![]()
or click the
homecat to go back home !

JAZZ CD RELEASES
*BI = binnenland (BELGISCH) BU = buitenland
Chris Joris : 'Into the Light'
Chris
heeft de eer om als eerste Belgische jazzmuzikant een DVD werkstuk uit te
brengen. Een eigen productie, net uit sinds januari 2005 en één waarvoor cineast
Ken Kamanayo hem in 2004 een jaar doorheen de concertzalen volgde. Ken
registreerde 120 minuten liveoptredens met de Chris Joris Experience,
commentaren van Dieudonné Kabongo,Ken N'diaye en Ben Ngabo,bevriende Afrikaanse
muzikanten, de brothers van Chris en welbekende namen voor zij die Chris en zijn
projecten volgen door de jaren. Aandacht werd verder even besteed aan het
1998/1999 project met Mal Waldron, iets waar Chris met fierheid mag op terug
blikken. Korte verhalen ook door Chris zelf die in deze documentaire film een
beeld schetsen van de percussionist/ componist/allround muzikant Chris Joris.
Vaardig gekozen camerastandpunten,het creatief gebruik van beelden en dat alles
gemonteerd zoal het hoort, Ken Kamanayo kent zijn stiel. Het geheel heeft een
verzorgd geluidsspoor en lijdt helemaal niet onder de klankperikelen die opdoken
tijdens de publieksvoorstelling op groot scherm in de Hnita jazztempel,een paar
weken terug.Deze DVD sluit aan op de in 2003 verschenen CD ‘Out of the night’
waaruit we voor de gelegenheid graag ‘The Long Way Home’ (ook op DVD) plukken
als begeleidende audiosample voor deze maand.Want muziek vind je wel genoeg op
de DVD maar helaas geen audiotracks. Een pure DVD dus en een must voor de fans !
wellicht een toekomstig ‘collector’s item. Warm aanbevolen !
(Winus)
High Voltage: 'Hoppin’ around'
De wetenschap dat deze jongens allen reeds in min of meerdere mate betrokken waren (of nog zijn) bij het BJO en de teneur van opener ‘Diem Ha’ schept even de illusie dat hier een groter orkest bezig is.Tenorsax/componist Dieter Limbourg hervormt dit gezelschap van 6 jonge uitstekende muzikanten met deze song tot een boppend showorkest.
Het relaxte ‘Loose ends’ dan, wederom van de hand van Dieter,die op dit album voor 5 van de 9 composities tekende,schept ruimte voor mooie soli van Peter Verhaegen op bass en Lode Mertens op trombone.Yeahhh !
Daarna gaan we
boppend verder op ‘Four or Five’ van leader Nico Schepers, met soli van hemzelf
en,blij da’k hem nog es hoor,pianist Bart Van Caeneghem, die samen met Lieven
Venken (drums) en bassist Peter ook nog es zijn eigen trio heeft .Na ‘De Frivole
Framboos’ weer een ander hoofdstuk. Subtiel ingeblazen door Nico nodigt ‘The
Queen of Palonia’ daarna uit tot zalig onderuitzakken,oogjes toe. Mooie song
zondermeer.
’Bells ’n Brass’ komt vervolgens vanuit de verte aanstappen,schept meer
verwachtingen,maar houdt het bij de weliswaar uitstekende soli, van Nico
Schepers, Lode Mertens op trombone en Bart op piano om daarna weer zachtjes uit
te deinen. Te strak gehouden en te braafjes. Hoog tijd voor wat weerwerk dus en
dat krijgen we met ‘Oban Blues’. Een Nico Schepers zoals we hem kennen ,
krachtig op trompet ! Uitstekend pianowerk van Bart Van Caenegem en de
babbelende trombone van Lode. Drumsolo van Lieven Venken en even later de
climax. Graag méér van dat..!
Ieder doet zijn duit in het zakje en met ‘Waiting’ levert roffelaar Lieven
Venken zijn bijdrage.Een ballad met zangerige trombone en cymbalendrummende
Lieven steeds mooi,niet opdringerig, aanwezig.
Daarna krijgen we
weer een Limbourg compositie Fitzrovia’ en horen we hem ook nog es op de tenor.
Terecht één van de solisten die we steeds graag naar voren zien komen bij het
Brussels’.
Afsluiten doen we na een boeiende 56’23’’ met de titelsong ‘Hoppin’Around’ Weer
de uitgesproken, krachtige trompet van Nico.We vervolgen het rijtje met ‘talkin’
trombone’ Lode Mertens en een rauwere Dieter Limbourg. Postboppin’,alleszins
boppin’ naar het einde toe, met knippende vingers,zo hebben we het graag !(Winus)
FES (Flat Earth Society): ‘TRAP’
Flat Earth Society is
een buitenbeentje in het Belgische jazzgebeuren. Componist/arrangeur Peter
Vermeersch stichtte dit 17 koppig buiten-gewoon gezelschap. Je houdt er van of
je moet er niet van hebben… I love it ! TRAP begint met swingtime music
;vooroorlogse swingbands stel je je hier bij voor op deze Peter Vermeersch
interpretatie van een Fud Candrix stuk ‘Mixture’. Daarna is het oogjes sluiten,
stel je eigen animaties maar samen en speel ze tekenfilmgewijs maar af op een
denkbeeldig beeldscherm bij dit Vermeersch stuk ‘Trap’. Daarna gaan we verder
met een cha cha cha ritme en de lekkere stem van Anja Kowalski. Grote klasse,
die miss Kowalski, maar dat wisten we al…. Volgt ‘ Foreign Accents’ , een
Godley-Creme nummer, compleet maf met slagwerkuithalen en Anja stemdinges op een
funky guitar-riff…Van de weeromslag krijgen we dan een Duitstalige ballade en op
de tenen wagen we ons door deze ..ahum…Weense wals…’Servus sagt die Schöne Stadt
der Lieder’. Intussen gaat de gitaarsolo van Dacid Bovée wel raar doen maar bij
FES kan je je aan vanalles verwachten ! ‘Zonk’ brengt ons dan op hoge golven met
diepe dalen op en neer,op een Zappaiaanse wijze naar de overkant van een woest
meer…of we die overkant halen?...of is het eerder: wij zinken,hij zonk
?...’Woeful message from the VLF’ start daarna gevaarlijk langzaam…Behoedzaam
mee om te gaan toch…Blijkt uiteindelijk een ballade te zijn van het soort :
‘gevaarlijke dreiging in de lucht,onweer op komst…
We zijn dan al over de helft en dan krijgen we O.P.E.N.E.R., de ontlading na het
vorige…Lachende trombones, schetterende saxen,speelse clarinet…
Marsmuziek volgt…laat de tinnen soldaatjes maar stram stappen op het strenge,
ritmische jeluidsspel van ‘Marche des Lames’.Halverwege wordt het dan weer
hallucinant, een nachtmerrie in geluiden vertaald en wederom uitstekend gebracht
! Dit zijn allemaal hooggeschoolde musici !
’Mr.Monotony’ mag dan stepdansend en onder tubabegeleiding eindigen.
Besluit : dit is geen Ceedeetje waar het grote publiek gaat van houden. Dit
vereist fantasie, verdraagzaamheid en een openstaan voor Zappaiaanse
toestanden. Héél erg leuk !
(Winus)
Philip Catherine,Bert Joris and The Brussels Jazz Orchestra: ‘MEETING COLOURS’
Op deze verzorgde
Dreyfus Jazz en VRT Klara productie krijgen we bijna allemaal composities van
Philip Catherine met bijpassende arrangementen van Bert Joris. Een gevoelige
,haast liefelijke schijf is het, die ons stapvoets door de orkestbak brengt met
‘On the ground’,heel harmonieus en beheerst. Zo gaat het eigenlijk door gans de
CD door want op dezelfde leest is ook ‘Pink Circus’ geschoeid dat verder
schrijdt in een ingehouden,stijlvolle sfeer. ‘Happy Tears’ dan, door trompet en
gitaar mooi samenklinkend ingezet ,brengt ons gauw al meer up tempo en klinkt al
meer als een muziekstuk voor groot orkest. Mooie solo van Bert Joris en finale
van de blazerssectie, mooi, dus…’Letter from my mother’ een ballad ter
nagedachtenis van Philip’s moeder, is weerom hartverwarmend, als het ware een
walsje voor één paar…gevolgd door ’Piano Groove dan, dat vingerknippend en
swingend verder gaat en waarbij de blazers weer mooi invallen, boven het
gefraseerde gitaarspel van Philip. Dan is het de beurt aan de eerste van twee
‘tweeacters’ ‘December 26 th’ komt in twee delen, eentje rubato (vrij van
tijdmaat) en een langer stuk ‘in tempo’.De ritmesectie met de bas van Jos
Machtel en drums van Joost Van Schalk’ leidt het grootse orkest mooi dansend
door de melodie naar het einde. ‘The Hostage’ geeft ruimte voor orchestrale
uitvallen en een gitaar in vervoering .Voeg daar nog een speelse Bert Joris
bovenop voor wat extra sfeer. Denk er de deukhoed bij… ‘In a sentimental Mood’ ,
de enige niet eigen compositie, want natuurlijk bekend van Duke Ellington,
schuift langzaam voorbij en de gitaar van Philip verhaalt mooi deze gevoelige,
wiegende song. Mooi harmonieert daarbij weer het BJO.
Met ‘Francis Delight’ wordt het tijd voor wat sneller werk waar ook het
voltallige orkest wat meer op de voorgrond treedt met meerdere soli van
verschillende blazers en ‘Yellow Landscape’ toont daar bovenop weer maar eens
het magistrale samenspel van dit 15-koppig klasse-orkest en tevens nationale
opsteker !
Eindigen doen we met een grande finale in twee stukken. ‘Dance for Victor’
(rubato en in tempo) maakt dit hele mooie werkstuk af. De gitaar van Philip
sterft op het einde stilletjes weg en laat ons achter met een goed gevoel.
Meermaals live gezien en dan nu vastgelegd in een ‘masterpiece’…
(Winus)
Heel
eigentijds klinkt deze derde van ‘Slang’ waar zij verder gaan op het ingeslagen
pad en daarbij hun grenzen aftastend verleggen. Het is een heel
eigen,kenmerkende sound die hen typeert. Zuivere, geïnspireerde percussie tot
stomende jungledrums,da’s het werk van Michel Seba,oud-leerling van Chris Joris
en één van m’n percussiefavorieten. Trouwens ‘long time no see’ en intussen
blijkt deze getalenteerde knaap ook aardig bezig op drums. Vroeger beperkte die
zich vooral tot de uitgebreide pot-en pannenwereld,maar hoor ‘m nu maar
bezig,bvb in ‘Out Of Control’,pure jungle met als toegevoegde waarde het
scratchwerk van guest DJ Grasshoppa die trouwens op meerdere tracks te horen is
en het geheel vertaalt naar deze hiphop tijden.Een welgekomen element… Verder is
deze schijf een mix van culturen soms Zuid-Amerikaans, zweer je dat de Incas
achter de deur staan met steeds die gepaste fluit en saxuithalen van Manu Hermia.
Dan weer Afrikaans op afsluiter’Afluha bwo’.De opener ‘Make it happen’ krijg je
dan wel op een reggea groove met de stem van gaste Angelique Wilkie erbij.
‘L’homme tranquille’ brengt ons na de bassintro heel trancematig naar het einde.
Stemmig sfeertje,nochtans jaren niet meer geblowd... ‘Germaine’ klinkt daarna
erg vrolijk met het speelse fluiten van Manu Hermia en de lekkere percussie van
Michel. De bass van Francois Garny vibreert er soms wat te dreigend door en
bepaalt voor een groot deel de klankkleur van dit gezelschap. Titelsong ‘It’s on
the way’ klinkt daardoor soms wat somber en weerom brengen de heldere
fluitklanken van Manu licht in de duisternis.’Sequenzz’ met guest DJ Grasshoppa
is big city dance music. Zet dit vooral niet te stil ! Breakdance hier rustig op
los,ik kijk wel toe…Abrupt wordt er afgebroken en krijgen we ruimte voor
bezinning. Sax en bass zingen samen ‘Flowin’.
Eindigen doen we met wat Afrikaans. Gastvocaliste is Manou Gallo en Bilou Doneux
beroert daar ook nog ergens een gitaar volgens de credits. Al met al een CD die
qua ’s zomers karakter deze maand niet misstaat op deze plek...kleurige hoes...
Helemaal niet slecht al lijkt het mij dat er wat sleet komt op deze formule na
‘Los Locos’ (2000) en ‘Save the Chili’s (2001).Men legge de vorige nog es op en
oordele zelve…(Winus)
Ben Sluys Quartet : 'True Nature'
Al een
tijdje trekt Ben met dit nieuwe quartet, buiten hemzelf verder bestaande uit
tenorsaxofonist Jeroen Van Herzeele, Italiaanse bassist Manolo Cabras en de
Tsjechische drummer Marek Patrman, door de Culturele Centra en jazzclubs in
binnen én buitenland. Na acht jaar met het vorige quartet verkoos Ben het op een
totaal andere richting te gooien. Geen piano meer zodanig dat je de harmonie al
niet in die richting moet zoeken. Ben gaat in dialoog met Jeroen wat meteen al
zorgt voor geslaagde opener ‘3 Times nothing’. Maar let op ! Niet voor niks
vermeldt Ben waar hij de inspiratie haalde voor de negen, verder geheel eigen,
composities. Als je namen leest als Ornette Coleman en misschien meer nog de
multi-instrumentalist Anthony Braxton weet dat je in de avant garde muziek en
free jazz zal verzeilen…’True Nature’, titelnummer is er zo één… ‘Old Demons’ is
dan weer een subtiel samenspel van de twee saxen, beheerst,haast op kousevoeten…
en Oosters getint is ‘Mali’. Ben bespeelt die atmosfeer uitstekend door hier
heel gepast de fluit te hanteren. Klinkt heel mooi… Verder worden we gedompeld
in een hypnotische sfeer die doet denken aan ‘A love supreme’ van Coltrane. Ben
vindt in Jeroen de gepaste partner om het nummer harmonieus af te sluiten.
‘Follow your neighbour’ is dan weer uitgebreid verhaaltjes vertellen en dat gaat
lyrische Ben goed af. Jeroen sluit gepast aan in de dialoog. Heel geslaagd ! In ‘Happy
Widow’ mag je vingerknippend en goedkeurend een ‘yeah’ laten vallen…Ach,jazz
weet je…
‘Unlike
you’dan doet,mede door de beginpercussie op cymbalen en de melodielijn,
wat aan Chris Joris denken. Die staat trouwens mee als inspiratiebron vermeld op
de binnenhoes.‘Major
Step’,het volgende nummer, is waarschijnlijk een muzikaal omschrijven van die
eerste stap ’s morgens uit bed, het verdwaasde wakker worden na een chaotische
nacht die ook in de ochtenduren blijft rondspoken…en daarna haastig naar het
werk. Hele verhalen schieten je met deze muziek door het hoofd. Beetje eng en
zwaarmoedig wordt er daarna afgesloten met ‘Transformation’
Ben heeft
met deze CD bewezen dat dit quartet klaar is voor méér, alleen mag het bijwijlen
met wat meer goeie vibes,wat meer humor…(Winus)
Aardig om
horen en weten is, dat er buiten Rony Verbiest nog getalenteerd accordeontalent
bestaat in ons kleine landje. Tuur Florizoone bespeelt trouwens naast die
accordeon ook de piano op deze eerste CD van het gezelschap Tricycle. Gezelschap
dat 4 jaar geleden een feit werd na een succesvolle begeleiding van een
circusvoorstelling in Sylt (Duitsland). Naast Tuur,die alle composities en
arrangementen voor zich nam (behalve één, waarvoor Vincent Noiret tekende)
bestaat het trio verder uit Philippe Laloy aan de saxen en de fluit en de eerder
genoemde bassist Vincent Noiret.Erg sterke debuut CD dus, van muzikanten die
het allemaal al wel weten. Lees hun bio d’er maar eens op na. Begonnen wordt er
met een soort ‘prelude’, de intro van ‘Kater’ een stuk dat zich wat verder op de
CD vervolgt, van vocals werd voorzien en tevens gezongen door Jessa Wildemeersch.
Intimistisch … Tweede track ‘Contamines,mon joie’ is een speels samengaan van
wereldmuziek en jazz. Deze jongens hebben elk hun ervaringen in diverse
muziekgenres,chanson, musical en zeker ook in de folk en dat laat zich in dit
nummer duidelijk horen. Sterk in samenspel, mooie compositie en meteen al een
hoogtepunt ! Volgt ‘Jouer au Parc rouge’, een langer stuk, onderverdeeld in
verschillende parts waarin beide solisten mekaar mooi aanvullen zonder mekaar
voor de voeten te lopen. De baslijn is de rode draad die alles mooi aaneenrijgt.
‘Moving on’ brengt Tuur aan de piano met eerder traditionele jazz. Speelser
wordt het alweer in ‘Evinha,minha vizinha’, dat heb je zo als die fluit en
accordeon met mekaar als het ware beginnen te converseren. De bas vlecht zich
daar mooi tussendoor. Gemaakt voor een zomerse dag… ‘Silvana’ is daarna héél
kort, schept de illusie dat er bastuba bijzit… Na ‘Kater’ dat hier op track 7
onder gezelschap van Jessa z’n vervolg vindt, komt er nog zo’n klein stukje
muziek : ‘L’homme marche droit’, de aanzet voor een pianowalsje ? Ontknoping van
die korte muziekdingetjes vindt je wellicht in ‘Then at least’, wat slavisch,
mooi gebast en die lyrische soprano sax van Philippe mag d’er ook telkens
wezen…het einde wordt afgestreken door Vincent op bas. ‘Tzygane’ heeft ook die
Slavische zigeunerziel. Je ziet hierbij de dansgroep in kleurrijke klederdracht
al paraderen. Dat Tuur geregeld door dansgroepen wordt gevraagd zal wellicht dan
ook niemand verbazen…
’Stilte voor de storm’ klinkt ook als die stilte… mistige landschappen doemen op
voor je geestesoog. Korte stilte echter wegens slechts 1’35’’ lang en die storm
blijft ook wel weg. Flink doorstappende bas voert je door ‘Bangkok ou ailleurs’,
de compositorische bijdrage van Vincent Noiret, lichtvoetig en goed verteerbaar
en ’Con Largos’ refereert daarna aan het Braziliaanse avontuur van Tuur
Florizoone en is niet té lichtvoetig,er zit wat drama tussen,dat voel je
zo…
’Orange for tea’, titelnummer, vraagt stilte en een luisterend oor. Gevoelig,
troostend, hoopvol, geschreven voor een vroegtijdig overleden vriendin, Leen
Blyaert.
Zéér sterke CD of hadden we dat al gezegd?(Winus)
Op deze easy listening CD start Jan met het bekende ‘Flamingo’ van Grouya. Aardig gespeeld,
dat wel maar verder schuift dit toch maar onopgemerkt voorbij… Hetzelfde mag
gezegd van nog zo’n bekend thema: ‘Old Devil Moon’, een latin swingertje dat op
een te laag gestookt vuurtje verder pruttelt. In ‘Too marvelous for words toont
Jan dan voor het eerst zijn vocale kwaliteiten en scat er in het begin lustig op
los. Het nummer valt echter nogal snel stil, is amper 2’21’’ en da’s jammer want
meer tijd gaf ook wat meer kans voor méér scatwerk. ‘On a slow boat to China’
van F.Loesser en weer zo’n bekend nummertje, heeft meer tijd en laat dan ook de
kans aan Johan Sabbe om éven te soleren. Ballads voldoende op deze schijf en ‘I
fall in love too easily’ is er daar weer één van. Bekend van Frank Sinatra maar
evengoed van Chet Baker en op deze track is er ook wat plaats voor een bassolo
door een al jaren bekend Muës begeleider, Flor Van Leugenhaeghe. Ruimte voor
eigen composities ? Nauwelijks, maar ‘Glad to be me’ is daar wel zowat de
leukste onder met naast aardig trompet/bugelwerk ook hier weer een zingende Jan
die het over z’n obsessies heeft en toch ‘Glad to be me’… Daarna is het weer
slowtime met evergreener ‘Moon River’ van filmmuziekmaker Henri Mancini. Very
lowdown tempo en haast slaapverwekkend, sorry hoor. Geef mij dan maar ‘Darling,
je vous aime boucoup’ van Anna Sosenko. Grotendeels gezongen maar hier
prefereerden we toch de live versie want tijdens de CD-voorstelling kwam daar
het ‘darling’ met rollende r beter uit en leek het geheel ook wat geestiger…
Ingezet door Luc Vandenbosch op drums doorloopt Jan op ‘That old feeling’ de
trompetschool om gauw te tonen hoe het wél moet. Een Johan Sabbe, steeds
ingehouden op piano, staat Jan bij met een geïnspireerde solo. Klassiek wordt er
uitgeblazen. Die trompet valt daarna hoogstemmig in op alweer zo’n ouwetje:
‘Laura’, waarop Jan zowat in z’n beste doen is. Met vork op de snaredrums en een
eindje om door de bas helpt de ritmesectie het geheel naar het einde. De demper
gaat er dan op en braaf ouderwets komen we door ‘Walking my baby back home’ .
Haal dan de paraplu maar boven voor het eigen ‘Rainfall’. Ook weer een ballade
maar dan één van eigen hand en dat geniet nog steeds de voorkeur, wat ons
betreft. Ook hier weer een Jan in goeden doen. Opgegroeid en begeesterd door de
50-er jaren muziek is het niet verwonderlijk dat we er daarna weer zo ééntje
krijgen. Was het Billie Holiday die ons vroeger influisterde …’ You don’t know
what love is’?...
We gaan er om te eindigen met song 14 verdorie uit op een samba-ritme:
‘Baubles Bangles and Beads’. Conclusie : very easy listening soft jazz die
weliswaar een groot publiek zal aanspreken maar de verwende Belgische jazz
liefhebber in de kou laat. Na jaren met het uitstekende Jan Muës en The Musetrap
gezelschap hadden we liever een CD uit die richting zien komen met absoluut
authentiekere ‘levende’ muziek. Hopelijk krijgen we bijtijds dan ook een
revanche van die kant.(Winus)
Purzelbaum
Unlimited,dat zijn pianiste Catherine Smet en zangeres/vocaliste Anja
Kowalski,ook bekend van o.a. het te gekke FES. Dit duo bestaat al langer dan
vandaag en we zagen beiden al meer dan eens samen aantreden. Een samenwerking
die bevalt blijkbaar. ‘Purzelbaum’ is de Duitse vertaling voor koprol en
verwijst, zo zegt de bio, naar het duo’s ‘duistere verleden met aerobics’.
Duister gaan we alleszins van start met woorden van Gottfried Benn en muziek
daarrond van mooie Anja. Zwaar aan de start,zo gaat dat met aerobics. Op z’n
Frans daarna en dat wordt al wat speelser maar voor Anja wordt het gauw genoeg
:’Assez’! Talencarrousel dus en het volgende nummer ‘Day break’ met die zo
typische piano aanslagen van Catherine zet ons even maar in het daglicht
(1’58’’) op tekst van Georgiev. ‘203 Amity Street’ begint dan erg jazzy, wordt
al gauw vertellend en vocaal improviserend door Anja die dat met Flat Earth
Society ook al zo onnavolgbaar kan. Leuk ! ‘Sonnet from the Portuguese’ is erg
mooi op piano,lyrisch en knap gezongen . Vele zullen dit (maar helaas onterecht)
de eerste ware song vinden op deze ‘Dő’.. Daarna gaan we passioneel met wat
Zuiders in ‘Dança da Solidão’ Klassevrouw toch,die Anja Kowalski.
Geboeid,geamuseerd,in vervoering, zij maakt wat emoties los ! In ‘Now is the
time’ op tekst van Georgiev en Kowalski danst de piano vrolijk rond diezelfde
vocale speelvogel . Catherine Smet zette ook dit op muziek en die typische
speelstijl herken je na een tijdje tussen veel anderen.’Kleines Liebeslied’
brengt ons terug naar het begin van de CD . Duitse taal dus en weer wat zwaar op
de hand,liever wat anders…’Liesschen Walzer’ is inderdaad anders…een walsje,een
‘Purzelbaum walsje’ welteverstaan en Anja ziet ze vliegen met haar
blaasmuziekje… Af en toe flirten we ook wel met chanson en dat gebeurt ook met ‘Clairon’,we
walsen verder op de kousen… en daarna krijgen de mannen een veeg uit de pan in
‘L’amour des hommes’…’Si les hommes nous aiment,c’est pour eux ‘. ’t Is maar dat
je’t weet. ‘ Aurore Boréale’ is weer zo’n typisch Purzelbaum stukje. Allemaal
kortverhaaltjes die alleen al door de manier waarop ze gebracht worden, je in
stilte doen verzinken.’Game over’ met een Catherine Smet die magistraal inzet
krijgt een zeldzaam jazzy aura over zich .Smaakt op één of andere manier naar
Joe Jackson...‘Weird
Nightmare’ ,een bewerking van een Charles Mingus stuk sluit deze schijf op
gepaste wijze af. Een CD die je leert luisteren,niet echt jazz maar wel grenzen
aftasten tussen jazz,chanson en improvisatie. Aanbevolen om ook eens live mee te
maken !
(Winus)
We misten
het optreden van de Ilse Duyck Group vorig jaar op de Mechelse Jazzzolder en
deze CD is dus , so to speak, een allereerste kennismaking, al had de band al
eerder in 2002 een eerste Cd ‘Behind’ uit. Het bevalt al direct met het eerste
‘A little odd mistake’ dat drijft op de bas van Philippe Aerts, grote meneer,die
er live weliswaar niet steeds bij is,maar dan voortreffelijk vervangen wordt
door Christophe Devisscher. Ilse heeft er zin in en brengt een aanstekelijk
enthousiasme dat zich verder zet met zwierig pianospel van Paul Flush en
akoestische gitaarplukken van Filip Verneert,die we wél al eerder zagen op de
zolder, al was dat toen in minder geslaagd gezelschap (Djazzperado,en daar
zullen we verder maar over zwijgen…)
‘Elba’ is de volgende eigen compositie op tekst van Dirk Van Esbroeck en laat
Ilse vocaal over wolkjes lopen. Het is een sterke ‘group’ die haar omringt en
het hechte samenspel maakt dat het een plezier om luisteren is. Beetje popsong,
refereert wat naar Kate Bush en mooi verhalend met Paul Flush aan accordeon en
piano. Heel fragiel gezongen is ook ‘Eternity’, een beetje melancholisch en
steeds met aangepaste muzikale omlijsting … subtiel met Luc Vanden Bosch op
drums. Zo vervolgen we ook op ‘For you’ met uitstekende gevoelige tenor van gast
Dieter Limbourg. Breekbaar en ook mooi vertaald naar woorden…Feel the beauty
just to be… Tijd dan voor wat meer up tempo en schwung met het latin getinte ‘Fly’.Goeie
tussendoorsolo van de begaafde pianist en mooi naar het einde gedreven door de
bas van Philippe.. Luc Vanden Bosch gepast op percussie en Ilse scattend weg… En
dan horen we voor het eerst Ilse aan de cello want naast vocaliste is Ilse
natuurlijk ook een begaafd celliste met diploma van de muziekacademie van Gent.
We deinen wat verder op de ingeslagen,rustige weg met ingetogen
nummertjes,begeleid door gepaste gitaartokkels en stemmige piano…het lijkt me
even wat té rustig…deze ‘Return’ en ook ‘A Love affair is weer heel erg
breekbaar. Meer bloed in de aders dan heeft ‘Shadows’ met Paul Flush op de
Hammond en een Filip Verneert die electrisch gaat en zo dan heel erg Philip
Catherine benadert. Schone solo en sterke song als geheel, mooi zo ! Maar Ilse
heeft duidelijk een voorkeur voor het intimistische werk. Daar wordt zij in ‘Rue
du Soleil’ goed in bijgestaan door haar eigen ‘group’…’Dit is de groep waar ik
al jaren van droomde’ laat zij zich dan ook graag uit over het groepje puike
muzikanten waar zij zich mee omringt… Even verder wordt er weer met latin
geflirt in ‘Theresa’, Filip Verneert bespeelt voortreffelijk de Spaanse gitaar
en Ilse strijkt een handje mee. Datzelfde ‘Theresa’ krijgt trouwens een paar
nummers verder als bonus track nog een Nederlandstalige tekst mee en klinkt
eigenlijk ook best lekker zo. Maar eerst krijgen we nog het enige, niet eigen
nummer: ‘Moody’s mood for Love’, een eigen interpretatie van deze evergreen en
standard. Wat speelse verliefdheid in een jazzy mood. Afsluiter wordt de
titelsong ‘Exhale’ …Heel bijzonder nummer, gestuwd door de ritmesectie. De
wahwah-gitaar en de Hammond van Paul Flush geven bovendien dat dit nummer een
hele seventies aura boven zich hangen heeft…Psychedelisch en heel ongewoon…
Eindconcusie : na meer dan tien jaar in diverse groepen,musicals,bands en
bigbands lijkt het er op dat Ilse Duyck haar plaats gevonden heeft. Pop met
sterke jazzy inslag en omringd door een hecht gezelschap. Van deze fijne
vocaliste die bovendien haar eigen nummers componeert horen we spoedig nog !(Winus)
Pascal Schumacher Quartet: 'Personal Legend'
Deze tweede
van het Pascal Schumacher Quartet stort ons na een korte prelude van Pascal op
een zweverige vibrafoon,verder in een energieke werveling waar beide solisten
(Jef Neve aan piano naast Pascal op de vibrafoon) zich uitermate goed bij voelen
. De 25 jarige Pascal die eerder vorige jaren reeds aardig in de prijzen viel
(in 2004 een eerste prijs én de publieksprijs op Tremplin Jazz Avignon FR) en
onlangs won-ie nog in november 2005 de Belgische Django d’Or in de categorie
‘nieuw talent’) vindt in Jef Neve, aan piano, de geschikte sparringpartner voor
abrupte tempowisselingen die de ‘Kitchen Story’ stoofpot weer erg lekker
maakt.Teun Verbruggen op drums beroert daarbij gepast het kookgerei en bassist
Christophe Devisscher troont daarnaast als keukenmeester en houdt alles in het
gareel. Lichte vingers en dartel gehos over de pianotoetsen en vibrafoon in het
enige stuk waarvoor Jef tekent op deze ‘Personal Legend’. ‘Flim Music’ begint
als enkele regendruppels bij een fris buitje,uitmondend in een fonteintje van
zomerse koelte.Subtiel bijgedrumd en steeds met dat betoverende vibes-geluid,
niet moeilijk dat alles dan zo sprankelend klinkt…het buitje sterft zachtjes uit
onder de vingers van Jef…Christophe Devisscher zorgt daarna voor een
verkwikkende wandeling met ‘Quartz’,tevens van zijn hand. De baslijn leidt het
stuk doorheen de soli van Pascal en Jef die qua virtuositeit niet voor mekaar
moeten onderdoen.Teun drumt daar heerlijk doorheen .De wandeling rondt zich
gepast af.Bestemming bereikt ! ‘Personal Legend’,het titelnummer, is een mooie
ballad met een verhaal: There is a personal legend to achieve.Going further,going
back, there is a Personal Legend to live…Mooi,maar spijtig wat voortijdig gedaan
naar mijn smaak…de legende moet nog geleefd worden…
’You & The Night & The Music’ waarbij de pianovleugel van Jef imposant in het
begin naar de voorgrond treedt,wordt gauw een podium voor de ritmesectie.
Christophe vertellend en Teun daarbij instemmend knikkend tot de solisten beiden
weer indrukwekkend aantreden.Tegen het einde krijgen we verdorie nog een
latijnse afronder…Een stuk was dit van Arthur Schwartz en Howard Dietz en één
van de twee niet eigen composities.Twee composities,daar zorgde Christophe ook
voor en met ‘Sailplane’ krijgen we hier de tweede alweer.Zwevend op een
briesje,zo mag een bas ook wel eens klinken… Voeg daar de speelsheid van Jef,
always light van de vibrafoon van Pascal en het cymbalenspel van Teun bij en je
hebt een perfect rielekste song… Haast even perfect sluit zich daar ‘Leap Year’
van Pascal Schumacher bij aan, meer jazzy maar evengoed lekker onderuit.Tot het
tempo je verder wervelt.In de studio was het evengoed zo want instemmend hoor je
daar een shout van Jef,dacht ik zo ?’The Ankh 2’ is dan een licht roffelende,cymbalen
plengende Teun,een prelude van het laatste nummer : ‘Los Dos Lorettas’van de
hand van Mike Mainieri en geen high tempo waar je je dan wat aan verwacht maar
een ingetogen gebrachte siëstajazzsong. Abrupt einde,een paar maten vroeger dan
je verwachtte. …Caramba !
In het geheel gezien is deze ‘Personal Legend’ echter een terechte keuze voor
deze maand,Dit is een quartet dat heel wat in z’n mars heeft met 4 buitengewoon
sterke musici die samen de perfecte vier-eenheid vormen ! Draai dit op een high
performance geluidsinstallatie !
(Winus)
Hendrik Braeckman Group feat. Bert Joris & Kurt Van Herck: ‘til now'
De titel van dit eerste eigen album van Hendrik Braeckman wijst
waarschijnlijk op de lange tijd dat hij ons heeft doen wachten op dit werkstuk.
Hendrik staat al haast twintig jaar als sideman of lid van diverse gezelschappen
op de scene zoals recentelijk nog bij Ancesthree, naast Ben sluys en Piet
Verbist,maar zat ook al eerder bij het BJO en in onwaarschijnlijk vele
combinaties met medekompanen of in projecten met o.a. Toots Thielemans, Frank
Vaganee,Jeroen Van Herzeele, Rony Verbiest, Peter Hertmans, Bart Defoort en ga
zo maar door. Chansonniers zoals Johan Verminnen en Wannes Vandevelde deden
trouwens ook al beroep op Hendrik’s muzikale talenten. En dan is er nu dus ‘til
now, een gans eigen project met 11 eigen composities. Ook al de arrangementen
zijn van Hendrik’s hand. Op dit fijne werkstuk omringt hij zich met de fine
fleure van de Belgische Jazz en dat met een gevarieerde bezetting,nu eens met
z’n allen en dan weer zonder de blazers.Maar eerst krijgen we een solostuk, het
spacy ‘Colours’,een aankondiger van wat volgt. De CD wordt trouwens gepast
afgesloten op eenzelfde manier Broertje ‘Colours’ hangt ook achteraan.
Opvolger ‘Santa Margerita’ wordt gebracht door het ganse kwintet met soli van
achtereenvolgens een sterke (is-ie ooit anders ?) Bert Joris op trompet, Hendrik
zelve op zijn ‘Jacky Walraet gitaar’, een heel rielekst spelende Kurt Van Herck
op de tenor en Piet Verbist aan de bass. Jan de Haas op drums krijgt later z’n
beurt nog wel. Heel lekker jazzy nummer,deze CD wordt een snoepertje ! Wat
melancholischer wordt het in ‘Fluit’ met een dialoog tussen de twee blazers.
Hendrik komt gepast tussenbeide en aan het ‘gekibbel’ komt een einde. De bass
laat ook z’n zegje horen maar het is Hendrik die verzoent en harmonieus naar het
einde begeleidt. Met ‘Felix’(genoemd naar één van z’n kinderen) wordt het wat
intiemer want zonder de gastblazers. Mooi nummertje en verfijnd gebracht.
Aandacht voor de melodie en ook het gitaarspel treedt duidelijker op de
voorgrond. Jan de Haas krijgt hier wat ruimte voor een subtiele solo,beheerst en
accenten op de plaats. Mooi ! Dat het ook met blazers intiem kan,bewijst ‘Nemo’
dan weer. Bert op de flugelhorn, solo en dan weer mooi aangevuld door Kurt Van
Herck. Een nummer dat zachtjes verder drijft… Voor continuïteit zorgt ‘Indisch’
met een in vervoering blazende Kurt Van Herck op sopraansax.En steeds is daar
Hendrik die het geheel overwaakt en in goeie banen leidt, zonder ooit
opdringerig te zijn. Niet dat de songs neiging zouden hebben tot
‘ontsporen’,nee,nee.. het ‘past’ allemaal. Hier werd liefdevol werk van gemaakt…
‘Nathalie’ haalt ons weer uit dromenland met swingende
gitaarloopjes en de blazers weer beiden aanwezig .Soli zoals we ze graag horen
in een vingerknippend very jazzy jasje. Alleen het einde bevalt zo niet maar
da’s een kwestie van smaak. ‘Cecilia’ is weer een compositie die de naam van één
van Hendrik’s kinderen draagt. Mooi gebast door Piet en net als de vorige
compositie één van de swingende nummers op deze CD. En dan krijgen we ‘Karl’,met
z’n 10,06’ het langste nummer uit deze goedgevulde schijf,in z’n totaliteit
goed voor 64 minuten muziek !’
Karl’ is niet meteen het makkelijkste melodietje, maar het sleept je wel mee,
gedragen door de ritmesectie en doorheen de geïnspireerde solopartijen van Bert
en Kurt.
Met ‘Clara’ ken je nu meteen ook de naam van de derde Braeckman junior.’’Clara’
heeft een Spaanse feel, is warm en volbloedig en inspireert tot mooi basswerk
van Piet Verbist. Ook Jan de Haas voelt zich goed in het ritme. Geen Bert Joris
of Kurt Van Herck te bekennen op deze compositie maar het kwartet voelt zich als
een vis in het water. Karaktervol nummer waar het gitaarwerk van Hendrik weer
uitstekend naar voren treedt. En dan hebben we het helaas bijna gehad. ‘Colours’
zet een acoustisch solopunt achter een uitgebalanceerde CD met veel aandacht
voor vorm en inhoud. Een aanwinst voor je CD-rek en uitgebracht op het DE WERF
–label. Dat staat intussen voor kwaliteitsproducties,dat is ons bekend. En laat
ons voor de volgende weer geen 20 jaar wachten, Hendrik !
(Winus)
Contrasten en
stemmingen doorheen verhalen die deels uit song en deels uit improvisatie
bestaan maar wel steeds geworteld in een jazztraditie,dat is Moker,de groep die
rond en met gitarist Mathias van de Wiele in 2000 ontstond en intussen al heel
wat podia zag in binnen en buitenland. Zo werd deze 5 mans
Belgisch-Italiaanse-Gentse formatie gekozen door het grensoverschrijdende
Jazzunlimited om in het voorjaar 2006 het stof uit de Noord Franse cultuurzalen
te blazen.Want energetische muziek mag je verwachten in een niet steeds
voorspelbare set.Kan ook niet anders als je weet dat oa Bart Maris hier naast de
electronics ook zijn vertrouwde trompet beroert ! Moker vaart er met de
letterlijke sneltrein in op ‘Kinky Business’ en je weet meteen (of misschien ook
niet) wat je nog te wachten staat. Hier alleszins nog binnen de grenzen van het
songwezen nog gevangen.. ‘SOS’ ,wat volgt is een mooie statige parade voor ‘de
Konglong’ of hoe noemt het gelaarsde beest op de hoes anders?...Alleszins een
mooie song zondermeer .Met ‘Konglong’ krijgen we gasten Joachim Badenhorst op
klarinet en Frederik Heirman op de trombone erbij. Geeft direct zo’n heel big
band gevoel…tot die big band zich oplost in electronische spielerei…’Dialogues
on statements’ sluit zich naadloos aan, is een conversatie in de jungle waarbij
ook de bass zijn zegje mag voeren. De gitaar van Mathias is hier de spil waar de
rest zich mooi aan toevoegt. Mathias, die voor 11 van de 14 tracks tekent leidt
ook ‘Autumn sketch 1’ in. Tempowisselingen maar verder het soort jazz waar wij
graag vingerknippend bij zitten te wezen.’Emond’ laat Dajo De Cauter inbassen en
rondkuieren en de partijen wat bijkomen want daarna komt ‘Force ceu’ reeds met
kletsende billen, of biljartballen als je wil, binnenswingen. Roffelende
Giovanni Barcelli aan de drums en daarna gekibbel aan de biljarttafel. Bart
Maris heeft het laatste woord…In ‘Koart bilde’ wordt er nagekaart. Intelligente
gitaar Mathias heeft z’n argumenten maar daarbij houdt vooral bassist Dajo De
Cauter ook niet af !
’Carambole’ houdt ons nog even rond het biljart met mooie percussie, sterke
saxsolo van Zeger Vandenbusche en dat rond een mooi jazzrhythm. Moderne jazz met
karakter. Met ‘Moker1’ verlaten we even het rechte pad voor een
improvisatieronde maar ‘Crush my bones’ is weer stevig en waarlijk FES in het
klein? Boeiend in ieder geval en uitnodigend om deze mannen (weer geen enkele
vrouw in dit kwintet) live on stage bezig te zien. ’Shaded’ dient zich daarna
aan als een ‘Mokerballade’,wat liefelijk en voortreffelijk bij een circusact van
evenwichtskunstenaars…’Moker 2’ brengt vervolgens een laatste keer de
gastblazers in een open improvisatie…Electronica op de achtergrond en de bassist
strijkt af. Deze ruim 72 minuten durende CD eindigt dan very jazzy met ‘Dulan’.Mooie
soli tegen een aanhoudend hoog tempo. Werken, die ritmesectie ! Hier en daar ook
weer het rechte pad af, zoals het hoort in a real Moker tradition. Met Moker
heeft Vlaanderen eens temeer weer een ensemble om mee uit te pakken en dat
bewijzen ze uitgebreid met deze 2e CD !
(Winus)
Amina Figarova : 'September Suite'
Aangegrepen door het tragische 9/11 gebeuren, waar zij heel kort
bij stond (Amina trad de avond voordien op in de New Yorkse ‘Blue Note’)
schreef zij deze, in 2005 uitgebrachte, schijf. Dat was meteen haar tweede al
dat jaar voor het gereputeerde Munich records.
Deze in Rotterdam verblijvende Azerbeidzjaanse pianiste kreeg een klassieke
scholing als pianiste/componiste, zocht ook al heil in de musical maar keerde
zich uiteindelijk toch naar de jazz waar zij met deze productie reeds aan haar 9e
jazzCD toe is. Ik zag haar reeds op een vroegere editie van de Mechelse Jazzdag,
toen nog met haar septet, maar evengoed speelt ze in kleinere bezettingen zoals
kwintet en trio, weliswaar steeds met de voor haar vertrouwde muzikanten zoals
de Belgische fluitist Bart Platteau, tevens haar levensgezel in Rotterdam. Maar
veelal kiest zij toch voor een uitgebreidere formatie in sextet of met zeven
waar we naast een keurtje van Nederlandse muzikanten ook nog de warme,rustige
tenor van Kurt Van Herck in terug vinden. Op ‘September Suite’ houdt ze het wat
intimistischer, stemmiger, met een sextet waar naast de reeds eerder genoemden
we ook Wiro Mahieu aan bas en Chris Strik op drums aantreffen.
Oh ! en natuurlijk ook ‘onze’ Nico Schepers aan trompet,en dat in plaats van de
vertrouwde Marcel Reys. Het eerste nummer ‘Numb’ draagt al behoorlijk wat
dramatiek in zich met die repetitief aangeslagen basnoten. Gevoelig gesoleerd
daarna door Kurt Van Herck, gevolgd door het mooie pianospel van Amina in een
eerste bijzonder mooi nummer dat deze suite inleidt.’Emptyness’ krijg je daarna,
waar je in gedachten zwart/witte beelden kan bijdromen van ‘ground zero’… Nico
Schepers blaast hier de goeie toon. Krachtig maar beheerst. Mooi is het als je
hoort hoe de ritmesectie dit netjes in-en omkadert. Met ’Denial’ begeven we ons
daarna terug in het drukke New York. Life goes soft boppin’ on… Even dan toch
maar… De composities van la Figarova rijgen zich evenwichtig aaneen, bieden rust
en opwinding en ‘Photo Album’,waarin het fluitspel van Bart Platteau de zinnen
streelt, vervolgt…Sterke muzikanten, erg teer ook gebast van Wiro Mahieu .
‘Rage’ is ..outrageous…Houdt het 9/11 gegeven in je achterhoofd en denk : waarom
?...
‘Trying to focus’ is waar Nico Schepers wel van houdt en aansluitend soleert ook
Kurt Van Herck in dit high tempo stuk. Wanneer je na de pianosolo de blazers
hoort invallen, dan voel je dat deze muziek best door grotere bezettingen kan
worden gebracht. Dat is een gegeven dat je wel meer hoort en leest over de
muziek en composities van Amina Figarova. In ‘When the lights go down’ komt de
piano mooi naar de voorgrond, verhaal en sentimenten naar muziek vertaald. Een
compositie voor het halfduister van de concertzaal… Naadloos gaan we over in het
ontwaken van ‘Dawn’,en ook ‘For Laura’ sluit zich bij die opgebouwde sfeer aan.
Wat meer ontspannen misschien, maar dat komt dan door het vrolijke geluid van
de dwarsfluit natuurlijk. Voeg daarbij de trompet van Nico Schepers en de
bossanova is even later niet veel verder meer…tot ‘For Laura’ ook uitsterft in
de repetitieve basnoten van ‘Numb’, begintrack die tevens hernomen wordt als
eindiger en die zet ons meteen terug in de realiteit van het begingegeven,
tevens thema van deze September Suite :9/11. Eindbeoordeling : Magistraal werk
van een pianiste die al lang de landsgrenzen van onze Noorderburen heeft
doorbroken,een pianiste/componiste met wereldfaam. En terecht !(Winus)
We
schreven eerder al : ‘Gekozen,
niet zozeer voor de expliciete jazzy kwaliteiten van de schijf, maar meer als
geheel,’Urban Multi-muzikaal product’, eigentijds en jawel ook deels gekozen
omdat hier toch een ruime schaar van ondermeer jazzmusici mee aantreden, gekozen
dus als 'JEZZKEES' voor de maand mei. Dynamische multiculturele stukken big
city muziek, met veel energie gebracht door een 13-koppige bigband en bijgestaan
door tal van gastmusici...We dachten al de vettige mondharmonica te horen van
Steven De Bruyn en de vrolijke bende van het 'Orkestra Braka Kadrievi', die een
tijdlang tot in de vroege uren in de Hnita jazzhoeve rondhing, is ook van de
partij ! Vermoeiend wegens overvolle batterij, geen kleffe pompoensoep maar een
full size vegetables wereldsoep met ballen !’
Geen gewoon stukje muziek
dus maar een Zappaiaans geheel met invloeden uit heel wat richtingen. We zijn al
aardig wat gewend met Flat Earth Society en intussen ging Moker ook al een eind
die weg uit maar dit gaat veel verder ! Na een hilarische fanfare met
pijporgel, een van de pot gerukte ‘Dominique’ van Soeur Sourire, gaan we er echt
hard tegenaan met ‘Hand of God’,zoals eerder vermeld, met een harmonicapartij
zoals alleen een Steven De Bruyn die kan geven. Harder en sneller kan ook want
‘Damaged ID’ gaat vervolgens aan hoog tempo door hoofdstedelijke straten, scherp
in de bocht, tot het onvermijdelijke accident toe ! Met ‘Isocube’ starten we dan
maar in de stationshal, voices, wat latino ritme en voorwaar wat jazzy solo
tegen een brassband achtergrond… Arabesk begin daarna met algauw een
tempo/genrewissel en ‘Illuminas’ blijkt een heel geslaagde mix waarin vocals,
violen en diversen zich graag laten mixen. ‘What do you call people who take
children’ stelt een stem aan de telefoon. ‘Parents’ ! is het Groucho Marx
achtige antwoord aan het andere eind van de lijn. Fun is in the groove,
brassband ,hardrock ,dit is ‘Have you ever been…’… …even krabben en overdenken
maar dan is het al gauw gedaan. Het tempo ligt erg hoog en soms heb je de indruk
dat de loopband wat te snel staat…help !...ik kan niet volgen…het dametje in
‘Come and get me’ is blijkbaar ook de weg kwijt…Surrealistisch sfeertje,
achtervolgingswaanzin en dan valt de nacht. Percussie, trompet, dreiging en
ontknoping in ‘When the night falls’. Je hebt , bij het beluisteren van deze
schijf, heel gauw en dikwijls het gevoel dat je in een film zit en erger nog:
midden in de actie zelf! Dreigend hitsig is de ‘Fuck me’ ‘Sexploitation ska’.
Even wat minder met de Aka tango’ ? Neen dus. Hier geen sensuele lijven in een
Argentijnse tango maar bronstige saxuithalen en een ritme dat naar climax drijft
! ‘Sidewinder Blues’ komt geen moment te vroeg. Even dan toch een pauze, mooie
sax, drijvend orgel. Het begin van ‘Seven steps away’ kondigt dreigend onweer
aan maar blijft voorlopig bij mals buitje tot de regenvlagen volgen. Jawel,
Orkestra Braka Kadrievi is in the house ! Uiteindelijk komen we dan toch tot een
cartooneske climax, niet lang, want slechts een ‘Puppet Orgasm’. Hadden we de
sportstadia al gedaan ? Nee ? Olé dus en met ‘Chegu’ vallen we binnen. Plezante
boel, aanstekelijk en dus hop met die beentjes. Accordeon en orgel steken het
vuur aan de lont van ‘Hayati’ en de mannen van het Orkestra Kadrievi hitsen
verder op…’Song of celebration’ gaat in een afmattend tempo verder. Zin om wat
kilookes te verliezen,dans deze CD uit ! Zulke verbroedering loopt natuurlijk op
een dronkemanspartij uit en afsluiter ‘Lullaby for Mr. Cheese’ lijkt het einde
van dit feest…
Conclusie: erg vermoeiend allemaal, maar boeiend, een feest der verbroederende
volkeren in steden waar multilinguaal en multimuzikaal arm in arm gaan. Een
aanrader dus ook voor de oogkleppende medemens !(Winus)
Jazzisfaction: 'Open Questions'
Het is een
mistroostige bui die ons binnen leidt op deze tweede van Jazzisfaction. Het
nummer heet dan ook ‘Abschied’ en laat ons al meteen kennismaken met David
Petrocca , die inmiddels de plaats van onvolprezen Martijn Van Buel heeft
ingenomen aan de contrabas. Het is een sereen, ingehouden nummer,wat
melancholisch weliswaar maar zulke nummers hadden we ook al op eersteling
‘Issues’, denk maar aan ‘Alone’ en ‘Wehmut’, beiden ook van de hand van Peer
Baierlein, dus het zal een beetje de aard van ’t beestje zijn, denk ik maar …
Peer speelt echter gefraseerd en oprecht, geen vals gehuichel, dat voel je wel.
Dat Martijn Van Buel in David Petrocca, al direct een waardig opvolger gevonden
heeft, na zovele jaren zelf in de band, staat buiten kijf. David heeft zich
volledig in dit gezelschap ingepast. Zo is ‘Alba Nuova’, het volgende nummer, er
al direct één van David’s hand. Het sluit mooi aan bij het vorige, geeft David
de kans om te soleren, waarna Ewout Pierreux, mogen we zeggen : één van onze
meest getalenteerde pianisten, op zijn beurt dan weer aansluit. Yves Peeters, de
man van 1001 projecten en zeer bedreven drummer /percussionist, bevorkt zachtjes
cymbalen en troms en weet het exacte geroffel te vinden. Nasheet Waits, drummer
uit NY USA, kan dat dus ook en Yves laat zich graag meeslepen in ‘Nasheet never
waits’ ,een up tempo jazzy stuk met abrupt einde. ‘Hope’ voert ons middels mooie
baslijnen en een lyrische Peer naar een knappe pianosolo, een echte piano en
geen Fender of ander surrogaat en dat Ewout dat gevoelig en met passie kan
brengen weten we ook alweer sinds we hem onlangs solo op de piano zagen, dat was
in de Hnita jazz hoeve, bij de Juul…
‘All it takes
is a good sniper’ is een voorthaastende walking/running bass op de vlucht met
een Peer Baierlein die aanvoert én aanspoort en ook Ewout draait mooi rond het
thema . Het kan niet baten, de sniper legt toch aan en legt neer…
So far voor wat opwinding betreft. ‘Simple truth’ brengt berusting. Slechts de
vleugel en een ingetogen trompet…een rustpauze na de jacht. Maar fout dus ! Die
zogenaamde rust blijkt slechts een intermezzo. In hoog tempo gaat het even later
verder , bergop, bergaf, …Een heel energieke Ewout Pierreux neemt over van Peer
en vlugge vingers van Petrocca leiden naar een druminterventie van Yves, die
steeds de band in het juiste spoor houdt.
‘Open Questions’, titelnummer daarna, is een ballad, een walsje op pantoffels,
zachtjes bij kaarslicht. Oogjes gaan dus dicht en een aandachtige luisteraar
geniet...En hoewel het tempo wat later dan toch verhoogt met ‘Blow’, die
aandacht blijft... Je hoort de muzikanten nogmaals soleren en je weet dat je
hier in goed gezelschap verkeert, dit is echt een puik ensemble ! Het is dan ook
even wakker schrikken op de funky tonen van ‘Angst’. Fender Rhodes klanken en
ook bij de trompet gaat de demper er op. Een post Miles tune mag er,wat ons
betreft,best bij zijn, en met ‘Angst’ krijgen we die hier er bovenop. Ook de
vorige CD, ‘Issues’ sloot af met een uitspringertje, dat heette toen nog cacao
remix van ‘Epilog for a lovely killer’ en dat was eigenlijk nog méér een
buitenbeentje want een soort van ‘techno jungle remix’.
Eindconclusie : een waardig vervolg op ‘Issues’ met mooie ballads en tunes
alhoewel hier wel minder memorabele stukken op staan dan op de vorige. Geen
equivalent dus voor ‘Mobile Home’ of ‘Sunwalk’ of ook nog ‘For shorter reasons’
maar we vinden hier wel een groep met individuele talenten die met Jazzisfaction
een nu al méér dan behoorlijk repertoire kunnen voorschotelen en waar we in de
toekomst zeker nog meer lekkers mogen van verwachten !(Winus)
Voor Octurnproducties
geldt vooral de boodschap om aandachtig te wezen want wat zij brengen is niet
zelden een complex stukje muziek. De toelichting in de persmap plaatst het
onstaan van dit avant garde project ‘uit een ontegensprekelijke betovering,
meerbepaald een wandeling rond het Tibetaanse boedhistenklooster van
Pemanyangtse in Sikkim, ’s morgens vroeg bij zonsopgang. Een processie, de
roephoorns, de klokken,het monikkengezang, spelende kinderen, dorpen in de
omgeving die ontwaken en het Kanchenjunga in de verte- een fantastisch gevoel
van evenwicht dat voortkomt uit de creatieve trillingen van een plek, op een
bepaald moment…
De titel van het album verwijst naar Tara, één van de oudste spirituele wezens die de scheppingsmythen symboliseren en waarvan het Tibetaanse boeddhisme 21 emanaties vereert. De witte Tara, die het woord belichaamt en de Groene Tara, symbool van de bevrijding, zijn daarvan de belangrijkste. Deze inleiding geef ik er graag bij om de sobere layout van de hoes (gewoon wit met rode opdruk met de namen van de artiesten, tracktitels en credits ), lay-out van de CD’s zelve (enkel opdruk van titel en platenlabel), alsmede de foto’s in het booklet (Tibetaanse bergen) te plaatsen. CD’s dus, want het betreft hier twee exemplaren waarvan CD2 de remix is door Dré Pallemaerts en méér.
En
dan nu de muziek die zich best integraal laat beluisteren en niet track by
track. Muziek, trouwens volledig van de hand van Bo van der Werf, eveneens te
horen aan de bariton sax…
Fabian Fiorini aan piano leidt in waarna Magic Malik aan fluit hem kosmisch
bijtreedt. Bij een dreigende baslijn komen ook de anderen er aan. Klinkt
allemaal heel spacy en groeit en eindigt als coda tot aan de vierdelige
‘Kanchenjunga suite’. Part 2 daarvan, ‘West’ schetst een ontwaken in een soort
van mechanische wereld ( je kan het niet laten om in beelden te denken bij dit
soort van muziek, en in mijn geval zijn dat erg surrealistische scènes, een
ontluiken van metalen bloemen in een wereld van onwerkelijke kleuren, net als de
foto’s in het booklet)…. Alt sax van Guillaume Orti gaat in conversatie met de
fluit van Magic Malik maar ook de anderen dienen van repliek. Het sterk
ritmische drumspel van Chander Sardjoe maakt dit tot mijn favoriete part… Jozef
Dumoulin zet daarna part 3 in, of is het de gitaar van Pierre Van Dormael ? In
deze wereld van distorted sounds is het plaatsen van zulke instrumenten niet
steeds evident… De blazers vullen aan en het lijkt misschien of eenieder hier
sterk op zichzelf bezig is maar alles kneedt zich uiteindelijk tot een vormelijk
geheel. Part 4 ‘South’ leent zich dan weer uitstekend als klankbron bij de
hedendaagse video-art. Electronische bleeps en cracks worden aangevuld door
altsax, fluit en verstillende piano…’White Tara’, de volgende track is weinig
anders al blijft het hier bij de bleeps en de piano. ‘Emanations’ is dan ook een
welgekomen ritmische interventie al zijn de pianoaanslagen hier uitermate
irritant. Ze maken het geheel voor mij te log hoezeer Magic Malik met de frivole
fluit ook z’n best doet…En verdorie, die ‘pianostoornissen’ blijven ook in
‘Presence’ aanwezig, dat gevoel wordt zelfs nog versterkt, percussie ten spijt…
Avant-gardistisch mag dit allemaal wel wezen maar het straalt weinig blijdschap
uit en menig mainstream jazzliefhebber heeft intussen dan ook al lang afgehaakt.
Ook ‘Calcutta’ zal daar niks aan veranderen ondanks de werkelijk mooie sax en
bass-soli. Maar het moet gezegd dat je er hier toch meer dat ouwerwetsige
jazzgevoel bij krijgt en dat maakt dat ‘Calcutta’ dan toch een mooie finale is .
Wat voegt de 2e CD, de Dré Pallemaerts remix daar dan nog aan toe?
Dré, eens dé nummero uno onder de drummers maar tegenwoordig vooral met het
hoofd helemaal in de elektronische wolken, voegt alleszins in ‘ Roots’ meer
ritme toe. De remix van ‘Emanations’,daaropvolgend krijgt zo ook heel wat meer
schwung. Bass en drums houden er de vaart in en het geheel vormt zo een swingend
modern geheel. Lekkere duimbas, sterke keyboards, stomende drummer, percussie
…Dit is duidelijk en absoluut de betere versie ! Zo is ook ‘Orange’ heel
intrigerend met die voice van Malik tegen dat strakke ritme van een
reuzemetronoom. Dreigend is de sfeer en het einde haast hypnotisch. Weerom een
pluspunt ! Benieuwd naar wat Dré dan uitvreet met ‘Growth’…Dat blijkt dus een
soort jungle-feel te zijn met een Fabian Fiorini die deze keer niet zo ijl de
piano beroert maar wel uitgesproken de toetsen aanslaat. En natuurlijk zet Dré
er hier en daar nog wat elektronische geluiden bij. Afsluiter ‘Hogon’ vind ik
dan weer minder want die irriterende pianogeluiden zijn hier in elektronische
vorm weer terug. Het knap drumwerk van de ons totnog toe onbekende drummer
Chander Sardjoe maakt daarbij niet uit… Bovendien staat de track aangekondigd
als een stuk van 8’12’’ en houdt het inderdaad na die tijd ook op om na een
blok van 2 minuten niks, toch terug op te starten en nog even te vervolgen met
wat ons dan niet meer kan bekoren… Conclusie : een groep die zowel
internationaal als nationaal in de kijker staat en dat al méér dan 10 jaar,
brengt hier een niet zo’n toegankelijke productie die echter live heel wat
succes boekt ! Eigenlijk verbaast me dat niks want live heeft het oog ook wat en
blijft de aandacht op die manier gestimuleerd. Zo op de CD klinkt het allemaal
wat zweverig en zijn er weinige uitschieters. Mijn voorkeur gaat dan ook uit
naar de remix CD van Dré Pallemaerts die méér biedt om ook buiten de concertzaal
te kunnen blijven boeien. Maar zoals duidelijk mag zijn, is dit toch vooral een
productie om live naar uit te kijken…(Winus)
Nathalie Loriers & Chemins Croisés:
'L'arbre pleure'
Talentvolle Nathalie brengt
na een lange aanloopperiode en vorig succesverhaal ‘Tombouctou’(intussen alweer
uit 2002), terug een innemende CD uit bij producent De Werf. De pianiste met
internationale allure brengt voor deze gelegenheid hetzelfde quintet in de
studio als dat waarmee ze ook vorig jaar uitpakte op Jazz Middelheim. Maken
hiervan deel uit: de Italiaanse klarinettist Gianluigi Trovesi, de Franse
Algerijn Joël Allouche aan drums en uit eigen land de uitstekende en
veelgevraagde bassist Philippe Aerts naast de man die mede zorgt voor de
mystieke Oosterse toets: Karim Baggili ,oud speler en eveneens Belg, zij het
met Jordaanse en Joegoslavische roots. Gekruiste wegen bewandelen tussen twee zo
verschillende werelden, die van Oost en West,dat is de bedoeling en beginnen
doen we met ‘Kalila et Dimna’ ,een stuk waarin de klassiek geschoolde pianiste
voorzichtig aan de oud voorgaat om daarna in het thema ook de andere muzikanten
te vinden. Mooie kennismaking aan wat zal volgen…En daar zorgt Gianluigi op
hypnotische wijze in de aanloop van ‘A pas feutrés’ dan weer voor. Een héél
vredige tune,gelukzaligheid troef…Haast extatisch en te genieten met gesloten
ogen…’Neige’ is dan weer speelser, behoort tot de ‘West’ side van de CD en is
weer zo’n sprankelende compositie van de hand van Nathalie, die voor bijna alle
nummers tekende. Niet zo voor ‘Zaiak’, één van de twee bijdragen van Karim
Baggili. Hier is de oud dan ook nadrukkelijker aanwezig, eerst inderdaad wat
meer oosters maar als de band aansluit wordt het gauw ruimer en ook meer jazzy
door de klarinetpartij van Gianluigi. Nathalie’s pianospel verzoent beide
werelden. Ook in ‘Mister Lee’,eveneens van Karim, horen we een grootse pianiste
die koffie en melk verroert tot een welgesmaakt geheel. Hele mooie luistermuziek
en nog geen moment verveeld ! Arm in arm gaan daarna de piano en de oud in
‘L’arbre pleure’, titelstuk en een intimistische ballade,wat mistroostig maar wel héél errreg
mooi ! Une piece a deux…
’Machmoum’ vervolgt dan met een zangerige baspartij van Philip en Nathalie
is,zoals steeds, weer nadrukkelijk aanwezig met dartele vingers in een verder
temporijk stuk waar ook Gianluigi vragend en plagerig bijtreedt. De fade out op
dat moment begrijp ik dan ook niet zo goed… dit wordt ongetwijfeld live veel
verder uitgesponnen…’Lauberge des femmes’ wordt ingezet met een subtiele
drumpartij, Gianluigi gaat hier en daar door de bocht en terwijl de ritmesectie
verder het tempo aangeeft soleert de oud.
Op meesterlijke wijze, maar
ja,wat verwacht je anders van een BJO-pianist?... vervolgt Nathalie de solo om
hier groots af te sluiten. Het applaus in de zaal kan je er alleen maar bij
denken…Na zo’n opwindend stukje willen wij altijd wel eens wat bekomen en daar
krijgen we met ‘Le voyageur et son ombre’ nu de kans toe. Gianluigi is
meeslepend en het cymbalendrumwerk van Joël leent zich uitstekend bij dit
nummer. Philippe Aerts weet ook hoe hij hier en daar moet onderlijnen en het
lijdt geen twijfel, Nathalie weet zich met puike muzikanten te omringen ! Het is
dan ook spijtig te moeten vaststellen dat we met ‘Jour de fête’ het einde van
de CD al bereikt hebben. Een feestelijk nummer én tegelijk toch ook
een mooie afsluiter in groepsverband. Wat kunnen we méér zeggen?
Schitterende CD van een pianiste die al lang niks meer te bewijzen heeft maar
telkens weer weet te ontroeren met zalige composities en virtuoos pianospel.
Luistermuziek met een hoog ‘feel good’ gehalte !(Winus)
Het
is fijn om na heel wat tijd en vijf vorige CD’s eindelijk eens wat werk op 1
CD samengeperst te zien van leader/altist Frank Vaganée. Een man die zijn
muzikale sterren intussen wel bewezen zag in formaties met Mike Del Ferro,
John Ruocco en Rosario Bonaccorso, Nathalie Loriers en Kurt Van Herck,
Philippe Aerts en Dré Pallemaerts, en nog zo vele anderen, om daarnaast ook
sinds 1993, als medestichter van het Brussels Jazz Orchestra,
internationale furore te maken met gastmuzikanten/componisten Bill Holman,
Maria Schneider, Bob Mintzer, Kenny Werner en korter bij huis dan Toots
Thielemans, Philip Catherine en Bert Joris ! Hoog tijd dus om een eigen
schijf te vullen, al blijft Frank ,volgens the ‘Ellington way’, méér dan
voldoende aandacht schenken aan de solisten/medemuzikanten die mee het BJO
op het peil gebracht hebben waar het nu staat : internationaal en erg
gewaardeerd ! Acht tracks en dikke 77 minuten krijg je op CD met als surplus
nog extra downloadable tracks : de ‘A Bronx morning suite’ in drie parts en
‘A luscious moment’. Beginnen doen we echter op CD met ‘Mr. Iron, Stone,
Wood and I ‘ waar vooral de baritonsax van Bo Van der Werf een extra
improvisatorische dimensie aan toevoegt. Maar ook Nathalie Loriers aan piano
en Bart Defoort aan tenorsax zetten een stap naar voor. Martijn Vink geeft
het geheel een uitstekende ritmische drive op drums, Jos Machtel neemt ons
nog even in een bass-loopje en het orkest rondt af. Uitstekende beginner !
‘The Countermove’ geeft je de kans om even lekker op je stoel te schuifelen
en het orkestrale mondt even later uit in een lekker vertellende
trombonesolo van Marc Godfroid die het stuk ook verder blijft domineren.
‘Robusto’ geeft het woord aan de warme tenor van Kurt Van Herck en de
fluiten accentueren het goeie gevoel…ongeveer halfweg wandelt Kurt onder
begeleiding van de drums rustig solerend verder waarna het orkest
bijvalt…Track 4 rolt ons in een vingerknippende compositie uit 1995, de
oudste op deze CD: ‘The Blues Goose’, soli zijn van Nathalie Loriers,
Frank Vaganée aan altsax en Nico Schepers, weliswaar gedempt geweld aan de
trompet. Héél mooi stuk waarvan het thema makkelijker in het geheugen blijft
hangen. ‘Seasoned ‘ ,dat we al kenden van de in 1999 uitgebrachte
indrukwekkende ‘September Sessions’ CD vervolgt dan en vormt een eerste
rustpunt met weerom een ‘lichthandige’ Nathalie Loriers aan piano, subtieler
en gladder, voller en rijker dan de 1999 version (heb net de twee versies
vergeleken) …
Van lichthandigheid naar lichtvoetigheid, ach,’t is maar een woord anders
maar ‘Walking away’ getuigt van zo’n vrolijke speelsigheid met z’n walking
bass en tussen de orkestrale uithalen door hoor je goedgemutste bijdragen
van Dieter Limbourg aan altsax, Fransman Pierre Drevet aan trompet en Lode
Mertens op trombone. Eveneens uit het ‘Two Trio’s repertoire van Frank komt
de ballade ‘Languorous Ballade’, stilletjes genieten van Frank’s mooie
altsolo terwijl het orkest rondom invalt en Jos Machtel op bas
afpoeiert…Mooi afgerond op het einde en nu mogen de ogen terug open want dan
wordt de CD afgesloten met ‘Inheritance’ dat in 2001 gecomponeerd werd in
opdracht van het Peter Benoit Fonds. De verstillende sopraansaxsolo van
Frank leidt ons door een stuk met repetitief aangeslagen pianotoetsen naar
een finale, een groot orkest waardig !
Maar dan is het nóg niet gedaan, want je krijgt bij het album ook een code
waar je in zipversie nog wat nummers kan downloaden van de BJO-site. Je moet
met je tijd mee ! Na het unzippen krijg je zo de driedelige ‘A Bronx morning’.
Muziek geschreven voor het ‘BJO vs. The Big White Screen Project’:’
het BJO dat vijf stille films uit de periode tussen de twee wereldoorlogen
van een live soundtrack voorziet’.
Hier krijgen we de muziek die bij de film gaat over de New Yorkse
volksbuurt. De intrede van de jazz en tevens a new way of life ! Beelden
naar muziek vertaald, net of je in front of the movie zit ! Deze suite
alleen staat al voor dikke 18 minuten big band pleasure ! En alsof dat nog
niet genoeg is krijgen we ook het ingetogen ‘A luscious moment’, een stuk
waar, doorheen het orkestrale, je ook nog de trombonepartij van Marc
Godfroid krijgt die de hand reikt naar de frisheid van Dieter Limbourg’s
altsax, een vredige dialoog die op een serene manier verstilt…
Conclusie: absoluut waar voor je geld ! Niet alleen krijg je hier een
kwaliteitspick uit het oeuvre van ‘s lands meest gereputeerde orkestleider
maar ook nog es dik 27 minuten hoogwaardige MP3 + linernotes op een
legitieme wijze te downloaden. Aanbevolen stuff !
(Winus)
Carlo Nardozza Quintet :
'Making Choices'
Dat
het Carlo Nardozza Quintet talent in huis heeft, hoeft intussen niet meer
bewezen te worden. Hoofdprijs op de Wedstrijd Jong Jazztalent in Gent ,2005
en onlangs nog de prijs voor de beste composities op het Tremplin Jazz
Festival van Avignon, het gaat goed voor deze jongens. Allemaal studeerden
ze aan het Maastrichts Conservatorium te Nederland en stonden in groep of
afzonderlijk al met heel wat groten op het podium. Maar waar iedereen wel
dacht dat de eerste CD wel eens de ‘Dozzy Suite’ zou kunnen zijn , waarmee
het Quintet de aanwezigen van het Ald Festival vijftig minuten lang wist te
boeien, ook al in 2005, slaat de bal mis. Dat project dat uit vijf delen
bestaat komt er een andere keer nog wel es aan. Op deze ‘Making Choices’
krijgen we 13 tracks met voornamelijk eigen composities en vooral dan nog
Nardozza composities. Starten doen we met het krachtig aangeblazen ‘Intro’,
een prelude in duo met de uitstekende Daniël Daemen op sopraansax. Let op,
hier zit het talent van morgen vandaag al klaar ! Tom Van Acker stapt
basgewijs het podium op met ‘SBBK’ en doorheen de song horen we eigentijdse
gitaareffecten van Melle Weijters. Weliswaar beheerst en in functie van de
mooie,ietwat plechtstatige song. ‘Making Choices’, titelnummer is krachtiger
en baant zich met tempowisselingen doorheen de soli van Carlo, Daniël en
Melle. Het plotse einde brengt je terug in de realiteit want deze song laat
je zweven, erg sterk ! ‘In a dream’ van Daniël Daemen heeft daarna iets
onwerkelijks,surrealisties’ .Tom kuiert daar met z’n bas wel kordaat en
vastberaden door en cymbalendrumwerk gelardeert met gitaarriedels geven het
geheel iets ruimtelijks, haast een stukje space odyssey… In schril kontrast
vervolgt ‘Rubber Duck’ dat erg hard begint op de electrische gitaar maar
gas terugneemt doordat Carlo de demper op de trompet schroeft…voor heel even
dan toch maar want het
tempo ligt hoog en free jazz is in the house ! Het einde van de song
ontspoort dan in electronisch gekraak. Even wennen toch ! Heel toepasselijk
komt ‘Comba’ met het tromgeroffel van Steffen Thormahlen dan tevoorschijn en
dan denk je haast meteen aan de vroegere Dave Douglas en John Zorn stuff.
Melle komt met de acoustische gitaar naar boven en beklemtoont een
dramatische atmosfeer. Een song die het publiek steeds doet verstillen en
één van de toppers op de CD. Volgende ‘Down to Bernina’ is één van de
weinige korte songs, slechts 2’29’’ , maar evenwichtig , sterk en ruimte
gevend aan de bijzonder geraffineerde drummer die Steffen Thormahlen wel is.
In ’Fraimundo’ krijgt ook Tom Van Acker méér dan één open gordijntje in wéér
een song van de hand van Carlo Nardozza. Een ballade met verder ook leuk
trompetwerk in een verhaal met thema dat zich laat onthouden. Zo horen we
het graag…Daniël Daemen levert ook wat nummers voor deze CD en zijn ‘Bad
Hair Day’ met Melle Weijters op een lyrische gitaar laat zich daar graag
achteraan schurken. Ook Daniël zelf laat zich niet onbetuigd op sopraansax.
Uitgesproken jazzy nummer dat bij de meesten onder ons in een goed laadje
schuift. En bij een uitnodigende ‘Table for Five’ vinden we de tafel gedekt
voor allen. Gitaarlicks onderstrepen waar nodig, de ritmesectie zorgt voor
de drive en zowel trompet als altsax soleren gezwind of is het goed gezind?
Nog zo’n combinatie waar je de Masada van weleer meent in te horen is ‘Trico
Traco’ daarna , nog één van de weinige vluggertjes en weer bijzonder sterk.
Verbaast me niks, die prijs in Avignon ! ‘Big Time’ dan, van Tom Van Acker,
gooit het weer voor een stuk op de electronische en ‘free’toer. Bekijk ik
altijd graag live maar zo op CD is dit niét zo meteen mijn spekkie. Over dan
maar naar de laatste track en meteen ook de enige niet eigen song. ‘My
Romance’ van Rodgers en Hart mag hier de afsluiter zijn maar dan op een
‘Carlo Nardozza way’, zowaar onder paukeslag en acoustische gitaar
uitgewuifd.
Conclusie: wéér maar eens een nieuwe sterke formatie waar veel individueel
talent tussen schuilt. Deze ‘Making Choices’ is terecht één van de toppers
die we hier dit jaar hebben mogen aanhoren, eigenzinnige moderne jazz met
bijwijlen herkenbare roots. En wat zeggen we dan graag ?… aanbevolen en
verplichte kost (volgens sommigen nu al van historische waarde !)
(Winus)
Chris Joris-Bob Stewart : 'Rainbow Country'
Na voorganger ‘Out of the night’ en aansluitende Live DVD ‘Into the Light’
(waarbij we dan wel gemakshalve even over het ‘Oratorio Ishango’
dubbelproject met Daniel Schell heen springen) zal Chris het moeilijk hebben
om nóg beter te doen. Parels als die toenmalige titelsong, ook nog ‘Ballad
for a tortured Africa’ of het machtige ‘The long way home’ van de hand van
vaste kompaan-muzikant-componist Chris Mentens, wel… we werden aardig
verwend toen ! Op deze ‘Rainbow Country’, eigenlijk dubbelproject met ouwe
maat Bob Stewart, waarmee hij reeds samenwerkte op ‘Songs for Mbizo’ in ’91,
vormt Chris weer een gans nieuwe groep waar traditioneel ‘primitief’ (Baba
Sissoko/Bob Stewart/Junior Mthombeni) naast modern melodisch (Eric Person/Fabian
Fiorini/Reggie Washington) staat en als geen ander weet Chris daar bijwijlen
een goedklinkende symbiose uit te brouwen. Dat hij dit in de vingers heeft
hebben zijn vorige ‘Experience’ groepen en het succesvolle Bihogo uit 1993
reeds terdege bewezen. Erg benieuwd dus om deze nieuwe ‘De Werf’ productie
een uitgebreide beluistering te geven. De CD-voorstelling in de Heistse
Hnitahoeve hebben we dan intussen wel gehad maar toen kwamen de beelden in
de eerste plaats… Aan de slag dus ! En beginnen doen we op de in Zwitserland
! ontwikkelde Hang, spreek uit ‘Hong’) Dit metalen percussieinstrument is
een kolfje naar, en ín de handen van Chris. Indringend en betoverend ,al
menen we toch dat we live al betere versies gehoord hebben van titelsong
‘Rainbow Country’. Kan te maken hebben met de scherpe tijd van dit nummer,
slechts drie minuten en dat is voor Chris z’n doening wel héél erg weinig…
Toch mooi gebracht ,met enkel de begeleidende piano van Fabian Fiorini
d’erbij , géén Fré Desmyter op deze produktie.
Misschien wel het mooiste nummer van dit album volgt vlak hier na, heet
‘9/11’ en refereert, jawel ,naar die rampzalige dag die iedereen zich
herinnert. Ingeleid door de donkere brom van Bob Stewart’s tuba krijgen we
de solisten mooi om beurt met Eric Person op altsax voorop, Baba Sissoko op
de n’goni (Afrikaanse luit) en Bob Stewart op de bastuba er op volgend.
Alles mooi omkadert door de conga’s van Junior en Chris. Gebast werd er in
eerste instantie door Chris Mentens die later overdubd werd door Reggie
Washington, de eigenlijke bassist van dit septet maar die tijdens de eerste
opnamen in het voorjaar onbeschikbaar was wegens problemen met een gebroken
hand. Reggie wurmelt er zich hier mooi doorheen met een heel percussieve
baslijn die aansluit aan het geheel. Al met al is ‘9/11’ een flinke brok van
goed 9 minuten ( ‘9’22’’ en neen, géén 9’11’’…), dramatisch opgebouwd en met
een treurige noot afgesloten…Er staan trouwens ook aardig wat kortere
nummers op de CD en ‘Masaya’, een compositie van Baba Sissoko is er daar één
van. Een nummer in de wereldmuzieksfeer, gezongen door Baba die zich daarbij
begeleidt op de n’goni. Eric Person zorgt voor de zonnige sfeer aan de fluit
en de hoempatuba van Bob Stewart is de enige begeleidende baslijn. Percussie
blijft uit zodat Baba hier meteen én alleen in de spotlights staat. In
‘Bourbon Street, Jingling Jollies’,opgedragen aan New Orleans, kontrasteert
het frivole hoogstemmige fluitspel van Eric Person met de diepe bassen van
Bob in een zwoele song, een nummer trouwens van Duke Ellington. Onmiskenbaar
percussiespel van Chris vervolgens die dan aan het haag knippen gaat in
‘Hedge cut’. Hele lyrische sopraansax en dan moet je eens luisteren naar het
pianospel van Fabian Fiorini…eens de leerling van Chris Joris heeft hij hier
diens percussieve pianostijl overgenomen. Reggie duimbasst en de percussie
werkt af…De bassist, leerling en volgeling van Marcus Miller en met intussen
een indrukwekkende staat van dienst, krijgt daarna open gordijn in ‘I
wonder’ waarbij Chris Joris slechts de conga’s gebruikt als begeleidend en
ondersteunend instrument, het podium is aan Reggie…’Nonet’,een nummer van
Bob Stewart, doet ons onvermoed terugdenken aan ‘Bihogo’. Baba Sissoko is de
vocalist van dienst maar Bob Stewart steelt hier duidelijk de show met dat
geweldige instrument van hem. Als een vlinder fladdert en dartelt Eric
Person daar stoutmoedig overheen… Chris Mentens horen we anders ook graag
aan double bass in ‘Naima’s tango’ dat zich met zekere spanning maar ook
lichtvoetig verder door de CD danst en verder is Fabian Fiorini aan piano de
charmeur van dienst… In ‘Adventure’ krijgen we zowaar weer het duo
Joris-Washington, leuk, kort en goed maar eigenlijk geen echte songs. Het
blijven slechts korte niemandalletjes die ‘en effet’ toch een beetje
overbodig lijken… In ‘Missing Person’ krijgen we dan voor het eerst voluit
de tama-okseldrum te horen; die, waaruit Baba Sissoko die lekkere golvende
geluiden tovert…
’The Mysterious charm of The Right Wing’ is dan weer een grappige spielerei
en zou als begeleidende muziek bij een geanimeerde poppenfilm niet misstaan.
Junior laat zich gaan met stemmetjes en rattles en op ‘Yafa’ mag Chris Joris
zelf ook eens op het voorplan. Hij doet dat op likembé, een tokkelinstrument
waar we hem altijd graag zijn gangen zien op gaan. Het nummer wandelt
goedgemutst verder. Fabian Fiorini heeft er ook zin in en Bob Stewart zien
we zo al heen en weer het podium afdansen, de tuba is dan ook erg goed
gezind ! ‘Birds’ is een onderonsje tussen Chris Joris en Baba Sissoko waar
Chris de ‘Hang-hong’ weer bovenhaalt voor een speelse maar virtuose
fladderpartij waar ook Baba zich niet niet onbetuigd bij laat ! En rustige,
lyrische Eric Person heeft ook een nummer voor deze CD: ‘Kadin’ en dat
dottert heerlijk door de soli van respectievelijk Eric zelve, hier weer
zalig meeslepend op sopraansax, gevolgd door weer die percussieve vingers
van Fiorini op de pianotoetsen. Jazzy, dat wel, maar tegelijk ook heel erg
binnen de lijntjes gekleurd. Toch naar mijn smaak, één van de betere nummers
op dit album. Eindigen doen we deze CD met afsluiter ‘Rambler’, waar de twee
bandleaders in conversatie gaan, Bob Stewart wat brommerig op de voorgrond
en Chris Joris, helemaal niet tegenpruttelend, instemmend aan percussie.
Tijd dan voor de eindconclusie: Chris heeft hier een imposante keure aan
artiesten samengebracht in weer maar eens een nieuwe formatie die er ook
best mag wezen, al is het altijd wél een schipperen tussen wereldmuziek en
jazz. Dan weer neigt het naar jazz en dan weer kleurt het allemaal heel
expliciet Afrikaans, dat zijn we intussen van Chris wel gewend. Op CD
blijft alles echter heel erg keurig afgebakend en is er verder ook weinig
ruimte voor improvisatie en al is deze CD niet van een ‘Out of the Night’
klasse, toch mag je dat natuurlijk ook niet zo expliciet stellen. Het geheel
is ‘anders’, duidelijk wereldser/Afrikaanser getint, moet nog wat wennen,
maar het is natuurlijk gelijk zó heel herkenbaar Chris Joris, dat dit een
produktie is die bij de fans en zelfs een ruimer publiek zeker in de smaak
zal vallen. Alleen komt het geheel, wat mij betreft, niet helemaal
evenwichtig over en staat er wat ballast op (de Joris/Washington
speledingetjes)… Alleszins lijkt het ons dat we dit project zeker krediet
moeten geven ! Luister naar de CD of beter nog : maak het allemaal eens live
mee, steeds een belevenis !
(Winus)
Jef Neve Trio : 'Nobody is illegal'
Lang naar uitgekeken, naar
deze ‘Nobody is illegal’ ,de derde weeral van Jef en z’n inmiddels hechte trio
en wie kent ze intussen niet, Piet Verbist aan de contrabas en Teun Verbruggen
op drums? Dat Jef ‘het’ heeft hadden we al door na het beluisteren van ‘Blue
Saga’ uit 2003 en natuurlijk het magistrale ‘It’s gone’ van het jaar daarna.
Deze plaat nu, met sterke titel (die Jef overigens als opschrift opmerkte in de
buurt van Het Klein Kasteeltje te Brussel) en tevens statement, zet de opgang
verder van een pianist die we ook internationaal hoog inschatten. Platenhuis
Universal had het ook al door en strikte Jef inmiddels voor 3 CD’s. Benieuwd hoe
zij dit verder gaan promoten. Alleszins gaat het Jef Neve Trio uitgebreid touren
in Europa ,Mexico en…
The magic goes on en zet met
‘Airplane’ wervelend in met een sound and feel die direct Jef Neve typeren, een
maalstroom grand piano, keurig onderstreept door een ritmesectie die zich
naadloos in die virtuositeit verweeft. Het is speels kinderlijk dat daarna
‘Nothing but a Casablanca Turtle Slideshow Dinner’ ingezet wordt ,waar het trio
gaandeweg bijgestaan wordt door een vijfkoppige blazerssectie. Dat nummer wordt
in tempo en dynamiek aardig opgebouwd en krijgt een waardige finale met die
blazersuitbreiding erbij. Heel mooi drumwerk van Teun Verbruggen ook trouwens !
De CD had bijna deze songtitel (een hersenspinsel van een Jef mét kater) als
albumtitel opgeplakt gekregen ware het niet dat het niet mooi op de hoes paste.
Wat rest zie je als je de CD in je computer schuift, hier draagt het album dus
wél deze titel. Ach, aardigheidje… Intussen vervolgt de CD met het
‘serieuzere’,meer ingetogen ‘Abschied’, zwaarder maar wel steeds met die
sprankelende toetsenaanslag van Jef. Ook de blazers zorgen hier voor een gepaste
dramatische in en aanvulling. Niet al deze blazende lieden zijn er steeds bij
maar op een paar songs krijgt het trio wel bijstand van tenorist Nicolas Kummert,
die we ook al kennen van o.a. het Alexi Tuomarila Quartet. Zo is hij er ook bij
op ‘Astra’, dat zich wat distorted aandient en nogal ijl verderfliedert… Neen,
dan liever titelsong ‘Nobody is illegal’ waar ook Piet Verbist zijn zegje mag
doen en vingervlugge Jef in Teun Verbruggen een even percussieve kompaan vindt.
’Unprepared’ komt daarna op hetzelfde wolkje binnenvaren als het ‘Astra’ van een
paar nummers terug. Eigenlijk is het eerder ‘voorbijvaren’ wegens minuutje later
reeds gepasseerd. Maar met ‘Second Love’ worden we weer en méér verwend, een
innemende, verstillende song waar we de eerder klassieke kant van Jef te horen
krijgen en hier is het vijfkoppige blaasgezelschap weer aanwezig. Een stuk waar
je met aandacht naar luistert en verdiend applaus geeft bovenop, mooi !Want met
‘Goldfish’ halen we ons wolkje weer naar buiten. Een kort stuk waar je de naar
zuurstof happende goudvis haast ziet zitten/staan/hangen/’surplassen’ in z’n
bokaal …Graag up tempo daarna met ‘Together at last’ , een conversatie waarbij
de piano het hoge woord voert maar de ritmesectie om beurt de kans krijgt om
weerwerk te leveren. Zowel bas als drums halen hun argumenten boven. Piet doet
dat wat humeurig maar Teun komt met subtiel overdacht geredeneer, maar haalt het
wat uit als de piano tenslotte zegt: ‘discussie gesloten ?!’
In ‘Until Now’ lijkt alles echter bijgelegd en wordt er harmonieus en in vrede
verder gemusiceerd, voor mij is dit één der toppers uit deze plaat. En dan is
het gedaan, ‘Delayed’ is het slotstuk en voor een laatste keer wordt het wolkje
weer uit de hemelstal gehaald,al is ’t een donker wolkje deze keer, een bui is
niet meer veraf want electrische piano, cymbalen en een sombere bas sluiten
zwaarmoedig af.
En nu dan, de eindconclusie?
Met deze CD koop je alleszins iets van het beste op de Belgische jazzmarkt al
vrees ik persoonlijk wel dat de kleine interludiums (de ‘wolkjes’) wat afbreuk
doen aan het geheel. De weegschaal blijft echter grotendeels en duidelijk
overhellen naar de positieve kant, dus : ‘here are ze points of ze jury :
8/10 !, een kus van de juffrouw, en doe zo voort !’, want dit is een in het
oog te houden trio dat ongetwijfeld ook internationaal nog hoog zal scoren !( Winus)
Argwanend deze CD uit de brievenbus geplukt want Mâäk’s Spirit is niet echt mijn ding, alhoewel de afzonderlijke muzikanten
absoluut hun waarde hebben en zich reeds jarenlang meermaals bewezen hebben als
gerespecteerde muzikanten in diverse jazzformaties en projecten maar weet je,
wat Mâäk’s Spirit brengt is niet echt vingerknippend te genieten of swingt niet
altijd zo de bekende jazzpan uit. Toch geven we deze vijfde van het
jazzcollectief een faire en ernstige beluistering, je weet maar nooit wat er
zoal te ontdekken valt ! Negen tracks staan er op deze schijf en ze zijn allen
van de hand van Jean-Yves Evrard, Franse guitarist en medebezieler van Máäk’s
Spirit, een hecht gezelschap dat ontstond rond trompettist Laurent Blondiau en
dat heden bestaat uit zes musici met verder Jozef Dumoulin aan de keyboards ,
Sebastien Boisseau, toch wel aan de oerdegelijke contrabas, Jeroen Van Herzeele,
één van mijn favoriete tenorsaxen en Eric Thielemans, die ik vooral apprecieer
als subtiele drummer. En wat geeft die combinatie, verder aangevuld met stemmen
van gasten Sophie Kokai en Samanta7, nu in dit ‘5’ project, zo genoemd omdat dit
hun vijfde boreling is ? Starten doen we met het energieke ‘Sonnerie’, wat de
eerste minuut heel jazzy van start gaat, maar dan verglijdt in een hoogtempo
free jazz stuk, wat echter de meeste jazzliefhebbers nog wel zal weten te
bekoren want is improvisatie niet waar het in jazz om draait ? Deze krijgt
alvast mijn goedkeuren mee ! ‘Strange meeting’ is een discussie van een
interplanetaire raad, genre Star Wars waar tussen percussie en zoekende blazers
een vrouwenstem dwaalt. ‘He loves me’ declameert het kind en de electronica
zorgt voor de omringende sterrenhemel. De bas stapt door het nummer om dan in
een uitstervende beat te eindigen. Mijn aandacht is getrokken,nieuwsgierigheid
geprikkeld en ben benieuwd naar het vervolg… ‘Datta Error 3’ , up tempo met
snerende gitaar en uitbrekende sax doet mij enigszins naar de digitale
volumeknop grijpen, arme oren met die headphone er zo ingeplugd ! Tomeloze
energie van jonge avant gardisten ,weliswaar géén komplete chaos maar toch een
muzikale data error ! ‘Interlude’ komt daarna goed van pas, het is als een
herstemming van mijn trommelvliezen… en ook de musici lijken geconcentreerd aan
het herconfigureren te zijn geslagen…een ijle trompet en krachteloos, de rest
lijkt een strijkersgezelschap in de orkestbak, voor het getik van de dirigent
de aandacht vraagt. ‘Trois mûles bleues’ komt wat op een slappe snaar
binnenwaggelen maar vindt body met bas en drums en rond dit geraamte draaien de
blazers het vlees, de pezige spieren, dat is dan weer iets voor de electronica
van Jozef Dumoulin. Dan komen we aan ‘Chroma’, ook Datta error 6 genoemd, met
een vette maar inventieve bass, energiek en very, very indringend. Opvallend
hier ook weer het uitmuntende drumwerk van Eric Thielemans. Het nummer kent een
kordaat einde en wat ook opvalt is het erg gecoördineerd verloop van de songs.
‘Datta error 9’ zou dan volgens de cover het laatste nummer zijn , ware het niet
dat de player zegt dat er nóg 2 tracks resten…Deze ‘data error’ is in ieder
geval heel erg rock en plaatst de componist/gitarist weer helemaal op de
voorgrond. Zo intiem met de headphones op komt dit niet gans tot zijn recht,
hier is volume en de indringende feel van bas en percussie op z’n plaats ! Nijg
nummer !... en tot m’n verbazing zit het met Mâäk’s Spirit wél goed, eerlijk is
eerlijk ! Hoe zit het dan met de twee volgende, niet aangekondigde tracks?
Oorspronkelijk waren er immers 15 nummers voor dit project, dus wachten we wat
af…stilte rondom voor de volle 4’33’’ want dus een stille track, van de
weeromslag denk ik dan maar…tot track 9 het dan weer wél doet en hier waden we
door een electronische ruisregen en eigenlijk door een ganse distorted wereld
met stemmen die het hebben over intelligent leven in een uitstervende
wereld,lijkt het, waar resources, bronnen , tekort schieten om nog verder te
(kunnen) gaan… Electrisch gekraak maakt er dan ook een eind aan…
Eindconclusie: oordeel niet te gauw of voorbarig maar geef deze schijf zeker een
luisterbeurt alvorens een verdict te vellen.
Waarschijnlijk is dit project live echter wel veel beter te genieten dan zo, in
de luie zetel en nee, dit is geen makkelijk luistermuziekje,maar wel boeiend
genoeg om mee te maken. Als je dan nog een open, creatieve geest hebt die open
staat voor experiment, dan is dat zeker een pluspunt ! Try it out !
(Winus)
Na jaren in
uiteenlopende gezelschappen, kleinere (Jambangle, Kris defoort’s Dreamtime) en
grotere (o.a. BJO) big bands te hebben meegespeeld, masterclasses gevolgd te
hebben bij o. a. Peter Erskine en Kenny Werner,podia gedeeld overal ter
wereld in het gezelschap van groten zoals vriend en mentor Mike Mainieri ;
na meer dan 60 opnames als sideman voor diverse artiesten en dat in de meest
uiteenlopende genres, na 3 boeken en essays, werd het dan nú niet eindelijk niet
eens tijd voor een eigen album, als leader? Dat album kwam er dan eind 2006,
weerom een productie van De Werf, in co-productie met Marc Van den Hoof voor
Radio Clara. De CD werd geproduceerd door Michel Herr en opgenomen in de ‘Toots’
studio van de VRT en het werd een pareltje met 9 eigen composities. Bart weet
zich te omringen met uitstekende muzikanten zoals, uit het BJO geplukt, Nico
Schepers op trompet en flügelhorn, en Bart Defoort , één der leidende solisten
uit datzelfde Brussels’ ,aan de saxen. Gedragen door een ritmesectie om U tegen
te zeggen en waar jong naast..minder jong komt te staan, nl. Jan de Haas, zelf
uitstekende vibrafonist, maar hier aan drums,naast een haast levende legende, de
eerbiedwaardige Jean-Louis Rassinfosse, ooit nog 10 jaar begeleider van Chet
Baker, aan de contrabas ! Een puik kwintetje om van start te gaan, vindt U ook
niet ? Laten we dan maar gauw horen hoe alles klinkt…
We starten fijntjes met het ingetogen ‘Rustling’ waar Nico Schepers z’n kompaan
Bart Defoort,hier op sopraansax spoedig komt vervoegen in een subtiele
conversatie. Het is een rustig en aangenaam vertoeven verder bij het
sprankelende geluid van de vibrafoon ‘8.00 a.m.’ daarna geeft duidelijk de
eerste ochtendlijke bezigheden weer, het wakker worden en al gauw ,tijdens het
ontbijt en nalezen van de krant, de eerste opmerkingen vanachter de brilleglazen.
Jazzy tunes die dat allen mooi invullen alvorens de laatste man de deur achter
zich toe trekt, op naar ’t werk ! ‘Eaux Dormantes’ is betoverend met die
zangerige bas van Jean-Louis, solo van Bart Defoort en dat onder het
goedkeurende oog en oor van een leader die mooi onderstreept en zijn medemusici
ruim baan geeft. Nummer vier ‘Serene’ is opgedragen aan vriend en mentor ‘Steps
Ahead’ vibrafonist Mike Mainieri. Bart leidt zelf de melodie in, waarna de
blazers harmonieus aansluiten om dan verder uit te deinen in afzonderlijke soli,
klankvaste Nico voorop. Statig gaat het verder tot uiteindelijk de leader zelf
terug afsluit. ‘Go’ (op marimba dan) jaagt het vuur stilletjes weer op, smooth
jazz en als je vingers knippen zit het wel goed ! Jazz dus, the traditional way,
en er zijn er héél wat die hier bij zweren, reken mij maar bij de liefhebbers
!(al kan deze jongen intussen héél wat hebben…) Maar ‘Papillon’ dartelt gelukkig
vrolijk op dezelfde wijze verder met steeds die to the point interventies van
bvb. een Bart Defoort met die schitterende tenorsolo maar ook Nico Schepers gaat
voor niet minder. Jan De Haas, die totnogtoe op de (weliswaar hoog kwalitatieve)
vlakte bleef,mag hier even uitbreken alvorens af te sluiten. Één van de meer
ritmische up tempo nummers op een CD die eerder een intimistisch karakter heeft…
Want ‘Thoughts’ geeft je dan weer de kans om de geest wat rust te gunnen, een
rustpauze waar mijmerende blazers het voor ’t zeggen hebben. Op ‘Doodle’ komt
Quartier dan met argumenten aandraven waar zijn medemuzikanten volmondig mee
instemmen. Om beurten wordt er weer gesoleerd om die argumenten hard te maken.
Bart Quartier trekt daar dan instemmend lijntjes onder. Eensluidend wordt
uiteindelijk afgesloten ! Het is een eerbiedig dankwoord daarna waarmee deze
stemmige schijf wordt beëindigd. ‘Thank you’ dus, waarbij de blazers het podium
en de honneurs aan Bart Quartier zelve laten. Bart, slechts ondersteunend
aangevuld door bas en drums, drukt hier zijn muzikale dankwoord uit ,maar wie is
het eigenlijk die hier moet bedanken? Zijn wij het niet die moeten zeggen: ‘Dank
je Bart, voor deze fijne plaat ?!’ Aanbevolen stuff !
(Winus)
Deze,
onlangs in januari uitgebrachte ‘North Country Suite’ door het
internationaal gewaardeerde Octurn gezelschap onder leiding van Bo Van Der
Werf deed me eerst Wikipedia induiken want een beter voorbereid mens is er
minstens twee waard en ik wilde deze keer gewapend aan deze bespreking
beginnen !
Immers, als
er gezwaaid wordt met termen als polyfonie en kontrapunt krijgt deze jongen
door de muzikale complexiteit alleen al, er een punthoofd van ! Jazz heeft
zich steeds vernieuwd en zal dat ook blijven doen,zo luidt het echter en
Octurn is één van de leidende voorgangers in die beweging die tracht oud
met nieuw te lijmen en te rijmen. Soms gebeurt dat zweverig, haast
hypnotisch en hoog meditatief en soms barst daar tomeloze energie uit
onverwachte hoek naar buiten. Maar wat mij vooral interesseert is, hoe het
geheel voelt. Kan je de muziek ook smaken zonder dat je je in een schaakspel
van hogere kunne waant? ’21 Emanations’ was al een haast mytisch vormenspel
en ik ben benieuwd hoe Pierre Van Dormael, toch één der vernieuwers van de
(Belgische) jazz zich door deze Suite gebaand heeft. Hij is immers de
componist, de man met de breistokken. ‘North Country’ is alvast heel
genietelijk als opener en voorganger aan het groovy ‘Sun Rising’,funky
ritmesectie incluis. Ik mag die Chander Sardjoe wel met dat ‘Stéphane
Galland’ achtige drumwerk van ‘m. In ‘Behind words’ krijgen we daar meer van
en ook ‘Timetable’ deelt in de prijzen. Klinkt allemaal verder heel
‘Amerikaans’ en de mooie gitaartunes van Pierre,zowel als Jozef Dumoulin’s
electronische spielereien houden je geboeid bezig. Een soort dialogeren in
kontrapunt tussen die electronische Fender en de acoustische piano van
Fabian Fiorini krijgen we in ‘Melting Ice’ ,ook echt een Big City tune.
Vergeten we de blazers ? Laurent Blondiau,Guillaume Orti en een Bo Van Der
Werf zijn er anders steeds onmiskenbaar bij, zoals in het very jazzy ‘Free
Man’ en ik moet zeggen ,de CD heeft me in de greep . Ook in de (weinige)
stillere momenten, de ballads zowaar, zit heel wat gevoel en poëzie. ‘All
places’ is er zo één, met zangerige contrabassolo van Christophe Minck en
dat in schril contrast met het doorstappende ‘No retail’ dat de blazers
‘bounct’ tussen de afgebakende lijnen van een strakke ritmesectie ! En een
gelijkaardige curve vertoont ook ‘Eye dance’.Dansende oogjes kan ik mij daar
wel bij voorstellen… ‘3 Lights’ klinkt daarna wat aftastend maar met
duidelijke songstructuur in een wat onwezenlijke sfeer omwille van de
keyboardaanslagen. De blazers zijn echter kordaat en maken een eind aan het
dwalen. In ‘On Earth together’ wordt er dan weer meer gezamenlijk
gemusiceerd rond een funky bas.Een in ijle klanken experimenterende Jozef
Dumoulin kontrasteert met een Fabian Fiorini aan de heldere piano en verder
volgt ook een solo van de componist Pierre Van Dormael. Een goeie song die
je meteen weer op het juiste spoor zet ! En dat spoor leidt je ook verder in
‘The Next Minute’, heel beweeglijk en van het beste wat er op de schijf te
vinden is. Want ‘Flags’ kan dan weer minder boeien, met dat ‘zoekende’
karakter dat hier weer terug is… vind ik zelfs wat vermoeiend. Hoog tijd
voor wat rust dan met ‘Organized life’. Het is, aangevoerd door de gitaar,
wat vredig wolkjes kijken, liggend op je rug in het North Country van Octurn.
Voor mij mocht het best zo eindigen maar de North Country Suite wordt met
‘Howling Winds’ afgesloten en net nu begint de lente !
Eindconclusie dan: eigenzinnige moderne muziek en heel wat meer jazz dan hun
vorige ’21 Emanations’. Toegankelijker ook en ,ondanks de naam ‘North
Country Suite’ toch vooral jazz vanuit de buik van de metropool, zei ik het
al niet: ‘Big City Music’ en best te smaken met de volumeknop wat hoger !
(Winus)
Eerlijk gezegd zaten we niet direct meer te wachten op een opvolger van
‘Sam’ Suffy’, intussen weeral uit 2005 want die had buiten ‘la
blouse’,la bougie’ en slechts het laatste part van de ‘Tohu-Bohu Parts
niet veel voor ons in petto. We hadden natuurlijk ook nog ‘The Placebo
years’ uit 2006 maar liefhebbers zoals wij hadden nog wel de originele
platen of de CD ‘Placebo Sessions 1971-1974’, die ook uitkwam bij
Counterpoint. Maar uit de clubbing/lounge jazz serie die op Blue Note
startte met het opgemerkte ‘Top Secret’ in 2001 (en waarvan we vooral de
hit ‘Into the dark’ en het mooie ‘Tenor’ onthouden) is de nieuwe ‘I am
you ‘ zeker de beste uitgave tot nogtoe van deze Brusselse toetsenist.
‘Entertainment’, de vorige bij Blue Note bevatte nog wel wat goeie
nummers (‘Who stole the groove’,’Preface’ en ‘Easy’ met ouwe maat Philip
Cathérine en vooral het ‘There comes a time’ met Bert Joris die steeds
weer voor de sfeerbepalende noot zorgt op de Moulin CD’s. Natuurlijk
was daar ook Christa Jérôme aan de erg sensuele vocals en Marc Moulin
zelve ,erg groovy aan het orgel! Maar de oogst was toch wat schraal om
die hele CD te blijven boeien, vonden wij, en dus verslapte gaandeweg
de aandacht. De (weliswaar succesvolle) Telex uitstappen waren ook niet
echt aan ons besteed,maar nu is er dus die ‘I am You’ waarmee 2007
feestelijk startte en die uitermate gunstig onthaald werd door pers en
publiek. Twee CD’s in de ‘Special 2 disc edition’ waarop drie bonus
tracks op de extra CD staan en ook nog eens een video documentaire in
het Apple Quicktime formaat. Verder niets nieuws onder de zon, een
kleine bezetting met de reeds vertrouwde namen van Bert Joris, Philip
Cathérine en Christa Jérôme, aangevuld op deze productie met de saxen
van Fabrice Alleman en Tanga Rema op de mondmuziekjes,als je die al in
de electronica kan terugvinden …Deze combinatie geeft de alom bekende
‘Moulin lounge’ feel.De songs zijn dit keer echter meer ‘echte’,
uitgewerkte songs en brengen de omfloerste stem van Christa nu meer op
de voorgrond zoals in opener ‘Welcome in the club’ of ook nog in
titelsong ‘I am you’. Marc is steeds zeer aanwezig aan keyboards en dat
met een warme sound. Het geheel klinkt nochtans doorgaans wat
melancholisch zoals in ‘Every day is D-day’ . Piano en orgel in een
vermoeide nachtelijke grootstadse bar, rook te snijen, het lijkt wel een
soundtrack voor films met deukhoedtypes…
Maar ook dancefloor schuifelen op ‘Music is my husband’… ‘Rhythm is my
lover’, klinkt het op een omweerstaanbaar… rhythm, inderdaad en Philip
Cathérine gooit zich gitaargewijs ook in het feestje dat van mij verder
mocht gaan dan de 5’07’’ ! Philip blijft dan nog even voor een
volgende, very ‘Gainsbourg’ tune, mét, voor het eerst, die doorrookte
vocals van Marc Moulin .’Me and my ego’ draagt zich dan verder op
rollend organ en keyboard vibes en een bass die je niet stil houdt. Een
beetje dramatisch opgejaagd bevindt je je daarna in ‘The upper room’.
Fabrice Alleman is hier the speaking voice met die mooie altsax van ‘m
maar ook erg mooi is daarna de ‘Lord, you made me so weak’ moaning van
Christa, waarbij de ‘donkerte’ onderstreept wordt door Marc’s
orgeltonen. Ook ‘FTB’ baadt in diezelfde sfeer alvorens de CD afgesloten
wordt met piano en electro tunes in een beat waarbij de stem van Marc
dan weer eens in je linker en dan weer in je rechteroor zit. Bert Joris
soleert daar ongestoord en groots tussendoor. ‘Le bruit de l’ombre’ heet
het en dat had evengoed de albumtitel kunnen wezen ! En dan zijn we door
de CD heen maar we hebben de ‘extended version’ dus gaat dit feestje op
CD 2 nog even door en op eersteling ‘Paris’ klinkt dat al meer als een
klein ensemble met die ijle solo van Bert Joris tussen de
blazersrefreinen en ‘Lonnie’ daarna is dan weer Marc’s eigen moment aan
het orgel, slechts streepjes blazers hier en daar. Maar het mooiste komt
er dan nog aan : ‘I can do that too’ met electrovogeltje, speels orgel
en een Bert die wat bijkleurt met trompet.
Eindconclusie: heel erg soul in een ‘clubbing lounge electrojazz
project’ dat intussen ook heel erg herkenbaar is als ‘Marc Moulin music’.
Dit klinkt bovendien heel erg internationaal en vindt daarom in Blue
Note dé geschikte partner om jazz in the house te brengen,wereldwijd !
(Winus)
Cezariusz
Gadzina : 'Saxafabra'
‘In januari van dit jaar zat een 9-koppig gezelschap in de Toots Studio
van de VRT voor het project ‘Saxafabra’, eigenlijk opgezet door stichter
van de Brusselse ‘Krijtkring’ Luc Mishalle maar gedragen door de
composities van jazz en klassieke saxofonist Cezariusz Gadzina die
hiermee aan z’n tweede plaatopname toe is. In 2003 verscheen van hem
‘Double Heart’, in een klassiekere bezetting, namelijk trio met verder
Piet Verbist aan bas en Marek Patrman op drums. Cezariusz is voor mij
nog een illustere onbekende die zich zowel aan theaterproducties zoals
die van het Toneelhuis (‘The best of Shakespeare’ ) als aan jazz
gewaagt, onder ‘supervisie’ van Luc Mishalle. Deze laatste begeeft zich
ook graag op het geïmproviseerde muziekpad met kompanen zoals Misha
Mengelberg en oppergoeroe Fred Van Hove. Benieuwd dus wat dat geeft in
deze sax en percussie formatie, geen bas trouwens in de buurt, behalve
dan die tuba van Pieter Nevejans. Meteen denken we in eerste instantie
terug aan dat andere saxproject, uit 2004 weeral, het ‘Saxkartel’ van
Frank Vaganée, Robin Verheyen, Sara Meyer, Kurt Van Herck en Tom Van
Dyck (die voor de meeste eigen composities zorgde), maar dat blijkt toch
deels andere koek want dát was met een bebop basis. Met Saxafabra
daarentegen gaan we meer de grootsteedse multiculturele toer op want
naast de diverse saxen (waarbij ook de niet zo vaak meer voorkomende
C-melody saxophone) hebben we een uitgebreid pallet aan diverse bell ,
triangle en drum instrumenten, vaak van Afrikaanse en andere exotische
oorsprong, echter heel minimalistisch gebruikt. Het zijn de blazers die
steeds op de voorgrond staan, ook al is er hier en daar ruimte voor bvb.
een djembe solootje, zoals in de gesmaakte opener ‘Taat’ ,dat verder
heel erg in ons eigen culturele erfgoed past. Meer wereldser, wat
‘Slavischer’ gaat het er in ‘IR Blues’ aan toe met een meeslepend tempo
en andere naar de voorgrond tredende instrumenten. Even denk je dan ook
aan het
'Orkestra Braka
Kadrievi’,die hier een aantal jaren de openbare kiosken met hun
Balkanmuziek overspoelden, maar dit Saxafabra is wel degelijk subtieler
en muzikaal fijner. Heel erg gevarieerd ook, met dat scala aan
uitgebreide klankkleuren. Zo lijkt ‘Otoa’ wel het gekweel en vrolijk
gesnater van (sax)vogeltjes in de ochtend. Een beter ‘gebekte’
sopraansax soleert daar wat belerend doorheen en alles wordt ritmisch
aangedreven door de snare drum. De tuba bromt daar ook graag wat bij om
dan samen in harmonie af te sluiten, mooi is dat ! Een stuk ‘humeuriger
is dan ‘Veluma’, dat, bij het opdrijven van het tempo, iets van het
karnaval van Binche in zich draagt, steeds maar sneller tot de finale
toe. En ook een leuke is ‘Kamee’, een veelkleurig treintje op weg naar
zonnige oorden, blaas de stoomfluit ! Daarna heel wat rustiger, ja zelfs
ingetogen, gaan we kameels schommelend, haast caravangewijs en dan
bedoel ik : in caravan door de woestijn en niet die hut in wielen achter
je aan slepend, door ‘Daily Sax’ ! Een uitgebreid moment van bezinning
is dit en daar neem je op dit langste nummer van de CD (10’,32’’) best
even de tijd voor…’Malten’ sluit daar dan weer vlekkeloos op aan, is een
terug ontwaken onder een blauwe hemel waar witte wolkjes hun race door
de ochtend beginnen. Erg speels allemaal, zo ook ‘Metal caravan’ dat een
feestelijke afsluiter mag zijn na haast een uur boeiende muziek ,
uitermate geschikt voor de reeds hierboven genoemde muziekkiosken overal
te lande en festivalitis rondom, doorheen de komende zomermaanden. Voor
een ruim publiek met een brede muzikale smaak die verder rijkt dan die
van de pure jazzliefhebber. Die jazzfreak komt hier echter ook zeker aan
z’n trekken gezien het hoge niveau van de participerende muzikanten, hun
duidelijk speelplezier en jazzlicks ‘random’ verweven in het geheel !
Aanbevolen schijf met plezierige muziekjes, uitermate passend in dit
vroegzomerse Belgenland !’
(Winus)
'Een oprecht mooi jazzalbum deze maand met ‘Song’, de eerste eigen CD van de
jonge veelbelovende vocaliste uit Zuid Afrika die hier in deze lage landen haar
tweede thuis lijkt te hebben gevonden. Een productie van Frits Bayens aan wiens
Big Band Tutu ook als vocaliste verbonden is. Ze is trouwens ook te horen op
‘Sail Away’ van deze Frits Bayens Big Band. Deze keer echter geen uitgebreid
gezelschap maar het is wel lekker toeven in de nabijheid van
echtgenoot/sterpianist Ewout Pierreux en een ritmesectie met Guus Bakker aan
dan eens een percussieve, en dan weer een heel zangerige bas en een ontdekking
voor ons des te meer voor Jasper Van Hulten aan de drums, subtiel, to the point
en nooit opdringerig, live een band om naar uit te kijken ! Dit vertaalt zich
absoluut ook naar CD in 11 songs van divers allooi en waarin Tutu zeker haar
roots niet verloochent. Met ‘ Just about everything’ van Bob Dorough starten we
en hier grijpt Tutu al meteen hoog : tempowissels, low voice, high voice.
Bijwijlen met vibrato in haar stem, voorwaar…is de nieuwe Ella Fitzgerald
opgestaan ? Verder puike Ewout aan de piano en Jasper in een bevlogen solo.
Swingend begin. ‘That’s all’ laat Tutu,die intussen al heel wat jazzprijzen
behaalde waaronder in 2004 nog de Zuid-Afrikaanse ‘ Young artist of the Year for
Music’ prijs, scatten en brengt weerom een Ewout Pierreux sprankelend in méér
dan een uitmuntende piano begeleiding. Eén van die Belgische jonge pianisten die
zeer de moeite waard zijn en dat ook reeds eerder bewezen heeft in diverse
formaties als ‘Jazzisfaction’,New Groove Sextet’, met vedetten als Toots
Thielemans e.v.a. … Maar er zijn ook gastmuzikanten en die zijn zeker niet
minnetjes. Geert Hellings aan gitaar en Bert Joris himself aan trompet in een
zeer intimististische ballad van zijn hand. ‘ For the time being’ is verstillend
en kent buiten eerder genoemde solisten geen verdere muzikale begeleiding. Mooie
tekst ook van Suzie Scragg en een Tutu Puoane die dat erg mooi, haast poëtisch,
brengt. ‘Rejoice’ volgt ,Jasper op cymbalen drummend bij een erg mooie bas,
sterk gedragen door deze ritmesectie. Verder horen we hier de Nederlandse guest
tenorist Mete Erker, ons verder onbekend maar wél gepast aangevuld…’Prologue to…He
needs me’ is dan weer een eigen werkstuk, muziek van Ewout op tekst van Tutu ,
heerlijk relax ,vork op de snaredrum en lekker onderuit en jawel hoor, Tutu
heeft een zalige stem om naar te luisteren…Ewout tekent daar speelse dingetjes
bij en Guus onderstreept waar nodig. We blijven baden in eenzelfde sfeer met de
for all times evergreen ‘You are my sunshine’, weliswaar met eigen
arrangementen. Voor de tweede keer komt Bert Joris er bij, het is als de kers op
de taart… En dan, en daar zaten we wat op te wachten, de (Zuid)-Afrikaanse toets
met ‘Mango Picker’ . Lekker ritme waar bas en drums weer heel bepalend zijn. Zij
sturen de vloed waar Ewout zich graag op laat drijven. En dan het titelnummer
‘Song’ van Jeroen Van Vliet/Norma Winstone, zachtjes voortkabbelend , gitaar en
tenorsax zijn hier ook lekker incluis. ‘A case of you’ is daarna, als
tegengewicht lijkt het, heel wat dramatischer van toon en inhoud en slechts
begeleid door een bas die mee de pijn in zich draagt. Van Joni Mitchell
afkomstig en met heel veel ‘soul’ opgevoerd. En zo komen we dan aan afsluiter
‘Ke a go Leboga’ ,een Zuid Afrikaanse hymne, een ‘I thank you’ vanuit het ganse
warme wezen Tutu Puoane, een zangeres die hét duidelijk heeft en met dit
debuutalbum alvast hoge toppen mag scoren. Laten we haar dan ook heel wat
(verdiend) succes toewensen en bovendien wat pluimen op de hoeden steken van
die uitstekende begeleiders ! Prachtplaat !'
(Winus)
RadioKUKAorkest
:
'Songs for Broadcast'
'Het verhaal is bekend en
staat zo ook op de bijsluiter van een CD die meer leuke muziek bevat dan dat de
sombere hoes doet vermoeden : om het radio KLARA live programma ‘de
kunstkaravaan’ muzikaal in te vullen werd Kristof Roseeuw (bass en vocals) van
o.a. FES aangesproken. Die stelde een kwartet samen met musici waarmee hij reeds
eerder het podium deelde : Tom Wouters (klarinetten, percussie en vocals) kende
hij al van het maffe maar eveneens geniale Flat Earth Society. In Philippe
Thuriot, intussen goed hersteld van de in 2004 opgelopen hersenbloeding, vond
hij een gezel op de chromatische accordeon en vocalen, en buitenbeentje Lode
Vercampt, klassieke cellist en bekend van o.a. Il Novecento en I Fiamminghi was
eveneens bereid tot dit crossover project waar inderdaad jazz niet direct op het
voorplan staat. Dit ‘acoustisch kamerorkest’ wordt echter in brede kring fel
gesmaakt en de podia zijn erg verscheiden, van Paleis voor Schone Kunsten tot
Gentse Feesten onlangs ! Elf eigen werkstukken en drie gearrangeerde muziekjes
(van avant gardist–pianist Eric Satie, componist/pianist Fabian Fiorini en
wereld bassist Michael Formanek.) Ruimte voor improvisatie en humor blijkbaar
ook, te merken aan de songtitels. Laat ons eens luisteren om te zien wat dat
geeft ‘on the groove’…Beginner ’hey honey it’s a twistin’ paper star’ is als een
soundtrack voor een Tom en Jerry tekenfilmpje, plotse tempowissels en
spanningsmomenten inbegrepen maar kat vangt muis dus niet, net zoals op de
TV…’Salade nr. 3’ dient zichzelf speels aan op track nummer 2 en kan je al meer
onder de noemer ‘luistermuziek’ plaatsen, licht en vrolijk. Een zelfde teneur
heb je in ‘une vache caractérielle’. Het is verhaaltjes vertellen uit het
luisterboek van Kristof Roseeuw maar jazz is op dit moment nog steeds ver weg.
Je mag deze CD dan ook niet beluisteren als ware het een jazz CD, al krijgen we
wat later toch nog wel stukken die daar kort bij komen. Ook dit koetjesverhaal
eindigt niet echt, stopt eerder abrupt maar zó zijn deze deuntjes wel. Wens je
het eerder klassieker opgebouwd, dan heb je bvb. ‘Carnivale’ van de hand van
Fiorini en gearrangeerd door Kristof Roseeuw. Een salonwalsje, zo je wil, al
sluipen hier ook ongewoontjes tussendoor en meezingen kan even later ook al,
mooi ! Dan volgt ‘petite suite Satie’ van de gelijknamige componist, in een
arrangement van Tom Wouters, en meteen zitten we weer in die
tekenfilmsfeer,figuren denk je er zelf maar bij. Mooi instrumentaal uitgetekend,
dat wel. Net zoals ‘P#5’ dat zichzelf muzikaal wakker gaapt om dan meteen in
diverse ochtendpannen te gaan staan roeren. De gezamenlijke vocals in een ‘lalaa
lalaa’geven er onder tromgeroffel zowaar een dramatische wending aan !
‘Jiggle the handle’ van Michael Formanek is dan weer wat ernstiger,weegt wat
zwaarder en hier leunt bijwijlen Mr.Jazz naar binnen…even maar…
In ’The Clown Infection’ van Tom Wouters speelt tegen de baslijn een hele mooie
accordeon van Philippe Thuriot en wij voelen voorwaar de hete adem van Rony
Verbiest in de nek ! ‘De Aerobaat’ heeft dan bijwijlen wat Oosters maar is toch
vooral ‘een bas en strijkstuk’, al mag de basklarinet daar dan nog kwaad
doorheen soleren. En zoniet met nog méér temperament, hangt de ‘sexy melodian’
daar achteraan. En dan plotseling komt ‘L air de rien’ daar wat jazzy achteraan
huppelen, zijn de ‘jazzers’ nu kontent?,want ik meende da’k ze al hoorde klagen
! En dat was dan maar voor even want daarna mag Lode Vercampt ook nog met wat
klassieks-experimenteels komen aandraven, de boottrekkers van de Wolga klinken
door vanuit de kantine, ‘Ca va Mr.Lupain ?’…En ‘Cinderella’s Circus Doll’ jazzt
daar mooi achteraan. Leading man is hier weer de man die dit ganse project
opzette: Kristof Roseeuw aan de walkin’ bass. En van diezelfde man is even later
ook ‘Tatta la chatte’ dat mooi mag afsluiten met een makkeijk verteerbare
melodie, al mocht het einde niet zo snel uitgefade geweest zijn,
schoonheidsfoutje…
Eindbeoordeling : boeiende stukjes luistermuziek waar je wat aandachtig moet
voor wezen, amusant en speels maar wellicht véél te weinig jazz voor wie daar
zat op te wachten . Voor al die anderen, slechts 1 adres: de betere platenhandel
! '
(Winus)
Eric Legnini Trio :
'Big Boogaloo'
Mag het voor één keer eens wat melodieuze jazz wezen? Graag zelfs, en met Eric
Legnini hebben we meteen één van die minder bekende Belgen (altans in
Vlaanderen) te pakken. Hij behoort intussen wél bij die vele getalenteerde
pianisten die ons landje intussen rijk is. Met uitvalsbasis Parijs verrast Eric
ons bijtijds met sprankelende, ‘zwarte’ CD’s zoals ‘Miss Soul’ in 2006 en dan
nu, in januari 2007 gereleased, de aansluiter ‘ Big Boogaloo’ die bij momenten
erg refereert naar de funky Herbie Hancock periode. Eric liep onlangs ook in
onze spotlights op Jazz Middelheim alwaar hij in trio musiceerde met Mathias
Allamane op bas (ook hier op CD) en voor het eerst met Dré Pallemaerts aan
drums. Dit trio was één der pareltjes van de laatste editie van Middelheim en
graag komen we hier op terug met een CD die dit verdient. Eric, in trio met
voornoemde Mathis Allamane en een uitermate sprankelende Franck Agulhon aan
drums,dit is het basistrio, dat op een aantal tracks aangevuld wordt met
trompettist Stéphane Belmondo (waar Eric verder ooknauw mee samen werkt) en Julien Lourau
op sax. De rol van Mathias Allamane wordt op meerdere tracks overgenomen door
één van de hedendaagse toppers van de Italiaanse jazzscène, Rosario Bonaccorso.
Dat zijn de gegevens voor deze heerlijke toegankelijke CD waar alvast
‘Funky Dilla’ aangeeft waar we hier zowat aan toe zijn. Maar het kan ook
verhalender, zachter zoals in ‘Nightfall’, waar Eric haast poëtisch de toetsen
beroert. Ook nog smooth jazz en vingerlicht pianospel op titelsong ‘Big Boogaloo’
,waar we een eerste keer Rosario Bonaccorso aan de bas krijgen en dat ook even
solo. Franck Agulhon omlijst alles mooi zachtaardig, heerlijk nummer. Daarna, op
het eerste niet eigen ‘Reflection’ (van Ray Briant) kan ook Mathias
Allamane even solo gaan in een verder luchtige wat latin melodie met
tempowissels, erg aanstekelijk. Ook track 6 is niet van eigen hand. Op ‘Where is
the love’ komt Stéphane Belmondo zacht meeblazen en deze melodie kabbelt rustig
verder, is trouwens één van de weinige, wat langer durende tracks. En ‘Smoke
gets in your eyes’ kenden we nog niet in dit jazzjasje, in ‘a piano bar' way als
het ware. Eric dus solo en dat valt voortreffelijk te smaken, al hangt hier wel
een wat Francois Glorieux-achtig sfeertje rond. Echt mooi is het bop vluggertje
‘Honky Cookie’, dat afgerond wordt in net geen 3 minuten…In ‘goin’ out of my
head’ van Weinstein/Randazzo komen we met easy listening jazz weer tot rust, het cymbalenspel van Franck Agulhon roept een beeld van kabbelende golfjes aan het
strand op, de deining van de zee lijkt het, en is dat geen mooi beeld ? En dan
komt er terug vaart in het geheel met ‘Mojito Forever’,Franck is de drijvende
motor waar Eric zich helemaal in het thema stort. Julien Lourau mengt zich
harmonieus in het geheel, geen uitspattingen, slechts een melodieuze solo bij de
start. ’Soul Brother’ dan, plaatst Stéphane Belmondo weer bij de groep met een
groovy nummer dat lekker het ritme van de grootstad volgt. En afsluiten doen we
met een ingetogen piano gospeltune. ‘The preacher’ mag de afsluiter zijn van een
mooie plaat en we geven graag ook een pluim aan de begeleiders. Het Eric
Legnini Trio stond verdiend dit jaar op het grote podium van het gerenommeerde
Jazz Middelheim Festival ! Toegankelijke pianojazz deze maand en dat was weer
een hele tijd geleden !
(Winus)
Baba Sissoko
Ensemble : 'Bamako Jazz'
We maakten al eerder kennis met deze Malinese multi-intrumentalist in het ‘Al
Majmaâ’ project van Laurent Blondiau en Mâäk’s Spirit die samen met Gnawa
Express in 2003 het podium deelden onder de Jazz Middelheim tent. Voor ons een
kennismaking met de man die als geen ander de n’goni en méér nog, de tama zo
vurig en vakkundig bespeelt. Blijkt dat de man intussen de halve wereld bereisde
en musiceerde met vedetten als Dee Dee Bridgewater, The Wailers, Sting, en zelfs
een gewaardeerd gastmuzikant is bij Lester Bowie en het Art ensemble of Chicago.
Niet vies van avant garde dus en dan weet je dat je zulks ook (mogelijks) mag
verwachten met diezelfde Laurent Blondiau (trompet) en ook nog Jeroen Van
Herzeele (aan sax) in je ensemble. Maken daar verder ook nog deel van uit :
Fabian Fiorini aan piano en Reggie Washington die intussen ook al meer híer
thuis is dan in de States, aan de bass. Reynaldo Hernandez,voor ons alsnog
onbekend is er, hetzij Italiaans, hetzij Cubaans, ook bij aan percussie en
Mamani Keita is er ook op eigenste stemvork. Baba Sissoko maakte verleden jaar
ook deel uit van het bonte gezelschap dat de laatste CD van Chris Joris en
tubanist Bob Stewart bevolkte en dat was voor ons een hernieuwde kennismaking,
bracht ons zowaar opnieuw in de ban van dat hypnotiserende percussieinstrument,
de tama ! Nu is daar, ver van de Malinese hoofdstad, ‘Bamako Jazz’ met 12
composities van Baba en één improvisatiestuk tama/piano,het onderonsje Sissoko/Fiorini.
De plaat heeft een Afrikaanse boventoon maar is duidelijk versmolten in de
wereldtaal die jazz tegenwoordig zowat overal spreekt. Mooi is daar steeds het
percussieve pianospel van Fabian Fiorini bij, zoals in opener ‘Ebi’ waar Fabian
mee het ritme aandrijft waartegen Jeroen mag soleren. Ook in ‘Mali Foli’ maakt
hij het schone weer. Baba blijft daar bescheiden bij op n’goni, de twee blazers
harmonieus in de melodie en voor een eerste keer zorgt Mamani Keita hier voor de
Afrikaanse noot. Dat nummer vloeit haast naadloos over in titelsong ‘Bamako
Jazz’ dat je meesleept door de Malinese Savanne. Die wordt bevolkt door allerlei
diersoorten waar we hier in gedachten kunnen mee kennismaken,maak zelf de
beelden bij de uitnodigende muziek ! Een waarlijk meeslepend nummer ! In
‘Sidjanko’ zetten we ons dan rond het open kampvuur, de samenzang voert je ver
de nacht in…en dat die nacht kan betoverend zijn, misterieus en wat
dreigend,daar zorgen de bass van Reggie en het trompetteren van Laurent en
Jeroen wel voor. Reynaldo drumt daar erg Westers tegen aan. Reggie duimbassend
in een solo en steeds is daar, haast bezwerend, het tokkelen van Baba. Toch maar
mooi ! En in ‘Moko’ is Baba daar dan op dat wonderbare okseltrommetje van ‘m in
een heel mooie symbiose van Afrikaans en Westers.
Wat mij betreft een absoluut hoogtepunt ! In ‘Tama’, dat wordt ingeleid door
Laurent Blondiau, werken we dan verder naar een climax. Er wordt stevig gebast
door Reggie en aan de goedkeurende backings te horen zit de sfeer daar in de
studio erg goed. Als luisteraar kan je er ook helemaal bij wezen, beetje
inlevingsvermogen volstaat… Misschien daarna even bijkomen ? Dat kan met het
verhaal van ‘Sumaya’ dat rust brengt in de gedaante van Mamani Keita, met
zalvende stem. ‘Yafa’ is dan weer stuwender,meer een klaagzang lijkt het mij,
maar met waarlijk mooie blazers in een uitdovend ritme. ‘Black Machine’ is Baba
solo, roffelend op een tama die aardige sprongetjes maakt. En zou het kunnen dat
‘Bi Kanu’ een wat huiselijk tafereel is, wat gekrakeel tussen echtelieden ? In
ieder geval is nummer 12 ‘Improvisation tama/piano’ net wat de titel zegt, een
wonderlijke dialoog tussen tama en piano en mischien meer nog, een dialoog
tussen culturen ! En dan zijn we, zoals dat heet, aan het gaatje dat 4’33’
verder ligt. En daar mag ‘Djeli Nana’ ons naartoe brengen met djembe, n’goni,
vocals en wederom een Fabian Fiorini aan piano, wat hier ook een zeer geslaagde
combinatie blijkt, dat is alleszins één van die conclusies waar je na
beluistering van deze CD toe komt. We krijgen weliswaar geen afsluiter van het
ganse ensemble, maar eindigen toch wel erg mooi ! In z’n totaliteit is dit een
héél lekkere CD die erg melodisch is tot mijn grote vreugde, want ik vreesde
éven dat we te ver de avant-gardistische toer zouden opgaan met die mannen van
Mâäk’s Spirit er bij. Maar nee hoor, dat zat wel goed ! Want eerlijk gezegd
zaten twee dingen mij op voorhand niet zo lekker: 1 . Zou dit wel voldoende jazz
zijn en het ethnische wereldmuziekgevoel wat overstijgen ? Jawel dus, en dan 2 :
Het zojuist aangehaalde avant garde verhaal. Gerustgesteld en voorzien van het
goedgekeurd stempel ! Jazz vanuit het rootscontinent getransformeerd naar
wereldschaal kan inderdaad erg mooi wezen ! (Winus)
Bert Joris is de naam van de man die we de laatste jaren voortdurend tegenkomen
als gastmuzikant in de meest diverse gezelschappen: bij Hendrik Braeckman en bij
Tutu Puoane,met goeie maat gitarist Philip Cathérine, op de groovy Marc Moulin
CD’s en nátuurlijk bij ‘het Brussels’,ons Nationaal paradepaardje BJO,waar-ie zo
goed als huiscomponist is. We zagen hem al zo dikwijls aantreden met dit orkest,
zowel als featuring artist zoals dat heet, alsook als gastdirigent en telkens
was het weer genieten ! Stijl, allure, grote klasse en dat ales steeds
pretentieloos, nooit de uitslover en steeds met veel eerbied, respect voor de
medemuzikanten en solisten. Sympa op de scéne en ernaast, innemend en gelijk
toch écht een grote meneer. We zagen dan ook uit naar nog es eindelijk een eigen
CD, in klein gezelschap (en vergeef me deze laatste uitdrukking want die slaat
dan ook (zal ik het maar onderstrepen?) enkel en alleen maar op het
aantal muzikanten ! Want verleden jaar was daar natuurlijk ‘Dangerous Liaison’,
maar dat was dan in grote bezetting met symfonisch orkest (de Vlaamse
Filharmonie) en big band (BJO).Een plaat die we trouwens dringend nog eens nader
moeten gaan ontdekken want getipt als één van de beste big band albums van 2006
(o.a. door het Amerikaanse jazzmagazine ‘All about Jazz’).
‘Magone’ waarvan de titel verwijst, (voor wie dit nog niet wist intussen), naar
‘mother is gone’, Inge , de overleden echtgenote van tenorist Kurt Van Herck);
‘Magone’ dus, brengt ons voor een stuk terug naar een gezelschap dat in 1986 ook
al een CD neerzette onder de noemer ‘Bert Joris Quartet’, al was daar toen
Michel Herr de man aan de toetsen. Voor de rest zit hier identiek hetzelfde
gezelschap, alleen wel 20 jaar ouder nu ! Allemaal ‘dikke’ muzikanten
ondertussen, het puikje van ons nationaal jazzlandschap, met bovendien
internationale reputatie en uitstraling. Hoe kondig je anders een Dré
Pallemaerts of een Philip Aerts aan ? Pianist ‘van dienst’ hierbij is niemand
minder dan Dado Moroni, de Italiaan met de gouden vingers, Bert Joris’ Mr. Dodo
…en die voelt zich aardig thuis in dit gezelschap, verbaast het iemand ?
De kracht van Bert Joris schuilt’em niet enkel in dat virtuose zachtkrachtige
trompetspel van hem maar ook in de composities waarvan er verschilende later het
label ‘standard’ gaan opgeplakt krijgen, wacht maar af... Leuke melodieën, heel
herkenbaar ook, zoals starter ‘Mr.Dodo’, met Moroni aan de funky Fender, het
tempo ligt hoog en gelijk krijgen we Dado die mooi aansluit bij de solo’s van
Bert. Dartel als het moet maar dat kan ook dramatischer zoals in titelsong
‘Magone’ waar het quartet een echte éénheid is in sfeerschepping, Dré
mimimalistisch aan percussie en Philip somber bassend.Bert is heel herkenbaar en
gevoelig aanwezig.’Magone’ is dan ook een treurig blad dat wordt omgeslagen…
‘Triple’ is,van weersomslag, het speelse melodietje rond de wat hooghartige
pronkerige kat van Bert, je voelt ze bijna lijfelijk aanwezig ! En ‘Anna’ is
daar dan weer kontrasterend de machtig mooie ballade achteraan, en terwijl de
solisten, met Bert op bugel, hun verhaal vertellen, schrijdt de ritmesectie daar
mooi statig doorheen om daarna zelf even het woord te nemen in de vorm van een
baspartij van Philip. Dré omlijst dat gepast met fluwelen cymbalen.Dan volgt een
samenstelling van 2 composities en deze ‘King Combo’ gaat er meteen wat steviger
tegen aan. Bop met een flink stappende bas en explicieter drumwerk, mij hoor je
niet klagen. Daarmee is trouwens ook de toon gezet voor de volgende ‘The Mighty
Bobcat’ en da’s er één van pianist Moroni, hier weer aan de Fender, en ja, die
heeft het componeren ook al in de vingers, deze zit echt op z’n plaats ! En dan
volgt een klassieker: ‘I fall in love too easily’,zacht aangeblazen door Bert in
wat eerst een duetje lijkt met Dado, maar dan wat later aangebast wordt, zacht
getoucheerd door drums en verder mag eindigen in een krachtige finale… Nadien
terug naar eigen werk (wat onze voorkeur geniet) met ‘Signes & Signatures’,
waarschijnlijk de oudste compostie op deze schijf en opgedragen aan broer Dirk
met wie hij dit vroeger pleegde te spelen…Blijkt dat het componeren Bert toen
ook al goed af ging…. Volgt een ode aan Philip Cathérine, de man aan wie Bert,
volgens de tekst op de bijsluiter, veel te danken heeft. De, overigens lekkere
pianopartij, mag je bijgevolg ook gans overzetten naar gitaar ! De band is nu
echt goed op dreef en je staat al op je tippen voor een vervolg en dat komt er
zó aan, al slaan we ook hier weer een andere weggetje in. Blues mijnheer, is
mijn oud zeer ! Maar zo kan het voor mij ook en in ‘Alone at last’ kon Bert het
niet beter gezegd hebben. ‘Brothers in blues’, denkt Dado dan en hoor hém eens
bezig ! In een tsjoeketsjoeke-treinvaartje gaan we daana afsluiten met ‘Benoit’,
gebaseerd op ‘het Beiaardlied’ van Peter Benoit en live gebracht vanop het Blue
Note Podium 2005. Daarmee beëindigen we een CD die, wat ons betreft, de
verwachtingen inlost en waarmee Bert weer maar eens toont hoe melodisch
hedendaagse jazz ook kan klinken. Een voltreffer wat ons betreft, het sublieme
concert zoals het dit jaar ook zo ongeveer klonk in de Jazz Middelheim tent, nu
op zilveren schijfje verkrijgbaar. Daarbij nog wel op het notoire Dreyfuss label
zeker, wat de distributie en dus ook de verkoop zeker ten goede zal komen !
Zucht…, wat wil een mens nog meer ? (Winus)
Chopstick records compilatie : 'Chopsticks'
'Raakvlakken (onder)vinden tussen de diverse gezelschappen (‘Brick Quartet’
– ‘Moker’ – ‘Prak’ en ‘Barkin’’) in deze compilatie is het boeiende meergegeven
van deze ‘Chopsticks’ dat vooral improviserende muzikanten neerzet in diverse
combinaties waar wel telkens spil en producer Mathias Van de Wiele tussen zit.
Stemmingen en sfeerbeelden dus eerder als melodieën en dat met soms een minimum
aan instrumenten. Zo stapt ’zoonomia’ met wah wah gitaar en vooral de bass
clarinet van Joachim Badenhorst deze CD in, eerst vormelijk, daarna vervagend in
mistige flarden waarna we ons blijkbaar meestromend op een bootje op eendenjacht
begeven in ‘emond’, de gelegenheidslokeend is een Bart Maris op trompet die wat
verder vervaagt in electronica.’deformita’ e costanza 1’ is dan weer vooral een
stemverhaal waar Mathias aardige streepjes doorweeft maar waar ook vooral
drummer Giovanni Barcella,naast de stem, ritmisch de sfeer bepaalt. Tot nu toe
eerder grijs van toon mag ‘air’ daar wat meer kleur aan geven.Tom Callens aan de
alt en Zeger Vandenbussche aan de tenor sax maken een geheel met wat meer
ballen, al drijven die ook hier in een wat magisch-oosterse soep .Toch wel mooi,
ook al met dat aardige drum en cymbalenwerk van Dimitri Simoen. In ‘a Sunday
afternoon at the lumber camp’ wordt er dan weer letterlijk ‘gezaagd’ en de
stukken knetsen dan ook alle kanten uit.Lode Vercampt zorgt daar o.a. voor op de
zingende zaag en ook Mathias komt wat onder de stroom te zitten… Track 6
‘upsalation’ is het duo Zeger Vandenbussche op de tenor en Mathias Van de Wiele
op de ..’moustache gitaar’ en dat lijkt me wel een acoustische te zijn…, ieder
heeft een wat eigen verhaal, soms in overeenstemming, dan weer met eigen
argumenten… ‘SOS’ is daarna voorwaar de knappe statig voortschrijdende parade
voor het Konglong beest, jawel uit die tweede CD van Moker. Schitterende
trompetpartij van Bart Maris en een nummer dat ons waarlijk écht beroert ! En
het lijkt er wel op dat we het magische bos nu wel achter ons gelaten hebben
want op ‘smells like’ mag Steven Segers (remember ‘Greetings from Mercury’ ?)
rappen en vult de band Barkin’ dat verder goed in en aan ! Wat later voert Prak
ons met ’piccola essenza’ echter terug naar het improvisatiepodium. Drummer
Giovanni Barcella levert tegenwerk aan de schrijende gitaar van Mathias die
onverstoord doorgaat, de stand eindigt onbeslist…Het is aan het Brick Quartet
dat dan verzoenende taal mag spreken in afsluiter ‘suite d’esvanecimento.
Zalvende taal van Lode Vercampt op de cello, Dimitri Simoen op bass clarinet en
Mathias Van de Wiele hier voor een tweede keer op althoorn. Joachim Badenhorst
aan de klarinet voor een gezelschapsimprovisatie…
En dan zitten we door de CD heen, een staalkaart, een proeve van wat Chopstick
Records ook in de toekomst wil gaan betekenen (en dan halen we uit de persnota :
‘promotie en bookings van de vermelde bands en projecten en op termijn een
podium bieden aan muzikanten en initiatieven die zich engageren voor jazz en
improvisatiemuziek in de brede zin’. Voorwaar ambitieus en, hoewel we met De
Werf een meer dan behoorlijk en breed platenlabel rijk zijn, mag er steeds
ééntje bij. Dat dit gegroeid is uit een muzikantenbasis is een absolute opsteker
en toont maar weer es waar Vlaanderen groot kan in zijn
!'
( Winus)
Fré Desmyter Quartet: 'Something to share'
'Fré kennen we vooral van de Chris Joris gezelschappen waar hij al vanaf 2002
deel van uit maakt.Hij weet door zijn pianospel menigeen te beroeren en het
mooiste compliment dat ik hem ooit heb weten krijgen is van een trouwe fan die
hem gewoon een ‘goddelijke pianist’ noemt. Zover wil ik het niet drijven, wij
hebben hier in ons landje nog meer parels van pianisten maar Fré maakt daar
zeker deel van uit. Nadat hij zich met het meer mediatieve ‘Ahoar’ project
vooral ophield in Duitsland, staat hij hier nu met z’n eigen quartet in een puur
jazz landschap. Expliciete no nonsense jazz met improvisatie van twee solisten,
Fré aan de piano en oldtimer John Ruocco, die we al decennia tot de betere
saxofonist/klarinetisten rekenen. Zet daarbij het dynamische drumwerk van Marek
Patrman en de uitgesproken, strakke bas van Manolo Cabras en dan krijg je
voorwaar vuurwerk zoals in opener ‘Doo The Bop – I saw an Alien’,meteen al goed
! Daarna mag John Ruocco ‘Elegy’ inzetten, gauw aangespoord door drums en bass
tot energy improvisatie waar Fré zich op aansluit, het wordt dialogeren met
doordachte partijen, Fré steeds beheerst en als het ware de noten kiezend. Zo
ook op ‘in Memory’ wat Marek met veel cymbalen lardeert.Intimistisch, een ware
herfstsong… Vrolijkheid, wat frivoliteit, dat is ‘Indulgence’ waar Manolo Cabras
dan weer mooi aansluit op de pianopartijen van Fré. Dat pianospel weet je
intussen wel te herkennen, percussief en afgemeten als het is. Dit nummer is
meteen een stevige 10 minuten lang, laat veel ruimte voor de solo’s en de sax
komt aan het eind mooi samen met de piano, wel een vermoeiend stukje waar ook de
ritmesectie de hand in heeft ! ‘Even’ houdt het dan wat kalmer, is het enige
niet uitgeschreven nummer op de CD, trouwens allemaal voor de rest eigen nummers
van Fré. ‘Instant composing’ noemt dit en Fré mag daar een mooi eindje aan
breien. ‘Thrill’ dobbert daar achteraan, houdt je alert en hier komt Fré
volledig aan z’n trekken in de mooie pianosolo. John Ruocco weet daar
geroutineerd achter aan te zitten en heeft hier ook weer ruim de tijd voor
repliek en ook om af te sluiten. Rustig wodt het dan in ‘Ballad for One Peaceful
World’ en daar zijn we nu wel even aan toe! Manolo wat zangerig aan de bas en
ook Marek houdt zich gedeisd zodat dit melodische stuk je even weet te
verstillen, mooi !
’In memory’,dit keer met uitsluitend Fré solo aan de piano, sluit dan in
schoonheid de CD af. Een CD die je vooral laat kennismaken met de pianist Fré
Desmyter. Een Fré die hier kiest voor dynamische rechtoe rechtaan jazz, niks
minder dan dat. Dat mag ook wel es een keer !' (Winus)
Chris Mentens Jazz Vann : 'Burnin'
Na 'Drivin' (uit 2003) is Burnin' de tweede CD van Chris Mentens in een
reeks van vier. Ik ga er immers van uit dat Chris zich liet inspireren door
Relaxin', Cookin', Workin' en Steamin'.
En Mentens heeft nog meer met Miles gemeen. Ook hij is een uitstekend arrangeur
en etaleert dit kunnen met verve op Burnin'. Alle elf stukken op de CD zijn van
zijn hand, in eigen arrangementen en in een zelfde sfeer.
De Jazz Van bestaat uit drie blazers (Sam Versweyfeld op trompet en hoorn - Joe
Higham op sopraansax, klarinet en bass-klarinet en de jonge Dree Peremans op
trombone), vibrafoon bespeelt Jan Nihoul, tevens co-producer. Drummen doet Bilou
Doneux en Chris is er zelf op contrabas. Daarnaast zijn Pierre Van Dormael
(gitaar) en Chris Joris (percussie) te gast op een aantal nummers.
De CD opent met 'The Father Of The Farm', en is opgedragen aan Omer Gevaert.
Enig opzoekingswerk leert dat die man de rijstwafel zou uitgevonden hebben... .
De enige link die ik kan bedenken, tussen de uitvinding en dit nummer, is dat
het nummer bijna even fragiel en breekbaar is. 'Compose Her' heeft iets
frivools, iets lieflijks en romantisch zodat ik durf te hopen dat de titel staat
voor waar hij me meteen deed aan denken. In 'Panchromatic Resonance' slaat de
Jazz Van aan het swingen en slepen bass, drums en vibes de trompet van
Versweyfeld mee in een onwrikbare groove. In een tweede deel neemt Peremans met
zijn trombone schitterend over. 'Hoketus' blijkt een compositieprocedé dat
voornamelijk in de twaalfde en dertiende eeuw werd toegepast en waarbij de
verschillende stemmen afwisselend pauzeren zodat de melodie dus over meerdere
stemmen verdeeld werd. Mentens kent zijn muziekgeschiedenis. Boeiend nummer. 'Miniature
#1' en 'Miniature # 2' zijn opgebouwd rond een zeer sterke baspartij en in #2
mag Peremans zijn trombone inruilen voor een speelgoedpiano. Leuk idee en dank
aan het speelgoedmuseum van Mechelen. Het zevende nummer heet 'Septimalisation'
en dat betekent het invoeren van het zevendelig stelsel als de norm voor
religieuze en fysische metingen. Het levert een boeiend en bevreemdend resultaat
op waarin de verschillende delen een ongebruikelijke lengte hebben van zeven
maten. De Jazz Van en Pierre Van Dormael zullen allicht enige tijd besteed
hebben aan het instuderen van dit nummer... Het vraagt van de luisteraar ook wat
moeite maar die loont ! 'Spin Cycle Tango' is de vreemdste eend in dit
gezelschap. Het nummer werd niet in de ‘Crescendo Studio’ in Genk opgenomen
zoals alle anderen, maar in het w(b)askot van Chris Mentens thuis. In dit nummer
kan je kennismaken met wat een gedreven bassist SOLO vermag met behulp van wat
Japanse elektronica en heel veel creativiteit. De hoes vermeldt dat alle
geluiden met een akoestische bass geproduceerd werden. Amazing!! Verder zijn er
nog 'Just This' en 'Mexican Sunflower'. De CD sluit af met 'El Monte', een
nummer dat zeer langzaam op gang geblazen wordt tot de bass het teken geeft dat
Chris Joris met de Jazz Van mag ‘fuseren’ en dit uitgroeit tot een swingende
Latin Jazz song met schitterende trompet en trombone partijen.
Burnin’
is een knappe plaat geworden. Vernuftig en leerzaam bovendien ook. Als de
volgende in de reeks daarbij ook nog ‘ vanuit den buik’ komt wordt dat ook weer
een geslaagde schijf !' (Gi Leoni)
Dré Pallemaerts : 'Pan Harmonie'
‘Dré mocht in 2007 voor ‘Pan
Harmonie’ de Klara prijs van beste Vlaamse Jazz CD in ontvangst nemen en dat
was terecht de bekroning van een erg vruchtbaar jaar want was Dré niet dé
opgemerkte figuur van bijvoorbeeld een Jazz Middelheim, editie 2007, waar ie
zowel Tineke Postma, Eric Legnini als Bert Joris mocht begeleiden ! ( en
bovendien was ie d’er telkens ook graag bij op de jams in de Singel). Dré is een
bijzonder druk baasje, sla zn biografie d’er maar eens op na en dus kon hij ruim
z’n keuze maken tussen een brede schare van muzikanten waar hij al eerder mee
werkte voor deze eerste, puur eigen CD, dat werd wel even tijd ! Hij koos uit
een breed palet van muzikale kleuren en zo vindt je een eerder ’klassieke’
pianist als Bill Carrothers naast ‘Fenderist’ Jozef Dumoulin en een comlexere
Mark Turner op tenor naast de meer rechttoe rechtaan trompettist Stéphane
Belmondo. Dré schreef voor deze schijf een aantal melodieën bijeen die eerder
ijl en zweverig klinken al kan je daarin geven en nemen. Zo begint de CD met een
quartet versie van ‘Tourne en rond’, een ingetogen, wat somber stuk dat naar
mijn gevoel beter tot z’n recht komt in de duo versie, piano en drums. Die drums
weet Dré hier eerder subtiel te gebruiken, accentjes leggen met cymbalen. ‘Where
was I’ kabbelt zachtjes verder op een wolkjespiano en floeren trompet. De
flarden elektronica en de interactie tussen de muzikanten maken dit tot een mooi
stukje ‘Pan Harmonie’. Maar mooier wordt het nog als alles wat meer body krijgt
zoals in ‘Bye ya’ van Thelonious Monk, zoals Dré het zelf stelt een ritmisch
concept dat hem erg inspireert. Solo’s naast mekaar van Mark Turner, Bill
Carrothers en Stéphane Belmondo en ook Dré hier uitbundiger en solo op het
slagwerk. En daarmee hebben we het uptempo werk zowat gehad. Want ‘Karma’ waagt
zich weer op het gladde ijs met die kristalheldere Fender van Jozef Dumoulin,
bijgestaan dor een grillig schaatsende Mark Turner. De trompet zet daarbij
eveneens het thema aan maar dit is toch vooral een Turner-Dumoulin moment en Dré
mag daar de slee over de ijsbaan stuwen met z’n goedgeplaatste roffels…Volgt de
mooie standard ‘All the things you are’ van Oscar Hammerstein & Jerome Kern,
enkel piano en cimbalen en zachtjes uitdovend alvorens we toch nog even wat
sneller gaan in de zeven maten blues ‘MJ rules’ , dat Dré opdraagt aan z’n grote
voorbeeld, ‘Mister’ Elvin Jones. Mijn persoonlijke favoriet op deze schijf !
Daarna gaan we weer de wollige hoek in, sfeerbeelden schrijven met
‘Mode’,wolkjes blazen in de koude lucht, nu we ons toch weer op het ijs wagen.
Want ook met ‘Afternoon’ wordt het er niet warmer op en wat mij betreft is het
dan hoog tijd dat we met ‘I had a king’ van de nu al legendarische Joni Mitchell
terug wat bloed voelen stromen. Mooie trompet van Stéphane en ook Jozef Dumoulin
vult aardig aan. Het geheel heeft wat statigs, zo met die omlijstende drums en
nu je’t zo overdenkt, verdorie geen bass te bekennen op deze plaat ! Niet dat we
die echt gemist hebben, al scheelt dat natuurlijk een heel stuk op de sound en
de sfeerbeleving ! ’For Anne’ komt daar wat liefelijk achter schuiven, wat wil
je, geschreven voor de levensgezellin van Dré… Officieel sluiten we dan de CD af
op een wat minder romantische wijze. ‘Orgue de barbare’ is ‘random’ geschreven
door het Mac muziekproramma dat Dré ineenknutselde en waarvan de output
‘over’speeld wordt door Dré en Mark Turner. En de uiteindelijke finale ‘Remi &
Lowie’ die volgt is inderdaad het wat kinderlijke stukje dat Dré voor z’n kids
schreef, in stille verwondering voor de orgelman en z’n aapje…
En zo krijg je een eerste CD die staat voor wat Dré in z’n muziek drijft en
zoals we hem ookwel kennen van diverse projecten. Vooraanstaand drummer maar
ook zoveel meer. Subtiel maar ook uitgesproken, gedefinieerd wanneer dat nodig
is en steeds met de vinger op de pols van de tijd, geen elektronica schuwend
maar ook niet overladen met technische snufjes. Dit mag wel duidelijk wezen: Dré
heeft met veel liefde voor de muziek een boeiende, gevarieerde plaat uitgebracht
met de voeten op het breed platform van de hedendaagse jazz ! Terecht gelauwerd
al gaan we hier ook de ouwere jazzpuristen weer horen klagen over de ijle
atmosfeer die als een aura over deze schijf hangt…’ (Winus)
Saxkartel: 'Yellow sounds & other Colours'
'Tom Van Dijck (TVD),
baritonsaxofonist en bezieler van het Saxkartel werkte in 2005 mee met een zang-
en dansproductie onder leiding van Liesbet Vereertbrugghen.
Hij besloot toen om een programma te maken met stem, begeleid door het
Saxkartel( waarmee hij in 2004 ook al de CD 'Airdance' uitbracht. "Yellow sounds
& other colours" is de neerslag van dit programma, op CD.
Frank Vaganée vervangt Robin Verheyen die op 'Airdance' sopraansax speelde. Sara
Meyer speelt altsax, Kurt Van Herck tenor en de stem is die van Tutu Puoane.
Het Saxkartel brengt eigenlijk een
vorm van 'kamermuziek' met 4 saxofoons (en op deze CD dus ook een stem op een
aantal nummers) waarbij ze vertrekken vanuit Jazz en van waaruit improvisatie
een belangrijk uitgangspunt is. Alle arrangementen zijn van TVD behalve die van
'De Donder Komt' & 'Vélocipède' die gecomponeerd én gearrangeerd zijn door Oene
van Geel, de Nederlands Jazzviolist. In een kartel waarin een ritmesectie enkel
gesuggereerd wordt is samenspel uiterst belangrijk en lijkt een strakke
discipline onontbeerlijk. Lange escapades kunnen geen van de vier sax
-virtuozen zich veroorloven binnen de zeer mooie en subtiele arrangementen op
deze plaat."Yellow sounds" opent met een minder voor de hand liggend Monknummer,
"Little Rootie Tootie". Een 'trein-impressie' die Thelonious in '52 voor zijn
zoontje schreef. Een zeer geslaagde uitvoering, wellicht ook omdat het sowieso
meer voor de hand ligt om een blaasinstrument een stoomfluit te laten
suggereren dan een piano. De vier nummers waarop Tutu Puoane zingt zijn het
speelse "Dat Dere" van Bobby Timmons, "Ntyilo Ntyilo" een Zuid Afrikaanse
klassieker van Alan Silinga dat oorspronkelijk werd geschreven voor Myriam
Makeba en twee nummers die vooral dankzij singer-songerwriter Joni Mitchell
bekendheid kregen. Joni Mitchell blijkt trouwens de link tussen TVD en Tutu. Ze
zijn beiden fan van de Amerikaanse en doen haar op deze plaat alle eer aan. "Goodbye
Pork-pie Hat" is een nummer dat Charles Mingus opdroeg aan Lester Young en waar
Joni een ontroerend mooie, hoopvolle tekst bij schreef en zong. "Both Sides Now"
is helemaal van Joni Mitchell en werd destijds een regelrechte hit (in het
alternatieve circuit). Op alle vier de nummers komt de sobere stem van Tutu
volop tot haar recht. Ze heeft niet dat enorme stembereik maar beschikt over een
superbe timing waarover alleen de allergrootste Holidays uit de vocale Jazz
beschikken.
In "Caravan" van Duke Ellington mag de bariton het diepe, percussieve, ritme
aangeven. Spijtig dat Harry Carney dit niet meer kan beleven... Frank Vaganee
schittert hier op sopraan.Verder zetten "S8", "A Bridge To Art", " From Belgium
to Holland", "Evans-Lee" en " More Bubbles" de weg voort die "Airdance" was
ingeslagen. Allen originele composities van TVD die dankzij fijn uitgewerkte
arrangementen de vier van het Saxkartel meer laten zijn dan de som van de
individuele saxofonisten. 1+1+1+1 = 5.
"Yellow sounds & other colours" is
geen gemakkelijke plaat. Je moet haar raffinement naar waarde leren schatten.
Maar na meermaals beluisteren wordt het een plaat om te koesteren en lief te
hebben.' (Gi Leoni)
'Tom Van
Dyck doet steeds meer aan Duke Ellington denken. Hij slaagt er in om
schitterende muzikanten samen te brengen die er, door zijn composities en
arrangementen, in slagen om boven zichzelf uit te stijgen. Hij is zelf ook een
uitstekend instrumentalist maar is nooit te beroerd om anderen te laten
schitteren. En dat hij net als 'the Duke' een meester is in arrangeren konden we
recent nog vaststellen op de CD Yellow Sounds van het Saxkartel.
Met t unit 7 gaat hij nog een stapje verder. Het septet combineert de voordelen
die een bigband biedt met die van een kleinere groep. Zo kunnen de blazers in
sectie samenspelen en zijn ze groot genoeg om de complexe arrangementen waar TVD
zo goed in is ten volle tot hun recht te laten komen. En de band is klein genoeg
om als een echte 'groep' samen te spelen. Liever dan van een 'project' of een
'concept' spreken we in die zin dan ook gewoon van een 'groep' als het over t
unit 7 gaat. Een groep van zeven muzikanten die elkaar stimuleren, inspireren en
erg goed op elkaar zijn ingespeeld.
the wind's caress opent met 'dislectically divided', een klassiek opgebouwd nummer dat meteen de toon zet voor de rest van de plaat. Drummer Herman Pardon en bassist Mark Haanstra stuwen het nummer dat de kans biedt om kennis te maken met TVD als altsaxsolist en met Ewout Pierreux die op piano de lijnen mag uitzetten. In 'springwaltz', het langste nummer van de plaat, mogen Fred Delplancq op tenorsax en Michel Paré op trompet laten horen wat ze in hun mars hebben en maken we kennis met de 'vette' sound van de fretless bass van Haanstra (zonder in superlatieven te willen vervallen, we moesten aan Jaco denken. 't Is wat...). Naar het einde mag de trombone van Andreas Schickentanz het thema hernemen waarna de anderen aansluiten en het nummer in een gezamenlijke apotheose afsluit. Wat ons betreft zonder twijfel het hoogtepunt van de plaat. 'bewitched, bothered & bewildered' is een standard (compositie R. Rodgers) die we vooral kennen van een prachtige versie van Ella Fitzgerald. Zij bezingt daarin de onmogelijke liefde van een iets oudere vrouw voor een jonge man. "I'm vexed again, perplexed again, thank God I can be oversexed again...". Het moge duidelijk zijn dat dit een nummer is dat over passie gaat. TVD en Michel Paré mogen dit met een sopraansax en en trompet duidelijk maken. Moeilijk. En we gaan ervan uit dat het dissonante fragment van de sopraan staat voor het onmogelijke van de liefde. 'pick-up piece' - 'the chase' - ' the wind's caress' (met bigbandblazerssectie en funky Ewout op fender rhodes) - ' tisda' (erg gevoelige ballad met kippenvelpianolijntjes, Jaco-bass en zzztrompet -zuiver, zacht en zwoel) en 'we'll get there' zijn de overige TVD composities en arrangementen. De plaat sluit af met 'serendipity', een compositie van Mark Haanstra. Het arrangement lijkt wel gemaakt om alle groepsleden nog even de kans te geven om te laten horen wat ze kunnen... .
Maar
dat was al lang duidelijk.
2008 is nog relatief jong. Het zullen straffe Belgen moeten zijn die deze plaat
gaan overtreffen dit jaar.' (Gi Leoni)
Kristen Cornwell Quintet
: 'Distant Skies'
Kristen Cornwell is een Australische Jazzmuzikante die in
België woont en zingt. Voor DISTANT SKIES heeft ze mooie, weemoedige teksten
gemaakt waaraan haar stem de nodige diepgang verleent. Kristen Cornwell
heeft een eigen stemgeluid dat ze verrijkt met intonaties en stembuigingen.
Wanneer ze improviseert op basis van geluiden doet ze dat in nauwkeurige
lijnen die soms samengaan met de melodie, dan weer vooral met de harmonie.
De andere vier van het Kristen Cornwell Quintet bieden
veel meer dan 'muzikale omkadering'. Pascal Schumacher betekent voor
vibrafonisten in onze contreien zowat hetzelfde als zijn naamgenoot voor
auto-piloten. Fredrik Leroux is een subtiel gitarist die perfect een sfeer
kan scheppen en dus geknipt is om de nostalgische sfeer van de CD te
onderschrijven. Christophe Devisscher is naast de contrabassist die de
lijnen uitzet ook de levenspartner van Kristen en voelt haar aan als geen
ander. De Duitse drummer en percussionist Dennis Frehse was ons tot voor
DISTANT SKIES onbekend maar blijkt eveneens een top Jazzmuzikant met een
zeer brede bagage. Kristen Cornwell tekent zelf voor vijf van de elf nummers
en eentje schreef ze samen met Chistophe (Breathe). Met 'DISTANT
SKIES' waarin ze haar verhuis uit Australië (haar roots) bezingt, zet
ze meteen de nostalgische toon. Leroux neemt op gitaar ook een strofe voor
zijn rekening en meteen wordt duidelijk wat we bedoelen met "sfeer
scheppen". 'LIES', lijkt het relaas van een onbevredigende liefde. Misschien
wel mede de aanleiding tot het vertrek uit het verre thuisland? De
slide-guitar roept in elk geval de sfeer op van een roadmovie. 'I KNOW YOU
BY HEART' lijkt dan weer een plausibele verklaring om vanuit het verre
Australië naar België te komen wonen. In 'HOW I WISH' (of 'Ask Me Now'), een
Monk-nummer, met lyrics van Jon Hendricks, krijgt Christophe de fijne
opdracht om met z'n contrabas de geest van Monk op te roepen. En slaagt daar
bovendien wonderwel in. Kristen demonstreert wat 'vocalise' betekent.
Prachtig nummer. Weemoedig. Nostalgisch... Net voor die sfeer kan omslaan in
zwaarmoedig is er het meer up-tempo en lichtvoetigere 'CHEEK TO CHEEKY', een
compositie van Christophe Devisscher, een welkome afwisseling die wat naar
Jazz-rock neigt. En 'PAST CARIN'' een meerstemmig a-capella nummer met
folk-invloed dat wat aan Zap Mama en Bobby McFerrin doet denken.
DISTANT SKIES is geen CD die je even opzet om snel weer
vrolijk te worden. Wel eentje die je doet genieten van mooie dingen,
hoopvolle verwachtingen en deugddoende heimwee.
Trio
Grande & Matthew Bourne : 'Un matin plein de promesses'
Trio Grande gaat al een hele tijd
mee. Voortgekomen uit Trio Bravo met saxofonist Fabrizio Cassol nog in den
beginne, we spreken halverwege de jaren tachtig, heeft dit internationale trio,
2 Belgen en Fransman Laurent Dehors al een hele creatieve weg afgelegd, al is
het weer van in 2001 geleden dat we van dit, zeg maar avant garde trio, nog wat
op CD zagen verschijnen. En dan nu is er, op invitatie van Gaume Jazz, deze
opgemerkte CD met de talentrijke en ook niet voor één gat te vangen, Engelse
pianist Matthew Bourne. Release dateert van in april jongstleden en de opname
volgde vorig jaar in november na een eerdere succesvolle tour in de Jazzlab
Series. Het resultaat is echt wat je van het Trio Grande mag verwachten en
nodigt uit om in beelden te (be)spreken. Want deze schijf heeft voor elk wat
wils ,al komen de meeste composities hier van de hand van tubanist Michel Massot.
Meestal gaan we daarin uitbundig en vrolijk al starten we met L’Acrobate’ wat
balancerend op de tippen van de tenen, spannende maillot rond de lendenen of
mogelijks ook hoog sierlijk zwierend in de trapeze, zulke ‘Cirque du Soleil’
sfeer krijgen we voorgeschoteld door Massot aan de ritmebepalende tuba, daarbij
dan weer harmonieus gevolgd door Matthew die zich wat later dan weer laat
meeslepen door de percussie van Michel Debrulle. Laurent Dehors soleert daar
rustig tussendoor…Wat later kan je maar beter oppassen want op de drukke
boulevard van ‘Caldédine’ is het uitkijken geblazen ! Massot aan de trombone,
een volgzame Matthew die daartegen wat klassieks neerzet en Debrulle die dat
alles lekker inkadert, mooi!...
(slaap)dromerig start daarna ‘Cinéma-Danse’, waarschijnlijk het meest jazzy
nummer van deze plaat waarin Laurent bevlogen soleert op de altsax terwijl
Massot onbewogen lijnen zet met de tuba waartussen Matthew dan weer handig
manouvreert . Debrulle voelt en vult dat naar goede gewoonte aan met gepaste
drums en cymbalen. En daarna worden we speelser,wat krols in het titelnummer,
clownesk ook en dan halen we meteen er ook wat Tex Avery sfeer bij.
Tekenfilmpjes muziek dus, zo ook in ‘Valence valse’, een nummer van Laurent en
een waarachtig kat en muisspel in walsritme, beetje hilarisch ook met die
mondharmonica en lachpartijen tussendoor en een ware billenkletser alvorens we
ons in ochtendlijke mistflarden begeven op ‘Le bossu de Rossignol’, de enige
compositie bijdrage van Matthew Bourne op deze CD. Matthew mag hier met
pianodeken de ijle klarinet van Laurent en trombone van Michel Massot in
harmonie toedekken…Beetje mystiek daarna kan ook in het magische ‘Le Ciel’ waar
we ons een eerste keer zacht schommelend laten voortschrijden, hoog gezeten op
een olifantenrug en omringd door diverse dierengeluidjes, vind je ’t gek? Dan
maar terug in tempo met weer een Massot compositie: ‘Scarabée’ waarbij een
dreigende piano de melodie doorbreekt. Het is de zalvende basklarinet van
Laurent Dehors die hier tracht de gemoederen te bedaren maar Matthew Bourne
levert wel stevig weerwerk! Hamonieus wordt er echter afgerekend ! In ‘D’Jaimily’
waarin we Massot eerst op trombone en daarna op tuba horen krijgt ieder z’n
recht op antwoord en daarna is het in vluggertje ‘Menuet’ weer speeltijd, Bugs
Bunny loert om de hoek ! Graag dan terug de olifantenrug op voor ‘L’Hypnotique’,
het schommelende vervolg van de rit die we met ‘Le Ciel’ wat eerder zijn
begonnen. Het is Matthew Bourne die tussendoor mag soleren al is het wél Laurent
Dehors die hier absoluut het eresaluut afsteekt op de cornemuse, een soort
doedelzak. En in een real ‘Trio Grande way’ mag ‘La fin de l’été’ daarna speels
afsluiten met een vrolijk walsje. De terugbik mag er absoluut wezen: Creatieve
avant garde met een vleugje jazz en dat alles op grootse wijze opgediend, dit
‘trio kwartet’ mag van mijn part hier ooit nog een vervolg aan breien !(Winus)
Jean Marie Van Schouwburg - Jean Demey - Kris Vanderstraeten : 'Sureau'
Sureau is een ‘betoeterde’ plaat.
In die zin dat een ‘toeter’ kan helpen om em ten volle te appreciëren.
Sureau is experimenteel. Experimenteel geluid. Geluid dat inspireert en aanzet om te koken. Of om te brouwen. Bijvoorbeeld ‘vlierbessensiroop’. Die vervolgens in te vriezen in kleine porties (ijsblokjes) en toe te voegen aan een fijn glas Champagne. Of Cava.
Het is een hele klus om via experimenteel geluid een recept voor een aperitief te suggereren. En toch is het Jean-Michel, Jean en Kris gelukt. Ik hoor de rijpe bessen die geplukt worden, gewassen en gekookt (en bessen kunnen pijn voelen, zo blijkt). Na afkoeling worden ze door een zeefdoek gedraaid. Aan de brij wordt water toegevoegd, en suiker. Veel suiker. Een tijdje in de koelkast. Dan in flaconnetjes gieten. En tenslotte een stopsel erop.
En dat alles heeft Sureau gessugereerd. Via een stem die dikwijls klinkt als een didgeridoo. Percussie en geluiden die absoluut bruikbaar zijn in de free jazz en soms erg inventief. En een echte jazzbassist (denk ik).
Creativiteit die wat ongewoon aandoet. ’t Is wat
verschieten. Maar mits de nodige openheid (en eventueel substanties) de moeite
om te proberen. En zelfs van te genieten. (Gi Leoni)
Bij Voltaire is Candide een jonge, zachtaardige en wat
naïeve jongeman die gaandeweg, met vallen en opstaan, leert dat de wereld niet
steeds zo mooi en lieflijk is dan hem steeds werd voorgehouden. Candide leert
daar echter mee om te gaan zonder zijn eigen individualiteit en persoonlijkheid
te verliezen. Een autobiografische titel voor de eerste CD van Pierre Anckaert?
De elf nummers van het album zijn originele Anckaert
composities, het nummer ‘Hoagy Bear’ bevat fragmenten van ‘Skylark’ dat
geschreven werd door Hoagy Carmichael. De CD is er eigenlijk 1 van het ‘Pierre
Anckaert Trio’, met vaste kompaan Hendrik Van Attenhoven op bass en David Barker
op drums (in deze bezetting won het Trio vorig jaar de Internationale Jazz
Hoeilaart contest). Het samenspel tussen Pierre, Hendrik en David is op dit
album erg communicatief en bij wijlen zelfs intiem te noemen. Waarbij we graag
aangeven dat Hendrik Van Attenhoven een uitzonderlijk ‘intense’ bassist is die
Pierre Anckaerts’ gedachten soms lijkt te kunnen lezen. In ‘Boreal’, – een
nummer dat beelden oproept en een beetje de sfeer van Ascenseur pour l’ échafaud
ademt, filmmuziek dus -, ‘In a Peculiar Galaxy’ en in ‘Mazurka’ versterkt Bert
Joris, mooi en lyrisch op trompet, het Trio. Op het titelnummer ‘Candide’ maken
we aangenaam kennis met gitaarvirtuoos Guy Nikkels. Meteen ons favoriete nummer
op deze plaat. Het nummer ontwikkelt zich alsof alle muzikale ideeën en noten
uitgeschreven staan terwijl het toch spontaan en geïmproviseerd blijft klinken.
Het zou, als het ware, een Chick Corea nummer kunnen zijn. ‘Nostalgia on Riga
Square’ heeft niks met Letland van doen maar veel met de wijk in Schaarbeek waar
Pierre woont. Of hoe een creatief pianist zuiderse multi-culturaliteit, weemoed
en emoties in muziek weet te vatten. ‘El Ultimo?’ mag de CD afsluiten en lijkt
wel een live opname.
Als Jef Neve dè Belgische vertegenwoordiger zou zijn om op
piano Jazz te brengen met een wat klassieke insteek, en Ewout Pierreux die van
wat meer donkere bluesy Jazz, dan is Pierre Anckaert ongetwijfeld diegene die
ritmes en klassieke harmonieën uit Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied het
beste met Jazz combineert. We hadden het voorrecht om tijdens de recente
laureatentour van Jazz Hoeilaart getuige te zijn van een tiental concerten van
het Pierre Anckaert Trio. Het leerde ons dat Pierre, naast het materiaal van
deze CD, genoeg klaar staan heeft voor een volgende plaat. We kijken er alvast
naar uit en intussen koesteren we deze 'Candide'. (Gi Leoni)
Stefan Bracaval : 'insight inside'
Fluitist en uitstekend improvisator Stefan Bracaval heeft
zijn CD ‘insight inside’ opgedragen aan zijn gezin en dankt Michel Bisceglia
voor zijn onverwoestbaar geloof in de muziek. Als luisteraar krijg je meteen de
neiging om Bisceglia eveneens te gaan bedanken. Vooreerst omdat hij het
produktiegewijs mogelijk maakt dat we kennis kunnen maken met de composities van
Bracaval. Ten tweede omdat we daardoor de mooie toon leren kennen van -binnen de
Jazz- nogal ongebruikelijke instrumenten fluit en basfluit. En ten slotte omdat
Werner Lauscher op contrabas en Marc Léhan op drums (van het Michel Bisceglia
Trio) het mandaat krijgen om op de CD de ritmesectie waar te nemen. Hendrik
Braeckman op gitaar vervolledigt het kwartet.
De muziek van Stefan Bracaval is niet zo maar voor één gat
te vangen. Hoewel zijn composities Jazzcomposities- en improvisaties zijn
vermengt hij ze graag met invloeden uit de klassieke muziek en uit de oosterse
en zuidelijke culturen.
In ‘folkdance’ krijgen we meer dan een knipoog naar folk. De
eenvoudige basismelodie (op fluit) krijgt een dansbaar ritme mee van drum en
gitaar. Dankzij het improvisatorisch talent van Bracaval en Braeckman wordt dit
een aanstekelijk nummer. Het zou ons niet verbazen mocht één of andere folkgroep te
lande hier een tekst opzetten en er ‘iets’ mee gaan doen. ‘arcadie’ en het
titelnummer ‘insight inside’ zorgen, door het samenspel van basfluit en
contrabas, voor een –voor ons- nooit gehoord en erg mooi klankpalet. ‘river man’
werd als enige nummer niet door Stefan Bracaval gecomponeerd. Nick Drake, een
Engelse singer-songwriter die in 1974 overleed tekent ervoor. Het mist de
tragiek en de intensiteit die de tekst van het origineel wel had. ‘time mark’ en
‘children’s game’ zijn swingende nummers en Hendrik Braeckman op gitaar en
Stefan Bracaval zorgen, zowel om beurt als door samenspel, voor magnifieke
improvisaties. ‘tengo un tango’, of Argentijnse passie. Hoewel de CD over het
algemeen de sfeer uitademt van mooie, rustige muziek voor bij de open haard al
het tweede dansbare nummer. Een Jazztango in de geest van Piazzolla. ‘la noche’
sluit de plaat af en is een gevoelige ballad met dialoog tussen fluit en
akoestische gitaar.
Insight Inside zal wellicht niet de grote massa bereiken.
Voor ons betekende de plaat alvast wèl een lichtpunt in koude donkere dagen. En
dankzij platen als deze blijven we, net als Bisceglia, geloven in de muziek.
Carlo Nardozza Quintet : 'Winterslag'
Ik schreef het al in 2006 : deze jongens zijn individuele talenten en de 'Dozzy
Suite' waar ze in 2005 op het jazzconcours van Avignon de prijs voor beste
composities mee wegkaapten zou er ooit nog wel eens aan zitten komen, op plaat.
Wel, that time is now en het zal menigeen plezieren, want het is werkelijk een
schoon stukske muziek ! Het levensverhaal van de Nardozza's, 'Italobels',
Italiaanse Belgen of is het toch nog Italianen in België ? Aangetrokken door het
werk in de Limburgse Koolmijnen, een hard leven van labeur waar ook elke
gelegenheid werd aangepakt om plezier en muziek te maken,zo ook bij de
Nardozza's waar vader graag de accordeon boven haalde om te musiceren en Carlo
en z'n broer speelden graag mee...'The Dozzy suite', dozzy, een afgeleide van de
achternaam is het verhaal van zo'n Coalminer's life, een levensecht sprookje
vertaald naar melodische jazz... 'Er was eens'...zo beginnen al de sprookjes en
'The Beginning of' is dan ook slechts de aanzet tot de warmte van 'The Birth of
the Italobel', mede door de medewerking van gastmuzikant/accordeonist/muzikale
duizendpoot Gwen Cresens gemaakt tot een levendig verhaal, een uitgebreid
kleurenpalet, en roept een sfeer op van circusvolk of drukke marktjes en
vrolijkheid, Italiaanse warmte... Melancholischer is daarna 'Going down To the
Black Gold' of hoe een werkdag in de mijn kan verlopen, het afdalen, de
gejaagdheid van het werk ! Gepaste interventie en overgang door Steffen
Thormählen in 'Drum Intro', de overstap naar het frivole jazzwalsje 'Il piano a
Bretelles', opgedragen aan pa Nardozza. Een lekker doorstapje is het, met Carlo
in harmonie met Daniël Daemen en verder een Melle Weijters die hier en daar
streepjes trekt met de gitaar. Sterke sopraansax solo van Daniël en interventie
van Gwen Cresens en bovendien een Carlo aan trompet die laat horen dat ie met
recht één van de highblowers is in het hedendaagse BJO, het'Brussels Jazz
Orchestra !'Dat het leven van de koolmijners geen groot feest is, weten we
intussen, sociale onrust en longziektes...Plechtstatig en zwaarder op het gemoed
weegt dan ook'Perque'...perque a noi, da's een vraag die eenieder zich wel es stelt in
het leven... een bezinningsmoment, opgedragen aan de moeder van Carlo die in
2003 zwaar ziek werd. Melle Weijters weet dat uitstekend naar de gitaar te
vertalen, het luiden van de onheilsklokken, want ook aan the good times rond de
steenkoolmijnen kwam helaas een end en dat krijg je mee in dit tweede én
einddeel van de suite.Dramatisch ingevuld door drums en ook de accordeon
klinkt meteen heel wat zwaarmoediger. Tom Van Acker mag afsluiten op bas en de
overgang maken naar het sensuelere 'Emmelia' en deze is opgedragen aan de
echtgenote van Carlo, Emmely en daarbij eigenlijk aan al die goeie huisvrouwen
die verdorie toch steeds de hoeksteen blijken te zijn van het gezin waarond elke
familie zich vergaart ! Sensueel, zoals gezegd, met een zeer aanwezige
ritmesectie in tempowissels en de soli krijg je afwisselend van Daniël en Carlo.
Het is meteen ook het langste stuk uit heel de CD, ruim 12 minuten, maar je
weet, als je't verhaal van een vrouw moet vertellen, neem je beter even de tijd
! Alle nummers lopen naadloos in mekaar door, zo ook nu weer met 'Duo',ook
slechts een aanloop door het duo Daemen/Nardozza naar titelnummer
'Winterslag' waar het beginthema hervat wordt en alwaar ook Melle Weijters z'n
expliciete mening aan gitaar mag verkondigen. Een multicultureel verhaal met
zelfs slavische invloeden en terecht de finale van 'The Dozzy Suite' want 'Zahir',
de afsluiter van deze schijf hoort daar niet 'officieel' bij.'Zahir' is muziek
naar het boek 'De Zahir'(de altijd aanwezige) van Paulo Coelho, een
liefdesverhaal dat je ook vertelt in je binnenste te kijken, geen al te
makkelijk 'wegleesboek' volgens de meesten, filosofisch en gedrenkt in mystiek.
Neen, ik denk da'k dan toch maar deze muziek verkies met het roffeltje, zoet
weggebast ook , de blazers in harmonie en verder nog een laatste keer de
warme bandoneon van Gwen Cresens . Hier op deze 'Winterslag' zeker méér dan
zomaar een op-of aanvulling en niet echt ánders ook,wat dacht je. Wat zei ik weer in het
begin ?..'een schoon stukske muziek' en da's dan meteen ook de eindconclusie : tweede mooie
uitgave van het Carlo Nardozza Quintet, dat zich intussen profileert als een
'blijver'. (Winus)
Strange Fruit : 'Smoke and Honey'
Deze keer een nieuwkomer op de scène en meteen een
vreemde eend in de bijt er bij ! Mooie stemmetjes, en daarnaast, jong naast
'oud', een combi van glanzende jona gold tegenover de meer belegen Cox, om het
wat fruitig te houden en in de sfeer te blijven... Want wat doe je met duidelijk
zangtalent en in welke aantrekkelijke vorm kan je dat presenteren ? Dat dacht
Luc 'Lucas' Canters toen hij Emilie Leysen een eerste keer hoorde zingen in het
repetitiekot in de tuin. Het waren hij en Celle Somers, een bevriend pianist,
die het concept van Strange Fruit, met Jazzstandards in mekaar draaiden. De
pianist verdween echter maar de zoon, Michiel Somers, vervoegde het gezelschap op
elektrische bas. Een ex-drummer uit het hardrock circuit (Jan Van Dessel) gooide
de ritmebox d'er uit en maakte naast gitarist Luc Canters, die ook al uit de
rock stamde, het spel kompleet maar niet zonder dat Emilie een vriendin van
haar, Nathalie Van Den Meutter, bij in het geheel betrok, want had zij ook niet
zo'n goddelijke stem? 'Strange Fruit' dus, en wat voor een vruchtensapje draai
je daar dan uiteindelijk uit?
Wel, 'One for my Baby' komt daar als starter al voortreffelijk uit, jazzy maar met onmiskenbare rockkantjes, da's de gitaar van Luc. In ieder geval een ultieme teaser, 'mature' gezongen en een lekkermaker naar méér. En dat krijg je er meteen achter aan met 'Duke Ellington's 'Squeeze me' , zwoel en uitdagend. Bovendien verfijnd gedrumd met subtiel cymbalenwerk en da's een opstekertje voor Jan Van Dessel die 100 % z'n stijl hiervoor moest bijwerken maar dat uitstekend blijkt te doen, (op plaat alhans, live lukt dat wat moeilijker). Wie vermoedt hier nog de drummer van de Boogie Clowns achter ?! En het gaat nog steeds de goede richting uit met 'Dat Dere' van Bobby Timons, jazz vanuit de heup met mooie samenzang en erg sterke gitaar van Luc die steeds met veel feeling de juiste gitaarlicks opdient, mooi zo !Fingerknippin' en stemmetjes die mekaar aanvullen , da's 'Roll with my baby' van Ray Charles, een swingende jive die op een bijna rockin' way een punt zet na een eerste sterke presentatie,tot nu toe niks dan lof immers. Een terecht rustpunt volgt dan met het alomgekende 'Nature Boy', slechts vocals en akoestische gitaar, wat hier in deze uitvoering voldoende lijkt. Echter, 'Lover Man',dat daarna volgt, lijdt aan 'te weinig', met nogmaals slechts die gitaar en een paar toegevoegde pianoaanslagen die er wat bovenop lijken te liggen. Spijtig genoeg blijkt dat ook verder in bvb. 'Gee Baby, aint I good to you' ,dat te mimimaal is qua instrumentatie waardoor het geheel wat ineen zakt, is ook wat te 'bloedeloos' gebracht. Een oppepper lijkt dringend nodig maar het intimistische 'Angel Eyes' laat het geheel eerder wegglijden. Hier denk ik in gedachten dan graag een klarinet bij en vrolijkheid please ! Als je dan weet dat hier het dramatische 'Strange Fruit', de pure tragediesong van Billie Holiday, nog achteraan komt, dan mag je gerust spreken van een productiefout, 'Strange Fruit' droogt immers stilletjes op en dat maken de gevoelige vocals écht niet goed... 'Cry me a River' ,schitterende blues, heeft prachtige tempowissels maar de kleine band heeft dan spijtig genoeg de dynamiek weer niet die een uitgebreide bezetting (weer met bvb. klarinet en/of keyboards) hier van zou kunnen maken. Luc's weepin' gitaar klinkt weliswaar nog steeds uitstekend en aanvullend naast de vocals maar gelukkig is daar Gershwin's Summertime' een beetje later toch nog om deze 'Smoke and Honey' terug wat leven in te blazen, al duurt het wat lang om aangezwengeld te geraken. 'My Funny Valentine', waar duimbassende Michiel Somers zijn aanwezigheid ook even op de voorgrond mag zetten mag er wat later ook best wezen en frivool ... hadden we dat al gehad?...een beetje musette op z'n New Orleans , plezierig en fruitig met de geur van appelsientjes, deze 'Dance me' till the end of love', van Leonard Cohen ! Een beetje treurig gezongen, dat wel, maar mét strooien hoedje op. Heel anders dan afsluiter 'Hey Sweet Man'dat doet,met lange laarzen en vilten deukhoed schuin op de kop, valt ook wat buiten hetgeen we tot nog toe hoorden. Een nummer van streetsinger Madeleine Peyroux is dat, een bluesy wegzakker ,onderwijl circeltjes makend met de wijsvinger in het zand... en daarmee hebben we een ruim dikke CD van 14 nummers er op zitten. En de eindconclusie dan ?
Sterk aan de start, maar al gauw duidelijk makend dat het
geheel lijdt aan zowel een onderbezetting als aan een zekere bloedarmoede,
teveel intimistische songs aan een tempo dat het geheel doet uitwaaien als een
stervende kaars. Zonde, want de eerste nummers tonen aan dat het wél kan, alleen
is het nog zoeken naar een (eigen) swingender repertoire en dat in een breder
klankbeeld. Je denkt hier immers al te dikwijls klarinet, sax of keyboard bij en
zoals dat steeds gaat : liever reality dan virtual reality ! Toch in het oog te
houden,dit rocky jazzcombo, in deze fruitmand zit talent ! (Winus)
Steven Delannoye Trio :
'Midnight Suite'
De CD begint als een Indische raga, heel vanuit de verte
glijdt de muziek langzaam binnen : de bedachtzame tenorsax van Steven Delannoye,de
zwoele bas van Yannick Peeters en bij de eerste rimshot van drummer Lionel
Beuvens is het nummer 'Trio story 1' voorgoed aangezet. Met droge toon en
beheerst spel vertelt Steven zijn verhaal en houd de spanning hoog. De drums van
Lionel zijn ingehouden sober in samenspel met de bas en komen af en toe lonken
naar de voorgrond met stevige beats. Met het nummer 'Trio 3' gaat het er iets
helser aan toe, melodieuse free-elementen vermengen zich, het tempo verhoogt,
inside dialogen draaien rond, de beat verstrakt. Bij 'At' neemt de bas het
voortouw en trekt de tenor mee door het zand. 'So true' is een walkende ballad
met slome tonen van lange noten en natte percussie, mallets die het
wateroppervlak lijken te beroeren. 'Play it' is een hoogtempo swingend nummer
waar de drie muzikanten naast elkaar soleren in alle hevigheid.'Os' lijkt weer
op het begin met een tampura-achtige East-achtergrond, (een synthesiser ?), hier
ook weer het contrast tussen de droge tenor,de aanhoudende bastonen en de
nat-percussie van Lionel Beuvens. 'Midnight suite' introduceert Steven op
sopranosax met lange uitgesponnen zangerige noten bolerogewijs naar meer
scherpte de hoogte in.'The Nice Ones are Gone' terug op tenor laat Steven zich
overdonderen met stevig creatief drumwerk van Lionel Beuvens met net geen
drumsolo op het einde...'...Me', het slotnummer heeft een stevige funky -beat en
wordt na een minuut abrupt afgesloten...? de Sequel voor een volgende schijf ?
De hele plaat,en dat is vooral aan zijn voorman te danken, baadt in meditatieve
sfeer, ook de up-tempo nummers. Steven Delannoye presenteert hier op zijn eerste
CD zijn zéér eigen geluid, droog,verhalend en met een absoluut oor voor
soberheid. Zowel Yannick Peeters als Lionel Beuvens zijn de ideale muzikanten
voor het Steven Delannoye Trio. Ook Yannick mikt met haar vol basspel op
soberheid en volgt een klare lijn wars van supervirtuositeit. Lionel Beuvens is
dé veelgevraagde drummer van het moment,en terecht, zijn spel is uitermate
creatief en klinkt heerlijk helder uitgesneden op deze CD. Een echte aanrader is
deze' Midnight suite' van een hecht trio.(Kris Vanderstraeten)
Mahieu–Vantomme Quartet
: 'Walk into the
skyline
Opener ‘Free your mind’, een compositie van Tom Mahieu is
meteen het meest toegankelijke van de eigen nummers en heeft zowaar
(Jazz)hitpotentieel. Na de herkenbare inleiding die aan het einde van het nummer
opnieuw hernomen wordt, mag de ritmesectie zich uitleven en maken we weer kennis
met de uitmuntende Jazzpianist die Dominique Vantomme (DVT) intussen geworden
is.
‘Public happiness’ is een Vantomme-compositie en zet in met
tenorklanken uit de freejazz alvorens over te gaan in een harmonische ballad.
Saxofoon en piano soleren om beurt en tonen beiden hun grote expressieve bereik.
Kenny Werner lijkt nooit veraf.
‘Here’s to life’ het zeemzoete en onverwachte nummer
van Phyllis Molinary en Artie Butler, bekend van de versie van Shirley Horn, is
toch interessant vanwege de diepe klankkleur van de tenor.‘Code of the blues
hippo’ van DVT is opgebouwd in bluesmaten en biedt expliciet drumwerk van Geert
Roelofs. Geen ingewikkelde akkoordenwisselingen en dus meer vrijheid om vanuit
‘den buik’ te spelen.‘Berlin’ een kort en krachtige piano-improvisatie en
‘Ithaca’ een lieflijke ballad zijn de laatste DVT composities op deze plaat.Voor
‘Beyond explicit’ tekenen alle vier de groepsleden – geluidsbeeldhouwers – die
steen voor steen aan een vrije en toch melodisch swingende compositie bouwen.Tom
Mahieu mag afsluiten met zijn nummer ‘Close to my heart’. Een emotioneel duet
tussen piano en tenorsax. Bijna zwaarmoedig eerst maar hoopvol naar het einde
toe. Een muzikaal liefdeslied.
‘Walk into the skyline’ is wat ons betreft de meest intense
en gevoelige plaat van de 'twee-eenheid’ Mahieu-Vantomme. Altijd muzikaal, ook
als er niet van het blad gespeeld wordt. En dit quartet met Werner Lauscher op
contrabass en Geert Roelofs op drums voelt mekaar erg goed aan.
We waren eind maart in de Hnita Jazzhoeve en maakten daar een erg gesmaakt
concert mee van '4 in 1',de groep rond Jean-Paul Estiévenart, een groep
die toen wel vaste bassist Sam Gerstmans moest ontberen maar Piet Verbist (van
o.a. het Jef Neve Trio) viel bij die gelegenheid wel voortreffelijk in. Heel wat
nieuwe composities kregen we voorgeschoteld en natuurlijk kenden we Jean
Paul al van concertjes in de jazzzolder of als hoofdact op JazzatHome of als sideman in deze en gene formatie ,maar zoals dat gaat : wanneer je foto's schiet
gaat de muziek grotendeels aan je voorbij, waar de ogen zijn, hebben de oren effe geen plaats... Gelukkig zijn daar nog de CD's, of in het geval van '4 in 1'
dan toch alvast al een eersteling en die noemt '4 In 1', net zoals de groep, da's
makkelijk... Is het zo'n hechte schijf als de zeer op mekaar ingespeelde
formatie die we toen in de Heistse jazzhoeve troffen?...CD in de schuif en 'play
!' 'Time's mirror' tikt meteen als een klokje binnen, is breekbaar en
gevoelig bij het trompetspel van JP (hier op deze CD nog geen floeren bugel te
horen...) maar de resonerende solo van Lorenzo maakt er voorwaar net
zo goeds wat vloeibaars van en dan wordt het een surrealistisch uurwerk , net
zoals dat van Dali...een mooie kunstzinnige start ! Dynamischer wordt het met
'Fred', die met een oplopende tempowissel naar een tussensprintje
leidt. Toon Van Dionant, aan drums, valt hierbij op want die is zeer aanwezig op
cimbalen en Toms, zonder daarbij opdringerig te zijn. Hij volgt gewoon de te
gane weg, maar doet dat wel uitstekend! Je begint er trouwens ook bij de andere
nummers op te letten... Let maar op de intro van bvb. 'The Night before Sadness',
wat nu volgt. Het is een beetje een droef nummer maar het ritme blijft vrij hoog
en we maken hier zowel kennis met de highblowerscapaciteiten van Estiévenart als
met de inventieve, verhalende gitaarsoli van Lorenzo Di Maio. In een hoog tempo
gaan we daarna verder met 'Strange Food (niet 'Fruit' dus), alweer een eigen
compositie van Jean-Paul .De solo van Lorenzo volgt die van Jean-Paul en beide
heren tonen hierbij duidelijk hun technische kunnen , zonder er meteen ook een
'exposé van te maken, een 'ronde' song is het, klassiek opgebouwd met een
duidelijk begin en einde. De volgende mag Lorenzo dan strelend aanzetten. 'The
Old Lorry' is er dan ook ééntje van zijn hand en da's een erg mooie ballade waar
eenieder zijn zegje mag hebben. Sam Gerstmans doet dat mannelijk zangerig na
de gevoelige tonen van Jean-Paul en ook Lorenzo raakt die gevoelige snaar.
Onnodig te zeggen dat Toon dat weer fijntjes inborstelt. 'Vague' trekt zich dan
steunend en krakend in gang. De contrabas wordt aangestreken en Estiévenart
heeft een beetje een 'zieke' trompet. Het is uiteindelijk Sam Gerstmans aan de
bas die kordaat de aanzet geeft tot 'Vague Part 2'. Het is wat een relaxte
rit 'along the seaside' zou kunnen zijn . Na een voorzet van JP volgt hier een
erg mooie solo van Lorenzo en eindigen doet de rit met een 'coup de frein' van de
bassist. In 'Benlliure' gaan gitaar en trompet dan gelijk op, in wat
uitmondt in een nogal drukke discussie waar enkel de bassist zich onthoudt om
even later zijn 'versie van de feiten' te argumenteren. De drummer beaamt en wat
later zijn JP en Lorenzo dan weer in harmonie samen... Klaar als het zuiverste
water vloeit Lorenzo ' L'Echo Du Sounds' binnen, da's weer wat weemoediger en in
Toon's spel herken je de lessen van de meester aan het subtiele drumwerk,
onze 'international' Dré Pallemaerts. Vechtlustiger volgt daarna het
intussen al bekend in het oor liggende 'Swordsman'. Het thema klinkt als een
soundtrack bij de film. En ook hier weer een erg aanwezige Toon Van Dionant op
dribbelende drums en cimbalen. Soli van Estiévenart en z'n beresterke
sparringpartner Lorenzo Di Maio. Sam Gerstmans houdt hierbij de rekkers erg
gespannen en drijft deze song moeiteloos door deze stroomversnelling. Applaus
voor eenieder !
'Inès' komt als afsluiter hier terecht fier achteraan, een 'borst vooruit 'stuk, met de kepie eerbiedig af, een terecht slotstuk.
Hoeft het hierna nog gezegd dat ik zwaar onder de
indruk ben van deze eersteling van deze gasten. De protagonisten vielen al eens
eerder in de prijzen maar dat zullen verdorie en voorwaar zeer zeker de laatste
niet geweest zijn ! ...- eerbiedige stilte - (Winus)
Marc Matthys Trio & Guests : 'Shades'
Het moeten niet steeds jonge leeuwen zijn die in
in deze besprekingen aan bod komen. Voorwaar verruimen zij telkens weer onze
horizonten maar in het brede muzikale landschap zijn daar ook muzikanten
en componisten zoals pianist Marc Matthys die steeds weer trachten oud met nieuw
te verzoenen, klassiek, pop en jazz en dat in een hoogst persoonlijke stijl en
voorzien van de beste attributen , als ik de medemuzikanten en gasten zo
oneerbiedig mag benoemen. Zo bestaat het trio uit vaste waarden Bart De Nolf aan
bas en Dré Pallemaerts aan de drums maar verder komen ook aan bod : dochter
Vanessa Matthys, eveneens klassiek geschoold, de Franse percussionist en showman
Fred 'El Pulpo' Savinien, die wij ons nog herinneren van de concerten met Bruno
de Bruxelles; Peter Verhoyen, Brugs klassiek fluitist en David Linx als special
guest aan de vocals (op 'Alfie')...voorwaar een bonte verzameling ! Dat
het geheel resulteert in een lappendeken van stijlen, dat is dan ook te
verwachten, hoe rijmt deze directeur van het Conservatorium van de
stad Kortrijk dat allemaal aan mekaar? Laat ons
maar eens luisteren naar deze productie die onlangs uitkwam bij het 'Alley
Cats' jazzlabel van een oude studiegenoot van Marc, Patrick Mortier...
Zoals het hoort voor een productie die in de zomer gereleased wordt schuift ' La Petite Mambo' van succesvol veelschrijver Erroll Garner warm naar binnen, speels en dartel zonder daarom te uitbundig te worden, dat ga je trouwens op deze schijf niet vinden. 'El Pulpo' maakt het trio tot een kwartet (ter ere van de Cubaanse percussionist José Mangual volgens de bijsluiter). 'A House is not a home', wereldberoemd nummer van Burt Bacharach, krijgt daarna een jazzy toets en de heel lekkere stem van dochter Vanessa Matthys mee en ook het daaropvolgende 'A.C.J.' (de initialen van Antonio Carlos Jobim, een pionier van de Bossa Nova) maken deze schijf totnogtoe very easy listening, te genieten op het zomerse terras...En ook 'Alfie', een heel herkenbare, maar rijpere David Linx op het thema van de gelijknamige film van Lewis Gilbert uit '66 , is best aangenaam (en dan moet je weten da'k eigenlijk helemaal niet zo Linx gezind ben !) 'Blues for Oscar', je mag tweemaal raden ter ere van wie... is de blues, baby ! en je weet, dat gaat hier als pap naar binnen! Bart mag daar inleidend voor Dré de solo aanzetten en verder kabbelt deze eigen song mooi op 12 maten verder. 'San Juan' heet dan een trage Argentijnse dans te zijn 'met een knipoog naar Bandoneist-componist Astor Piazzzolla' maar heeft wel alle passie onderweg verloren, is bloedeloos en mag voor mij al gauw eindigen, beetje oppassen nu toch want de stemming is al gauw aan het veranderen...Klassiek getinte stukken hadden we intussen ook nog niet gehad maar 'Corelli Today' brengt daar nu verandering in. Een thema van de Italiaanse violist uit de 17e eeuw is het, maar eerder een variatie op dat thema, zoals ook voorheen Rachmaninov dat deed en zo krijgt dit toch nog wat jazz in de sloffen, al wordt het nooit echt mijn ding. Nee, dan liever Cole Porters' 'Get out of Town' met Vanessa aan de vocals maar verder vooral een erg bevlogen Marc, jazzy swingend achter de toetsen, daarbij aardig begeleid door het trio + één, 'El Pulpo'. Jazz en Bach daarna, da's weer niks voor mij,vrees ik, deze 'Siciliano - The Summer knows', al ben ik daar ook eerlijk in, erg zwaar is het allemaal niet maar de 'doededoe's van Vanessa hoef ik niet, de overgang naar The Summer knows' is anders wél knap gemaakt. Maar ik hoop nu toch weer gauw op wat frivolere dingen zoals, jawel 'Simple Waltz', een eigen jazzy wals doorstappertje met ruimte voor wat knap solowerk van de ritmesectie. Volgt een nummer van onze Toots en je hoort 'm hier al in gedachten bij, innemend op z'n mondmuziekje, op deze 'Ballade voor Damiaan'. Marc zet deze ballade echter ook zo,zonder Toots, gevoelig neer, het is een mooi en stil moment. Op kousevoeten en in salonrok komt 'Fantasy on KV 331' er dan aan , een Mozart thema, door Marc netjes naar jazz vertaald. Erg zoet zijn we toch weer bezig en 'That's all' van Bob Haymes doet daar nog twee klontjes bovenop, help ! ..ik vrees van te versuikeren nu ! De mooie vocals van weerom Vanessa en het uitstekende pianospel van Marc, het mag gezegd, maken echter veel goed. Datzelfde geldt voor de schone ballade 'Illusion', mét afgeborstelde percussie en 'Lamento', het ultieme einde, een pianosolo, ter nagedachtenis van de betreurde Gentse levensgenieter en pianist Bob Lalemant die in 2006 op 79 jarige leftijd overleed. Dát, beste lezer is niets meer maar dan ook zéker niet minder dan de laatste CD van Marc Matthys, die hiermee deze 'Shades'afrondt, zijn intussen.. 18e CD? Luisterjazz is het, bij voorkeur in het salon te genieten bij een glaasje port, niet morsen op het parket...Dat de hoogzomerse begintunes je eerst wat op het verkeerde spoor zetten is daarbij ook niet gans waar. Dit is, meen ik , Marc Matthys ten voete uit, degelijk en hoog kwalitatief, echter niet thuis in nachtelijke jazzkroegen waar zweterigheid en bop troef zijn, maar heeft niet alles zijn waarde ? ... (Winus)
Bernard Guyot -
Charles Loos - Summer Residence
Drie generaties topmusici verenigd in een sextet dat ontstaan is als een
uitloper van de concerten die speciaal werden opgezet om de , in 2008, 30 jarige
Brusselse legendarische Travers Jazzclub te gedenken. En dat met nummers
die daarvoor speciaal werden gecomponeerd door Charles Loos himself en de
componisten Benoît Louis en Frank Wuyts. Dat was het opzet van Jules Imberechts,
maar dat is intussen, wegens succes, ook een stuk eigen leven gaan
leiden. De Waalse Bernard Guyot voegde daar een suite aan toe en schreef samen
met Charles Loos nog wat andere nummers bijeen die gearrangeerd
werden voor dit uitstekende zeskoppige muzikale gezelschap. Ongecompliceerde
jazz is het resultaat waar de solisten hun kwaliteiten uitdragen ten dienste van
het sextet dat daardoor ook erg samenhorig klinkt. Dat zulks uiteindelijk live
op CD gezet wordt, dat onderstreept nog meer de rode lijn die loopt tussen de
twee huidige concertplaatsen waar, sinds het verdwijnen van de Travers, eind
jaren negentig, intussen Jules Imberechts zijn concerten dan weer organiseert.
In Brussel is dat het 'Theater Marni' en in Waals Brabant is dat in het
culturele centrum 'Brassages' te Dongelberg. Een ode aan de jazz en z'n
onvermoeibare organisators, dat is deze schijf en geef ze maar een
aandachtige beluistering, pure ontspanning is het, geen moeilijkdoenerij deze
keer en de zonnebloem op de hoes maakt het meteen ook duidelijk : relax en enjoy
! Charles Loos blijft daarbij op deze plaat merendeels op de vlakte, staat ten
dienste ván en zo gaat het ook op 'Au pays des aveugles' waar Yannick Peeters
prompt binnen stapt en vooral de blazers het voor het zeggen hebben. Volgt dan
de suite 'A travers tout' van Bernard Guyot en da's er ééntje uit vijf delen
waarbij in het 'First Part' Charles dan toch voor één van de schaarse keren,
speels en lichtvoetig de band op een zwierig showbandpad zet. Up tempo met een
mooie harmonie tussen de instrumenten , gevolgd door een wat uitdagende Yannick
en gelijk wordt het wat zwoel in 'Part II'. Stéphane Mercier borstelt met verve
de vloer voordat een wat macho J.P. Estiévenart de puntjes op de i komt te zetten !
Charles houdt het thema in de gaten en de drums van Wim Eggermont begeleiden je
naar de climax. Het is weer die Charles die dan ontwaakt als komende uit
een rose wolk om een tenendansend ballet met wat dramatiek erin neer te
zetten in 'Cadence'. Het is echter slechts een kortverhaal dat overgaat in een
romantisch uitje, een 'sentimental mood' met J.P. Estiévenart op bugel, daarna
Stéphane en Charles op kousevoeten, erg mooi, deze 'Part III'. Bijdragend aan
die intimiteit, de gevoelswaarde , is het geïnspireerd bassen van Yannick en het
drumroeren van Wim. Het einde van de suite 'Part IV' wordt dan weer groots
aangezwengeld en opgedreven tot een lekker draaiende machine door de sopraansax
van Bernard Guyot. Een plotse stop maakt dan een abrupt einde aan deze
'dertig minuten suite' 'Is het al gedaan?' denk je dan, maar zo gaat het nu
eenmaal met mooie dingen... In 'La Colomba', een ballade van Bernard, komt
Yannick Peeters in een monoloog naar voren en als zij dan even later terug
treedt, laat Charles de piano toch weer spreken in een vloeiende taal, hierbij
bijgetreden door Bertrand, wederom aan de tenor. De verenigde blazers dragen dit
nummer zacht mee naar het einde. '
I see you next
time' klnkt in den beginne als de aanzet van Coltrane's 'A love Supreme', is
weer een stuk voor het ganse sextet en snel op de pedalen. Het tempo ligt
inderdaad vrij hoog ( het afscheid kan haast niet snel genoeg,lijkt
het...) maar gelukkig gaan we toch een goeie zeven minuten lang , ruim voldoende
om nogmaals te genieten van J. P. aan de trompet, heb ik al wel es meer
gezegd zeker, maar hier zit een hele grote meneer aan te komen ! Opwindend stuk
is deze song maar wat opvalt bij deze live registratie is dat we te maken hebben
met een wel héél minzaam publiek, want hier ook weer geen shouts of overdreven
enthousiast applaus, verbazend vind ik het ...En weer is het J.P. die absoluut
de Goliath is in deze 'David et Goliath', al moet je't Guyot nageven ,
zijn mooie solo sluit lekker bij die van Jean-Paul aan. De deun klinkt aardig
vertrouwd, zitten bekende elementen in al kan ik, helaas, zo meteen geen bron
vernoemen. Nu echter wél enthousiaste reacties vanuit het publiek, is het dan
toch die herkenningsfactor ? En dan zitten we weeral op het end en daar
gaan we zowat laveloos (onder) uit , pure New Orleans, breed gesticulerend met
heftige accenten en highblowers voor en achteraan, een terechte afsluiter van
een zééér genietelijke jazz CD, en dat het er weer ééntje is van bij ons
is, uit België, da's voor één keertje dan,gelijk met Clouseau, de borst
vooruit ! (Winus)
Marcelo Moncada quartet :
'Colores'
De Chileense tenorsaxofonist Marcelo Moncada is verantwoordelijk voor
compositie en arrangementen van bijna alle nummers op twee na, waar het hele quartet
meeschreef. Onlangs kon ik een optreden meemaken van dit quartet in de Mechelse Jazzzolder en dat was een absolute meevaller ! De
opener van de CD,'Viaje al norte', doet mij helemaal terugdenken aan dat optreden. Energie, perfecte timing, de pan uitswingen.
Onmiddellijk valt de tenorsax op, Marcelo heeft een rauwe coole klank, met
veel Latijnse emotie gekleurd en een strak duidelijke speelstijl waar
franjes zijn weggelaten. Stijn Wouters bespeelt de piano met licht funky
touché, militant en zéér aanwezig. Ook de Portugese bassist Rui Salgado is
zéér aanwezig op de achtergrond, met een zacht kleurig meditatief bassspel
en hoogstaande strijktechniek. Het drumwerk van Frederik Meulyzer is krachtig
ritmisch en architectonisch percussief verhalend. Belangrijke"guest" op deze
CD is trompettist Bert Joris die geweldig solowerk laat horen op drie
nummers: 'Pitrufquén'(2), 'Gato plomo blues' en 'Cielo celeste'(8). Ook pianist Seppe
Gebruers is uitgenodigd op twee nummers met opmerkelijk pianospel, en zeker
ook de bijdrage vermeldingswaard, al is het dan maar op één nummer, is
percussionist Juan Carlos Bonifaz : 'Café
Amarillo'(6), met geweldig marimbaspel en
fijnbesnaarde percussie.
Zowel de illustratie op de kaft als de titel
"COLORES" duiden op de duidelijke veelkleurigheid van de composities, van
soms pure eenvoud naar melodisch abstract avant-gardisme, heldere levendige
kleuren vermengd met donkere melancholische tinten, die misschien heimwee
naar het thuisland en verre familie (waar deze CD is aan opgedragen)
oproepen,en héél voelbaar zijn in de toon van de tenorsax van
componist-saxofonist Marcelo Moncada. Dit vind ge ook terug in de
voortdurende tempo-en kleurwisselingen van deze CD ,maar ook de plotse
tempowisselingen in ieder nummer apart,van soms demonisch traag naar
krachtig snel en terug. Hier en daar zijn er verwijzingen naar de
grootmeesters zoals het nummer 'El Tordo'(7) dat een hulde suggereert aan John
Coltrane (Mc Coy Tyner,Elvin Jones) en in sommige uptemponummers dwaalt de
geest van Horace Silver gewis. Doch de componist verwijst er slechts naar en
maakt er een heel persoonlijk gegeven van.
Deze CD klinkt héél persoonlijk en is een meesterwerk van Marcelo Moncada en
zijn quartet, met nét dat zuiders tintje erbij,dat hem erg onderscheid in de
Belgische jazz waar hij nu thuis hoort. Een absolute aanrader is 'Colores' want
het is een CD geworden die tijd eist van zijn toehoorder om de schoonheid en
de bonte kleuren ervan te ontdekken en zelfs een traan is zeker niet
ondenkbaar,bij de soms diep melancholische passages die de composities rijk
zijn. (Kris Vanderstraeten - DJ Kris)
Het platenlabel VERVE bracht ooit een reeks CD’s uit met de
titel ‘Quiet Now’, daarop een keuze uit de mooiste en gevoeligste Jazzballads
van een aantal groten. Als daar zijn Ella Fitzgerald, Sarah Vaughan, Oscar
Peterson, Jobim, … . Tutu Puoane bevindt zich met hetzelfde concept dus in
erg goed gezelschap. Zelf vertelde Tutu over de titel van haar nieuwe plaat dat
ze er eerder een statement mee wou maken. 'Quiet Now' zou dan staan voor
‘luisteren iedereen, nu is ‘t mijn beurt…’.
Wat er ook van zij, haar tweede CD die in de Fattoria Musica studio in Osnabrück Duitsland werd opgenomen, is een sterke en evenwichtige plaat geworden. Met zorgvuldig uitgekozen fraaie, delicate songs waarin Tutu’s Zuid-Afrikaanse roots verweven worden met fijne Jazzcomposities. Er mogen in de Jazz dan al grotere stemmen zijn dan die van Tutu Puoane, qua timing en emotionele intensiteit blijkt ze, ook hier weer, absolute top.
Opener 'You taught my heart to sing' is een compositie van Mc Coy Tyner met een melodisch erg sterke Ewout Pierreux en Tutu die met gevoel voor risico af en toe de hogere regionen opzoekt. Wat ons betreft biedt het Xhosa accent van Tutu’s Engels hier een schattige meerwaarde. 'I know you know', een compositie van Ewout is een mooi liefdeslied waarin de bas van Nic Thys al even gevoelig klinkt als Tutu’s stem. Titelnummer 'Quiet Now' van Jack Van Poll kreeg een modern arrangement mee van Tutu en Ewout en biedt de kans om ten volle kennis te maken met het kwartet.
'Mangakane', voor ons een eerste hoogtepunt van deze plaat, is een ode aan de mama van Tutu die in haar eentje twee kinderen heeft opgevoed. In moeilijke omstandigheden maar steeds met stijl en waardigheid. Het nummer wordt meerstemmig in Xhosa gezongen, het klinkt op en top Zuid- Afrikaans en gaat van ingetogen en gevoelig naar intens uitbundig. Kreetjes inbegrepen. Een nummer waar Ewout en Tutu als schrijvers èn als uitvoerders trots op mogen zijn. Kippenvel.
'Baby, baby, baby', een lovesong van Nic Thys, met een bluesy Ewout maakt de overgang naar 'Hlompa bophello', een ander ‘Zuid-Afrikaans’ nummer. Een nummer over respect voor het leven. Met de boodschap dat een mens wat minder afgunstig zou moeten zijn, en dankbaar voor wat hij heeft.
'Old man River/Perfect life' is een gedicht van (“nothing
funny about being a poet”)- Percy J.Mabandu op muziek van Nic Thys. Het nummer
wordt bijna declamerend opgebouwd naar een meerstemmige catharsis en eindigt met
een engelenkoortje. Tweede hoogtepunt is het wondermooie 'I don’t know where I
stand' van Joni Mitchell. Het nummer dateert uit 1969 en komt uit het
onvolprezen album 'Clouds'. Tutu brengt het hier sober en enkel met begeleiding
van Nic Thys op (lekker vettige) electrische bass. Op deze manier Joni Mitchell
coveren kan enkel als je fan bent. 'Mpho' is de naam van het dochtertje dat Tutu
en Ewout samen hebben. Het nummer is dan ook liefdevol opgedragen aan haar.
'Love is the simple truth' en 'Wayne' zijn allebei nummers van Ewout op tekst
van ene Suzie Scragg. Straffe Jazzcomposities met mooie vocalises van Tutu, en
met de band op zijn ‘Shorters’ uit het thema terwijl de drive behouden blijft.
Naast al dat muzikale moois misschien nog even de opmerking dat 'Quiet Now', in deze tijden van downloaden, een fijne CD is om te hebben. Het doosje bevat een mooi tekst- foto en informatieboekje en steekt in een stijlvolle kartonnen hoes. Je kan er dus zowel met een goed gevoel naar kijken als naar luisteren. (Gi Leoni)
Voor wie niet vaak een plaat van begin tot
eind beluistert, is de CD soms een handige uitvinding. Je hoeft niet te mikken
met arm en naald om naar een ander nummer dan het eerstvolgende over te gaan. En
als de volgorde van de nummers zoals ze op het schijfje is gelegd voor jou niet
de meest wenselijke is, kan je zelf programmeren of random afspelen.
Random lijken nummers soms wel eens in een
logischer volgorde te komen dan als ze de planning van de makers volgen. Met
deze Moker CD wil dat ook wel eens het geval zijn. Het gevolg kan dan zijn dat
je alle nummers allemaal na elkaar hebt gehoord en de CD is afgespeeld voor je
het beseft. Zeker als het ingetogen begon bij de openingstrack en in de shuffle
een sierlijke spanningsboog werd opgebouwd – alsof je een soezende toestand
achterliet, opstond uit de zetel voor een droomwandeling in een tuin die door de
juiste klanken Oosters aandeed en de wandeling werd er één van ontspannende
inspanning langs panoramische vergezichten en hypnotiserende details, het werd
een avontuurlijke tocht langs grillige paden en dan weer makkelijker te
bewandelen – en naar het einde toe, toen de spannendste momenten achter de rug
waren, werd de instrumentale muziek ook nog vrolijk zangerig.
Wellicht was er in mijn geval al enige
herkenning mee gemoeid (had de CD-voorstelling in Gent bijgewoond) zodat bij het
net beschreven at random playing de indruk achterwege bleef te luisteren naar
een muzikale bouwdoos met nét geen dozijn ontwerpen, waarbij de deelnemende
muzikanten rond negen composities van Mathias Van De Wiele voor elf stukken
hadden gezorgd waarbij zij zelf elementen mochten aandragen.
Moker gaat m.i. zo geraffineerd eclectisch
te werk dat voor uiteenlopende luisteraars zich heel verschillende associaties
kunnen aandienen. Ik noem dan ook louter bij wijze van voorbeeld Flat Earth
Society (oa bij 'Ragba-Haring'), Rudresh Mahanthappa ('It Might Storm Later…')
en Jimi Hendrix ('Delirium Bleu' toont enige verwantschap met zijn 'Star
Spangled Banner'). Belangrijker is dat de heren van Moker op fijne wijze tot
evenwichtige b®ouwsels komen die stuk voor stuk knap werk te noemen zijn !!
Peer Baierlein Quartet: : 'Cycles'
Waar weemoed en melancholie nogal dikwijls de bovenhand
voeren bij dit fraaie gezelschap rond trompetist Peer Baierlein is het om te
beginnen nu vooral ontroering die je aangrijpt in de mooie ballade die pianist
Ewout Pierreux schreef voor dochtertje Mpho. 'Song for Mpho' noemt het
eenvoudig maar de song is wel van een krop in de keel jagende schoonheid ! In
een kinderliedjestrend, met Ewout aan de elektrische piano begint 'Four' daarna,
een compositie van Peer , melodisch startend om daarna wat terug te vallen in
muzikaal gemompel . Na het zetten van een beloftevolle melodie wordt het
geheel immers gauw heel wat droeviger. Er ontstaat een conversatie tussen bas en
trompet met een Yves Peeters die daarbij zachtjes inkleurt maar Peer
komt wat moeilijk uit de woorden, zo lijkt het wel. Het is Ewout die met wat
bezwerende toetsen de overtuigingskracht vindt om daarna Peer toch nog naar een
dynamische finale voor te gaan, al blaast het einde zich tenslotte toch
weer vermoeid uit...'One' vervolgt gelukkig speelser en ook hier ontrolt zich
weer alras een mooie melodie, een lichtvoetig jazzy stappertje deze keer met
Yves Peeters zacht percussief aan de handjes en Davide Petrocca mooi volgend,
onderweg accenten leggend. Ewout blinkt weer es uit op de Fender Rhodes en ook
Peer heeft intussen z'n energie weergevonden, gaat stevig door maar laat wel
ruimte voor de dribbelende bassolo van Davide Petrocca. Een terecht
applaus volgt vanuit de zaal, want laat ons vooral niet vergeten dat het
hier om een live registratie gaat , deels vanuit het Jazz Station en deels
vanuit de Borgerhoutse Rataplan, tof zaaltje trouwens, en bovendien één der
voorkeurplekken van Peer. 'I know you know' en stemmig gaat Ewout verder op de
elektrische piano. Puur verwennerij is het met bijna allemaal mooie songs op
deze CD, al gaan d'er sommigen het geheel gauw wat té intimistisch vinden, vrees
ik. Peer gaat hier echter weer heel helder en de Fendertonen van Ewout
sluiten zich daar perfect op aan. Yves zalft en streelt de cimbalen zodat ook
langs die kant het geheel zich zacht bruisend vindt als een helder
kabbelend mineraalwatertje met Champagne-ambities. Een mooie, intimistische
ballade is het wel ...' 'Hymn' van Ewout komt daarna wat plechtstatig en
aangestreken aanzetten, opent door een cimbalenwaaier het gordijn voor Peer, die
het combo even in harmonie samen houdt,... heel even dan maar want wat later
volgt een korte drumsolo waarna het nummer wat mij betreft wat gauw naar het
einde doorgaat...en dat einde vindt even later een beetje verder al z'n finale besluit
in 'Slow Beauty', een compositie van de hand van Yves Peeters. Dat is ook weer
zo'n poëtisch verhaaltje, een versje temeer uit deze 'Cycles', als het ware een
muzikale dichtbundel waar je moet voor gaan zitten. Een doek ook waar met fijne
penseelstrepen ieder zijn veegje heeft bijgeborsteld tot een pastelkleurig
miniatuurtje. Miniatuurtje, jawel want daar mocht en kon best nog een nummer
bij. Dré Pallemaerts heeft het echter zó, puur als het ware, op schijf gezet,
zonder bijkomende tierlantijntjes. Dat maakt het tot een mooi werkstukje,
mogelijks voor sommigen zal het allemaal wel wat té ingetogen klinken, maar
evenzeer is dit een fijne schijf van een hecht combo met intussen
toch al 3 CD's op het actief al is dit wel de eerste onder de nieuwe groepsnaam
(tot grote tevredenheid trouwens van Ewout die dat 'Jazzisfaction' toch al zo
geen goeie groepsnaam vond)...
Wij maken d'er meteen een eerste aanrader van voor de jazzliefhebber in dit nog prille 2010... (Winus)
Jeroen Van Herzeele Quartet :
- 'Da Mo'
'Da Mo',de titel en de rare illustratie op deze CD
verwijzen op Google naar een Indische monnik,de vader van het Zen-Boedhisme...
Ik ben dit gaan opzoeken want nergens bij de schijf is er een tekst te
vinden met eventuele uitleg, enkel de namen, titelnummers en vier
zwart-witfoto's van de muzikanten sieren de binnenkant van deze CD....Een
beetje spijtig,toch?
Het eerste nummer "Litanie van de heilige maria"geschreven door pianist
Fabian Fiorini,wordt ingeleid met een korte,zeer
weemoedige tenorsaxsolo van leider-saxofonist Jeroen Van Herzeele. Een zeer
trage ballad, die soms lijkt stil te vallen en dan weer niet, met puntig
pianospel van Fabian Fiorini, die langzaam versnelt, onder kundig basspel
van de Franse bassist Jean-Jacques Avenel (bassist op vele platen van de
betreurde Steve Lacy)."Song for Xero" wordt dynamisch ingezet door drummer
Giovanni Barcella, gevolgd door een stevige Coltrane-intro van Jeroen
Van Herzeele. Het nummer evolueert verder in pure Coltrane-Quartetstijl eind
jaren zestig, krachtige militante freejazz met veel verve gebracht.'Psalm',
ook hier Coltrane nog steeds aanwezig,is een fiere ballad,waar de piano vrij
spel krijgt en ietwat vrolijk dialogeert met de triester klinkende
tenorsax."De grote oostelijke zon" is een sterk muzikaal duel tussen piano
en sax,met geweldige
sprongen in het ongewisse, magistraal improviserend zitten beide muzikanten
elkaar op de hielen, een hoogtepunt. Met een snelle
inventieve bassolo van gastspeler Avenel wordt daarna John Coltrane's "Oleo"
aangezet. Tenorist Jeroen Van Herzeele op zijn best,
hij heeft als niemand anders de boodschap van Coltrane begrepen, en brengt
die op zijn eigen persoonlijke manier met veel energie over, duidelijk
uitstralend op de medemuzikanten van het kwartet. Daarna is het in alle
intimiteit stil...en begint langzaam de tweede ballade van pianist Fiorini "Suspendus-Hypnose"i
ngetogen sluimerend, mooi. En toen werd ik meer dan verrast. Plots is daar
de unieke stem van Irene Aebi, zangeres,violiste en weduwe van grootmeester
sopraansaxofonist Steve Lacy, zingend in een nummer van Lacy,"As Usual".
Zeer unusual en origineel gebracht, dit,very low gespeeld tenorspel vervangt
de vertrouwde hoge sopraan
van Steve Lacy naast zijn vrouw Irene. Al een eeuwigheid grote fan van
Lacy's muziek ben ik zeer blij met dit nummer. Langzaam maar
zeker wordt eindelijk het belang van de muziek van Steve Lacy ook door de
jongere generaties ontdekt en wordt zijn muziek meer en meer
gespeeld overal ter wereld. Goed zo! Dat de wegen van componist Jeroen Van
Herzeele ondoorgrondelijk maar rijk zijn bewijzen de twee laatste
improvisaties "Da Mo crosses the river" en "Impro" die duidelijk een andere
richting inslaan naar nieuwe vrijere wegen.
Laat dit duidelijk zijn,dit is niet een CD, zo van : nu ga ik rustig een
boek lezen en zet deze CD op in de achtergrond,vergeet het maar !
De muziek van 'Da Mo' is te rijk en complex en eist uw volledige
luisteraandacht ! Aanrader !!
(Kris Vanderstraeten)
… A man wanders out of the desert not
knowing who he is. His brother finds him, and helps to pull his memory back of
the life he led before he walked out on his wife and son four years before… .
Tot zover zeer summier de synopsis van ‘Paris, Texas’, de road movie van
Wim Wenders uit 1984. Harry Dean Stanton speelt er de rol van zijn leven en de
soundtrack van Ry Cooder (http://www.youtube.com/watch?v=Fbr3MDI1QLc)
zal voor eeuwig in ons geheugen gegrift blijven.
Maar hoe goed en hoe beklijvend die sound track ook mag
zijn, hij is perfect in te ruilen voor de ‘Sound Tracks’ van de Yves Peeters
Group. Die moeiteloos dezelfde sfeer oproepen, en door inventievere composities
en betere musici zelfs zonder prentjes zorgen voor (day)dream calls…
Opener en afsluiter (epilogue) ‘New Mexico’ van Nic Thys
bepaalt meteen de sfeer en de toon van de Sound Tracks. Als je ze oppervlakkig
beluistert lijken ze goedkoop romantisch maar ze zijn in wezen stuk voor stuk
fijne en subtiele composities.
‘Moeniworrienie’ (Zuid Afrikaans voor ‘trek het je niet
aan’?) van Yves zelf grijpt voor een eerste keer naar de keel. Gitaar en
tenorsax improviseren rondom het thema dankzij de strikte regie en sturing van
zowel de drummer (of is het percussionist?) als de intense baslijn van Nic.
Frederic Leroux bewijst nog maar eens dat Philip Catherine niet het enige
uitzonderlijke Jazz-Gitaar talent is in ons landje en Nicolas Kummert
demonstreert zijn uitzonderlijke frasering in combinatie met stemgeluiden. Voor
wie hem nog niet bezig zag, een absolute aanrader. Het betreft een
uitzonderlijke techniek en vooral: het is nooit overdone. Nicolas gebruikt zijn
kunstje enkel als het aansluit en past bij het thema. Je weet niet wat je ziet.
En hoort.
‘Billy Pilgrim’ van Frederic Leroux en Jacob Ampe heeft een
bijna klassieke popsong opener, vettige gitaarsolo incluis. Drums en tenorsax
geven wat lucht en Nics’ elektrische bass stuwt headbangend verder. Clichés
genoeg en toch een gevoelig rockjazz nummer met een fijn thema dat kleeft.
‘Lifeline’ sluit naadloos aan bij de andere Thys-nummers en
vormt de aanloop naar het absolute hoogtepunt van deze plaat ‘Petit Simon
Millionnaire’. Nu al een legendarisch nummer dat neuriënd inzet met Kummert en
Thys die meteen het thema aangeven. Drums en gitaar vullen geleidelijk aan en
het nummer groeit uit tot een gewaagd en geslaagd vocaal en instrumentaal
geheel. Kummert zingt-blaast-kreunt het geheel naar een korte maar intense
catharsis. Nadien gaat het in omgekeerde richting weer geleidelijk aan naar waar
het nummer begon. Zo mooi en zo ontzettend origineel hebben we ze nog niet veel
gehad.
Even bekomen dan met ‘Slow Beauty’, ‘Ritual’ en ‘After
Life’. Trage romantische nummers van de hand van Yves Peeters. Ritmesectie die
op zijn Afrikaans aangeeft en bewaakt, weer Kummert die zijn gang mag (kan)
gaan, weer dat samenspel met de gitaar van Frederik Leroux. Niet vies van wat
elektronisch effect maar nooit erover, altijd gevat en weer helemaal in de road
movie sfeer.
© JASSEPOES