste met Jazz combineert. We hadden het voorrecht om tijdens de recente laureatentour van Jazz Hoeilaart getuige te zijn van een tiental concerten van het Pierre Anckaert Trio. Het leerde ons dat Pierre, naast het materiaal van deze CD, genoeg klaar staan heeft voor een volgende plaat. We kijken er alvast naar uit en intussen koesteren we deze 'Candide'.


(Gi Leoni) 




Stefan Bracaval : 'insight inside'

Fluitist en uitstekend improvisator Stefan Bracaval heeft zijn CD ‘insight inside’ opgedragen aan zijn gezin en dankt Michel Bisceglia voor zijn onverwoestbaar geloof in de muziek. Als luisteraar krijg je meteen de neiging om Bisceglia eveneens te gaan bedanken. Vooreerst omdat hij het produktiegewijs mogelijk maakt dat we kennis kunnen maken met de composities van Bracaval. Ten tweede omdat we daardoor de mooie toon leren kennen van -binnen de  Jazz- nogal ongebruikelijke instrumenten fluit en basfluit. En ten slotte omdat Werner Lauscher op contrabas en Marc Léhan op drums (van het Michel Bisceglia Trio) het mandaat krijgen om op de CD de ritmesectie waar te nemen. Hendrik Braeckman op gitaar vervolledigt het kwartet.

De muziek van Stefan Bracaval is niet zo maar voor één gat te vangen. Hoewel zijn composities Jazzcomposities- en improvisaties zijn vermengt hij ze graag met invloeden uit de klassieke muziek en uit de oosterse en zuidelijke culturen.

In ‘folkdance’ krijgen we meer dan een knipoog naar folk. De eenvoudige basismelodie (op fluit) krijgt een dansbaar ritme mee van drum en gitaar. Dankzij het improvisatorisch talent van Bracaval en Braeckman wordt dit een aanstekelijk nummer. Het zou ons niet verbazen mocht één of andere folkgroep te lande hier een tekst opzetten en er ‘iets’ mee gaan doen. ‘arcadie’ en het titelnummer ‘insight inside’ zorgen, door het samenspel van basfluit en contrabas, voor een –voor ons- nooit gehoord en erg mooi klankpalet. ‘river man’ werd als enige nummer niet door Stefan Bracaval gecomponeerd. Nick Drake, een Engelse singer-songwriter die in 1974 overleed tekent ervoor. Het mist de tragiek en de intensiteit die de tekst van het origineel wel had. ‘time mark’ en ‘children’s game’ zijn swingende nummers en Hendrik Braeckman op gitaar en Stefan Bracaval zorgen, zowel om beurt als door samenspel, voor magnifieke improvisaties. ‘tengo un tango’, of Argentijnse passie. Hoewel de CD over het algemeen de sfeer uitademt van mooie, rustige muziek voor bij de open haard al het tweede dansbare nummer. Een Jazztango in de geest van Piazzolla. ‘la noche’ sluit de plaat af en is een gevoelige ballad met dialoog tussen fluit en akoestische gitaar.

Insight Inside zal wellicht niet de grote massa bereiken. Voor ons betekende de plaat alvast wèl een lichtpunt in koude donkere dagen. En dankzij platen als deze blijven we, net als Bisceglia, geloven in de muziek.

 

(Gi Leoni)



Carlo Nardozza Quintet :  'Winterslag'


Ik schreef het al in 2006 : deze jongens zijn individuele talenten  en de 'Dozzy Suite' waar ze in 2005 op het jazzconcours van Avignon de prijs voor beste composities mee wegkaapten zou er ooit nog wel eens aan zitten komen, op plaat. Wel, that time is now en het zal menigeen plezieren, want het is werkelijk een schoon stukske muziek ! Het levensverhaal van de Nardozza's, 'Italobels', Italiaanse Belgen of is het toch nog Italianen in België ? Aangetrokken door het werk in de Limburgse Koolmijnen, een hard leven van labeur waar ook elke gelegenheid werd aangepakt om plezier en muziek te maken,zo ook bij de Nardozza's waar vader graag de accordeon boven haalde om te musiceren en Carlo en z'n broer speelden graag mee...'The Dozzy suite', dozzy, een afgeleide van de achternaam is het verhaal van zo'n Coalminer's life, een levensecht sprookje vertaald naar melodische jazz... 'Er was eens'...zo beginnen al de sprookjes en 'The Beginning of' is dan ook slechts de aanzet tot de warmte van 'The Birth of the Italobel', mede door de medewerking van gastmuzikant/accordeonist/muzikale duizendpoot Gwen Cresens gemaakt tot  een levendig verhaal, een uitgebreid kleurenpalet, en roept een sfeer op van circusvolk of drukke marktjes en vrolijkheid, Italiaanse warmte... Melancholischer is daarna 'Going down To the Black Gold' of hoe een werkdag in de mijn kan verlopen, het afdalen, de gejaagdheid van het werk ! Gepaste interventie en overgang door Steffen Thormählen in 'Drum Intro', de overstap naar het frivole jazzwalsje 'Il piano a Bretelles', opgedragen aan pa Nardozza. Een lekker doorstapje is het, met Carlo in harmonie met Daniël Daemen en verder een Melle Weijters die hier en daar streepjes trekt met de gitaar. Sterke sopraansax solo van Daniël en interventie van Gwen Cresens en bovendien een Carlo aan trompet die laat horen dat ie met recht één van de highblowers is in het hedendaagse BJO, het'Brussels Jazz Orchestra !'Dat het leven van de koolmijners geen groot feest is, weten we intussen, sociale onrust en longziektes...Plechtstatig en zwaarder op het gemoed weegt dan ook'Perque'...perque a noi, da's een vraag die eenieder zich wel es stelt in het leven... een bezinningsmoment, opgedragen aan de moeder van Carlo die in 2003 zwaar ziek werd. Melle Weijters weet dat uitstekend naar de gitaar te vertalen, het luiden van de onheilsklokken, want ook aan the good times rond de steenkoolmijnen kwam helaas een end en dat krijg je mee in dit tweede én einddeel van de suite.Dramatisch ingevuld  door drums en ook de accordeon klinkt meteen heel wat zwaarmoediger. Tom Van Acker mag afsluiten op bas en de overgang maken naar het sensuelere 'Emmelia' en deze is opgedragen aan de echtgenote van Carlo, Emmely en daarbij eigenlijk aan al die goeie huisvrouwen die verdorie toch steeds de hoeksteen blijken te zijn van het gezin waarond elke  familie zich vergaart ! Sensueel, zoals gezegd, met een zeer aanwezige ritmesectie in tempowissels en de soli krijg je afwisselend van Daniël en Carlo. Het is meteen ook het langste stuk uit heel de CD, ruim 12 minuten, maar je weet, als je't verhaal van een vrouw moet vertellen, neem je beter even de tijd ! Alle nummers lopen naadloos in mekaar door, zo ook nu weer met 'Duo',ook slechts een aanloop  door het duo Daemen/Nardozza  naar titelnummer 'Winterslag' waar het beginthema hervat wordt en alwaar ook Melle Weijters z'n expliciete mening aan gitaar mag verkondigen. Een multicultureel verhaal met zelfs slavische invloeden en terecht de finale van 'The Dozzy Suite' want 'Zahir', de afsluiter van deze schijf hoort daar niet 'officieel' bij.'Zahir' is muziek naar het boek 'De Zahir'(de altijd aanwezige) van Paulo Coelho, een liefdesverhaal dat je ook vertelt in je binnenste te kijken, geen al te makkelijk 'wegleesboek' volgens de meesten, filosofisch en gedrenkt in mystiek. Neen, ik denk da'k dan toch maar deze muziek verkies met het roffeltje, zoet weggebast ook , de blazers in harmonie en verder  nog een laatste keer de warme bandoneon van Gwen Cresens . Hier op deze 'Winterslag' zeker méér dan zomaar een op-of aanvulling en niet echt ánders ook,wat dacht je. Wat zei ik weer in het begin ?..'een schoon stukske muziek' en da's dan meteen ook de eindconclusie : tweede mooie uitgave van het Carlo Nardozza Quintet, dat zich intussen profileert als een 'blijver'.


(Winus) 



Strange Fruit : 'Smoke and Honey'


Deze keer een nieuwkomer op de scène en meteen een vreemde eend in de bijt er bij ! Mooie stemmetjes, en daarnaast, jong naast 'oud', een combi van glanzende jona gold tegenover de meer belegen Cox, om het wat fruitig te houden en in de sfeer te blijven... Want wat doe je met duidelijk zangtalent en in welke aantrekkelijke vorm kan je dat presenteren ? Dat dacht Luc 'Lucas' Canters toen hij Emilie Leysen een eerste keer hoorde zingen in het repetitiekot in de tuin. Het waren hij en Celle Somers, een bevriend pianist, die het concept van Strange Fruit, met Jazzstandards in mekaar draaiden. De pianist verdween echter maar de zoon, Michiel Somers,  vervoegde het gezelschap op elektrische bas. Een ex-drummer uit het hardrock circuit (Jan Van Dessel) gooide de ritmebox d'er uit en maakte naast gitarist Luc Canters, die ook al uit de rock stamde, het spel kompleet maar niet zonder dat Emilie een vriendin van haar, Nathalie Van Den Meutter, bij in het geheel betrok, want had zij ook niet zo'n goddelijke stem? 'Strange Fruit' dus, en wat voor een vruchtensapje draai je daar dan uiteindelijk uit?

 Wel,  'One for my Baby' komt daar als starter al voortreffelijk uit, jazzy maar met onmiskenbare rockkantjes, da's de gitaar van Luc. In ieder geval een ultieme teaser, 'mature' gezongen en een lekkermaker naar méér. En dat krijg je er meteen  achter aan met 'Duke Ellington's 'Squeeze me' , zwoel en uitdagend. Bovendien verfijnd gedrumd met subtiel cymbalenwerk  en da's een opstekertje voor Jan Van Dessel die 100 % z'n stijl hiervoor moest bijwerken maar dat uitstekend blijkt te doen, (op plaat alhans, live lukt dat wat moeilijker). Wie vermoedt hier nog de drummer van de Boogie Clowns achter ?! En het gaat nog steeds de goede richting uit met 'Dat Dere' van Bobby Timons, jazz vanuit de heup met mooie samenzang en erg sterke gitaar van Luc die steeds met veel feeling de juiste gitaarlicks opdient, mooi zo !Fingerknippin' en stemmetjes die mekaar aanvullen , da's 'Roll with my baby' van Ray Charles, een swingende jive die op een bijna rockin' way een punt zet na een eerste sterke presentatie,tot nu toe niks dan lof immers. Een terecht rustpunt volgt dan met het alomgekende 'Nature Boy', slechts vocals en akoestische gitaar, wat hier in deze uitvoering voldoende lijkt. Echter, 'Lover Man',dat daarna volgt, lijdt aan 'te weinig', met nogmaals slechts die gitaar en een paar toegevoegde pianoaanslagen die er wat bovenop lijken te liggen. Spijtig genoeg blijkt dat ook verder in bvb. 'Gee Baby, aint I good to you' ,dat te mimimaal is qua instrumentatie waardoor het geheel wat ineen zakt, is ook wat te 'bloedeloos' gebracht. Een oppepper lijkt dringend nodig maar het intimistische 'Angel Eyes' laat het geheel eerder wegglijden. Hier denk ik in gedachten dan graag een klarinet bij  en vrolijkheid please ! Als je dan weet dat hier het dramatische 'Strange Fruit', de pure tragediesong van Billie Holiday, nog achteraan komt, dan mag je gerust spreken van een productiefout, 'Strange Fruit'  droogt immers stilletjes op en dat maken de gevoelige vocals écht niet goed... 'Cry me a River' ,schitterende blues, heeft prachtige tempowissels maar de kleine band heeft dan spijtig genoeg de dynamiek weer niet die een uitgebreide bezetting (weer met bvb. klarinet en/of keyboards) hier van zou kunnen maken. Luc's weepin' gitaar klinkt weliswaar nog steeds uitstekend en aanvullend naast de vocals maar gelukkig is daar Gershwin's Summertime' een beetje later toch nog om deze 'Smoke and Honey' terug wat leven in te blazen, al duurt het wat lang om aangezwengeld te geraken. 'My Funny Valentine', waar duimbassende Michiel Somers  zijn aanwezigheid ook even op de voorgrond mag zetten mag er wat later ook best wezen en frivool ... hadden we dat al gehad?...een beetje musette op z'n New Orleans , plezierig en fruitig met de geur van appelsientjes, deze 'Dance me' till the end of love', van Leonard Cohen ! Een beetje treurig gezongen, dat wel, maar mét strooien hoedje op. Heel anders dan afsluiter 'Hey Sweet Man'dat doet,met lange laarzen en vilten deukhoed schuin op de kop, valt ook wat buiten hetgeen we tot nog toe hoorden. Een nummer van streetsinger Madeleine Peyroux is dat, een bluesy wegzakker ,onderwijl circeltjes makend met de wijsvinger in het zand... en daarmee hebben we een ruim dikke CD van 14 nummers er op zitten. En de eindconclusie dan ?

 

Sterk aan de start, maar al gauw duidelijk makend dat het geheel lijdt aan zowel een onderbezetting als aan een zekere bloedarmoede, teveel intimistische songs aan een tempo dat het geheel doet uitwaaien als een stervende kaars. Zonde, want de eerste nummers tonen aan dat het wél kan, alleen is het nog zoeken naar een (eigen) swingender repertoire en dat in een breder klankbeeld. Je denkt hier immers al te dikwijls klarinet, sax of keyboard bij en zoals dat steeds gaat : liever reality dan virtual reality ! Toch in het oog te houden,dit rocky jazzcombo, in deze fruitmand zit talent !


(Winus)



Steven Delannoye Trio : 'Midnight Suite'


De CD begint als een Indische raga, heel vanuit de verte glijdt de muziek langzaam binnen : de bedachtzame tenorsax van Steven Delannoye,de zwoele bas van Yannick Peeters en bij de eerste rimshot van drummer Lionel Beuvens is het nummer 'Trio story 1' voorgoed aangezet. Met droge toon en beheerst spel vertelt Steven zijn verhaal en houd de spanning hoog. De drums van Lionel zijn ingehouden sober in samenspel met de bas en komen af en toe lonken naar de voorgrond met stevige beats. Met het nummer 'Trio 3' gaat het er iets helser aan toe, melodieuse free-elementen vermengen zich, het tempo verhoogt, inside dialogen draaien rond, de beat verstrakt. Bij 'At' neemt de bas het voortouw en trekt de tenor mee door het zand. 'So true' is een walkende ballad met slome tonen van lange noten en natte percussie, mallets die het wateroppervlak lijken te beroeren. 'Play it' is een hoogtempo swingend nummer waar de drie muzikanten naast elkaar soleren in alle hevigheid.'Os' lijkt weer op het begin met een tampura-achtige East-achtergrond, (een synthesiser ?), hier ook weer het contrast tussen de droge tenor,de aanhoudende bastonen en de nat-percussie van Lionel Beuvens. 'Midnight suite' introduceert Steven op sopranosax met lange uitgesponnen zangerige noten bolerogewijs naar meer scherpte de hoogte in.'The Nice Ones are Gone' terug op tenor laat Steven zich overdonderen met stevig creatief drumwerk van Lionel Beuvens met net geen drumsolo op het einde...'...Me', het slotnummer heeft een stevige funky -beat en wordt na een minuut abrupt afgesloten...? de Sequel voor een volgende schijf ?
De hele plaat,en dat is vooral aan zijn voorman te danken, baadt in meditatieve sfeer, ook de up-tempo nummers. Steven Delannoye presenteert hier op zijn eerste CD zijn zéér eigen geluid, droog,verhalend en met een absoluut oor voor soberheid. Zowel Yannick Peeters als Lionel Beuvens zijn de ideale muzikanten voor het Steven Delannoye Trio. Ook Yannick mikt met haar vol basspel op soberheid en volgt een klare lijn wars van supervirtuositeit. Lionel Beuvens is dé veelgevraagde drummer van het moment,en terecht, zijn spel is uitermate creatief en klinkt heerlijk helder uitgesneden op deze CD. Een echte aanrader is deze' Midnight suite' van een hecht trio.


(Kris Vanderstraeten)



Mahieu–Vantomme Quartet : 'Walk into the skyline'

Opener ‘Free your mind’, een compositie van Tom Mahieu is meteen het meest toegankelijke van de eigen nummers en heeft zowaar (Jazz)hitpotentieel. Na de herkenbare inleiding die aan het einde van het nummer opnieuw hernomen wordt, mag de ritmesectie zich uitleven en maken we weer kennis met de uitmuntende Jazzpianist die Dominique Vantomme (DVT) intussen geworden is.

‘Public happiness’ is een Vantomme-compositie en zet in met tenorklanken uit de freejazz alvorens over te gaan in een harmonische ballad. Saxofoon en piano soleren om beurt en tonen beiden hun grote expressieve bereik. Kenny Werner lijkt nooit veraf.

‘Here’s  to life’ het zeemzoete en onverwachte nummer van Phyllis Molinary en Artie Butler, bekend van de versie van Shirley Horn, is toch interessant vanwege de diepe klankkleur van de tenor.‘Code of the blues hippo’ van DVT is opgebouwd in bluesmaten en biedt expliciet drumwerk van Geert Roelofs. Geen ingewikkelde akkoordenwisselingen en dus meer vrijheid om vanuit ‘den buik’ te spelen.‘Berlin’ een kort en krachtige piano-improvisatie en  ‘Ithaca’ een lieflijke ballad zijn de laatste DVT composities op deze plaat.Voor ‘Beyond explicit’ tekenen alle vier de groepsleden – geluidsbeeldhouwers – die steen voor steen aan een vrije en toch melodisch swingende compositie bouwen.Tom Mahieu mag afsluiten met zijn nummer ‘Close to my heart’. Een emotioneel duet tussen piano en tenorsax. Bijna zwaarmoedig eerst maar hoopvol naar het einde toe. Een muzikaal liefdeslied.

 

‘Walk into the skyline’ is wat ons betreft de meest intense en gevoelige plaat van de 'twee-eenheid’ Mahieu-Vantomme. Altijd muzikaal, ook als er niet van het blad gespeeld wordt. En dit quartet met Werner Lauscher op contrabass en Geert Roelofs op drums voelt mekaar erg goed aan.


(Gi Leoni)




4 in 1 : '4 in 1'


We waren eind maart in  de Hnita Jazzhoeve en maakten daar een erg gesmaakt concert mee van '4 in 1',de groep rond  Jean-Paul Estiévenart, een groep  die toen wel vaste bassist Sam Gerstmans moest ontberen maar Piet Verbist (van o.a. het Jef Neve Trio) viel bij die gelegenheid wel voortreffelijk in. Heel wat nieuwe composities kregen we  voorgeschoteld en natuurlijk kenden we Jean Paul al van concertjes in de jazzzolder of als hoofdact op JazzatHome of als sideman in deze en gene formatie ,maar zoals dat gaat : wanneer je foto's schiet gaat de muziek grotendeels aan je voorbij, waar de ogen zijn, hebben de oren effe geen plaats... Gelukkig zijn daar nog de CD's, of in het geval van '4 in 1' dan toch alvast al een eersteling en die noemt '4 In 1', net zoals de groep, da's makkelijk... Is het zo'n hechte schijf als de zeer op mekaar ingespeelde formatie die we toen in de Heistse jazzhoeve troffen?...CD in de schuif en 'play !'  'Time's mirror' tikt meteen als een klokje binnen, is breekbaar en gevoelig bij het trompetspel van JP (hier op deze CD nog geen floeren bugel te horen...) maar  de resonerende solo van Lorenzo maakt  er voorwaar net zo goeds wat vloeibaars van en dan wordt het een surrealistisch uurwerk , net zoals dat van Dali...een mooie kunstzinnige start ! Dynamischer wordt het met 'Fred', die  met een oplopende tempowissel naar een tussensprintje leidt. Toon Van Dionant, aan drums, valt hierbij op want die is zeer aanwezig op cimbalen en Toms, zonder daarbij opdringerig te zijn. Hij volgt gewoon de te gane weg, maar doet dat wel uitstekend! Je begint er trouwens ook bij de andere nummers op te letten... Let maar op de intro van bvb. 'The Night before Sadness', wat nu volgt. Het is een beetje een droef nummer maar het ritme blijft vrij hoog en we maken hier zowel kennis met de highblowerscapaciteiten van Estiévenart als met de inventieve, verhalende gitaarsoli van Lorenzo Di Maio. In een hoog tempo  gaan we daarna verder met 'Strange Food (niet 'Fruit' dus), alweer een eigen compositie van Jean-Paul .De solo van Lorenzo volgt die van Jean-Paul en beide heren tonen hierbij duidelijk hun technische kunnen , zonder er meteen ook een 'exposé van te maken, een 'ronde' song is het, klassiek opgebouwd met een duidelijk begin en einde. De volgende mag Lorenzo dan strelend aanzetten. 'The Old Lorry' is er dan ook ééntje van zijn hand en da's een erg mooie ballade waar eenieder zijn zegje mag hebben. Sam Gerstmans doet dat mannelijk zangerig na  de gevoelige tonen van Jean-Paul en ook Lorenzo raakt die gevoelige snaar. Onnodig te zeggen dat Toon dat weer fijntjes inborstelt. 'Vague' trekt zich dan steunend en krakend in gang. De contrabas wordt aangestreken en Estiévenart heeft een beetje een 'zieke' trompet. Het is uiteindelijk Sam Gerstmans aan de bas die kordaat de aanzet geeft tot 'Vague Part 2'. Het is wat een  relaxte rit 'along the seaside' zou kunnen zijn . Na een voorzet van JP volgt hier een erg mooie solo van Lorenzo en eindigen doet de rit met een 'coup de frein' van de bassist. In 'Benlliure' gaan gitaar en trompet dan gelijk op,  in wat uitmondt in een nogal drukke discussie waar enkel de bassist zich onthoudt om even later zijn 'versie van de feiten' te argumenteren. De drummer beaamt en wat later zijn JP en Lorenzo dan weer in harmonie samen... Klaar als het zuiverste water vloeit Lorenzo ' L'Echo Du Sounds' binnen, da's weer wat weemoediger en in Toon's spel  herken je de lessen van de meester aan het subtiele drumwerk,  onze 'international' Dré Pallemaerts. Vechtlustiger volgt daarna  het intussen al bekend in het oor liggende 'Swordsman'. Het thema klinkt als een soundtrack bij de film. En ook hier weer een erg aanwezige Toon Van Dionant op dribbelende drums en cimbalen. Soli van Estiévenart en z'n beresterke sparringpartner Lorenzo Di Maio. Sam Gerstmans houdt hierbij de rekkers erg gespannen en drijft deze song moeiteloos door deze stroomversnelling. Applaus voor eenieder !

'Inès' komt als afsluiter hier terecht fier achteraan, een 'borst vooruit 'stuk, met de kepie eerbiedig af, een terecht slotstuk.

 Hoeft het hierna nog gezegd dat ik zwaar onder de indruk ben van deze eersteling van deze gasten. De protagonisten vielen al eens eerder in de prijzen maar dat zullen verdorie en voorwaar zeer zeker de laatste niet geweest zijn ! ...- eerbiedige stilte -

 

(Winus)



Marc Matthys Trio & Guests : 'Shades'


Het moeten niet steeds jonge leeuwen zijn die in in deze besprekingen aan bod komen. Voorwaar verruimen zij telkens weer onze horizonten maar in het brede muzikale landschap zijn daar ook  muzikanten en componisten zoals pianist Marc Matthys die steeds weer trachten oud met nieuw te verzoenen, klassiek, pop en jazz en dat in een hoogst persoonlijke stijl en voorzien van de beste attributen , als ik de medemuzikanten en gasten zo oneerbiedig mag benoemen. Zo bestaat het trio uit vaste waarden Bart De Nolf aan bas en Dré Pallemaerts aan de drums maar verder komen ook aan bod : dochter Vanessa Matthys, eveneens klassiek geschoold, de Franse percussionist en showman Fred 'El Pulpo' Savinien, die wij ons nog herinneren van de concerten met Bruno de Bruxelles; Peter Verhoyen, Brugs klassiek fluitist en David Linx als special guest aan de  vocals (op 'Alfie')...voorwaar een bonte verzameling ! Dat het geheel resulteert in een lappendeken van stijlen, dat is dan ook te verwachten, hoe rijmt deze  directeur van het Conservatorium van de stad Kortrijk  dat allemaal aan mekaar? Laat ons maar eens luisteren naar deze productie die onlangs uitkwam bij het  'Alley Cats' jazzlabel van een oude studiegenoot van Marc, Patrick Mortier...

Zoals het hoort voor een productie die in de zomer gereleased wordt schuift ' La Petite Mambo' van succesvol veelschrijver Erroll Garner warm naar binnen, speels en dartel zonder daarom te uitbundig te worden, dat ga je trouwens op deze schijf niet vinden. 'El Pulpo' maakt het trio tot een kwartet (ter ere van de Cubaanse percussionist José Mangual volgens de bijsluiter). 'A House is not a home', wereldberoemd nummer van Burt Bacharach, krijgt daarna een jazzy toets en de heel lekkere stem van dochter Vanessa Matthys mee en ook het daaropvolgende 'A.C.J.' (de initialen van Antonio Carlos Jobim, een pionier van de Bossa Nova) maken deze schijf totnogtoe very easy listening, te genieten op het zomerse terras...En ook 'Alfie', een heel herkenbare, maar rijpere David Linx op het thema van de gelijknamige film van Lewis Gilbert uit '66 , is best aangenaam (en dan moet je weten da'k eigenlijk helemaal niet zo Linx gezind ben !) 'Blues for Oscar', je mag tweemaal raden ter ere van wie... is de blues, baby ! en je weet, dat gaat hier als pap naar binnen! Bart mag daar inleidend voor Dré de solo aanzetten  en verder kabbelt deze eigen song mooi op 12 maten verder. 'San Juan' heet dan een trage Argentijnse dans te zijn 'met een knipoog naar Bandoneist-componist Astor Piazzzolla' maar heeft wel alle passie onderweg verloren, is bloedeloos en mag voor mij al gauw eindigen, beetje oppassen nu toch want de stemming is al gauw aan het veranderen...Klassiek getinte stukken hadden we intussen ook nog niet gehad maar 'Corelli Today' brengt daar nu verandering in. Een thema van de Italiaanse violist uit de 17e eeuw is het, maar eerder een variatie op dat thema, zoals ook voorheen Rachmaninov dat deed en zo krijgt dit toch nog wat jazz in de sloffen, al wordt het nooit echt mijn ding. Nee, dan liever Cole Porters' 'Get out of Town' met Vanessa aan de vocals maar verder vooral een erg bevlogen Marc, jazzy swingend achter de toetsen, daarbij aardig begeleid door het trio + één, 'El Pulpo'. Jazz en Bach daarna, da's weer niks voor mij,vrees ik,  deze 'Siciliano - The Summer knows', al ben ik daar ook eerlijk in, erg zwaar is het allemaal niet maar de 'doededoe's van Vanessa hoef ik niet, de overgang naar The Summer knows' is anders wél knap gemaakt. Maar ik hoop nu toch weer gauw op wat frivolere dingen zoals, jawel 'Simple Waltz', een eigen jazzy wals doorstappertje met ruimte voor wat knap solowerk van de ritmesectie. Volgt een nummer van onze Toots en je hoort 'm hier al in gedachten bij, innemend op z'n mondmuziekje, op deze 'Ballade voor Damiaan'. Marc zet deze ballade echter ook zo,zonder Toots, gevoelig neer, het is een mooi en stil moment. Op kousevoeten en in salonrok komt 'Fantasy on KV 331' er dan aan , een Mozart thema, door Marc netjes naar jazz vertaald. Erg zoet zijn we toch weer bezig en 'That's all' van Bob Haymes doet daar nog twee klontjes bovenop, help ! ..ik vrees van te versuikeren nu ! De mooie vocals van weerom Vanessa en het uitstekende pianospel van Marc, het mag gezegd, maken echter  veel goed. Datzelfde geldt voor de schone ballade 'Illusion', mét afgeborstelde percussie en 'Lamento', het ultieme einde, een pianosolo, ter nagedachtenis van de betreurde Gentse levensgenieter en  pianist Bob Lalemant die in 2006 op 79 jarige leftijd overleed. Dát, beste lezer is niets meer maar dan ook zéker niet minder dan de laatste CD van Marc Matthys, die hiermee deze 'Shades'afrondt, zijn intussen.. 18e CD? Luisterjazz is het, bij voorkeur in het salon te genieten bij een glaasje port, niet morsen op het parket...Dat de hoogzomerse begintunes je  eerst wat op het verkeerde spoor zetten is daarbij ook niet gans waar. Dit is, meen ik , Marc Matthys ten voete uit, degelijk en hoog kwalitatief, echter niet thuis in nachtelijke jazzkroegen waar zweterigheid en bop troef zijn, maar heeft niet alles zijn waarde ? ...
 

(Winus)




Bernard Guyot - Charles Loos - Summer Residence


Drie generaties topmusici verenigd in  een sextet dat ontstaan is als een uitloper van de concerten die speciaal werden opgezet om de , in 2008, 30 jarige Brusselse legendarische  Travers Jazzclub te gedenken. En dat met nummers die daarvoor speciaal werden gecomponeerd door Charles Loos himself en de componisten Benoît Louis en Frank Wuyts. Dat was het opzet van Jules Imberechts, maar dat is  intussen, wegens succes,  ook een stuk eigen leven gaan leiden. De Waalse Bernard Guyot voegde daar een suite aan toe en schreef samen met Charles Loos nog wat andere  nummers  bijeen die gearrangeerd werden voor dit uitstekende zeskoppige muzikale gezelschap. Ongecompliceerde jazz is het resultaat waar de solisten hun kwaliteiten uitdragen ten dienste van het sextet dat daardoor ook erg samenhorig klinkt. Dat zulks uiteindelijk live op CD gezet wordt, dat onderstreept nog meer de rode lijn die loopt tussen de twee huidige concertplaatsen waar, sinds het verdwijnen van de Travers, eind jaren negentig, intussen Jules Imberechts zijn concerten dan weer organiseert. In Brussel is dat het 'Theater Marni' en in Waals Brabant is dat in het culturele centrum 'Brassages' te  Dongelberg. Een ode aan de jazz en z'n onvermoeibare organisators, dat is deze schijf  en geef ze maar een aandachtige beluistering, pure ontspanning is het, geen moeilijkdoenerij deze keer en de zonnebloem op de hoes maakt het meteen ook duidelijk : relax en enjoy ! Charles Loos blijft daarbij op deze plaat merendeels op de vlakte, staat ten dienste ván en zo gaat het ook op 'Au pays des aveugles' waar Yannick Peeters prompt binnen stapt en vooral de blazers het voor het zeggen hebben. Volgt dan de suite 'A travers tout' van Bernard Guyot en da's er ééntje uit vijf delen waarbij in het 'First Part' Charles dan toch voor één van de schaarse keren, speels en lichtvoetig de band op een zwierig showbandpad zet. Up tempo met een mooie harmonie tussen de instrumenten , gevolgd door een wat uitdagende Yannick en gelijk wordt het wat zwoel in 'Part II'. Stéphane Mercier borstelt met verve de vloer voordat een wat macho J.P. Estiévenart de puntjes op de i komt te zetten ! Charles houdt het thema in de gaten en de drums van Wim Eggermont begeleiden je naar de climax. Het is weer die Charles  die dan ontwaakt als komende uit een rose wolk om een tenendansend ballet met wat dramatiek erin neer te zetten in 'Cadence'. Het is echter slechts een kortverhaal dat overgaat in een romantisch uitje, een 'sentimental mood' met J.P. Estiévenart op bugel, daarna Stéphane en Charles op kousevoeten, erg mooi, deze 'Part III'. Bijdragend aan die intimiteit, de gevoelswaarde , is het geïnspireerd bassen van Yannick en het drumroeren van Wim. Het einde van de suite 'Part IV' wordt dan weer groots aangezwengeld en opgedreven tot een lekker draaiende machine door de sopraansax van Bernard Guyot. Een plotse stop maakt dan een abrupt einde  aan deze 'dertig minuten suite' 'Is het al gedaan?' denk je dan, maar zo gaat het nu eenmaal  met mooie dingen... In 'La Colomba', een ballade van Bernard, komt Yannick Peeters in een monoloog naar voren en als zij dan even later terug treedt, laat Charles de piano toch weer spreken in een vloeiende taal, hierbij bijgetreden door Bertrand, wederom aan de tenor. De verenigde blazers dragen dit nummer zacht mee naar het einde. '
I see you next time' klnkt in den beginne als de aanzet van Coltrane's 'A love Supreme', is weer een stuk voor het ganse sextet en  snel op de pedalen. Het tempo ligt inderdaad  vrij hoog ( het afscheid kan haast niet snel genoeg,lijkt het...) maar gelukkig gaan we toch een goeie zeven minuten lang , ruim voldoende om nogmaals te genieten van J. P.  aan de trompet, heb ik al wel es meer gezegd zeker, maar hier zit een hele grote meneer aan te komen ! Opwindend stuk is deze song maar wat opvalt bij deze live registratie is dat we te maken hebben met een wel héél minzaam publiek, want hier ook weer geen shouts of overdreven enthousiast applaus, verbazend vind ik het ...En weer is het J.P. die absoluut de Goliath is in deze 'David et Goliath', al moet je't  Guyot nageven , zijn mooie solo sluit  lekker bij die van Jean-Paul aan. De deun klinkt aardig vertrouwd, zitten bekende elementen in al kan ik, helaas, zo meteen geen bron vernoemen. Nu echter wél enthousiaste reacties vanuit het publiek, is het dan toch die herkenningsfactor ?  En dan zitten we weeral op het end en daar gaan we zowat laveloos (onder) uit , pure New Orleans, breed gesticulerend met heftige accenten en highblowers voor en achteraan, een terechte afsluiter van een zééér genietelijke jazz CD, en dat het er  weer ééntje is van bij ons is, uit België,  da's voor één keertje dan,gelijk met Clouseau, de borst vooruit !


(Winus)



Marcelo Moncada quartet :   'Colores'

De Chileense tenorsaxofonist Marcelo Moncada is verantwoordelijk voor compositie en arrangementen van bijna alle nummers op twee na, waar het hele quartet meeschreef. Onlangs kon ik een optreden meemaken van dit quartet in de Mechelse Jazzzolder en dat was een absolute meevaller ! De opener van de CD,'Viaje al norte', doet mij helemaal terugdenken aan dat optreden. Energie, perfecte timing, de pan uitswingen.
Onmiddellijk valt de tenorsax op, Marcelo heeft een rauwe coole klank, met veel Latijnse emotie gekleurd en een strak duidelijke speelstijl waar franjes zijn weggelaten. Stijn Wouters bespeelt de piano met licht funky touché, militant en zéér aanwezig. Ook de Portugese bassist Rui Salgado is zéér aanwezig op de achtergrond, met een zacht kleurig meditatief bassspel en hoogstaande strijktechniek. Het drumwerk van Frederik Meulyzer is krachtig ritmisch en architectonisch percussief verhalend. Belangrijke"guest" op deze CD is trompettist Bert Joris die geweldig solowerk laat horen op drie nummers: 'Pitrufquén'(2), 'Gato plomo blues' en 'Cielo celeste'(8). Ook pianist Seppe Gebruers is uitgenodigd op twee nummers met opmerkelijk pianospel, en zeker ook de bijdrage vermeldingswaard, al is het dan maar op één nummer, is percussionist Juan Carlos Bonifaz  : 'Café Amarillo'(6), met geweldig marimbaspel en fijnbesnaarde percussie.

 

 Zowel de illustratie op de kaft als de titel "COLORES" duiden op de duidelijke veelkleurigheid van de composities, van soms pure eenvoud naar melodisch abstract avant-gardisme, heldere levendige kleuren vermengd met donkere melancholische tinten, die misschien heimwee naar het thuisland en verre familie (waar deze CD is aan opgedragen) oproepen,en héél voelbaar zijn in de toon van de tenorsax van componist-saxofonist Marcelo Moncada. Dit vind ge ook terug in de voortdurende tempo-en kleurwisselingen van deze CD ,maar ook de plotse tempowisselingen in ieder nummer apart,van soms demonisch traag naar krachtig snel en terug. Hier en daar zijn er verwijzingen naar de grootmeesters zoals het nummer 'El Tordo'(7) dat een hulde suggereert aan John Coltrane (Mc Coy Tyner,Elvin Jones) en in sommige uptemponummers dwaalt de geest van Horace Silver gewis. Doch de componist verwijst er slechts naar en maakt er een heel persoonlijk gegeven van.
Deze CD klinkt héél persoonlijk en is een meesterwerk van Marcelo Moncada en zijn quartet, met nét dat zuiders tintje erbij,dat hem erg onderscheid in de Belgische jazz waar hij nu thuis hoort. Een absolute aanrader is 'Colores' want het is een CD geworden die tijd eist van zijn toehoorder om de schoonheid en de bonte kleuren ervan te ontdekken en zelfs een traan is zeker niet ondenkbaar,bij de soms diep melancholische passages die de composities rijk zijn.

 

(Kris Vanderstraeten - DJ Kris)



Tutu Puoane : 'Quiet Now'

Het platenlabel VERVE bracht ooit een reeks CD’s uit met de titel ‘Quiet Now’, daarop een keuze uit de mooiste en gevoeligste Jazzballads van een aantal groten. Als daar zijn Ella Fitzgerald, Sarah Vaughan, Oscar Peterson, Jobim, …  . Tutu Puoane bevindt zich met hetzelfde concept dus in erg goed gezelschap. Zelf vertelde Tutu over de titel van haar nieuwe plaat dat ze er eerder een statement mee wou maken. 'Quiet Now' zou dan staan voor ‘luisteren iedereen, nu is  ‘t mijn beurt…’.

Wat er ook van zij, haar tweede CD die in de Fattoria Musica studio in Osnabrück Duitsland werd opgenomen, is een sterke en evenwichtige plaat geworden. Met zorgvuldig uitgekozen fraaie, delicate songs waarin Tutu’s Zuid-Afrikaanse roots verweven worden met fijne Jazzcomposities. Er mogen in de Jazz dan al grotere stemmen zijn dan die van Tutu Puoane, qua timing en emotionele intensiteit blijkt ze, ook hier weer, absolute top.

Opener 'You taught my heart to sing' is een compositie van Mc Coy Tyner met een melodisch erg sterke Ewout Pierreux en Tutu die met gevoel voor risico af en toe de hogere regionen opzoekt. Wat ons betreft biedt het Xhosa accent van Tutu’s Engels hier een schattige meerwaarde. 'I know you know', een compositie van Ewout is een mooi liefdeslied waarin de bas van Nic Thys al even gevoelig klinkt als Tutu’s stem. Titelnummer 'Quiet Now' van Jack Van Poll kreeg een modern arrangement mee van Tutu en Ewout en biedt de kans om ten volle kennis te maken met het kwartet.

'Mangakane', voor ons een eerste hoogtepunt van deze plaat, is een ode aan de mama van Tutu die in haar eentje twee kinderen heeft opgevoed. In moeilijke omstandigheden maar steeds met stijl en waardigheid. Het nummer wordt meerstemmig in Xhosa gezongen, het klinkt op en top Zuid- Afrikaans en gaat van ingetogen en gevoelig naar intens uitbundig. Kreetjes inbegrepen. Een nummer waar Ewout en Tutu als schrijvers èn als uitvoerders trots op mogen zijn. Kippenvel.

'Baby, baby, baby', een lovesong van Nic Thys, met een bluesy Ewout maakt de overgang naar 'Hlompa bophello', een ander ‘Zuid-Afrikaans’ nummer. Een nummer over respect voor het leven. Met de boodschap dat een mens wat minder afgunstig zou moeten zijn, en dankbaar voor wat hij heeft.

'Old man River/Perfect life' is een gedicht van (“nothing funny about being a poet”)- Percy J.Mabandu op muziek van Nic Thys. Het nummer wordt bijna declamerend opgebouwd naar een meerstemmige catharsis en eindigt met  een engelenkoortje. Tweede hoogtepunt is het wondermooie 'I don’t know where I stand' van Joni Mitchell. Het nummer dateert uit  1969 en komt uit het onvolprezen album 'Clouds'. Tutu brengt het hier sober en enkel met begeleiding van Nic Thys op (lekker vettige) electrische bass. Op deze manier Joni Mitchell coveren kan enkel als je fan bent. 'Mpho' is de naam van het dochtertje dat Tutu en Ewout samen hebben. Het nummer is dan ook liefdevol opgedragen aan haar. 'Love is the simple truth' en 'Wayne' zijn allebei nummers van Ewout op tekst van ene Suzie Scragg. Straffe Jazzcomposities met mooie vocalises van Tutu, en met de band op zijn ‘Shorters’ uit het thema terwijl de drive behouden blijft.

Naast al dat muzikale moois misschien nog even de opmerking dat 'Quiet Now', in deze tijden van downloaden, een fijne CD is om te hebben. Het doosje bevat een mooi tekst- foto en informatieboekje en steekt in een stijlvolle kartonnen hoes. Je kan er dus zowel met een goed gevoel naar kijken als naar luisteren.
 

(Gi Leoni)

 



MOKER : 'Moker'

Voor wie niet vaak een plaat van begin tot eind beluistert, is de CD soms een handige uitvinding. Je hoeft niet te mikken met arm en naald om naar een ander nummer dan het eerstvolgende over te gaan. En als de volgorde van de nummers zoals ze op het schijfje is gelegd voor jou niet de meest wenselijke is, kan je zelf programmeren of random afspelen.

Random lijken nummers soms wel eens in een logischer volgorde te komen dan als ze de planning van de makers volgen. Met deze Moker CD wil dat ook wel eens het geval zijn. Het gevolg kan dan zijn dat je alle nummers allemaal na elkaar hebt gehoord en de CD is afgespeeld voor je het beseft. Zeker als het ingetogen begon bij de openingstrack en in de shuffle een sierlijke spanningsboog werd opgebouwd – alsof je een soezende toestand achterliet, opstond uit de zetel voor een droomwandeling in een tuin die door de juiste klanken Oosters aandeed en de wandeling werd er één van ontspannende inspanning langs panoramische vergezichten en hypnotiserende details, het werd een avontuurlijke tocht langs grillige paden en dan weer makkelijker te bewandelen – en naar het einde toe, toen de spannendste momenten achter de rug waren, werd de instrumentale muziek ook nog vrolijk zangerig.

Wellicht was er in mijn geval al enige herkenning mee gemoeid (had de CD-voorstelling in Gent bijgewoond) zodat bij het net beschreven at random playing de indruk achterwege bleef te luisteren naar een muzikale bouwdoos met nét geen dozijn ontwerpen, waarbij de deelnemende muzikanten rond negen composities van Mathias Van De Wiele voor elf stukken hadden gezorgd waarbij zij zelf elementen mochten aandragen.

Moker gaat m.i. zo geraffineerd eclectisch te werk dat voor uiteenlopende luisteraars zich heel verschillende associaties kunnen aandienen. Ik noem dan ook louter bij wijze van voorbeeld Flat Earth Society (oa bij 'Ragba-Haring'), Rudresh Mahanthappa ('It Might Storm Later…') en Jimi Hendrix ('Delirium Bleu' toont enige verwantschap met zijn 'Star Spangled Banner').  Belangrijker is dat de heren van Moker op fijne wijze tot evenwichtige b®ouwsels komen die stuk voor stuk knap werk te noemen zijn !!


(Danny De Bock)




Peer Baierlein Quartet: : 'Cycles'

Waar weemoed en melancholie nogal dikwijls de bovenhand voeren bij dit fraaie gezelschap rond trompetist Peer Baierlein is het om te beginnen nu vooral ontroering die je aangrijpt in de mooie ballade die pianist Ewout Pierreux schreef voor  dochtertje Mpho. 'Song for Mpho' noemt het eenvoudig maar de song is wel van een krop in de keel jagende schoonheid ! In een kinderliedjestrend, met Ewout aan de elektrische piano begint 'Four' daarna, een compositie van Peer , melodisch startend om daarna wat terug te vallen in muzikaal gemompel . Na het zetten van een beloftevolle melodie  wordt het geheel immers gauw heel wat droeviger. Er ontstaat een conversatie tussen bas en trompet met een  Yves Peeters die daarbij  zachtjes inkleurt maar Peer komt wat moeilijk uit de woorden, zo lijkt het wel. Het is Ewout die met wat bezwerende toetsen de overtuigingskracht vindt om daarna Peer toch nog naar een dynamische finale voor te gaan, al blaast het einde zich tenslotte toch  weer vermoeid uit...'One' vervolgt gelukkig speelser en ook hier ontrolt zich weer alras een mooie melodie, een lichtvoetig jazzy stappertje deze keer met Yves Peeters zacht percussief aan de handjes en Davide Petrocca mooi volgend, onderweg accenten leggend. Ewout blinkt weer es uit op de Fender Rhodes en ook  Peer heeft intussen z'n energie weergevonden, gaat stevig door maar laat wel ruimte voor de  dribbelende bassolo van Davide Petrocca. Een terecht applaus  volgt vanuit de zaal, want laat ons vooral niet vergeten dat het hier om een live registratie gaat , deels vanuit het Jazz Station en deels vanuit de Borgerhoutse Rataplan, tof zaaltje trouwens, en bovendien één der voorkeurplekken van Peer. 'I know you know' en stemmig gaat Ewout verder op de elektrische piano. Puur verwennerij is het met bijna allemaal mooie songs op deze CD, al gaan d'er sommigen het geheel gauw wat té intimistisch vinden, vrees ik. Peer gaat hier echter weer heel helder en de  Fendertonen van Ewout sluiten zich daar perfect op aan. Yves zalft en streelt de cimbalen zodat ook langs die kant het geheel zich zacht bruisend vindt als een helder  kabbelend mineraalwatertje met Champagne-ambities. Een mooie, intimistische ballade is het wel ...' 'Hymn' van Ewout komt daarna wat plechtstatig en aangestreken aanzetten, opent door een cimbalenwaaier het gordijn voor Peer, die het combo even in harmonie samen houdt,... heel even dan maar want wat later volgt een korte drumsolo waarna het nummer wat mij betreft wat gauw naar het einde doorgaat...en dat einde vindt even later een beetje verder al z'n finale besluit in 'Slow Beauty', een compositie van de hand van Yves Peeters. Dat is ook weer zo'n poëtisch verhaaltje, een versje temeer uit deze 'Cycles', als het ware een muzikale dichtbundel waar je moet voor gaan zitten. Een doek ook waar met fijne penseelstrepen ieder zijn veegje heeft bijgeborsteld tot een pastelkleurig miniatuurtje. Miniatuurtje, jawel want daar mocht en kon best nog een nummer bij. Dré Pallemaerts heeft het echter zó, puur als het ware, op schijf gezet, zonder bijkomende tierlantijntjes. Dat maakt het  tot een mooi werkstukje, mogelijks voor sommigen zal het allemaal wel wat té ingetogen klinken, maar evenzeer is dit  een fijne  schijf van een hecht combo met intussen toch al 3 CD's op het actief al is dit wel de eerste onder de nieuwe groepsnaam (tot grote tevredenheid trouwens van Ewout die dat 'Jazzisfaction' toch al zo geen goeie groepsnaam vond)...

Wij maken d'er meteen  een eerste aanrader van voor de jazzliefhebber in dit nog prille 2010...


(Winus)




Jeroen Van Herzeele Quartet :  - 'Da Mo'

'Da Mo',de titel en de rare illustratie op deze CD verwijzen op Google naar een Indische monnik,de vader van het Zen-Boedhisme...
Ik ben dit gaan opzoeken want nergens bij de schijf is er een tekst te vinden met eventuele uitleg, enkel de namen, titelnummers en vier
zwart-witfoto's van de muzikanten sieren de binnenkant van deze CD....Een beetje spijtig,toch?
Het eerste nummer "Litanie van de heilige maria"geschreven door pianist Fabian Fiorini,wordt ingeleid met een korte,zeer
weemoedige tenorsaxsolo van leider-saxofonist Jeroen Van Herzeele. Een zeer trage ballad, die soms lijkt stil te vallen en dan weer niet, met puntig pianospel van Fabian Fiorini, die langzaam versnelt, onder kundig basspel van de Franse bassist Jean-Jacques Avenel (bassist op vele platen van de betreurde Steve Lacy)."Song for Xero" wordt dynamisch ingezet door drummer Giovanni Barcella,  gevolgd door een stevige Coltrane-intro van Jeroen Van Herzeele. Het nummer evolueert verder in pure Coltrane-Quartetstijl eind jaren zestig, krachtige militante freejazz met veel verve gebracht.'Psalm', ook hier Coltrane nog steeds aanwezig,is een fiere ballad,waar de piano vrij spel krijgt en ietwat vrolijk dialogeert met de triester klinkende tenorsax."De grote oostelijke zon" is een sterk muzikaal duel tussen piano en sax,met geweldige
sprongen in het ongewisse, magistraal improviserend zitten beide muzikanten elkaar op de hielen, een hoogtepunt. Met een snelle
inventieve bassolo van gastspeler Avenel wordt daarna John Coltrane's "Oleo" aangezet. Tenorist Jeroen Van Herzeele op zijn best,
hij heeft als niemand anders de boodschap van Coltrane begrepen, en brengt die op zijn eigen persoonlijke manier met veel energie over, duidelijk uitstralend op de medemuzikanten van het kwartet. Daarna is het in alle intimiteit stil...en begint langzaam de tweede ballade van pianist Fiorini "Suspendus-Hypnose"i ngetogen sluimerend, mooi. En toen werd ik meer dan verrast. Plots is daar de unieke stem van Irene Aebi, zangeres,violiste en weduwe van grootmeester sopraansaxofonist Steve Lacy, zingend in een nummer van Lacy,"As Usual". Zeer unusual en origineel gebracht, dit,very low gespeeld tenorspel vervangt de vertrouwde hoge sopraan
van Steve Lacy naast zijn vrouw Irene. Al een eeuwigheid grote fan van Lacy's muziek ben ik zeer blij met dit nummer. Langzaam maar
zeker wordt eindelijk het belang van de muziek van Steve Lacy ook door de jongere generaties ontdekt en wordt zijn muziek meer en meer
gespeeld overal ter wereld. Goed zo! Dat de wegen van componist Jeroen Van Herzeele ondoorgrondelijk maar rijk zijn bewijzen de twee laatste improvisaties "Da Mo crosses the river" en "Impro" die duidelijk een andere richting inslaan naar nieuwe vrijere wegen.
Laat dit duidelijk zijn,dit is niet een CD, zo van : nu ga ik rustig een boek lezen en zet deze CD op in de achtergrond,vergeet het maar !
De muziek van 'Da Mo' is te rijk en complex en eist uw volledige luisteraandacht ! Aanrader !!

(Kris Vanderstraeten)



Yves Peeters Group : 'Sound Tracks'

… A man wanders out of the desert not knowing who he is. His brother finds him, and helps to pull his memory back of the life he led before he walked out on his wife and son four years before… . Tot zover zeer summier de synopsis van ‘Paris, Texas’, de road movie van Wim Wenders uit 1984. Harry Dean Stanton speelt er de rol van zijn leven en de soundtrack van Ry Cooder (http://www.youtube.com/watch?v=Fbr3MDI1QLc) zal voor eeuwig in ons geheugen gegrift blijven.

 

Maar hoe goed en hoe beklijvend die sound track ook mag zijn, hij is perfect in te ruilen voor de ‘Sound Tracks’ van de Yves Peeters Group. Die moeiteloos dezelfde sfeer oproepen, en door inventievere composities en betere musici zelfs zonder prentjes zorgen voor (day)dream calls…

 

Opener en afsluiter (epilogue) ‘New Mexico’ van Nic Thys bepaalt meteen de sfeer en de toon van de Sound Tracks. Als je ze oppervlakkig beluistert lijken ze goedkoop romantisch maar ze zijn in wezen stuk voor stuk fijne en subtiele composities.

 

‘Moeniworrienie’ (Zuid Afrikaans voor ‘trek het je niet aan’?) van Yves zelf grijpt voor een eerste keer naar de keel. Gitaar en tenorsax improviseren rondom het thema dankzij de strikte regie en sturing van  zowel de drummer (of is het percussionist?) als de intense baslijn van Nic. Frederic Leroux bewijst nog maar eens dat Philip Catherine  niet het enige uitzonderlijke Jazz-Gitaar talent is in ons landje en Nicolas Kummert demonstreert zijn uitzonderlijke frasering in combinatie met stemgeluiden. Voor wie hem nog niet bezig zag, een absolute aanrader. Het betreft een uitzonderlijke techniek en vooral: het is nooit overdone. Nicolas gebruikt zijn kunstje enkel als het aansluit en past bij het thema. Je weet niet wat je ziet. En hoort.

 

‘Billy Pilgrim’ van Frederic Leroux en Jacob Ampe heeft een bijna klassieke popsong opener, vettige gitaarsolo incluis. Drums en tenorsax geven wat lucht en Nics’ elektrische bass stuwt headbangend verder. Clichés genoeg en toch een gevoelig rockjazz nummer met een fijn thema dat kleeft.

 

‘Lifeline’ sluit naadloos aan bij de andere Thys-nummers en vormt de aanloop naar het absolute hoogtepunt van deze plaat ‘Petit Simon Millionnaire’. Nu al een legendarisch nummer dat neuriënd inzet met Kummert en Thys die meteen het thema aangeven. Drums en gitaar vullen geleidelijk aan en het nummer groeit uit tot een gewaagd en geslaagd vocaal en instrumentaal geheel. Kummert zingt-blaast-kreunt het geheel naar een korte maar intense catharsis. Nadien gaat het in omgekeerde richting weer geleidelijk aan naar waar het nummer begon. Zo mooi en zo ontzettend origineel hebben we ze nog niet veel gehad.

 

Even bekomen dan met ‘Slow Beauty’, ‘Ritual’ en ‘After Life’. Trage romantische nummers van de hand van Yves Peeters. Ritmesectie die op zijn Afrikaans aangeeft en bewaakt, weer Kummert die zijn gang mag (kan) gaan, weer dat samenspel met de  gitaar van Frederik Leroux. Niet vies van wat elektronisch effect maar nooit erover, altijd gevat en weer helemaal in de road movie sfeer.


(Gi Leoni)




Jazz in't Park Gent Live 2009


CD1 Jeroen Van Herzeele Special Project

CD2 The Unplayables / Ben Sluijs, Jazz Lab All Stars

Zoals de programmator van het gratis jazzfestival in Gent opmerkt, is deze dubbel-CD nog steeds te koop. En of die de moeite is ! Een koopje voor die luttele tien, ja 10 euro.

De spannende muziek van Jeroen Van Herzeele Special Project vult meteen een eerste volwaardige cd. Die is in feite een live momentopname uit de voorgeschiedenis van de veelgeprezen DA MO cd van het Jeroen Van Herzeele Quartet van 2009 (W.E.R.F.080) – zie oa de bespreking van de hand van ‘onze’ Kris.

Qua intensiteit situeert deze muziek zich in de buurt van die van John Coltrane aan wie Jeroen Van Herzeele heel graag schatplichtig is. Met twee keer twee nummers die in elkaar overlopen worden hier bijna 45 minuten rondgemaakt. ‘Psalm’ is de enige titel die de fascinatie aangeeft voor godsdienstigheid en plechtstatigheid die de aanpak van dit project typeert. De blijken van zin voor religiositeit impliceren ook dat her en der duivels worden ontbonden. Evenwichtige bouwwerken worden geduldig opgebouwd, versierd met sierlijke glasramen, maar bedreigd door onweders en aardscheuren. Chaos volgt na een spel met schitterende waterdruppels; fijntjes in de wind dansende schaduwen van blaadjes onder warme zonnestralen verdwijnen omdat dreigende wolken oprukken... Jeroen Van Herzeele, tenorsax, Jean-Jaques Avanel, contrabas, Giovanni Barcella, drums en Fabian Fiorini, piano, zetten zo U dat wilt uw verbeelding en uw geheugen in werking met een muzikaal schouwspel om U tegen te zeggen.

Met een blazer meer openen The Unplayables van Ben Sluijs CD2. Samen met Jeroen Van Herzeele vormt hij de frontlinie voor Eric Vermeulen, piano, Manolo Cabras, bas en Marek Patrman, drums. Een vijftal dat aan hoge verwachtingen weet te beantwoorden. Van bij de eerste minuut wordt duidelijk dat een intrigerende spanningsboog zal volgen, of liever: minstens een koppel van dattum. ‘A Set Of Intervals: Close’ bewijst dat in een tijdspanne van net geen tien minuten. ‘Where is The Joy’ doet het in bijna acht. In een uitgelezen spanningsveld worden met grote regelmaat scherpe en grillige maar afgemeten patronen ingepast zodat fantastische mozaïeken groeien en je als luisteraar getuige wordt van sensaties waarbij een gevoel van triomf niet misstaat. Na zoveel opwinding is enig op adem komen welkom; ‘Scalewise’ mag dan zorgen voor enige reflectie, bedachtzaam, weloverwogen.

Daarop sluit ‘Merci Philip’ mooi aan, waarmee de CD is beland bij de Jazz Lab All Stars. Weer een groep talenten tezaam die heel graag en heel goed de Belgische podia sieren. ‘Merci Philip’ kan moeilijk anders dan door Peter Hertmans opgedragen zijn aan Philip Catherine. Een uitstekende compositie die met gepaste betuiging van dankbaarheid werd uitgevoerd: volmondig maar niet opgeblazen. Met een bezetting van zes geweldige muzikanten die de sound van een big band weten op te roepen horen we een een mooie evenwichtsoefening die deze All Stars probleemloos uitvoeren.

Meer o zo mooie, swingende en smaakvol gearrangeerde bijna big band muziek dringt zich dan ook op. ‘Bethel Assembly’ van Nic Thys en ‘Thais’ van Bart Defoort geven het gewenste effect. Het is genieten van het overtuigende samenspel en enkele dito solo’s. Wat niet hoeft te verwonderen: deze band is met Frank Vaganée, Nathalie Loriers, Bart Defoort en Félix Simtaine nauw verwant met het in Downbeat geprezen Brussels Jazz Orchestra. Dat ook de tweede helft van CD2 boogt op stukken van rond de tien minuten mag dus geen hindernis vormen voor wie in Belgische jazz geïnteresseerd is. Zodoende hier ons enig advies: kopen die handel, zodra je de kans ziet!


Danny De Bock




Jungle boldie - 'JUNGLE BOLDIE'


Jungle Boldie bracht in maart een eerste CD uit. In juli stonden zij op grote podia, nl  van Gent Jazz en North Sea Jazz Festival. De debuut-CD van Jungle Boldie komt niet uit het niets. Het trio veranderde al een paar keer van naam; Overwater, Ornstein en Kegel spelen al langer samen en daarnaast ook elk in andere samenwerkingsverbanden. Kegel bvb zagen wij in de Mechelse jazzzolder al aan het slagwerk met 'Special Delivery'. Bleef toen zijn aandeel bescheiden en ritmisch, in deze triobezetting drumt hij m.i. spitser en spitsvondiger, is zijn deel meer mee-bepalend voor de ontwikkeling van de verhaallijnen.

Tony Overwater die contrabas afwisselt met elektrische bas zorgt er zeker voor dat Jungle Boldie “bass driven” overkomt, voor de heerlijke uitwerking van de fijne en compacte composities zijn de drummer en de blazer evenzo belangrijk. Dit hecht trio speelt met zoveel plezier, speels en studieus plezier dat het verslavend kan zijn om te luisteren hoe zij spelen met volume, spelen met elkaar, met levendige, met weemoedige of met jagende bewegingen. De warme donkere klanken van de basklarinet en de ietwat scherpe of zure van de tenorsax kleuren met aardse tinten mee het geheel.

Om de CD te openen zetten de vingers van Overwater op bas de dans in. De eerste geluidsgolven die in ons hoofd klinken kregen heel passend als titel 'Dancing the Waves' mee. Het tempo gaat nog omhoog in het schitterende 'Bouzouki Wars' waarin klanken gaan glimmen en oplichten. Het tempo zakt voor een korte poos in de intro van 'Parallels', een inleiding die uitnodigt tot het bedenken van een eigen metafoor voor de opbouw en de in samenspel groeiende drukte... Waarop 'Rosemary’s Baby' volgt, wellicht (nog) een knipoog naar de wereld van film en cinema.

'Transit lijkt' een overgang in te luiden en aangezien de volgende titel 'Beirut' is, lijkt er over het verkeer van goederen, ideeën en mensen te worden gedacht, over grenzen en hoe mensen daar mee omgaan. Hoe en waarom grenzen werden en worden bevochten, hoe vrij verkeer eigenlijk is. Zo de speellijst bekijken maakt het tragikomisch grappig dat dan de traditional 'St James Infirmary' volgt. Een verpleegpost zou overal heilig moeten zijn, maar is niet overal veilig. Waarna nog 'Up and Down', dan Quicksie', 'Compliments' en 'Teardrops for Jimmy' en ’n hidden track het schijfje vervolledigen. Heel medemenselijk en heel bewust van een deel van de politieke en culturele werkelijkheden, met besef van tradities en evoluties komt Jungle Boldie naar voren. Met organische en met moderne geluidstechnische middelen leven zij zich in en uit. Een eigen sound ademend. Een eigen band voorstellend. Zoals de inrichters van Gent Jazz en North Sea Jazz vast dachten: deze groep is rijp voor grote podia en voor een groter publiek: te ontdekken!!


(Danny De Bock)



Ronnie Lynn Patterson : 'Music'

Voor wie een mooi stukje pianojazz weet te waarderen verscheen er onlangs de wel erg schitterende CD 'Music'van de obscure Amerikaanse pianist/zanger Ronnie Lynn Patterson, ooit drummer in bands in o.m.Canada, maar als autodidact omgeswitcht naar piano, onder andere uit  bewondering voor zijn goeroes McCoy Tyner en Keith Jarrett. Na wat reizen doorheen de wereld besluit hij in 1991 om zich in Frankrijk te vestigen en is intussen met 'Music' aan z'n vijfde werkstuk toe. Nu uit op het nieuwe 'Outnote Records' Jazzlabel, stukje van het bedrijf Outhere dat  eerder ook al prestigieuze klassieke labels als AEon, Alpha, Fuga Libera o.a onder beheer had.  Om de paar jaar komt Ronnie na een lange stilte wel weer met iets nieuws aan draven en na de vorige 'Freedom Fighters', alweer uit 2008, heet het nu eenvoudig 'Music', een selectie  songs, niet allen uit de rijke jazzgeschiedenis gegrepen maar evengoed uit het Great American songbook. Hij laat zich hierbij niet door de minsten begeleiden want de Franse rhythm tandem wordt bereden door de succesvolle tweelingbroers Francois en Louis Moutin, die eerder ook al zowat met alle groten samenwerkten en vooral ook met pianist componisten  Jean-Michel Pilc en Martial Solal. We krijgen dus een klassiek piano trio maar dan wel één van een hartverheffende schoonheid, excuseer me voor mijn enthousiasme...'Lazy Bird' van John Coltrane, nog één van Ronnie's helden, mag de CD sprankelend inluiden en zo komen we terecht in een wervelend samenspel van piano, bas en drums dat , weliswaar in een trager tempo met 'Moon and Sand' mag aansluiten, een stuk van Alec Wilder, de populaire songwriter, bekend van zijn samenwerking met o.a. Frank Sinatra. Luister en geniet ook van de soli van Francois Moutin aan de bas, meer dan een begeleider. En natuurlijk mag ook een Monk song hier niet ontbreken en Ronnie Lynn brengt 'Evidence' met veel bravoure, met meer franje dan Monk dat zou doen én onder een luid extatisch meeneuriën dat  de stukken steeds begeleidt. Meer tijd wordt er dan uitgetrokken voor 'All Blues', de 'cool' van Miles, waar Ronnie de aanzet geeft maar Francois met het mooie thema komt aandragen. Waar de bassist mee wat accenten legt,erg zangerig bijtijds, omringt drummer Louis Moutin met zalvend drum en cymbalenwerk. Ronnie treedt daarbij braafjes naar de achtergrond, met ontzag voor zijn grootse medemusici. Ja, het zal wel erg stil wezen in de zaal... In 'Blues Connotation' van alweer een grote, Ornette Coleman, krijg je weer die mooie bas en drums combi in een grilliger, of is het 'gulziger' stuk met naast een schitterende Ronnie Lynn, dus de zeer geïnspireerde broertjes Moutin. Een vol-en évenwaardig trio, dat mag intussen wel duidelijk zijn ! 'It's easy to remember' van Broadwaycomponisten Rodgers en Hart is dan weer een buitenbeentje daarna maar heeft genoeg jazz in zich om méer dan genietelijk te zijn  en ' Summer Night' van hitschrijver Harry Warren uit vorige eeuw schurkt zich daar lekker tegenaan. Jawel, salonjazz maar dan op hoog niveau en, onderweg naar het einde toe de populaire melodie zelfs van zich afschuddend...Met het nachtelijk zachte regenbuitje van 'Blue in green' van Miles en diens lievelingspianist Bill Evans valt het doek,  pianist en drums nog fris natintelend, de bas lui en loom.

Zaligheid behoeft hier geen verdere woorden.

(Winus)




The Chris Joris Experience – Marie’s Momentum

Chris Joris bulkt intussen van kennis en ervaring en met een fijne schare van Belgische muzikanten heeft hij een beresterke nieuwe samenstelling voor zijn groep. Nadat hij zich verdiepte in uiteenlopende stijlen en op verschillende percussie-instrumenten leerde te spelen als de besten kan hij met zijn compositorische vaardigheden voluit de vruchten plukken van  zijn kennen en kunnen. 'Marie’s Momentum' is een rijke, gevarieerde CD.

Iet of wat ‘worst case scenario’-denker kan bij de opener,' Song of Mercy/Ritus' het ergste vrezen : gaat het begin van majestueus naar pompeus? Laat die schrik maar varen: the Chris Joris Experience maakt er een prachtige plechtige opening van. Degelijke jazz zoekt wel vaker randen op en die hoeven niet altijd scherp of snijdend te zijn. De openingstrack nodigt uit voor een muzikale trip die voort breit op subgenres van de jazz van voor en na de bebop, van voor en na de free, op bevruchtingen met elementen uit andere muziekgenres dan jazz. 'In Green Thumb' klinken ook sporen van Dixie en swing, maar vooral leven de muzikanten zich uit in een kwintetformule die de fifties hard bop eert. Met nadrukkelijke elegantie en sierlijke bewegingen strekt zich met het titelnummer dan een ballad uit die kan herinneren aan Chico Freeman. Deze fijne orchestratie voor een beperkt ensemble leunt aan bij third stream, het verzoenen van Amerikaanse jazz en Europese klassieke muziek. De vlaag van romantiek zet zich door in 'Insomnia', een kortverhaal over opwinding en zoeken. De link met het BJO, verpersoonlijkt in Frank Vaganée en Nico Schepers bloeit open .'Naked Raku' richt de blik naar het Oosten; de kleine cimbaaltjes die Chris Joris dezer dagen (en langer) zo graag gebruikt passen hier optimaal, Free Desmyter leeft zich in en uit met een Westerse invalshoek... Ja, er zijn verschillende wegen naar Schoonheid, want die komt voor in vele vormen. In een tedere ballad traag zoals met '4 Steps For Ivy', snel in bebop in 'Isi Bop' – één van de weinige nummers die niet van de hand zijn van Chris Joris zelf. Met hedendaagse inspiratie worden zo patronen van geijkte jazz heerlijk benut. Door jaren van studeren en spelen vinden deze muzikanten hun draai in de sporen van een breed gala aan jazzuitingen die al dan niet ver van de gangbare paden kruisbestuivingen zochten. Denk bvb ook maar aan Art Blakey en samenwerkingen met Afrikaanse percussionisten, waaraan de intro van 'Mulatina' refereert om dan eclectisch en speels verder te dansen langs kruispunten tussen verschillende culturen. Op 'Alfonso Y El Mar' wordt de luisteraar zelfs getrakteerd op overtuigende vocale jazz. Ondanks haar enorme charme keert gauw de roep terug, 'The Call', om instrumentale sterke stukken.

Dit is niet de spannendste grootstadjazz, evenmin is het een conceptueel album dat tot een ambitieuze fusie wil komen van jazz en wereldmuziek. Dit gaat over fijn gedoseerd toetsen aanbrengen, spelen met ingrediënten van bestaande tradities die elkaar raken en die vermengd fijne nieuwe combinaties opleveren. 'Green thumb' wordt nog hernomen – een climax is een logische noodwendigheid des levens, op tijd en stond feesten hoort er ook bij. De drang om de CD uit te leiden met percussie en bas (The Road) en er nog twee bonussen aan toe te voegen, met Eric Person, getuigt zowel van een geweldige creativiteit als van respectvol terugblikken en toevoegen. Voor  'Marie’s Momentum' hoef je niet elke dag in de stemming te zijn, het is wel een fijne, gevarieerde CD om te hebben.


Danny De Bock



 Rassinfosse/Collard-Neven/Alleman/Desandre-Navarre - BRAINING STORM

De hoes van deze CD kan verwondering wekken, maar de winterse foto’s bekijken terwijl openingsnummer 'Ame à Vagues' speelt, doet één en ander in zijn plooi vallen. De drang naar evenwicht in het geheel van talrijke kale takken van enkele bomen (die de winter blootlegt zoals een röntgenfoto een geraamte), een uitgestrekt sneeuwtapijt, het besef dat op sommige plaatsen mensen heel wat verschillende soorten sneeuw onderscheiden... je hoort het niet in deze muziek, maar je begrijpt de verwijzingen, het oog en oor voor detail en de overspannende totaliteit. Met een bijzonder gevoel voor evenwicht zorgen deze vier muzikanten dat er heel wat te beleven valt in eigen composities die op een laag volume vanuit de achtergrond aangenaam stimulerend zijn en op een beluistervolume uw aandacht waard zijn. De negen nummers op deze CD leggen mozaïekjes neer met boeiende structuren en rode draden waardoor in verschillende schakeringen soli bewegen. Afwisselend rustig en borrelend van ideeën toont dit warme werkstuk zich zo’n beetje een kleine schat.

Deze CD herinnert aan tal van ontmoetingen, met zeer verscheiden elementen wordt hier gecombineerd. Europa ontmoet Afrika (o.a. in de opener al), verstand zoekt spiritualiteit, de 21ste eeuw draagt nog altijd 1960ies mee (bvb 'Strange Bossa')... Stokoude instrumenten worden met nieuwe technische mogelijkheden benaderd. Op raakvlakken tussen klassiek, filmmuziek, pop, jazz en wereldmuziek leggen deze heren easy grooves neer en tooien die vanuit verschillende invalshoeken (bvb 'Don’t Say It’s Impossible'). Door weloverwogen arrangementen nemen passages kamermuziek de allures aan van een octet of klein orkest. Om dan naar de essentie van een sober kwartet terug te keren met luttele bouwstenen en het genot van eenvoudige dingen (bvb 'Passeur d’Etoiles'). De vergelijking met takken die met een natuurlijke overtuiging elk met de eigen groei bezig zijn, welteverstaan in het grotere geheel van die boom naast andere bomen, ligt a.h.w. voor de hand. Maar ook: rugzakken vol bagage van deze en vorige generaties dienen deze vier muzikanten die vanuit hun eigen Franstalige achtergrond en cultuur hun ding doen in nieuwe omstandigheden. Waarbij 'Loosing Belgium' evenwel niet verontrust...

 

Danny De Bock



IG HENNEMAN Collected 1985 – 2010  CD box

Om haar 65ste verjaardag te vieren en tegelijk dat zij 25 jaar actief is als componist / bandleider komt deze box uit met vijf cd’s van violiste Ig Henneman. Die tonen mooi hoe zij in uiteenlopende settings telkens weer eigen plekjes creëert in de wereld van de geïmproviseerde muziek. Bedachtzaam in haar composities, intuïtief in de improvisatie met andere getalenteerde muzikanten.

Elke cd kent een andere bezetting, die kan variëren van duo tot tentet. Een cd met haar nieuwste project is er nog niet bij, maar de box gaat wel mee op toernee en is te koop bij de concerten van haar international Ig Henneman Sextet dat ook Rijkevorsel en Maasmechelen aandoet. In dat programma krijgen we hommages aan Thelonious Monk, Emily Dickinson, Jimmy Giuffre, Ian Dury, Galina Oestvolskaya, Misha Mengelberg, Morton Feldman en Francesco Landini. Wat meteen aangeeft dat haar interessesfeer heel breed is.

Liever dan een vlotte muzikant te blijven in het keurslijf van de pop zocht Ig Henneman zich een eigen weg. Zo ging zij doorheen de jaren in zee met heel verschillende spelers en hoe anders de ene groep soms is dan de volgende, steeds is er die IG-intensiteit en een opmerkelijke dwingende logica in de muziek. Hoewel er ook sporen van pop en rock te bespeuren zijn, situeren haar opnames zich voornamelijk in de deelverzamelingen tussen klassiek, improvisatie en jazz.

Meest met jazz verwant is in de box de chronogische eerste cd: 'Ig Henneman Quintet in Grassetto' van 1990. Toen al en nog steeds met Wilbert de Joods op bas. Toen al maakten zij muziek die verwant is met de avantgarde van begin jaren ’60, bruggen slaand tussen klassiek en jazz, tussen grooves en geluiden en die bovendien nog altijd fris klinkt, verwant met de vrije muziek van nu. Op de 'Henneman String Quartet'-cd van 2003 wil de nadruk meer liggen op de deelverzameling tussen (zowel de oude als de hedendaagse) klassieke muziek en geïmproviseerde. Je zou je in een avontuurlijk programma van Klara radio kunnen wanen als je dit beluistert. En hetzelfde kan gezegd van de Tentet-cd 'Repeat that, repeat' met prachtige zang van Ilse van de Kasteelen en een programma dat poëzie op muziek zet. Dit project had vogels als rode draad, gedichten van o.a. Guido Gezelle, Emily Dickinson en Gavriil Derzjavin passeren de revue. Van een ander poëtisch gehalte getuigt dan ook nog de cd 'Stof' in duo met haar man Ab Baars. In deze minimale bezetting weerklinkt vooral experimentele klassieke muziek, knap in haar stekels en rondingen die de werelden van de jazz van nu raken, sterk door technische onderlegdheid. Met draden creëren zij zij motieven, in lagen verweven zij uiteenlopende materialen samen tot aparte gehelen. De twee blijken specialisten in het samenbrengen van het abstracte en het concrete. Het album is opgedragen aan wijlen Igs zus Eiske die kledingontwerpster was. Eerder dan verhalen te vertellen improviseren Ig en Ab rond details en herinneringen, bijzonder en intens.

Daarmee is nog niet over elke cd wat gezegd. 'Galina U' is een verzamelcd op zich: samengesteld uit tracks van opnames van het QUEEN MAB TRIO met twee Canadese muzikantes uit 2002, 2005 en 2006. Spelen met melodie gaat over in, wisselt af met spelen met ritme en klanken. Er is altijd een mate van spanning in het vermengen van dramatiek en poëzie van deze drie vrouwen. De intensiteit van hun muziek is (ook weer) meeslepend. Met basklarinet, klarinet, viola en piano kunnen zij doen denken aan (de eerder zware) projecten van Vijay Iyer of aan Louis Sclavis en Aki Takase. Met een eigen interne logica vullen zij elkaar en de composities aan.

Als we de werelden van de geïmproviseerde muziek met een fantastische en enorm complex van juwelenwinkels vergelijken, met niet alleen schitterende stenen en niet alleen edelmetalen, dan is Ig Henneman een verbazend boeiende juwelenontwerpster die hoog boven groepjes charlatans uitsteekt. Wij bevelen u dan ook aan haar te gaan meemaken op haar jubileumtour met Ab Baars, sax, klarinet en shakuhachi; soulmate Wilbert de Joode, bas, van the Queen Mab Trio Lori Freedman, basklarinet en Marion Lerner, piano, en de Berlijnse trompettist Axel Dörner.

Ig Henneman Kwintet – in Grassetto

Ig Henneman; altviool, Hein Pijnenburg; basklarinet, Bart van der Putten; altsaxofoon, Wilbert de Joode; bas, Fred van Duynhoven; drums.

Ig Henneman Tentet – Repeat that, repeat

 

Ilse van de Kasteelen; stem, Michael Moore; klarinet, basklarinet, Ab Baars; klarinet, Hein Pijnenburg; basklarinet, Mariëtte Rouppe van der Voort; fluiten, Mary Oliver; viool, altviool, Ig Henneman; altviool, Tristan Honsinger; cello, Wilbert de Joode; contrabas, Fred van Duynhoven; drums

 

Henneman String Quartet and Godelieve Schrama – Strepen

 

Ig Henneman; altviool, Oene van Geel; viool, altviool, Alex Waterman; cello, Wilbert De Joode; contrabass, Godelieve Schrama; harp

 

Queen Mab Trio – Galina U

 

Marilyn Lerner; piano, Lori Freedman; basklarinet, klarinet, Ig Henneman; altviool

 

 

Duo Baars - Henneman – Stof

 

Ab Baars; tenorsaxofoon, klarinet, shakuhachi, noh-kan, Ig Henneman; altviool


Danny De Bock




Strange Fruit - When the Blues

 

Een wat 'rare ' combinatie, schreven we bij het verschijnen van 'Smoke and Honey' in het voorjaar van 2009, deze mix van jong en wat ouder talent, een melange van jazzy nummers, gebracht door geschoolde jazzstemmetjes Emilie Leysen en Nathalie van den Meutter , gebast door jonge Michiel Somers, met de hulp van ex hard rock drummer Jan Van Dessel en dit alles onder de vakkundige leiding van gitarist Luc Canters, ook al uit een rocknest ! Het resultaat was helemaal niet onaardig toen maar veel verder reiken dan een wat eigenzinnig combo deed het niet. Het geheel bloedde wat dood op te veel intimistische momenten en een wat schrale instrumentale invulling. Er werd intussen echter verder gewerkt aan wat eigen nummers, er werd beloofd werk te maken van die magere productie en nu, anderhalf jaar later is er dus 'When the Blues'  en wat geeft dat? De hoes ziet er anders helemaal niet lekker uit, flauw- blauw, flets en sorry hoor, maar als je dit als koopwaar uitstalt, dan kijkt er geen hond naar, 'blue' blues is geen excuus.  Ook de vlag dekt de lading niet gans, ook nu weer een diverse keuze uit soul, gospel , jazz, een spatje funk en ja, ook wat blues toch. 'I do it my way', dus loop ik nu met jou weer even over de tracks, 11 in totaal en die reis zal zich uiteindelijk toch nog lonen,blijkt... volgen maar... Toch voor we beginnen nog even meegeven dat de band uitbreidde met een extra voice en wat meer is, keys en da's een goeie stap voorwaarts.'Mr. G' George Johnston, voormalig Canadees maar al 15 jaar in ons land en voorheen in (piano) bars te vinden is nu vast lid van de band, geeft Luc ons mee, en daarmee krijgt het combo weer wat meer body...  De plaat zelf dan, en die begint aardig met de traditional 'Walk with me (lord)' op tekst van Lizz Wright, een wat 'wah wah'Frampton styled gospelnummer met een mooie gitaarsolo van Luc tussendoor en in koor afgesloten, mannenstemmen mooi incluis, zoals gezegd, best aardig. Kennis maken met die extra voice van Mr. G doen we daarna met 'Blue's the colour' ,pianolijntje erbij, swingt lekker weg en rock is nooit ver uit de buurt met Luc's gitaar er bij.... Alleszins mooie punten van de jury hier, want dat zal direct nodig wezen. Want waar zijn de keys en met name het orgel nu ,in het soulvolle 'If I ain't got you' van Alicia Keys, foei toch.

Véél te braafjes, gezien het thema, volgt dan de 'soft-combo versie' van Cole Porters 'Love for sale', schoon maar weer...te weinig, gelukkig is 'Frim fram sauce' dan weer voor een stuk steviger, een New Orleans riedeltje, na het Nat king Cole trio veelvuldig gecovered en ja, nu toch ook weer in een mooi jasje gestoken, al is dat met momenten wat mij betreft wat  te veel in de plooi gestreken, steeds die  wat makke'combo-feel' weet je... Mr. G neemt dan de leading vocals, Emilie en Nathalie beperken zich tot de backings en replies in het eigen funky 'Realised' dat dan toch eindelijk eens mooi muzikaal gans uitbreekt met orgel, guitar en drums die (een beetje) meer uitgesproken zijn dan eerder. Lekker voor even maar want 'Sad young men', met de accordeon van Guy Leysen is dan weer terug een stil akoestisch moment met verder alleen de stemmetjes van de meisjes en de gitaar van Luc er bij, een troubadour moment, deze song van Tony Wolff en Fran Landesman, ergens aan de waterkant (hoorde ik daar geen meeuw krijsen?...)

Leuker vind ik dan de soul van 'The Chokin'kind ' van Harlan Howard waar de stemmen meer uitbreken , opbouwend naar een gospelmoment zou je zeggen maar uiteindelijk toch verstillend afgebroken. Hemels mooi gezongen daarna is het  staatslied van de Amerikaanse staat Georgia , Georgia' dus, van orkestleider Hoagy Carmichael en natuurlijk kennen we dat het beste  in de versie van Ray Charles. Hier enkel het gouden stemmetje van Nathalie Van Den Meutter en de gitaar van Luc Canters, zei ik hemels ? Ja, de punten zijn hier terug aan 't aantikken en 'Some kind of Wonderful' doet er daar weer wat bij, een funky nummer is het  en ja, wat nostalgisch wordt je d'er ook wel van als je daarbij even terug denkt aan Grand Funk Railroad...1974 was dat...

Hadden we nu intussen al een écht Billie Holiday nummer gehad ? Nee toch, en dat mag dan zeker niet ontbreken als je 'Strange Fruit' als groepsnaam draagt. Vandaar 'God bless the child'. George Johnston zingt deze, de dametjes gaan  mooi in  harmonie naar de back, Luc is hypnotiserend aan de schrijende gitaar en voorwaar, dit is een goed geplaatste,sterke finale van deze 'When the Blues', al mocht van mij de gitaar bij het einde wat abrupter stoppen en plaats van te blijven uitdijnen..Wat later horen we dan, als uitsmijter nog een foontje van, ik vermoed Mr. G, naar Luc Canters toe, met totaal kapotte stem en blij dat zulks niet gedurende de opnames gebeurde, hij is amper in staat  om nog wat te grollen nu...

 

De toon is gezet, de keuzes zijn gemaakt, en waar het na de vorige CD nog even afwachten was naar de verdere evolutie van deze band, onderkennen we nu een zekere continuïteit in repertoire, songkeuze, invulling. We blijven dus op hetzelfde pad, muzikaal beter omlijst met George Johnston aan het keyboard en da's zeker een progressie. Vergeten we echter niet de hemelse stemmetjes van Emilie en Nathalie in een combo dat, gezien dat repertoire ook, vooral past in een intimistisch kader maar daar zeker mooie ogen zal gooien.

'When the Blues',  heeft ondanks het minder fraaie uiterlijk,  dus best wel een degelijke binnenkant, al moet je de beperkingen van een combo, want dat blijft het uiteindelijk , er wel bij nemen. Alleszins een fijn plaatje voor wat genietmomenten, binnen aan de haard.

 

Winus



Ben Sluijs - Erik Vermeulen : 'Parity'


In een minimale bezetting spelen Ben Sluijs en Erik Vermeulen heel fijnzinnig twaalf eigen stukken en twee standards. Het gaat hier niet om gespierd machtsvertoon, maar om met kunde en groot samenhorigheidsgevoel eigen wegen te vinden en fijne werkjes af te leveren. Gevoelige,  bedachtzame verhaallijnen en schetsen zijn het, met delicaat toetsenspel en dito blaaswerk.

De cd opent met 'Bright Day' van Vermeulen, helder en lyrisch. 'Parity' van Sluijs gaat traag vertellend dieper de beschouwende kant op. Waarop Vermeulen kort van antwoord dient 'A Short Answer'. En dan komt 'Con Alma' van Gillespie. De warmte stijgt. De herkenning van een song die al tientallen jaren haar waarde bewijst, geeft een extra referentiekader. In de open, eigen stijl die Vermeulen en Sluijs hier hanteren maken zij van deze versie een parel. Dat doen zij enkele eigen songs later nog eens met 'Sweet and Lovely'. Je denkt dan wel aan oudere versies, toch is het vooral genieten van deze schitterende interpretaties. Zij zetten deze klassiekers buitengewoon mooi naar hun hand.

Hoewel vooral rustig schoonheid wordt betracht horen we hier en daar snelle vingers en vooral van Vermeulen uit speelse tempowisselingen. In opener 'Bright Day' al, verderop bvb ook in 'Temps Perdu'. Beide muzikanten klinken voortdurend begaan met de juiste klank en de juiste timing. Uitgeleide krijgen we met het knappe 'Early Train' en 'Evening Red' van Sluijs.

Op deze degelijke cd weten beide talenten aan een rustig tempo elkaar en zichzelf te vinden, maar ook ons en bij uitbreiding ongetwijfeld weer een nieuw publiek. Hun Stones-cd van 2001 is onlangs niet zomaar heruitgegeven.


Danny De Bock



Vijay Ijer : 'Solo'

Daags na zijn concert, solo in de Hnita-Hoeve vonden we zijn CD 'Solo' minder aangrijpend dan een week later het geval was. We hadden dan ook de neiging om alsnog kond te doen dat van deze CD erg te genieten valt. Nu vinden we daar bijkomende goede redenen voor: op 16 februari treedt Vijay Iyer op in de Singel met het Hermes Ensemble en op 19 april concerteert hij in het Paleis voor Schone Kunsten met Craig Taborn, nog een grote pianist van nu. Laat deze CD u dus maar nieuwsgierig maken.

Sprankel en fris klinken de eerste noten. Donkere toetsen komen erbij, het tegengewicht van de duistere kant. 'Human Nature'. Miles Davis speelde de Michael Jackson hit ook. Met piano solo trekt Vijay Iyer het een eigen kleed aan. The Bad Plus is al langer niet de enige om liedjes uit de popcultuur in stevige jazzuitvoeringen te gieten. Vijay Iyer behoudt de soepelheid en accentueert instrumentaal licht en duister, zwaar en licht.

Zijn uitbenen en gezwind ontspinnen van de Thelonious Monkklassieker 'Epistrophy' volgt er met glans op. Een hoop energie komt vrij. Deze pianist beseft ten volle hoe de fysische kant van het piano spelen de klank bepaalt en hoe de klanken het resultaat en de impact bepalen.

Lyrisch vertellend zich verliezen bij herinneringen aan een vervloekte droom hoor je in 'Darn That Dream', niet gauw zo poëtisch verklankt als hier. Een 21ste eeuwse benadering van de stride piano en Duke Ellingtons 'Black & Tan Fantasy' lijken ons dan dichter bij oude tijdvakken jazz te brengen zoals die van 'Darn That Dream'.

Prelude: 'Heartpiece' vormt dan een donkere brug. (Een herinnering kan opdoemen: aan zijn versie van 'Stable Mates' die je misschien eerder Unstable Mates zou willen noemen, dixit Iyer in de Hnita-Hoeve.) Het is de overgang naar een reeksje van eigen composities waarin donker en licht, sneller en trager in haast modern klassieke muziek vertellen van bespiegelingen. Terwijl de mogelijkheid tot herkenning kleiner wordt, stijgt de intensiteit. Vijay Iyer vervolgt echter zijn eigen logische weg en weet te blijven meeslepen. Hij kan boeiend observeren en ook zo vertellen over indrukken en gevoelens. Hij doet dat met heerlijke patronen in 'Patterns'. Het gevoelige 'Desiring' herinnert ons aan 'Blood Sutra'. Een zachte uitzondering bijna bij de voorliefde voor het disruptieve die deze pianist in zekere zin gemeen heeft met Jason Moran die ook de geschiedenis kent en geschiedenis maakt. 'Games' speelt dan weer meer met het ontsporen…

Of je zijn versie van 'Fleurette Africaine' nodig hebt om dit nummer van Ellington te (her)ontdekken (zie de geweldige 'Money Jungle' van 1962 met Max Roach en Charlie Mingus die in de fifties een eigen label runden en elkaar daarna moeilijk luchten konden) bekijk je zelf maar. Dit is wel een bijzondere herneming van een prachtig nummer.

Afsluiter 'One for Blount' voor Sun Ra besluit daarop geestrijk. Vrolijk begeesterd, geen pompeus slot of zo. Ideaal om een eigen stempel te drukken in de geschiedenis van solo jazzpiano. Als de autodidact die hij naar verluidt is. Spaarzaam en doeltreffend met de pedalen. Met heel gevarieerde vingerzettingen zijn eigen hedendaagse weg zoekend en zijn inspiratiebronnen erend terwijl hij hen ook eer aan doet. Meesterlijk.


Danny De Bock




JASON MORAN: 'TEN'


Op woensdag 12 januari in De Tuin van Eden waren 'Feedback Pt. 2' en 'Fleurette Africaine' van Duke Ellington door Vijay Iyer te horen op Klara radio. Beide pianisten hebben een diep respect en grote bewondering voor Andrew Hill en Thelonious Monk. Hun belangstellingssferen strekken zich breed uit. Ze gaan ook over klassieke muziek, Iyer leent daarnaast uit pop en Indische muziek, Moran doet dat uit blues en hiphop. Beide zijn al enkele jaren prijsbeesten. Moran trad ook al aan met oa Sam Rivers, Bunky Green, Andrew Lloyd, Iyer met Steve Coleman, Wadada Leo Smith, Roscoe Mitchell en beiden met Rudresh Mahanthappa die zo’n beetje een bloedbroeder is van Iyer.

De CD 'Ten' die Moran in 2010 onder eigen naam uitbracht klinkt bijzonder evenwichtig. Zowel wat de stukken op zich betreft als de CD in zijn geheel, de opbouw is fantastisch sterk. Een bluesy trio trekt met 'Blue Blocks' de CD op gang en stapt in hedendaagse jazz die in een zotte Bandwagonvaart belandt, waarbij de pianist met onwaarschijnlijke klaterende reeksen klanken nog maar eens zijn visitekaartje afgeeft. De chemie in de samenwerking met bassist en drummer werpt na tien jaren van banden aanhalen en loslaten prachtige vruchten af. Donkere spanning wordt opgebouwd met 'RFK in the Land of Apartheid'. Jason Moran speelt zowel live als in de studio al langer met samples, maar zoals hij op 'Feedback Pt. 2' ijle elektronica bovenhaalt is enigszins verrassend. Overtuigend ook, de dramatische kracht en poëtische spanning van het stille nummer kan na een flink aantal beluisteringen blijven verbazen.

Levendig wordt het opnieuw met een wandeling in en een dansende mijmering op 'Crespuscule with Nellie' (van Monk) met die inventieve Nasheet Waits die ervoor zorgt dat je de aandacht ook bij de drums en de bas houdt. Ook op de vrolijke versie van 'Study No. 6' valt de drummer op en altijd is Tarus Mateen er om heel economisch het geheel te versterken. Het lijkt geen toeval dat de CD ook ’n compositie bevat van de bassist getiteld 'The Subtle One'. Er is ook een uitvoering van 'Big Stuff' van Leonard Bernstein dat toegankelijk opent en overgaat in een schitterend labyrint. Met 'Gangsterism over 10 Years' wordt de eigen Gangsterismtraditie verder gezet. Op vorige CD’s waren die niet altijd even overtuigend; van deze is het zwaar genieten. Met kracht en zacht gaat het (ook hier) verschillende kanten uit. Zoals op de rest van de CD komt de groep (nog) weinig gewaagd over, eerder als een heerlijke wijn die na jaren zijn volle toetsen laat proeven in een uitermate gebalanceerd geheel.

Vloeiend volgen de nummers elkaar op. In ontwapenende schoonheid, verstilling en eenvoud, in ouderwets jazzplezier, in uitwijdingen bij en uitbreidingen van schema’s, in oefeningen in uit de bocht gaan en toch niet over de kop gaan en crashen... 'Ten' werd in Amerika oa door Jazz Times uitgeroepen tot beste jazzalbum van 2010. Daar kunnen wij alleen maar blij om zijn.


Danny De Bock

 



RUDRESH MAHANTHAPPA & STEVE LEHMAN : 'Dual Identity'


In de Overd(h)onderd ! update van januari 2011 vond / vindt U het stukje van DJ Kris over On Steve Lehman Quintet 'On Meaning'. Daarin vernoemt hij ook Tyshawn Sorey en Vijay Iyer met wie Steve Lehman het trio Fieldwork vormt. Vijay Iyer die o.a. ook in duo speelt met Rudresh Mahanthappa.

Wie al wat kent van Mahanthappa en van Lehman zal niet verbaasd zijn dat het er soms nerveus aan toegaat bij hun samenwerking. De jachtigheid van een grootstad, de rat race van het leven begin 21ste eeuw is hen niet vreemd. Beiden zijn virtuozen op altsax, snelheid en spelen op het scherp van de snee, zijn part of the game. Alle twee zijn zij dan ook nog eens heren die wat kunnen componeren, dus als zij hun krachten bundelen kan er iets groots van komen. Dat was het geval live op het Braga Jazz Festival maart 2009, bij de opname voor deze CD.

Als twee titanen samen op een podium aantreden, is het niet ongepast dat eerst en vooral zij zich in de kijker spelen. Al spelen zij met zijn vijven en valt heel snel op dat Liberty Ellman met zijn gitaar een pianist in dit gezelschap overbodig maakt, het is vooral het krachtige en vurige spel in het samen uitwerken van de eigen composities van de heren blazers dat de aandacht opeist. Met zijn tweeën laten de protagonisten 'The General' aanzwellen, met zijn vijven zetten zij de toon voor een handvol spannende jazznummers. Al in de eerste track wijken de saxen na een tijdje voor de ritmesectie en komt Ellman op het voorplan, maar pas vanaf nummer 6, 'Katchu', gaan de dominante blazers wat vaker in de schaduw staan. Niet dat Mahanthappa en Lehman zich tijdens de eerste vijf nummers de longen uit het lijf hebben geblazen door continu supersnel spel, maar het was wel intens. Hun lijnen variërend van in harmonie over een beetje schuin tot haaks over elkaar. Zoals de lijnen op het cover artwork. Het is evenwel veel meer genieten van de muziek. Ook in de tragere spanningsbogen op 'SMS' dat vnl met gitaar en sax de ether begint in te stralen.

De intensitieit buigt om vanaf 'Katchu' en de groep boort een ander vaatje inspiratie aan voor een rustige compositie. Net deze is de enige niet van Mahanthappa of Lehman, maar van Liberty Ellman. Met kronkelende lijnen zetten Mahanthappa en Lehman daarna in 'Circus' weer meer de bakens uit en blinkt een groep contemplatief uit met een hechte eigen sound. Matt Brewer legt een mooie warme basweg. Gaandeweg krijgen behalve de gitaar ook de bas en de drums meer ruimte voor heerlijke improvisatie. Met Indische invloeden en als langs meditatie en drukke conversaties en fantastische ideeënspuierij, ach, gelijk een krullende bloem gaat deze CD verder open. Te koop bij Instant Jazz.


Danny De Bock




Anne Wolf Trio + Voices : 'Moon @ Noon'


Moderne hedendaagse jazz hoeft niet steeds 'moeilijk' te zijn. Het mag en kan ook gewoon melodieus mooi zijn zoals bijvoorbeeld op deze schijf van pianiste Anne Wolf (Django d'or jong talent 2002). Die omringt  zich voor de gelegenheid  buiten haar deels nieuwe trio met de 'voices' van  Ben Ngabo (uit de entourage van percussionist Chris Joris), Marcia Maria,(de Braziliaanse zangeres uit Frankrijk), Christa Jérôme (bekend van haar samenwerking met Marc Moulin) en Mizzy (ons onbekend...)Dat schept een warme, hartelijke atmosfeer die somtijds erg naar Afrika smaakt zoals opener 'Babu, Buba & Seedy'. Dat daarbij de bas (akoestische 5 snaren basgitaar) steeds erg aanwezig is, stoort geenszins, die gaat mooi mee in harmonie en dat heeft volgens bassist Theo De Jong vooral toch ook te maken met die uitbreiding van de bas met  een hogere 5e snaar. Luister maar eens hoe mooi die kan klinken zoals op z'n  solo in 'Caravan', welbekend van Duke Ellington. Anne schrijft verder vooral zelf de songs en zal slechts enkele nummers coveren op deze 'Moon at Noon'. 'Eigen D'aout' vind ik anders zelf heel mooi en ook daar krijgen we een heel zangerige, bevlogen bassolo naast haar sprankelende pianospel. Nieuwkomer Janco van der Kaaden weet dat overigens mooi te omringen met allerlei percussie. Met 'The Dolphin' vindt de CD daarna al gauw een eerste rustpunt, het is even bezinnen bij een stuk van Luiz Eça met verder weer een bas die liefdevol volgt, zalft en streelt... Met de combinatie van  Braziliaanse zangeres Marcia Maria en het pianospel van Anne daarna  is onze herinnering nooit ver weg van Tania Maria met het ritme van 'Misterios de coraçáo', een stuk van de pianiste, voorzien van de tekst van Maria. Halverwege de plaat dan komt titelnummer 'Moon at noon', berustend in een middagsiesta als het ware, drijvend in een wolkenhemel met flarden cimbaaltjes en percussiedingetjes, het speelterrein van Janco. 'Bernie"s Tune' (Bernie Miller), mooi ingezet door Theo's bas, is dan de tweede van de slechts drie covers en schept een warm muzikaal kader voor de  soli. Warmer kan echter ook nog met '12 to 14' een compositie van het paar de Jong-Wolf, een love song van verwante spirits en daar ergens doorheen dwalen zowaar de geesten van Serge Gainsbourg en Jane Birkin.
' Renouveau' is dan weer terug korter bij de grond, heeft (w)(m)eer kleren aan en hobbelt heel rielekst voort. Heel anders dan de pianoles van 'Choro para náo chorar' waar je aan het andere eind van de kamer een spitsvoetige ballerina vermoedt te staan trappelen. Theo is daarbij even scherp in z'n soleren, draagt voorwaar ook al zo'n nauwe panty (zou je denken). ' Le chemin de Pierre'  gaat daarna de CD uit met een etnische noot, de laatste 'voice' horen we vandaag, en da's die van Ben Ngabo. Dit nummer is er ééntje van Anne, opgedragen aan  haar Theo en aan de liner notes te merken brandt Cupido's lampje daar ten huize van de Jong-Wolf nog hevig ! Voor ons, luisteraars, heeft dit alvast een mooie warme plaat voortgebracht, zelfs de cover pics en het artwork mogen d' er wezen,...fijn zo, je vergeet er haast bij dat het buiten wintert ... 


Winus 



 

Chad McCullough – Bram Weijters Quartet : 'Imaginary Sketches'

 

« Dat kan niet anders dan mooi zijn, » zei een vrouw toen Bram Weijters er in de Appeltuin aan herinnerde dat aan de kassa de CD te koop was voor 15 luttele euro’s. Hij had het woord genomen o.m. om het laatste nummer van de eerste set aan te kondigen, maar niet minder om de organisator, het opgedaagde publiek en Lionel Beuvens te bedanken. Lionel viel in voor John Bishop die met griep in Antwerpen zat en de topdrummer droeg meer dan zijn steentje bij aan het speelplezier en de kwaliteit van de muziek. En ja, de CD is mooi.

 

De CD klinkt meermaals als een soundtrack bij een verhaal met een grote Amerikaanse inslag. Weloverdachte schetsen worden uitgewisseld en aangevuld tot hele mooie tekeningen. Deze nieuwe uitgave van De WERF laat zich associëren met de lyrische kwaliteiten die je bij Bert Joris en BJO ook vindt. Het blijft wel een kwartetformule, met zijn  vieren weven ze een volle sound. Muziek die bij trage stukken bezwangerd vol aandoet, uitdeinend in onverholen logische gevolgen. Je kan zeggen dat het allemaal netjes blijft, het kan je desalniettemin meeslepen.

Op de CD nemen Weijters en McCullough de tijd om er in te vliegen. Na een boeiende opener waarin de pianist zonder gevaarlijk te doen de song toch verder vooruitduwt dan je zou verwachten zakt het tempo. In 'Free As Poetry' vindt de lyriek weer de vleugels om snellere bewegingen te maken, waarna het tempo weer zakt in 'Another Dark Ballad'. Met 'Restless', 'Speeding' en 'Late Night, Long Drive' krijgen we dan de snelheid, de spanning en een ontknoping zoals die perfect passen bij de soundtrack van een Amerikaans avontuur van Bram Weijters. Of ‘t voor hem ook zwaar gevoeld heeft als speelde hij mee in een film toen dit kwartet hun opnames maakte – toegegeven, ik had ’t hem moeten vragen in Leuven.

 

Danny De Bock



HAMSTER AXIS OF THE ONE CLICK PANTHER : ' SMALL ZOO'

 

There’s no such thing as… een wilde zin voor avontuur. There’s no such thing as… zachtjes tintelend, pauserend en elegant openen om er dan als een vrolijke bende in te vliegen. 'Small Zoo' is één van twee CD’s die De Werf in één adem uitbracht met Bram Weijters. Hier gaat de pianist mee in heel aanstekelijke avontuurlijke jazz. Met zijn vijven gaan zij wild veel wegen op tussen drukke en kalme, bloedhete en koele verklankingen. De hoes toont weinig kleuren, maar op de CD vind je een ruim pallet aan klankkleuren. In composities van Weijters en Van den Noortgate.

De titel “Small Zoo” laat zich makkelijk associëren met vrij bewegen in de beperkte ruimte van een gevangenschap. Het titelnummer opent trouwens met het nabootsen van dierengeluiden, krijsende apen en tropische vogels, terwijl opvallend droog slagwerk en donkere pianotimbres de dramatiek vergroten. Waarop de beschaving haar intrede doet…

Vrolijk, hevig, avontuurlijk en niet eens vergezocht, alsook bedachtzaam traag, met diepwarme en frisse klanken, zurige en brandende voeren zij ons mee. Deze jongens hebben de ervaring van samen live optreden en dat hoor je, dat voel je.

Na drie nummers nemen zij gas terug om een eerste Weijterse compositie te onderzoeken, “What’s Wrong?” en warme empathie en de nodige (?) pathetiek aan de dag te leggen. Daarop volgt het rustige, klassiek aandoende “A New Balance” van Van den Noortgate perfect, de rust en het evenwicht zijn onmiskenbaar echt en in balans. Drang en dringenheid krijgen een passende titel met 'Emergency' – onlangs ook te horen in Marc van den Hoof's uurtje Jazz op een avond die op Belgische jazz was gericht. Ieder zijn voorkeur natuurlijk, smaken verschillen, zelf kick ik meer op de Weijters die in deze bezetting meespeelt, de dans leidt dan wel begeleidt. Spannender lyrisch dan ism Chad McCullough op I'maginary Sketches'. Raak met deze compositie 'Emergency' en de erop volgende 'War For  Peace'.

Na een aantal beluisteringen dreig je door groeiende herkenning de grote mate van variatie binnen en tussen de nummers minder te gaan horen. De invloeden van verschillende stijlen zitten hier ook niet als knip- en plakwerk naast elkaar maar in een vloeiend geheel. Als je dan wat vertrouwd raakt met deze CD blijkt des ter meer dat het ook een troef is dat hier twee componisten elk hun stempel drukken.

Elk lid van dit kwintet verdient hier trouwens lof. De ritmetandem die deze architectuur stut van vele kamers, zalen, trappen en (tussen)verdiepingen is uitmuntend ! Sturend ook soms, eigen gangen creërend in het geheel. Soms valt Bruneel op, soms Meulyzer. De blazers zetten met een geweldig gevoel voor timing de toon dan wel een stap opzij… Soms valt de alt op, soms de tenor. En het is dus altsaxofonist Van den Noortgate die mee sterk opvalt als componist, tussen klassiek evenwichtig en druk free laverend. Met hun hecht samenspel en zeer genietbare solo’s tonen deze muzikanten behalve hun afzonderlijke en gezamenlijke kwaliteiten ook hoe sterk de composities wel zijn. Of hoe een band zijn gelauwerde live-reputatie bevestigt met superstevig studiowerk.

 

Danny De Bock

 


 

Lee Konitz, Dave Liebman, Richie Beirach : 'KnowingLee'

 

 

Richie Beirach (1947) speelde oa met Stan Getz, Freddie Hubbard, Chet Baker en ook al met Lee Konitz en Dave Liebman’s Lookout Farm. Dave Liebman (1946) speelde oa met John Scofield, Dave Holland, Billy Hart en Lee Konitz. De twee jongere muzikanten van het trio op deze CD kennen Lee dus al langer. Lee Konitz (1927) valt te verbinden met oa Lennie Tristano en Miles Davis lang geleden en gaat al lang zijn eigen weg. Deze CD is het resultaat van twee saxofonisten en een pianist, samen drie heren van stand die de studio introkken om te gaan improviseren. Het ging hen héél goed af. In twee woorden samengevat krijgt de luisteraar Soepele Grandeur.

Dit is zo’n CD zonder opvallend gevaarlijk bochtenwerk waarop wel heel beweeglijk wordt gespeeld. Dialogen worden al eens elkaar aanvullende, elkaar versterkende, soms in de rede vallende notenreeksen van geconcentreerde muzikanten die elkaar aanscherpen zonder overhaast of anderszins kort door de bocht te scheuren. Vaak nemen ze hun tijd en doen ze het rustig aan, groeien de lange melodieën. Geen mainstream easy listening voor de luisteraar, edoch.

De CD opent met 'In Your Own Sweet Way' van Dave Brubeck. De propere, sobere intro gaat  vlotjes over in steeds meer tintelende klasse en mondt uit in heerlijke pracht. Waarop het eigen 'Don’t Tell Me What Key' volgt, op een heel andere manier beweeglijk: wringend kringelend en met de duistere kracht van mensen die monsters kunnen worden. Dat wordt dan gevolgd door een naar binnen plooien in de verstillende diepgang van 'Universal Lament' - naar verluidt volledig ter plekke geïmproviseerd. Als jazz voor u poëtisch mag zijn, hier is de poëzie dwingend logisch opgebouwd. Deze dichterlijke muzikanten weten wat uitpuren en uitbenen is, zij kunnen hartstochtelijk verdichten zonder snoeverig te worden. Maar het blijft niet bij poëzie ook al worden verschillende klassiekers gedeconstrueerd en heropgebouwd.

Van 'Solar' van Miles Davis brengen zij met twee saxen zingend met piano een lange, ongehoorde versie. Hier en elders wordt naar oude waarden teruggegrepen en wordt er modern en vrij bij verzonnen en geïmproviseerd. Het typeert de hele CD die een uitgebalanceerde afwisseling biedt van vlotte warme songs (zoals de opener, zoals ook 'Thingin’ / All The Things That'…) en schone stukken van trage dwingende lijnen. Eigen al dan niet ter plekke ontstane composities maken ongeveer de helft van het repertoire uit. De versies van standards getuigen van oude swing en bop die wordt geüpgraded naar de 21ste eeuw.

De saxen en de piano vertellen vloeiend, dan bedachtzaam, soms voor elkaar naar de achtergrond wijkend, soms solo, soms in duo, zowel traag als snel steeds weer boeiend. In 'Body And Soul' kiezen de saxen elk andere lijnen om elkaar aan te vullen. Maw, verlang niet dat deze CD vooral de pan uitswingt en een overtuigende opeenvolging van klanken wordt uw deel. Met als slotstuk een versie met scherpe randen van 'What Is This Thing Called Love' dat klinkt als de kroon op het werk.

 

Danny De Bock

 

 


 
RAPHAËL IMBERT PROJECT
: 'LIVE AU TRACTEUR'

 

 

Met een motor als Gerald Cleaver op het podium kon Raphaël Imbert met veel vuur zijn gang gaan die avond 'live au Tracteur'. De drummer en de troms ademden plechtstatigheid om met 'Shared Temples' in te zetten. De zangerige aanbidding van Imbert op sax werd scherp en hevig. Cleaver verzoende devotie met heftige emoties en een flinke dosis verbetenheid. Zonder verpozen stuwden Imbert en Cleaver 'Ecosystem of citybirds' uptempo vooruit, in een ode aan Charlie Parker en andere groten…

 

Als Imbert en Cleaver samen hard gaan is het genieten, in dit Ecosystem rond een mooi thema. De rietblazer en de man van het slagwerk inspireren elkaar. Imbert met felle sax wendbaar draaiend zo’n beetje als Jon Irabagon met Barry Altschul op 'Foxy' en Cleaver krachtig met stuwende ritmes zorgen ervoor dat het hard knettert terwijl het swingt. Het blijft swingen als de vibrafonist mag soleren, maar dan laait het vuur toch even minder hoog op. De clevere Cleaver ontwikkelt dan een boeiende lijn naast die van Caracci. En er is nog het mooie thema.

Joe Martin en zijn basspel vallen pas op vanaf nummer drie, op het innemende 'Po Boy' waarbij de vibes ons wel meenemen. Voor een traag nummer, voor een rustgevend nummer, vertederend, maar neem dit met een korrel zout. Je zou er vertakkingen op Dixilieland en aanverwanten in kunnen horen, geënt op op een wals culminerend in een krachtig slot.

 

Volgen nog 'Omax at Lomax' en 'Jamin’ with Jamin' - vijf nummers maken deze CD uit, waarvan vier langer dan tien minuten. 'Omax at Lomax' verwijst zoals de naam doet vermoeden naar de opnamen door Alan Lomax. Daarop speelt Imbert met geluiden voordat ze samen een melancholische toon aanslaan. Het verhaal gaat verschillende kanten uit. De muzikanten improviseren een huwelijk tussen avantgardistisch vrij spel en traditionele ritmes.

Op 'Jamin’ with Jamin' blaast Imbert de zaak weer harder aan en ontwikkelen de vier muzikanten opnieuw de opzwepende, meeslepende kracht zoals eerder in het optreden. Terwijl in 'Ecosystem' de bas niet opviel, komt die hier heel goed tot zijn recht. In 'Omax at Lomax' kreeg Martin de ruimte voor een fijne solo, op 'Jamin’ with Jamin' neemt Cleaver de gelegenheid te baat om ons met een meeslepend slot in te palmen…

 

Ja, die avond 'live au Tracteur' kon deze band heerlijk loos gaan met een geweldige Cleaver en geïnspireerde Imbert.


Danny de Bock



Tricycle : 'Queskia ?


Vier jaar na de CD 'King Size' brengt Tricycle een nieuwe uit,  ditmaal zonder gastmuzikanten. Opnieuw vinden zij hun eigen muzikale wereld uit aan de grenzen van wereldmuziek en jazz. Muziek van Tuur Florizoone kan U ook kennen van de veelgeprezen soundtrack bij de internationaal geprezen film 'Aanrijding in Moscou'. Philippe Laloy speelde oa met gitarist en oudspeler Karim Bagilli, Vincent Noiret met de zangeres Ghalia Benali.

De CD opent met het titelstuk 'Queskia?' Een toegankelijk nummer dat de luisteraar met zoet betoverende meleodie meevoert en zich na enkele luisterbeurten vlot in het geheugen blijkt te nestelen. Het tempo vertraagt in 'To autumn' dat er op volgt. Zoals de herfst nodigt het uit tot melancholie, overpeinzing en verstilling. Met 'Positiv' wordt de muziek weer levendiger en ligt de nadruk weer op positieve vibes. Met fjngevoelige, maar krachtige sopraansax, warme basnoten en vibrerende accordeon wordt de stemming vrij danserig. 'Les enfants rouges' leidt dan weer een trager hoofdstuk in dat speels begint, alsof het met een kinderlijke blik kijkt naar en wil vertellen over de uiteenlopende levensvormen die een woud rijk is. Daar is ook plaats voor gefantaseerde wezentjes... en als dan enige vermoeidheid optreedt, is de tijd rijp voor 'Siesta', soezen en dromerig indommelen.

Het mag intussen duidelijk zijn: net als het artwork op de voor-en achterkant van de hoes maakt de muziek een betover(en)de  indruk. Soms komt een  gevoel van herkenning op en telkens blijkt dat niet helemaal terecht. Deze CD kan herinneren aan de muziek van Yann Tiersen bij 'Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain' of aan 'Die Anarchistische Abendunterhaltung', maar is anders. Er komen stukken in voor die lijken te verwijzen naar fado of muziek voor Bulgaarse stemmen, maar hier komen nauwelijks menselijke stemmen aan te pas. Oude voorbeelden worden geëerd zonder ze klakkeloos na te spelen, ideeën van al dan niet volkse muziekjes uit verschillende windrichtingen worden niet zomaar overgenomen, maar opnieuw uitgewerkt. We horen hier  voorbeelden van heerlijke vruchten die door globalisering en kruisbestuivingen kunnen rijpen.

'Cafe terminal' en 'Valse des frimeurs' zijn vernieuwde hernemingen van twee composities uit de filmscore bij 'Aanrijding in Moscou'. Het is met 'Cafe terminal' dat het tragere drieluik dat speels was ingezet weer afloopt, het is met 'Valse des frimeurs' dat opnieuw een danserige stemming wordt opgenomen. Opnieuw zijn we vertrokken voor drie nummers lang een wat sneller tempo. Met 'Un, deux' steekt de groep nog een tandje bij, zou je als luisteraar spontaan in de handen kunnen klappen, “hoppa” roepen... De afwisseling tussen verschillende tempi, het samenspel van deze drie fijne muzikanten met hun  verschillende instrumenten, hoe zij met warme en frisse klankleuren een eigen homogene  sound weten te kneden: het kan alleen maar aanslaan op komende festiviteiten zoals (28 mei) Brussels Jazz Marathon en (8 aug.) Esperanzah! Check’em out!

Danny De Bock



TRIO GRANDE  & Matthew Bourne “Hold the line!”


Trio Grande en Matthew Bourne nemen de luisteraar mee in een kleine vertelling 'D’une autre époque'. De opener laat een vreemde Brit aan het woord in een traag vertelsel dat abrupt eindigt als de drommel zich wat te ver over de rand rekt om iets te bekijken dat moeilijk te zien is. Als in een variant op Alice in Wonderland zijn we dan in een aparte fantasiewereld beland. Daar huppelen muzikale thema’s rond terwijl andere zich voortslepen of dansen. 'BDK theme' is daar meteen een prima voorbeeld van. Met een vrolijk ritme bloeit een mooi liedje open, maar na een minuut komt een ander liedje, een dramatisch liedje voorbij, volledig met zichzelf bezig en het gaat gauw weer weg. Het vrolijke liedje kan weer verder spelen en schoon afronden.

Wie van Zappa-esk houdt of van FES e..a 'Peter Vermeersch'en kan met de kapriolen van dit kwartet aardig aan zijn trekken komen. Grillige bewegingen, vlotte dansritmes en sensuele lijnen volgen elkaar op. Sommige stukken beginnen als een vingeroefening die herhaald wordt en waar dan creatief bij wordt geborduurd (vb '2666' - ook de titel van de dikke roman '2666' van de Chileens-Spaanse schrijver Roberto Bolaño). Invloeden uit oude en hedendaagse klassieke muziek en jazz,  vnl van de piano van Bourne, mengen zich met de folk, de filmische spankracht en warme aardekleuren van het trio. Als je er voor open staat, zetten de muziekjes van dit trio plus één graag je verbeelding aan het werk. Je kan je er moeiteloos korte scetches of komische filmpjes bij voorstellen rond grappige, kleine uitvinders bvb in sprookjesachtige of surrealistische decors. Belangrijker dan ontdekkingen die de wereld veranderen zijn hier vindingrijke ideeën en bijzondere mechaniekjes die iemands persoonlijke bestaan zin geven. Als Dehors dan gevoelig en lyrisch sax speelt, krijg je een Charlie Haden Quartet West gevoel en toch weer niet, in tedere muziek voor een gepijnigde ballerina die blijft doorgaan ('Roche Colombe') of deel je in het pakkende, edoch voorbijgaande verdriet ('Triste') van iemand die je tegenkomt in de bonte verzameling figuren wiens habitat en maniertjes Trio Grande & Matthew Bourne verklanken. Sommige zijn vastbesloten doordrammertjes (oa 'Wendy en Clafoutis'), andere zijn behoedzaam en toch niet te stuiten nieuwsgierig op zoek naar verborgen deurtjes en trapjes om geheime schatten te vinden ('Les petits escaliers').

De meesterlijke Massot verzorgt met zijn tubas meestal de rol van basspeler, maar een enkele keer neemt Dehors die taak waar met basklarinet terwijl Massot een fijn stukje op trombone blaast. 'Valse des p’tits pépés' dat begint als een wake voor gesneuvelde speelgoedsoldaatjes doet dat deels en laat de rol van uitgesproken basspel dan weer varen. In het eigen universum van deze vier muzikanten kunnen klankkleuren plotsklaps veranderen en is er geen eenduidige constante. Drummer/percussionist Debrulle die bijna de hele tijd sterk maar zonder overdaad aanwezig is en tussen speels en ernstig de ritmiek steunt en schraagt, zorgt voor een opmerkelijk logische continue binding van de vele kleuren en tinten. Het is uitkijken naar Jazz Middelheim waar deze vier als eersten het podium zullen innemen. In het prille begin van de 30ste editie van het festival moeten hun muziekjes heel wat harten en hersens kunnen plezieren!


Danny De Bock




Tom Van Dyck t-Unit4 : 'Little man, big world'

Zo zonder uitgebreide blazerssectie zoals voorheen met 't-unit7' komt Tom Van Dyck , weliswaar dus wat anders , nu met een  wel erg  leuk  bopkwartet dat uit die t-unit7 gedistilleerd werd, naar buiten . Erg toegankelijk  is het allemaal  en very jazzy bovendien, d'er zullen d'er veel zijn die hier vandaag de dag, in dit erg complexe jazzlandschap  erg blij gaan mee zijn !  Ikzelf alleszins al wel, al kan je misschien het geheel wat verwijten van wat té braaf te zijn.  Vergeet echter deze laatste opmerking en draai deze schijf vrij van complexen want genieten  mag, kan en moet je hierbij doen !

Bijgestaan door dezelfde fijne ritmesectie van t-unit7, dus met Herman Pardon op drums, Mark Haanstra aan de bas en Ewout Pierreux aan piano leidt Tom ons weer door 10 composities waarvan 9 van eigen hand weerom, je hebt er die het componeren in zich hebben, Tom is erg talentvol, dat blijkt eens te meer...Wat te denken anders van bvb. starter 'Unserious business' waar d'ie de altsax tot de zijne maakt, alsof ie nooit een ander instrument had bespeeld... ('k dacht dat ie eerder voor de bariton of de tenor koos...) Meeslepend melodieus met genoeg ruimte voor improvisatie...Herman accentueert gepast  terwijl Mark daar doorheen danst, sterke start, voel je't ook ?

 

Even een smaakje  van Ellington's 'Caravan' bij het beginnen van 'The Power of Emptiness' maar dat ben je gauw kwijt met de dartele ontwikkeling van het nummer. Ewout houdt zich voorlopig aan de Fender Rhodes maar dat laat zich in deze stijl bijzonder goed smaken !


 'Go down clean'een romantische ballad doorspekt met veel dramatiek ?...Ewout ingetogen en doortastend aan de piano vertellend, Tom  stelt de vragen, is hier de onzekere partij en de instrumenten vertalen dat meesterlijk om uiteindelijk zonder discussie te eindigen (ach, vergeef me, ik ben een fantast...)Van Ewout krijgen we dan 'Blow', lekker bopnummer met een ferm doorstappende Mark Haanstra aan de bas en een Tom Van Dyck, nu volledig losgegooid.Ewout volgt op zijn beurt daarna , eerst wat beheerster aan de start in de solo ( hier ook weer aan piano) om even later ook alle registers open te zetten. Fijn veel cymbalenwerk daarbij  van Herman Pardon die bij deze wat ruimte krijgt voor zijn soli. 'Blow' , genoeg dynamiek om je publiek terug aandachtig te maken na de pauze , stel ik me voor !

Track 5 is dan sommetjes maken met hier ook weer de opgemerkte zangerige bass van Mark Haanstra die ook na de solo blijft intrigeren.'Lee's waltz' noemt deze en da's er ééntje voor Lee Konitz, die andere grote altsaxofonist...

En heb je de vingerknip intussen nog niet in je hand zitten dan zorgt 'Bud, not weiser' daar wel voor en laat de Budweisser dan maar voor wat-ie is,nl. een  minder lekker American beer. Hier gaat het wel over die andere 'Bud', nl. Bud Powell, groot Bebop-pianist uit vorige eeuw en mooi gedaan weer van Tom met een heel percussief arrangement voor de sax . Mooie melodie trouwens ook...

En eigenlijk  volgt er nu dan pas de eerste rustpauze  met 'Force Majeure', ook wat een walsje, zo je wil, al ga ik het niet met jou dansen...Nee, lekker op de stoel liever dan, genieten van de poësie van Tom en Ewout, summier omkadert door  de intimistische ritmetandem van bas en drums, een 'cocktailmoment' is het, tijd om es te 'nippen' nu...

' I wanna be bob' refereert naar de periode halverwege de jaren negentig  en dus naar Bob Brookmeyer  waar  Tom toen onder speelde bij het Rotterdamse Conservatorium  waar Bob toen de leiding over had. Dit stuk is heel wat frivoler dan het vorige maar sluit gepast aan en breekt   de zaak hier gelukkig weer open want voor een cocktailuurtje bedank ik toch maar liever.

 'A dance to find balance' begint daarna speels en kinderlijk en heeft twinkelende lichtjes in onschuldige oogjes .Lichtvoetig  met een Tom geduldig uitleggend en ja,vermelden we hier ook weer de mooie bassolo van Mark en een Ewout Pierreux, zo sprankelend als het lichtste bronwater , nu terug aan de Fender.

'Big Tree' waar deze CD mee afsluit is daarna wellicht de sterkste compositie op deze fijne schijf die , jawel, dan wel erg toegankelijk mag genoemd worden maar nooit komt te vervallen onder de noemer 'easy listening'. Daar is deze 'Little man Big World' veel te veel échte jazz voor met sterke improvisaties en heerlijk musiceren van vier vaklui. Ik zou zeggen , smaak het zelf ook in het tweede deel van de tournee die Tom wellicht ook in jou buurt brengt, later dit najaar. Dat is wat  alvast ík ook van plan ben ! Aanbevolen straight jazz !

 

Winus

 


 

 

PETER EVANS QUINTET: 'GHOSTS'


Peter Evans is een man van vele samenwerkingen. De groep 'Mostly Other People Do The Killing', de terrorist bebop band van Moppa Elliott, is wel hét project dat in jazzmiddens de meeste aandacht vangt, maar daarnaast leidt hij een trio, kwartet en kwintet, werkt hij ook graag samen met Evan Parker, gaat hij allianties aan met o.a. Nate Wooley (als twee trompetspelers in duo), met Mats Gustafsson en Agusti Fernandez enz. Hij speelt ook moderne klassieke muziek  met het 'International Contemporary Ensemble' en brengt net zo goed solo CD’s uit met improvisatie. In hetkader van het coaching project begeleidde hij op Jazz Middelheim 2010 'Le Pragmatisme du Barman'.

Zoals op de vorig jaar verschenen CD van Peter Evans Quartet wordt ook op “Ghosts” soms vertrokken van oud materiaal uit de grote jazzgeschiedenis en is er weer volop ruimte voor improvisatie. Met het kwintet haalt Evans de banden nauwer aan met oude mainstream en swingende jazz. Tegelijk doet dit kwintet er een schepje bovenop qua vooruitstrevend musiceren door er live processing in te betrekken: elektronisch spel dat met klanken en samples uithaalt, ook van fragmenten die tijdens de opnamen werden gespeeld en dan licht tot sterk vervormd terugkeren. De elektronica wordt live mee als improvisatiemiddel ingezet, de mix gebeurt al tijdens de eigenlijke creatie.

Deze CD opent feestelijk swingend met 'One to Ninety Two' dat teruggaat op 'Christmas Song' van Mel Tormé en meteen hangt er elektriciteit in de lucht. Trompetklanken worden al gauw uitgerokken zoals verbeeld op de hoesfoto’s waarbij gespeeld is met de sluitertijd op de lens. Muzikale lijnen worden herhaald en beïnvloeden de ritmiek en de verdere opbouw terwijl een serie versierselen bij de melodie worden gespeeld. De wonderbaarlijke vermenigvuldiging met de live processing gaat tot de rand van overdaad in ’n geweldige mix, danslustig, voluptueus en vurig. Daarna is het met '323' meteen hard gààn. Als nog niet was opgevallen dat hier niet zomaar een drummer meedoet, dan hier wél. Jim Black speelt met een power die de hele groep dwingt om behalve veelzijdig ook krachtig als vliegtuigmotoren uit de hoek te komen. En samen nemen zij een hoge vlucht !

Met titelnummer 'Ghosts' komt een ballad gebaseerd op 'I Don’t Stand a Ghost of a Chance With You'. Mooi zacht, ook weer getekend door Evans’ fascinatie voor hoe het verleden het heden bezwangeren kan en zo mee de toekomst bepalen. 'The Big Crunch' wil een ‘reverse Big Bang’ verklanken, schijnbaar één die vlug verslindend alles opslokt - in drie minuten is de hele boel geïmplodeerd. Met 'Chorales' belanden we post bop in de free. Het felle, melodieuze beginstuk van 'Chorales' wordt afgebouwd en de stukken worden her- en opnieuw bekeken. Er valt wat voor te zeggen dat de term avantgarde niet meer kan betekenen wat het betekend heeft, omdat het aan een bepaalde periode kleeft. In de zin dat er een conservatieve component is, maar de muzikanten vooral een vernieuwende taaluiting zoeken en vinden, is dit dan weer wél avantgarde te noemen.  Dat wordt verder onderstreept in 'Articulation'. Waarna een schone versie volgt van 'Stardust' van Hoagy Carmichael.

De aanpak voor deze CD met deze muzikanten is uitgemond in een verpletterend schijfje, dat eindigt als met het neerdalende stof en de laatste glinsters van groots vuurwerk.

Danny De Bock





PAUL VAN GYSEGEM SEXTET:  'AORTA'

De bekendste naam in dit gezelschap kan voor de jazz(ver)kenner anno 2011 Jasper Van ’t Hof zijn, maar bij sommigen in het Gentse is de herinnering aan dit sextet en aan Van Gysegem in het bijzonder levendig gebleven. Vorige zomer stond de groepsnaam daar nog op de affiche van Jazz in’t Park  voor de 75ste verjaardag van de bassist en beeldend kunstenaar. De bezetting toen, naast de autodidact bassist: saxofonist Steve Potts, tenorsaxofonist Cel Overberghe, trompet- en bugelspeler Patrick De Groote, vibrafonist Ronald Lecourt en drummer Noel McGhie. De aanwezigheid van Potts die les kreeg van Eric Dolphy en oa speelde met John Coltrane en Wayne Sorter mag een indicatie zijn van het belang van Van Gysegem voor de Europese jazz. Kenners en loslopende levende encyclopedieën associëren andere namen in de groep dan weer met oa Mal Waldron, Enrico Rava, Gato Barbieri, Steve Lacy...

Dit jaar kwam dan de uitgave op CD van deze langspeler uit 1971. In platenwinkel 'Vynilla' in Gent hoorden we dat de originele uitgave op vynil veel geld waard is; voor minder verwoede liefhebbers is het een goede zaak om nu op CD via AORTA kennis te maken met of herinneringen op te halen aan Europese free jazz van rond 1970!! Jawel, het is free jazz en het is muziek die het Franse Jazz Magazine toen prees om haar vermengen en verrijken van Europese wortels en orchestratie met de Afro-Amerikaanse new thing van toen. Het is Improvisatie met de hoofdletter in een genre waarin sommigen geen geweldige muziek willen vermoeden of ontdekken. Wie er zich wel open voor wilt stellen kan zich hier verbazen hoe juist de gehelen op deze plaat wel in elkaar passen. Titel “Aorta” en ets op de hoes “Niet zo gevaarlijk als je denkt” geven het passend aan: de onderliggende systemen van deze muziekuitingen zoeken en vinden, ja, bevoorraden cellen en organen langs bloedbanen om energiestromen te onderhouden. En die energie is niet per definitie van agressieve destructieve aard. Wars van conventies zoals die al decennia bestonden en evolueerden kwamen er nieuwe wegen op het voorplan, wegen die dichter bij onze natuur liggen dan we meestal in de verf wilden zetten.

Thelonious Monk ging niet mee in de free jazz, maar gebruikte in 1967 wel de titel “Ugly Beauty” en – smaken verschillen - al dan niet lelijke schoonheid is er ook te vinden op 'Aorta'. Met de nodige kennis van hun instrument en elkaars opvattingen konden deze zes muzikanten live begeester(en)de resultaten neerzetten die (nog altijd) echt àf klinken. Zoals “Nummer 86, een kerrygerecht” dat begint met gestreken bas en waarop geleidelijk de andere muzikanten met extra ingrediënten komen aanzetten. Grilligs en schoons na en door elkaar spelend, lang niet de hele tijd een chaotische geluidsmuur optrekkend, energiek en dan weer bedachtzamer, steeds welgemikt gaat de LP over drie nummers opgenomen in de Gentse universteit naar het lange titelstuk dat werd geregistreerd in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent. Eens de intro getikt op cymbalen en gesputterd op sax, komt als een coole fan van Don Cherry Patrick De Groote aanzetten, dient Nolle Neels ergens tussen Albert Ayler en Louis Sclavis hem van antwoord en dan zitten we tot over onze hals in een werkstuk voor free jazz orkest dat, zij het niet als een Basie, swingt als de besten en met speelse momenten van ingehouden verlangen en op een laag pitje verder werken weer aanzwengelt... tot pruttelend en stomend ‘n echt lekker nieuw gerecht in een potje gaat overkoken, even toch, terwijl wat later weer iets aanbrandt en toch telkens net op tijd weet dit gezelschap de boel zo te sturen dat ’t zijn alternatieve sterren voor topkeuken grandioos verdiende.

 

 

Danny De Bock




IG HENNEMAN SEXTET, CUT A CAPER


Ergens voorbij de werelden van jazz en klassieke muziek kun je die vinden van Ig Henneman. In 1985 besliste zij om haar volstrekt eigen weg in te slaan als componerend en improviserend muzikante en de popmuziek vaarwel te zeggen. Eind 2010 vierde zij zowel haar 65ste verjaardag als 25 jaar van eigen projecten met de 5 CD’s rijke verzamelbox Collected plus een tournee met o.a. trompettovenaar Axel Dörner in een sextet. Deze zomer pakt Stichting Wig uit met de CD die dat sextet opnam in december 2010.

Zoals een kappertjesstruik draagt deze CD vruchten die als capriolen én als delicate lekkernij aandoen. Cdbaby catalogeert dit als avantgarde free impro en voegt er gelukkig ook de liner notes aan toe van Brian Morton. In de tien stukken op deze CD kom je immers raakvlakken tegen met jazz en klassieke muziek, maar vooral getuigt de CD van ontmoetingen tussen zes muzikanten en nog meer instrumenten die in gelijkende en van elkaar wegdansende bewegingen oude tradities eren en (ver)nieuwe(nde) richtingen inslaan. Met oude blaas- en snaarinstrumenten plus piano creëren de zes inventieve leden ahw nieuwe hotjazz waarbij filmpjes zouden passen die oude collagetechnieken in een gedigitaliseerde omgeving doen bewegen en dansen. De CD begint uiterst levendig met 'Moot' dat meteen het ingenieuze karakter onderstreept van dit sextet alsook verwijst naar kinderlijk speelse lijntjes. Hoe doelgericht het samenspel ook is, net zo goed zijn er schijnbaar weinig doordachte, sterk doorleefde kronkels en kronkeltjes. Met de openingstrack wordt een statement gemaakt en de volgende composities/stukken diepen zaken verder uit. De viola van Henneman neemt een centrale rol in terwijl zij allesbehalve schreeuwerig dominant wil zijn. Met kunde en meesterschap zet zij met de collegamuzikanten schetsen in beweging die zij samen bezielen en uitwerken tot fijne eigenzinnige meesterwerkjes. Zoals bij een orkest verschuift de inbreng van de verschillende instrumenten, maar wordt een gemeenschappelijk doel bereikt.

Het kan wat wennen zijn aan deze muziek/kunstvorm, maar meerdere luisterbeurten helpen alleen maar om het genot te doen toenemen bij zoveel moois. Hoor klarinetten, trompet en tenorsax vervlogen tijden oproepen en terug- en ver vooruitblazen, uitmonden in nieuwe structuren, vrije muziek, alles onder impuls van Ig en haar viola ! Geniet zonder drums, maar met bas en piano van nieuwe heerlijkheden, ja, stel u open, laat u meevoeren als was u zelf een zaadje of een blad dat door wonderlijke windvlagen en zuchtjes, luchtverplaatsingen allerhande naar onwaarschijnlijke hoeken, kanten, fijne en grofkorrellige beelden wordt gebracht. Onvermoede invalshoeken en sensaties worden uw deel!

Danny De Bock




SARA SERPA :  MOBILE


Wie het reisgevoel dit jaar moet missen, er verknocht aan is of het nog wel eens wil oproepen, kan hier een tip vinden!

Sara Serpa werkte al samen met Greg Osby, Danilo Perez en Ran Blake. Toen in 1962 van Jeanne Lee & Ran Blake de plaat “The Newest Sound Around” uitkwam, kreeg die woorden van lof mee van Gunther Schuller. De naam van Schuller geldt nog altijd als één van de groten van de “third stream” (jazz combineren met klassiek). Hij had het over een sfeerplaat van een bijzondere orde. Dat is precies wat 'Mobile' ook is.

Met haar zang verklankt Sara Serpa haar herinneringen aan karakters, plaatsen en momenten in een aantal boeken die zij las. Boeken waarin reizen een belangrijk gegeven zijn. Van schrijvers als Herodotus, Naipaul, Steinbeck, Kapuscinski. Over karakters die de zekerheid en het comfort van hun vertrouwde omgeving al dan niet tijdelijk verlaten. Mensen die in beweging kwamen en vertrokken. Deze zangeres is zelf ook zo iemand : zij is een Portugese die naar New York is getrokken. De ontmoetingen die zo’n stap oplevert en die tussen jazz spelende en improviserende muzikanten samen met haar belangstelling voor genoemde voorbeelden uit de wereldliteratuur vormden de leiddraden voor deze CD. Het inspireerde haar om muziekstukken met titels te maken als 'Ulysses’s Costume', 'Gold Digging Ants', 'Traveling With Kapuszinsky'. Haar stem is haar instrument om te klankdichten.

De kunst van het scatten legde sinds de bebop lange wegen af, maakte evoluties door, nam nieuwe vormen aan. Sara Serpa heeft zich op korte tijd ontwikkeld tot een vooraanstaande stem die nieuwe vocale jazz brengt. Meer dan woorden en teksten wendt zij klanken aan om herinneringen te vertolken, in te zoomen op fragmenten en details uit verhalen. Zinnen gebruikt zij ook, eigen bewoordingen en van E.E. Cummings het gedicht “If”.

De muziek met dit kwintet kan een beetje doen denken aan Henry Threadgill Zooid. De verschillende muzikale lijnen blijven wel dichter bij elkaar, al kronkelen zij soms uiteen. Het heeft iets van opstijgende, cirkelende, uitrafelende sigarettenrook. Onrust en het risico van uit balans geraken doemen her en der op, maar met merkwaardige samenhorigheid creëren de vijf muzikanten gehelen die uitblinken in een aparte schoonheid. Sprankelende ideeën en vertolkingen zorgen voor boeiende kleurschakeringen en meeslepende sferen, vermengen invloeden uit het land van de fado met jazz. Een solide ritmesectie, sierlijke bewegingen met gitaar, piano en elektrische toetsen... je kan je er live door laten meevoeren in De Singer in Rijkevorsel op vrijdag 9 september 2011.  

 

 


Danny De Bock




NARCISSUS n°2


Op hun tweede CD springt in de samenstelling van het kwartet de personeelswissel in het oog met Jozef Dumoulin ipv Harmen Fraanje. Op openingstrack 'Pling Pling' dat op een listig laag volume begint en dat heel langzaam aanzwelt (zodat je de volumeknop misschien al gauw twee keer nodig hebt) horen we de gitaar van Guillermo Celano die ook op het afsluitende 'The Mediator' meespeelt. De gitaarklanken kunnen voor een verrassingseffect zorgen, zelfs enige verwarring veroorzaken als je de hoes niet bekeek (en geen recensie las). De extra snaren zetten mee de toon en introduceren meteen ook toetsenist Dumoulin die zich graag inlaat met elektronische spielerei en die hij hier mee inpast in een 'Streven naar Schoonheid en Perfectie'. Wilde stukken zijn schaars op deze CD, slechts zelden wil het kwartet prachtige schreeuwen slaken. Of zonder zang toch luidkeels vrolijk zangerig worden zoals in 'A Shout'.

Al verwijzen enkel 'Harlem Meer' en' A Day in the Life of Turtle' naar waterwerelden, deze jazz lijkt muziek die opstijgt uit het oppervlak van een blauwe, glinsterende zee van logisch en wiskundig abstraheren. De hoes die met minimalistisch design een bloeiende narcis bevat, past dan ook perfect bij het zoeken naar de essentie die schoonheid uitmaakt. Herhaaldelijk valt in de opbouw van de stukken een proces op van stilletjesaan groeien, in knop schieten en geleidelijk openbloeien. Of om terug te keren naar het water: denk aan bewegingen die bijna onopgemerkt ontstaan vanonder een stil, vlak oppervlak. Was de bewegingloosheid wellicht schijn en was er een zacht wiegen,  dat versnelt en dat gaat over in klotsen en golven, in eb en vloed. Hiermee willen we niet gezegd hebben dat de muziek over de zee gaat. Titels als 'Entre les Etoiles', 'To Norah' en 'Colors in Orval' wijzen er wel op dat voor de groep de afzonderlijke stukken aan concrete personen en zaken gekoppeld zijn.

Van overdaad is in deze muziek geen spoor te vinden. Hier wordt gestreefd naar schitterende pracht zonder de praalzucht die tot kitsch kan leiden. Puur en zuiver willen de klanken niet altijd zijn, maar wel zijn de ideeën van het uitgepuurde soort en de resultaten knap tot heel knap. De kwaliteit van de composities en improvisaties overstijgt de loutere optelsom van de individuele kwaliteiten van deze stuk voor stuk begaafde muzikanten.


Danny De Bock



 

 

Lifescape : 'Therapy'

Eens temeer een ontdekking, blijkt dit modern ensemble rond vocalist Olivier Régin. Gezongen jazz, ja, maar niet in 'a crooner way' zoals dat vaak nogal durft te lopen en wanneer  je verwijst naar voorbeelden als Kurt Elling of Mark Murphy. Veeleer brengt Lifescape hier piano georiënteerde jazz met vocalen maar de groep is duidelijk méér dan de begeleidingsband rond een zanger. Individueel sterke musici zijn het die allen het beeld van Lifescape inkleuren en ja, mij ligt het resultaat wel. De elf titels van deze schijf heten dan wel eigen composities te zijn met weliswaar hoesverwijzingen naar Lou Reed ('On the wild sidewalk'), The Doors ('Light my Fire') of Chick Corea (geen titel genoemd, maar 'Niobe' refereert heel duidelijk naar 'Spain') maar d'er is er nog eentje tussen verder heel aardig, eigen werk en dat is het mooie 'Not over you', heel breekbaar gezongen, gevoelig aangebast en geborsteld aan een zalig, rustig tempo maar toch ook duidelijk een herwerking van 'Sympathy' van Steve Rowland & the Family Dog (uit 1970 weeral...) Dat mocht toch ook vermeld worden, dachten wij maar het is wél een heerlijk nummer zo, in deze Lifescape versie. Componeren en arrangeren ligt Olivier en de zijnen anders wel want zo gaan die 'covers' toch wel een heel eigen leven leiden. En eigenlijk gaat het hier maar over énkele covers  want 'Niobe' start dan wel met de duidelijke 'Spain' melodie maar gaat verder wel een heel eigen pad op met een Oosterse feel en dito percussie, is gezongen in wat waarschijnlijk het Nouchi zou kunnen zijn, een populair Frans dialect uit Côte d'Ivoire alwaar Olivier al als kind al fluit studeerde aan het Conservatorium van Abidjan. Een buitenbeentje is het op deze schijf die verder in voortreffelijk Engels wordt gezongen, iets wat niet vanzelfsprekend is voor de Fransen maar Olivier is dan wel meer een wereldburger die o.a. ook studeerde te Londen...

 Ook het heel sensuele eigen arrangement van Lou Reed's 'On the wild side' mag er wezen en de invullingen van de ritmesectie zijn daarbij  erg mooi .Renaud de Lacvivier geeft er door de Fender solo nog wat extra kinky feel aan maar vooral het scatten van het 'coloured girls loopje' door Renaud is onverwacht sterk. De derde cover dan, zo je wil, is het overbekende 'Light my Fire' van The Doors dat door Pierre-Yves Le Jeune een mooie baslijn meekrijgt alvorens de piano 'explodeert', het tempo voor even losbreekt, om dan vingerknippend en scattend terug op de pootjes terecht te komen. Nu, dat vind ik buitengewoon zie, als je met zulke eigen versies, wereldbekende deunen nieuw leven inblaast !  Daar staat natuurlijk ook fijn eigen werk tegenover met niet in het minst het van een rake tekst voorziene titelnummer 'Therapy', een imaginair nummer dat een perfecte illustratie van 'One flew over the cuckoo's nest' zou kunnen geweest zijn. De sopraansax van guest Sébastien Jarrousse maakt het  totaalbeeld extra jazzy en absoluut luchtiger want de aangestreken cello en dramatische piano maakten het anders wat 'zwaar'. Erg lichtvoetig is dan weer het walsje 'Secret Little Sin',een luisternummer met niet enkel het fragiele masculine zingen van Oliver maar ook het dartele,vlinderige pianospel van Renaud met daarond de aangestreken bas van Pierre-Yves en weer (voor een laatste keer) de sopraansax van Sébastien Jarrousse maken het een bezinningsmoment waard. Persoonlijk vind ik echter 'Heaven is within reach' beter, muzikaal weer rijk met gevoelige bassen en  cymbaaltjes .Gevoelig is anders ook het door liefdesverdriet verscheurde 'Not over you', waar ook de bas in tranen zit. Olivier Régin heeft een mooie geschoolde tenor en klinkt steeds mannelijk, ook als d'ie hoog gaat. Meer liefdesperikelen in het (Why have you left for) 'Norway', mét koortje en 'Confession' waar Olivier heel sterk met woorden scat. De muzikale invulling door het combo maakt dit 'Norway' absoluut tot één van de beste nummers van de CD. Blijft er nog het meer uptempo, wat waanzinnige 'Nothing to You' waarvoor therapie wel aangewezen lijkt en dit alweer met sterke vocale uitspattingen van Olivier. Heel erg jazz, dat ook wel, maar dat vind je in al die  andere nummers ook ontegensprekelijk terug.' The Farewell Song' heeft dat in mindere mate, mag de CD wat dramatisch afsluiten, wat ingeluid wordt door de aangestreken bass van Pierre-Yves Le Jeune en verkennende piano van Renaud De Lacvivier  om dan uit te sterven in dreigende aangestreken bas, de liefdesverzuchtingen van Olivier, de oorlogstroms van Arnaud Girard en een finale E.S.T. waardig, kreten uitdeinend in elektronica en wegstervende pianonoten ... Zoals eerder gezegd, voor mij een ontdekking en misschien voor U ook  wel het ontdekken waard? Voor als je eens wat anders wil dat toch in de jazzsfeer zit zou ik zeggen : uitproberen maar !

 

Winus

 



POLAR BEAR & JYAGER : 'COMMON GROUND'

Polar Bear is meestal de groep rond de Schotse drummer Sebastian Rochford die graag wat grensgebieden opzoekt voor jazz in de 21ste eeuw. Sinds enkele jaren hoort bij Polar Bear een portie elektronica en dat wil zowel vruchtbaar en knap uitpakken als soms leiden tot weinig meer dan piep en knor-rare bijdragen. Met 'Peepers', de vorige plaat van Polar Bear maakte Rochford nog een bijkomend project. Met zijn drumstel, een draaitafel en Peepers op vinyl maakte hij nieuwe collages die vooral door drums en/of scratches en loops gedreven worden. Alleen de opener, 'recording in secret', wijkt hiervan af met een voor deze tijd ouderwetse industriële sfeerschepping. Op ruim de helft van de tracks die verschenen op 'Common Ground' drukt MC Jyager met raps zijn stempel.  Zijn soms repetitieve uithalen met woorden die bvb  verwijzen naar vooruit- en terugspoelen ('the role I choose'), controle houden ('stay in control') accentueren het samenspel van mens en machinale manipulatietechnieken.  Deze vrij donkere vocale triphopachtige bijdragen, soms knap, maar soms ook niet zo geslaagd, zorgen sowieso voor een extra laag in de recyclage van 'Peepers'.

Klinkt 'Peepers' op zich als een grootstedelijke jazzexcursie die doordrenkt is van ontmoetingen met  oude tradities uit verschillende culturen en nieuwe interculturele mengvormen, dan wijkt 'Common Ground' ver van de verwachtingen af die Polar Bear zonder MC doet ontstaan. Dit blijkt meer een duo-project dan een groepsproject met een rapper. Denk hier bij rapper niet aan supermacho Amerikanen en agressieve ego’s, Jyager uit zich een pak empathischer. Teksten willen nadenken over zingeving in een stedelijke omgeving die tot vervreemding lijkt uit te nodigen. Over hoe sterk zijn raps zijn lopen de meningen uit elkaar, maar omdat hij onmiskenbaar een aantal goeie ideeën heeft én dit project ook louter instrumentale stukken behelst die enorm hypnotiserend ('new love') of danslustig ('flowerpot remix') klinken, maakt dit schijfje indruk. En mag u ongetwijfeld iets boeiends verwachten van een uitstapje naast de meer reguliere jazzpaden...


Danny De Bock



 


International Trio : 'Donkere Golven'

 

Het begint al bij de hoes.Niets is gewoon.De raadselachtige foto's intrigeren : nergens staan de muzikanten er duidelijk op,je moet goed kijken.Als je de hoes omdraait is er een muur waar
iemand tegen leunt,waarvan je slechts een arm ziet,haarscherp.Nu ga ik ze zien denk je, door de hoeskaft om te draaien,maar noppes,de haarscherpe foto is afgesneden! De binnenhoes
geeft een beeld van een trapgang met heel beneden kleine portretfoto's doch ook versneden in collage...Een geweldige hoes, want past helemaal bij de muziek die ze verpakt.Zoals je
goed moet kijken naar de hoes,moet je ook zeer goed luisteren naar de muziek , anders hoor je niets.Geen muziek dus om de krant bij te lezen,daarvoor is ze te veeleisend,te waardevol !
De muziek kan omschreven worden als een mix van Amerikaanse freejazz en Europese improjazz met af en toe een subtiele verwijzing naar de LP Tangents in Jazz (1955),
het meesterwerk van een van de pioniers van de avantgarde jazz,Jimmy Giuffre (US,comp.clt,ts,bars) , die als eerste twee blazers met enkel drumbegeleiding liet horen.De abstrakte muziek hier
is voor het merendeel melodisch met een omni-present ritmische drumbegeleiding van de Israëlische drummer,percussionist Ziv Ravitz , die zich uitstrekt over de twee luidsprekers.
De titel "Donkere golven" verwijst o.a. naar de klankgolven van de Amerikaanse trombonist Steve Swell en de Antwerps-Zuidafrikaanse saxofonist/clarinetist Joachim Badenhorst,
die van bezwerende unisoli overgaan naar kleurrijke abstrakties vol met microtoontjes en nootjes in creatieve dialoog met de meer rechtlijnige drumlijnen op de achtergrond.Hier wordt
spelenderwijs gëimproviseerd en geschilderd met uitgebreid kleurenpalet.Nummer per nummer bespreken kan natuurlijk maar hier zie ik vooral een geheel, een krachtig abstrakt schilderij waar je van ver
de compositorische lijnen ontwaart en door alsmaar dichterbij te komen te kunnen genieten van de gedurfde penseeltrekken die donkere sferen doen omslaan in fluoriserende kleurenpracht en
omgekeerd.Zoals de blaasinstrumenten helemaal elastisch worden uitgevlooid op klankkleur,zo ook soms de drumpartij.Drummer Ziv Ravitz speelt met wollen mallets en brushes,heel af en toe sticks en
soms lijkt het hele drumstel overdekt met een deken wat een broeierige doffe klank doet onstaan die de blazers dan weer extra uitsnijdt.De ontbrekende baslijn wordt door de drie muzikanten
om beurt ingevuld door de bassdrum,trombone en basclarinet.Het hechte samenspel verraadt duidelijk cameraderie , hier wordt intens gespeeld door verwante zielen met geweldig resultaat.
Hoe beter je luistert,hoe meer je intreedt in deze wonderbaarlijke wereld die telkens bij iedere beluistering weer anders klinkt en andere aspecten toont van zijn rijkdom.Een kostbare cd om te
koesteren zoals een dure wijn. Een absolute aanrader dus !

 

Kris Vanderstraeten



( bij deze :  absolute aanrader is ook : 'Parken' van het Han Bennink trio met eveneens Joachim Badenhorst op rieten ! )





ANDREAS METZLER: 'BASSOLUTIONS'


Deze CD met een foto uit 1939 op de hoes van een (onderbroken) kring van dansende mensen heeft zo zijn eigen artistieke aspiraties. Het pakt niet altijd even overtuigend uit hoe Andreas Metzler zichzelf begeleidt met oa percussie en loops, maar het resultaat is als geheel intrigerend en bij momenten staat de spanningsboog knap strak.

Het verbaast enigszins dat deze man die toch in verschillende bands speelt (met New Solutions op 15 november en met Thelonious 4 in januari in Gent in de Hot Club de Gand) zich voor een CD helemaal solo uit de slag wou trekken. Contrabas is duidelijk zijn ding, percussie iets minder. Dit gezegd zijnde is het boeiend om mee te gaan in de solo uitvoeringen van composites van zijn keuze: stukken uit verschillende hoeken, met name van John Coltrane 'After The rain', verschillende van Erik Satie, een stuk van rond 1500 van Diego Ortiz, 'Blackbird' van The Beatles plus een eigen compositie.

De CD opent als met een meditatie ('After The Rain') en geleidelijk gaat het zaakje aan het dansen en dromen. De invloedssferen van jazz, klassiek, folk en pop wisselen elkaar af op een excursie met akoestische en elektronische klanken en hulpmiddelen. En de maker weet af te klokken op een 33-tal minuten, wat maakt dat dit eigenzinnig schijfje niet onverantwoord lang duurt. Een basssist zo te horen om beter te leren kennen, maar voorlopig geen geweldige hoogvlieger op zijn solovlucht.


Danny De Bock




Tuur Florizoone : 'Mixtuur'

 


'Mixtuur' mag dan al een indrukwekkend 'multicultureel', meeslepend project van Tuur zijn, vrolijk kan je het niet altijd noemen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het pijnlijke onderwerp dat hier aangesneden wordt, met name de métis, zijnde niet meer of minder dan de bastaardkinderen uit het (ons) koloniale verleden.De pijn en het verdriet van die kinderen die ook bij ons in pleeggezinnen terecht kwamen, dat verwoorden, musicaliseren, dat heeft Tuur groots aangepakt en hij putte daarvoor niet alleen uit zijn eigen rijke muzikale ervaring maar wist zich daarbij tevens gesteund door het beste van twee werelden. Muzikanten , hetzij zwart, hetzij blank maar allen met een Afrikaanse ziel. Ook  hebben ze haast allemaal  een rijk verleden, al betekent dat nog niet  dat het hier steeds om ouwere mensen gaat. Oude getrouwen, dat wel, vrienden zijn het  die samen dit 12 koppige Mixtuur naar mooie hoogtes dragen. Zo klinkt 'Kwa Heri' als een beschuldigende vinger. Een stuk is het waaraan allen hun bijdrage leveren met sterke individuele accenten, maar absoluut eclecticisme  ten dienste van het project in z'n geheel. En meteen legt dit nummer ook de vinger op de wonde, de toon is gezet. Dat het daarbij echter  niet allemaal kommer en kwel  hoeft te zijn bewijst o.a. 'Once you go black, you never come back', een heerlijk voortdodderend stukje muziek, ingezet door de tuba van Michel Massot die, het lijkt wel vanuit een roes, zijn kompanen meesleept in iets dat Europees vertrekt maar algauw ook Afrikaanse licks bijkrijgt. Tuur spint zich daar met de accordeon handig tussendoor en met 'Queskia', het stuk dat Tuur dan weer schreef voor zijn Tricycle project  bevinden we ons algauw op een inheemse markt, in een smeltkroes van warme menselijkheid.'Las tres Brujas' heeft wat later dan ook nog wel wat van dat  Queskia' maar gaat wél weer dieper in de wonde boren. Tutu (Puoane), ons zeer goed bekend en vervangster van Sabine Kabongo, de eerste zangeres van Mixtuur,  voelt en vult dat erg goed aan en we vermelden daarbij ook graag de melancholie van de blazers (waaronder een steeds schitterende Laurent Blondiau aan trompet) en de accordeon van Tuur die Tutu bijstaat. Zet daarbij de 'zwaarte' van de cello (Marine Horbaczewski) en je moet het allemaal maar aan mekaar zien te  lijmen !Tuur heeft dat echter meesterlijk gedaan ! Al heb je (nogmaals) natuurlijk ook de verdiensten van de meewerkende musici en op 'Je m'n fous (je ments) zijn dat zowel Nabindibo, het polyfonische Congolese koor (met o.a.Bernadette Aningi, de mama van Marie Daulne, de oprichtster van Zap Mama), als Michel Massot met z'n mooie solo op trombone, als de diverse ritmesectie (een duidelijk herkenbare Chris Joris op de djembé, de meester Aly Keita op de balafoon en de jonge Stephane Galland leerling Wendlavim Zabsonre (zeg maar Wim) aan de drums. Plechtstatig gaat het dan in een optocht door de straat, bevragend door de blazers, mijmerend zowel  door de cello als de accordeon, ingetogen woordeloos door Tutu... 'Change' was dat, zoals een wens, klonk het, zonder veel hoop...En mag het dan terug wat uptempo ? Jawel, en haast extatisch  ook nog raast 'Hunt' je door de Savanne, gejaagd door een wervelwind, belaagd en achtervolgd door een horde prairiehonden ...een .. breakout als het ware, verbreek het stilzwijgen (denken wij dan) ! Een topper, deze 'Hunt', gedreven door drums en de baslijnen van Nic Thys, zweterig bezwangerd door accordeon en vocals.... En ja, in finale 'Mulume' van Bernadette Aningi en gearrangeerd door Tuur zwijgen de vrouwentongen tenslotte niet langer meer. Een stortvloed van woorden begeleid door percussie,  de likembe van Chris Joris en de accordeon van Tuur worden even ten spits gedreven om tenslotte sloganesk te eindigen. Mooi ! , en wat tenslotte over blijft is een uitstekende CD van iemand die het voor ons al langer niet meer hoeft te bewijzen. Het Mixtuur project dat Tuur in 2010 in opdracht van vzw Trefpunt van de Gentse Feesten schreef nav de herdenking van 50 jaar Congolese Onafhankelijkheid mag gerust een succes genoemd worden, een voorbeeld in z'n soort is het van hoe jazz en wereldmuziek zich naadloos kunnen laten mixen zonder ooit 'goedkoop' te zijn. Zie, dat noemen ze nu es 'Mixtuur' !

 

Winus



ENDANGERED BLOOD: 'Endangered Blood'



Endangered Blood is een recent kwartet dat vooral composities van Chris Speed speelt, maar dan op een manier alsof de groepsleden elkaar door en door kennen, elkaar blindelings aanvoelen en samen de nummers maken tot wat ze zijn. De CD klinkt als van een groep die al zoveel jaren live optreedt dat het hoog tijd werd om ’s met opnamen op de proppen te komen.

De logge bastonen van Trevor Dunn die de CD openen en het stevig invallen met de drums van Jim Black gewagen via de intro al van een rockgehalte. Met 'Plunge' is het meteen een duik nemen in een way of life die weinig heeft met stilstand. Het is een mooie opener voor een CD die vol beweging zit. Het zijn vaak trekkende bewegingen, de geest van zich steeds weer verplaatsende nomaden klinkt meermaals door. Deze vier zijn natuurlijk geen woestijnbewoners, maar getalenteerde Westerse jazzmuzikanten die de stad en de wereld als habitat hebben. Vaak klinkt hun muziek wat exotisch en zowel in up tempo stukken met Black stevig en strak meppend alsook in slepende stukken krijg je geregeld die geest van een (rondtrekkende) rockgroep.

Nogal wat titels verwijzen naar personen en het lijkt er sterk op dat Chris Speed de inspiratie voor deze muziek vooral vindt bij vrienden en kennissen, van wie hij een portret schetst, of hij componeerde nagenietend van een bezoekje, een voorval beschrijvend... Als muzikant heeft hij dan nog zijn life on the road om hem van ideeën en indrukken te voorzien. De muziek gaat ook over niewe wegen inslaan, oude wegen terug opzoeken, vage paden en afgelijnde stroken bewandelen en afrijden. De beweeglijkheid van hard boppende kwartetten wordt gecombineerd met moderne ideeën en grenzen aftastende handen en voeten. Deze bezetting van twee blazers vol ideëen in de frontlijn en een sterke, creatieve ritmetandem zit zo’n aanpak als gegoten. Al gaat het soms hard, de vier putten zich niet uit in het afrazen van de grilligste achtbanen. Deze CD biedt een fijn geheel dat de oude ideeën van schoonheid en evenwicht combineert met nieuwere en avantgardistischere.

Behalve erg beweeglijke stukken zijn er ook rustpuntjes. Die kunnen een meditatieve kant opgaan zoals in 'Valya'. 'K' is dan weer een traag vertellend zacht stuk dat van stille vreugde en warme weemoed spreekt. En tussen de composites van Speed is er 'Epistrophy' van Thelonious Monk / Kenny Clarke. Wat een intro krijgt deze cover, wat een heerlijke, donkere versie is dat! krijgt een wat theatrale kant mee en met theater lijkt ook 'Iris' wat te hebben...

Om kort te gaan: deze CD is een aanrader voor wie houdt van beweeglijke moderne jazz met soms een scherpe uithaal, zonder ambities tot een Suite, maar vooral helder en eerder compact. Zorg dat uw auto klaarstaat of u met iemand mee kan rijden om deze groep te gaan ontdekken, want zij zijn live op 3 december mee te maken in de Singer in Rijkevorsel.

 

Danny De Bock



 


JOZEF DUMOULIN TRIO with Trevor Dunn (USA) and Eric Thielemans (BE) : 'Rainbow Body'

 

 

Hedendaagse jazz met kosmisch psychedelische inslag...Dit trio maakt intense schetsen,creatief improviserend in de ruimte.Gestuwd door een zéér drijvende jazzybeat van drummer Erik Thielemans
en bassist Trevor Dunn speelt Jozef Dumoulin de sterren uit de hemel op Fender Rhodes en andere electro-toetsen.De eerste nummers van de CD klinken eerder rustig kabbelend met zelfs een snuifje
Bach in het derde nummer "Fuga X".Nummer vijf 'Shinji' heeft weer iets grimmiger toon met sterk free-drumwerk.En zo gaat het de hele CD , verkenning van stijlen,soms sterk melodisch,soms zeer vrij
waarin het trio zich plots ontbindt in drie solisten.Alles baadt in een neo-psychedelische vorm,met de nodige afwisseling weliswaar,doch ook een zekere monotonie in de klankkleur van de electronica
valt op ,eigen aan psychedelica denk ik dan.Het maakt dat, als je de CD als achtergrond beluistert, alle nummers samensmelten tot een groot geheel.Om daar helemaal achter te komen,zou ik eigenlijk eens
een ferme stick Bengaals gras moeten roken,de soms dromerige zwevende klanken doen mij er wel naar verlangen ! Rainblowing !! Zelf jong in de seventies herinnert mij deze muziek aan menig vrolijke en andere toestanden van die geweldige periode. Okee,ik ben aan het afwijken , terug naar de CD. Zijn er dan invloeden als seventies psychedelica,een snuifje Bach,zelfs een snuifje Sun Ra, deze drie knappe muzikanten hebben er duidelijk hun eigen stempel op gedrukt en een originele hedendaagse CD afgeleverd die,zeg ik erbij, wel wat tijd nodig heeft.

 

 

 

 

Kris Vanderstraeten

 

 


 

AB BAARS TRIO - 20 YEARS 1991 - 2011 5CD-BOX

 

 

Deze 5 CD box komt als een eigenzinnige bloemlezing uit 20 jaar Ab Baars Trio, een trio dat nooit van bezetting is veranderd, wel soms uitgebreid met gastmuzikanten, zoals op de live CD in de box 'Party At The Bimhuis' met als gasten oa Misha Mengelberg en Ig Henneman. Opnames met Roswell Rudd (1998) en met Ken Vandermark (2008) vind je niet in de box. Wel de recente CD 'Gawky Stride' van 2011 als 5de album. De box geeft een overzicht van de vroege jaren tot… nu zou je willen zeggen, maar dit trio blijft evolueren en vierde intussen het 20-jarig bestaan met een live tour in Europa (niet in België). We verwijzen voor een enthousiast concertverslag graag naar goddeau
Begin je met deze box aan een chronologische kennismaking, dan hoor je op '3900 Carol Court' uit 1992 muziek die bijna verbazend recent klinkt. De zo goed als 20 jaar oude nummers sluiten aan bij vooruitstrevende Europese en Amerikaanse vrije muziek van nu. Makkelijke muziek kun je dit niet noemen, maar het heeft zo zijn eigen swing in grooves en stoterige, soms stoeterige uitwerking. '3900 Carol Court' was het adres in Los Angeles van John Carter bij wie Ab Baars les volgde in 1989. Op muziek van de befaamde klarinet en sax spelende Carter gaat de CD 'A Free Step' in (1999). Het is een doorleefde hommage en ook hier legt het trio er markant veel eigenheid in. Met deze twee CD's uit de jaren '90 krijgt de luisteraar een overtuigende indruk van hoe deze drie zich een eigen plaats wisten te creëren in de wereld van improvisatie en (instant) componeren. Dit is krachtige muziek die familie is van waar bvb die van pakweg Atomic of van Ken Vandermark nu ook voor staat: getuigend van belangstelling voor zowel oude traditie als voor Amerikaanse free jazz en de Europese impro-tegenhanger en van daaruit met een persoonlijke aanpak in nieuwe verhalen gegoten. We horen muzikanten die eigen vormen uitdenken en nummers maken als sculpturen, met dwarse thema's, broze evenwichten, vreemde spelletjes met licht en vormen. Het mag duidelijk zijn dat de drie een beetje vreemde vogels zijn voor wie zweert bij mainstream jazz. Ook daar vind je muzikanten met een achtergrond die boogt op invloeden uit klassieke muziek, jazz, hiphop en muziek uit verschillende culturen, maar Baars, De Joode en Van Duynhoven kwetteren, slaan en duwen als vogels die net zo goed ter paring kunnen dansen als porren, duwen en dringen, springen en vliegen.
Vanuit de interesse voor oude Indianenmuziek kwam de CD 'Songs' (2000) tot stand, geïnspireerd op transcripties in The Indian's Book uit 1907. Met hun bewerkingen van oude indianenliedjes verbreedden zij nog hun pallet van invloeden en interesses. De trioformule van sax, drums en bas zoals Sonny Rollins die in 1957 op het voorplan had gebracht en al gauw een klassieke formule is geworden sloeg oa met Albert Ayler, Gary Peacock en Sunny Murray nieuwe paden en wegen in. Die neiging om vanuit een standaardbezetting nieuwe richtingen op te zoeken typeert het Ab Baards trio. Vinden zij voorbeelden in oa Beethoven, Schubert, Stravinsky en Xenakis om op originele manieren duidelijkheid, eenvoud, luciditeit en vrijheid van denken in nieuwe vormen te gieten, daarnaast telt voor hen ook de invloed van zoekende stemmen als Ayler en Threadgill en het technische meesterschap van een Carter op klarinet, een Joelle Léandre op contrabas, een Connie Kay op drums. Aldus zijn de drie zich gaan specialiseren in merkwaardige, opmerkelijke muziek van een bijzondere rijkdom. Dynamiek en rust, vloeiende melodie en hakerige beweging, speelsheid en rigiditeit wisselen elkaar daarbij af. Steeds is de muziek het resultaat van een dan weer meeslepende, dan weer onrustwekkende of begeesterende energie die zowel traag als snel kan vloeien, maar continu intens is. De energie die vanuit drie personen komt is gaandeweg via een gezamenlijk en uniek taalgebruik gaan leiden tot meer uitgepuurde vormen. We zouden haast zeggen: hermetisch poëtische uitingen.
De CD 'Party At The Bimhuis' toont dan weer aan dat hun steeds hechtere band samenwerkingen met dit triumviraat niet in de weg hoeft te staan. Andere geweldige muzikanten kunnen met hen tot prachtige improvisatie komen en nieuwe uitwerkingen van composities verwezenlijken. Van eigen nummers van Baars zoals bvb '3900 Carol Court' of 'Indiaan', maar ook en uitermate sterk, ja pakkend, van 'Reflections' van Thelonious Monk met Mengelberg op piano. Het moge u nieuwsgierig maken naar hun samenwerkingen met Roswell Rudd en Ken Vandermark.
Op de vijfde CD in de box, 'Gawky Stride' zijn zij nog verder gegaan dan voorheen in vrijelijk en on the spot componeren, de vrije muziek is nu helemaal hun terrein. De nood aan formele afspraken lijkt tot een minimum te zijn herleid of in een telepathisch aanvoelen uitgemond. Speels zijn ze gebleven en de band is intussen zo hecht dat speels de connotatie krijgt van ter plekke improviseren en zich als vissen in het water weten bij het bedenken van nog meer eigen uitdrukkingsvormen. Met de afwisselend tedere, volwarme, scherpe, snerpende sax van Baars hebben de Lage Landen een bijzonder krachtige speler die internationaal tot de zwaargewichten mag worden gerekend. Hij heeft in dit trio ook partners die op het hoogste niveau meespelen. Van Duynhoven en De Joode meppen en tikken, strijken en plukken met chirurgische precisie mee op en aan de kunstzinnige sculpturen die zij samen tot stand brengen of beter nog, tot leven laten komen.

'20 Years' is een box vol krachtige uitingen van gloeiende creativiteit !

 

Danny De Bock

 



Arne Van Coillie Unit : ' De hipste'

 

 

Om die intrigerende albumtitel te doorgronden moet je eerst effe door de liner notes gaan in het uitstekende bijblad van de CD. Dan verneem je dat de 15 jarige jongen die  Arne eens was niet zo viel voor Madonna of The Cure, zoals z'n leeftijdsgenoten, maar dat-ie het vooral had voor the Duke, Monk en Mingus, niet zo voor de hand liggend op die leeftijd. Dat maakte hém tot de hipste, vond ie zelf, al stond hij wel alleen toen, met dat idee... Arne, met eerder een klassieke piano opleiding, had in die tijd geen echte jazzmentor en zocht het zelf dan maar uit. Dat zulks (weliswaar na latere opleiding aan het Lemmens) zich uiteindelijk vertaalt  nu naar een heel aardige eerste CD betekent dat je je mag verwachten aan een warm muziekliefhebber en dat hoor je ook aan deze plaat. Potten worden er echter niet op gebroken, geen nieuwe paden worden er betreden maar waarom zou de weg van klassieke jazz in een postboptraditie niet goed genoeg zijn ? Arne versmelt z'n vertrouwde trio waar ie al 10 jaar mee samen is tot een 'unit' want een quartet, da's toch meer de som van 4 eenheden daar waar 1 eenheid van 4 zoveel hechter is ? Dat eerder trio bestond al uit Flor Van Leughenhaeghe, bassist die ons vooral bekend is van z'n samenwerking met Jan Muës, én van Luc Vanden Bosch, drummer en ook al Jan Muës gelinkt maar ook aan nog zoveel meer en da's iemand die'k graag op hetzelfde  hoge niveau plaats als Tony Gyselinck, één van m'n favoriete drummers... Daar voegt zich nu dan saxofonist Andy Declerck bij en da's ook al een naam die meer en meer valt,'t is een man die de laatste tijd meer  in the spotlights komt te staan, een carrièrebouwer. Een viermanschap is dit met duidelijke kwaliteiten in 1 Unit, dat klinkt veelbelovend, al is het tenslotte Arne zelf nog die het, wat ons betreft, nog moet bewijzen. Hij is voor ons de enige onbekende eend in de bijt, maar dat zou nu gauw kunnen gaan veranderen...

 Die unit klinkt  meteen wél gesmeerd met titelsong 'de Hipste' waar het samenspel meteen de 'click' bevestigt tussen deze mannen. Smooth jazz van een fijn combo waar ieder ruim z'n zegje krijgt, mooie compositie ook meteen, want het grote deel  van de songs op deze schijf zijn composities van Arne. 'Vertical composition with Blues and White', is er één voor na't ontbijt, als de rush naar de werkplek begint, absoluut met een Monk feel en hier krigt ieder mooi z'n eigen soloplekje. Later vervolgen we met meer van dát maar Arne heeft voor ons nu eerst de mooie ballade 'Seen the Light' voorzien, een eerste rustpauze die meteen wel een goeie 9' uitloopt. Niet dat het stoort hoor, de soli kunnen boeien en de ritmesectie loopt mooi mee, drums en cimbalen tekenen mooie kantlijntjes en de bassolo van Flor voelt goed, mooi zo ! 'Silverfish' swingt daar voor de verandering achteraan, uptempo voortstappend, in een Horace Silver mood, ja, zo hebben we het ook graag want...

... met 'A Ballad in Between' krijgen we exact wat de titel zegt, een ballade, echter van het salon type nu, met vork op de snaredrum, mooi voor de liefhebbers van zulke zoetigheid maar echter té glad wat mij betreft...'All of You', van Cole Porter zet daar passend een gans ongevaarlijk salondansje achteraan , maar toch !...hier wel je aandacht voor de mooie pianosolo die tot op de puntjes van de tenen gaat...

Voor mij echter toch liever 'Too much' dan, wat gevaarlijk bassend aanslaat en je vingerknippend verder brengt, de blazerskwaliteiten van Andy Declerck staan bij deze  als de spreekwoordelijke paal boven water en de  vingervlugge pianosolo van Arne sluit mooi aan bij diens solo...abrupt einde en applaus....In kontrast daarachter start 'Fleeting' , eerst balladegewijs, daarna ontwikkelend als een walsje dat op kousevoetjes wordt gedanst, schoon in onschuld...de sopraansax bevestigt...'Upper Manhattan Medical Group' van Billy Strayhorn is dan naar het einde toe  een tweede en laatste cover, vriendelijk en vrolijk voortboppend, beschaafd weer ruimte latend aan de soli, het geheel ritselend van Luc's zalvende cimbaaltjes en drumdingetjes...

Finaal gaan Arne en Andy dan beiden in 'Favourite Saints'aan de start, inderdaad een eerder nogal hilarisch gegeven, om very up tempo deze eerste CD  te beëindigen met een knipoog naar Parker toe...

'De Hipste' van de Arne Van Coillie Unit laat je dus wel een beetje in tweestrijd achter...héél toegankelijk is die met genoeg karakter en vakmanschap om dit onder de noemer 'kwaliteit' te klasseren maar gelijk is het ook wat té gladjes om weerbaar te zijn en stand te kunnen houden in het 'nieuwe Belgische' of bij uitbreiding 'nieuwe Internationale' jazzlandschap met al z'n grilligheden, maar voor velen kan dit mogelijks ook net daarom de sterkste troef wezen ...

 

Alleszins een aardige melodische schijf en écht iets om voor de eindejaarsdagen kadoo te geven of te krijgen !



Winus

 


 

ERIC WATSON & CHRISTOF LAUER : Out of Print

 

Deze CD presenteert live opnames uit 2009 opgenomen in Straatsburg. Eric Watson is een naar Parijs uitgeweken blanke Amerikaan die geen grote naambekendheid verwierf, maar wel een stevige reeks referenties opbouwde door te spelen met mensen als Steve Lacy, Daniel Humair, Albert Mangelsdorff en Ed Thigpen. Hij heeft een voorliefde voor gecomponeerde muziek die klinkt als geïmproviseerd en vice versa; klassiek componist Charles Ives vindt hij daarin uitmunten. Hij houdt ook van Bach, Schoenberg, Webern en niet minder van Lennie Tristano, Thelonious Monk, McCoy Tyner, Cecil Taylor. Samen met de Duitse saxofonist Christof Lauer leidde hij in 2004 een kwartet dat de veelgeprezen CD 'Road Movies' naliet, maar als groep geen lang leven beschoren was. In duo hebben ze nu opnieuw een bijzondere opname uit.

De CD opent heel levendig, zeg maar onrustig met 'Rain Of Steel' dat met een hoog bopgehalte van start gaat en dan met grillige en breed uit elkaar lopende lijnen op sax en donkere clusters op piano een verhaal brengt van oorlog en de strijd aan het front. Met de kracht van een gepassioneerde Beethoven of een woeste Peter Brötzmann spelen de twee een muzikaal gedicht dat wild verschillende kanten opgaat zonder pompeus of chaotisch te worden. Het is een pakkende opener, die aangeeft met welk een intensiteit deze twee muzikanten uitpakken. Zij hebben die kwaliteit van in de muziek op te gaan en daarbij te improviseren terwijl zij heel goed het overzicht behouden, steeds klinkt hun beschouwende kant door. Zowel in warme ballades (een 'Hero In The Dark' vol toewijding, de gloed bij een voortschrijdende 'Cast Of Shadows') als in het suite-achtige titelnummer met rustige, lyrische delen en ook levendigere resulteert dat in sierlijke spanningsbogen die langgerekt maar gracieus worden uitgewerkt. De twee creëren voor zichzelf een kunstzinnig speelterrein in de deelverzamelingen tussen klassieke muziek, jazz en moderne improvisatie. Zij gaan naar de kern der dingen en nemen er weer afstand van. Bij momenten waan je je bij een soloconcert van een klassiek pianist die al te lang in de schaduw bleef van bekendere namen. Maar als de schrille en scherpe saxklanken weer verschijnen weet je weer dat je met de vereende krachten en invloeden van klassiek én jazz te maken hebt. In het afsluitende 'Juggernaut' wordt het duo nog een keer uiterst dynamisch. Hier gaat een wagen aan het rollen die niet meer te stoppen is, hij vervoert het beeld van een Hindu god en verbrijzelt genadeloos alles wat hij tegenkomt, maar dan ook gelovigen, onder zijn wielen. Meer dan twee geïnspireerde, gedegen muzikanten zijn er blijkbaar niet nodig om zo'n niets ontziende rit te verklanken. Daarmee is de cirkel rond. Het concert begon met verhalen van bloedvergieten en eindigt er ook mee, zij het op een heel ander terrein, in een totaal verschillende context. Tussen de uitbarstingen door van geweld en wreedheid die deze wereld typeert vonden we pracht en schoonheid, warmte en liefdevol samenspel. Een plaat die in het bijzonder net na Kerst een zegen is, luister hoe zij slaat en zalft.

 

Danny De Bock

 


 

 

Dave Liebman & Richie Beirach : Unspoken

 

 

Ook uit bij Out Note, nipt ook nog opnames uit 2009 en met een bijna gelijk instrumentarium dan 'Out Of Print' is 'Unspoken' een heel andere CD. Van de muziek van Watson & Lauer kan je zeggen dat die gaat over grote thema's, deze van Liebman en Beirach speelt zich vaker af op een micro-niveau. Hier gaat het om persoonlijke gevoelens van liefde en genegenheid, de concrete affectie tussen individuen, een nieuwe wending in het eigen leven om redenen van gezondheid… Kleine zowel als ingrijpende dingen des levens. Titels als 'All The Things You Are', 'Hymn For Mom' / 'Prayer For Michael' en 'New Life' mogen daarbij boekdelen spreken. Hier gaat het meer over menselijke warmte vanuit een dagdagelijks perspectief dat op een hoger en enigszins religieus niveau (Tender Mercies) getuigt van een dankbare houding in het leven voor wat mooi is en dichtbij. De fluwelen klanken van de saxofonist kunnen doen denken aan Ben Sluijs en door het samenspel met een economisch en bedachtzaam pianist ook aan Sluijs in duo met Erik Vermeulen. Maar 'Unspoken' is een heel andere CD, met een heel andere invulling van lyriek en melodie. En het is niet al fluweel en tederheid wat de klok slaat, er zijn ook zure en scherpe oprispingen en alarmerende nood. Er zijn verwijzingen naar de werelden van dans, film en, jawel, klassieke muziek.

Openen doet de CD met het Adagio van het ballet Gayaneh, gecomponeerd door Khatchaturian, waar Beirach voor viel toen hij het hoorde in Kubricks film '2001'. 'All The Things You Are' krijgen we in een versie die rustig overloopt van liefdevolle lyriek die teder minder mooie kantjes en onaangename herinneringen toedekt. 'Ballad 1' getuigt van grote eenvoud en met zachte sier van diepgang. 'Awk Dance' laat zich enigszins associëren met donkere, licht ouderwets speelse Dave Burrell. Met wisselende snelheid en intensiteit voeren de twee een dansje uit dat zich bevrijdt weet van de oude keurslijven van jazz van voor de free. Met 'New Life' komen we in de buurt van contemplatie, pointillisme én Pierre Boulez. 'Walz For Lenny' van de Israëlische wijnmaker en pianist is een ode aan Leonard Bernstein - zo komen we weer in de filmwereld. Op 'Tender Mercies' verschuift de horizon naar het Verre Oosten; de dankbaarheid voor de goede dingen in het dagelijkse leven en de verbondenheid met naasten die als vanzelfsprekend kan overkomen wordt bezongen met een houding die aan Oosterse filosofie en religiositeit schatplichtig is. Hiervoor haalt Liebman de houten fluit boven. Daarna komt nog een vrije improvisatie waarin de twee hun eigen persoonlijke herinneringen aan Lennie Tristano verwerken en het thema van 'Transition' van John Coltrane opnemen. Het duo danst er mooi mee weg. Afsluiten doen ze met 'Hymn For Mom' / 'Prayer For Michael' - Brecker that is. Met een zekere drang naar mystiek eren zij geliefden die overleden zijn en nooit helemaal uit hun leven verdwenen…

Dit is dus zo'n schijfje dat een mens kan bijstaan in de nood aan diepgang in het leven, dat zowel de rust als de levendige energie biedt om in een jachtige omgeving zaken en gevoelens in een evenwichtig perspectief te blijven plaatsen. Deze twee muzikanten hebben levenservaring en er de technieken voor onder de knie. Liebman (°1946) speelde met Miles Davis, Elvin Jones, Chick Corea, Joachim Kühn, BJO… Hij heeft al sinds Lookout Farm halverwege jaren 1970 een band met Beirach en diens CD 'Impressions of Tokyo' (solo) gold voor het Franse Jazzman/Jazzmagazine als één van de toppers van afgelopen jaar. Ook deze CD verdient de aandacht.


Danny De Bock




Stephan Crump &  Steve Lehman : Kaleidoscope and Collage


 
Bij rijzende ster op altsax Lehman kunnen we denken aan samenwerkingen met oa Anthony Braxton, Dave Burrell, Rudresh Mahanthappa en Fieldwork. Met Mahanthappa, ook rijzende ster op altsax, leidt hij Dual Identity (december 2011 nog in de Singel). In Fieldwork speelt hij met Tyshawn Sorrey en Vijay Iyer. Hij heeft dan ook nog zijn eigen band. Stephan Crump is al jaren de vaste bassist in het Vijay Iyer trio, werkt oa samen met zijn vrouw singer/songwriter Jen Chapin en leidt het Rosetta trio met twee gitaristen - Liberty Ellman en Jamie Fox (28 januari in de Singel). Bij een project van Ellman speelden Crump en Lehman in dezelfde groep en het klikte tussen de twee. Als het klikt tussen twee mensen en de chemie van elk van hen de andere stimuleert, kunnen de prachtigste reacties ontstaan. Die zochten ze gedurende enkele maanden met zijn tweeën op als ze er de tijd voor vonden en met de resultaten gingen ze aan het knippen en plakken.
De twee muzikanten blijken elkaar op boeiende manieren te kunnen aanvullen. Het spel van Lehman klinkt vaak als van een kille, rationele, intellectuele saxofonist, maar geeft blijk van een grote gevoeligheid. Crump associeer je makkelijker met een warm, kloppend hart. Hun samenspel heeft bij momenten dan ook iets van een warme levensadem die in condens aanslaat op koud vensterglas en waarin je met je vinger kan tekenen. De tekening en de damp wegvegend kan je door dat venster de wind buiten zien spelen met afgevallen bladeren en afval dat achteloos weg werd gegooid, ergens nog onbestemd een einddoel tegemoet.
Om hun talenten te botvieren stelden deze twee muzikanten ahw met hun instrumenten twee spiegels op in een koker terwijl zij ideeën omzetten in denkbeeldige kleurige kralen. Door die in een helder licht te laten kantelen en draaien kwamen prachtige mandala-achtige reflecties te voorschijn.
Met de uiteenlopende beelden en poëtische verklankingen vormden Lehman en Crump twee logische gehelen, 'Terroir' en 'Voyages'. Als je aandachtig luistert kun je horen waar de imaginaire schaar onderscheiden stukken afknipte en waar de lijm losse stukken aan elkaar plakte. Het geheel is telkens een prachtige collage. Concrete en abstracte vormen vullen elkaar aan; funky, dansende bewegingen houden op en maken plaats voor breed uitdeinende, zacht zinderende soundscapes. Uit de verzamelde improvisaties stelden zij met succes gehelen samen die een groter verhaal vormen. De puzzelstukjes hebben genoeg met elkaar gemeen om er een nieuwe, grotere dynamiek mee te creëren. De verzamelde structuren en vormen vertellen van levenslust, warmte en melancholie; in- en uitzoomend, contemplatief en dan weer pulserend glijdt de klankencollage voorbij. Herhaalde beluistering dringt zich op een zachte manier op.
De intensiteit die deze CD kenmerkt is er een die meesleept zonder te overweldigen. Er is een zekere intimiteit, maar ook een extraverte zin in avontuur en uitdrukking kunnen geven aan uiteenlopende vormen van beweging in eigen body en soul en in de omringende omgeving.


Danny De Bock




Gianni MIMMO & Harri SJÖSTRÖM : 'live at BAUCHHUND BERLIN 2010'



Twee kerels met elk een sopraan sax die zonder enige begeleiding van andere instrumenten instant composities spelen, dat moet wel klinken als moeilijke muziek. En toch. Hoewel het geen voor de hand liggende uitgangspositie is, kan er heel wat moois van voortkomen. Mimmo en Sjöstöm bewijzen het met deze CD die zij live opnamen op de 6de verjaardag van de dood van Steve Lacy.
Aan Lacy, gerenommeerd om zijn beheersing van de sopraan sax, zijn beiden schatplichtig. Op de eerste track van deze CD, waarbij zij zichzelf zo'n beetje inleiden en Mimmo benadrukt hoe zeldzaam het samenspel van twee sopraan saxen in duo is, hoor je hoe bijzonder het voor Mimmo is live te spelen op de meest aangewezen dag om de dood van de Meester te gedenken.
Als deze twee improviserende muzikanten zich aan het spelen zetten, lijken twee hoogst bijzondere exemplaren van een zeldzame vogelsoort te beginnen zingen. Hun zang doet denken aan eeuwenoude vormen van klassieke schoonheid die tot hun essentie zijn herleid. Hun klanken worden evenwel gevormd door de fusie van traditie en vooruitgang. Deze vogels zijn als cyborgs. Zij belichamen een vereniging van natuur en techniek, van vogel en machine en uiten hun klanken door lange metalen snavels. Zij zingen meestal heel sereen, bezingen wat zij rondom zich zien en worden van onrustwekkende beelden en gebeurtenissen opgewonden. In hun opwinding slaken ze kreten van free jazz. In hun fascinatie voor vreemde ontmoetingen tussen natuur en techniek proberen ze dingen uit, bvb door hun afneembare snavel om te draaien en daarin te zingen (lied) of door met plastic koffiebekertjes hun eigen zang te dempen (fading thé distance). Als zij zich in draaiende bewegingen laten gaan worden zij wild enthousiast (spiralen).
Meestal bewandelen deze wat vreemde vogels twee hun eigen weg en spelen zij met andere graag improviserende muzikanten

- Sjöström bvb met Paul Lovens, Barry Guy, Evan Parker, Cecil Taylor; Mimmo met John Russel, of met Gianni Lenoci, zie http://www.kwadratuur.be/cdbesprekingen/detail/gianni_lenoci_gianni_mimmo_-_reciprocal_uncles. Als zij samen een reeks ontmoetingen organiseren vormen zij een uitzonderlijk duo dat avontuurlijke fijnproevers aantrekt. Wie van improvisatie houdt en van de klanken van de sopraan sax kan hier zijn gading vinden!


Danny De Bock




Joachim  Kühn : ' Free Ibiza'

 

Joachim Kühn, dat zal zowat bij mijn eerste kennismakingen geweest zijn met jazz. Jaren zeventig was dat van alweer de vorige eeuw, we worden oud. 'Springfever' noemde de plaat waarop ook onze Philip Cathérine meespeelde en dat was meteen een kennismaking ook met  fusion jazz,  funky getint en dat was een openbaring. Natuurlijk was daar al Bitches' Brew geweest van Miles maar daar zou ik pas later van gaan horen, in die periode was het vooral rock van het hevigere soort dat me interesseerde want dat paste natuurlijk gans in mijn jonge uitgaansleven ! Joachim Kühn was eerder een experimenteren met andere muzieksoorten en die werd me ongetwijfeld aangeraden door de verkoper in de platenwinkel, nog een échte, één die wist waar ie 't over had en één die ook de passie voor muziek voelde, een haast uitgestorven soort vandaag want die vind je nog maar zelden. Vandaag de dag koop je je spullen helaas in de mediashop waar men van de medewerkers helaas niet verwacht van iets af te kennen van muziek of muziekgeschiedenis... Dit terzijde, nostalgia komt steeds vaker boven drijven...Joachim Kühn dus, die toen ook al , naast de George Duke spielerei op de keyboards, aardig lyrisch uit de hoek wist te komen, op de piano dan. Ik vind 'Springfever'dan ook nu nog een fijne plaat om te draaien. Met de jaren raakte ik de pianist echter kwijt want d'er is in het leven toch zóvéél en er viel nog heel wat te ontdekken. Later lees je dan dat Joachim een behoorlijk druk baasje is gebleven , een wereldburger die op veel plaatsen woonde en , belangrijker, met heel wat uiteenlopende muzikanten samen werkte.Don Cherry, Michel Portal, Phil Woods, Billy Cobham, Jean-Luc Ponty, Stan Getz, Ornette Coleman...

Nu dan, dank zij het Out Note jazz label,heb ik 'm terug opgevist en da's mooi. 16 tracks aan de grand piano, ik stel me voor, bij hem thuis met raam open en wijds zicht op de zee...16 karakterstukken waar de naam niet om doet, da's persoonlijk, en daarom luisterde ik en zette er m'n eigen gevoelens of gedachten maar bij. Persoonlijk zou ik bij deze muziek, met de grilligheden, eigen aan de vulkaan Joachim Kühn, geen boek kunnen lezen. Dit is luistermuziek, geen achtergrondgordijn...

 

 

1.'Figueretas' - als het aanspoelen van golfjes op het strand, speels en best vrolijk.Meteen ook één der langere stukken van de CD

2. 'Mar y sal Nights' -Voorzichtiger, aftastend, met een zekere grilligheid ook en de klassieke pianist onthullend die hij ook is.

3. 'Casa Nuestro' - korte stemmingen, part one

4.'Flamingos at Cap des Falco' -  meer passie en frivoliteit

5.'Can Masia' - korte stemmingen,part two en mogelijks wat geïrriteerd, Joachim speelt het van zich af.

6.'Free Ibiza afternoon' -  Zo ook met deze die de jachtigheid vertaald

7. 'Es Cavallet' -  Geduld zou hier het leitmotiv kunnen wezen

8.... August in Ibiza' - een weerkeren naar Ibiza, thuis en concerteren in je eentje, het heeft iets in zich van voldaanheid, geluk ook...

9. 'Talamanca' - Wikken en wegen en weer dat gevoel  van voldaanheid...

10. 'Free Ibiza Night' - Ja, da's duidelijk nacht, daar dacht ik meteen aan bij het beluisteren, al blijkt dat daarom nog geen rustgevende nacht... en gaat het klavierdeksel dan maar abrupt dicht.

11. 'Clean Vision' - Behoedzaam en in de nabijheid van de andere sexe ? Ja, dacht ik wel, duidelijk een vrouw in de buurt...maar wat een mooi nummer(misschien net daarom?...) !

12. 'Benirras' - stemmingen, part zoveel en nu dreigen er wolken in de meditterane lucht, al klaart het wel aan de einder, maar de piano dondert zwaar...regendruppels hier en ginder...

13.'Free Ibiza early morning' - humeurig...een kater?

14.'Salinas waves' -Was 1 het aanspoelen van golfjes dan kan dit ook zulks wezen al draagt dit meer dramatiek met zich mee en heeft het meer verhaal, het zullen wel meer golven dan golfjes geweest zijn...

15.'Eirissa' - Haast en spoed is zelden goed. Waar ligt dit nu weer?...en waar heb ik dat gelaten?....

16. ' Moment of Happiness' - de dagelijkse ochtendgymnastiek, opgewekt en vrolijk, extreme voldoening van het maken van deze plaat...ja, da's wel duidelijk !

 

De pianist alleen weet wat er achter elke titel schuil gaat, vertaal dus naar believen maar geniet.

'Free Ibiza' is voor de liefhebber die de monumentale schoonheid van een grand piano weet te appreciëren, stemmingen en grilligheden begrijpt en de respons daarop weet te waarderen...aanbevolen luistervoer !

 

 

Winus

 



John Escreet : 'Exception to the Rule'

Sinds de Britse pianist John Escreet in 2006 naar New York verhuisde, gooit hij daar  hoge ogen. Sinds een paar jaar is hij enorm actief en productief. Na de debuut CD 'Consequences' in 2008 met zijn Project, een kwintet, kwam 'Don't Fight The Inevitable' in 2010. In 2011 verscheen met een heel andere bezetting 'The Age We Live In' en ook nog 'Exception To The Rule' - de eerste in kwartetformatie met een resem gasten, de tweede een verschillend kwartet zonder gastmuzikanten. Constante op deze uiteenlopende CD's is de aanwezigheid van mentor David Binney die behalve zijn altsax ook een portie elektronica meebrengt. Soms is de inbreng van elektronica beperkt, op deze CD vinden we een heel evenwichtige afwisseling van spelen met en zonder elektronica. Een andere constante is dat er telkens een topdrummer meespeelt - om nog te zwijgen van de capaciteiten van andere begeleiders, zoals Ambrose Akinmusire in het kwintet.

Op 'Exception To he Rule' leidt Nasheet Waits de eerste track in (meteen het  titelnummer) met rollende drums die al snel met een aanzwellende kracht de pianist mee betrekken in een stomend stuk waarbij de rest van het kwartet mee opgaat in een geweldige compositie. Is zo de toon gezet? Vergeet het. Dan volgt 'Redeye', een bizar dromerige track vol elektronica en spaarzame pianotoetsen die ahw een vervormde parallelle wereld suggereren. 'Collapse' begint dan als een gevoelig romantisch nummer in een fris hedendaags kleedje. Escreet verleidt de romantiek met tintelend spel en dan blijkt dramatiek om de hoek te liggen wachten: Binney verklankt noodlottig struikelen, uitschuiven en toch komt alles weer tot rust. Op 'They Can See' speelt Escreet zowel met snaren als op toetsen, de parallelle wereld neemt het weer over. Improviseren is de boodschap, ditmaal met Waits die op instinct voelt wat te doen. 'Escape Hatch' pakt opnieuw uit met de kracht waarmee de CD begon. Opnieuw ook: een compositie om U tegen te zeggen met een up tempo en uiterst vernuftige ontsnappingsroute langs moeilijk te nemen hindernissen die deze geweldige muzikanten met gemak blijken te nemen. Om dan de elektronica weer te horen aankomen en weer in die vervormde wereld te belanden; dan is het gas terugnemen en weer improviseren… Daarmee zijn we nog maar halverwege de CD die zich verder blijft ontwikkelen als een fimscore of een klankband ter verslag van een bevreemdend avontuur waarbij (minstens) twee werelden het decor uitmaken. Dan komen nog de 'Wide Open Spaces' waar we op zacht rollende drums in worden geleid en 'Opsvik' met schetsende strijkstok de desolaatheid van het landschap benadrukt… Verklappen we nog dat er 'Electrotherapy' aan te pas komt, met ijle klanken die herinneren aan Tangerine Dream, oude keyboards en dat bijna meditatieve ontspanning en onrust elkaar blijven opvolgen. 

Deze CD is er één die je niet zomaar als achtergrondmuziek kan opleggen. Afsluiten doet dit kwartet op deze CD met een herneming van 'Wayne's World' dat ook al op 'Consequences' voorkwam, in een versie die laat horen dat Escreet meer en meer zijn eigen weg heeft gevonden. Zoals ook op 'Don't Fight The Inevitable' het geval was, hoor je soms de invloed van Jason Moran, met name in het uit de bocht gaan zonder het ravijn in te storten en in repetitieve stukjes die met een bijzondere gevoeligheid voor detail weer gaan evolueren, maar Escreet vindt wel zijn eigen weg. Met dank aan mentor Binney en zijn goede vrienden/medemuzikanten die hem sterken.


Danny De Bock